Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Groningen (Groningen)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Groningen stelt regels en definities vast voor de fysieke leefomgeving, met als hoofddoel een hoge leefkwaliteit in een groene, gezonde en veilige omgeving. Het omvat algemene bepalingen, meetregels en specifieke aanwijzingen voor gebieden en objecten.

Voor wie: Inwoners, bedrijven en ontwikkelaars binnen de gemeente Groningen die activiteiten uitvoeren die de fysieke leefomgeving beïnvloeden; Iedereen die te maken heeft met bouw, verbouw, aanleg of beheer van de openbare ruimte in Groningen.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
944
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Begripsbepalingen en meet- en rekenregels voor afstanden, maten en hoogtes van bouwwerken.
  • Algemene regels over waar specifieke bepalingen gelden en hoe te handelen in grensgevallen.
  • De doelen van het omgevingsplan, gericht op leefkwaliteit, woningaanbod, stedelijke ontwikkeling, groen, voorzieningen, verkeer, erfgoed en energietransitie.
  • Aanwijzingen van specifieke gebieden en objecten, zoals bodembeheergebieden, cultureel erfgoed en ontwikkelgebieden.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners, bedrijven en ontwikkelaars binnen de gemeente Groningen die activiteiten uitvoeren die de fysieke leefomgeving beïnvloeden.
  • Iedereen die te maken heeft met bouw, verbouw, aanleg of beheer van de openbare ruimte in Groningen.

Wat zijn de kernpunten?

