Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Amsterdam)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan regelt het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de gemeente Amsterdam, met een focus op woonfuncties en aanverwante activiteiten. Het stelt kaders voor wat wel en niet is toegestaan op specifieke locaties.

Voor wie: Inwoners en bedrijven binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam; Iedereen die een activiteit verricht waarvoor dit omgevingsplan regels stelt.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
1 256
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken.
  • Regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken, inclusief algemene verboden op strijdig gebruik.
  • Specifieke regels voor woonfuncties, zoals de omvang en situering van wonen.
  • Regels voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis en short stay.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners en bedrijven binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam.
  • Iedereen die een activiteit verricht waarvoor dit omgevingsplan regels stelt.

Wat zijn de kernpunten?

  • De regels gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, tenzij anders bepaald.
  • Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met het vastgestelde gebruiksdoel of de regels over gebruik.
  • Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan, mits het gebruik van de woonruimte en het erf ten behoeve van bewoning overheersend blijft en het door de bewoner zelf wordt uitgeoefend.
  • Parkeren van een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend erf is verboden, tenzij binnen een bouwwerk bedoeld voor parkeren, of buiten een bouwwerk als de inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg dit toelaten.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (1256)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.4
  5. Artikel 1.5
  6. Artikel 2.1
  7. Artikel 2.2
  8. Artikel 2.3
  9. Artikel 2.4
  10. Artikel 2.5
  11. Artikel 2.6
  12. Artikel 2.7
  13. Artikel 2.8
  14. Artikel 2.9
  15. Artikel 2.10
  16. Artikel 2.11
  17. Artikel 2.12
  18. Artikel 2.13
  19. Artikel 2.14
  20. Artikel 2.15
  21. Artikel 2.16
  22. Artikel 2.17
  23. Artikel 2.18
  24. Artikel 2.19
  25. Artikel 2.20
  26. Artikel 2.21
  27. Artikel 2.22
  28. Artikel 2.23
  29. Artikel 2.24
  30. Artikel 2.25
  31. Artikel 2.26
  32. Artikel 2.27
  33. Artikel 2.28
  34. Artikel 2.29
  35. Artikel 2.30
  36. Artikel 2.31
  37. Artikel 2.32
  38. Artikel 2.33
  39. Artikel 2.34
  40. Artikel 2.35
  41. Artikel 2.36
  42. Artikel 2.37
  43. Artikel 2.38
  44. Artikel 2.39
  45. Artikel 2.40
  46. Artikel 2.41
  47. Artikel 2.42
  48. Artikel 2.43
  49. Artikel 2.44
  50. Artikel 2.45
  51. Artikel 2.46
  52. Artikel 2.47
  53. Artikel 2.48
  54. Artikel 2.49
  55. Artikel 2.50
  56. Artikel 2.51
  57. Artikel 2.52
  58. Artikel 2.53
  59. Artikel 2.54
  60. Artikel 2.55
  61. Artikel 2.56
  62. Artikel 2.57
  63. Artikel 2.58
  64. Artikel 2.59
  65. Artikel 2.60
  66. Artikel 2.61
  67. Artikel 2.62
  68. Artikel 2.63
  69. Artikel 2.64
  70. Artikel 2.65
  71. Artikel 2.66
  72. Artikel 2.67
  73. Artikel 2.68
  74. Artikel 2.69
  75. Artikel 2.70
  76. Artikel 2.71
  77. Artikel 2.72
  78. Artikel 2.73
  79. Artikel 2.74
  80. Artikel 2.75
  81. Artikel 2.76
  82. Artikel 2.77
  83. Artikel 2.78
  84. Artikel 2.79
  85. Artikel 2.80
  86. Artikel 2.81
  87. Artikel 2.82
  88. Artikel 2.83
  89. Artikel 2.84
  90. Artikel 2.85
  91. Artikel 2.86
  92. Artikel 2.87
  93. Artikel 2.88
  94. Artikel 2.89
  95. Artikel 2.90
  96. Artikel 2.91
  97. Artikel 2.92
  98. Artikel 2.93
  99. Artikel 2.94
  100. Artikel 2.95
  101. Artikel 2.96
  102. Artikel 2.97
  103. Artikel 2.98
  104. Artikel 2.99
  105. Artikel 2.100
  106. Artikel 2.101
  107. Artikel 2.102
  108. Artikel 2.103
  109. Artikel 2.104
  110. Artikel 2.105
  111. Artikel 2.106
  112. Artikel 2.107
  113. Artikel 2.108
  114. Artikel 2.109
  115. Artikel 2.110
  116. Artikel 2.111
  117. Artikel 2.112
  118. Artikel 2.113
  119. Artikel 2.114
  120. Artikel 2.115
  121. Artikel 2.116
  122. Artikel 2.117
  123. Artikel 2.118
  124. Artikel 2.119
  125. Artikel 2.120
  126. Artikel 2.121
  127. Artikel 2.122
  128. Artikel 2.123
  129. Artikel 2.124
  130. Artikel 2.125
  131. Artikel 2.126
  132. Artikel 2.127
  133. Artikel 2.128
  134. Artikel 2.129
  135. Artikel 2.130
  136. Artikel 2.131
  137. Artikel 2.132
  138. Artikel 2.133
  139. Artikel 2.134
  140. Artikel 2.135
  141. Artikel 2.136
  142. Artikel 2.137
  143. Artikel 2.138
  144. Artikel 2.139
  145. Artikel 2.140
  146. Artikel 2.141
  147. Artikel 2.142
  148. Artikel 2.143
  149. Artikel 2.144
  150. Artikel 2.145
  151. Artikel 2.146
  152. Artikel 2.147
  153. Artikel 2.148
  154. Artikel 2.149
  155. Artikel 2.150
  156. Artikel 2.151
  157. Artikel 2.152
  158. Artikel 2.153
  159. Artikel 2.154
  160. Artikel 2.155
  161. Artikel 2.156
  162. Artikel 2.157
  163. Artikel 2.158
  164. Artikel 2.159
  165. Artikel 2.160
  166. Artikel 2.161
  167. Artikel 2.162
  168. Artikel 2.163
  169. Artikel 2.164
  170. Artikel 2.165
  171. Artikel 2.166
  172. Artikel 2.167
  173. Artikel 2.168
  174. Artikel 2.169
  175. Artikel 2.170
  176. Artikel 2.171
  177. Artikel 2.172
  178. Artikel 2.173
  179. Artikel 2.174
  180. Artikel 2.175
  181. Artikel 2.176
  182. Artikel 2.177
  183. Artikel 2.178
  184. Artikel 2.179
  185. Artikel 2.180
  186. Artikel 2.181
  187. Artikel 2.182
  188. Artikel 2.183
  189. Artikel 2.184
  190. Artikel 2.185
  191. Artikel 2.186
  192. Artikel 2.187
  193. Artikel 2.188
  194. Artikel 2.189
  195. Artikel 2.190
  196. Artikel 2.191
  197. Artikel 2.192
  198. Artikel 2.193
  199. Artikel 2.194
  200. Artikel 2.195
  201. Artikel 2.196
  202. Artikel 2.197
  203. Artikel 2.198
  204. Artikel 2.199
  205. Artikel 2.200
  206. Artikel 2.201
  207. Artikel 2.202
  208. Artikel 2.203
  209. Artikel 2.204
  210. Artikel 2.205
  211. Artikel 2.206
  212. Artikel 2.207
  213. Artikel 2.208
  214. Artikel 2.209
  215. Artikel 2.210
  216. Artikel 2.211
  217. Artikel 2.212
  218. Artikel 2.213
  219. Artikel 2.214
  220. Artikel 2.215
  221. Artikel 2.216
  222. Artikel 2.217
  223. Artikel 2.218
  224. Artikel 2.219
  225. Artikel 2.220
  226. Artikel 2.221
  227. Artikel 2.222
  228. Artikel 2.223
  229. Artikel 2.224
  230. Artikel 2.225
  231. Artikel 2.226
  232. Artikel 2.227
  233. Artikel 2.228
  234. Artikel 2.229
  235. Artikel 2.230
  236. Artikel 2.231
  237. Artikel 2.232
  238. Artikel 2.233
  239. Artikel 2.234
  240. Artikel 2.235
  241. Artikel 2.236
  242. Artikel 2.237
  243. Artikel 2.238
  244. Artikel 2.239
  245. Artikel 2.240
  246. Artikel 2.241
  247. Artikel 2.242
  248. Artikel 2.243
  249. Artikel 3.1
  250. Artikel 3.2
  251. Artikel 3.3
  252. Artikel 3.4
  253. Artikel 3.5
  254. Artikel 3.6
  255. Artikel 3.7
  256. Artikel 3.8
  257. Artikel 3.9
  258. Artikel 3.10
  259. Artikel 3.11
  260. Artikel 3.12
  261. Artikel 3.13
  262. Artikel 3.14
  263. Artikel 3.15
  264. Artikel 3.16
  265. Artikel 3.17
  266. Artikel 3.18
  267. Artikel 3.19
  268. Artikel 3.20
  269. Artikel 3.21
  270. Artikel 3.22
  271. Artikel 3.23
  272. Artikel 3.24
  273. Artikel 3.25
  274. Artikel 3.26
  275. Artikel 3.27
  276. Artikel 3.28
  277. Artikel 3.29
  278. Artikel 3.30
  279. Artikel 3.31
  280. Artikel 3.32
  281. Artikel 3.33
  282. Artikel 3.34
  283. Artikel 3.35
  284. Artikel 3.36
  285. Artikel 3.37
  286. Artikel 3.38
  287. Artikel 3.39
  288. Artikel 3.40
  289. Artikel 3.41
  290. Artikel 3.42
  291. Artikel 3.43
  292. Artikel 3.44
  293. Artikel 3.45
  294. Artikel 3.46
  295. Artikel 3.47
  296. Artikel 3.48
  297. Artikel 3.49
  298. Artikel 3.50
  299. Artikel 3.51
  300. Artikel 3.52
  301. Artikel 3.53
  302. Artikel 4.1
  303. Artikel 4.2
  304. Artikel 4.3
  305. Artikel 4.4
  306. Artikel 4.5
  307. Artikel 4.6
  308. Artikel 4.7
  309. Artikel 4.8
  310. Artikel 4.9
  311. Artikel 4.10
  312. Artikel 4.11
  313. Artikel 4.12
  314. Artikel 4.13
  315. Artikel 4.14
  316. Artikel 4.15
  317. Artikel 4.16
  318. Artikel 4.17
  319. Artikel 4.18
  320. Artikel 4.19
  321. Artikel 4.20
  322. Artikel 4.21
  323. Artikel 4.22
  324. Artikel 4.23
  325. Artikel 4.24
  326. Artikel 4.25
  327. Artikel 4.26
  328. Artikel 4.27
  329. Artikel 4.28
  330. Artikel 4.29
  331. Artikel 4.30
  332. Artikel 4.31
  333. Artikel 4.32
  334. Artikel 4.33
  335. Artikel 4.34
  336. Artikel 4.35
  337. Artikel 4.36
  338. Artikel 4.37
  339. Artikel 4.38
  340. Artikel 4.39
  341. Artikel 4.40
  342. Artikel 4.41
  343. Artikel 4.42
  344. Artikel 4.43
  345. Artikel 4.44
  346. Artikel 4.45
  347. Artikel 4.46
  348. Artikel 4.47
  349. Artikel 4.48
  350. Artikel 4.49
  351. Artikel 4.50
  352. Artikel 4.51
  353. Artikel 4.52
  354. Artikel 4.53
  355. Artikel 4.54
  356. Artikel 4.55
  357. Artikel 4.56
  358. Artikel 4.57
  359. Artikel 4.58
  360. Artikel 4.59
  361. Artikel 4.60
  362. Artikel 4.61
  363. Artikel 4.62
  364. Artikel 4.63
  365. Artikel 4.64
  366. Artikel 4.65
  367. Artikel 4.66
  368. Artikel 4.67
  369. Artikel 4.68
  370. Artikel 4.69
  371. Artikel 4.70
  372. Artikel 4.71
  373. Artikel 4.72
  374. Artikel 4.73
  375. Artikel 4.74
  376. Artikel 4.75
  377. Artikel 4.76
  378. Artikel 4.77
  379. Artikel 4.78
  380. Artikel 4.79
  381. Artikel 4.80
  382. Artikel 4.81
  383. Artikel 4.82
  384. Artikel 4.83
  385. Artikel 4.84
  386. Artikel 4.85
  387. Artikel 4.86
  388. Artikel 4.87
  389. Artikel 4.88
  390. Artikel 4.89
  391. Artikel 4.90
  392. Artikel 4.91
  393. Artikel 4.92
  394. Artikel 4.93
  395. Artikel 4.94
  396. Artikel 4.95
  397. Artikel 4.96
  398. Artikel 4.97
  399. Artikel 4.98
  400. Artikel 4.99
  401. Artikel 4.100
  402. Artikel 4.101
  403. Artikel 4.102
  404. Artikel 4.103
  405. Artikel 4.104
  406. Artikel 4.105
  407. Artikel 4.106
  408. Artikel 4.107
  409. Artikel 4.108
  410. Artikel 4.109
  411. Artikel 4.110
  412. Artikel 4.111
  413. Artikel 4.112
  414. Artikel 4.113
  415. Artikel 4.114
  416. Artikel 4.115
  417. Artikel 4.116
  418. Artikel 4.117
  419. Artikel 5.76
  420. Artikel 5.1
  421. Artikel 5.2
  422. Artikel 5.3
  423. Artikel 5.4
  424. Artikel 5.5
  425. Artikel 5.6
  426. Artikel 5.7
  427. Artikel 5.8
  428. Artikel 5.9
  429. Artikel 5.10
  430. Artikel 5.11
  431. Artikel 5.12
  432. Artikel 5.13
  433. Artikel 5.14
  434. Artikel 5.15
  435. Artikel 5.16
  436. Artikel 5.17
  437. Artikel 5.18
  438. Artikel 5.19
  439. Artikel 5.20
  440. Artikel 5.21
  441. Artikel 5.22
  442. Artikel 5.23
  443. Artikel 5.24
  444. Artikel 5.25
  445. Artikel 5.26
  446. Artikel 5.27
  447. Artikel 5.28
  448. Artikel 5.29
  449. Artikel 5.30
  450. Artikel 5.31
  451. Artikel 5.32
  452. Artikel 5.33
  453. Artikel 5.34
  454. Artikel 5.35
  455. Artikel 5.36
  456. Artikel 5.37
  457. Artikel 5.38
  458. Artikel 5.39
  459. Artikel 5.40
  460. Artikel 5.41
  461. Artikel 5.42
  462. Artikel 5.43
  463. Artikel 5.44
  464. Artikel 5.45
  465. Artikel 5.46
  466. Artikel 5.47
  467. Artikel 5.48
  468. Artikel 5.49
  469. Artikel 5.50
  470. Artikel 5.51
  471. Artikel 5.52
  472. Artikel 5.53
  473. Artikel 5.54
  474. Artikel 5.55
  475. Artikel 5.56
  476. Artikel 5.57
  477. Artikel 5.58
  478. Artikel 5.59
  479. Artikel 5.60
  480. Artikel 5.61
  481. Artikel 5.62
  482. Artikel 5.63
  483. Artikel 5.64
  484. Artikel 5.65
  485. Artikel 5.66
  486. Artikel 5.67
  487. Artikel 5.68
  488. Artikel 5.69
  489. Artikel 5.70
  490. Artikel 5.71
  491. Artikel 5.72
  492. Artikel 5.73
  493. Artikel 5.74
  494. Artikel 5.75
  495. Artikel 6.1
  496. Artikel 6.2
  497. Artikel 6.3
  498. Artikel 6.4
  499. Artikel 6.5
  500. Artikel 6.6
  501. Artikel 6.7
  502. Artikel 6.8
  503. Artikel 6.9
  504. Artikel 6.10
  505. Artikel 6.11
  506. Artikel 6.12
  507. Artikel 6.13
  508. Artikel 6.14
  509. Artikel 6.15
  510. Artikel 6.16
  511. Artikel 6.17
  512. Artikel 6.18
  513. Artikel 6.19
  514. Artikel 6.20
  515. Artikel 6.21
  516. Artikel 6.22
  517. Artikel 6.23
  518. Artikel 6.24
  519. Artikel 6.25
  520. Artikel 6.26
  521. Artikel 6.27
  522. Artikel 6.28
  523. Artikel 6.29
  524. Artikel 6.30
  525. Artikel 6.31
  526. Artikel 6.32
  527. Artikel 6.33
  528. Artikel 6.34
  529. Artikel 6.35
  530. Artikel 7.1
  531. Artikel 7.2
  532. Artikel 7.3
  533. Artikel 7.4
  534. Artikel 7.5
  535. Artikel 7.6
  536. Artikel 7.7
  537. Artikel 7.8
  538. Artikel 7.9
  539. Artikel 7.10
  540. Artikel 7.11
  541. Artikel 7.12
  542. Artikel 7.13
  543. Artikel 8.1
  544. Artikel 9.1
  545. Artikel 9.2
  546. Artikel 9.3
  547. Artikel 9.4
  548. Artikel 9.5
  549. Artikel 9.6
  550. Artikel 9.7
  551. Artikel 9.8
  552. Artikel 9.9
  553. Artikel 9.10
  554. Artikel 9.11
  555. Artikel 9.12
  556. Artikel 9.13
  557. Artikel 9.14
  558. Artikel 9.15
  559. Artikel 9.16
  560. Artikel 9.17
  561. Artikel 9.18
  562. Artikel 9.19
  563. Artikel 9.20
  564. Artikel 9.21
  565. Artikel 9.22
  566. Artikel 9.23
  567. Artikel 9.24
  568. Artikel 9.25
  569. Artikel 9.26
  570. Artikel 9.27
  571. Artikel 9.28
  572. Artikel 9.29
  573. Artikel 9.30
  574. Artikel 9.31
  575. Artikel 9.32
  576. Artikel 9.33
  577. Artikel 9.34
  578. Artikel 9.35
  579. Artikel 9.36
  580. Artikel 9.37
  581. Artikel 9.38
  582. Artikel 9.39
  583. Artikel 9.40
  584. Artikel 9.41
  585. Artikel 9.42
  586. Artikel 9.43
  587. Artikel 9.44
  588. Artikel 9.45
  589. Artikel 9.46
  590. Artikel 9.47
  591. Artikel 9.48
  592. Artikel 9.49
  593. Artikel 9.50
  594. Artikel 9.51
  595. Artikel 9.52
  596. Artikel 9.53
  597. Artikel 9.54
  598. Artikel 9.55
  599. Artikel 9.56
  600. Artikel 9.57
  601. Artikel 9.58
  602. Artikel 9.59
  603. Artikel 9.60
  604. Artikel 9.61
  605. Artikel 9.62
  606. Artikel 9.63
  607. Artikel 9.64
  608. Artikel 9.65
