
Iedereen die kennis draagt van een strafbaar feit heeft de bevoegdheid daarvan aangifte te doen. Dit recht volgt uit artikel 161 Wetboek van Strafvordering, dat aan de aangever tevens de aanspraak geeft dat zijn aangifte daadwerkelijk wordt opgenomen.
De aangifte heeft tot doel dat naar aanleiding daarvan opsporing en, zo mogelijk, vervolging plaatsvindt. Opsporingsambtenaren zijn op grond van de wet verplicht een aangifte van een strafbaar feit op te nemen; dit vloeit voort uit de verplichting die in de bronnen wordt genoemd als de tegenhanger van het aangifterecht van artikel 161.
Voor strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd, geldt een bijzondere regel. Nederlandse opsporingsambtenaren zijn alleen verplicht een aangifte op te nemen indien de Nederlandse strafwet van toepassing is, zoals uiteengezet in de Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten, Achtergrond.
Of Nederland rechtsmacht heeft, hangt af van specifieke wettelijke bepalingen over de werkingssfeer van de Nederlandse strafwet. Twijfelt u of uw zaak hieronder valt, dan kan de officier van justitie hierover een standpunt innemen; dit standpunt wordt aan u kenbaar gemaakt volgens de Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten, Pre-opsporing, opsporing en vervolging.
Is de officier van justitie van mening dat de Nederlandse strafwet niet van toepassing is en wordt daarom geen aangifte opgenomen of geen vervolging ingesteld, dan kunt u daartegen beklag doen bij het gerechtshof, zoals vermeld in de Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten, Pre-opsporing, opsporing en vervolging.
AANGIFTE VAN EEN STRAFBAAR FEIT Aan: [politie-eenheid / bureau / naam ontvangende instantie] Adres: [adres politiebureau] Gegevens aangever: Naam: [voornaam en achternaam] Geboortedatum: [datum] Adres: [straat, huisnummer, postcode, woonplaats] Telefoonnummer: [telefoonnummer] E-mailadres: [e-mailadres] Hoedanigheid: [slachtoffer / getuige / benadeelde partij] Betreft: Aangifte van [omschrijving strafbaar feit, bv. diefstal, mishandeling, oplichting] Datum en tijdstip van het feit: [datum en tijdstip] Plaats van het feit: [adres / locatie, en indien in het buitenland: land en plaats] Omschrijving van het feit: [Gedetailleerde, feitelijke beschrijving van wat er is gebeurd, in chronologische volgorde. Vermeld wie wat heeft gedaan, met welke middelen, en welke schade of letsel is ontstaan.] Gegevens (vermoedelijke) verdachte, indien bekend: Naam: [naam, indien bekend] Signalement / kenteken / overige identificerende gegevens: [gegevens] Getuigen: 1. [naam en contactgegevens getuige 1] 2. [naam en contactgegevens getuige 2] Bewijsstukken bijgevoegd: [ ] Foto's / video's [ ] Facturen / bonnen [ ] Correspondentie (e-mail, sms, chat) [ ] Medische verklaring [ ] Overig: [omschrijving] Indien het feit in het buitenland is gepleegd: Ik verzoek te beoordelen of de Nederlandse strafwet op dit feit van toepassing is en verzoek, indien van toepassing, om aangifte overeenkomstig artikel 161 Wetboek van Strafvordering op te nemen. Verklaring: Ik verklaar dat bovenstaande gegevens naar waarheid zijn opgesteld en dat ik mij ervan bewust ben dat een aangifte een formele verklaring is die gevolgen kan hebben. Plaats: [plaats] Datum: [datum] Handtekening aangever: ______________________ Voor ontvangst (in te vullen door de politie): Naam opsporingsambtenaar: [naam] Proces-verbaalnummer: [nummer] Datum opname aangifte: [datum]
Vul alle vierkante haken in met uw eigen gegevens en voeg alle beschikbare bewijsstukken toe; laat het onderste vak voor de politie zelf invullen bij het opnemen van uw aangifte.
Voor een in Nederland gepleegd strafbaar feit heeft u recht op opname van uw aangifte op grond van artikel 161 Wetboek van Strafvordering. Bij feiten die in het buitenland zijn gepleegd, geldt dit alleen wanneer de Nederlandse strafwet van toepassing is, zoals uitgewerkt in de Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten.
U kunt zich wenden tot de officier van justitie. Bij twijfel over de toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet neemt de officier van justitie hierover een standpunt in, en tegen een negatief standpunt staat beklag bij het gerechtshof open, zoals beschreven in de Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten.
De geraadpleegde bronnen bevatten geen specifieke bepaling hierover; raadpleeg voor de exacte strafbaarstelling en straf het actuele Wetboek van Strafrecht of een advocaat, en doe in elk geval alleen aangifte van feiten die u naar waarheid kunt onderbouwen.
Nee, uit de toelichting blijkt dat strafrechtelijke bevoegdheden niet mogen worden aangewend uitsluitend ter veiligstelling van private belangen; een aangifte dient gericht te zijn op opsporing en eventuele vervolging.
Het model is gebaseerd op de Nederland-wetgeving in het Europaius-corpus. Controleer voor gebruik de actuele tekst; dit is geen juridisch advies. Juridisch advies · Europaius NL