Overgangsregeling gemeente Urk
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet van 16 juni 1950 regelt een overgangssituatie die ontstond toen de gemeente Urk werd overgeheveld van het arrondissement Alkmaar naar het arrondissement Zwolle. Zij zorgt ervoor dat de notariële dienstverlening in Urk niet werd onderbroken door deze wijziging van de gerechtelijke indeling.
Voor wie: De regeling richt zich op notarissen die vóór 1 april 1950 in het arrondissement Alkmaar waren aangesteld, en indirect op inwoners van Urk die notariële diensten nodig hadden, met name bij nalatenschappen en boedelscheidingen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 3
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
De wet bepaalt dat notarissen die vóór 1 april 1950 in het arrondissement Alkmaar waren aangesteld, bevoegd blijven om hun ambt uit te oefenen binnen de gemeente Urk, ook al valt die gemeente voortaan onder Zwolle. Daarnaast mogen deze notarissen voor akten van boedelscheiding (en samenhangende akten waarvoor de goedkeuring van de kantonrechter nodig is) hun ambt ook in de gemeente Zwolle uitoefenen, wanneer de erfenis in Urk is opengevallen. De wet trad in werking op de dag na plaatsing in het Staatsblad.
Voor wie geldt deze regeling?
De regeling richt zich op notarissen die vóór 1 april 1950 in het arrondissement Alkmaar waren aangesteld, en indirect op inwoners van Urk die notariële diensten nodig hadden, met name bij nalatenschappen en boedelscheidingen.
Wat zijn de kernpunten?
- Continuïteit van notariële bevoegdheid in Urk na de overgang naar arrondissement Zwolle.
- Alkmaarse notarissen (aangesteld vóór 1 april 1950) behouden hun bevoegdheid in Urk.
- Bijzondere bevoegdheid in Zwolle voor boedelscheidingsakten bij in Urk opengevallen erfenissen.
- Inwerkingtreding daags na publicatie in het Staatsblad.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Wet van 16 Juni 1950, houdende vaststelling van een overgangsregeling met betrekking tot de bevoegdheid der notarissen, in verband met de overgang van de gemeente Urk naar het arrondissement Zwolle bij de wet van 29 Maart 1950, Stb. K 113 Overgangsregeling gemeente Urk Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een overgangsregeling vast te stellen met betrekking tot de bevoegdheid der notarissen, in verband met de overgang van de gemeente Urk naar het arrondissement Zwolle bij de wet van 29 Maart 1950 (Staatsblad N°. K 113);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De notarissen in het arrondissement Alkmaar, aangesteld vóór 1 April 1950, zijn bevoegd hun ambtsbediening uit te oefenen binnen de gemeente Urk.
Artikel 2
Voor het verlijden van akten van boedelscheiding en de daarmede samenhangende akten, waarbij de tegenwoordigheid en goedkeuring van de kantonrechter wordt vereist, is een notaris, als bedoeld in artikel 1, mede bevoegd zijn ambtsbediening uit te oefenen in de gemeente Zwolle, indien de erfenis in de gemeente Urk is opengevallen.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in het Staatsblad.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk 16 Juni 1950 JULIANA.
De Minister van Justitie a.i., J. H. VAN MAARSEVEEN. de drie en twintigste Juni 1950.
De Minister van Justitie a.i., J. H. VAN MAARSEVEEN.