Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen Ibis

Kort samengevat

Deze wet regelt de digitalisering van justitie en omvat diverse bepalingen, waaronder de omzetting van Europese richtlijnen over gegevensbescherming en groottecriteria voor ondernemingen. Het hoofddoel is het moderniseren van juridische procedures door digitale middelen te introduceren.

Wat het regelt

  • De mogelijkheid om notariële akten op afstand en in gedematerialiseerde vorm te verlijden.
  • De omzetting van Europese richtlijnen betreffende de bescherming van persoonsgegevens in strafzaken en de aanpassing van groottecriteria voor ondernemingen.
  • De invoering van digitale communicatiemiddelen in het Wetboek van Strafvordering, zoals elektronische zendingen.
  • De oprichting en het beheer van een digitaal dossier binnen het strafrecht, inclusief de digitalisering van procedurestukken en de vereisten voor elektronische handtekeningen.

Wie het aangaat

  • Notarissen en partijen die notariële akten opstellen of ondertekenen.
  • Bevoegde autoriteiten die persoonsgegevens verwerken in het kader van strafzaken.
  • Ondernemingen die vallen onder de groottecriteria voor micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen.
  • Leden van de rechterlijke orde, griffiers en andere betrokkenen bij strafprocedures.

Kernpunten

  • Notariële akten kunnen op afstand worden verleden via videoconferentie voor twee of meer notarissen, na akkoord van alle betrokkenen.
  • Een akte kan in gedematerialiseerde vorm worden verleden, behalve testamenten en contractuele erfstellingen bij afzonderlijke akte, die op papier moeten blijven.
  • Communicatie in strafzaken kan nu ook langs elektronische weg plaatsvinden, naast aangetekende zending en faxpost.
  • Procedurestukken kunnen in gedematerialiseerde vorm worden opgemaakt en moeten worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening voor stukken met stuitende werking, of een geavanceerde elektronische handtekening/zegel voor andere stukken.
Wettekst
Wettekst

27 MAART 2024. - Wet houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen Ibis

(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.De artikelen 53 tot 55, 57, 58, 60 tot 64 voorzien in de omzetting van de Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad. Art. 3.De artikelen 147 tot 149 voorzien in de omzetting van Gedelegeerde richtlijn (EU) 2023/2775 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aanpassingen van de groottecriteria voor micro-ondernemingen, kleine, middelgrote en grote ondernemingen of groepen. TITEL 2. - Bepalingen inzake digitalisering van justitie HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 16 maart 1803Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 op het notarisambt Art. 4.In artikel 9 van de wet van 16 maart 1803Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 op het notarisambt, vervangen bij de wet van 22 november 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten8, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt: " § 3. Een akte kan ook op afstand worden verleden voor twee of meer notarissen, waarbij de partijen of hun vertegenwoordiger of gemachtigde en de andere tussenkomende personen fysiek verschijnen voor de notaris van hun keuze en via videoconferentie het verlijden van de akte bijwonen, na akkoord van alle betrokkenen. In dat geval kan de akte worden verleden in gedematerialiseerde vorm overeenkomstig artikel 18quinquies, § 2, 2° tot 5°, ongeacht het voorwerp van de akte. De verschijnende partijen en tussenkomende personen die niet voldoen aan de vereisten van artikel 18quinquies, § 2, 2°, of, indien de akte op papier wordt verleden, die niet bij de minuuthouder aanwezig zijn, worden vertegenwoordigd bij volmacht bij de ondertekening van de akte. De akte kan tevens worden verleden in gedematerialiseerde vorm overeenkomstig de in het eerste lid vermelde bepalingen door één notaris die alleen instrumenteert, voor zover de partijen of hun vertegenwoordiger of gemachtigde en de andere tussenkomende personen fysiek verschijnen voor deze notaris. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op het verlijden van testamenten in authentieke of internationale vorm, herroepingen daarvan of contractuele erfstellingen bij afzonderlijke akte, die op papier moeten worden verleden." Art. 5.In artikel 121, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 april 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten1, worden de woorden "of via elk ander communicatiemiddel bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek" opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 6.In artikel 21bis, § 1, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten2, vervangen bij de wet van 18 maart 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021, wordt het zesde lid opgeheven. Art. 7.In artikel 28sexies, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten, worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg". Art. 8.In artikel 28octies, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten3 en vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "aangetekende of per telefax" vervangen door de woorden "per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg". Art. 9.In artikel 31 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden ";zij worden altijd op elk blad getekend door de procureur des Konings en door de aangevers of door hun gemachtigden" opgeheven; 2° in het derde lid worden de woorden ";de aangever kan zich, op eigen kosten evenwel, een afschrift van zijn aangifte doen afgeven" opgeheven. Art. 10.In artikel 61quater, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten, worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg". Art. 11.In artikel 61quinquies, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten, worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg". Art. 12.In artikel 61sexies, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten3 en vervangen bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "aangetekend of per telefax" vervangen door de woorden "per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg". Art. 13.In artikel 235ter, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 16 januari 2009, worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg". Art. 14.Artikel 242 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, wordt aangevuld met de volgende zin: "Het kosteloos afschrift van het dossier kan ook in digitale vorm ter beschikking worden gesteld.". Art. 15.In boek II van hetzelfde Wetboek wordt een titel VIter ingevoegd, luidende "Het digitaal dossier". Art. 16.In titel VIter, ingevoegd bij artikel 15, wordt artikel 568, opgeheven bij de wet van 10 juli 1967, hersteld als volgt: "Art. 568.§ 1. Een procedurestuk kan opgemaakt worden in gedematerialiseerde en in materiële vorm. § 2. Onverminderd artikel 40 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt wordt een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en stuitende werking heeft, ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. Voor een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en geen stuitende werking heeft, volstaat een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.11 van de Verordening bedoeld in het eerste lid, of een geavanceerd elektronisch zegel in de zin van artikel 3.26 van die Verordening. De elektronische ondertekening van een procedurestuk door een lid van de rechterlijk orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde elektronische lijst, verzekert de hoedanigheid waarin de ondertekenaar ondertekent. § 3. Het digitaal dossier kan zowel bestaan uit stukken opgemaakt in gedematerialiseerde vorm, als uit stukken opgemaakt in materiële vorm die worden gedematerialiseerd. Voor de door de rechterlijke orde in materiële vorm opgemaakte stukken die gedematerialiseerd worden of voor de in materiële vorm opgemaakte stukken van externe bronnen die na neerlegging gedematerialiseerd worden en toegevoegd worden aan het digitaal dossier, verklaart de secretaris of de griffier, naargelang de stand van de strafprocedure, via een elektronisch zegel als bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, of een elektronische handtekening als bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, het gedematerialiseerde stuk eensluidend aan het materiële stuk. § 4. Het proces-verbaal van de terechtzitting wordt door de griffier in gedematerialiseerde vorm gevoegd bij het strafdossier. De in de zaak gewezen beschikkingen, vonnissen en arresten worden door de griffier onmiddellijk na ondertekening in gedematerialiseerde vorm gevoegd bij het dossier. § 5. Iedere wijziging in de samenstelling van het dossier of in een stuk wordt geregistreerd. § 6. De Koning bepaalt de veiligheidsmaatregelen en de minimale technische normen waaraan de informaticasystemen die tot doel hebben de in paragraaf 2 bedoelde handelingen en verwerkingen te verrichten, moeten voldoen. De Koning kan de wijze bepalen waarop de gekwalificeerde elektronische handtekening wordt gevisualiseerd. § 7. Het deel van het strafdossier in materiële vorm dat overeenkomstig paragraaf 3, tweede lid, is gedematerialiseerd en is opgenomen in het digitaal dossier in het Centraal register bedoeld in artikel 564, § 1, verliest zijn authentiek karakter. De griffier vermeldt in de inventaris van het dossier voor elk stuk van dit deel waar het wordt bewaard in het Centraal register. Stukken uit het deel bedoeld in het eerste lid kunnen uit het strafdossier in materiële vorm worden verwijderd door de griffier. Hij maakt hiervan melding in de inventaris van het dossier.". Art. 17.In boek II van hetzelfde Wetboek wordt een titel VIquater ingevoegd, luidende "Het Centraal register van Strafdossiers". Art. 18.In titel VIquater, ingevoegd bij artikel 17, wordt artikel 569, opgeheven bij de wet van 10 juli 1967, hersteld als volgt: "Art. 569.