  609. Artikel 9.66
  610. Artikel 9.67
  611. Artikel 9.68
  612. Artikel 9.69
  613. Artikel 9.70
  614. Artikel 9.71
  615. Artikel 9.72
  616. Artikel 9.73
  617. Artikel 9.74
  618. Artikel 9.75
  619. Artikel 9.76
  620. Artikel 9.77
  621. Artikel 9.78
  622. Artikel 9.79
  623. Artikel 9.80
  624. Artikel 9.81
  625. Artikel 9.82
  626. Artikel 9.83
  627. Artikel 9.84
  628. Artikel 9.85
  629. Artikel 9.86
  630. Artikel 9.87
  631. Artikel 9.88
  632. Artikel 9.89
  633. Artikel 9.90
  634. Artikel 9.91
  635. Artikel 9.92
  636. Artikel 9.93
  637. Artikel 9.94
  638. Artikel 9.95
  639. Artikel 9.96
  640. Artikel 9.97
  641. Artikel 9.98
  642. Artikel 9.99
  643. Artikel 9.100
  644. Artikel 9.101
  645. Artikel 9.102
  646. Artikel 9.103
  647. Artikel 9.104
  648. Artikel 9.105
  649. Artikel 9.106
  650. Artikel 9.107
  651. Artikel 9.108
  652. Artikel 9.109
  653. Artikel 9.110
  654. Artikel 9.111
  655. Artikel 9.112
  656. Artikel 9.113
  657. Artikel 9.114
  658. Artikel 9.115
  659. Artikel 9.116
  660. Artikel 9.117
  661. Artikel 9.118
  662. Artikel 9.119
  663. Artikel 9.120
  664. Artikel 9.121
  665. Artikel 9.122
  666. Artikel 9.123
  667. Artikel 9.124
  668. Artikel 9.125
  669. Artikel 9.126
  670. Artikel 9.127
  671. Artikel 9.128
  672. Artikel 9.129
  673. Artikel 9.130
  674. Artikel 9.131
  675. Artikel 9.132
  676. Artikel 9.133
  677. Artikel 9.134
  678. Artikel 9.135
  679. Artikel 9.136
  680. Artikel 9.137
  681. Artikel 9.138
  682. Artikel 9.139
  683. Artikel 9.140
  684. Artikel 9.141
  685. Artikel 9.142
  686. Artikel 9.143
  687. Artikel 9.144
  688. Artikel 9.145
  689. Artikel 9.146
  690. Artikel 9.147
  691. Artikel 9.148
  692. Artikel 9.149
  693. Artikel 9.150
  694. Artikel 9.151
  695. Artikel 9.152
  696. Artikel 9.153
  697. Artikel 9.154
  698. Artikel 9.155
  699. Artikel 9.156
  700. Artikel 9.157
  701. Artikel 9.158
  702. Artikel 9.159
  703. Artikel 9.160
  704. Artikel 9.161
  705. Artikel 9.162
  706. Artikel 9.163
  707. Artikel 9.164
  708. Artikel 9.165
  709. Artikel 9.166
  710. Artikel 9.167
  711. Artikel 9.168
  712. Artikel 9.169
  713. Artikel 9.170
  714. Artikel 9.171
  715. Artikel 9.172
  716. Artikel 9.173
  717. Artikel 9.174
  718. Artikel 9.175
  719. Artikel 9.176
  720. Artikel 9.177
  721. Artikel 9.178
  722. Artikel 9.179
  723. Artikel 9.180
  724. Artikel 9.181
  725. Artikel 9.182
  726. Artikel 9.183
  727. Artikel 9.184
  728. Artikel 9.185
  729. Artikel 9.186
  730. Artikel 9.187
  731. Artikel 9.188
  732. Artikel 9.189
  733. Artikel 9.190
  734. Artikel 9.191
  735. Artikel 9.192
  736. Artikel 9.193
  737. Artikel 9.194
  738. Artikel 9.195
  739. Artikel 9.196
  740. Artikel 9.197
  741. Artikel 9.198
  742. Artikel 9.199
  743. Artikel 9.200
  744. Artikel 9.201
  745. Artikel 9.202
  746. Artikel 9.203
  747. Artikel 9.204
  748. Artikel 9.205
  749. Artikel 9.206
  750. Artikel 9.207
  751. Artikel 9.208
  752. Artikel 9.209
  753. Artikel 9.210
  754. Artikel 9.211
  755. Artikel 9.212
  756. Artikel 9.213
  757. Artikel 9.214
  758. Artikel 9.215
  759. Artikel 9.216
  760. Artikel 9.217
  761. Artikel 9.218
  762. Artikel 9.219
  763. Artikel 9.220
  764. Artikel 9.221
  765. Artikel 9.222
  766. Artikel 9.223
  767. Artikel 9.224
  768. Artikel 9.225
  769. Artikel 9.226
  770. Artikel 9.227
  771. Artikel 9.228
  772. Artikel 9.229
  773. Artikel 9.230
  774. Artikel 9.231
  775. Artikel 9.232
  776. Artikel 9.233
  777. Artikel 9.234
  778. Artikel 9.235
  779. Artikel 9.236
  780. Artikel 9.237
  781. Artikel 9.238
  782. Artikel 9.239
  783. Artikel 9.240
  784. Artikel 9.241
  785. Artikel 9.242
  786. Artikel 9.243
  787. Artikel 9.244
  788. Artikel 9.245
  789. Artikel 9.246
  790. Artikel 9.247
  791. Artikel 9.248
  792. Artikel 9.249
  793. Artikel 9.250
  794. Artikel 9.251
  795. Artikel 9.252
  796. Artikel 9.253
  797. Artikel 9.254
  798. Artikel 9.255
  799. Artikel 9.256
  800. Artikel 9.257
  801. Artikel 9.258
  802. Artikel 9.259
  803. Artikel 9.260
  804. Artikel 9.261
  805. Artikel 9.262
  806. Artikel 9.263
  807. Artikel 9.264
  808. Artikel 9.265
  809. Artikel 9.266
  810. Artikel 9.267
  811. Artikel 9.268
  812. Artikel 9.269
  813. Artikel 9.270
  814. Artikel 9.271
  815. Artikel 9.272
  816. Artikel 9.273
  817. Artikel 9.274
  818. Artikel 9.275
  819. Artikel 9.276
  820. Artikel 9.277
  821. Artikel 9.278
  822. Artikel 9.279
  823. Artikel 9.280
  824. Artikel 9.281
  825. Artikel 9.282
  826. Artikel 9.283
  827. Artikel 9.284
  828. Artikel 9.285
  829. Artikel 9.286
  830. Artikel 9.287
  831. Artikel 9.288
  832. Artikel 9.289
  833. Artikel 9.290
  834. Artikel 9.291
  835. Artikel 9.292
  836. Artikel 9.293
  837. Artikel 9.294
  838. Artikel 9.295
  839. Artikel 9.296
  840. Artikel 9.297
  841. Artikel 9.298
  842. Artikel 9.299
  843. Artikel 9.300
  844. Artikel 9.301
  845. Artikel 9.302
  846. Artikel 9.303
  847. Artikel 9.304
  848. Artikel 9.305
  849. Artikel 9.306
  850. Artikel 9.307
  851. Artikel 9.308
  852. Artikel 9.309
  853. Artikel 9.310
  854. Artikel 9.311
  855. Artikel 9.312
  856. Artikel 9.313
  857. Artikel 9.314
  858. Artikel 9.315
  859. Artikel 9.316
  860. Artikel 9.317
  861. Artikel 9.318
  862. Artikel 9.319
  863. Artikel 9.320
  864. Artikel 9.321
  865. Artikel 9.322
  866. Artikel 9.323
  867. Artikel 9.324
  868. Artikel 9.325
  869. Artikel 9.326
  870. Artikel 9.327
  871. Artikel 9.328
  872. Artikel 9.329
  873. Artikel 9.330
  874. Artikel 9.331
  875. Artikel 9.332
  876. Artikel 9.333
  877. Artikel 9.334
  878. Artikel 9.335
  879. Artikel 9.336
  880. Artikel 9.337
  881. Artikel 9.338
  882. Artikel 9.339
  883. Artikel 9.340
  884. Artikel 9.341
  885. Artikel 9.342
  886. Artikel 9.343
  887. Artikel 9.344
  888. Artikel 9.345
  889. Artikel 9.346
  890. Artikel 9.347
  891. Artikel 9.348
  892. Artikel 9.349
  893. Artikel 9.350
  894. Artikel 9.351
  895. Artikel 9.352
  896. Artikel 9.353
  897. Artikel 9.354
  898. Artikel 9.355
  899. Artikel 9.356
  900. Artikel 9.357
  901. Artikel 9.358
  902. Artikel 9.359
  903. Artikel 9.360
  904. Artikel 9.361
  905. Artikel 9.362
  906. Artikel 9.363
  907. Artikel 9.364
  908. Artikel 9.365
  909. Artikel 9.366
  910. Artikel 9.367
  911. Artikel 9.368
  912. Artikel 9.369
  913. Artikel 9.370
  914. Artikel 10.1
  915. Artikel 10.2
  916. Artikel 10.3
  917. Artikel 10.4
  918. Artikel 10.5
  919. Artikel 10.6
  920. Artikel 10.7
  921. Artikel 10.8
  922. Artikel 10.9
  923. Artikel 10.10
  924. Artikel 10.11
  925. Artikel 10.12
  926. Artikel 10.13
  927. Artikel 10.14
  928. Artikel 10.15
  929. Artikel 10.16
  930. Artikel 10.17
  931. Artikel 10.18
  932. Artikel 10.19
  933. Artikel 10.20
  934. Artikel 10.21
  935. Artikel 10.22
  936. Artikel 10.23
  937. Artikel 10.24
  938. Artikel 10.25
  939. Artikel 11.1
  940. Artikel 21.1
  941. Artikel 21.2
  942. Artikel 21.3
  943. Artikel 22.1
  944. Artikel 22.2
  945. Artikel 22.3
  946. Artikel 22.4
  947. Artikel 22.5
  948. Artikel 22.6
  949. Artikel 22.7
  950. Artikel 22.8
  951. Artikel 22.9
  952. Artikel 22.10
  953. Artikel 22.11
  954. Artikel 22.12
  955. Artikel 22.13
  956. Artikel 22.14
  957. Artikel 22.15
  958. Artikel 22.16
  959. Artikel 22.17
  960. Artikel 22.18
  961. Artikel 22.19
  962. Artikel 22.20
  963. Artikel 22.21
  964. Artikel 22.22
  965. Artikel 22.23
  966. Artikel 22.24
  967. Artikel 22.25
  968. Artikel 22.26
  969. Artikel 22.27
  970. Artikel 22.28
  971. Artikel 22.29
  972. Artikel 22.30
  973. Artikel 22.31
  974. Artikel 22.32
  975. Artikel 22.33
  976. Artikel 22.34
  977. Artikel 22.35
  978. Artikel 22.36
  979. Artikel 22.37
  980. Artikel 22.38
  981. Artikel 22.39
  982. Artikel 22.40
  983. Artikel 22.41
  984. Artikel 22.42
  985. Artikel 22.43
  986. Artikel 22.44
  987. Artikel 22.45
  988. Artikel 22.46
  989. Artikel 22.47
  990. Artikel 22.48
  991. Artikel 22.49
  992. Artikel 22.50
  993. Artikel 22.51
  994. Artikel 22.52
  995. Artikel 22.53
  996. Artikel 22.54
  997. Artikel 22.55
  998. Artikel 22.56
  999. Artikel 22.57
  1000. Artikel 22.58
  1001. Artikel 22.59
  1002. Artikel 22.60
  1003. Artikel 22.61
  1004. Artikel 22.62
  1005. Artikel 22.63
  1006. Artikel 22.64
  1007. Artikel 22.65
  1008. Artikel 22.66
  1009. Artikel 22.67
  1010. Artikel 22.68
  1011. Artikel 22.69
  1012. Artikel 22.70
  1013. Artikel 22.71
  1014. Artikel 22.72
  1015. Artikel 22.73
  1016. Artikel 22.74
  1017. Artikel 22.75
  1018. Artikel 22.76
  1019. Artikel 22.77
  1020. Artikel 22.78
  1021. Artikel 22.79
  1022. Artikel 22.80
  1023. Artikel 22.81
  1024. Artikel 22.82
  1025. Artikel 22.83
  1026. Artikel 22.84
  1027. Artikel 22.85
  1028. Artikel 22.86
  1029. Artikel 22.87
  1030. Artikel 22.88
  1031. Artikel 22.89
  1032. Artikel 22.90
  1033. Artikel 22.91
  1034. Artikel 22.92
  1035. Artikel 22.93
  1036. Artikel 22.94
  1037. Artikel 22.95
  1038. Artikel 22.96
  1039. Artikel 22.97
  1040. Artikel 22.98
  1041. Artikel 22.99
  1042. Artikel 22.100
  1043. Artikel 22.101
  1044. Artikel 22.102
  1045. Artikel 22.103
  1046. Artikel 22.104
  1047. Artikel 22.105
  1048. Artikel 22.106
  1049. Artikel 22.107
  1050. Artikel 22.108
  1051. Artikel 22.109
  1052. Artikel 22.110
  1053. Artikel 22.111
  1054. Artikel 22.112
  1055. Artikel 22.113
  1056. Artikel 22.114
  1057. Artikel 22.115
  1058. Artikel 22.116
  1059. Artikel 22.117
  1060. Artikel 22.118
  1061. Artikel 22.119
  1062. Artikel 22.120
  1063. Artikel 22.121
  1064. Artikel 22.122
  1065. Artikel 22.123
  1066. Artikel 22.124
  1067. Artikel 22.125
  1068. Artikel 22.126
  1069. Artikel 22.127
  1070. Artikel 22.128
  1071. Artikel 22.129
  1072. Artikel 22.130
  1073. Artikel 22.131
  1074. Artikel 22.132
  1075. Artikel 22.133
  1076. Artikel 22.134
  1077. Artikel 22.135
  1078. Artikel 22.136
  1079. Artikel 22.137
  1080. Artikel 22.138
  1081. Artikel 22.139
  1082. Artikel 22.140
  1083. Artikel 22.141
  1084. Artikel 22.142
  1085. Artikel 22.143
  1086. Artikel 22.144
  1087. Artikel 22.145
  1088. Artikel 22.146
  1089. Artikel 22.147
  1090. Artikel 22.148
  1091. Artikel 22.149
  1092. Artikel 22.150
  1093. Artikel 22.151
  1094. Artikel 22.152
  1095. Artikel 22.153
  1096. Artikel 22.154
  1097. Artikel 22.155
  1098. Artikel 22.156
  1099. Artikel 22.157
  1100. Artikel 22.158
  1101. Artikel 22.159
  1102. Artikel 22.160
  1103. Artikel 22.161
  1104. Artikel 22.162
  1105. Artikel 22.163
  1106. Artikel 22.164
  1107. Artikel 22.165
  1108. Artikel 22.166
  1109. Artikel 22.167
  1110. Artikel 22.168
  1111. Artikel 22.169
  1112. Artikel 22.170
  1113. Artikel 22.171
  1114. Artikel 22.172
  1115. Artikel 22.173
  1116. Artikel 22.174
  1117. Artikel 22.175
  1118. Artikel 22.176
  1119. Artikel 22.177
  1120. Artikel 22.178
  1121. Artikel 22.179
  1122. Artikel 22.180
  1123. Artikel 22.181
  1124. Artikel 22.182
  1125. Artikel 22.183
  1126. Artikel 22.184
  1127. Artikel 22.185
  1128. Artikel 22.186
  1129. Artikel 22.187
  1130. Artikel 22.188
  1131. Artikel 22.189
  1132. Artikel 22.190
  1133. Artikel 22.191
  1134. Artikel 22.192
  1135. Artikel 22.193
  1136. Artikel 22.194
  1137. Artikel 22.195
  1138. Artikel 22.196
  1139. Artikel 22.197
  1140. Artikel 22.198
  1141. Artikel 22.199
  1142. Artikel 22.200
  1143. Artikel 22.201
  1144. Artikel 22.202
  1145. Artikel 22.203
  1146. Artikel 22.204
  1147. Artikel 22.205
  1148. Artikel 22.206
  1149. Artikel 22.207
  1150. Artikel 22.208
  1151. Artikel 22.209
  1152. Artikel 22.210
  1153. Artikel 22.211
  1154. Artikel 22.212
  1155. Artikel 22.213
  1156. Artikel 22.214
  1157. Artikel 22.215
  1158. Artikel 22.216
  1159. Artikel 22.217
  1160. Artikel 22.218
  1161. Artikel 22.219
  1162. Artikel 22.220
  1163. Artikel 22.221
  1164. Artikel 22.222
  1165. Artikel 22.223
  1166. Artikel 22.224
  1167. Artikel 22.225
  1168. Artikel 22.226
  1169. Artikel 22.227
  1170. Artikel 22.228
  1171. Artikel 22.229
  1172. Artikel 22.230
  1173. Artikel 22.231
  1174. Artikel 22.232
  1175. Artikel 22.233
  1176. Artikel 22.234
  1177. Artikel 22.235
  1178. Artikel 22.236
  1179. Artikel 22.237
  1180. Artikel 22.238
  1181. Artikel 22.239
  1182. Artikel 22.240
  1183. Artikel 22.241
  1184. Artikel 22.242
  1185. Artikel 22.243
  1186. Artikel 22.244
  1187. Artikel 22.245
  1188. Artikel 22.246
  1189. Artikel 22.247
  1190. Artikel 22.248
  1191. Artikel 22.249
  1192. Artikel 22.250
  1193. Artikel 22.251
  1194. Artikel 22.252
  1195. Artikel 22.253
  1196. Artikel 22.254
  1197. Artikel 22.255
  1198. Artikel 22.256
  1199. Artikel 22.257
  1200. Artikel 22.258
  1201. Artikel 22.259
  1202. Artikel 22.260
  1203. Artikel 22.261
  1204. Artikel 22.262
  1205. Artikel 22.263
  1206. Artikel 22.264
  1207. Artikel 22.265
  1208. Artikel 22.266
  1209. Artikel 22.267
  1210. Artikel 22.268
  1211. Artikel 22.269
  1212. Artikel 22.270
  1213. Artikel 22.271
  1214. Artikel 22.272
  1215. Artikel 22.273
  1216. Artikel 22.274
  1217. Artikel 22.275
  1218. Artikel 22.276
  1219. Artikel 22.277
  1220. Artikel 22.278
  1221. Artikel 22.279
  1222. Artikel 22.280
  1223. Artikel 22.281
  1224. Artikel 22.282
  1225. Artikel 22.283
  1226. Artikel 22.284
  1227. Artikel 22.285
  1228. Artikel 22.286
  1229. Artikel 22.287
  1230. Artikel 22.288
  1231. Artikel 22.289
  1232. Artikel 22.290
  1233. Artikel 22.291
  1234. Artikel 22.292
  1235. Artikel 22.293
  1236. Artikel 22.294
  1237. Artikel 22.295
  1238. Artikel 22.296
  1239. Artikel 22.297
  1240. Artikel 22.298
  1241. Artikel 22.299
  1242. Artikel 22.300
  1243. Artikel 22.301
  1244. Artikel 22.302
  1245. Artikel 22.303
  1246. Artikel 23.1
  1247. Artikel 23.2
  1248. Artikel 23.3
  1249. Artikel 23.4
  1250. Artikel 23.5
  1251. Artikel 23.6
  1252. Artikel 23.7
  1253. Artikel 23.8
  1254. Artikel 24.1
  1255. Artikel 17.5
  1256. Artikel 5.165