  • Begrippen uit dit omgevingsplan en diverse landelijke wetten en besluiten zijn van toepassing, waarbij de nieuwste versies van landelijke regelingen gelden.
  • Afstanden en maten van bouwwerken worden op specifieke manieren gemeten, bijvoorbeeld loodrecht voor afstanden en tussen de buitenzijde van gevels voor lengte, breedte en diepte van gebouwen.
  • Het hoofddoel is het waarborgen van een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in een groene, gezonde en veilige omgeving.
  • In het ontwikkelgebied Stadshavens is ruimte voor 2.400 woningen, met een streven naar minimaal 15% sociale huurwoningen en 10% middenhuur.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (944)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.4
  5. Artikel 2.1
  6. Artikel 3.1
  7. Artikel 3.2
  8. Artikel 3.3
  9. Artikel 3.4
  10. Artikel 3.5
  11. Artikel 3.6
  12. Artikel 3.7
  13. Artikel 3.8
  14. Artikel 3.9
  15. Artikel 3.10
  16. Artikel 3.11
  17. Artikel 3.12
  18. Artikel 3.13
  19. Artikel 3.14
  20. Artikel 3.15
  21. Artikel 4.1
  22. Artikel 4.2
  23. Artikel 4.3
  24. Artikel 4.4
  25. Artikel 4.5
  26. Artikel 4.6
  27. Artikel 4.7
  28. Artikel 4.8
  29. Artikel 4.9
  30. Artikel 4.10
  31. Artikel 4.11
  32. Artikel 5.1
  33. Artikel 5.2
  34. Artikel 5.3
  35. Artikel 5.4
  36. Artikel 5.5
  37. Artikel 5.6
  38. Artikel 5.7
  39. Artikel 5.8
  40. Artikel 5.9
  41. Artikel 5.10
  42. Artikel 5.11
  43. Artikel 5.12
  44. Artikel 5.13
  45. Artikel 5.14
  46. Artikel 5.15
  47. Artikel 5.16
  48. Artikel 5.17
  49. Artikel 5.18
  50. Artikel 5.19
  51. Artikel 5.20
  52. Artikel 5.21
  53. Artikel 5.22
  54. Artikel 5.23
  55. Artikel 5.24
  56. Artikel 5.25
  57. Artikel 5.26
  58. Artikel 5.27
  59. Artikel 5.28
  60. Artikel 6.1
  61. Artikel 6.2
  62. Artikel 6.3
  63. Artikel 6.4
  64. Artikel 6.5
  65. Artikel 6.6
  66. Artikel 6.7
  67. Artikel 6.8
  68. Artikel 6.9
  69. Artikel 6.10
  70. Artikel 6.11
  71. Artikel 6.12
  72. Artikel 6.13
  73. Artikel 6.14
  74. Artikel 6.15
  75. Artikel 6.16
  76. Artikel 6.17
  77. Artikel 6.18
  78. Artikel 6.19
  79. Artikel 6.20
  80. Artikel 6.21
  81. Artikel 6.22
  82. Artikel 6.23
  83. Artikel 6.24
  84. Artikel 6.25
  85. Artikel 6.26
  86. Artikel 6.27
  87. Artikel 6.28
  88. Artikel 6.29
  89. Artikel 6.30
  90. Artikel 6.31
  91. Artikel 6.32
  92. Artikel 6.33
  93. Artikel 6.34
  94. Artikel 6.35
  95. Artikel 7.1
  96. Artikel 7.2
  97. Artikel 7.3
  98. Artikel 7.4
  99. Artikel 7.5
  100. Artikel 7.6
  101. Artikel 7.7
  102. Artikel 7.8
  103. Artikel 7.9
  104. Artikel 7.10
  105. Artikel 7.11
  106. Artikel 7.12
  107. Artikel 7.13
  108. Artikel 7.14
  109. Artikel 7.15
  110. Artikel 7.16
  111. Artikel 7.17
  112. Artikel 7.18
  113. Artikel 7.19
  114. Artikel 7.20
  115. Artikel 7.21
  116. Artikel 7.22
  117. Artikel 7.23
  118. Artikel 7.24
  119. Artikel 7.25
  120. Artikel 7.26
  121. Artikel 7.27
  122. Artikel 7.28
  123. Artikel 7.29
  124. Artikel 7.30
  125. Artikel 7.31
  126. Artikel 7.32
  127. Artikel 7.33
  128. Artikel 7.34
  129. Artikel 7.35
  130. Artikel 7.36
  131. Artikel 7.37
  132. Artikel 7.38
  133. Artikel 7.39
  134. Artikel 7.40
  135. Artikel 7.41
  136. Artikel 7.42
  137. Artikel 7.43
  138. Artikel 7.44
  139. Artikel 7.45
  140. Artikel 7.46
  141. Artikel 7.47
  142. Artikel 7.48
  143. Artikel 7.49
  144. Artikel 7.50
  145. Artikel 7.51
  146. Artikel 7.52
  147. Artikel 7.53
  148. Artikel 7.54
  149. Artikel 7.55
  150. Artikel 7.56
  151. Artikel 7.57
  152. Artikel 7.58
  153. Artikel 7.59
  154. Artikel 7.60
  155. Artikel 7.61
  156. Artikel 7.62
  157. Artikel 7.63
  158. Artikel 7.64
  159. Artikel 7.65
  160. Artikel 7.66
  161. Artikel 7.67
  162. Artikel 7.68
  163. Artikel 7.69
  164. Artikel 7.70
  165. Artikel 7.71
  166. Artikel 7.72
  167. Artikel 7.73
  168. Artikel 7.74
  169. Artikel 7.75
  170. Artikel 7.76
  171. Artikel 7.77
  172. Artikel 7.78
  173. Artikel 7.79
  174. Artikel 7.80
  175. Artikel 7.81
  176. Artikel 7.82
  177. Artikel 7.83
  178. Artikel 7.84
  179. Artikel 7.85
  180. Artikel 7.86
  181. Artikel 7.87
  182. Artikel 7.88
  183. Artikel 7.89
  184. Artikel 7.90
  185. Artikel 7.91
  186. Artikel 7.92
  187. Artikel 7.93
  188. Artikel 7.94
  189. Artikel 7.95
  190. Artikel 7.96
  191. Artikel 7.97
  192. Artikel 7.98
  193. Artikel 7.99
  194. Artikel 7.100
  195. Artikel 7.101
  196. Artikel 7.102
  197. Artikel 7.103
  198. Artikel 7.104
  199. Artikel 7.105
  200. Artikel 7.106
  201. Artikel 7.107
  202. Artikel 7.108
  203. Artikel 7.109
  204. Artikel 7.110
  205. Artikel 7.111
  206. Artikel 7.112
  207. Artikel 7.113
  208. Artikel 7.114
  209. Artikel 7.115
  210. Artikel 7.116
  211. Artikel 7.117
  212. Artikel 7.118
  213. Artikel 7.119
  214. Artikel 7.120
  215. Artikel 7.121
  216. Artikel 7.122
  217. Artikel 7.123
  218. Artikel 7.124
  219. Artikel 7.125
  220. Artikel 7.126
  221. Artikel 7.127
  222. Artikel 7.128
  223. Artikel 7.129
  224. Artikel 7.130
  225. Artikel 7.131
  226. Artikel 7.132
  227. Artikel 7.133
  228. Artikel 7.134
  229. Artikel 7.135
  230. Artikel 7.136
  231. Artikel 7.137
  232. Artikel 7.138
  233. Artikel 7.139
  234. Artikel 7.140
  235. Artikel 7.141
  236. Artikel 7.142
  237. Artikel 7.143
  238. Artikel 7.144
  239. Artikel 7.145
  240. Artikel 7.146
  241. Artikel 7.147
  242. Artikel 7.148
  243. Artikel 7.149
  244. Artikel 7.150
  245. Artikel 7.151
  246. Artikel 7.152
  247. Artikel 7.153
  248. Artikel 7.154
  249. Artikel 7.155
  250. Artikel 7.156
  251. Artikel 7.157
  252. Artikel 7.158
  253. Artikel 7.159
  254. Artikel 7.160
  255. Artikel 7.161
  256. Artikel 7.162
  257. Artikel 7.163
  258. Artikel 7.164
  259. Artikel 7.165
  260. Artikel 7.166
  261. Artikel 7.167
  262. Artikel 7.168
  263. Artikel 7.169
  264. Artikel 7.170
  265. Artikel 7.171
  266. Artikel 7.172
  267. Artikel 7.173
  268. Artikel 7.174
  269. Artikel 7.175
  270. Artikel 7.176
  271. Artikel 7.177
  272. Artikel 7.178
  273. Artikel 7.179
  274. Artikel 7.180
  275. Artikel 7.181
  276. Artikel 7.182
  277. Artikel 7.183
  278. Artikel 7.184
  279. Artikel 7.185
  280. Artikel 7.186
  281. Artikel 7.187
  282. Artikel 7.188
  283. Artikel 7.189
  284. Artikel 7.190
  285. Artikel 7.191
  286. Artikel 7.192
  287. Artikel 7.193
  288. Artikel 7.194
  289. Artikel 7.195
  290. Artikel 7.196
  291. Artikel 7.197
  292. Artikel 7.198
  293. Artikel 7.199
  294. Artikel 7.200
  295. Artikel 7.201
  296. Artikel 7.202
  297. Artikel 7.203
  298. Artikel 7.204
  299. Artikel 7.205
  300. Artikel 7.206
  301. Artikel 7.207
  302. Artikel 7.208
  303. Artikel 7.209
  304. Artikel 7.210
  305. Artikel 7.211
  306. Artikel 7.212
  307. Artikel 7.213
  308. Artikel 7.214
  309. Artikel 7.215
  310. Artikel 7.216
  311. Artikel 7.217
  312. Artikel 7.218
  313. Artikel 7.219
  314. Artikel 7.220
  315. Artikel 7.221
  316. Artikel 7.222
  317. Artikel 7.223
  318. Artikel 7.224
  319. Artikel 7.225
  320. Artikel 7.226
  321. Artikel 7.227
  322. Artikel 7.228
  323. Artikel 7.229
  324. Artikel 7.230
  325. Artikel 7.231
  326. Artikel 7.232
  327. Artikel 7.233
  328. Artikel 7.234
  329. Artikel 7.235
  330. Artikel 7.236
  331. Artikel 7.237
  332. Artikel 7.238
  333. Artikel 7.239
  334. Artikel 7.240
  335. Artikel 7.241
  336. Artikel 7.242
  337. Artikel 7.243
  338. Artikel 7.244
  339. Artikel 7.245
  340. Artikel 7.246
  341. Artikel 8.1
  342. Artikel 8.2
  343. Artikel 8.3
  344. Artikel 8.4
  345. Artikel 8.5
  346. Artikel 8.6
  347. Artikel 8.7
  348. Artikel 8.8
  349. Artikel 8.9
  350. Artikel 8.10
  351. Artikel 8.11
  352. Artikel 8.12
  353. Artikel 8.13
  354. Artikel 8.14
  355. Artikel 8.15
  356. Artikel 8.16
  357. Artikel 8.17
  358. Artikel 8.18
  359. Artikel 8.19
  360. Artikel 8.20
  361. Artikel 8.21
  362. Artikel 8.22
  363. Artikel 8.23
  364. Artikel 8.24
  365. Artikel 8.25
  366. Artikel 8.26
  367. Artikel 8.27
  368. Artikel 8.28
  369. Artikel 8.29
  370. Artikel 8.30
  371. Artikel 8.31
  372. Artikel 8.32
  373. Artikel 8.33
  374. Artikel 8.34
  375. Artikel 8.35
  376. Artikel 9.1
  377. Artikel 9.2
  378. Artikel 9.3
  379. Artikel 9.4
  380. Artikel 9.5
  381. Artikel 9.6
  382. Artikel 9.7
  383. Artikel 9.8
  384. Artikel 9.9
  385. Artikel 9.10
  386. Artikel 9.11
  387. Artikel 9.12
  388. Artikel 9.13
  389. Artikel 9.14
  390. Artikel 9.15
  391. Artikel 9.16
  392. Artikel 9.17
  393. Artikel 9.18
  394. Artikel 9.19
  395. Artikel 9.20
  396. Artikel 9.21
  397. Artikel 9.22
  398. Artikel 9.23
  399. Artikel 9.24
  400. Artikel 9.25
  401. Artikel 9.26
  402. Artikel 9.27
  403. Artikel 9.28
  404. Artikel 9.29
  405. Artikel 9.30
  406. Artikel 9.31
  407. Artikel 9.32
  408. Artikel 9.33
  409. Artikel 9.34
  410. Artikel 9.35
  411. Artikel 9.36
  412. Artikel 9.37
  413. Artikel 9.38
  414. Artikel 9.39
  415. Artikel 9.40
  416. Artikel 9.41
  417. Artikel 9.42
  418. Artikel 9.43
  419. Artikel 9.44
  420. Artikel 9.45
  421. Artikel 9.46
  422. Artikel 9.47
  423. Artikel 9.48
  424. Artikel 9.49
  425. Artikel 9.50
  426. Artikel 9.51
  427. Artikel 9.52
  428. Artikel 9.53
  429. Artikel 9.54
  430. Artikel 9.55
  431. Artikel 9.56
  432. Artikel 9.57
  433. Artikel 9.58
  434. Artikel 9.59
  435. Artikel 9.60
  436. Artikel 9.61
  437. Artikel 9.62
  438. Artikel 9.63
  439. Artikel 9.64
  440. Artikel 9.65
  441. Artikel 9.66
  442. Artikel 9.67
  443. Artikel 9.68
  444. Artikel 9.69
  445. Artikel 9.70
  446. Artikel 9.71
  447. Artikel 9.72
  448. Artikel 9.73
  449. Artikel 9.74
  450. Artikel 9.75
  451. Artikel 9.76
  452. Artikel 9.77
  453. Artikel 9.78
  454. Artikel 9.79
  455. Artikel 9.80
  456. Artikel 9.81
  457. Artikel 9.82
  458. Artikel 9.83
  459. Artikel 9.84
  460. Artikel 9.85
  461. Artikel 9.86
  462. Artikel 10.1
  463. Artikel 10.2
  464. Artikel 10.3
  465. Artikel 10.4
  466. Artikel 10.5
  467. Artikel 10.6
  468. Artikel 10.7
  469. Artikel 10.8
  470. Artikel 10.9
  471. Artikel 10.10
  472. Artikel 10.11
  473. Artikel 10.12
  474. Artikel 10.13
  475. Artikel 10.14
  476. Artikel 10.15
  477. Artikel 10.16
  478. Artikel 10.17
  479. Artikel 10.18
  480. Artikel 10.19
  481. Artikel 10.20
  482. Artikel 10.21
  483. Artikel 10.22
  484. Artikel 10.23
  485. Artikel 10.24
  486. Artikel 10.25
  487. Artikel 10.26
  488. Artikel 10.27
  489. Artikel 10.28
  490. Artikel 10.29
  491. Artikel 10.30
  492. Artikel 10.31
  493. Artikel 10.32
  494. Artikel 10.33
  495. Artikel 10.34
  496. Artikel 10.35
  497. Artikel 10.36
  498. Artikel 10.37
  499. Artikel 10.38
  500. Artikel 10.39
  501. Artikel 10.40
  502. Artikel 10.41
  503. Artikel 10.42
  504. Artikel 10.43
  505. Artikel 10.44
  506. Artikel 10.45
  507. Artikel 10.46
  508. Artikel 10.47
  509. Artikel 10.48
  510. Artikel 10.49
  511. Artikel 10.50
  512. Artikel 10.51
  513. Artikel 10.52
  514. Artikel 10.53
  515. Artikel 10.54
  516. Artikel 10.55
  517. Artikel 10.56
  518. Artikel 10.57
  519. Artikel 10.58
  520. Artikel 10.59
  521. Artikel 10.60
  522. Artikel 10.61
  523. Artikel 10.62
  524. Artikel 10.63
  525. Artikel 10.64
  526. Artikel 10.65
  527. Artikel 10.66
  528. Artikel 10.67
  529. Artikel 10.68
  530. Artikel 10.69
  531. Artikel 10.70
  532. Artikel 10.71
  533. Artikel 10.72
  534. Artikel 10.73
  535. Artikel 10.74
  536. Artikel 10.75
  537. Artikel 10.76
  538. Artikel 11.1
  539. Artikel 11.2
  540. Artikel 11.3
  541. Artikel 11.4
  542. Artikel 11.5
  543. Artikel 11.6
  544. Artikel 11.7
  545. Artikel 11.8
  546. Artikel 11.9
  547. Artikel 11.10
  548. Artikel 11.11
  549. Artikel 12.1
  550. Artikel 12.2
  551. Artikel 12.3
  552. Artikel 12.4
  553. Artikel 12.5
  554. Artikel 12.6
  555. Artikel 13.1
  556. Artikel 14.1
  557. Artikel 14.2
  558. Artikel 14.3
  559. Artikel 14.4
  560. Artikel 15.1
  561. Artikel 15.2
  562. Artikel 15.3
  563. Artikel 15.4
  564. Artikel 15.5
  565. Artikel 15.6
  566. Artikel 15.7
  567. Artikel 15.8
  568. Artikel 15.9
  569. Artikel 15.10
  570. Artikel 15.11
  571. Artikel 15.12
  572. Artikel 15.13
  573. Artikel 15.14
  574. Artikel 15.15
  575. Artikel 15.16
  576. Artikel 16.1
  577. Artikel 16.2
  578. Artikel 16.3
  579. Artikel 16.4
  580. Artikel 16.5
  581. Artikel 16.6
  582. Artikel 16.7
  583. Artikel 16.8
  584. Artikel 16.9
  585. Artikel 16.10
  586. Artikel 16.11
  587. Artikel 16.12
  588. Artikel 16.13
  589. Artikel 16.14
  590. Artikel 16.15
  591. Artikel 16.16
  592. Artikel 16.17
  593. Artikel 16.18
  594. Artikel 16.19
  595. Artikel 16.20
  596. Artikel 16.21
  597. Artikel 16.22
  598. Artikel 16.23
  599. Artikel 16.24
  600. Artikel 16.25
  601. Artikel 16.26
  602. Artikel 16.27
  603. Artikel 16.28
  604. Artikel 16.29
  605. Artikel 16.30
  606. Artikel 16.31
  607. Artikel 16.32
  608. Artikel 16.33
  609. Artikel 16.34
  610. Artikel 16.35
  611. Artikel 16.36
  612. Artikel 16.37
  613. Artikel 16.38
  614. Artikel 16.39
  615. Artikel 16.40
  616. Artikel 16.41
  617. Artikel 16.42
  618. Artikel 16.43
  619. Artikel 16.44
  620. Artikel 16.45
  621. Artikel 16.46
  622. Artikel 16.47
  623. Artikel 16.48
  624. Artikel 16.49
  625. Artikel 16.50
  626. Artikel 16.51
  627. Artikel 16.52
  628. Artikel 17.1
  629. Artikel 17.2
  630. Artikel 19.1
  631. Artikel 19.2
  632. Artikel 19.3
  633. Artikel 19.4
  634. Artikel 19.5
  635. Artikel 19.6
  636. Artikel 20.1
  637. Artikel 20.2
  638. Artikel 20.3
  639. Artikel 22.1
  640. Artikel 22.2
  641. Artikel 22.3
  642. Artikel 22.4
  643. Artikel 24.1
  644. Artikel 31.1
  645. Artikel 31.2
  646. Artikel 31.3
  647. Artikel 31.4
  648. Artikel 32.1
  649. Artikel 32.2
  650. Artikel 32.3
  651. Artikel 32.4
  652. Artikel 32.5
  653. Artikel 32.6
  654. Artikel 32.7
  655. Artikel 32.8
  656. Artikel 32.9
  657. Artikel 32.10
  658. Artikel 32.11
  659. Artikel 32.12
  660. Artikel 32.13
  661. Artikel 32.14
  662. Artikel 32.15
  663. Artikel 32.16
  664. Artikel 32.17
  665. Artikel 32.18
  666. Artikel 32.19
  667. Artikel 32.20
  668. Artikel 32.21
  669. Artikel 32.22
  670. Artikel 32.23
  671. Artikel 32.24
  672. Artikel 32.25
  673. Artikel 32.26
  674. Artikel 32.27
  675. Artikel 32.28
  676. Artikel 32.29
  677. Artikel 32.30
  678. Artikel 32.31
  679. Artikel 32.32
  680. Artikel 32.33
  681. Artikel 32.34
  682. Artikel 32.35
  683. Artikel 32.36
  684. Artikel 32.37
  685. Artikel 32.38
  686. Artikel 32.39
  687. Artikel 32.40
  688. Artikel 32.41
  689. Artikel 32.42
  690. Artikel 32.43
  691. Artikel 32.44
  692. Artikel 32.45
  693. Artikel 32.46
  694. Artikel 32.47
  695. Artikel 32.48
  696. Artikel 32.49
  697. Artikel 32.50
  698. Artikel 32.51
  699. Artikel 32.52
  700. Artikel 32.53
  701. Artikel 32.54
  702. Artikel 32.55
  703. Artikel 32.56
  704. Artikel 32.57
  705. Artikel 32.58
  706. Artikel 32.59
  707. Artikel 32.60
  708. Artikel 32.61
  709. Artikel 32.62
  710. Artikel 32.63
  711. Artikel 32.64
  712. Artikel 32.65
  713. Artikel 32.66
  714. Artikel 32.67
  715. Artikel 32.68
  716. Artikel 32.69
  717. Artikel 32.70
  718. Artikel 32.71
  719. Artikel 32.72
  720. Artikel 32.73
  721. Artikel 32.74
  722. Artikel 32.75
  723. Artikel 32.76
  724. Artikel 32.77
  725. Artikel 32.78
  726. Artikel 32.79
  727. Artikel 32.80
  728. Artikel 32.81
  729. Artikel 32.82
  730. Artikel 32.83
  731. Artikel 32.84
  732. Artikel 32.85
  733. Artikel 32.86
  734. Artikel 32.87
  735. Artikel 32.88
  736. Artikel 32.89
  737. Artikel 32.90
  738. Artikel 32.91
  739. Artikel 32.92
  740. Artikel 32.93
  741. Artikel 32.94
  742. Artikel 32.95
  743. Artikel 32.96
  744. Artikel 32.97
  745. Artikel 32.98
  746. Artikel 32.99
  747. Artikel 32.100
  748. Artikel 32.101
  749. Artikel 32.102
  750. Artikel 32.103
  751. Artikel 32.104
  752. Artikel 32.105
  753. Artikel 32.106
  754. Artikel 32.107
  755. Artikel 32.108
  756. Artikel 32.109
  757. Artikel 32.110
  758. Artikel 32.111
  759. Artikel 32.112
  760. Artikel 32.113
  761. Artikel 32.114
  762. Artikel 32.115
  763. Artikel 32.116
  764. Artikel 32.117
  765. Artikel 32.118
  766. Artikel 32.119
  767. Artikel 32.120
  768. Artikel 32.121
  769. Artikel 32.122
  770. Artikel 32.123
  771. Artikel 32.124
  772. Artikel 32.125
  773. Artikel 32.126
  774. Artikel 32.127
  775. Artikel 32.128
  776. Artikel 32.129
  777. Artikel 32.130
  778. Artikel 32.131
  779. Artikel 32.132
  780. Artikel 32.133
  781. Artikel 32.134
  782. Artikel 32.135
  783. Artikel 32.136
  784. Artikel 32.137
  785. Artikel 32.138
  786. Artikel 32.139
  787. Artikel 32.140
  788. Artikel 32.141
  789. Artikel 32.142
  790. Artikel 32.143
  791. Artikel 32.144
  792. Artikel 32.145
  793. Artikel 32.146
  794. Artikel 32.147
  795. Artikel 32.148
  796. Artikel 32.149
  797. Artikel 32.150
  798. Artikel 32.151
  799. Artikel 32.152
  800. Artikel 32.153
  801. Artikel 32.154
  802. Artikel 32.155
  803. Artikel 32.156
  804. Artikel 32.157
  805. Artikel 32.158
  806. Artikel 32.159
  807. Artikel 32.160
  808. Artikel 32.161
  809. Artikel 32.162
  810. Artikel 32.163
  811. Artikel 32.164
  812. Artikel 32.165
  813. Artikel 32.166
  814. Artikel 32.167
  815. Artikel 32.168
  816. Artikel 32.169
  817. Artikel 32.170
  818. Artikel 32.171
  819. Artikel 32.172
  820. Artikel 32.173
  821. Artikel 32.174
  822. Artikel 32.175
  823. Artikel 32.176
  824. Artikel 32.177
  825. Artikel 32.178
  826. Artikel 32.179
  827. Artikel 32.180
  828. Artikel 32.181
  829. Artikel 32.182
  830. Artikel 32.183
  831. Artikel 32.184
  832. Artikel 32.185
  833. Artikel 32.186
  834. Artikel 32.187
  835. Artikel 32.188
  836. Artikel 32.189
  837. Artikel 32.190
  838. Artikel 32.191
  839. Artikel 32.192
  840. Artikel 32.193
  841. Artikel 32.194
  842. Artikel 32.195
  843. Artikel 32.196
  844. Artikel 32.197
  845. Artikel 32.198
  846. Artikel 32.199
  847. Artikel 32.200
  848. Artikel 32.201
  849. Artikel 32.202
  850. Artikel 32.203
  851. Artikel 32.204
  852. Artikel 32.205
  853. Artikel 32.206
  854. Artikel 32.207
  855. Artikel 32.208
  856. Artikel 32.209
  857. Artikel 32.210
  858. Artikel 32.211
  859. Artikel 32.212
  860. Artikel 32.213
  861. Artikel 32.214
  862. Artikel 32.215
  863. Artikel 32.216
  864. Artikel 32.217
  865. Artikel 32.218
  866. Artikel 32.219
  867. Artikel 32.220
  868. Artikel 32.221
  869. Artikel 32.222
  870. Artikel 32.223
  871. Artikel 32.224
  872. Artikel 32.225
  873. Artikel 32.226
  874. Artikel 32.227
  875. Artikel 32.228
  876. Artikel 32.229
  877. Artikel 32.230
  878. Artikel 32.231
  879. Artikel 32.232
  880. Artikel 32.233
  881. Artikel 32.234
  882. Artikel 32.235
  883. Artikel 32.236
  884. Artikel 32.237
  885. Artikel 32.238
  886. Artikel 32.239
  887. Artikel 32.240
  888. Artikel 32.241
  889. Artikel 32.242
  890. Artikel 32.243
  891. Artikel 32.244
  892. Artikel 32.245
  893. Artikel 32.246
  894. Artikel 32.247
  895. Artikel 32.248
  896. Artikel 32.249
  897. Artikel 32.250
  898. Artikel 32.251
  899. Artikel 32.252
  900. Artikel 32.253
  901. Artikel 32.254
  902. Artikel 32.255
  903. Artikel 32.256
  904. Artikel 32.257
  905. Artikel 32.258
  906. Artikel 32.259
  907. Artikel 32.260
  908. Artikel 32.261
  909. Artikel 32.262
  910. Artikel 32.263
  911. Artikel 32.264
  912. Artikel 32.265
  913. Artikel 32.266
  914. Artikel 32.267
  915. Artikel 32.268
  916. Artikel 32.269
  917. Artikel 32.270
  918. Artikel 32.271
  919. Artikel 32.272
  920. Artikel 32.273
  921. Artikel 32.274
  922. Artikel 32.275
  923. Artikel 32.276
  924. Artikel 32.277
  925. Artikel 32.278
  926. Artikel 32.279
  927. Artikel 32.280
  928. Artikel 32.281
  929. Artikel 32.282
  930. Artikel 32.283
  931. Artikel 32.284
  932. Artikel 32.285
  933. Artikel 32.286
  934. Artikel 32.287
  935. Artikel 32.288
  936. Artikel 32.289
  937. Artikel 32.290
  938. Artikel 32.291
  939. Artikel 32.292
  940. Artikel 32.293
  941. Artikel 32.294
  942. Artikel 33.1
  943. Artikel 23
  944. Artikel 5