§ 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een "Centraal register van Strafdossiers" opgericht, hierna "Centraal register" genoemd. Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doelen: 1° het gecentraliseerd opnemen en bewaren in gedematerialiseerde vorm van de strafdossiers teneinde de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de rechterlijke orde te vergemakkelijken;2° te fungeren als authentieke bron, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten1 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator, van de strafdossiers die er geheel in zijn opgenomen, en van de strafdossiers die er gedeeltelijk in zijn opgenomen, voor dat gedeelte;3° de raadpleging via elektronische weg van de in het Centraal register opgenomen gegevens toe te laten door de personen en actoren die deze met toepassing van paragraaf 5, eerste lid, mogen raadplegen;4° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het verbeteren van de kwaliteit van die gegevens;5° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het optimaliseren van de organisatie van de rechterlijke orde, om een efficiënter beheer, een betere beleidsondersteuning, een betere impactanalyse van wetswijzigingen en een betere toewijzing van de menselijke en logistieke middelen binnen de rechterlijke orde mogelijk te maken;6° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor de ontwikkeling van informaticasystemen voor de ondersteuning van de leden van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde elektronische lijst, bij de uitoefening van hun wettelijke opdrachten;7° de verwerking van een geheel van of van individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor historische of wetenschappelijke doeleinden;8° de verwerking van gespecifieerde individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor journalistieke doeleinden;9° de verwerking voor statistische doeleinden, binnen de grenzen gesteld door titel 4 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, van de in het Centraal register opgenomen gegevens. § 2. In het Centraal register worden de volgende gegevens opgenomen: 1° het overeenkomstig de wet in gedematerialiseerde vorm opgemaakte strafdossier;2° het overeenkomstig de wet gedematerialiseerde strafdossier;3° de metagegevens noodzakelijk voor het bereiken van de doelen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, te weten:
  1. a)de gegevens van het openbaar ministerie, het strafgerecht, de dienst en de personen die het strafdossier beheren;
  2. b)de gegevens betreffende het strafdossier;
  3. c)de noodzakelijke identificatiegegevens van de in het strafdossier vermelde personen;
  4. d)het unieke identificatienummer van het strafdossier;
  5. e)de omschrijving van de feiten in tijd en ruimte.4° de gegevens noodzakelijk voor de veiligheid van het Centraal register. De Koning bepaalt, na advies van de in paragraaf 3 bedoelde beheerder, de exacte gegevens bedoeld in het eerste lid, 3°, die worden opgenomen in het Centraal register. De Koning bepaalt de technische voorwaarden waaraan het strafdossier moet voldoen met het oog op zijn opname in het Centraal register. § 3. Het Centraal register wordt beheerd door de beheerder bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten8 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie. De beheerder staat in voor de inrichting en het beheer van het Centraal register. Hij heeft in het bijzonder als opdracht: 1° het bewaken van het respecteren van de doelen van het Centraal register en van de maximale afwezigheid van ongemachtigd downloaden van gegevens;2° het toezien op de werking van het Centraal register, met inbegrip van het toezicht op het toegangsbeleid en het uitoefenen van de controle hierop;3° het schriftelijk en onder voorwaarden machtigen van de derden en de publieke overheden bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 8° en 9°, voor de verwerkingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6° of 9° ;4° het toezien op de technische infrastructuur van het Centraal register;5° het regelmatig verslag uitbrengen over de werking van het Centraal register en over de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 4°. Het verslag bedoeld in het tweede lid, 5°, wordt jaarlijks neergelegd bij de minister van Justitie en bij de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 5°, e). § 4. De verwerkingsverantwoordelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 42, derde lid, van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten8 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie. § 5. Hebben toegang tot het Centraal register: 1° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de assessoren bij de strafuitvoeringsrechtbank alsmede de griffies, het openbaar ministerie, de parketsecretariaten en de probatiecommissie voor het neerleggen, aanvullen en verbeteren van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens;2° in het kader van de uitvoering van hun opdrachten bedoeld in artikel 15 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, de leden van de politiediensten voor wie het noodzakelijk is om de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde relevante gegevens neer te leggen en te raadplegen:
  6. a)om de controle en/of de opvolging te verzekeren bedoeld in artikel 44/7, eerste lid, 5°, van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt waar het gaat om maatregelen genomen door een overheid van gerechtelijke politie en in de artikelen 19 tot 20 van de wet op het politieambt;
  7. b)om de opvolging te verzekeren van de via een kantschrift gevraagde onderzoekshandelingen door de magistraten in een strafdossier;3° in het raam van de uitvoering van hun taken bedoeld in artikel 7 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de leden van de Veiligheid van de Staat die de relevante gegevens bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, namelijk de inhoud van de processen-verbaal, moeten kunnen raadplegen, na een machtiging verleend door de bevoegde magistraat;4° ten uitzonderlijke titel, wanneer de vereisten van hun opdracht deze toegang onontbeerlijk maken, en voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 4°, de door de beheerder aangestelde personen belast met het technisch en operationeel beheer van het Centraal register, handelend binnen het kader van hun functie;5° voor het raadplegen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens:
  8. a)de magistraten van de zetel van alle strafgerechten, de assessoren bij de strafuitvoeringsrechtbank en de griffies;
  9. b)het openbaar ministerie en de parketsecretariaten;
  10. c)de probatiecommissie en haar secretariaat.Zij wijzen binnen hun diensten de personen met een leesrecht aan. Dit leesrecht wordt individueel toegekend en is toereikend, ter zake dienend en niet overmatig voor het uitvoeren van specifieke taken in het kader van hun wettelijke of reglementaire opdrachten;
  11. d)de Entiteit Cassatie, het College van de hoven en rechtbanken, het College van het openbaar ministerie.Zij wijzen binnen hun diensten de personen met een leesrecht aan. Dit leesrecht wordt individueel toegekend en is toereikend, ter zake dienend en niet overmatig voor het uitvoeren van specifieke taken in het kader van hun wettelijke of reglementaire opdrachten;
  12. e)de functionaris voor gegevensbescherming aangesteld door de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, binnen de grenzen van zijn wettelijke opdrachten;
  13. f)de diensten van slachtofferonthaal na een machtiging verleend door de bevoegde magistraat;6° voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 5° :
  14. a)de gerechtelijke overheden belast met het beheer en de organisatie van de hoven en rechtbanken;
  15. b)de diensten belast met statistische analyse bij de in de beheerder vertegenwoordigde entiteiten;7° voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde derden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden;8° voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 9°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde publieke overheden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden;9° voor de raadpleging via elektronische weg van een in het Centraal register opgenomen strafdossier, de partijen in dat strafdossier en, in voorkomend geval, hun advocaat of vertegenwoordiger in rechte, evenals derden, waarbij het inzagerecht uitsluitend wordt uitgeoefend binnen de grenzen en conform de nadere regels van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering, de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten. Onverminderd de bepalingen onder 1° en 4° kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, andere overheden, organen of diensten aanwijzen voor het neerleggen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens. De verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor andere doelen dan diegene bedoeld in paragraaf 1 is verboden. De overtreding van dit verbod wordt bestraft met de straf bedoeld in artikel 222 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere regels en procedures betreffende de toegang tot het Centraal register. Hij die in welke hoedanigheid dan ook deelneemt aan het verzamelen of aan de registratie van gegevens in het Centraal register of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens en daardoor kennis heeft van die gegevens, moet het desgevallend vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Bij een inbreuk zijn de straffen van artikel 458 van het Strafwetboek op hem van toepassing. Wanneer de beheerder vaststelt dat ongerechtvaardigd gebruik wordt gemaakt van de toegang tot het Centraal register, brengt hij dit ter kennis van de overheid die krachtens de wet bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen ten aanzien van de betrokken gebruiker. § 6. De termijnen voor de bewaring worden gelijkgesteld met de termijnen van de verjaring van de strafvordering zoals voorzien in artikel 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering. In elk geval dient het dossier bewaard te worden tot het einde van de strafuitvoering en mag de bewaartermijn niet korter zijn dan deze voorzien in de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9. Het tweede lid is eveneens van toepassing voor de misdrijven bedoeld in artikel 21bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering. Voor de dossiers waarin het voor die misdrijven niet tot een veroordeling is gekomen, gelden de bewaartermijnen voorzien in de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9. § 7. De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere technische en materiële regels voor de inrichting en werking van het Centraal register, die echter geen invloed kunnen hebben op de inhoud of de begrijpelijkheid van de in het Centraal register opgenomen strafdossiers.