Artikel 7:367 BW – Opzegging van de pachtovereenkomst
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 10. Het eindigen van de pachtovereenkomst · niet-officieel opschrift
1De overeenkomst kan tegen het einde van iedere in artikel 325 bedoelde termijn door ieder van de partijen worden opgezegd.
2De opzegging moet geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. De termijn van opzegging bedraagt ten minste een jaar.
3Geen opzegging is vereist, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden, nadat de pachtovereenkomst is totstandgekomen.
Rechtspraak over Artikel 7:367 BW
34
2026-03-10
2023-06-07
2022-04-12
2021-06-08
2020-10-20
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:366Overlijden van pachter of verpachter
- Artikel 7:368Nietigheid van ongemotiveerde opzegging
- Artikel 7:369Verzet tegen opzegging door de pachter
- Artikel 7:370Gronden voor beëindiging van pacht
- Artikel 7:371Termijn voor aanvaarding nieuwe pachtovereenkomst
- Artikel 7:372Vaststelling van ontruimingstijdstip en tegemoetkoming kosten
- Artikel 7:373Schadevergoeding wegens ontbrekend persoonlijk gebruik
- Artikel 7:374Gedeeltelijke toewijzing en beëindiging van de pacht
- Artikel 7:375
- Artikel 7:376Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens tekortkoming
- Artikel 7:377Ontbinding wegens bestemmingswijziging van het verpachte