Artikel 6:256 BW – Vordering tot nakoming door bedinger
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen › Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten · niet-officieel opschrift
De partij die een beding ten behoeve van een derde heeft gemaakt, kan nakoming jegens de derde vorderen, tenzij deze zich daartegen verzet.
Rechtspraak over Artikel 6:256 BW
23
2025-10-21
2025-04-09
2024-07-24
2024-02-07
2022-10-04
2022-09-14
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:248Aanvullende en beperkende werking van redelijkheid en billijkheid
- Artikel 6:249Rechtsgevolgen voor rechtverkrijgenden onder algemene titel
- Artikel 6:250Regelend recht rechtsgevolgen overeenkomsten
- Artikel 6:251Overgang van nevenrechten
- Artikel 6:252Kwalitatieve verplichting bij registergoed
- Artikel 6:253
- Artikel 6:254Aanvaarding van derdenbeding
- Artikel 6:255Aanwijzing van rechthebbende bij derdenbeding
- Artikel 6:257Verweermiddel van de ondergeschikte
- Artikel 6:258Wijziging of ontbinding wegens onvoorziene omstandigheden
- Artikel 6:259Wijziging of ontbinding van kwalitatieve verplichtingen
- Artikel 6:260Voorwaarden bij wijziging of ontbinding van de overeenkomst