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696162 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0014/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2024-06-05 2024-06-05 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696162/nld@2024-07-04 /join/id/proces/gm0014/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0014/2024/doel_154_6ea0735cd5524b4890a88aaf778175d9 2024-07-04 2024-11-13 2024-07-04 2024-11-13 2024-07-04 2024-11-13 /akn/nl/act/gm0014/2020/omgevingsplan/nld@2024-06-05;1 /akn/nl/act/gm0014/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0014/2020/omgevingsplan/nld@2024-06-05;1 /join/id/stop/work_019 1-0 Omgevingsplan gemeente Groningen

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Afdeling 1.1

Begripsbepalingen

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1 Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage I van dit omgevingsplan.

2 Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit: a. de bijlage bij de Omgevingswet; b. bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage I van het Omgevingsbesluit; f. bijlage I van de Omgevingsregeling.

3 De begripsbepalingen bedoeld in artikel 1.1, tweede lid volgen steeds de nieuwste geldende versie van de genoemde regelingen.

4 De begripsbepalingen van dit omgevingsplan gelden niet voor de regels van hoofdstuk 32. Voor de regels van hoofdstuk 32 gelden de begrippen van de laatste versie van de 'Bruidsschat omgevingsplan'.

Afdeling 1.2

Meet- en rekenregels

Artikel 1.2Meetregels

1 Afstanden worden gemeten op de volgende manier: a. afstanden tussen bouwwerken: loodrecht; b. afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen, bouwgrenzen en te vergelijken grenzen: loodrecht; c. afstanden die afgelegd of overbrugd moeten worden via een route, zoals aansluitafstanden, ontsluitingen en loopafstanden: de kortste afstand die via de route mogelijk is, c.q. de kortste route die redelijkerwijs mogelijk is; d. afstand tussen schepen: loodrecht.

2 Maten worden gemeten op de volgende manier: lengte, breedte en diepte van een gebouw: tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevelvlakken en/of de buitenkant dakoverstek en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven. hoogte van bouwwerken op het land: de hoogte van het aangrenzend terrein. Het aangrenzende terrein is het natuurlijk verloop van het terrein rond het bouwwerk. hoogte van een bouwwerk op of in het water dat niet meebeweegt met het wateroppervlak: de afstand van het wateroppervlak tot aan het hoogste punt van het gebouw of een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. hoogte van drijvende bouwwerken: de afstand van het wateroppervlak tot aan het hoogste punt van het gebouw of een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. hoogte van schepen (en andere drijvende objecten die geen bouwwerk zijn): de afstand van het wateroppervlak tot de bovenkant (dek of dak) van het schip, masten, antennes en schoorstenen daaronder niet begrepen. lengte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf:

De afstand tussen de voorkant en achterkant van een schip over alles gemeten, inclusief eventuele aanbouwsels, maar exclusief roer en een eventuele boegspriet of kluiverboom. breedte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf: de afstand tussen de zijkanten van het schip, daarin begrepen gangboorden en eventuele aanbouwsels aan de zijkanten. gebruiksoppervlakte van een woning: de vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580, waarbij niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. inhoud van een gebouw: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuur en de buitenzijde van daken en dakkapellen. dakhelling: langs het dakvlak, ten opzichte van het horizontale vlak. ondergrondse oppervlakte: oppervlakten in dit plan gelden zowel boven- als ondergronds, tenzij het omgevingsplan iets anders meldt.

Afdeling 1.3

Algemene regels

Artikel 1.3Waar regels gelden

Als niet is genoemd waar een regel geldt, geldt de regel voor het gebied 'nieuwe regels'.

Artikel 1.4Meten in grensgevallen

Als een activiteit zich uitstrekt over plaatsen waar de regels verschillen, dan moet de activiteit op elke plaats voldoen aan de regels die daar gelden. Dat geldt ook voor getalsmatige of tekstuele normen: de activiteit moet op elke plek voldoen aan de daar geldende waarde(n).

Deze regel geldt niet als een andere regel het expliciet anders regelt.

Hoofdstuk 2

Doelen

Afdeling 2.1

Doelen omgevingsplan

Paragraaf 2.1.1

Algemene doelen

Artikel 2.1Doelen omgevingsplan

Met dit omgevingsplan streven we, binnen de doelen van de Omgevingswet, het volgende hoofddoel na: het zorgen voor een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in een groene, gezonde en veilige omgeving.

Om het hoofddoel te bereiken zijn de volgende subdoelen geformuleerd: a. het zorgen voor een groter, meer gespreid en toegankelijk aanbod van woningen; b. het ontwikkelen van gemengde stedelijke gebieden met zowel ruimte voor woningen als bedrijven; c. het realiseren van meer groen in de gemeente; d. het laten meegroeien van voorzieningen, passend bij de specifieke behoeften van wijken en dorpen; e. het autoluw maken van de binnenstad en het bieden van ruimte aan voetgangers en fietsers; f. het beschermen en versterken van de karakteristieke waarden in de gemeente; g. het inpassen van de energietransitie op een landschappelijk verantwoorde wijze.

Hoofdstuk 3

Aanwijzing van gebieden en objecten

Afdeling 3.1

Aanwijzing bebouwingscontouren

Artikel 3.1Aanwijzing bebouwingscontour houtkap (gereserveerd)

Afdeling 3.2

Aanwijzingen bodem

Artikel 3.2Aanwijzing bodembeheergebied

Het 'bodembeheergebied' zoals bedoeld in artikel 5.89o van het Besluit kwaliteit leefomgeving omvat het grondgebied van de Provincie Groningen, aangevuld met de boezemkades van de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s binnen de provincies Drenthe en Fryslân.

Artikel 3.3Aanwijzing bodemfunctieklasse wonen

1 Voor het gebied aangewezen als ‘bodemfunctieklasse wonen' geldt voor het functioneel toepassen van grond en baggerspecie, zoals bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de bodemfunctieklasse ‘wonen’ zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij geldt voor het functioneel toepassen van grond en baggerspecie in het gebied ‘bodemfunctieklasse wonen’ de lokale maximale waarden van de kwaliteitsklasse ‘GR2L’ zoals bedoeld in de Nota bodembeheer 2021 van de gemeente Groningen.

2 Voor het gebied aangewezen als ‘bodemfunctieklasse wonen’ geldt niet de kwaliteitsklasse ‘GR3’ zoals bedoeld in de Nota bodembeheer 2021 van de gemeente Groningen.

Afdeling 3.3

Aanwijzingen cultureel erfgoed

Paragraaf 3.3.1

Aanwijzingen archeologie

Artikel 3.4Aanwijzing aandachtsgebied archeologische verwachting

Een 'aandachtsgebied archeologische verwachting' is een gebied, dat is aangewezen op een locatie met de functie aandachtsgebied archeologische verwachting.

Artikel 3.5Aanwijzing archeologisch gemeentelijk monument

Paragraaf 3.3.2

Rijksmonumenten

Artikel 3.6Rijksmonumenten

In het gebied 'rijksmonumenten' bevinden zich door het Rijk aangewezen rijksmonumenten.

Paragraaf 3.3.3

Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Artikel 3.7Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Een gemeentelijk monument is een monument dat is opgenomen in Bijlage V'Lijst gemeentelijke monumenten', en dat is aangewezen op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument'.

Paragraaf 3.3.4

Aanwijzingen overige gebouwen en objecten

Artikel 3.8Aanwijzing karakteristieke gebouwen en objecten

karakteristieke gebouwen en objecten zijn gebouwen en objecten die zijn opgenomen in Bijlage VI'Lijst karakteristieke gebouwen en objecten', en die zijn aangewezen met de functie 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Paragraaf 3.3.5

Aanwijzing monumentale bomen en houtopstanden

Artikel 3.9Aanwijzing monumentale bomen en houtopstanden

Monumentale houtopstanden zijn aangewezen met de functie 'monumentale bomen en houtopstand'.

Afdeling 3.4

Aanwijzingen beperkingengebieden, aandachtsgebieden etc.

Paragraaf 3.4.1

Aanwijzingen infrastructuur

Artikel 3.10Aanwijzing beperkingengebied radarverstoring post Noord (gereserveerd)

Artikel 3.11Aanwijzing vrijwaringsgebied rioolpersleiding

Het gebied rioolpersleiding is aangewezen als 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 3.12Aanwijzing vrijwaringsgebied vaarweg (gereserveerd)

Paragraaf 3.4.2

Aanwijzingen geluid

Artikel 3.13Aanwijzing geluidaandachtsgebied gemeentewegen

In het gebied 'geluidaandachtsgebied wegen' kunnen plichten en beperkingen gelden vanwege het geluidaandachtsgebied dat daar ligt volgens artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dit geval gaat het om een geluidaandachtsgebied rond gemeentelijke wegen en waterschapswegen.