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696291 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-28 2026-01-28 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696291/nld@2026-02-26 /join/id/proces/gm0363/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0363/2023/procedure12c2a67394f64deca63e775ce41e4707 /join/id/proces/gm0363/2024/procedure37fe6084720b49bfbb3ea1a08a1243e8 /join/id/proces/gm0363/2024/procedure40005bbdf7d64947bbaa6c9397306b73 /join/id/proces/gm0363/2024/procedure060fd67657aa4734af7b7b766a995955 /join/id/proces/gm0363/2025/procedured0fd9517e5e94f588c8d074605338d10 /join/id/proces/gm0363/2024/procedureb657cf4722b947429eeee20c234d65d5 /join/id/proces/gm0363/2024/procedure93919393102b46ff93adba456cff0a77 /join/id/proces/gm0363/2025/proceduredde63699a311441c9a4fc799f908b87f /join/id/proces/gm0363/2025/procedure5e5954ec240a428c8ebe8f1978000f12 /join/id/proces/gm0363/2024/procedure1609ffe6da0d40f6b98ec52f0b0b31e5 2026-02-26 2026-04-08 2026-02-26 2026-04-08 2026-02-26 2026-04-08 /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-26;13173666 /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0363/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-26;13173666 /join/id/stop/work_019 11 Omgevingsplan gemeente Amsterdam

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

2.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begripsomschrijving bevat.

