Wet tot reorganisatie van het spoorwegbedrijf
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet machtigt de ministers van Waterstaat en van Financiën om namens het Rijk de oprichting te bevorderen van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, in samenwerking met de Staatsspoorwegen (S.S.) en de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.S.).
Voor wie: Het Rijk en de ministers van Waterstaat en van Financiën; De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) en de N.V. Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.S.).
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 27
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De machtiging aan de ministers van Waterstaat en van Financiën om namens het Rijk de N.V. Nederlandsche Spoorwegen op te richten (Artikel 1).
- De aandelenverdeling en de overdracht van eigendom aan de nieuwe vennootschap.
Voor wie geldt deze regeling?
- Het Rijk en de ministers van Waterstaat en van Financiën.
- De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) en de N.V. Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.S.).
- De op te richten N.V. Nederlandsche Spoorwegen.
Wat zijn de kernpunten?
- De ministers worden gemachtigd de oprichting van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen te bevorderen volgens de bij de wet gevoegde statuten (Artikel 1, onder a).
- Het aandelenkapitaal bedraagt f 10.000.000; één aandeel van f 1000 komt ten name van S.S. en één ten name van H.S., de overige aandelen worden door het Rijk genomen.
- Eigendom wordt overgedragen aan de nieuw op te richten vennootschap (Artikel 1, onder b).
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (27)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 7a
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12 1. Tot den werkkring van den raad van commissarissen behoort in het bi
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
Wet van 26 mei 1937, tot reorganisatie van het spoorwegbedrijf Wet tot reorganisatie van het spoorwegbedrijf Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is het spoorwegbedrijf te reorganiseeren;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Ministers van Waterstaat en van Financiën worden gemachtigd om voor en namens het Rijk voor zooveel noodig in samenwerking met de N. V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (hierna aangeduid als S.S.) en met de N. V. Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (hierna aangeduid als H.S.) en met afwijking van met deze Maatschappijen gesloten, door de wet bekrachtigde overeenkomsten: a. oprichting te bevorderen van een naamlooze vennootschap "N. V. Nederlandsche Spoorwegen" overeenkomstig de bij deze wet in ontwerp gevoegde statuten met een aandeelenkapitaal van f 10 000 000, waarvan bij de oprichting één aandeel van f 1000 zal worden gesteld ten name van S.S. en één ten name van H.S., en de overige aandeelen door het Rijk worden genomen; b. over te dragen in eigendom aan de onder a genoemde naamlooze vennootschap de thans ingevolge de overeenkomsten 1890 S.S./H.S. verhuurde Staatsspoorwegen met de overhoeken, welke naar het oordeel van die vennootschap voor het bedrijf noodig zijn, alsmede de op anderen voet aan S.S. of H.S. verhuurde eigendommen, welke het Rijk voor zijn dienst niet meer behoeft, tegen betaling door die vennootschap aan het Rijk van een bedrag van f 10 000 000. Voor zooveel de eigendom van deze spoorwegen na 1921 door naasting is verkregen, vervallen met de overdracht de uit dien hoofde nog op het Rijk, S.S. of H.S. rustende verplichtingen en komen de verplichtingen tot betaling van naastingsprijzen en tot het dragen van uit deze betalingen voortvloeiende lasten te rusten op de N. V. Nederlandsche Spoorwegen; c. mede te werken tot liquidatie van S.S. en H.S. en tot overdracht van alle eigendommen, rechten en verplichtingen van elk dezer Maatschappijen aan de N. V. Nederlandsche Spoorwegen, met uitzondering van rechten en verplichtingen betreffende obligaties, schuldbekentenissen of aandeelen aan toonder, die ingevolge artikel 3 kunnen worden ingewisseld tegen schuldbewijzen van het Rijk.
Artikel 2
Alle rechten en verplichtingen, welke S.S. of H.S. bij overeenkomst of krachtens vergunning hebben verkregen of aanvaard en welke krachtens artikel 1 onder c door de N. V. Nederlandsche Spoorwegen worden overgenomen, gaan op het tijdstip dezer overneming aan deze naamlooze vennootschap over, alsof die overeenkomsten met haar gesloten, en die vergunningen aan of door haar verleend waren.
Artikel 3
Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd tot uitgifte van schuldbewijzen ten laste van het Rijk tot een nominaal bedrag van ten hoogste f 450 millioen, ten einde deze schuldbewijzen te doen strekken ter inwisseling van obligaties en schuldbekentenissen afgegeven door of thans loopende ten laste van S.S. of H.S., alsmede van de aandeelen aan toonder dezer Maatschappijen, voor zoover niet door een van beide gehouden.