Artikel 3.14Aanwijzing industrieterreinen Wet geluidhinder

1 De industrieterreinen in de volgende leden zijn aangewezen als een industrieterrein zoals bedoeld in de ingetrokken Wet geluidhinder.

2 Het 'industrieterrein Zuidoost'.

Artikel 3.15Aanwijzing geluidzones Wet geluidhinder

1 De geluidzones in de volgende leden zijn aangewezen als een geluidzone voor een industrieterrein zoals bedoeld in de ingetrokken Wet geluidhinder.

2 De 'geluidzone industrie Zuidoost' is de geluidzone die hoort bij industrieterrein Zuidoost.

Hoofdstuk 4

Ontwikkelgebieden

Afdeling 4.1

Ontwikkelgebieden algemeen (gereserveerd)

Afdeling 4.2

Ontwikkelgebied Stadshavens

Paragraaf 4.2.1

Ontwikkelgebied Stadshavens - aanwijzingen

Artikel 4.1Stadshavens ontwikkelgebied - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens' is aangewezen als ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.2Stadshavens deelgebied Noordoost - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost' is aangewezen als deelgebied Noordoost in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.3Stadshavens deelgebied Noordwest - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest' is aangewezen als deelgebied Noordwest in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.4Stadshavens deelgebied Zuidoost - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost' is aangewezen als deelgebied Zuidoost in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.5Stadshavens deelgebied Zuidwest - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidwest' is aangewezen als deelgebied Zuidwest in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Paragraaf 4.2.2

Ontwikkelgebied Stadshavens - doelen

Artikel 4.6Ontwikkelgebied Stadshavens - doelen

De stad Groningen blijft groeien. Het gebied Stadshavens is één van de 'ontwikkelzones' in Groningen waaraan in de komende jaren een nieuwe invulling zal worden gegeven, om zo (een deel van) de groei van de stad op korte termijn te kunnen opvangen. Om dit te bereiken en ervoor te zorgen dat de invulling aansluit op de lokale behoeften en het karakter van Groningen, zijn meerdere doelen voor Stadshavens geformuleerd.

Doel 1: het faciliteren van een deel van de groei van de stad Groningen in Stadshavens Het eerste doel volgt uit de Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ van de gemeente Groningen, waarin de behoefte en noodzaak centraal staat om de gemeente leefbaar te houden voor iedereen. Stadshavens zal één van de gebieden zijn waarin de groei van de stad gedeeltelijk zal worden opgevangen. De gemeenteraad heeft naast de Omgevingsvisie ook een Woonvisie vastgesteld met als ondertitel ‘Een thuis voor iedereen’, waarin enkele speerpunten uit de Omgevingsvisie nader worden uitgewerkt. Deze ondertitel geeft al aan dat bij het tegemoetkomen aan de groeiende vraag naar woningen in Groningen niet alleen rekening gehouden wordt met de hoeveelheid woningen die nodig is, maar ook met de verschillende doelgroepen voor wie deze woningen worden gebouwd.

Specifiek wordt de groei van Groningen in Stadshavens opgevangen door daar ruimte te maken voor 2.400 woningen in de deelgebieden Noordwest, Noordoost en Zuidoost, waarbij wordt ingezet op minimaal 15% sociale huurwoningen bij nieuwbouw, en 10% middenhuur. Dit is afgestemd op de lokale vraag, waarbij ook rekening is gehouden met de bestaande woningvoorraad en de vraag naar woningen in overige stadsdelen, om uiteindelijk te zorgen voor een goede balans tussen vraag en aanbod in de gehele stad. Naast huurwoningen zullen in Stadshavens ook koopwoningen gebouwd worden in verschillende prijssegmenten. Dit laat zien hoe bij de ontwikkeling van het gebied maatwerk wordt geleverd en hoe dit zich vertaalt in plannen die zijn afgestemd op de lokale behoefte.

Naast het deels voorzien in de vraag naar woningen in Groningen, valt onder dit doel ook het bieden van de mogelijkheid aan maatschappelijke organisaties en ondernemers om zich te vestigen in Stadshavens. Om dit te faciliteren wordt minimaal 24.000 en maximaal 30.000 m2 aan commerciële en maatschappelijke bedrijfsruimte gerealiseerd. Op deze manier wordt niet alleen voorzien in de groeiende woningbehoefte die in Groningen bestaat, maar is er ook ruimte voor andere voorzieningen in het gebied die de levendigheid en het voorzieningenniveau versterken. Daarnaast zal een park worden aangelegd met ruimte voor ontmoeting, spelen, sport, horeca en cultuur op de huidige locatie van de zandoverslag. Zo wordt Stadshavens een divers en levendig stadsdeel, met ruimte om te wonen, werken en ontspannen.

Doel 2: het beschermen van de cultuurhistorische waarden door de instandhouding van karakteristieke gebouwen en objecten en gemeentelijke monumenten Naast het faciliteren van een deel van de groei van de stad geldt er nog een doel voor de ontwikkeling van het gebied, namelijk het behoud van de cultuurhistorische en karakteristieke waarden van Stadshavens. Niet voor niets luidt één van de uitgangspunten van de Omgevingsvisie: ‘Benutten en beschermen van bestaande kwaliteiten en zorgdragen voor cultuurhistorische, natuur- en landschappelijke waarden’.

Zo zijn in Stadshavens enkele historische gebouwen aanwezig die karakter geven aan het gebied en daarom behouden blijven, wat zal resulteren in een interessante en aantrekkelijke combinatie van nieuw en oud. Een voorbeeld van het in stand houden van het karakter van Stadshavens is de oude Cova-fabriek aan het Damsterdiep. Het stookhuis en de schoorsteen van de fabriek worden behouden en zullen geïntegreerd worden in de plannen voor Stadshavens. Ook blijven bijvoorbeeld de zakkenloods en de EMG-silo behouden. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met het cultureel erfgoed in en rondom Stadshavens.

Doel 3: het versterken van groen en het realiseren van een netwerk van verbindingen Een derde doel is om Stadshavens zo in te richten dat ook ruimte over blijft voor het realiseren, dan wel het behouden van een natuurlijke omgeving. Daarbij valt onder meer het zorgen voor een groene inrichting van de (openbare) ruimte. Om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de beschikbare ruimte zal nieuwbouw in Stadshavens met name bestaan uit hogere bouw, zodat in de openbare ruimte voor een groene en blauwe invulling bestaat. Zowel ter plaatse van het Havenpark, park damsterdiep, als in de nieuwe bouwvelden wordt groen gerealiseerd. Bij de concrete uitwerking wordt gekeken op welke wijze verbindingen tussen groen in en om Stadshavens tot stand kan worden gebracht. Door het groen met elkaar te verbinden, krijgt dit een meerwaarde voor de biodiversiteit.

Doel 4: het benutten van de diversiteit en karakteristieke kwaliteiten in Stadshavens Stadshavens moet een divers en eigenzinnig deel van de stad Groningen worden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het gebied langs de kade. Hier wordt specifiek gezorgd voor het realiseren van bebouwing die aantrekkelijk en afwisselend is, maar waarbij toch aandacht wordt besteed aan het creëren van een goede samenhang met de bebouwing in de directe omgeving.

Doel 5: heroriëntatie op het water Onder meer vanwege de gunstige ligging van Stadshavens speelt water een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het gebied. Zo wordt een deel van het gebied langs het water ingericht als een plek waar mensen samen kunnen komen om te ontspannen en genieten. Daarnaast speelt Stadshavens als onderdeel van de Eemskanaalzone een belangrijke rol bij het creëren van een verbinding tussen de verschillende delen van de stad onderling, en de bereikbaarheid van de stad in het algemeen. Deze heroriëntatie op het water draagt hiermee bij aan het realiseren van een gezonde, aantrekkelijke, en daarmee toekomstbestendige stad.

Doel 6: het ontwikkelen van een levendige, sociaal veilige woon-, werk- en leefomgeving in Stadshavens Dit zesde en laatste doel heeft in feite raakvlakken met alle eerdergenoemde doelen. Door maatwerk toe te passen wordt Stadshavens een divers gebied waarin zowel gewoond als gewerkt kan worden, maar het is van groot belang dat het gebied tegelijk veilig en leefbaar blijft.

Hierbij hoort onder meer het zorgen voor een goede bereikbaarheid van het gebied. In het bijzonder omdat Stadshavens een verbinding vormt tussen de Groningse binnenstad en het ommeland. Daarom worden voet- en fietspaden aangelegd ten behoeve van de bereikbaarheid van Stadshavens voor zowel bezoekers als bewoners. Verder blijft het gebied autoluw, wat ten goede komt aan de veiligheid in Stadshavens. Ook worden de parkeerplaatsen bij hoogbouw inpandig aangelegd, zodat niet in openbaar gebied geparkeerd hoeft te worden.

Doordat er geen auto’s meer in het openbaar gebied zijn creëren we dus leefkwaliteit. Door bewust om te gaan met de beschikbare ruimte, ontstaat de mogelijkheid om deze in te richten ten behoeve van het verbeteren van de leefkwaliteit in Stadshavens. Zo is er in het openbaar gebied aandacht voor het creëren van plaatsen waar men kan ontspannen en samenkomen, zowel voor omwonenden als voor bezoekers van de stad. Onder meer het in doel 3 genoemde park waarin gerecreëerd en gesport kan worden is hier een voorbeeld van, net als de ontmoetingsplekken langs het water waarover gesproken wordt in doel 5 en de plekken en tussenpleintjes die in de deelgebieden worden gerealiseerd.

Conclusie Aan de hand van bovenstaande doelen is te zien dat in Stadshavens ruimte zal zijn om te wonen, werken en te recreëren. Hierbij wordt per deelplan specifiek onderzocht aan welk soort woningen en bedrijven behoefte bestaat, om zo de groei van de stad Groningen te faciliteren. Dat het gebied desondanks autoluw zal zijn, draagt bij aan het creëren van een rustige, veilige en leefbare omgeving. Ook wordt het karakter van Stadshavens niet uit het oog verloren, zowel door het behoud van bestaande cultuurhistorische en karakteristieke elementen als het versterken van groen in de omgeving. Zo wordt Stadshavens ingericht als een levendig en veelzijdig gebied voor iedereen.

Paragraaf 4.2.3

Ontwikkelgebied Stadshavens - regels voor de ontwikkeling

Artikel 4.7Stadshavens - functietoedeling

Voor het 'ontwikkelgebied Stadshavens' wordt een industrie- en bedrijventerrein getransformeerd naar een levendige, compacte woonwijk met maatschappelijke en commerciële voorzieningen.

Artikel 4.8Stadshavens deelgebied Zuidoost - functietoedeling

In aanvulling op het bepaalde in artikel 4.7 wordt, in het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost', een Havenpark gerealiseerd. Het park krijgt, naast het wonen en SES-compensatie, onder andere een bijzondere rol als kunst-, sport-, cultuur- en beweegpark: een openbare ruimte waar sport- en spelfaciliteiten, culturele broedplaatsen samenkomen in een parkachtige setting met een duidelijke verbinding met het water en waar ruimte is voor kleinere (culturele en muziek)evenementen. De kracht van de combinatie’ voegt een geheel nieuwe dimensie toe aan bewegen, verblijven en de openbare ruimte in Groningen. Door de integrale aanpak ontstaat één parkgebied dat als geheel werkt als groene, culturele en sportieve broedplaats. Dus een vrije ruimte die de inwoners de kans geeft om te ontmoeten, te verblijven en actief te zijn.

Artikel 4.9Gouden regels ontwikkelgebied Stadshavens

Ter plaatse van het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens' gelden de volgende gouden regels als kader voor de ontwikkeling van Stadshavens:

Regel 1: een ongedeelde wijk Stadshavens is voor iedereen toegankelijk om te wonen, te verblijven en te gebruiken. De belangrijkste pijlers hiertoe zijn: een evenwichtig woon- en werkprogramma, verschillende typen publieke functies en een voor iedereen toegankelijke openbare ruimte.

Regel 2: klimaatrobuust, sociaal en energetisch duurzaam Stadshavens heeft een klimaatrobuuste groenstructuur en een systematiek om regenwater voldoende vast te houden. De structuur is bedoeld om verblijfscomfort maar ook verkoeling en beschutting te bieden voor mens, flora en fauna. Stadshavens is natuurinclusief en aardgasloos; er wordt geanticipeerd op duurzame energiestromen. In de openbare ruimte is er de mogelijkheid om te bewegen en te ontmoeten.