3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

4.

Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

5.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-omgevingsplan geldt de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-omgevingsplan.

6.

Als een begripsbepaling in een ter plaatse geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan afwijkt van een begripsbepaling, opgenomen in bijlage I, dan is op de begripsbepaling in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan van toepassing op de desbetreffende regels in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan.

Artikel 1.2Oogmerk van de regels

De regels in dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op de maatschappelijke doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, tenzij uit de regels van dit omgevingsplan volgt dat het oogmerk is beperkt.

Artikel 1.3Geografisch werkingsgebied van de regels, overzicht van informatieobjecten

1.

De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied is beperkt.

2.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat een overzicht van informatieobjecten.

Artikel 1.4Normadressaat

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.5Algemene gegevens bij melding en informatieplicht

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, anders dan in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift, worden die ondertekend en voorzien van: a. een beschrijving van de activiteit, waarop het verstrekken van de gegevens en bescheiden betrekking heeft; b. de naam, adres en telefoonnummer van degene die de activiteit verricht; c. als de gegevens en bescheiden worden ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; d. als de gegevens en bescheiden elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; e. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; f. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en g. de dagtekening.

Hoofdstuk 2

GEBRUIKSDOEL VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, REGELS OVER GEBRUIK

Afdeling 2.1

ALGEMEEN

Artikel 2.1Toepassingsbereik

1.

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken en het gebruik van gronden en bouwwerken.

2.

Afdeling 2.3 is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen'. Daar wordt het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken bepaald door de bestemming die op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan geldt.

Artikel 2.2Meet- en rekenregels

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over gebruik in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

2.

Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing.

3.

Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een aanduiding geldt de betreffende norm per afzonderlijk aanduidingsvlak.

Afdeling 2.2

ALGEMEEN VERBOD GRONDEN EN BOUWWERKEN TE GEBRUIKEN IN STRIJD MET REGELS OVER GEBRUIK

Artikel 2.3Vangnetbepaling strijdig gebruik

1.

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3.

2.

In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn.

3.

In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn.

4.

In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

5.

Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel, bedoeld in het eerste lid, behoort in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. groenvoorzieningen en waterpartijen; b. nutsvoorzieningen; c. ontsluitingsinfrastructuur ten behoeve van het gebruiksdoel; d. het voorzien in de eigen parkeerbehoefte.

6.

Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op: a. een bouwwerk dat met toepassing van artikel 4.19 is toegestaan; b. een bijbehorend bouwwerk dat op grond van afdeling 5.3 is toegestaan.

Afdeling 2.3

GEBRUIKSDOELEN VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, TOEGESTAAN GEBRUIK EN REGELS OVER DAT GEBRUIK

Paragraaf 2.3.1

Wonen Subparagraaf 2.3.1.1 Algemene regels over wonen

Artikel 2.4Toepassingsbereik

1.

Paragraaf 2.3.1 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.

2.

Paragraaf 2.3.1 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.

Artikel 2.5Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen', toegestaan gebruik

1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen' hebben als gebruiksdoel wonen, en mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen.

2.

Een ander gebruik van woonruimte dan voor wonen is uitsluitend toegestaan voor zover dit in deze paragraaf is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels.

Artikel 2.6Omvang en situering van wonen

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte wonen' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van wonen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'aantal woningen' is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen is toegestaan' is wonen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen niet is toegestaan' is wonen niet toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.7Specifieke regels over het gebruik van het bij een woonruimte behorend erf

1.

Onverminderd artikel 3.5 is het verboden een bij een woonruimte behorend bijgebouw te gebruiken voor bewoning.

2.

In aanvulling op artikel 3.5 is het verboden een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend gebouwerf te parkeren, tenzij dit plaatsvindt: a. binnen een bouwwerk dat klaarblijkelijk is bedoeld voor het parkeren van een motorrijtuig; of b. buiten een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk, voor zover de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg hieraan niet in de weg staan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren op eigen terrein niet toegestaan' is, in afwijking van het tweede lid, onder b, het stallen van een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend erf, ongeacht de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg, niet toegestaan.

4.

Het in het tweede lid opgenomen verbod is niet van toepassing op een motorrijtuig op twee wielen of op een gehandicaptenvoertuig, bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Artikel 2.8Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis

1.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan, maar uitsluitend voor zover: a. het gebruik van de woonruimte en het erf ten behoeve van bewoning overheersend blijft; en b. het beroep of bedrijf aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend.

2.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis dat gepaard gaat met geluidhinder of geurhinder is niet toegestaan.

3.

Het uitoefenen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

4.

Op degene die een beroep of bedrijf aan huis uitoefent berust de bijzondere zorgplicht datgene in het werk te stellen wat redelijkerwijze kan worden verlangd om hinder op de woonomgeving als gevolg van de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis te voorkomen.

5.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan.

Artikel 2.9Beperkende regel over waar short stay is toegestaan

Het gebruik van woonruimte voor short stay is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'short stay toegestaan'.

Artikel 2.10Garageboxen

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'garagebox’ geldt dat uitsluitend een of meer garageboxen zijn toegestaan.

2.

Het gebruik van de in het eerste lid bedoelde garagebox voor bewoning is niet toegestaan.

Subparagraaf 2.3.1.2 Regels over specifieke woonvormen en doelgroepen

Artikel 2.11Locaties aangewezen voor bedrijfswoningen

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is woonruimte aangewezen als bedrijfswoning.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is het verboden woonruimte op een andere wijze in gebruik te hebben dan als bedrijfswoning.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.

4.

In afwijking van het derde lid, zijn ter plaatse van de aanduiding 'twee bedrijfswoningen toegestaan' twee bedrijfswoningen toegestaan.

Artikel 2.12Locaties aangewezen voor studentenhuisvesting

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend studentenwoningen’ mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als studentenwoning.

Artikel 2.13Locaties aangewezen voor zorgwoningen

Ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als zorgwoning.

Artikel 2.14Gereserveerd

Artikel 2.15Gereserveerd

Artikel 2.16Gereserveerd

Artikel 2.17Gereserveerd

Artikel 2.18Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.1.3 Regels over activiteiten waarvoor een vergunningplicht op grond van de Huisvestingsverordening geldt

Artikel 2.19Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast

1.

Het is verboden woonruimte te gebruiken voor Bed and Breakfast, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning is verleend, en uitsluitend voor de duur van die vergunning.

2.

Het is verboden bij woonruimte behorende bijgebouwen te gebruiken voor Bed and Breakfast.

3.

Onverminderd het bepaalde in de Huisvestingsverordening geldt het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet ter plaatse van de aanduiding 'Bed and Breakfast toegestaan'.

Artikel 2.20Kamerverhuur

1.

Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij: a. de woonruimte is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten; b. de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend; of c. het een omzetting naar een onzelfstandige woning betreft die in de Huisvestingsverordening is vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingwet.

2.

In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is onzelfstandige woonruimte ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'.

3.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is omzetting naar onzelfstandige woonruimte niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte niet toegestaan'.

3.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal onzelfstandige woonruimten' het minimum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

4.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal onzelfstandige woonruimten' het maximum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.21Woningvorming

Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Paragraaf 2.3.2

Maatschappelijke dienstverlening Subparagraaf 2.3.2.1 Algemene regels over maatschappelijke dienstverlening

Artikel 2.22Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.

Artikel 2.23

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' hebben als gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van het bieden van maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 2.24Omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte van maatschappelijke dienstverlening de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening is toegestaan' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 2.3.2.2 Regels over specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening

Artikel 2.25Kinderopvang

1.

Een kinderopvang is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderopvang toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan' is uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan 3.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin kinderopvang is toegestaan' is kinderopvang uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kinderopvang' geldt dat per bouwblok maximum één kinderopvang is toegestaan.

Artikel 2.26Onderwijs

1.

Een basisschool is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'basisschool toegestaan'.

2.

Een instelling voor het bieden van voortgezet onderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'voortgezet onderwijs toegestaan'.

3.

Een instelling voor het bieden van middelbaar beroepsonderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'middelbaar beroepsonderwijs toegestaan'.

4.

Een hogeschool of universiteit is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'hogeschool en universitair onderwijs toegestaan'.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

6.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op het geven van avondonderwijs.

Artikel 2.27Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen

1.

Het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ziekenhuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 2.28Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

1.

Een verpleeghuis of verzorgingshuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 2.29Overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied

1.

Voor overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie geldt dat die, voor zover het gaat om een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige instellingen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 2.30Kinderboerderijen

Een kinderboerderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij'.

Artikel 2.31Begraafplaatsen

Een begraafplaats is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats toegestaan'.

Artikel 2.32Crematoria

Een crematorium is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'crematorium toegestaan'.

Artikel 2.33Gereserveerd

Artikel 2.34Gereserveerd

Artikel 2.35Gereserveerd

Artikel 2.36Gereserveerd

Artikel 2.37Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.2.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn toegestaan

Artikel 2.38Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin'

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een school(werk)tuin toegestaan.

Artikel 2.39Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij'

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderboerderij toegestaan.

Paragraaf 2.3.3

Zakelijke en administratieve dienstverlening (kantoor)

Artikel 2.40Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'.

Artikel 2.41

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening', toegestaan gebruik 1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening' hebben als gebruiksdoel zakelijke en administratieve dienstverlening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

Voor zover sprake is van dienstverlening met een meer dan ondergeschikte baliefunctie of met overwegend rechtstreeks contact met de klant, is sprake van consumentgerichte dienstverlening als bedoeld in paragraaf 2.3.4, en is dit gebruik niet in overeenstemming met het in het eerste lid bedoelde gebruiksdoel.

Artikel 2.42Omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte zakelijke en administratieve dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.43Beperkingen met betrekking tot baliefuncties

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitgesloten' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitgesloten.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitsluitend op begane grond toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Artikel 2.44Aanbieden aan derden van vergader- en congresfaciliteiten

1.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden aan derden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.45Gereserveerd

Artikel 2.46Gereserveerd

Artikel 2.47Gereserveerd

Artikel 2.48Gereserveerd

Paragraaf 2.3.4

Detailhandel Subparagraaf 2.3.4.1 Algemene regels over detailhandel

Artikel 2.49Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel'.

Artikel 2.50Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel' hebben als gebruiksdoel detailhandel en mogen worden gebruikt voor detailhandel.

Artikel 2.51Omvang en situering van detailhandel

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel is toegestaan' is detailhandel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.52gereserveerd

Artikel 2.53gereserveerd

Subparagraaf 2.3.4.2 Vormen van detailhandel die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties

Artikel 2.54Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan

De uitoefening van loketverkoop is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'loketverkoop toegestaan'.

Artikel 2.55Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan

Een sekswinkel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sekswinkel toegestaan'.

Artikel 2.56Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan

1.

Een verkooppunt motorbrandstoffen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan' is de verkoop van LPG uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkoop LPG toegestaan'.

Artikel 2.57

Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan Een smartshop, headshop, seedshop, growshop en naar de aard daarmee vergelijkbare vormen van detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van: a. smartshops ter plaatse van de aanduiding 'smartshop'; b. headshops ter plaatse van de aanduiding 'headshop'; c. seedshops ter plaatse van de aanduiding 'seedshop'; d. growshops ter plaatse van de aanduiding 'growshop'.

Subparagraaf 2.3.4.3 Regels over supermarkten

Artikel 2.58Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan

1.

Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt toegestaan'.

2.

Detailhandel in de vorm van een mini-supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'mini-supermarkt toegestaan'.

Artikel 2.59Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' is detailhandel alleen in de vorm van een supermarkt toegestaan.

Artikel 2.60Omvang en situering van supermarkten

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte supermarkt' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van een supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een supermarkt is toegestaan' is een supermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal supermarkten' is het maximum aantal supermarkten dat is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.61Omvang en situering van mini-supermarkten

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte mini-supermarkt' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van een mini-supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een mini-supermarkt is toegestaan' is een mini-supermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 2.3.4.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan

Artikel 2.62Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend grootschalige detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van een grootschalige detailhandelsvestiging toegestaan. Shop-in-shop en verkoop van dagelijkse artikelen zijn binnen een grootschalige detailhandelsvestiging niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend perifere detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van perifere detailhandel toegestaan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend ABC-goederen' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van auto's, boten, caravans en tenten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend woninginrichting' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van artikelen op het gebied van woninginrichting, waaronder keukens, badkamers en meubelen toegestaan.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend bouwmarkt' is detailhandel alleen in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten toegestaan.

6.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend tuincentrum' is detailhandel alleen in de vorm van tuincentra toegestaan.

7.

Als aan een locatie meerdere van de in lid 1 tot en met lid 6 bedoelde aanduidingen zijn gegeven, dan zijn op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel.