Deze uitgifte zal geschieden op tijdstippen, welke Onze Minister van Financiën dienstig zal achten.
Artikel 4
Bij de in artikel 3 bedoelde uitgifte zullen de volgende bepalingen gelden: Uitvoeringsvoorschriften. Rekening. Schulddelging a.
De voorwaarden van de uitgifte der schuldbewijzen worden door Onzen Minister van Financiën vastgesteld; b.
Van de uitgifte der schuldbewijzen wordt na afloop een rekening afgelegd, welke na door de Algemeene Rekenkamer te zijn nagezien en accoord bevonden aan de Staten-Generaal wordt medegedeeld; c.
De schuldbewijzen worden vóór de uitgifte door de Algemeene Rekenkamer geregistreerd en van een bewijs dier registratie voorzien; d.
Onverminderd het bepaalde in het volgend lid zal de schuld, welke krachtens deze wet wordt gevestigd, worden gedelgd in ten hoogste 50 jaren te beginnen in het jaar volgende op dat, waarin de uitgifte plaats vindt; e.
De bevoegdheid tot versterkte delging van de krachtens deze wet gevestigde schuld wordt voorbehouden; Provisie a.
Aan de bankiers, de makelaars in effecten en de commissionnairs in effecten, door wier tusschenkomst obligaties of aandeelen aan toonder ter inwisseling worden aangeboden, kan over het nominaal bedrag der door hen ter inwisseling geleverde stukken een provisie worden toegekend van ten hoogste 3/8 pct. (drie achtsten ten honderd). b.
In het geval bij het vorig lid voorzien kan mede aan de bankiers, van wier kantoren wordt gebruik gemaakt, voor de bemiddeling bij de inwisseling, het in ontvangst nemen van de obligaties of van de aandeelen aan toonder en de afgifte van de schuldbewijzen over het nominaal bedrag der door hun tusschenkomst ingeleverde stukken een vergoeding worden toegekend van ten hoogste 3/8 pct. (drie achtsten ten honderd). Vrijstelling van belastingen Onder de voorwaarden van de uitgifte kan worden opgenomen, dat krachtens deze wet uitgegeven schuldbewijzen met de daarbij behoorende rentebewijzen vrijgesteld zijn van alle Nederlandsche belastingen, welke van schuldbewijzen ten laste van Nederland en de daarbij behoorende rentebewijzen mochten worden geheven. Vrijstelling van zegelrecht De biljetten van inschrijving voor en de nota’s van toewijzing van de krachtens deze wet uitgegeven schuldbewijzen zijn vrij van zegelrecht.
Artikel 5
De rente en aflossing door het Rijk verschuldigd terzake van de ingevolge artikel 3 dezer wet uitgegeven schuldbewijzen komen met ingang van den dag, waarop S.S. en H.S. in liquidatie treden, ten laste van de N. V. Nederlandsche Spoorwegen, een en ander met uitzondering van de rente en aflossing van een gedeelte groot f 140 millioen, welke ten laste blijven van het Rijk.
De obligaties en schuldbekentenissen ten laste van S.S. en H.S., en aandeelen aan toonder, welke ingevolge artikel 3 ter inwisseling tegen schuldbewijzen ten laste van het Rijk bij Onzen Minister van Financiën zijn ingeleverd, gaan met ingang van den datum, waarop S.S. en H.S. in liquidatie treden, in eigendom over aan de N. V. Nederlandsche Spoorwegen.
De N. V. Nederlandsche Spoorwegen zal aan het Rijk terugbetalen de bedragen, welke het Rijk alsnog verplicht zal zijn te storten op de te zijnen name staande aandeelen van S.S. en H.S.
Artikel 6
Onze Minister van Waterstaat wordt gemachtigd om van Onzentwege aan de N. V. Nederlandsche Spoorwegen concessie voor de haar op te dragen exploitatie van spoor- en tramwegen te verleenen.
Alle bij of krachtens de wet vastgestelde of nader vast te stellen bepalingen betreffende den dienst en het gebruik van spoor- en tramwegen zijn, voor zoover daarin niet door deze wet wordt voorzien, toepasselijk op de spoor- en tramwegdiensten, uitgeoefend door de N. V. Nederlandsche Spoorwegen.
Artikel 7
Alle krachtens deze wet opgemaakte stukken, daaronder begrepen de akten, benoodigd voor de in artikel 1 omschreven rechtshandelingen, zijn vrij van zegel en van het recht van registratie.