Regel 3: vaste plandelen Het ontwerp en profiel voor het Damsterdiep en de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal staan vast om de kwaliteit en samenhang van de wijkoverstijgende elementen te borgen. Deze 'lange lijnen' vormen de eerste orde openbare ruimtes. Hierin is de aanhechting aan de grotere stad georganiseerd: de routes, de doorlopende straatbeelden maar ook het ondergrondse pakket van kabels en leidingen. Ook is het Havenpark - in het verlengde van de Sontweg - als een van de vaste plandelen gedefinieerd.

Regel 4: de groene werf De kade aan de noordzijde van het Eemskanaal is met het Damsterdiep verbonden door een schakering van openbare ruimtes die samen de (groene) werfvloer vormen.

Regel 5: dooradering Volgend uit de uitwerking van de gebouwensembles ontstaat een kleinschalig netwerk van straatjes, hoven, binnenterreinen en pleinen. Randvoorwaarde is het bewerkstellingen van een dwaalmilieu en een dooradering van routes door het hele gebied heen. De dwarsverbanden in noord-zuid richting tussen het Damsterdiep en de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal en het oost-west verband tussen Balkgat en Eltjo Ruggeweg in het midden van de zone tussen Damsterdiep en kade, vormen de tweede orde openbare ruimtes. Op de kruispunten tussen de noord-zuid en oost-west routes ontstaan buurtpleinen. Het dwaalmilieu en de dooradering vormen de derde orde openbare ruimtes. Het principe en een indicatie van de maatvoering van de tweede en derde openbare orde ruimtes liggen vast, de uitwerking is flexibel: volgend uit de uitwerking van de gebouwensembles.

Regel 6: deelgebieden en gebouwensembles: expressie en samenhang Een ontwikkelgebied is onderverdeeld in deelgebieden en daarbinnen in gebouwensembles. Gebouwen kunnen binnen het deelgebied en binnen de gebouwensembles een eigen expressiviteit hebben en divers zijn, maar het geheel van gebouwen spreekt één taal en zet een samenhangend beeld neer. Een bijzonder gebouw of gebouwensemble is in het Havenpark als landmark gepositioneerd.

Regel 7: diversiteit in één gezicht Diversiteit in één gezicht ontstaat doordat het gebied als geheel één samenhangende uitstraling heeft; verschillende gebouwensembles maken deel uit van de totaalsamenhang. De gebouwen beslaan daarin vijf sporen: ● representatief naar het Damsterdiep; ● eigenzinnig en expressief aan de kade, maar wel op basis van een plint; ● het middendeel legt relaties tussen het Damsterdiep, de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal (noord- zuid richting) en Balkgat en Eltjo Ruggeweg (oost-west-verbinding). De gebouwensembles maken een dwaalmilieu met straatjes, binnenterreinen, hoven en pleinen; ● de buurtpleinen aan het kruispunt tussen de oost-west en noord-zuid routes door het gebied (tweede orde) zijn drager voor een actief straatbeeld; ● een bijzondere landmark in het Havenpark.

Regel 8: transparantie in het bouwpatroon Het bouwpatroon heeft als geheel een transparante opzet. De relatie met het water is door het hele ontwikkelgebied heen ervaarbaar. Dit wordt bijvoorbeeld bereikt door te ontwerpen aan gebouwen en gebouwensembles met vizieren en zichtrelaties, aan de positionering van binnenterreinen en aan de compositie, richting en geleding van de gebouwgevels.

Regel 9: de groene werf & binnenterreinen in de volle grond Naast de groenstructuur in de openbare ruimte hebben de binnenterreinen hun eigen groene uitwerking. Ieder deelgebied heeft minimaal één groot binnenterrein in de volle grond. Een hof dat daadwerkelijk als flinke 'stadstuin' wordt ingericht, met volwaardige bomen en minimale verharding. Overige binnenterreinen, eventueel bovenop een parkeergarage, zijn ook groen ingericht en werken als verblijfsruimte voor de bewoners. Per deelgebied ligt de balans onbebouwd - bebouwd op 60%-40%. Daarbij tellen de (half)verdiepte parkeergarages en het parkeren in gebouwen niet mee als bebouwd oppervlak.

Regel 10: een autovrij straatbeeld In Stadshavens is het straatbeeld autovrij; in principe staan er geen auto's in de openbare ruimte, er worden gebouwde parkeergarages gerealiseerd. Incidenteel verkeer (hulpdiensten, afvalinzameling, etc.) is wel mogelijk. In de openbare ruimte worden plekken aangewezen voor laden en lossen bij de commerciële en maatschappelijke voorzieningen.

Regel 11: inpandig fietsparkeren Het fietsparkeren voor de nieuwe functies wordt inpandig per gebouw/gebouwensemble in een gezamenlijke fietsenstalling gerealiseerd. Makkelijk toegankelijk op hetzelfde niveau als het aansluitende terrein. De fietstoegang is duidelijk zichtbaar, herkenbaar en zoveel mogelijk gericht op de doorfietsroute. De voetgangerstoegang is nabij de eindbestemming, dichtbij de in- en uitgang van het gebouw/gebouwensemble. De fietsenstalling en de toegangen tot de fietsenstalling zijn sociaal veilig.

Regel 12: een actieve, open en transparante begane grond Stadshavens kenmerkt zich door een actieve begane grond gecombineerd met hoogwaardige openbare ruimtes. De interactie tussen beiden staat centraal in het toekomstige straatbeeld. Daarom is de begane grond met bijzondere aandacht ontworpen - zowel ruimtelijk als ook programmatisch. Flexibel wonen/werken en commerciële en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond creëren een levendige sfeer en bruisend straatbeeld.

Extra hoogte op de begane grond en een maximaal open en transparant gevelbeeld vormen het uitgangspunt. Daarom worden de fietsenstallingen en de installatieruimtes voor nutsvoorzieningen in de gebouwen en kunstwerken ingepast, uitgezonderd voorzieningen voor varende schepen. Er mag geen dicht gevelbeeld ontstaan. Een goede programmering van de begane grond mag niet belemmerd worden.

Regel 13: markante plekken en bestaande karakteristieken zijn identiteitsdragers Bestaande karakteristieken worden ingezet ter verankering van de 'eigenheid' van het gebied. Het samenspel van Stadshavens met (nieuwe) markante plekken maakt als geheel de identiteitsdragers voor het nieuwe ontwikkelgebied.

Artikel 4.10Ontwikkelregels Stadshavens

Voor de gebieden ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest, ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost gelden de volgende ontwikkelregels.

Woonprogramma a.

Het totaal aantal woningen (exclusief het bestaande aantal) is maximaal 2.400, met de volgende verdeling per deelgebied:

1.

Noordwest: 1.200 2.

Noordoost: 750 3.

Zuidoost: 450 b.

Het aandeel aan sociale huurwoningen is per deelgebied minimaal 15%. c.

Het aandeel aan grondgebonden woningen is per deelgebied minimaal 10%. Hieronder wordt tevens verstaan een appartement op de begane grond van een gebouw.

Werkprogramma a.

De totale bruto vloeroppervlakte aan commerciële en maatschappelijke voorzieningen is minimaal 24.000 m2 en maximaal 30.000 m².

Bebouwing a.

De autotoegangen om de ontwikkelgebieden te ontsluiten zijn minimaal 15 meter breed. b.

Parkeren vindt uitsluitend plaats in gebouwen. In de deelgebieden Noordwest, Noordoost en Zuidoost worden maximaal 2.400 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan minimaal 1.200 parkeerplaatsen in (half)verdiepte parkeergarages. c.

Per deelgebied dient sprake te zijn van een gesloten parkeerbalans (zowel voor auto’s als fietsen). d.

De bebouwing:

1.is representatief naar het Damsterdiep (bandbreedte van 5 tot 9 bouwlagen);
2.is eigenzinnig & expressief aan de kade, maar wel op basis van een plint (bandbreedte van 5 tot 10 bouwlagen, accenten tot 15 bouwlagen);
3.legt in het middendeel in ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost relaties tussen beide en maakt milieu binnenhoven, plekken en tussenstraatjes (bandbreedte van 5 tot 9 bouwlagen);
4.het ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost wordt gekenmerkt door een 'landmark' gebouw (maximaal 21 bouwlagen). e.

Het minimum aantal bouwlagen in onderdeel d. geldt niet voor grondgebonden woningen. f.

Er wordt natuurinclusief gebouwd. g.

Benodigde installatieruimtes voor nutsvoorzieningen worden ingepast in de gebouwen en kunstwerken, uitgezonderd voorzieningen voor varende schepen.

Openbare ruimte a.

De autotoegangen om de ontwikkelgebieden te ontsluiten zijn minimaal 15 meter breed. b.

In ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost wordt per deelgebied of gebouwensemble minimaal 1 doorbreking, derde orde openbare ruimte gerealiseerd, één van noord naar zuid, één van oost naar west. c.

Er wordt rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.

Water a.

Er dient per deelgebied geborgd te worden dat een bui van 73 mm/uur kan worden opgevangen, met dien verstande dat hierdoor geen overlast ontstaat.

Cultureel erfgoed a.

Er wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed in Stadshavens met inbegrip van het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.

Artikel 4.11Ontwikkelregels Stadshavens Noord

In het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens noord' gelden de volgende regels: a.

In het gebied mag maximaal 40% van de oppervlakte bovengronds bebouwd worden. De (half)verdiepte parkeergarages tellen hierbij niet mee. b.

In het gebied is minimaal 20% van het gebied ingericht met groen en water.

Hoofdstuk 5

Activiteiten - regels voor alle activiteiten

Afdeling 5.1

Regels voor alle activiteiten - inleidende regels

Artikel 5.1Activiteiten - waar de regels over gaan

De regels in dit hoofdstuk gelden voor alle activiteiten die zijn geregeld in dit omgevingsplan, behalve als een regel in dit omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.2Actviteiten - waarom we regels stellen over activiteiten (gereserveerd)

Artikel 5.3Activiteiten - waar de regels gelden

De regels voor alle activiteiten gelden voor het gebied 'nieuwe regels', behalve als een regel in dit omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.4Activiteiten - voor wie de regels gelden

De regels over activiteiten gelden voor degene die een activiteit uitvoert, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

De regels voor activiteiten gelden ook voor degene die gelegenheid geeft om een activiteit uit te voeren, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

Beiden houden zich aan de regels en zorgen dat ze worden nageleefd.

Artikel 5.5Activiteiten - de activiteit valt in meerdere gebieden

Een activiteit kan in meerdere gebieden vallen. De activiteit moet op elke plek voldoen aan de regels die op die plek gelden, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.6Activiteiten - bevoegd gezag

Als een provinciale- of rijksregeling een ander bevoegd gezag aanwijst dan het college, houdt dat bevoegd gezag zich aan de regels van dit omgevingsplan. Dit geldt niet als een provinciale- of rijksregeling iets anders zegt.

Artikel 5.7Activiteiten - indeling activiteiten

1 De activiteiten in dit omgevingsplan zijn ingedeeld op meerdere niveaus. Elke activiteit valt onder een hogere activiteit, de zogenaamde bovenliggende activiteit. De regels van die hogere activiteit gelden ook voor de activiteiten eronder, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

2 Alle activiteiten in dit omgevingsplan zijn direct of indirect gerangschikt onder de activiteit 'Omgevingsplanactiviteit Groningen', die op zijn beurt gerangschikt is onder de 'Activiteit gereguleerd in het omgevingsplan van de gemeente Groningen'.

Afdeling 5.2

Regels voor alle activiteiten - gebruik wettelijke termen

Artikel 5.8Activiteiten - namen van activiteiten

Voor activiteiten in dit omgevingsplan gebruiken we voor de leesbaarheid verkorte namen van de officiële juridische benamingen.

Artikel 5.9Activiteiten - omschrijving toestemmingsvrij

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “toestemmingsvrij” is, is voor de activiteit geen toestemming of actie nodig.

Als een activiteit onder voorwaarden toestemmingsvrij is, is die activiteit alleen “toestemmingsvrij” zolang voldaan wordt aan deze voorwaarden.

Artikel 5.10Activiteiten - omschrijving verbod

Als in dit omgevingsplan staat dat voor een activiteit een “verbod” geldt of dat een activiteit verboden is, bedoelen wij daarmee dat het verboden is de activiteit uit te voeren of voort te zetten.

Artikel 5.11Activiteiten - omschrijving vergunning

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “vergunningplichtig” is, dat een “vergunningplicht” geldt of dat een vergunning nodig is, bedoelen wij daarmee een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geregeld in dit omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. Het is verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zonder die vergunning.

Artikel 5.12Activiteiten - omschrijving melding

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “meldingsplichtig” is, dat een “meldingsplicht” geldt, of dat een melding nodig is, bedoelen wij daarmee een melding zoals bedoeld in artikel 4.4 eerste lid van de Omgevingswet.