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Art. 19.In artikel 5bis, § 2, derde lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten en vervangen bij de wet van 30 november 2011, worden de woorden "of via elektronische weg" ingevoegd tussen de woorden "aangetekende brief" en de woorden "aan het secretariaat". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 20.In artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 5 augustus 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt: "5° gerechtelijk elektronisch adres: het unieke elektronisch adres dat door de bevoegde overheid wordt toegekend aan een natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit op grond van een persoonlijke of professionele hoedanigheid;" Art. 21.Artikel 32bis, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en opgeheven bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten3, wordt hersteld als volgt: "Art. 32bis.De Koning duidt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het informaticasysteem aan dat geldt als gerechtelijk elektronisch adres als bedoeld in artikel 32, 5°. Dit informaticasysteem verzekert onder meer: 1° de oorsprong en integriteit van de inhoud van het bericht;2° de vertrouwelijkheid van de inhoud van het bericht. De aanbieder en beheerder van het in het eerste lid bedoelde informaticasysteem maken ook gebruik van veilige informaticatechnieken die: 1° het mogelijk maken de gebruiker en de bestemmeling ondubbelzinnig te identificeren en te authenticeren en het tijdstip van de verzending en ontvangst ondubbelzinnig vast te stellen;2° een bewijs van verzending, ontvangst en opening van de zending registreren in het systeem en ter beschikking stellen;3° de identiteit van de gebruiker en de bestemmeling, het tijdstip van de verzending, de ontvangst en de opening, de kennisgeving en het uniek nummer toegekend aan het bericht registreren;4° systeemfouten vaststellen en de tijdstippen registreren waarop systeemfouten verhinderen dat er wordt verzonden, ontvangen of geopend en deze informatie beschikbaar maken voor de belanghebbenden. De ter beschikking gestelde informatie betreffende de tijdstippen waarop systeemfouten verhinderen dat er wordt verzonden, ontvangen of geopend, geldt als bewijs daarvan en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. De kennisgeving of mededeling aan het gerechtelijk elektronisch adres vindt slechts plaats op voorwaarde dat de geadresseerde binnen de 5 dagen volgend op de verzending ervan, naar gelang het geval, kennis heeft genomen van: 1° het op het gerechtelijk elektronisch adres ontvangen bericht tot kennisgeving of tot mededeling;2° de op het gerechtelijk elektronisch adres ontvangen kennisgeving of mededeling. De in het vierde lid bedoelde kennisname vindt plaats bij opening van het in het vierde lid, 1°, bedoelde bericht of de in het vierde lid, 2°, bedoelde kennisgeving of mededeling." Art. 22.Artikel 32ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 oktober 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten1 en vervangen bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten3, wordt vervangen als volgt: "Art. 32ter.Behalve indien de wet hiervoor uitdrukkelijk een welbepaald informaticasysteem aanwijst, kan elke neerlegging, kennisgeving of mededeling elektronisch gebeuren door middel van het informaticasysteem dat of op de wijze die door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad wordt aangewezen. Het informaticasysteem of, desgevallend, de wijze bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 32bis, eerste lid. De aanbieder en beheerder van het informaticasysteem of, desgevallend, de wijze bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 32bis, tweede lid. De ter beschikking gestelde informatie betreffende de tijdstippen waarop systeemfouten verhinderen dat er wordt verzonden, ontvangen of geopend, geldt als bewijs daarvan en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. Indien het informaticasysteem of de wijze bedoeld in het eerste lid een informaticasysteem of wijze van Justitie betreft, bepaalt de Koning de nadere regels ervan. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het gebruik van het in het eerste lid bedoelde informaticasysteem of de in het eerste lid bedoelde wijze opleggen aan de hoven of rechtbanken, het openbaar ministerie, de diensten die afhangen van de rechterlijke macht, met inbegrip van de griffies en parketsecretariaten, andere openbare diensten, de gerechtsdeurwaarders, de notarissen, de advocaten of aan de door een gerecht aangestelde gerechtsdeskundigen." Art. 23.In artikel 46 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 mei 1985 en gewijzigd bij de wetten van 6 april 2010, 15 mei 2012 en 25 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt: "In de gevallen waarin de wet de kennisgeving per gerechtsbrief voorschrijft, verricht de griffier of, in voorkomend geval, het openbaar ministerie deze aan het gerechtelijk elektronisch adres van de geadresseerde."; 2° het tweede lid van dezelfde paragraaf wordt vervangen als volgt: "In afwijking van het eerste lid wordt de gerechtsbrief in gedrukte vorm door de postdiensten ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33 tot 35 en 39, indien: 1° de geadresseerde niet beschikt over een gerechtelijk elektronisch adres;2° de kennisgeving overeenkomstig het eerste lid onmogelijk is, met name om technische redenen of indien de geadresseerde gebruik heeft gemaakt van een hem bij wet geboden mogelijkheid om niet in te stemmen met de uitwisseling van berichten via het gerechtelijk elektronisch adres;3° de kennisgeving niet kan plaatsvinden in de zin van artikel 32bis, vijfde lid. De persoon aan wie de brief ter hand wordt gesteld, tekent en dateert het ontvangstbewijs dat door de postdiensten aan de afzender wordt teruggezonden. Het ontvangstbewijs in gedrukte vorm kan vervangen worden door een ontvangstbewijs in elektronische vorm. Weigert de persoon te tekenen of te dateren, dan maken de postdiensten van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs of door middel van een elektronische toepassing in geval van een elektronisch ontvangstbewijs"; 3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "van de gerechtsbrief bedoeld in paragraaf 1, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden "het ontvangstbewijs" en de woorden "moeten voorkomen";4° het tweede lid van dezelfde paragraaf wordt vervangen als volgt: "Onverminderd de wijzen van overbrenging bij de internationale overeenkomsten bepaald, wordt, indien de plaats van bestemming in het buitenland ligt, de gerechtsbrief vervangen door een aangetekende zending indien: 1° de geadresseerde niet beschikt over een gerechtelijk elektronisch adres;2° de kennisgeving overeenkomstig het eerste lid onmogelijk is, met name om technische redenen of indien de geadresseerde gebruik heeft gemaakt van een hem bij wet geboden mogelijkheid om niet in te stemmen met de uitwisseling van berichten via het gerechtelijk elektronisch adres; 3° de kennisgeving niet kan plaatsvinden in de zin van artikel 32bis, vijfde lid." Art. 24.Artikel 53bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten9 en gewijzigd bij de wet van 13 augustus 2011, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende: " § 2. Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een elektronische kennisgeving aan het gerechtelijk elektronisch adres die plaats vond in de zin van artikel 32bis, vijfde lid, berekend vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de geadresseerde het bericht tot kennisgeving of de kennisgeving, naargelang het geval, op zijn gerechtelijk elektronisch adres ontvangt." Art. 25.Artikel 259bis-2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt aangevuld met een lid, luidende: "De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure van de ledenmagistraten worden bewaard voor de duur van het mandaat." Art. 26.Artikel 529 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten9, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3. Het register bedoeld in paragraaf 2 wordt gelinkt aan het Centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders bedoeld in artikel 32quater/2. Deze link beoogt de automatische verificatie van de identiteit van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder tijdens de periode van plaatsvervanging." Art. 27.In artikel 720 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Het dossier vermeldt zichtbaar de datum van de inschrijving op de rol en het volgnummer van de zaak." Art. 28.In artikel 725ter, § 7, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten0, worden de woorden "overeenkomstig artikel 725quater, § 1" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten8 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie"." Art. 29.In boek II, titel 1, van hetzelfde Wetboek wordt hoofdstuk IVter, dat het artikel 725quater bevat, ingevoegd bij de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten0, opgeheven. Art. 30.Artikel 730, § 2, a), van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten0, wordt vervangen als volgt: " § 2.