Artikel 2.63Locaties waar uitsluitend een afhaaldepot van goederen is toegestaan

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend afhaaldepot goederen' is uitsluitend het leveren aan de consument van elders of elektronisch aangekochte goederen toegestaan.

Subparagraaf 2.3.4.5 Gebiedsspecifieke beperkingen met betrekking tot detailhandel [gereserveerd]

Artikel 2.64Gereserveerd

Artikel 2.65Gereserveerd

Artikel 2.66Gereserveerd

Artikel 2.67Gereserveerd

Artikel 2.68Gereserveerd

Paragraaf 2.3.5

Consumentgerichte dienstverlening

Artikel 2.69Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.

Artikel 2.70

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening' hebben als gebruiksdoel consumentgerichte dienstverlening en mogen worden gebruikt voor consumentgerichte dienstverlening.

Artikel 2.71Omvang en situering van consumentgerichte dienstverlening

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte consumentgerichte dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening is toegestaan' is consumentgerichte dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.72Beperkende regel over waar geldwisselkantoren zijn toegestaan

Een geldwisselkantoren is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'geldwisselkantoor’.

Artikel 2.73Beperkende regel over waar telefoneerinrichtingen en belhuizen zijn toegestaan

Een telefoneerinrichting of belhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'telefoneerinrichting'.

Artikel 2.74Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan

Een internetcafé is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'internetcafé'.

Artikel 2.75Gereserveerd

Artikel 2.76Gereserveerd

Artikel 2.77Gereserveerd

Artikel 2.78Gereserveerd

Artikel 2.79Gereserveerd

Paragraaf 2.3.6

Bedrijf (industrie, ambacht, groothandel, opslag en transport) Subparagraaf 2.3.6.1 Algemene regels over bedrijven

Artikel 2.80Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'.

3.

In deze paragraaf wordt onder bedrijf verstaan een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, verwerken, herstellen, opslaan, verhuren, distributie van en groothandel in goederen.

4.

Onder bedrijf wordt niet verstaan het verhuren van goederen aan in hoofdzaak consumenten. In dat geval is sprake van detailhandel.

5.

In deze paragraaf wordt onder Lijst van bedrijfsactiviteiten verstaan de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage VI.

Artikel 2.81Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf' hebben als gebruiksdoel bedrijf mogen worden gebruikt voor de uitoefening van bedrijf.

Artikel 2.82Regels over omvang en situering bedrijf

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte bedrijf' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van bedrijf mag worden benut de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf op de begane grond' is een bedrijf uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Subparagraaf 2.3.6.2 Toegestane bedrijven in verband met milieuhinder

Artikel 2.83Toegestane bedrijven: milieuhindercategorieën

Ter plaatse van de aanduiding 'maximale milieuhindercategorie' zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen in een milieuhindercategorie die gelijk of lager is dan de ter plaatse van de aanduiding bepaalde maximale milieuhindercategorie.

Artikel 2.84Toegestane bedrijven: functiemenging

Ter plaatse van de aanduiding 'functiemenging' zijn de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: a. vervaardigen van kleding en toebehoren, anders dan het bewerken of verven van leer, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2; b. drukken en kopiëren, anders dan drukkerijen van dagbladen en drukkerijen met vlak of rotatie-diepdruk; c. grafisch afwerken en andere grafische activiteiten waaronder reproductie en zetten; d. binderijen; e. vervaardigen van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten, voor zover het vermogen van elektrische ovens gezamenlijk minder dan 40kW bedraagt; f. vervaardigen van medische en optische apparaten en instrumenten, met inbegrip van reparatiewerkzaamheden; g. stofferen van meubels met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2; h. vervaardigen van sierraden en dergelijke; i. aannemersbedrijven met werkplaats, timmerwerkfabrieken (inclusief vervaardiging overige artikelen van hout) en meubelmakerijen met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2; j. bekleden van het interieur van auto’s; k. repareren van goederen ten behoeve van particulieren, anders dan auto's, motorfietsen en gemotoriseerde vaartuigen; l. ontwikkelen van foto's en films; m. vervaardigen van producten van metaal (exclusief machines/transportmiddelen) in een gesloten gebouw, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2.

Artikel 2.85Toestaan bedrijven met maatwerkvoorschrift

1.

In afwijking van artikel 2.83 of artikel 2.84 kan per maatwerkvoorschrift op verzoek of ambtshalve een bedrijf op een locatie worden toegestaan voor zover dat bedrijf niet meer geluid, geur en stof uitstoot dan bedrijven die op grond van artikel 2.83, respectievelijk artikel 2.84 op die locatie zijn toegestaan.

2.

Bij de aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, geur en stof; en c. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof in de omgeving te beperken.

3.

Om te borgen dat er wordt voldaan aan het eerste lid kan het bevoegd gezag in het maatwerkvoorschrift onder meer: a. het treffen van maatregelen of voorzieningen verplichten; b. aan de bedrijfsactiviteit beperkingen stellen; c. aanwijzingen geven.

Artikel 2.86Bestaande bedrijven: eerbiedigende werking

Onverminderd artikel 2.83 en 2.84 zijn ook bedrijven toegestaan die in bijlage VII zijn opgenomen.

Subparagraaf 2.3.6.3 Vormen van bedrijf die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties

Artikel 2.87Beperkende regel over waar risicobedrijven zijn toegestaan

1.

Bedrijven waar een activiteit plaatsvindt die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'risicobedrijf toegestaan'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. windturbines; b. bedrijven waar een gasdrukregel- en meetstation staat, voor zover:

1.de afstanden genoemd in tabel 4.421 van het Besluit activiteiten leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen c. bedrijven waar een propaantank staat, voor zover:
1.de afstanden genoemd in tabel 4.899 van het Besluit activiteiten leefomgeving en in Tabel A.7 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen.

Artikel 2.88

Beperkende regel over waar activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn toegestaan Bedrijven die activiteiten uitoefenen die in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken'.

Artikel 2.89Beperkende regel over waar datacenters zijn toegestaan

1.

Een datacenter is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'datacenters toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aansluitvermogen datacentrum' is het maximale aansluitvermogen van een datacenter in megavoltampère de daar bepaalde waarde.

3.

Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de volgende onderwerpen: a. ruimtelijke kwaliteit en inpassing; b. multifunctioneel ruimtegebruik; c. energie; d. watergebruik; e. restwarmte; f. monitoring.

Artikel 2.90Beperkende regel over waar windturbines zijn toegestaan

Een windturbine is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'windturbine toegestaan'.

Artikel 2.91Beperkende regel over waar complexe bedrijven zijn toegestaan

Bedrijven die milieubelastende activiteiten uitoefenen die in Afdeling 3.3 ('Complexe bedrijven') van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'complexe bedrijven toegestaan'.

Artikel 2.92Beperkende regel over waar Rie-bedrijven zijn toegestaan

Bedrijven die in bijlage 1 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334) zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Rie-bedrijven toegestaan'.

Subparagraaf 2.3.6.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van bedrijf zijn toegestaan

Artikel 2.93Locaties bedoeld voor havengebonden bedrijven

Ter plaatse van de aanduiding 'havengebonden bedrijf' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die voor aan- en/of afvoer van goederen mede afhankelijk zijn van het vervoer over water.

Artikel 2.94Locaties bedoeld voor windturbines

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend windturbine toegestaan' zijn uitsluitend windturbines toegestaan.

Artikel 2.95Gereserveerd

Artikel 2.96Gereserveerd

Artikel 2.97Gereserveerd

Artikel 2.98Gereserveerd

Artikel 2.99Gereserveerd

Paragraaf 2.3.7

Culturele voorziening

Artikel 2.100Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening''.

Artikel 2.101Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerpen ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening' hebben als gebruiksdoel culturele voorziening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van een culturele voorziening.

Artikel 2.102Omvang en situering van culturele voorzieningen

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte culturele voorzieningen' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van culturele voorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers culturele voorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen culturele voorzieningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin culturele voorzieningen zijn toegestaan' zijn culturele voorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.103Beperkende regel over waar theaters en concertzalen zijn toegestaan

Een theater of concertzaal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'theater en concertzaal toegestaan'.

Artikel 2.104Beperkende regel over waar musea en expositieruimten zijn toegestaan

Een museum of expositieruimte is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'museum en expositieruimte toegestaan'.

Artikel 2.105Beperkende regel over waar bioscopen en filmhuizen zijn toegestaan

Een bioscoop of filmhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bioscoop en filmhuis toegestaan'.

Artikel 2.106Beperkende regel over waar debatcentra zijn toegestaan

Een debatcentrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'debatcentrum toegestaan'.

Artikel 2.107Waar culturele horeca met toepassing van subparagraaf [PM]  kan worden toegestaan [gereserveerd]

Artikel 2.108Gereserveerd

Artikel 2.109Gereserveerd

Artikel 2.110Gereserveerd

Artikel 2.111Gereserveerd

Artikel 2.112Gereserveerd

Paragraaf 2.3.8

Hotel

Artikel 2.113Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'.

Artikel 2.114Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel' hebben als gebruiksdoel hotel en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een hotel.

Artikel 2.115Omvang en situering van hotels

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte hotel' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van hotel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel is toegestaan' is het exploiteren van een hotel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hotelkamers' is het maximum aantal hotelkamers de daar bepaalde waarde.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden' is het maximum aantal slaapplaatsen dat in het hotel is toegestaan de daar bepaalde waarde.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden per kamer' is het maximum aantal slaapplaatsen dat per hotelkamer is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.116Bijbehorende faciliteiten uitsluitend voor hotelgasten

1.

Bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten mogen uitsluitend door hotelgasten worden gebruikt.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bijbehorende hotelfaciliteiten ook voor niet-hotelgasten' geldt dat bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten ook door niet-hotelgasten mogen worden gebruikt.

3.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van hotel.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.117Verboden gebruik bijbehorende gronden en bouwwerken

1.

Onverminderd artikel 3.5 is het verboden de bij een hotel behorende gronden en bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor: a. het aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten; b. bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en vergader- en congresfaciliteiten.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het gebruik van gronden als horecaterras voor hotelgasten, tenzij artikel 3.5, derde lid van toepassing is.

Artikel 2.118Mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften

1.

Het bevoegd gezag kan, voor zover zij die nodig acht ter voorkoming van onaanvaardbare overlast op de omgeving, een maatwerkvoorschrift stellen over: a. het gebruik van bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten door niet-hotelgasten; b. het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten.

2.

Een maatwerkvoorschrift over het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten kan inhouden een verbod om bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten te gebruiken.

Artikel 2.119Gereserveerd

Artikel 2.120Gereserveerd

Artikel 2.121Gereserveerd

Artikel 2.122Gereserveerd

Artikel 2.123Gereserveerd

Paragraaf 2.3.9

Sportvoorziening

Artikel 2.124Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.

Artikel 2.125Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' hebben als gebruiksdoel sportvoorziening en mogen worden gebruikt als sportvoorziening.

Artikel 2.126Omvang en situering van sportvoorzieningen

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte sportvoorziening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van sportvoorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers sportvoorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin sportvoorzieningen zijn toegestaan' zijn sportvoorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.127Beperkende regel over waar maneges zijn toegestaan

1.

Een manege is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'manege toegestaan'.

2.

Niet-overdekte paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet-overdekte paardenbak toegestaan'.

Artikel 2.128Beperkende regel over waar kunstijsbanen zijn toegestaan

Een kunstijsbaan is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kunstijsbaan toegestaan'.

Artikel 2.129Beperkende regel over waar sportscholen en fitnesscentra zijn toegestaan

Sportscholen en fitnesscentra zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sportschool toegestaan'.

Artikel 2.130Beperkende regel over waar zwembaden zijn toegestaan

1.

Zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'zwembad toegestaan'.

2.

Onder een zwembad wordt in deze paragraaf verstaan een al dan niet overdekte voorziening voor het lesgeven in zwemmen, de zwemsport en het recreatief zwemmen.

3.

Niet-overdekte zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet-overdekt zwembad toegestaan'.

Artikel 2.131Locaties bedoeld voor watersport-gerelateerde faciliteiten

Ter plaatse van de aanduiding 'watersportvoorzieningen' zijn geen andere sportvoorzieningen dan watersport-gerelateerde faciliteiten toegestaan.

Artikel 2.132Gereserveerd

Artikel 2.133Gereserveerd

Artikel 2.134Gereserveerd

Artikel 2.135Gereserveerd

Artikel 2.136Gereserveerd

Paragraaf 2.3.10

Faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak

Artikel 2.137Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'.

Artikel 2.138

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak' hebben als gebruiksdoel ontspanning en vermaak en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak.

Artikel 2.139Omvang en situering van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak is toegestaan' zijn faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.140Beperkende regel over waar faciliteiten op het gebied van spel en vermaak zijn toegestaan

Een faciliteit gericht op spel en vermaak is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'spel en vermaak toegestaan'.

Artikel 2.141Beperkende regel over waar kartbanen zijn toegestaan

Een kartbaan is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kartbaan toegestaan'.

Artikel 2.142Beperkende regel over waar dierentuinen zijn toegestaan

Een dierentuin is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dierentuin toegestaan'.

Artikel 2.143Beperkende regel over waar speelautomatenhallen zijn toegestaan

Een speelautomatenhal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'speelautomatenhal toegestaan'.