Artikel 7a
Deze wet is met ingang van de dag waarop de Wet personenvervoer (Stb. 1987, 175) in werking treedt niet meer van toepassing op het vervoer van personen.
Artikel 8
Deze wet treedt in werking met ingang van den dag, volgende op dien harer afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize het Loo den 26sten Mei 1937 WILHELMINA.
De Minister van Waterstaat, VAN LIDTH DE JEUDE.
De Minister van Financiën, OUD. den zeven en twintigsten Mei 1937.
De Minister van Justitie, VAN SCHAIK.
Ontwerp-statuten van de N. V. Nederlandsche Spoorwegen
Artikel 1
De vennootschap draagt den naam: "N. V. Nederlandsche Spoorwegen" en is gevestigd te Utrecht.
Artikel 2De vennootschap heeft ten doel:
a. het aanleggen en het exploiteeren van spoorwegen en tramwegen; b. het uitoefenen van het transportbedrijf, anders dan per spoor- of tramweg, en van andere bedrijven, evengenoemd transportbedrijf of den aanleg en de exploitatie van spoor- en tramwegen betreffende, alsmede van alle andere daden van koophandel, welke met een en ander in den ruimsten zin verband houden; c. het exploiteeren van, het oprichten van, of het deelnemen aan ondernemingen, welke aan het onder a omschreven doel bevorderlijk kunnen zijn.
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
De uitgifte van obligaties zal niet anders kunnen geschieden dan op voorwaarden door de algemeene vergadering van aandeelhouders goedgekeurd.
Artikel 6
Het beheer der vennootschap is opgedragen aan eene directie, bestaande uit ten hoogste twee directeuren.
Artikel 7
Artikel 8
De directie vertegenwoordigt de vennootschap in en buiten rechten.
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 121. Tot den werkkring van den raad van commissarissen behoort in het bijzonder:
a. het toezicht op het beheer der vennootschap; e. de machtiging tot het uitoefenen van bedrijven als bedoeld in art. 2 onder b en de goedkeuring van de voorwaarden der exploitatie, oprichting van of deelneming aan ondernemingen, als bedoeld in art. 2 onder c; f. de werkzaamheden omschreven in art. 14; g. de beslissing omtrent de vorming van fondsen en de regeling van de daarin te storten bedragen, een en ander behoudens het bepaalde in de artt. 16 en 17; h. de machtiging tot het uitvoeren van werken van uitbreiding, wijziging en verbetering en van nieuwe werken, zoomede tot het aanschaffen van rollend materieel en exploitatie-inrichtingen, voor zoover de aan die uitvoering en die aanschaffing verbonden kosten in elk bijzonder geval de som van f 10 000 overtreffen; i. de machtiging tot het in eigendom aanvaarden, bezwaren en vervreemden van onroerende goederen, tot het bezwaren en vervreemden van rollend materieel en tot doorhaling van hypothecaire inschrijvingen; j. de machtiging tot het aangaan van dadingen, waarvan het bedrag de som van f 10 000 te boven gaat; k. de machtiging tot het aanvangen van rechtsgedingen, behalve wanneer de vordering f 10 000 of minder bedraagt, met dien verstande, dat conservatoire rechtsmaatregelen of handelingen (daaronder begrepen het doen uitgaan eener dagvaarding), welke geen uitstel gedoogen, steeds zonder machtiging mogen worden verricht, doch daarvan onmiddellijk aan den raad van commissarissen mededeeling moet worden gedaan.
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
De algemeene vergaderingen van aandeelhouders worden - behoudens het bepaalde in het slot van het eerste lid van art. 43d en in art. 43e van het Wetboek van Koophandel - geleid door den voorzitter of, bij verhindering of ontstentenis van dezen, door den onder-voorzitter van den raad van commissarissen, en, bij verhindering of ontstentenis ook van den onder-voorzitter, door een commissaris, door den raad aan te wijzen. Is geen enkele commissaris ter vergadering aanwezig, dan voorzien de aandeelhouders zelf in het presidium.
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Alle oproepingen van en kennisgevingen aan aandeelhouders geschieden in ten minste 2 in Nederland verschijnende groote dagbladen.
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Met afwijking van het bepaalde in de artt. 7, 9 en 11, wat de wijze van benoeming betreft, worden voor de eerste maal benoemd: tot directeuren ...... tot commissarissen ...... tot gedelegeerde commissarissen ......