
De opzegging van een huurovereenkomst voor woonruimte is geregeld in titel 4, afdeling 5, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De bepalingen over beëindiging van de huur, waaronder Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 272 en Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 273, zien in de eerste plaats op de situatie waarin de verhuurder opzegt, maar zij verduidelijken ook de positie van de huurder bij opzegging.
Uit Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 272 volgt dat een opgezegde huurovereenkomst in beginsel van rechtswege van kracht blijft totdat de rechter onherroepelijk heeft beslist, tenzij de huurder zelf de overeenkomst heeft opgezegd. Dit onderstreept dat een opzegging door de huurder, anders dan een opzegging door de verhuurder, in de regel direct tot beëindiging van de huur kan leiden zonder dat een rechterlijke tussenkomst nodig is.
De precieze opzegtermijn die voor uw huurovereenkomst geldt, hangt af van hetgeen partijen zijn overeengekomen en van de toepasselijke wettelijke bepalingen. De bronnen die hier zijn geraadpleegd, bevatten geen uitputtende opsomming van de exacte opzegtermijnen voor huurders van woonruimte; controleer daarom in de actuele wettekst van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in uw huurovereenkomst welke termijn en welke vorm precies van toepassing zijn.
Bij het einde van de huur dient de huurder de woonruimte op te leveren aan de verhuurder. Het is gebruikelijk om samen met de verhuurder een opnamerapport op te stellen waarin de staat van de woning bij oplevering wordt vastgelegd.
De passages die voor dit onderwerp zijn geraadpleegd, bevatten geen specifieke bepaling over de teruggave van de waarborgsom. Raadpleeg de huurovereenkomst en de actuele wettekst om na te gaan binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de verhuurder de borg dient terug te betalen.
Wanneer er sprake is van medehuurderschap, bijvoorbeeld op grond van Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 267, kan de opzegging door slechts één van de huurders gevolgen hebben voor de positie van de andere huurder. Ga in dat geval na wie gezamenlijk moet opzeggen of wie de huur voortzet.
Bij onderhuur blijft de hoofdhuurder in beginsel verantwoordelijk jegens de verhuurder; de gevolgen van een opzegging door de hoofdhuurder voor de onderhuurder moeten afzonderlijk worden beoordeeld aan de hand van de toepasselijke bepalingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
[Naam huurder] [Adres huurder] [Postcode en plaats] Aan: [Naam verhuurder / verhuurmaatschappij] [Adres verhuurder] [Postcode en plaats] Betreft: opzegging huurovereenkomst [adres gehuurde woonruimte] [Plaats], [datum] Geachte heer/mevrouw [naam verhuurder], Hierbij zeg ik, [naam huurder], de huurovereenkomst betreffende de woonruimte gelegen aan [volledig adres, postcode en plaats] op, met inachtneming van de overeengekomen c.q. wettelijke opzegtermijn. De huurovereenkomst eindigt derhalve per [datum einde huur]. Graag maak ik met u een afspraak voor de gezamenlijke eindinspectie en de oplevering van de woonruimte. Ik stel voor dat deze plaatsvindt op [datum] om [tijdstip] op het adres van de woonruimte. Ik verzoek u vriendelijk om na oplevering en verrekening van eventuele openstaande kosten de betaalde waarborgsom van € [bedrag] over te maken op rekeningnummer [IBAN] ten name van [naam huurder]. Voor de goede orde deel ik u mee dat mijn nieuwe correspondentieadres per [datum] is: [nieuw adres]. Ik verzoek u de ontvangst van deze opzegging schriftelijk aan mij te bevestigen. Met vriendelijke groet, [Naam huurder] [Handtekening] Bijlage(n): [eventueel kopie huurovereenkomst / legitimatie]
Vul alle gegevens tussen vierkante haken in en controleer de exacte opzegtermijn in uw huurovereenkomst en de actuele wettekst voordat u de datum van beëindiging vaststelt; verstuur de brief bij voorkeur aangetekend.
Ja, de systematiek van de opzeggingsbepalingen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gaat uit van een schriftelijke opzegging respectievelijk schriftelijke mededeling; het is daarom raadzaam de opzegging altijd schriftelijk en aantoonbaar te doen.
De precieze opzegtermijn wordt niet uitputtend vastgelegd in de hier geraadpleegde passages; controleer daarom uw huurovereenkomst en de actuele tekst van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of win zo nodig juridisch advies in.
Nee, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 272 bepaalt dat de van rechtswege voortzetting van de huur na opzegging juist niet geldt wanneer de huurder zelf heeft opgezegd, zodat uw opzegging in beginsel tot beëindiging leidt.
De geraadpleegde bronnen bevatten geen specifieke bepaling over de termijn voor teruggave van de borg; dit dient te worden nagegaan in de huurovereenkomst en de actuele wetgeving, en desgewenst schriftelijk met de verhuurder te worden afgestemd.
Het model is gebaseerd op de Nederland-wetgeving in het Europaius-corpus. Controleer voor gebruik de actuele tekst; dit is geen juridisch advies. Juridisch advies · Europaius NL