  16. a)Vanaf 1 juni tot 30 september van elk kalenderjaar lijst de griffier de zaken op waarvoor sinds vierentwintig maanden geen zitting werd vastgesteld. De griffie brengt de bij die zaken betrokken partijen ter kennis dat, in afwezigheid van een aanvraag tot handhaving, hun zaak ambtshalve zal worden weggelaten van de algemene rol. Deze kennisgeving geschiedt op 30 september van dat kalenderjaar, of, indien 30 september op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, op de hierop volgende werkdag, door elektronische openbare bekendmaking overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels, en per aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de partijen die niet door een advocaat worden vertegenwoordigd of bijgestaan. Deze kennisgeving bevat de tekst van deze paragraaf en bepaalt dat, indien er elementen zijn opgedoken in het dossier tussen het tijdstip van de controle door de griffier en de kennisgeving, die kennisgeving als niet bestaande wordt beschouwd. De partijen beschikken over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving, om een aanvraag tot handhaving van de zaak op de algemene rol neer te leggen bij de griffie. Alle zaken waarvoor geen aanvraag tot handhaving is gedaan door ten minste één partij, worden ambtshalve weggelaten van de algemene rol. Een zaak die van de algemene rol werd weggelaten, kan terug ingeschreven worden op aanvraag van de meest gerede partij. Deze paragraaf is niet van toepassing op de in artikel 755 bedoelde schriftelijke behandeling." Art. 31.In artikel 792, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten9, worden de woorden "van artikel 53bis, 1° " vervangen door de woorden ", naargelang het geval, van artikel 53bis, § 1, 1° of § 2". Art. 32.In artikel 978, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "De minuut van het verslag" vervangen door de woorden "Het eindverslag". Art. 33.Tussen artikel 1094 en artikel 1094/1 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1094/0 ingevoegd, luidende: "Art. 1094/0.Indien het inleidend verzoekschrift, de memorie van toelichting of de memorie van antwoord, opgemaakt op gedematerialiseerde wijze en ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening, niet elektronisch kan worden betekend, geldt als ondertekend afschrift ervan een uitgeprint afschrift ervan dat voor eensluidend aan het origineel is verklaard door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder. Het gedematerialiseerd afschrift van het betekeningsexploot dat, in het geval bedoeld in het eerste lid, elektronisch aan de griffie wordt overgemaakt, wordt door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder voor eensluidend aan het origineel verklaard." Art. 34.In artikel 1675/22, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten3, en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, worden de woorden ", in voorkomend geval de betrokken notaris(sen) en gerechtsdeurwaarder," ingevoegd tussen de woorden "de griffiers" en de woorden "en de schuldbemiddelaars" en worden de woorden ", de derden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, alsook de wettelijke vertegenwoordiger of gerechtelijk mandataris, de derden bedoeld in artikel 1675/8, eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "de schuldeisers" en de woorden "en de beheerder". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 8 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/03/1999 pub. 19/03/1999 numac 1999009315 bron ministerie van justitie Wet tot instelling van een Adviesraad van de magistratuur sluiten tot instelling van een Adviesraad van de magistratuur Art. 35.In de wet van 8 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/03/1999 pub. 19/03/1999 numac 1999009315 bron ministerie van justitie Wet tot instelling van een Adviesraad van de magistratuur sluiten tot instelling van een Adviesraad van de magistratuur, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten9, wordt een artikel 8 ingevoegd, luidende: "Art. 8.De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure worden bewaard voor een termijn van een jaar." HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 36.Artikel 46, § 2, van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten3, wordt aangevuld met een zesde streepje, luidende: "- aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering." Art. 37.Artikel 58, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten3, wordt aangevuld met een zesde streepje, luidende: "- aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering." HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten5 betreffende het Europees aanhoudingsbevel Art. 38.In artikel 14, § 5, eerste lid, van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten5 betreffende het Europees aanhoudingsbevel worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg". Art. 39.In artikel 16, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg". Art. 40.In artikel 17, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg". HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten8 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie Art. 41.In artikel 42 van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten8 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "en de voorzitters van de Colleges" vervangen door de woorden ", de voorzitters van de Colleges, de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer voor het beheer van de interne gegevensbanken en informaticasystemen van justitie ter ondersteuning van de rechterlijke orde sprake is van een gemeenschappelijke verwerkingsverantwoordelijkheid, zal het gemeenschappelijk beheerscomité deze dragen en instaan voor de besluitvorming over het doel en de middelen van deze gegevensbanken en informaticasystemen. Het gemeenschappelijk beheerscomité zal daartoe voorzien in een huishoudelijk reglement." HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten9 betreffende de internering Art. 42.In artikel 13, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten9 betreffende de internering, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de woorden "per faxpost of bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg". Art. 43.Artikel 44, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende: "9° aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een vervroegde invrijheidstelling met het op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering." HOOFDSTUK 1 0. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek Art. 44.In artikel 8.25 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Het gewaarmerkt afschrift dat gemaakt werd overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de wet van 16 maart 1803Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 op het notarisambt of overeenkomstig artikel 126 van de nieuwe gemeentewet heeft dezelfde wettelijke bewijswaarde als het geschrift waarvan het, tot betichting van valsheid, verondersteld wordt een getrouwe en duurzame kopie te zijn. De overlegging van het origineel wordt niet vereist." HOOFDSTUK 11 (vroeger hoofdstuk 10). - Wijziging van de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9 houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank Art. 45.In artikel 19 van de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9 houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank, wordt paragraaf 1 aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende: "7° de Dienst Vreemdelingenzaken, met dien verstande dat het leesrecht beperkt is tot de mededeling van de relevante stappen en van het vonnis in de procedure tot toekenning van een voorlopige of vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering." HOOFDSTUK 1 2. - Wijziging van de wet van 16 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten7 tot oprichting van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde en betreffende de bekendmaking van de vonnissen, houdende tijdelijke versoepelingen betreffende de elektronische ondertekening door leden of entiteiten van de rechterlijke orde en tot wijziging van de assisenprocedure betreffende de wraking van de gezworenen Art. 46.In artikel 22, derde lid, van de wet van 16 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten7 tot oprichting van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde en betreffende de bekendmaking van de vonnissen, houdende tijdelijke versoepelingen betreffende de elektronische ondertekening door leden of entiteiten van de rechterlijke orde en tot wijziging van de assisenprocedure betreffende de wraking van de gezworenen, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2023, worden de woorden "31 maart 2024" vervangen door de woorden "1 september 2025". TITEL 3. