Artikel 7:369 BW – Verzet tegen opzegging door de pachter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 10. Het eindigen van de pachtovereenkomst · niet-officieel opschrift
1Indien de pachter binnen zes weken na de opzegging aan de verpachter bij exploot of aangetekende brief meedeelt zich tegen de opzegging te verzetten met opgave van de redenen waarop hij dit verzet grondt, blijft de opgezegde overeenkomst van kracht, totdat de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verpachter als bedoeld in lid 2. De rechter kan evenwel, indien het verweer van de pachter hem kennelijk ongegrond voorkomt, zijn toewijzend vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2Indien de pachter zich overeenkomstig het eerste lid tijdig tegen de opzegging heeft verzet, kan de verpachter op de gronden vermeld in de opzegging vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de overeenkomst zal eindigen.
Rechtspraak over Artikel 7:369 BW
35
2023-04-26
2023-03-14
2021-10-19
2021-06-08
2020-10-20
2020-09-09
2017-09-12
2015-08-11
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:366Overlijden van pachter of verpachter
- Artikel 7:367Opzegging van de pachtovereenkomst
- Artikel 7:368Nietigheid van ongemotiveerde opzegging
- Artikel 7:370Gronden voor beëindiging van pacht
- Artikel 7:371Termijn voor aanvaarding nieuwe pachtovereenkomst
- Artikel 7:372Vaststelling van ontruimingstijdstip en tegemoetkoming kosten
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
- Artikel 7:374Gedeeltelijke toewijzing en beëindiging van de pacht
- Artikel 7:375
- Artikel 7:376Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens tekortkoming
- Artikel 7:377Ontbinding wegens bestemmingswijziging van het verpachte