Het is verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zonder melding vooraf.

Als een activiteit onder voorwaarden meldingplichtig is, is het verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zolang niet aan die voorwaarden is voldaan.

Artikel 5.13Activiteiten - omschrijving informatieplicht

Als in dit omgevingsplan staat dat voor een activiteit een “informatieplicht” geldt, is de activiteit informatieplichtig.

Afdeling 5.3

Regels voor alle activiteiten - regels vóór, tijdens en na de activiteit

Paragraaf 5.3.1

Regels voor alle activiteiten - vóór de activiteit

Artikel 5.14Regels vóór de activiteit (gereserveerd)

Paragraaf 5.3.2

Regels voor alle activiteiten - tijdens de activiteit

Artikel 5.15Algemene zorgplicht

1 Als een activiteit nadelige gevolgen kan hebben, en degene die de activiteit uitvoert of gelegenheid geeft om de activiteit uit te voeren, weet dat of kan dat redelijkerwijs vermoeden, dan moet diegene: a. alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. als die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit niet uitvoeren als dit redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

2 In een regel in dit omgevingsplan kan een specifieke zorgplicht staan die dit artikel aanvult of uitwerkt.

Artikel 5.16Ongewoon voorval - zorgplicht

De veroorzaker van een ongewoon voorval die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dat nadelige gevolgen kan hebben, moet: a. de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; b. voorkomen dat het voorval verergert, voortduurt of zich herhaalt; en c. de oorzaak van het voorval wegnemen.

Artikel 5.17Ongewoon voorval - informeren college

De veroorzaker informeert het collegezo spoedig mogelijk over een ongewoon voorval.

Ook degene van wie redelijkerwijs kan worden gevraagd het college over een ongewoon voorval te informeren moet dit doen.

Artikel 5.18Ongewoon voorval - gegevens en stukken

De veroorzaker van een ongewoon voorval levert alle relevante gegevens en stukken aan. Dat geldt ook voor anderen die over die gegevens en stukken beschikken en van wie redelijkerwijs kan worden gevraagd deze gegevens en stukken te leveren. In bijlage IV onder 2.5 staat welke gegevens en stukken in ieder geval moeten worden aangeleverd.

Afdeling 5.4

Regels voor alle activiteiten - bijzondere omstandigheden (gereserveerd)

Afdeling 5.5

Regels voor alle activiteiten - maatwerk

Artikel 5.19Voorschriften

1 Het college kan maatwerkvoorschriften stellen.

2 Het college kan voorschriften aan een vergunning verbinden.

3 Deze bevoegdheid komt ook toe aan andere bestuursorganen die op grond van de Omgevingswet bevoegd zijn.

Artikel 5.20Maatwerk - maatwerkbevoegdheid

1 Het college kan met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift afwijken van de regels voor activiteiten en de beoordelingsregels over een onderwerp in dit omgevingsplan.

2 Het college gebruikt geen maatwerkvoorschrift als hetzelfde geregeld kan worden met een vergunningvoorschrift.

3 Het college gebruikt geen maatwerkvoorschrift en verbindt geen voorschrift aan een vergunning als een regel in het omgevingsplan dit verbiedt.

4 Het college gebruikt maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften alleen met het oog op het doel van de regels voor de activiteit en de beoordelingsregels over een onderwerp.

Afdeling 5.6

Regels voor alle activiteiten - gelijkwaardige maatregelen (gereserveerd)

Afdeling 5.7

Regels voor alle activiteiten - eisen aan aanvragen, meldingen, informatieplicht, stukken en gegevens

Paragraaf 5.7.1

Aanleveren van stukken en gegevens

Artikel 5.21Waar deze regels over gaan

De regels in deze Afdeling gelden voor aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie om te voldoen aan een informatieplicht.

Artikel 5.22Voor wie deze regels gelden

Als we spreken over een aanvrager, bedoelen we daarmee ook iedereen die een melding doet of informatie verstrekt om te voldoen aan een informatieplicht.

Artikel 5.23Eisen vullen elkaar aan

1 De eisen in dit omgevingsplan aan aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie komen bovenop de eisen die staan in hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling.

2 Als ergens anders in dit omgevingsplan extra eisen staan, gelden ook die eisen. Dit geldt niet als in een regel in dit omgevingsplan iets anders staat.

Artikel 5.24Algemene eisen aan aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie (gereserveerd)

Artikel 5.25Houdbaarheid van informatie (gereserveerd)

Artikel 5.26Tijdstip van aanleveren stukken

De aanvrager voegt alle benodigde gegevens en stukken bij de aanvraag, melding of informatieplicht. Dit geldt niet als in een regel in dit omgevingsplan iets anders staat.

Artikel 5.27Opvragen ontbrekende en onvolledige stukken

Als het college onvoldoende informatie heeft voor een melding of informatieplicht, kan het college extra gegevens en stukken vragen.

Artikel 5.28Opvragen nieuwe stukken (gereserveerd)

Paragraaf 5.7.2

Eisen aan aanvragen (gereserveerd)

Paragraaf 5.7.3

Eisen aan meldingen (gereserveerd)

Paragraaf 5.7.4

Eisen aan informatieplicht (gereserveerd)

Hoofdstuk 6

Activiteiten - bouwen - regels voor alle bouwwerken

Afdeling 6.1

Regels voor alle bouwwerken - inleidende regels

Artikel 6.1Bouwen - waar de bouwregels over gaan

1 De regels in dit hoofdstuk en hoofdstuk 7 gelden voor de activiteit “Bouwactiviteit (omgevingsplan)”. Deze activiteit gaat over het ‘bouwen’ van ‘bouwwerken’. In dit omgevingsplan noemen we deze activiteit kortweg ‘bouwen’ of de ‘bouwactiviteit’.

Deze ‘bouwactiviteit’ is niet de bouwactiviteit zoals genoemd in artikel 5.1 van de Omgevingswet (ook wel technische bouwactiviteit genoemd).

Ook het slopen van bouwwerken valt er niet onder. Het slopen van bouwwerken is geregeld in hoofdstuk 8.

2 De regels in dit hoofdstuk zijn algemene regels voor het bouwen van alle bouwwerken. In hoofdstuk 7 staan regels voor specifieke bouwwerken. De regels van dit hoofdstuk gelden ook voor de bouwwerken in hoofdstuk 7.

Artikel 6.2Bouwen - waarom we bouwregels stellen

Met de regels in dit hoofdstuk willen we: a. de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden beschermen; b. de architectonische kwaliteit van bouwwerken beschermen; c. het woon- en leefklimaat beschermen; d. de gezondheid beschermen; e. een woonomgeving maken met passende voorzieningen; en f. hinder en overlast voorkomen.

Artikel 6.3Bouwen - voor wie de bouwregels gelden (gereserveerd)

Artikel 6.4Bouwen - waar de bouwregels gelden

Als niet is genoemd waar een bouwregel geldt, geldt de bouwregel voor het gebied 'nieuwe regels'.

Artikel 6.5Bouwen - vangnetverbod niet geregelde bouwactiviteiten

Alleen die bouwactiviteiten zijn toegestaan: a. die expliciet worden genoemd of toegestaan in dit omgevingsplan; b. die vergund zijn; c. vergunningvrij bouwen volgens §2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. die zijn begonnen voor 1 januari 2024 en waren toegestaan volgens het recht van het moment dat de bouw begon.

Artikel 6.6Bouwen - in stand houden en gebruik van een bouwwerk

1 Een bouwwerk mag alleen in stand worden gehouden en worden gebruikt: a. als het op moment van het bouwen gebouwd mocht worden volgens het recht van dat moment; of b. er later alsnog toestemming is verleend het bouwwerk in stand te houden.

Dit geldt niet als het omgevingsplan in een regel iets anders zegt.

2

Hoofdstuk 31 kan uitzonderingen regelen op artikel 6.6, eerste lid.

Artikel 6.7Bouwen - maatwerkvoorschrift bouwwerkpeil

Het college kan een maatwerkvoorschrift stellen over het begrip bouwwerkpeil.

Artikel 6.8Bouwen - voorkant en voorgevel

1 De voorkant van een bouwwerkperceel is de kant die aan de weg ligt of die naar de weg gericht is. De voorgevel van een gebouw is gericht naar de voorkant van het bouwwerkperceel.

2 Het college kan een (andere) voorkant aanwijzen als: a. een bouwwerkperceel niet aan of bij een weg ligt; b. gebouwen kennelijk met de achterkant naar de weg staan; c. er om andere reden twijfel is over wat de voorkant is.

3 Artikel 6.8, eerste lid en artikel 6.8, tweede lid gelden niet als op een bouwwerkperceel een voorkantlijn ligt, dan geeft die lijn aan wat de voorkant van het bouwwerkperceel is.

Afdeling 6.2

Regels voor alle bouwwerken - bouwproces en formaliteiten

Paragraaf 6.2.1

Bouwproces - inleidende regels (gereserveerd)

Paragraaf 6.2.2

Bouwproces - aanvragen, meldingen, berichten en mededelingen (gereserveerd)

Paragraaf 6.2.3

Bouwproces - plichten vóór start bouw

Artikel 6.9Bouwproces - uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en bouwwerkpeil

1 De bouw van een bouwwerk waarvoor een vergunning is verleend op grond van dit omgevingsplan, mag niet beginnen voordat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het bouwwerkpeil is uitgezet.

Dat geldt niet als de vergunning iets anders zegt.

2 De bouw van een bouwwerk waarvoor volgens dit omgevingsplan een meldingsplicht geldt, mag niet beginnen voordat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het bouwwerkpeil is uitgezet.

Dat geldt niet als het college iets anders zegt.

Artikel 6.10Informatieplicht start bouw van een bouwwerk

1 Ten minste vier weken voor de start van de bouw van een bouwwerk zoals bepaald in artikel 6.9, is de vergunninghouder verplicht om de start van de bouw aan het college aan te kondigen.

2 De aankondiging start van de bouw bevat de in bijlage IV in 2.1 opgenomen gegevens. Daarnaast bevat de aankondiging de in 2.3 opgenomen stukken en gegevens.

Artikel 6.11Bouwproces - beoordeling bouwveiligheidsplan

Als een bouwveiligheidsplan aangeleverd moet worden, mogen de bouwwerkzaamheden pas beginnen als het bouwveiligheidsplan is ingediend bij de gemeente en vervolgens is goedgekeurd.

Artikel 6.12Bouwproces - verplicht aankondigen start bouw

De start van de bouwwerkzaamheden moet uiterlijk 2 werkdagen van tevoren worden aangekondigd bij het college. Dit geldt alleen als er een vergunning voor een bouwactiviteit is verleend of als er een melding voor het bouwen nodig is.

Paragraaf 6.2.4

Bouwproces - plichten tijdens de bouw

Artikel 6.13Bouwproces - zorgplicht bescherming omgeving bouwwerkzaamheden

De zorgplicht voor bouwactiviteiten houdt in dat: a. beschadiging van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en c. degene die bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren alle maatregelen moet nemen om beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren voor:

1.wegen;
2.werken in de weg;
3.van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel; of 4. op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.

Paragraaf 6.2.5

Bouwproces - plichten na de bouw (gereserveerd)

Afdeling 6.3

Regels voor alle bouwwerken - gebruik van bouwwerken

Artikel 6.14Gebruik bouwwerken - inleidende regels (gereserveerd)

Artikel 6.15Gebruik bouwwerken - zorgplicht voorkomen gevaar, overlast en hinder

1 Als een gebruiker van een bouwwerk weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik kan leiden tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid, moet die gebruiker alles doen wat redelijkerwijs haalbaar is om dat gevaar te voorkomen of te beëindigen. Deze regel gaat niet over het gebruik van een bouwwerk zoals bedoeld in afdeling 6.2 Brandveiligheid van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

2 Als iemand weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er voor de omgeving overlast of hinder kan ontstaan door datgene diegene doet of niet doet in, op of aan een bouwwerk, moet diegene alles doen wat redelijkerwijs haalbaar is om die overlast of hinder te voorkomen of te beëindigen. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke manier verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. onvoldoende normaal onderhoud waardoor het bouwwerk in een verwaarloosde staat verkeert.

Artikel 6.16Gebruik bouwwerken - gebruiksverbod vanwege bouwvalligheid bouwwerk in de buurt

Een bouwwerk wordt niet gebruikt als door of namens het college is medegedeeld dat het gebruik gevaarlijk is vanwege bouwvalligheid van een bouwwerk in de buurt.

Afdeling 6.4

Regels voor alle bouwwerken - gebruik van bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie

Artikel 6.17

Meldingsplicht en verbod start bouw bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie 1 Ten minste vier weken voor de start van de bouw van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, is de vergunninghouder verplicht om de start van de bouw aan het college aan te kondigen.