Artikel 2.144Beperkende regel over waar casino's zijn toegestaan

Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'casino toegestaan'.

Artikel 2.145Beperkende regel over waar wellness is toegestaan

Een wellness is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wellness toegestaan'.

Artikel 2.146Gereserveerd

Artikel 2.147Gereserveerd

Artikel 2.148Gereserveerd

Artikel 2.149Gereserveerd

Artikel 2.150Gereserveerd

Paragraaf 2.3.11

Seks en erotiek Subparagraaf 2.3.11.1 Prostitutiebedrijf

Artikel 2.151Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf'.

Artikel 2.152Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf' hebben als gebruiksdoel prostitutiebedrijf en mogen worden gebruikt voor een prostitutiebedrijf.

Artikel 2.153Beperkende regel over waar raamprostitutie is toegestaan

1.

Het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan' is het exploiteren van een prostitutiebedrijf uitsluitend in de vorm van een raamprostitutiebedrijf toegestaan.

Artikel 2.154Omvang en situering prostitutiebedrijf

1.

Het exploiteren van een prostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan in een hoofdgebouw. Op het eventueel bij het hoofdgebouw behorend erf en in de daarop aanwezige erfbebouwing is, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid, een bedrijfsmatig gebruik voor een prostitutiebedrijf niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een prostitutiebedrijf is toegestaan' is een prostitutiebedrijf uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

De bestaande bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van het exploiteren van een prostitutiebedrijf wordt gebruikt, mag niet worden vergroot: a. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 1' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM]; b. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 2' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM]; c. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 3' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM].

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal prostitutieramen' is het maximum aantal ramen waar achter een prostituee zich presenteert het daar bepaalde aantal.

Artikel 2.155Gereserveerd

Artikel 2.156Gereserveerd

Artikel 2.157Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.11.2 Seksinrichting

Artikel 2.158Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting'.

Artikel 2.159Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting' hebben als gebruiksdoel seksinrichting, en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een seksinrichting.

Artikel 2.160Omvang en situering seksinrichtingen

1.

Het exploiteren van een seksinrichting is uitsluitend toegestaan in een hoofdgebouw. Op het eventueel bij het hoofdgebouw behorend erf en in de daarop aanwezige erfbebouwing is, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid, een bedrijfsmatig gebruik voor een seksinrichting niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een seksinrichting is toegestaan' is het exploiteren van een seksinrichting uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

De bestaande bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van het exploiteren van een seksinrichting wordt gebruikt, mag niet worden vergroot: a. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 1' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM]; b. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 2' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM]; c. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 3' ten opzichte van de bruto-vloeroppervlakte op datum [PM].

Artikel 2.161Gereserveerd

Artikel 2.162Gereserveerd

Artikel 2.163Gereserveerd

Paragraaf 2.3.12

Agrarisch bedrijf Subparagraaf 2.3.12.1 Veehouderij en paardenfokkerij

Artikel 2.164Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij'.

Artikel 2.165

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij' hebben als gebruiksdoel veehouderij of paardenfokkerij en mogen worden gebruikt ten behoeve van het uitoefenen van een agrarisch bedrijf in de vorm van een veehouderij of paardenfokkerij.

Artikel 2.166Beperking met betrekking tot intensieve veehouderijen

De uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', waarbij ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.

Artikel 2.167Beperking met betrekking tot opslag

Opslag is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

Artikel 2.168Beperking met betrekking tot paardenbakken

1.

Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van het agrarisch bedrijf, en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlak paardenbak' is de maximum bruto-vloeroppervlakte van de paardenbak de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.169Beperking met betrekking tot de teelt van ruwvoedergewassen

De teelt van ruwvoedergewassen is toegestaan tot maximaal 10% van de gronden behorende bij een agrarisch bedrijf waarbij de gronden duurzaam in gebruik zijn en de teelt bedoeld is voor de eigen bedrijfsvoering. Tot gronden die duurzaam in gebruik zijn behoren zowel de gronden die in eigendom zijn als gronden die langdurig via huur of pacht deel uitmaken van het bedrijf.

Artikel 2.170Gereserveerd

Artikel 2.171Gereserveerd

Artikel 2.172Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.12.2 Gewassenteelt in de open lucht

Artikel 2.173Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht'.

Artikel 2.174

Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht' hebben als gebruiksdoel gewassenteelt in de open lucht, en mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf gericht op het telen van gewassen in de open lucht, niet zijnde bosbouw, sier- en fruitteelt.

Artikel 2.175Beperking met betrekking tot opslag

Opslag is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

Artikel 2.176Beperking met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen

Het aanbrengen en aangebracht houden van teeltondersteunende voorzieningen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijfsperceel’.

Artikel 2.177Gereserveerd

Artikel 2.178Gereserveerd

Artikel 2.179Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.12.3 Glastuinbouw

Artikel 2.180Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel van de locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw'.

Artikel 2.181Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw', toegestaan gebruik

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw' hebben als gebruiksdoel glastuinbouw, en mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf in de vorm van glastuinbouw.

Artikel 2.182Beperking met betrekking tot kassen

Een kas is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kas toegestaan'.

Artikel 2.183Beperking met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen

Het aanbrengen en aangebracht houden van teeltondersteunende voorzieningen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijfsperceel’.

Artikel 2.184Gereserveerd

Artikel 2.185Gereserveerd

Artikel 2.186Gereserveerd

Paragraaf 2.3.13

Water

Artikel 2.187Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water'.

Artikel 2.188Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water', toegestaan gebruik

1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' hebben als gebruiksdoel waterberging, waterhuishouding en het realiseren, in stand houden en gebruiken van watervoorzieningen, waaronder in ieder geval worden begrepen sloten, vijvers, vaarten, kanalen, grachten, plassen, waterwegen en overige waterpartijen.

2.

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' mede bedoeld voor het realiseren, in stand houden en gebruiken van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. bruggen; b. beschoeiingen, (aanleg)steigers, en daarmee vergelijkbare werken en bouwwerken en overige naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken; c. groenvoorzieningen van ondergeschikte omvang; d. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen; e. waterstaatkundige werken.

3.

Bij het realiseren, in stand houden en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.

4.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.

Artikel 2.189Gereserveerd

Artikel 2.190Gereserveerd

Artikel 2.191Gereserveerd

Artikel 2.192Gereserveerd

Artikel 2.193Gereserveerd

Paragraaf 2.3.14

Verkeer Subparagraaf 2.3.14.1 Algemene regels over het gebruiksdoel verkeer

Artikel 2.194Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer'.

Artikel 2.195Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer', toegestaan gebruik

1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' hebben als gebruiksdoel het realiseren, in stand houden en gebruiken van wegen, stationsvoorzieningen, spoorwegen, metrolijnen, trambanen, woonerven, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en pleinen.

2.

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' mede bedoeld voor het realiseren, in stand houden en gebruiken van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken, alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen; b. beschoeiingen, (aanleg)steigers, en daarmee vergelijkbare ondergeschikte werken en bouwwerken en overige naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken; c. groenvoorzieningen en watervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen.

3.

Bij het realiseren, in stand houden en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.

4.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.

Artikel 2.196Gereserveerd

Artikel 2.197Gereserveerd

Artikel 2.198Gereserveerd

Artikel 2.199Gereserveerd

Artikel 2.200Gereserveerd

Subparagraaf 2.3.14.2 Aanvullende regels over waar wegen en spoorwegen zijn toegestaan

Artikel 2.201Beperkende regels over wegen

1.

Een rijbaan is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'weg toegestaan'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, of als een maximumsnelheid geldt van 30km/u.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal rijstroken' bedraagt het maximum aantal rijstroken dat is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.202Beperkende regels over spoorwegen

Spoorwegen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'spoorweg toegestaan'.

Artikel 2.203Beperkende regels over tram- en metrolijnen

1.

Bovengrondse metrolijnen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bovengrondse metro toegestaan'.

2.

Ondergrondse metrolijnen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ondergrondse metro toegestaan'.

3.

Tramlijnen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'tram toegestaan.

Artikel 2.204Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigen van gemeentewegen en waterschapswegen

Onverminderd deze subparagraaf is op het aanleggen of het wijzigen van een gemeenteweg, een waterschapsweg of een lokale spoorweg en op het wijzigen van het gebruik van een lokale spoorweg hoofdstuk 7 onverkort van toepassing.

Subparagraaf 2.3.14.3 Aanvullende regels over publiektoegankelijke parkeervoorzieningen en fietsstalling

Artikel 2.205Publiektoegankelijke parkeervoorzieningen

1.

Gebouwde publiektoegankelijke parkeervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gebouwde publiektoegankelijke parkeervoorziening'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' worden de gronden ingericht en gebruikt als parkeerterrein.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal publiektoegankelijke parkeerplaatsen' bedraagt het minimum aantal parkeerplaatsen dat in ieder geval beschikbaar dient te zijn voor publiektoegankelijk gebruik de daar bepaalde waarde.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal publiektoegankelijke parkeerplaatsen' bedraagt het maximum aantal parkeerplaatsen dat publiektoegankelijk mag zijn de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.206Publiektoegankelijke fietsstalling

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'publiektoegankelijke (brom)fietsstalling' wordt een publiektoegankelijke (brom)fietsstalling gerealiseerd en in stand gehouden.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal publiektoegankelijke fietsstallingsplaatsen' bedraagt het minimum aantal fietsstallingsplaatsen dat in ieder geval beschikbaar dient te zijn voor publiektoegankelijk gebruik de daar bepaalde waarde.

Paragraaf 2.3.15

Groen

Artikel 2.207Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen'.

Artikel 2.208Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen', toegestaan gebruik

1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' heeft als gebruiksdoel het realiseren, in stand houden en gebruiken van groenvoorzieningen in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen en open speelplekken, met de daarbij behorende waterpartijen.

2.

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' mede bedoeld voor het realiseren, in stand houden en gebruiken van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. voet- en fietspaden, speelplekken en speelvoorzieningen, straatmeubilair, objecten van beeldende kunst, en overige naar aard en omvang ondergeschikte bouwwerken en verhardingen; b. faciliteiten en bouwwerken in de openbare ruimte ten behoeve buitensportactiviteiten, zoals skateboarden, panna, freestyle footbal en urban sport parcours; c. vijvers, sloten, waterlopen, waterwegen en overige waterpartijen met bijbehorende beschoeiingen, (aanleg)steigers, bruggen en daarmee vergelijkbare naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken die zich verdragen met het in het eerste lid bedoeld gebruiksdoel; d. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen; e. waterstaatkundige werken.

3.

Bij het realiseren, in stand houden en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.

4.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.

Artikel 2.209Gereserveerd

Artikel 2.210Gereserveerd

Artikel 2.211Gereserveerd

Artikel 2.212Gereserveerd

Artikel 2.213Gereserveerd

Paragraaf 2.3.16

Hoogspanningsverbinding

Artikel 2.214Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de volgende aanduidingen: a. 'gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV'; b. ' gebruiksdoel: ondergrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV '; c. 'gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV of 150 kV'.

Artikel 2.215Gebruiksdoel bovengrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV' hebben als gebruiksdoel een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 220kV en hoger, en mogen worden gebruikt voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 220kV en hoger, met inbegrip van de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen.

Artikel 2.216Gebruiksdoel ondergrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ondergrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV' hebben als gebruiksdoel een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 220kV en hoger, en mogen worden gebruikt voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 220kV en hoger, met inbegrip van de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen.

Artikel 2.217Gebruiksdoel bovengrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van 110 kV of 150 kV

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV of 150 kV' hebben als gebruiksdoel een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV of 150 kV, en mogen worden gebruikt voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV of 150 kV, met inbegrip van de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen.

Artikel 2.218Gereserveerd

Artikel 2.219Gereserveerd

Artikel 2.220Gereserveerd

Paragraaf 2.3.17

Buisleiding met gevaarlijke stoffen

Artikel 2.221Toepassingsbereik en oogmerk

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: buisleiding met gevaarlijke stoffen'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: buisleiding met gevaarlijke stoffen'.

3.

De regels in deze paragraaf zijn gesteld in verband met het externe veiligheidsrisico van de buisleiding met gevaarlijke stoffen voor de omgeving.

Artikel 2.222

Gebruiksdoel van locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: buisleiding met gevaarlijke stoffen' De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: buisleiding met gevaarlijke stoffen' hebben als gebruiksdoel buisleiding gevaarlijke stoffen, en mogen worden gebruikt als tracé van een buisleiding met gevaarlijke stoffen.

Artikel 2.223Gereserveerd

Artikel 2.224Gereserveerd

Artikel 2.225Gereserveerd

Artikel 2.226Gereserveerd

Paragraaf 2.3.18

Ambulante handel, anders dan venten

Artikel 2.227Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: ambulante handel'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ambulante handel'.

Artikel 2.228Gebruiksdoel van gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ambulante handel'

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ambulante handel' hebben als gebruiksdoel ambulante handel, en mogen worden gebruikt ten behoeve van ambulante handel.

Artikel 2.229Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van ambulante handel om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan.

Artikel 2.230Waar markten zijn toegestaan

1.

Een dagmarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dagmarkt'.

2.

Een weekmarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'weekmarkt'.

3.

Een periodieke markt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'periodieke markt'.