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 16 maart 1803Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 op het notarisambt Art. 47.In artikel 97quater van de wet van 16 maart 1803Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 op het notarisambt, ingevoegd bij de wet van 22 november 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Zij is eveneens bevoegd voor het onderzoek van tuchtzaken en voor de procedures die betrekking hebben op de kandidaat-notarissen die in het Nederlandstalig taalgebied ingeschreven zijn op een tableau bedoeld in artikel 77 of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Nederlandse taalrol ingeschreven zijn en de erenotarissen met de laatste standplaats in het Nederlandstalig taalgebied of die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Nederlandse taalrol ingeschreven zijn."; 2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt: "Zij is eveneens bevoegd voor het onderzoek van tuchtzaken en voor de procedures die betrekking hebben op de kandidaat-notarissen die in het Franstalig taalgebied ingeschreven zijn op een tableau bedoeld in artikel 77 of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Franse taalrol ingeschreven zijn en de erenotarissen met de laatste standplaats in het Franstalig taalgebied of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Franse taalrol ingeschreven zijn.". Art. 48.In artikel 117 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "100 euro, inclusief btw" vervangen door de woorden "200 euro, exclusief btw";2° in paragraaf 3, wordt tussen het tweede en het derde lid, een lid ingevoegd, luidende: "Het bedrag bedoeld in het tweede lid wordt jaarlijks op 1 januari van rechtswege aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen aan de hand van de volgende formule: basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand september voorafgaand aan elke eerder bedoelde aanpassing. De eerste indexering vindt plaats op 1 januari 2025 en het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand januari 2023."; 3° in paragraaf 3, vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "tot en met 60.000 euro: 50 euro;" ingevoegd tussen de woorden "Dit bedrag wordt als volgt bepaald:" en "vanaf 60.000 euro tot en met 75.000 euro: 75 euro;"; 4° in paragraaf 4, wordt het vierde lid aangevuld met de woorden ", verminderd met de bijdragen bepaald in paragraaf 5". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek Art. 49.In artikel 58 van het oud Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 13 september 2023, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: " § 2/1. Indien de moeder voor 31 maart 2019 bevallen is na een zwangerschapsduur van honderdtachtig dagen te rekenen van de verwekking, kunnen de ouders, bij een gemeenschappelijke verklaring of bij verklaring van de langstlevende ouder, in geval van vooroverlijden van de andere ouder, bij de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand, vragen om de voornamen en/of de naam van hun kind te vermelden in de akte van een levenloos kind overeenkomstig artikel 59, eerste lid, 5° en 6°. De ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt de akte van een levenloos kind ten gevolge van deze verklaring. Indien de moeder voor 31 maart 2019 bevallen is na een zwangerschapsduur van honderdveertig dagen tot honderdnegenenzeventig dagen te rekenen van de verwekking, kunnen de ouders bij een gemeenschappelijke verklaring of bij verklaring van de langstlevende ouder, in geval van vooroverlijden van de andere ouder, aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand vragen een akte van een levenloos kind op te maken overeenkomstig paragraaf 2." Art. 50.In artikel 318, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "in het kader van een gedeeld ouderschapsproject tussen de echtgenoten," worden ingevoegd tussen de woorden "tot doel had," en de woorden "tenzij de verwekking". 2° het enig lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De familierechtbank gaat in elk geval na of er al dan niet sprake was van dergelijk gedeeld ouderschapsproject." Art. 51.In artikel 325/3, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "in het kader van een gedeeld ouderschapsproject tussen de echtgenoten," worden ingevoegd tussen de woorden "tot doel had," en de woorden "tenzij de verwekking"; 2° het enig lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De familierechtbank gaat in elk geval na of er al dan niet sprake was van dergelijk gedeeld ouderschapsproject." Art. 52.In artikel 351 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013 en 18 juni 2018, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidend: "In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de herziening enkel door de geadopteerde gevorderd worden wanneer deze laatste meerderjarig is." HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 53.In boek I, hoofdstuk IIIbis, van het Wetboek van strafvordering, wordt een artikel 21ter ingevoegd, luidend: "Art. 21ter.Artikel 21bis, §§ 2, eerste en derde lid, tot 8, is van toepassing op het verzoek tot het verlenen van inzage van zijn in het dossier verwerkte persoonsgegevens of op de vraag tot het verkrijgen van een afschrift van deze gegevens vanwege een rechtstreeks belanghebbende op grond van het recht op toegang vermeld in artikel 37, § 1, 5°, van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Op alle andere verzoeken tot het verlenen van inzage van zijn in het dossier verwerkte persoonsgegevens of vraag tot het verkrijgen van een afschrift van deze gegevens, gegrond op dit recht op toegang, uitgaande van een persoon die niet de hoedanigheid van rechtstreeks belanghebbende heeft, is artikel 21bis, §§ 2, eerste en derde lid, tot 8, eveneens van toepassing, zelfs tijdens het gerechtelijk onderzoek. De verzoeker vermeldt op straffe van niet ontvankelijkheid in zijn verzoekschrift dat hij zijn in het eerste en tweede lid bedoelde recht wil uitoefenen en doet keuze van woonplaats in België, indien hij er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft. De procureur des Konings kan de inzage of het nemen van een afschrift van in het dossier verwerkte persoonsgegevens verbieden of beperken op grond van een van de redenen voorzien onder artikel 21bis, § 5, of indien dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is om: - belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen; - de nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen; - de openbare veiligheid te beschermen; - de nationale veiligheid te beschermen; of - de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. In dat geval stelt de procureur des Konings de verzoeker in kennis van de redenen van de weigering of beperking van de toegang. De procureur des Konings kan deze informatie achterwege laten indien deze mededeling een van de in het vierde lid vermelde doeleinden zou ondermijnen. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.". Art. 54.In boek I, hoofdstuk IIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 21quater ingevoegd, luidend: "Art. 21quater.§ 1. De benadeelde persoon die een verklaring aflegde overeenkomstig artikel 5bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering en de verdachte kunnen de procureur des Konings verzoeken een bijkomende opsporingshandeling te verrichten in een dossier dat betrekking heeft op een misdaad of een wanbedrijf. Voor de wanbedrijven die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren, bestaat deze mogelijkheid alleen voor de in artikel 138, 6° bis en 6° ter, bedoelde wanbedrijven en voor de misdrijven waarvoor bij toepassing van artikel 68 van de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer, de verjaringstermijn drie jaar bedraagt. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoekschrift met redenen omkleed en houdt het de keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft. Het verzoekschrift wordt toegezonden aan of neergelegd op het secretariaat van het parket, dat het opneemt in een daartoe bestemd register. § 3. De procureur des Konings neemt een beslissing binnen een termijn van vier maanden na de opname van het verzoekschrift in het register. Indien het verzoek betrekking heeft op een dossier waarin de procureur des Konings bij toepassing van artikel 28septies de onderzoeksrechter heeft gevorderd een onderzoekhandeling te stellen waarvoor alleen deze bevoegd is, wordt bovenvermelde termijn herleid tot maximum één maand vanaf de eerste machtiging verleend door de onderzoeksrechter. § 4. De met redenen omklede beslissing wordt per aangetekende zending, per faxpost of langs elektronische weg ter kennis gebracht van de verzoeker en, in voorkomend geval, van zijn advocaat, binnen acht dagen na de beslissing. § 5. De procureur des Konings kan dit verzoek afwijzen indien hij de maatregel niet noodzakelijk acht om de waarheid aan de dag te brengen of indien hij de maatregel op dat ogenblik nadelig acht voor het opsporingsonderzoek. § 6. Tegen de beslissing van de procureur des Konings kan bij de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep worden ingesteld door een verklaring gedaan op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker, en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procureur des Konings zendt de stukken over aan de procureur-generaal die ze ter griffie neerlegt. Indien het opsporingsonderzoek wordt gevoerd door de federale procureur, wordt de zaak aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van de verklaring. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat. De griffier stelt de verzoeker en, in voorkomend geval zijn advocaat, per faxpost, bij een gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De procureur-generaal, de verzoeker en zijn advocaat worden gehoord. § 7. Indien het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen de termijn vermeld in paragraaf 3, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen na het verstrijken van die termijn is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt opgenomen in een daartoe bestemd register. Indien het opsporingsonderzoek wordt gevoerd door de federale procureur, wordt de zaak aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel. De procedure verloopt overeenkomstig paragraaf 6, tweede tot zesde lid. § 8. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.". Art. 55.In boek I, hoofdstuk IIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 21quinquies ingevoegd, luidende: "Art. 21quinquies.