Artikel 7:377 BW – Ontbinding wegens bestemmingswijziging van het verpachte
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 10. Het eindigen van de pachtovereenkomst · niet-officieel opschrift
1Indien de verpachter het verpachte of een gedeelte daarvan wil bestemmen voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden, en die bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang, ontbindt de rechter op vordering van de verpachter de pachtovereenkomst geheel of ten dele met ingang van een bij de uitspraak te bepalen dag. De voorgenomen bestemming wordt geacht in overeenstemming met het algemeen belang te zijn, indien zij in overeenstemming is met een onherroepelijk omgevingsplan.
2Bij ontbinding voor een gedeelte van het verpachte vermindert de rechter de tegenprestatie dienovereenkomstig. De pachter kan alsdan de pachtovereenkomst voor het overige beëindigen op het in vorige lid bedoelde tijdstip. Hij geeft hiervan bij aangetekende brief kennis aan de verpachter binnen een maand nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
3Indien de rechter de pachtovereenkomst op grond van de leden 1 en 2 ontbindt, veroordeelt hij de verpachter de pachter schadeloos te stellen over de tijd, welke de pachter bij niet-ontbinding ingevolge de pachtovereenkomst nog op het gepachte had kunnen blijven.
4Indien de pachtovereenkomst voor de in artikel 325, eerste of tweede lid , bedoelde duur is aangegaan of geldt, dan wel voor een kortere duur is aangegaan, doch nadien voor zes jaren is verlengd, wordt bij de bepaling van de schadeloosstelling rekening gehouden met de mogelijkheid, dat de pachtovereenkomst zou zijn verlengd. Bij de beoordeling van de mogelijkheid van verlenging houdt de rechter geen rekening met het voornemen van de verpachter het verpachte of een gedeelte daarvan te bestemmen voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden.
5Het bepaalde in het vierde lid, eerste volzin, vindt geen toepassing, indien de pachtverhouding is aangevangen, nadat aan het verpachte in het omgevingsplan een niet tot de landbouw betrekkelijke functie is toegedeeld. In dat geval wordt de pachtovereenkomst met betrekking tot een hoeve of los land, welke is aangegaan voor langer dan twaalf, onderscheidenlijk zes jaren, voor de bepaling van de schadeloosstelling geacht te zijn aangegaan voor twaalf, onderscheidenlijk zes jaren, met dien verstande, dat, indien de ontbinding plaats vindt na die termijn, de overeenkomst geacht wordt telkens voor zes jaren te zijn verlengd.
6Indien evenwel het verpachte sinds een tijdstip, liggend voor het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan, bedoeld in het vijfde lid, achtereenvolgens bij personen die ten tijde van de opvolging in het gebruik tot de voorgaande gebruiker in enige in artikel 363, eerste lid , genoemde betrekking stonden persoonlijk in gebruik is geweest voor een tot de landbouw betrekkelijk doel, blijft het bepaalde in het tweede lid van toepassing.
7Indien de pachtovereenkomst ingevolge artikel 322 voor onbepaalde tijd geldt, wordt voor de berekening van de schadeloosstelling uitgegaan van de overeengekomen duur, doch ingeval de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan nimmer van een langere dan de in artikel 325, eerste lid , bedoelde duur. Voor de berekening van de schadeloosstelling wordt op gelijke wijze als ten aanzien van pachtovereenkomsten, waarop artikel 322 niet van toepassing is, aangenomen, dat de pachtovereenkomst zou kunnen worden verlengd; het vierde lid, tweede volzin, vijfde en zesde lid, vinden overeenkomstige toepassing.
8Bij de berekening van de schadeloosstelling wordt niet gelet op feitelijke veranderingen die kennelijk zijn aangebracht om de schadeloosstelling te verhogen.
9Artikel 373 is van overeenkomstige toepassing.
Rechtspraak over Artikel 7:377 BW
24
2026-03-24
2026-03-10
2025-09-03
2025-04-08
2024-01-23
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 7:322Gevolgen van ontbrekende goedkeuring pachtovereenkomst
- Artikel 7:325Duur en verlenging van de pachtovereenkomst
- Artikel 7:363Pachtoverneming door rechterlijke beslissing
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 7:370Gronden voor beëindiging van pacht
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:366Overlijden van pachter of verpachter
- Artikel 7:367Opzegging van de pachtovereenkomst
- Artikel 7:368Nietigheid van ongemotiveerde opzegging
- Artikel 7:369Verzet tegen opzegging door de pachter
- Artikel 7:370Gronden voor beëindiging van pacht
- Artikel 7:371Termijn voor aanvaarding nieuwe pachtovereenkomst
- Artikel 7:372Vaststelling van ontruimingstijdstip en tegemoetkoming kosten
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
- Artikel 7:374Gedeeltelijke toewijzing en beëindiging van de pacht
- Artikel 7:375
- Artikel 7:376Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens tekortkoming