Artikel 6:253 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen › Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten
Kort uitgelegd
Artikel 6:253 BW bepaalt dat een overeenkomst een derde het recht kan geven om nakoming van een prestatie te vorderen of zich anderszins op de overeenkomst te beroepen, mits de overeenkomst daartoe een beding bevat en de derde dit beding aanvaardt. Zolang de derde niet heeft aanvaard, kan degene die het beding maakte dit herroepen. Aanvaarding of herroeping gebeurt door een verklaring aan een van de andere betrokken partijen. Is het beding onherroepelijk en om niet ten behoeve van de derde gemaakt, dan geldt het als aanvaard zodra het de derde heeft bereikt en deze het niet onverwijld afwijst.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 6:253 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:248Aanvullende en beperkende werking van redelijkheid en billijkheid
- Artikel 6:249Rechtsgevolgen voor rechtverkrijgenden onder algemene titel
- Artikel 6:250Regelend recht rechtsgevolgen overeenkomsten
- Artikel 6:251Overgang van nevenrechten
- Artikel 6:252Kwalitatieve verplichting bij registergoed
- Artikel 6:254Aanvaarding van derdenbeding
- Artikel 6:255Aanwijzing van rechthebbende bij derdenbeding
- Artikel 6:256Vordering tot nakoming door bedinger
- Artikel 6:257Verweermiddel van de ondergeschikte
- Artikel 6:258Wijziging of ontbinding wegens onvoorziene omstandigheden
- Artikel 6:259Wijziging of ontbinding van kwalitatieve verplichtingen
- Artikel 6:260Voorwaarden bij wijziging of ontbinding van de overeenkomst