§ 1. De benadeelde persoon die een verklaring aflegde overeenkomstig artikel 5bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering en de verdachte kunnen de procureur des Konings verzoeken de hen betreffende persoonsgegevens te verbeteren en eventueel aan te vullen, te verwijderen, of het gebruik ervan te verbieden of te beperken overeenkomstig de artikelen 39, § 1, en 210 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De verzoeker vermeldt op straffe van niet-ontvankelijkheid in zijn verzoekschrift dat hij zijn in het eerste lid bedoelde rechten wil uitoefenen. Op straffe van niet-ontvankelijkheid duidt het verzoekschrift precies de stukken en de daarin vervatte persoonsgegevens aan die het voorwerp uitmaken van het verzoek. Artikel 21quater, §§ 2, 3 en 4, is van toepassing. De procureur des Konings kan dit verzoek afwijzen om de redenen bepaald in artikel 21quater, § 5, of indien het een noodzakelijke en evenredige maatregel is op basis van een van de volgende gronden: - om de belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen; - om nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen; - de openbare veiligheid te beschermen; - de nationale veiligheid te beschermen; - de rechten en vrijheden van anderen te beschermen; - het verzoek is ongegrond. In dat geval stelt de procureur des Konings de verzoeker in kennis van de redenen van de weigering. De procureur des Konings kan deze informatie achterwege laten indien deze mededeling een van de in het vierde lid vermelde doeleinden zou ondermijnen. Tegen de beslissing van de procureur des Konings kan bij de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep worden ingesteld door een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker, en ingeschreven in een daartoe bestemd register. Indien het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen de termijn bepaald in artikel 21quater, § 3, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen na het verstrijken van die termijn is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt opgenomen in een daartoe bestemd register. De procureur des Konings zendt de door de verzoeker aangeduide stukken over aan de procureur-generaal die deze stukken ter griffie neerlegt. Indien het opsporingsonderzoek wordt gevoerd door de federale procureur, wordt de zaak aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak zonder debat. De griffier stelt de verzoeker en, in voorkomend geval zijn advocaat, per faxpost, bij een gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De kamer van inbeschuldigingstelling kan, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de verzoeker en zijn advocaat, de opmerkingen van de procureur-generaal horen. Zij kan, in aanwezigheid van de procureur-generaal, de verzoeker of zijn advocaat horen. De procureur-generaal kan zijn schriftelijke vorderingen richten aan de kamer van inbeschuldigingstelling. Ingeval het verzoek het verwijderen, het verbod of de beperking van het gebruik van persoonsgegevens tot voorwerp heeft en de kamer van inbeschuldigingstelling binnen de haar aldus verleende rechtsmacht een onregelmatigheid, een verzuim of een nietigheid als bedoeld in artikel 131, § 1, vaststelt, kan ze beslissen om de persoonsgegevens uit het dossier te verwijderen en de stukken neer te leggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, in voorkomend geval mits voeging van stukken die gezuiverd werden van deze persoonsgegevens aan het dossier. Ingeval de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat er geen in deze paragraaf voorziene afwijzingsgronden voorhanden zijn en onverminderd de toepassing van het twaalfde lid kan ze beslissen ook andere partijen in de procedure op dezelfde wijze te horen en kan ze beslissen in welke mate de ter griffie neergelegde stukken nog in de strafprocedure ten laste mogen worden aangewend door een in de strafprocedure betrokken partij. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak. binnen vijftien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat, of in voorkomend geval van andere partijen en hun advocaat indien de kamer van inbeschuldigingstelling beslist ze te horen. Indien de procureur des Konings vaststelt dat aanleiding kan bestaan om op het verzoek tot het verwijderen, het verbod of de beperking van het gebruik van persoonsgegevens in te gaan maakt hij het dossier over aan de procureur-generaal. De verzoeker, en in voorkomend geval zijn advocaat, worden daarvan in kennis gesteld op de wijze bepaald in artikel 21quater, § 4. Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld. De procedure verloopt overeenkomstig deze paragraaf. De procureur des Konings kan bewarende maatregelen nemen teneinde het gebruik en de raadpleging van deze persoonsgegevens te beperken. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp. § 2. Op alle andere verzoeken tot het verbeteren, het aanvullen, het verwijderen, het verbod of de beperking van het gebruik van de hen betreffende onjuiste persoonsgegevens uitgaande van personen die niet de in de paragraaf 1 of artikel 61quinquies, § 1, vereiste hoedanigheid bezitten, is, behoudens andersluidende bepalingen, paragraaf 1 eveneens van toepassing. De procureur des Konings oordeelt over deze verzoeken, ook tijdens het gerechtelijk onderzoek, nadat de strafvordering is ingesteld en tijdens de fase van uitvoering van een strafrechtelijk vonnis. Het verzoek is niet ontvankelijk indien een verzoek met hetzelfde voorwerp werd gericht aan de feitenrechter, de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. § 3. Personen die zelf als partij betrokken zijn bij de procedure ten gronde, voor de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, leggen hun verzoeken met betrekking tot de verwerking van hun persoonsgegevens aan deze rechter of rechtbank voor in het raam van de behandeling van de zaak. Zij dienen dit te doen bij een op de terechtzitting genomen conclusie tijdens de inleidende zitting en voor enige exceptie of enig verweer. Het verzoek is niet ontvankelijk hangende een procedure betreffende een verzoek met hetzelfde voorwerp gericht aan de procureur des Konings. Er bestaat geen afzonderlijk rechtsmiddel tegen een beslissing van een rechter bedoeld in deze paragraaf". Art. 56.In artikel 29, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Het overleg kan ook plaatsvinden op initiatief van de procureur des Konings."; 2° in het derde lid worden de woorden "omschreven in tijd en ruimte" opgeheven. Art. 57.In boek I, hoofdstuk VI, afdeling II, onderafdeling II, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 61ter/1 ingevoegd, luidende: "Art. 61ter/1. Artikel 61ter, §§ 2, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin, tot 6, is van toepassing op het verzoek van de rechtstreeks belanghebbenden om inzage te krijgen van zijn in het dossier verwerkte persoonsgegevens of op het verzoek er een afschrift van te verkrijgen op grond van het recht op toegang vermeld in artikel 37, § 1, 5°, van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De verzoeker vermeldt op straffe van niet-ontvankelijkheid in zijn verzoekschrift dat hij zijn in het eerste alinea bedoelde recht wil uitoefenen en doet keuze van woonplaats in België, indien hij er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft. De onderzoeksrechter kan de inzage of het nemen van een afschrift van in het dossier verwerkte persoonsgegevens verbieden of beperken op grond van een van de redenen voorzien in artikel 61ter, § 3, of indien het een noodzakelijke en evenredige maatregel is om: - de belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen; - de nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen; - de openbare veiligheid te beschermen; - de nationale veiligheid te beschermen; of - de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. In dat geval stelt de onderzoeksrechter de verzoeker in kennis van de redenen van de weigering of beperking van de toegang. De onderzoeksrechter kan deze informatie achterwege laten indien deze mededeling een van de in het derde lid vermelde doeleinden zou ondermijnen. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.". Art. 58.In boek I, hoofdstuk V, onderafdeling II, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 61quinquies/1 ingevoegd, luidende: "Art. 61quinquies/1. De inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij kunnen de onderzoeksrechter verzoeken de hen betreffende persoonsgegevens te verbeteren en eventueel aan te vullen, te verwijderen, of het gebruik ervan te verbieden of te beperken overeenkomstig de artikelen 39, § 1, en 210 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten7 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens De verzoeker vermeldt op straffe van niet-ontvankelijkheid in zijn verzoekschrift dat hij zijn in het eerste lid bedoelde rechten wil uitoefenen. Op straffe van niet-ontvankelijkheid duidt het verzoekschrift precies de stukken en de daarin vervatte persoonsgegevens aan die het voorwerp uitmaken van het verzoek. Artikel 61quinquies, § 2, is van toepassing. De onderzoeksrechter kan dit verzoek afwijzen om de redenen bepaald in artikel 61quinquies, § 3, omdat het verzoek ongegrond is of indien het een noodzakelijke en evenredige maatregel is op basis van een van de volgende gronden: - om de belemmering van strafrechtelijke of andere gereglementeerde onderzoeken, opsporingen of procedures te voorkomen; - om de nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen; - om de openbare veiligheid te beschermen; - om de nationale veiligheid te beschermen; - om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. In dat geval stelt de onderzoeksrechter de verzoeker in kennis van de redenen van de weigering. De onderzoeksrechter kan deze informatie achterwege laten indien deze mededeling een van de in het vorig lid vermelde doeleinden zou ondermijnen. Tegen de beslissing van de onderzoeksrechter kan door de verzoeker bij de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep worden ingesteld door een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker, en ingeschreven in een daartoe bestemd register. Indien de onderzoeksrechter geen beslissing heeft genomen binnen de termijn bepaald in artikel 61quinquies, § 2, tweede lid, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen na het verstrijken van die termijn is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt opgenomen in een daartoe bestemd register. De onderzoeksrechter zendt de door de verzoeker aangeduide stukken aan de procureur des Konings. De procureur des Konings maakt ze over aan de procureur-generaal die ze ter griffie neerlegt. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak zonder debat. De griffier stelt de verzoeker en, in voorkomend geval zijn advocaat, per faxpost, bij een gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De kamer van inbeschuldigingstelling kan, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de verzoeker en zijn advocaat, de opmerkingen van de procureur-generaal horen. Zij kan, in aanwezigheid van de procureur-generaal, de verzoeker of zijn advocaat horen. De procureur-generaal kan zijn schriftelijke vorderingen richten aan de kamer van inbeschuldigingstelling. Ingeval het verzoek het verwijderen, het verbod of de beperking van het gebruik van persoonsgegevens tot voorwerp heeft en de kamer van inbeschuldigingstelling binnen de haar aldus verleende rechtsmacht een onregelmatigheid, een verzuim of een nietigheid als bedoeld in artikel 131, § 1, vaststelt, kan ze beslissen om de persoonsgegevens uit het dossier te verwijderen en de stukken neer te leggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg in voorkomend geval mits voeging van stukken die gezuiverd werden van deze persoonsgegevens aan het dossier. Ingeval de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat er geen in deze paragraaf voorziene afwijzingsgronden voorhanden zijn en onverminderd de toepassing van het twaalfde lid, kan ze beslissen ook andere partijen in de procedure op dezelfde wijze te horen en kan ze beslissen in welke mate de ter griffie neergelegde stukken nog in de strafprocedure ten laste mogen worden aangewend door een in de strafprocedure betrokken partij. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat, of in voorkomend geval van andere partijen en hun advocaat indien de kamer van inbeschuldigingstelling beslist ze te horen. Indien de onderzoeksrechter vaststelt dat aanleiding kan bestaan om op het verzoek tot het verwijderen, het verbod of de beperking van het gebruik van persoonsgegevens in te gaan maakt hij het dossier over aan de procureur des Konings die het verder overmaakt aan de procureur-generaal. De verzoeker, en in voorkomend geval zijn advocaat, worden daarvan in kennis gesteld op de wijze bepaald in artikel 61quinquies, § 2. Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld. De procedure verloopt overeenkomstig deze paragraaf. De onderzoeksrechter kan bewarende maatregelen nemen teneinde het gebruik en de raadpleging van deze persoonsgegevens te beperken. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.". Art. 59.In artikel 90ter, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2023, wordt een bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende: "1° /1 de hoofdstukken II en III van titel I, boek II van het Strafwetboek;". Art. 60.In het eerste boek van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd, luidende "Algemene bepalingen inzake de persoonsgegevensbescherming in het kader van de strafprocedure en inzake mededelingen aan de pers". Art. 61.In hoofdstuk VIbis, ingevoegd bij artikel 60, wordt een artikel 90terdecies ingevoegd, luidende: "Art. 90terdecies.De uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 21ter, 21quinquies, 61ter/1, 61quinquies/1, en de daarmee gepaard gaande procedure kunnen de eigenlijke procedure niet schorsen en niet vertragen.". Art. 62.In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 90quaterdecies ingevoegd, luidende: "Art. 90quaterdecies.De verzoeken bedoeld in de artikelen 21quinquies en 61quinquies/1 schorsen de regeling van de rechtspleging niet en kunnen geen reden zijn om vast te stellen dat de zaak niet in staat van wijzen is. Zolang er betreffende de regeling van de rechtspleging geen in kracht van gewijsde getreden eindbeslissing van het onderzoeksgerecht is, is de onderzoeksrechter bevoegd om kennis te nemen van en uitspraak te doen over de verzoeken bedoeld in artikel 61quinquies/1.". Art. 63.In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 90quindecies ingevoegd, luidende: "Art. 90quindecies.De uitoefening van de rechten inzake gegevensbescherming en de procedures bedoeld in de artikelen 21ter, 21quinquies, 61ter/1 en 61quinquies/1, zijn uitgesloten wat betreft de gegevens opgenomen in een vertrouwelijk dossier in het kader van de bijzondere opsporingsmethoden van observatie, infiltratie en burgerinfiltratie, de informantenwerking, de maatregel bedoeld in artikel 46sexies indien daarbij een vertrouwelijk dossier werd aangelegd, de gegevens die door volledige of gedeeltelijke anonimiteit worden beschermd, de gegevens beschermd door gewone of bijzondere beschermingsmaatregelen, de afgeschermde identiteitsgegevens van de leden van de politiediensten behorend tot de speciale eenheden of die onderzoek doen naar of interveniëren bij bijzonder zware misdrijven." Art. 64.In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 90sedecies ingevoegd, luidende: "Art. 90sedecies.De procureur des Konings kan in andere situaties dan bedoeld in de artikelen 28quinquies en 57 indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens betreffende feiten die strafbaar zijn met criminele of correctionele straffen verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld zolang niet definitief rechterlijk de schuld of onschuld is vastgesteld, de rechten van verdediging van de beklaagde of de beschuldigde, het slachtoffer en derden, het privéleven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven. De procureur des Konings kan in het raam van het openbaar belang en de voorkoming van strafbare feiten met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid duiding geven over ernstige criminele en correctionele zaken die werden afgesloten met een in kracht van gewijsde veroordeling". Art. 65.In artikel 527bis, derde lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, worden de woorden "in de artikelen 420 tot 420ter" vervangen door de woorden "in artikel 432". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 66.In boek 2, titel I, hoofdstuk 2, van het Strafwetboek, wordt een artikel 112/1 ingevoegd, luidende: "Art. 112/1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet onder het begrip "staatsgeheim" worden begrepen voorwerpen, plannen, documenten of inlichtingen die geheim moeten worden gehouden aangezien hun bekendmaking van aard is dat het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het grondgebied, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land, de veiligheid van Belgen in het buitenland of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten." Art. 67.In artikel 118 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wetten van 10 december 1937 en 23 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "Met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar wordt gestraft, hij die geheel of ten dele, in origineel of reproductie, wetens een staatsgeheim reproduceert, bekendmaakt of overdraagt aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep of een persoon die in het belang van een vreemde Staat of dergelijke buitenlandse gewapende groep handelt, alsook het wetens onderhoudt van contacten met het oog op het plegen van dergelijke reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim."; 2° in het tweede lid worden de woorden "de regering" vervangen door de woorden "`een Belgische regering of een lid daarvan". Art. 68.Artikel 119 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt: "Art. 119.Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro wordt gestraft hij die met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een internationale overeenkomst is verbonden, een staatsgeheim, geheel of ten dele, in origineel of in reproductie, overlevert of meedeelt aan een persoon die onbevoegd is om die in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen. Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder toelating van de bevoegde overheid, een staatsgeheim reproduceert, openbaar maakt of bekend maakt met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een internationale overeenkomst is verbonden." Art. 69.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 119/1 ingevoegd, luidende: "Art. 119/1.Met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro wordt gestraft hij die wetens een staatsgeheim dat geheim moeten worden gehouden in het belang van de verdediging van het grondgebied of van de uitwendige veiligheid van de Staat, geheel of ten dele, in origineel of in reproductie, overlevert of meedeelt aan een persoon die onbevoegd is om die in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen. Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, wetens, zonder toelating van de bevoegde overheid, een staatsgeheim dat geheim moet worden gehouden in het belang van de verdediging van het grondgebied of van de uitwendige veiligheid van de Staat, reproduceert, openbaar maakt of bekend maakt." Art. 70.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 119/2 ingevoegd, luidende: "Art. 119/2.Indien de reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat wordt gepleegd met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een regionale regeling is verbonden, wordt dit misdrijf bestraft met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar." Art. 71.Artikel 120 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt: "Art. 120.Hij die willens een staatsgeheim, geheel of ten dele, in origineel of reproductie aanschaft of ontvangt zonder bevoegd te zijn dit in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar en een geldboete van drieduizend tot vijfduizend euro." Art. 72.In artikel 120quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934, worden de woorden "de artikelen 116, 119, 120 tot 120ter" vervangen door de woorden "de artikelen 116, 118, 119, 119/1, 119/2, 120 tot 120ter". Art. 73.Artikel 120quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt: "Art. 120quinquies.Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro hij die, door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en in strijd met de geldende regelgeving, een staatsgeheim hetzij verplaatst of in zijn bezit houdt, hetzij geheel of ten dele laat vernietigen, ontvreemden of wegnemen, zelfs tijdelijk, of er geheel of ten dele kennis, afschrift of reproductie van laat nemen." Art. 74.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 120quinquies/1 ingevoegd, luidende: "Art. 120quinquies/1. Hij die met bedrieglijk opzet foute informatie verstrekt of vervalste of gewijzigde documenten overhandigt aan een Belgische overheid, dan wel correcte informatie verbergt, die van aard is het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het grondgebied, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land, de veiligheid van Belgen in het buitenland of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en een geldboete van drieduizend tot vijfduizend euro." Art. 75.Artikel 120septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt: "Art. 120septies.Hij die wetens een onderdak, schuilplaats of vergaderruimte verschaft aan personen die de in de artikelen 120 of 120bis bedoelde strafbare feiten hebben gepleegd of hebben gepoogd dit te doen, hulp biedt aan deze personen bij hun communicatie of zaken verbergt die gediend hebben of moesten dienen voor het plegen van die misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikelen 66 en 67." Art. 76.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 120octies/1 ingevoegd, luidende: "Art. 120octies/1. De persoon die vóór dat enig staatsgeheim wordt overgedragen aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep of aan een derde met het oog op de latere verdere overdracht aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, zijn contacten met het oog op het plegen van dergelijke overdracht aan de overheid ter kennis brengt, wordt niet gestraft. Indien de persoon de essentiële elementen van de door hem gepleegde overdracht van staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, dan wel aan een derde met het oog op de latere verdere overdracht aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, ter kennis brengt van de overheid wordt de straf vervangen overeenkomstig artikel 80." Art. 77.Artikel 135bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1939 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000 wordt vervangen als volgt: "Hij die een democratisch beslissingsproces beïnvloedt of tracht te beïnvloeden, met het oogmerk om de democratische en grondwettelijke orde, de soevereiniteit of onafhankelijkheid van het Rijk, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het Rijk, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten, ten dienste van een vreemde Staat of een persoon, onderneming of organisatie, uit het buitenland of onder controle van een vreemde Staat of van een persoon, onderneming of organisatie uit het buitenland, door hetzij onwettige of frauduleuze middelen hetzij het ontvangen van giften of enig ander voordeel van een buitenlandse persoon of organisatie dat geheel of gedeeltelijk bestemd is om in het Rijk activiteiten die de voormelde belangen kunnen aantasten, te ontplooien, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met een geldboete van duizend euro tot twintigduizend euro." Art. 78.In artikel 136ter, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten6, wordt het woord "moord" vervangen door het woord "doodslag". Art. 79.In artikel 136quater, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten6, wordt het woord "moord" vervangen door het woord "doodslag". Art. 80.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 227quinquies ingevoegd, luidende: "Art. 227quinquies.Hij die in het openbaar de titel van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder voert of het beroep van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder uitoefent indien hij niet voorkomt op de lijst bedoeld in artikel 555/1, § 1, 15° van het Gerechtelijk Wetboek, wordt gestraft met een geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro." Art. 81.In artikel 417/61 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten6, worden de woorden "artikelen 417/57 en 417/59" vervangen door de woorden "artikelen 417/57 tot 417/59". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Art. 82.In artikel 4 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering wordt het tweede lid, vervangen bij de wet van 13 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten8, vervangen als volgt: "Bij de uitspraak over de strafvordering worden de burgerlijke belangen ambtshalve aangehouden, zelfs bij ontstentenis van burgerlijkepartijstelling, indien de zaak wat die belangen betreft niet in staat van wijzen is." Art. 83.Artikel 4bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, wordt vervangen als volgt: "Art. 4bis.In geval de strafvordering wordt ingesteld wegens de feiten bedoeld in de artikelen 29, §§ 2 en 3, en 29bis van het Wetboek van strafvordering neemt de strafrechter benevens van de strafvordering tevens kennis van de burgerlijke vordering tot bevestiging van de titel of tot het verschaffen van een titel tot betaling van de betreffende belastingen, de opcentiemen en opdeciemen, de verhogingen, de administratieve en fiscale geldboeten en bijbehoren. Deze burgerlijke vordering betreft een zelfstandige vordering waarbij de bevoegde belastingadministratie tussenkomt in de strafzaak. Zodra de burgerlijke vordering aanhangig is bij de strafrechter, worden de procedures voor de burgerlijke rechtbanken, die betrekking hebben op dezelfde vordering, opgeschort om verdergezet te worden voor de strafrechter. De bevoegde belastingadministratie wordt minstens twee maanden vooraf op de hoogte gebracht van de bepaling van de rechtsdag voor het vonnisgerecht. Van zodra de strafrechter de zelfstandige burgerlijke vordering van de belastingadministratie ontvankelijk verklaart, worden de procedures voor de burgerlijke rechtbanken beëindigd." HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 84.Artikel 319, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten4, wordt aangevuld met de volgende zinnen: "Indien deze vervanging voltijds is, kan in het oorspronkelijk korps van de vervanger aangewezen door het College van het openbaar ministerie in een vervanging voorzien worden door middel van een benoeming en, in voorkomend geval, een aanwijzing in overtal. Artikel 323bis, § 1, tweede tot vijfde lid, is in voorkomend geval van toepassing." Art. 85.In artikel 383bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 1984, vernummerd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "en, behalve voor de magistraten van het Hof van Cassatie, wegens het bereiken van de leeftijd zoals bedoeld in artikel 383ter, § 1" worden ingevoegd tussen de woorden "in artikel 383, § 1" en de woorden "door de Koning gemachtigd worden"; 2° de zin "De machtiging geldt voor een periode van maximaal zes maanden die eenmaal kan worden hernieuwd." wordt vervangen als volgt: "De machtiging geldt voor een periode van maximaal zes maanden die kan worden hernieuwd tot de magistraat de leeftijd van drieënzeventig jaar heeft bereikt." Art. 86.In artikel 413 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten4 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden "drie maanden" telkens vervangen door de woorden "zes maanden". Art. 87.In artikel 415 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid:
  17. a)worden de woorden "worden gemaakt binnen zes maanden" vervangen door de woorden "gemaakt binnen twaalf maanden";
  18. b)wordt het lid aangevuld met de woorden "en uiterlijk binnen de vijf jaar na de feiten"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Indien binnen de termijn van twaalf maanden nieuwe elementen naar boven komen betreffende de reeds gekende feiten, waardoor die feiten zwaarwegender worden, wordt de termijn van twaalf maanden verlengd met zes maanden."; 3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "wordt de termijn van zes maanden gestuit" vervangen door de woorden "worden de termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid geschorst". Art. 88.In artikel 511, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten7, wordt de zin "De stagemeester is een gerechtsdeurwaarder die reeds minstens vijf volle jaren het ambt uitoefent en die geen hogere tuchtstraf heeft opgelopen." vervangen als volgt: "De stagemeester is reeds 7 jaar ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 555/1, § 1, 15°, waarvan minstens 3 volle jaren als gerechtsdeurwaarder en heeft geen tuchtrechtelijke geldboete van meer dan 5.000 euro of een tuchtstraf zoals omschreven in artikel 555/3, derde lid, vierde tot zesde streepje, opgelopen, en voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in het stagereglement goedgekeurd door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders." Art. 89.In artikel 523 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor."; 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin: "Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor." Art. 90.Artikel 524 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 02/02/1999 numac 1998003675 bron ministerie van financien Wet houdende elfde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998, Sectie 12, Ministerie van Justitie sluiten7, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " § 3. De gerechtelijke mandaten die voorheen waren toegekend aan een gerechtsdeurwaarder die is overleden, ontslag h

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.