
Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt niet vanzelf: voor de beëindiging ervan is voorafgaande opzegging nodig, zoals is bepaald in Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 667.
Ook bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan tussentijdse opzegging alleen als partijen dat recht schriftelijk zijn overeengekomen, aldus Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 667. Controleer daarom eerst uw arbeidsovereenkomst op een dergelijk beding, voordat u tussentijds opzegt.
Tijdens de proeftijd kan iedere partij de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen, zonder opzegtermijn, zo volgt uit Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 676.
De precieze lengte van de opzegtermijn voor werknemers is in de aangeleverde bronnen niet eenduidig vastgelegd; raadpleeg voor de actuele opzegtermijn de tekst van uw arbeidsovereenkomst, een eventueel toepasselijke cao en de geldende wetstekst, en verifieer dit desnoods bij een jurist.
Wilt u de arbeidsovereenkomst onverwijld beëindigen wegens een dringende reden, dan kan dat op grond van Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 677, mits u die reden onverwijld aan de werkgever meedeelt. Geeft u zelf door opzet of schuld aanleiding voor een dergelijke opzegging, dan kunt u op grond van datzelfde artikel een vergoeding verschuldigd zijn.
Bij het einde van de arbeidsovereenkomst heeft u als werknemer recht op een getuigschrift, indien u daarom verzoekt; dit volgt uit Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 656.
Het getuigschrift vermeldt onder meer de aard van de verrichte arbeid, de begin- en einddatum van het dienstverband en, op uw verzoek, de wijze waarop de overeenkomst is geëindigd, aldus Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 656. Bent u door eigen opzegging een vergoeding aan de werkgever verschuldigd, dan mag de werkgever dit eveneens in het getuigschrift vermelden.
Over de exacte afhandeling van openstaande vakantiedagen en vakantiegeld bij eigen opzegging bevatten de geraadpleegde bronnen geen specifieke bepaling; controleer dit in uw arbeidsovereenkomst, de toepasselijke cao en de actuele wettekst.
[Naam werknemer] [Adres] [Postcode en plaats] Aan: [Naam werkgever / bedrijf] [Adres werkgever] [Postcode en plaats] Betreft: opzegging van de arbeidsovereenkomst [Plaats], [datum] Geachte heer/mevrouw [naam werkgever], Hierbij deel ik u mee dat ik de tussen ons bestaande arbeidsovereenkomst opzeg, met inachtneming van de geldende opzegtermijn van [aantal weken/maanden]. Mijn laatste werkdag zal derhalve zijn [datum laatste werkdag]. Graag verneem ik van u de bevestiging van de ontvangst van deze opzegging en de bevestiging van de einddatum van het dienstverband. Tevens verzoek ik u om bij het einde van het dienstverband: - een getuigschrift af te geven overeenkomstig artikel 656 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met vermelding van [de aard van de verrichte werkzaamheden / de begin- en einddatum van het dienstverband / de wijze van beëindiging, doorhalen wat niet van toepassing is]; - een eindafrekening op te stellen van het openstaande salaris, de opgebouwde vakantiedagen en het vakantiegeld; - de overige eindafrekeningsdocumenten (zoals de jaaropgave) tijdig te verstrekken. Ik dank u voor de prettige samenwerking tot nu toe en zie uw reactie graag tegemoet. Met vriendelijke groet, [Naam werknemer] [Handtekening]
Vul de opzegtermijn in aan de hand van uw arbeidsovereenkomst en de toepasselijke cao, en pas de laatste werkdag daarop aan; verstuur de brief bij voorkeur aangetekend en bewaar een kopie.
De wet vereist niet in alle gevallen een schriftelijke opzegging, maar het is voor bewijsdoeleinden sterk aan te raden dit altijd schriftelijk te doen. Bij een tussentijdse opzegging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is bovendien vereist dat dit recht schriftelijk is overeengekomen, zie Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 667.
De exacte opzegtermijn is niet in alle situaties gelijk en hangt af van uw arbeidsovereenkomst en eventuele cao-afspraken. Raadpleeg deze documenten en de actuele wettekst, of vraag een jurist om de precieze termijn in uw geval te bevestigen.
Tijdens de proeftijd kan de arbeidsovereenkomst door iedere partij met onmiddellijke ingang worden opgezegd, zoals bepaald in Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 676. Buiten de proeftijd is onmiddellijke opzegging alleen mogelijk om een dringende reden, met onverwijlde mededeling daarvan, op grond van Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 677.
Ja, op uw verzoek is de werkgever verplicht een getuigschrift uit te reiken bij het einde van de arbeidsovereenkomst, met de gegevens zoals genoemd in Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 656.
Het model is gebaseerd op de Nederland-wetgeving in het Europaius-corpus. Controleer voor gebruik de actuele tekst; dit is geen juridisch advies. Juridisch advies · Europaius NL