Artikel 7:366 BW – Overlijden van pachter of verpachter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 10. Het eindigen van de pachtovereenkomst · niet-officieel opschrift
1De dood van de pachter of de verpachter doet de pacht niet eindigen.
2Indien de erfgenamen van de pachter niet bevoegd zijn het gepachte aan een ander in gebruik te geven, kunnen zij gedurende zes maanden na het overlijden van hun erflater de overeenkomst op een termijn van ten minste zes maanden bij exploot of aangetekende brief opzeggen.
3Indien een pachter twee of meer erfgenamen nalaat, is de verpachter verplicht zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de rechten en verplichtingen van de overleden pachter uit de pachtovereenkomst door de gezamenlijke erfgenamen aan een of meer van hen, tenzij de verpachter tegen een of meer van de aangewezenen redelijke bezwaren heeft.
Rechtspraak over Artikel 7:366 BW
6
2021-10-05
2012-04-10
2011-03-29
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:367Opzegging van de pachtovereenkomst
- Artikel 7:368Nietigheid van ongemotiveerde opzegging
- Artikel 7:369Verzet tegen opzegging door de pachter
- Artikel 7:370Gronden voor beëindiging van pacht
- Artikel 7:371Termijn voor aanvaarding nieuwe pachtovereenkomst
- Artikel 7:372Vaststelling van ontruimingstijdstip en tegemoetkoming kosten
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
- Artikel 7:374Gedeeltelijke toewijzing en beëindiging van de pacht
- Artikel 7:375
- Artikel 7:376Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens tekortkoming
- Artikel 7:377Ontbinding wegens bestemmingswijziging van het verpachte