Artikel 2.231Waar staan- of ligplaatsen ambulante handel buiten de markt zijn toegestaan

Ambulante handel vanaf een staan- of ligplaats ambulante handel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'staan- of ligplaats ambulante handel buiten de markt'.

Artikel 2.232Maximum aantal marktplaatsen, staan- of ligplaatsen buiten de markt

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal marktplaatsen' is het maximum aantal marktplaatsen de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal staan- of ligplaatsen ambulante handel' is het maximum aantal staan- of ligplaatsen ambulante handel de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.233Gereserveerd

Artikel 2.234Gereserveerd

Artikel 2.235Gereserveerd

Paragraaf 2.3.19

Volkstuinpark

Artikel 2.236Toepassingsbereik van de regels over 'volkstuinpark'

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: volkstuinpark'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: volkstuinpark'.

Artikel 2.237Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: volkstuinpark'

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: volkstuinpark' hebben als gebruiksdoel volkstuinpark en mogen worden gebruikt ten behoeve van een volkstuinpark.

Artikel 2.238Gebruik van een gebouw als verenigingsgebouw

Het gebruik van een gebouw voor ontmoeting en administratie is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsgebouw'.

Artikel 2.239Gebruik van een gebouw als gemeenschappelijk gebouw

Het gebruik van een gebouw voor stalling en opslag van gemeenschappelijke machines en voorraden is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gemeenschappelijk gebouw'.

Artikel 2.240Beperking met betrekking tot overnachten

1.

Overnachten is uitsluitend toegestaan op de eigen volkstuin.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'overnachten niet toegestaan' is overnachten niet toegestaan.

Artikel 2.241Gereserveerd

Artikel 2.242Gereserveerd

Artikel 2.243Gereserveerd

Paragraaf 2.3.20

Horecazaak [gereserveerd]

Paragraaf 2.3.21

Darkstore [gereserveerd]

Paragraaf 2.3.22

Evenementenlocaties en gebouwen, bedoeld voor het houden van evenementen [gereserveerd]

Paragraaf 2.3.23

Kampeerterrein en vakantiepark [gereserveerd]

Paragraaf 2.3.24

Vergader- en congresfaciliteit [gereserveerd]

Hoofdstuk 3

OVERIGE REGELS OVER HET GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

Afdeling 3.1

ALGEMEEN

Artikel 3.1Toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk hebben betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, en op de inrichting van terreinen.

Artikel 3.2Meet- en rekenregels

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over gebruik in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

2.

Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing.

3.

Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing.

Afdeling 3.2

ALGEMENE REGELS VAN RUIMTELIJKE AARD OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

Paragraaf 3.2.1

Algemeen

Artikel 3.3Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken.

Paragraaf 3.2.2

Inrichten en gebruik van bij een hoofdgebouw behorend erf en erfbebouwing

Artikel 3.4

Voorrangsbepaling met betrekking tot regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de betreffende regels van het TAM-omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.5Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing

1.

Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel.

2.

Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'tuin' geldt, in afwijking van het tweede lid, dat een bedrijfsmatig gebruik van het bijbehorend erf niet is toegestaan. Onder bedrijfsmatig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik voor opslag.

Paragraaf 3.2.3

Parkeernormering voor auto’s en normering voor fietsstalling Subparagraaf 3.2.3.1 Parkeernormering auto's

Artikel 3.6

Voorrangsbepaling met betrekking tot regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de betreffende regels van het TAM-omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.7Van toepassing zijnde parkeernormen

1.

Voor de toepassing van deze subparagraaf zijn de geldende parkeernormen over het aantal parkeerplaatsen voor auto’s dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken feitelijk op eigen terrein beschikbaar is en moet blijven ten behoeve van dat gebruik de normen zoals opgenomen in bijlage IV.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'A-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een A-locatie.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'B-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een B-locatie.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'C-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een C-locatie.

5.

In afwijking van het eerste lid geldt ter plaatse van de aanduiding 'aantal autoparkeerplaatsen' de daar bepaalde waarde als norm voor het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar moet zijn.

Artikel 3.8Geen aanpassingsplicht voor legaal bestaande situaties

Voor een legaal bestaande situatie geldt dat bij ongewijzigd gebruik van gronden en bouwwerken het aantal parkeerplaatsen dat feitelijk aanwezig is op het moment dat deze subparagraaf in werking treedt niet in overeenstemming hoeft te worden gebracht met de normen als bedoeld in artikel 3.7.

Artikel 3.9Regels bij het binnenplans wijzigen van bestaand gebruik

1.

Onverminderd artikel 2.3 is het verboden het bestaand gebruik te wijzigen naar een andere vorm van gebruik, wanneer het aantal feitelijk beschikbare parkeerplaatsen op eigen terrein niet in overeenstemming is of wordt gebracht met de voor het nieuwe gebruik geldende parkeernorm.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor zover het gaat om een van de volgende wijzigingen: a. een wijziging van wonen naar een ander gebruik dan wonen; b. een wijziging van zakelijke en administratieve dienstverlening naar een ander gebruik dan zakelijke en administratieve dienstverlening; c. een wijziging van een vorm van gebruik, niet zijnde wonen of zakelijke en administratieve dienstverlening, naar wonen of zakelijke en administratieve dienstverlening.

Artikel 3.10Regels over het wijzigen van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

1.

Het is verboden het aantal parkeerplaatsen, dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar is, te wijzigen.

2.

Het is eerste lid is niet van toepassing als: a. het aantal parkeerplaatsen dat feitelijk beschikbaar komt op eigen terrein passend wordt of blijft binnen de voor het legaal bestaand gebruik geldende parkeernorm; b. het aantal parkeerplaatsen dat feitelijk beschikbaar komt op eigen terrein meer aansluit bij de voor het legaal bestaand gebruik geldende parkeernorm.

3.

De uitzondering, bedoeld in het tweede lid, geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'aantal autoparkeerplaatsen'. Daar dient het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar is te blijven voldoen aan de daar bepaalde waarde.

Artikel 3.11Maatwerkvoorschrift met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen

1.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee kan worden afgeweken van artikel 3.9 en artikel 3.10, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. op andere wijze in voldoende mate in parkeergelegenheid wordt voorzien; b. sprake is van een legaal bestaand gebouw of van legaal bestaande gebouwde parkeervoorzieningen en het voldoen aan de parkeernorm op overwegende bezwaren stuit; of c. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend:

1.een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw;
2.een te verwachten meer of minder dan gemiddeld aantal klanten of bezoekers.

2.

Aan het in het eerste lid bedoelde maatwerkvoorschrift kunnen de voorschriften worden verbonden die nodig zijn om het behoud van een passend aantal parkeerplaatsen te waarborgen.

3.

Bij een verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. het planologisch gebruik dat plaatsvindt en de omvang daarvan, en het aantal feitelijk beschikbare parkeerplaatsen dat daarbij op eigen terrein aanwezig is; b. een omschrijving van de beoogde wijziging waarop verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift betrekking heeft; en c. een motivering van het verzoek.

Subparagraaf 3.2.3.2 Normering fietsstalling

Artikel 3.12

Voorrangsbepaling met betrekking tot regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de betreffende regels van het TAM-omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.13Van toepassing zijnde normen voor fietsstalling

1.

Voor de toepassing van deze subparagraaf zijn de geldende fietsstallingsnormen over het aantal plaatsen voor fietsstalling dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken minimaal feitelijk beschikbaar moet zijn ten behoeve van dat gebruik de normen zoals opgenomen in bijlage V.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'Zone 1: hoge stallingsnorm fiets' gelden de bijlage V aangegeven normen voor Zone 1: hoog fietsgebruik.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'Zone 2: gemiddelde stallingsnorm fiets' gelden de in bijlage V aangegeven normen voor Zone 2: gemiddeld fietsgebruik.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'Zone 3: lage stallingsnorm fiets' gelden de in bijlage V aangegeven normen voor Zone 3: laag fietsgebruik.

5.

In afwijking van het eerste lid geldt ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal fietsstallingsplaatsen' de daar bepaalde waarde als norm voor het minimum aantal plaatsen voor fietsstalling dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar moet zijn.

Artikel 3.14Geen aanpassingsplicht voor legaal bestaande situaties

Voor een legaal bestaande situatie geldt dat bij een ongewijzigd gebruik van gronden en bouwwerken het aantal plaatsen voor fietsstalling dat feitelijk aanwezig is op het moment dat deze subparagraaf in werking treedt, niet in overeenstemming hoeft te worden gebracht met de normen, bedoeld in artikel 3.13.

Artikel 3.15Regels bij het binnenplans wijzigen van bestaand gebruik

In aanvulling op artikel 2.3 is het verboden het bestaand gebruik te wijzigen naar een andere vorm van gebruik, wanneer het aantal feitelijk beschikbare plaatsen voor fietsstalling op eigen terrein niet in overeenstemming is of wordt gebracht met de voor het nieuwe gebruik geldende fietsstallingsnorm.

Artikel 3.16Regels over het wijzigen van het aantal plaatsen voor fietsstalling op eigen terrein

Het is verboden het aantal feitelijk beschikbare plaatsen voor fietsstalling op eigen terrein te verminderen, tenzij voldaan blijft worden aan de minimum norm, bedoeld in artikel 3.13.

Artikel 3.17Maatwerkvoorschrift met betrekking tot het aantal fietsstallingsplaatsen

1.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee wordt afgeweken van artikel 3.15 voor zover sprake is van een wijziging van gebruik naar een andere vorm van gebruik, niet zijnde wonen, en naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. op andere wijze in voldoende mate in stallingsgelegenheid wordt voorzien; b. het redelijkerwijs onmogelijk is voldoende stallingsplaatsen op eigen terrein te realiseren; of c. de impact van de stallingsbehoefte op de openbare ruimte klein is.

2.

Aan het in het eerste lid bedoelde maatwerkvoorschrift kunnen de voorschriften worden verbonden die nodig zijn om het behoud van een passend aantal plaatsen voor fietsstalling te waarborgen.

3.

Bij een verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. het planologisch gebruik dat plaatsvindt en de omvang daarvan, en het aantal feitelijk beschikbare plaatsen voor fietsstalling dat daarbij aanwezig is; b. een omschrijving van de beoogde wijziging waarop het verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift betrekking heeft; en c. een motivering van het verzoek.

Paragraaf 3.2.4

Ondergeschikt kantoorgebruik

Artikel 3.18

Voorrangsbepaling met betrekking tot regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de betreffende regels van het TAM-omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.19Ondergeschikt kantoorgebruik

1.

Het inrichten en in gebruik te nemen van bedrijfsruimte voor ondergeschikt kantoorgebruik is toegestaan, maar uitsluitend onder de volgende voorwaarden: a. het gaat om niet-zelfstandige kantoorruimte die ondersteunend is aan de eigen bedrijfsuitoefening; en b. tot een maximum van 30% kantoorvloer per bedrijf, gerekend over het totaal bruto-vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen.

2.

Het percentage kantoorvloer wordt bepaald over het totaal bruto-vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Ruimten voor algemeen gebruik zoals gangen, toiletruimten, trappenhuizen, verblijfsruimte en dergelijke worden naar evenredigheid toegekend aan de ondergeschikte kantoorruimte en overige bedrijfsruimte, waarbij de verdeling op basis van vierkante meters plaatsvindt.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'afwijkend maximum percentage ondergeschikt kantoorvloer' geldt in afwijking van het eerste lid, onder b, als maximum percentage kantoorvloer per bedrijf de daar bepaalde waarde, gerekend over het totaal bruto-vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitzondering maximum percentage ondergeschikt kantoorvloer' is het in het eerste lid, onder b, genoemde maximum percentage niet van toepassing op bedrijven die zich uitsluitend of overwegend bezighouden met opslag in de open lucht.

Paragraaf 3.2.5

Ondergeschikte detailhandel

Artikel 3.20

Voorrangsbepaling met betrekking tot regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de betreffende regels van het TAM-omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.21Ondergeschikte detailhandel

1.

Op een locatie waar gelet op afdeling 2.3 detailhandel niet is toegestaan, is het uitoefenen van ondergeschikte vormen van detailhandel toegestaan, maar uitsluitend als: a. de uitoefening van ondergeschikte detailhandel plaatsvindt binnen een ambachtelijk bedrijf, consumentgerichte dienstverlening, alcoholvrije horeca of een culturele instelling; b. het assortiment ligt in het verlengde van de onder a bedoelde bedrijfsuitoefening; en c. het gaat om maximaal 20% van de bruto-vloeroppervlakte van het onder a bedoelde bedrijf, tot een maximum van 50 m2.

2.

De omvang van de ondergeschikte detailhandel wordt bepaald door het deel van het bruto-vloeroppervlak van een gebouw dat daadwerkelijk wordt gebruikt voor verkoopdoeleinden.

3.

Het bevoegd gezag kan over het eerste lid een maatwerkvoorschrift geven en daarbij afwijken van het eerste lid, onder c, maar uitsluitend als: a. de omvang van de niet-zelfstandige detailhandel ondergeschikt blijft aan de in het eerste lid bedoelde bedrijfsuitoefening; en b. het voldoen aan het bepaalde in het eerste lid door bijzondere omstandigheden niet op overwegende bezwaren stuit.

