Artikel 7:229 BW – Voortzetting van huur na overlijden
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 4. Huur › Afdeling 4. De overgang van de huur bij overdracht van de verhuurde zaken en het eindigen · niet-officieel opschrift
1De dood van de huurder of de verhuurder doet de huur niet eindigen.
2Indien de erfgenamen van de huurder niet bevoegd zijn de zaak aan een ander in gebruik te geven, kunnen zij, onderscheidenlijk zijn echtgenoot of geregistreerde partner in het geval zijn nalatenschap overeenkomstig artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, gedurende zes maanden na het overlijden van hun erflater de overeenkomst op een termijn van tenminste een maand opzeggen.
3Indien een huurder twee of meer erfgenamen nalaat, is de verhuurder verplicht zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de rechten en verplichtingen van de overleden huurder uit de huurovereenkomst door de gezamenlijke erfgenamen aan een of meer van hen, tenzij de verhuurder tegen een of meer van de aangewezenen redelijke bezwaren heeft. De eerste zin is niet van toepassing indien de nalatenschap ingevolge artikel 13 van Boek 4 is verdeeld.
Rechtspraak over Artikel 7:229 BW
13
2026-04-02
2025-03-24
2024-09-25
2024-07-12
2024-05-07
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
3
- Artikel 7:268Voortzetting van de huur door medehuurder
- Artikel 7:268aOverlijden van huurder van ligplaats
- Artikel 7:302Opzeggingstermijn door erfgenamen van huurder
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:226Overgang van huur bij overdracht van de zaak
- Artikel 7:227Beperkt recht op verhuurde zaak
- Artikel 7:228Einde van tijdelijke en opzegging van onbepaalde huur
- Artikel 7:230Stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst
- Artikel 7:230aVerlenging ontruimingstermijn
- Artikel 7:231Ontbinding van huurovereenkomst wegens tekortkoming