2 Het is verboden zonder voorafgaande aankondiging, zoals bepaald in lid 1 van dit artikel, tot de bouw van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie over te gaan.

3 De aankondiging start bouw bevat de in bijlage IV in 2.4 opgenomen gegevens.

Artikel 6.18

Meldingsplicht en verbod in gebruik name bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie na voltooiing bouw 1 Ten minste vier weken voor in gebruik name van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, is de vergunninghouder verplicht om de start van de ingebruikname aan het college aan te kondigen.

2 De aankondiging start gebruik bevat de in bijlage IV onder 2.4 opgenomen gegevens.

Artikel 6.19

Verbod in gebruik name bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie verontreinigde bodem na voltooiing bouw Het is verboden een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw, op een bodemgevoelige locatie in gebruik te nemen, voordat het college is geïnformeerd over de wijze waarop er één of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen, zoals bepaald in artikel 20.2.

Artikel 6.20

Verbod in gebruik houden bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie: plicht in stand houden sanerende of andere maatregelen Wanneer één of meer sanerende maatregelen zijn getroffen, is het verboden om een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw in gebruik te houden zonder dat deze sanerende of andere maatregelen in stand worden gehouden zolang het gebruik van het bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw, na de melding aan het college zoals bepaald in artikel 6.18, voortduurt zoals bepaald in artikel 20.2.

Afdeling 6.5

Regels voor alle bouwwerken - algemene bouwregels

Paragraaf 6.5.1

Algemene bouwregels - inleidende regels

Artikel 6.21Waarvoor de algemene bouwregels gelden

De regels in dit hoofdstuk gelden voor alle bouwactiviteiten. Ze gelden ook voor een bouwwerk waarvoor geen toestemming nodig is, behalve als in een of meer regels iets anders staat.

Artikel 6.22Voor wie de algemene bouwregels gelden (gereserveerd)

Artikel 6.23Waar de algemene bouwregels gelden (gereserveerd)

Paragraaf 6.5.2

Algemene bouwregels - minimumeisen ruimtelijke kwaliteit

Artikel 6.24Uiterlijk van bouwwerken

1 Het uiterlijk van een bouwwerk moet voldoen aan de minimumeisen van ruimtelijke kwaliteit.

2 Artikel 6.24, eerste lid geldt niet: a. bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor bouwactiviteiten. Die aanvragen worden namelijk beoordeeld met strengere eisen; b. voor een bouwwerk waarvoor geen eisen van ruimtelijke kwaliteit gelden; en c. voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.

3 Of voldaan wordt aan de minimumeisen van ruimtelijke kwaliteit wordt beoordeeld met beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeenteraad stelt de beleidsregels vast.

4 Zolang er geen nieuwe beleidsregels zijn vastgesteld, geldt als beleidsregel de welstandsnota van de gemeente Groningen zoals die gold op 1 januari 2024. Als voor die datum een ontwerp van een welstandsnota ter inzage is gelegd, geldt als beleidsregel de welstandsnota zoals deze luidt nadat dit ontwerp in werking is getreden. Situaties die in Hoofdstuk 5 van de Welstandsnota worden aangemerkt als exces, voldoen niet aan de minimumeisen voor ruimtelijke kwaliteit.

Paragraaf 6.5.3

Algemene bouwregels - ruimte tussen bouwwerken

Artikel 6.25Bouwen - ruimte tussen bouwwerken

1 Als bouwwerken aan weerskanten van een perceelsgrens niet aan elkaar zijn gebouwd, moeten ze 1 meter of verder uit elkaar staan. Deze afstand geldt in ieder geval vanaf het bouwwerkpeil tot 2,2 meter daarboven.

2 De in artikel 6.25, eerste lid genoemde afstanden mogen kleiner zijn als er voldoende mogelijkheid is voor reiniging en onderhoud van de ruimte tussen de bouwwerken.

3 De ruimte tussen de bouwwerken moet toegankelijk zijn.

Paragraaf 6.5.4

Algemene bouwregels - aansluitingen op voorzieningen

Artikel 6.26Aansluiting op distributienet voor elektriciteit

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als: a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 meter; of b. de aansluitafstand groter is dan 100 meter, maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 meter.

Artikel 6.27Aansluiting op distributienet voor gas

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of de aansluitafstand groter is dan 40 meter maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

Artikel 6.28Aansluiting op distributienet voor warmte

1 Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden moet worden aangesloten op het distributienet voor warmte zoals bedoeld in het warmteplan als: a. op het moment van de vergunningaanvraag voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of de aansluitafstand groter is dan 40 meter maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

2 Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft minimaal dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

3 Als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) voor een gebied een aansluitplicht gold op het distributienet voor warmte, blijft die aansluitplicht voor dat gebied gelden. Het gaat om de aansluitplicht op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012.

Artikel 6.29Aansluiting op distributienet voor drinkwater

1 Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk moet aangesloten zijn op het distributienet voor drinkwater als: a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter; of b. de aansluitafstand groter is dan 40 meter maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

2 Het doel van dit artikel is het beschermen van de gezondheid.

Artikel 6.30Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater

1 Een ondergrondse doorvoer voor een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk moet zoveel mogelijk haaks op die scheidingsconstructie liggen. Dit om de gezondheid te beschermen.

2 De gebouwaansluiting van een afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de riolering, of een andere voorziening voor de afvoer van afvalwater op het eigen gebouwerf of terrein, moet dicht blijven en moet de afvoer blijven werken, ook als er zetting optreedt.

3 Een terreinleiding voor huishoudelijk afvalwater: a. mag geen vernauwing in de stroomrichting hebben; b. moet een vloeiend beloop hebben; c. moet waterdicht zijn; d. moet een inwendige middellijn van voldoende grootte hebben; en e. mag geen beer- of rottingput bevatten.

4 Het college kan bij maatwerkvoorschrift bepalen: a. als de afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op een openbaar vuilwaterriool of een systeem zoals bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet: hoe de perceelaansluitleiding wordt aangelegd bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het gebouwerf of terrein: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn; b. als de afvoer van hemelwater kan worden aangesloten op een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool, én hemelwater op dat stelsel of riool mag worden geloosd: hoe de perceelaansluitleiding wordt aangelegd bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het gebouwerf of terrein: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn; c. of, en zo ja welke, voorzieningen gemaakt moeten worden in de afvoervoorziening of de op het gebouwerf of terrein gelegen riolering om te zorgen dat de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater blijven functioneren.

Paragraaf 6.5.5

Algemene bouwregels - voorzieningen voor hulpverlening

Artikel 6.31Hulpverlening - waarom we deze regels stellen

We stellen de regels in deze paragraaf met het oog op het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 6.32Hulpverlening - bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten

1 Er moet een verbindingsweg liggen tussen de openbare weg en minimaal één toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen.

2 Een verbindingsweg is niet verplicht: a. als de verbindingsweg niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk; b. als de toegang van het bouwwerk niet verder dan 10 meter van een openbare weg ligt; c. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van 50 m² of minder; d. voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van niet meer dan 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090; of e. voor een lichte industriefunctie voor alleen het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee te vergelijken producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090.

3 De verbindingsweg moet geschikt zijn voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

4 De verbindingsweg: a. moet minstens 4,5 meter breed zijn; b. heeft een verharding van minstens 3,25 meter breed. De verharding is geschikt voor motorvoertuigen met een massa van 14.600 kilogram of meer; c. moet een obstakelvrije hoogte hebben van minstens 4,2 meter boven de kruin van de weg; en d. heeft een doeltreffende afwatering.

Deze eisen gelden niet als in een verordening of ergens anders in dit omgevingsplan iets anders is geregeld.

5 De verbindingsweg wordt vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten, over de hoogte en breedte bedoeld in artikel 6.32, vierde lid.

6 Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, moeten door hulpdiensten snel en gemakkelijk geopend kunnen worden of worden ontsloten met een systeem dat is bepaald in overleg met het college.

Artikel 6.33Hulpverlening - bluswatervoorziening

1 Bij een bouwwerk moet een toereikende bluswatervoorziening aanwezig zijn, behalve als die niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk.

2 De bluswatervoorziening ligt niet verder dan 40 m van een brandweeringang zoals bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als er geen brandweeringang is, ligt de bluswatervoorziening niet verder dan 40 m van een andere toegang van het bouwwerk.

3 De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 6.34Hulpverlening - opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

1 Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen moeten een of meer opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn.

2 Opstelplaatsen zijn niet verplicht: a. als geen opstelplaats niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk; b. voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van niet meer dan 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090; c. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m²; of d. voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee te vergelijken producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090.

3 De hoeveelheid opstelplaatsen en de plaats ervan moeten zijn afgestemd op een doeltreffende bluswatervoorziening voor het gebouw. De opstelplaatsen zijn zo aangelegd dat een doeltreffende verbinding kan worden gelegd tussen de voertuigen en de bluswatervoorziening.

4 Een opstelplaats ligt niet verder dan 40 meter van een brandweeringang zoals bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als er geen brandweeringang is, ligt de opstelplaats niet verder dan 40 meter van een andere toegang van het bouwwerk.

5 Een opstelplaats voor brandweervoertuigen moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 6.32, vierde lid.

6 Hulpdiensten moeten hekwerken die een opstelplaats afsluiten, snel en gemakkelijk kunnen openen of ontsluiten met een systeem dat is bepaald in overleg met het college.

Paragraaf 6.5.6

Algemene bouwregels - toegankelijkheid (gereserveerd)

Paragraaf 6.5.7

Algemene bouwregels - gebruik van bouwwerken

Artikel 6.35Gebruik van bouwwerken

Een bestaand bouwwerk of nog te bouwen bouwwerk mag alleen worden gebruikt voor het gebruik dat is toegestaan volgens dit plan of volgens een verleende vergunning.

Hoofdstuk 7

Activiteiten - bouwen - regels voor specifieke bouwwerken

Afdeling 7.1

Bouwen - wegwijzer regels specifieke bouwwerken

Artikel 7.1Bouwen - wegwijzer, samenloop en rangorde

1 Voor het bouwen van een bouwwerk zijn de regels voor de verboden, geboden, vergunningplichten, meldingsplichten, informatieplichten en zorgplichten te vinden in: ● afdeling 7.2 over 'bouwen hoofdgebouw'; ● afdeling 7.3 over 'bouwen bouwwerk met een dak'; ● afdeling 7.4 over bouwen bouwwerk zonder een dak'.

2 Als een bouwwerk in meerdere activiteiten valt, dan gelden de regels van die activiteit steeds voor zover het bouwwerk in die activiteit valt.

Artikel 7.2Bouwen - rangorde in activiteiten

De activiteiten in dit hoofdstuk hebben de activiteit ‘Bouwen (omgevingsplan)’ zoals opgenomen in artikel 6.1 als bovenliggende activiteit.

Afdeling 7.2

Bouwen - hoofdgebouw

Paragraaf 7.2.1

Bouwen hoofdgebouw - inleidende regels

Artikel 7.3Bouwen hoofdgebouw - omschrijving activiteit

1 De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’. Hieronder verstaan wij het nieuw bouwen van een hoofdgebouw en het voor meer dan 50% vernieuwen van een hoofdgebouw.

2 Deze afdeling geldt niet voor het uitbreiden van een bestaand hoofdgebouw. Het uitbreiden van een hoofdgebouw en het bouwen van aanbouwen en uitbouwen is geregeld in afdeling 7.3.

3 De regels in deze afdeling gelden niet voor zover het bouwen vergunningvrij is volgens §2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.4Bouwen hoofdgebouw - waar gelden de regels

De regels in deze afdeling gelden in het gebied 'hoofdgebouwen', behalve als een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 7.5Bouwen hoofdgebouw - bovenliggende activiteit

1 De activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’ is onderdeel van de activiteit ‘bouwen’.

2 De regels van de activiteit ‘bouwen’ gelden ook voor de subactiviteit ‘bouwen hoofdgebouw’.

3 Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’ wordt aangevraagd als vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Paragraaf 7.2.2

Bouwen hoofdgebouw - algemene regels

Artikel 7.6Bouwen hoofdgebouw - specifieke zorgplichten (gereserveerd)

Artikel 7.7Bouwen hoofdgebouw - specifieke geboden (gereserveerd)

Artikel 7.8Bouwen hoofdgebouw - maatwerkregels (gereserveerd)

Paragraaf 7.2.3

Bouwen hoofdgebouw - toestemming en beoordeling Subparagraaf 7.2.3.1 Bouwen hoofdgebouw - vergunning en melding - het systeem

Artikel 7.9Bouwen hoofdgebouw - vergunning of melding nodig?

1 Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’: a. een verbod: de activiteit is verboden. b. een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan. c. een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer. d. de activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd. e. een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

2 Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt een of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

Stap 1 Verbod - Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

Zo nee: ga door naar stap 2.