4.

Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift wordt inzicht gegeven in: a. de beoogde aard en omvang van de niet-zelfstandige detailhandel en de aard en omvang van de gehele bedrijfsuitoefening; b. de bijzondere omstandigheden, bedoeld in het derde lid, onder b.

Paragraaf 3.2.6

Het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar een geluidgevoelige functie

Artikel 3.22Geografisch werkingsgebied

1.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'nadere afweging geluid bij gebruikswijziging noodzakelijk'.

2.

Waar een TAM-omgevingsplan geldt, is deze subparagraaf van overeenkomstige toepassing, voor zover in dat TAM-omgevingsplan een locatie is aangeduid met de aanduiding 'nadere afweging geluid bij gebruikswijziging noodzakelijk'.

Artikel 3.23Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan, uitsluitend voor zover het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 2.3.

2.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder geluid uitsluitend verstaan het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen.

3.

Bij de toepassing van deze subparagraaf blijft een beoordeling voor de geluidbronsoort Industrieterreinen buiten toepassing voor zover het gaat om industrieterreinen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.11a of 2.12a van de Omgevingswet zijn vastgesteld.

4.

Deze paragraaf is niet van toepassing als de wijziging van gebruik reeds betrokken is bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 3.24Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing.

Artikel 3.25Waar waarden gelden

De waarden voor het geluid gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen vandat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte.

Artikel 3.26Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik naar geluidgevoelige functie

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van een gebouw te wijzigen naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan.

Artikel 3.27Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik naar geluidgevoelige functie

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, wordt alleen verleend als: a. het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 2.3; en b. het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is.

Artikel 3.28

Wijziging gebruik naar geluidgevoelige functie aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde 1.

Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.28:

Tabel 3.28: Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Grenswaarde Provinciale wegen en rijkswegen 50 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen 53 Lden Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 Lden Industrieterreinen 50 Lden 40 Lnight 2.

Artikel 5.78t, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

3.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 3.28 gelezen voor «Lden»: »Lde».

4.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 3.28 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.29Overschrijding van de standaardwaarde

1.

Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 3.28 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.29:

Tabel 3.29: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Grenswaarde Provinciale wegen en rijkswegen 60 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen 70 Lden Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 65 Lden Industrieterreinen 55 Lden 45 Lnight 2.

Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen, gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.28, is berekend.

4.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.28, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als: a. elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en b. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

5.

Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

6.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 3.29 gelezen voor «Lden»: »Lde».

7.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 3.29 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.30Belang van een geluidluwe gevel

Bij de toepassing van artikel 3.29 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

Artikel 3.31Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

1.

Bij de toepassing van artikel 3.29 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.

2.

Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken: a. voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg ofindustrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort; b. voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldendegeluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontourvan een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, eenluchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluiddoor luchtvaart; c. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op eenindustrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en d. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, eenmilitaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 BS,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.

3.

Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 3.32Bepalen van gezamenlijk geluid

Bij de toepassing van artikel 3.29 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, vastgelegd.

Artikel 3.33Vergunningvoorschriften

1.

Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder.

2.

Voor zover de in het eerste lid bedoelde voorschriften betrekking hebben op het nemen van bouwkundige maatregelen, waarvoor op grond van hoofdstuk 4 een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken geldt, dan is hoofdstuk 4 op het verrichten van die omgevingsplanactiviteit bouwwerken onverkort van toepassing.

Artikel 3.34Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, wordt een rapport verstrekt: a. waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw blijkt; en b. waarin, indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in de maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid.

Paragraaf 3.2.7

Huisvesting in verband met mantelzorg

Artikel 3.35Vergunningplicht huisvesting in verband met mantelzorg in een bestaand bouwwerk

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand bouwwerk te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een gebouw voor het moment dat dit artikel in werking is getreden rechtmatig is gebouwd en in gebruik is genomen voor huisvesting in verband met mantelzorg.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'huisvesting mantelzorg toegestaan'.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen', voor zover huisvesting in verband met mantelzorg op grond van het nog geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is toegestaan.

Artikel 3.36Beoordelingsregels

1.

De in artikel 3.35, eerste lid, bedoelde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het gebouw rechtmatig is gebouwd; b. het geluid op het gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is; en c. het gebruik van het bestaande bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten, bedoeld in afdeling 9.2.

2.

Op de aanvraag en de beoordeling of het geluid op het gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is, is paragraaf 3.2.6 van overeenkomstige toepassing, zij het dat de in artikel 3.35, eerste lid, bedoelde omgevingsvergunning niet wordt geweigerd wegens strijd met artikel 2.3, eerste of tweede lid.

3.

De in artikel 3.35, eerste lid, bedoelde omgevingsvergunning wordt in afwijking van het eerste lid geweigerd als de activiteit wordt verricht: a. ter plaatse van de aanduiding 'beperkingengebied plaatsgebonden risico'; b. ter plaatse van de aanduiding 'belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen'; c. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringsgebied vuurwerk'; d. ter plaatse van de aanduiding 'explosieaandachtsgebied vuurwerk'; e. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringsgebied ontplofbare stoffen voor civiel gebruik'; f. ter plaatse van de aanduiding 'civiel explosieaandachtsgebied'.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' wordt de in artikel 3.35, eerste lid, bedoelde omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid geweigerd als de activiteit wordt verricht: a. op een locatie waar de activiteit op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; b. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:

1.artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;
2.artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
3.artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
4.artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
5.artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
6.artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
7.artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
8.artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
9.artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
10.artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
11.artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
12.artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
13.artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 14. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:
1.artikel 4.1042, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
2.bijlage VIII, onder A en B het Besluit kwaliteit leefomgeving;
3.artikel 4.1051, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b, of derde lid van dat artikel van toepassing is; of 4. bijlage IX, onder A tot en met C bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 3.37Aanvraagvereisten

1.

Op een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, is artikel 3.34 van overeenkomstige toepassing.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt bij de aanvraag om omgevingsvergunning een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur verstrekt, waaruit de behoefte aan mantelzorg blijkt.

Paragraaf 3.2.8

Het wijzigen van een buisleiding met gevaarlijke stoffen, de druk of de vervoerde stof

Artikel 3.38

Vergunningplicht voor het wijzigen van een buisleiding met gevaarlijke stoffen, de druk of de vervoerde stof Het is verboden zonder omgevingsvergunning de leiding, de druk of de vervoerde stof te wijzigen voor zover de wijziging leidt tot een wijziging van het aandachtsgebied bedoeld in artikel 5.12 en 5.13 Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 3.39Beoordelingsregel omgevingsvergunning buisleiding gevaarlijke stoffen

1.

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.38, wordt alleen verleend als de nodige maatregelen worden getroffen om ongevallen met een buisleiding met gevaarlijke stoffen te voorkomen en de eventuele gevolgen van ongevallen voor de omgeving te beperken.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid wordt in ieder geval rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door de buisleiding voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied, voor zover dat gebied niet is gelegen binnen een risicogebied externe veiligheid.

3.

Op de beoordeling, bedoeld in het tweede lid zijn de artikelen 5.12 en 5.13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

4.

Bij het beoordelen van de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met het advies van de veiligheidsregio.

Artikel 3.40Aanvraagvereisten

1.

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.38 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging; en b. de resultaten van de berekeningen van:

1.de afstand vanaf de buisleiding tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar is; en 2. de afstand voor het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

Op het berekenen van het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied is artikel 4.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub ii van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 3.41Vergunningvoorschriften

Met het oog op het in artikel 2.221, derde lid, bedoelde belang kunnen aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.38, voorschriften worden verbonden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving van de buisleiding.

Paragraaf 3.2.9

Wijzigen gebruik van ambachtelijke bedrijven

Artikel 3.42Geografisch werkingsgebied, toepassingsbereik en oogmerk

1.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'vergunningplicht bij wijziging ambachtelijk bedrijf'.

2.

Waar een TAM-omgevingsplan geldt, is deze subparagraaf van overeenkomstige toepassing, voor zover in dat TAM-omgevingsplan een locatie is aangeduid met de aanduiding 'ambachtelijk bedrijf'.

3.

Deze paragraaf is van toepassing op het wijzigen van een legaal bestaand gebruik als ambachtelijk bedrijf naar een ander gebruik, uitsluitend voor zover het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 2.3.

4.

Deze paragraaf heeft het doel een divers functieaanbod te garanderen en ambachtelijke bedrijven te behouden in centrumgebieden waar de druk op de leefbaarheid groot is.

Artikel 3.43Vergunningplicht wijziging ambachtelijk bedrijf naar ander gebruik

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het bestaand gebruik te wijzigen van een ambachtelijk bedrijf naar ander gebruik.

Artikel 3.44Beoordelingsregel

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de beoogd ander gebruik niet in strijd is met artikel 2.3; en b. het beoogd ander gebruik bijdraagt aan een divers en lokaal aanbod aan voorzieningen, passend bij het karakter van het gebied.

Artikel 3.45Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.43 wordt in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het bestaande gebruik; b. een beschrijving van het voorgenomen gebruik; c. een onderbouwing in welke mate het voorgenomen gebruik bijdraagt aan het aanbod aan voorzieningen als bedoeld in artikel 3.44, onder b.

Paragraaf 3.2.10

Beperkingen voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen in een beperkingengebied plaatsgebonden risico

Artikel 3.46Geografisch werkingsgebied en oogmerk

1.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'beperkingengebied plaatsgebonden risico'.

2.

Waar een TAM-omgevingsplan geldt, is deze subparagraaf van overeenkomstige toepassing, voor zover in dat TAM-omgevingsplan een locatie is aangeduid met de aanduiding 'beperkingengebied plaatsgebonden risico'.

3.

De regels in deze paragraaf zijn gesteld om kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare gebouwen te beschermen.

Artikel 3.47Verbod gebruik kwetsbaar gebouw

1.

Het is verboden om een gebouw te gebruiken als een kwetsbaar gebouw.

2.

Het verbod geldt niet voor kwetsbare gebouwen die functionele binding hebben met de activiteit waarvoor de aanduiding 'beperkingengebied plaatsgebonden risico' is opgenomen.

Artikel 3.48Vergunningplicht wijziging naar beperkt kwetsbaar gebouw

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. het wijzigen van het gebruik van een gebouw of een deel van een gebouw dat geen kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is naar een gebruik als beperkt kwetsbaar gebouw; b. het wijzigen van het gebruik van een beperkt kwetsbaar gebouw naar een andere beperkt kwetsbare gebruiksfunctie waardoor het aantal aanwezige personen toeneemt.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een beperkt kwetsbaar gebouw dat functionele binding heeft met de activiteit waarvoor de aanduiding 'beperkingengebied plaatsgebonden risico' is opgenomen.

Artikel 3.49Beoordelingsregels

1.

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. de wijziging naar een beperkt kwetsbaar gebouw niet in strijd is met artikel 2.3; b. zwaarwegende economische of maatschappelijke redenen dit rechtvaardigen; c. alle redelijke maatregelen om de gevolgen van een ramp te bestrijden zijn getroffen; en d. er zijn voldoende mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een ramp bij de activiteit met het beperkingengebied.

2.

Bij het beoordelen van de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met het advies van de veiligheidsregio.

3.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning niet wordt verleend indien het beperkt kwetsbare gebouw geheel of gedeeltelijk staat ter plaatse van de aanduiding 'plaatsgebonden risico 10-5 windturbine'.

Artikel 3.50Vergunningvoorschriften

Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van beperkt kwetsbare gebouwen.

Artikel 3.51Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, voor het toelaten van een beperkt kwetsbaar gebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de zwaarwegende economische of maatschappelijke redenen voor de realisatie van het beperkt kwetsbare gebouw of het gebruik van de gronden; b. alle redelijke maatregelen die worden getroffen om de gevolgen van een ramp te bestrijden; en c. gegevens over de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een ramp bij de activiteit met het beperkingengebied.

Paragraaf 3.2.11

Beperkingen voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties in een beperkingengebied vuurwerk [gereserveerd]

Paragraaf 3.2.12

Beperkingen voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties in een beperkingengebied ontplofbare stoffen [gereserveerd]

Paragraaf 3.2.13

Ondergeschikte horeca-activiteiten [gereserveerd]

Paragraaf 3.2.14

Hospitaverhuur en inwoning

Artikel 3.52Hospitaverhuur en inwoning

Voor zover in het tijdelijk deel van het omgevingsplan gebruik van een woning door meer dan één huishouden niet is toegestaan, is omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte wel toegestaan, indien het een omzetting betreft die in de Huisvestigingsverordening is vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingswet.

Afdeling 3.3

INRICHTINGSPLANNEN

Artikel 3.53Toepassingsbereik

1.

Deze afdeling gaat over de inrichting van terreinen waarvoor op grond van de bepalingen in deze afdeling een inrichtingsplan van toepassing is.

2.

Deze afdeling is aanvullend op regels over de inrichting van terreinen die elders in dit omgevingsplan zijn gesteld.

Hoofdstuk 4

ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN

Afdeling 4.1

ALGEMEEN

Artikel 4.1Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit slopen.

Artikel 4.2Meet en rekenregels

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over bouwwerken in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

4.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.