Stap 2 Melding - Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

Zo ja, dan is een melding nodig.

Ga door naar stap 3.

Stap 3 Informatie - Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

Ga door naar stap 4.

Stap 4 Vergunning - Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

Zo nee: ga door naar stap 5.

Stap 5 Niets nodig - Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

3 De eisen in de conclusies voor de onderwerpen gelden als voorwaarden voor de activiteit.

4 Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld: a. met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15; en b. op die onderwerpen waarvoor de conclusie "vergunning nodig" is. Bij elk onderwerp staat vermeld aan welke regels moet worden getoetst.

5 Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie “meldingsplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

6 Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie “informatieplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 7.10Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.2 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw

Artikel 7.11Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - waar de regels gelden (gereserveerd)

Artikel 7.12Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp stedenbouw de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.13Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - verbod

1 De conclusie voor het onderwerp stedenbouw is ‘verboden’ in één of meer van de volgende gevallen.

2 Het bouwwerk staat geheel of gedeeltelijk buiten het gebied 'hoofdgebouwen'.

3 Gereserveerd voor bouwverbod .

4 Het gaat om het vernieuwen van een illegaal hoofdgebouw.

Artikel 7.14Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.15Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.16Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.17Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.18Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp stedenbouw

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp stedenbouw beoordeeld met de volgende regels. a. afdeling 16.1 b. afdeling 16.2 c. afdeling 16.3 d. hoofdstuk 17

Artikel 7.19Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.3 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels

Artikel 7.20Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - waar de regels gelden (gereserveerd)

Artikel 7.21Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.22Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - verbod

1 De conclusie voor het onderwerp gebruiksregels is ‘verboden’ in het volgende geval.

2 Voor het gebruik of het beoogde gebruik, zoals bedoeld in hoofdstuk 10, van het bouwwerkperceel: a. geeft het omgevingsplan geen toestemming; b. is geen vergunning verleend; c. zal geen vergunning worden verleend tegelijk met de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ worden verleend.

Artikel 7.23Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.24Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.25Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.26Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.27Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp gebruiksregels

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp gebruiksregels beoordeeld met de volgende regels: ● hoofdstuk 10

Artikel 7.28Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.4 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 7.29Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ gelden in het gebied met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument'. De regels voor dit onderwerp gelden ook voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten.

Artikel 7.30Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.31Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.32Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.33Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.34Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij

1 De conclusie voor het bouwen hoofdgebouw onderwerp gemeentelijke monumenten is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het gaat om het bouwen: a. in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of b. bij een monument, of c. er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

1.voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en 2. de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument, d. waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

3 Het gemeentelijk monument wordt niet gesloopt, verstoord, verplaatst of op welke manier dan ook veranderd.

4 Het gemeentelijk monument wordt niet hersteld en/of gebruikt en/of te laten gebruiken op een manier waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 7.35Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.36Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp gemeentelijke monumenten

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 19.1 b. afdeling 19.3

Artikel 7.37Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.5 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Artikel 7.38

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - waar de regels gelden De regels voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ gelden in het gebied 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Artikel 7.39Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.40

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.41

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.42

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.43Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij

1 De conclusie voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 De bestaande hoofdvorm van het gebouw of object verandert niet.

3 Het bouwwerk of object blijft op dezelfde plaats.

4 De bestaande gevelindeling van het bouwwerk of object verandert niet.

Artikel 7.44Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.45Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 19.1 b. afdeling 19.4

Artikel 7.46Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.6 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting

Artikel 7.47Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp archeologische verwachting gelden in het 'aandachtsgebied archeologische verwachting'

Artikel 7.48Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.49Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.50Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.51

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.52Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - toestemmingsvrij

1 De conclusie voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ in het ‘aandachtsgebied archeologische verwachting’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan één van de onderstaande leden in dit artikel.

2 In het gebied 'archeologie - maximum oppervlakte toestemmingsvrij roeren bodem' wordt de bodem niet geroerd over meer dan de aangegeven maximum oppervlakte.

3 In het gebied 'archeologie - maximum diepte toestemmingsvrij roeren bodem' wordt de bodem niet dieper geroerd dan de aangegeven maximum diepte.

Artikel 7.53Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.54Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp archeologische verwachting

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 19.1 b. afdeling 19.7

Artikel 7.55Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.7 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Artikel 7.56Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen gelden in het gebied ondergrondse hoogspanningsleidingen.

Artikel 7.57Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.58Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.59

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.60

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.61

Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.62Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.63Bouwen hoofdgebouw - extra boordelingsregels bij onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 22.1 b. afdeling 22.5

Artikel 7.64Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.8 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen

Artikel 7.65Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp rioolpersleidingen gelden in het gebied 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 7.66Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.67Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.68Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.69Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.70Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.71Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.72Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp rioolpersleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp rioolpersleidingen beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 22.1 b. afdeling 22.6

Artikel 7.73Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.2.3.9 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Artikel 7.74Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp bodemgevoelige gebouwen gelden in het gebied nieuwe regels.

Artikel 7.75Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bodemgevoelige gebouwen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.76Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.77Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.78Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.79Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.80Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.81Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 20.1 b. afdeling 20.2

Artikel 7.82Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Afdeling 7.3

Bouwen - bouwwerk met een dak

Paragraaf 7.3.1

Bouwen bouwwerk met een dak - inleidende regels

Artikel 7.83Bouwen bouwwerk met een dak - omschrijving activiteit

1 De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’. Hieronder valt het bouwen van bouwwerken met een dak. Een bouwwerk met een dak is een overdekte en voor mensen toegankelijke ruimte.

2 Uitzondering: deze afdeling geldt niet voor het nieuw bouwen van een hoofdgebouw. Dat is geregeld in afdeling 7.2.

3 De regels in deze afdeling gelden ook niet voor zover het bouwen vergunningvrij is volgens § 2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.84Bouwen bouwwerk met een dak - waar gelden de regels

De regels in deze afdeling gelden in het gebied ‘bouwwerken met een dak’, tenzij een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 7.85Bouwen bouwwerk met een dak - bovenliggende activiteit

1 De activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ is onderdeel van de activiteit ‘bouwen’.

2 De regels van de activiteit ‘bouwen’ gelden ook voor de subactiviteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’.

3 Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ wordt aangevraagd als vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Paragraaf 7.3.2

Bouwen bouwwerk met een dak - algemene regels

Artikel 7.86Bouwen bouwwerk met een dak - specifieke zorgplichten (gereserveerd)

Artikel 7.87Bouwen bouwwerk met een dak - specifieke geboden (gereserveerd)

Artikel 7.88Bouwen bouwwerk met een dak - maatwerkregels (gereserveerd)

Paragraaf 7.3.3

Bouwen bouwwerk met een dak - toestemming en beoordeling Subparagraaf 7.3.3.1 Bouwen bouwwerk met een dak - vergunning en melding - het systeem

Artikel 7.89Bouwen bouwwerk met een dak - vergunning of melding nodig?

1 Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’: a. een verbod: de activiteit is verboden. b. een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan. c. een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer. d. de activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd. e. een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

2 Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt een of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

Stap 1 Verbod Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

Zo nee: ga door naar stap 2.

Stap 2 Melding Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

Zo ja, dan is een melding nodig.

Ga door naar stap 3.

Stap 3 Informatie Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

Ga door naar stap 4.

Stap 4 Vergunning Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

Zo nee, ga door naar stap 5.

Stap 5 Niets nodig Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

3 De eisen bij de conclusies voor de onderwerpen zijn voorwaarden voor de activiteit.

4 Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld: a. met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15; en b. op die onderwerpen waarvoor de conclusie "vergunning nodig" is. Bij elk onderwerp staat vermeld met welke regels moet worden beoordeeld.

5 Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie "meldingsplicht" worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

6 Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie “informatieplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 7.90Bouwen bouwwerk met een dak - extra stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.2 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw

Artikel 7.91Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘stedenbouw’ de conclusies zijn zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.92Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - verbod

1 De conclusie voor het onderwerp ‘stedenbouw’ is ‘verboden’ in één of meer van de volgende gevallen.

2 Het bouwwerk staat buiten het gebied bouwwerken met een dak.

3 Gereserveerd voor bouwverbod .

4 Het te bouwen of uit te breiden bouwwerk staat bij een illegaal hoofdgebouw.

5 Het gaat om een uitbreiding van een illegaal bouwwerk.

Artikel 7.93Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.94Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.95Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij algemeen

1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.95, eerste lid tot en met artikel 7.95, negende lid.

2 Het gaat om: a. een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of b. een bouwwerk op hetzelfde perceel als een 'hoofdgebouw'. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk staat in het 'achtererfgebied'.

5 Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

6 Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

7 Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

8 Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

9 Het bouwwerk: a. voldoet aan:

1.de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden; en 2. de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden; óf b. voldoet aan de alternatieve eisen voor een bouwwerk in artikel 7.95, tiende lid.

10 De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn: a. het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

1.een woonwagen;
2.een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of 3. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b.

Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

2.

Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen: i. het heeft een schuin dak, ii. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, iii. de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°; iv. de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter; v. de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en vi. de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter; c.

Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.

Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

2.

Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3.

Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf; d.

De oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.95, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

1.als het bebouwingsgebied niet groter is dan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
2.als het bebouwingsgebied groter is dan 100 m², maar niet groter dan 300 m²: 50 m², plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 100 m²; en 3. als het bebouwingsgebied groter is dan 300 m²: 90 m², plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 300 m², maar nooit meer dan in totaal 150 m²; e.

Artikel 7.95, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

1.in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;
2.een oppervlakte heeft van niet meer dan 100m2; en 3. buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.96

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf 1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het bouwwerk staat op de grond.

3 Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

4 Het bouwwerk is geen gebouw.

5 Het bouwwerk is een silo of is 2 meter of lager.

6 Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

7 Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.97

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij recreatief nachtverblijf 1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk voor een recreatief nachtverblijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het bouwwerk is bestemd voor recreatief nachtverblijf.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk is 5 meter of lager.

5 Het bouwwerk heeft een oppervlakte van 70 m² of minder.

6 Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

7 Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.98Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij veranderen

1 Voor het inpandig veranderen van een bouwwerk met een dak en/of het aanbrengen van ondergeschikte bouwwerkinstallaties in of aan een bouwwerk met dak is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

3 Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

4 Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

5 Het gaat niet om bouwwerken die vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

6 Het gaat niet om bouwwerken die mogelijk toestemmingsvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 7.95 tot en met artikel 7.97, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

Artikel 7.99Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet is ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.100Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp stedenbouw

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘stedenbouw’ beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 16.1 b. afdeling 16.2 c. afdeling 16.4 d. hoofdstuk 17

Artikel 7.101Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.3 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels

Artikel 7.102

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - waar de regels gelden (gereserveerd)

Artikel 7.103Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.104Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - verbod

1 De conclusie voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ is ‘verboden’ in het volgende geval:

2 Voor het gebruik of het beoogde gebruik van het bouwwerkperceel: a. geeft het omgevingsplan geen toestemming; b. is geen vergunning verleend; c. zal geen vergunning worden verleend tegelijk met de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Artikel 7.105Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.106Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.107Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - toestemmingsvrij (gereserveerd)

Artikel 7.108Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.109Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gebruiksregels

Als de activiteit ‘Bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ beoordeeld met de volgende regels: ● hoofdstuk 10

Artikel 7.110Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.4 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 7.111Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ gelden in het gebied 'gemeentelijk monument'. De regels voor dit onderwerp gelden ook voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten.

Artikel 7.112Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bouwen bouwwerk met een dak’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.113Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.114

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.115

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.116

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf 1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het gaat om het bouwen: a. in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of b. bij een monument, of c. er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

1.voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en 2. de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument. d. waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

5 Het bouwwerk is geen gebouw.

6 Het bouwwerk is een silo of is niet hoger dan 2 meter.

7 Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

8 Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.117

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij veranderen 1 Voor het inpandig veranderen van een bouwwerk met een dak en/of het aanbrengen van ondergeschikte bouwwerkinstallaties in of aan een bouwwerk met dak is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het gaat om het bouwen: a. in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of b. bij een monument, of c. er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

1.voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, of 2. de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument. d. waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

3 Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

4 Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

5 Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

6 Het gaat niet om bouwwerken die vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

7 Het gaat niet om bouwwerken die mogelijk toestemmingsvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 7.116, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

Artikel 7.118Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij

1 De conclusie voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ is ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 Het gemeentelijk monument wordt niet gesloopt, verstoord, verplaatst of op welke manier dan ook veranderd.

3 Het gemeentelijk monument wordt niet hersteld en/of gebruikt en/of te laten gebruiken op een manier waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 7.119Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.120Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gemeentelijke monumenten

Als de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels. a. afdeling 19.1 b. afdeling 19.3

Artikel 7.121Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.5 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Artikel 7.122

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - waar de regels gelden De regels voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ gelden in het gebied 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Artikel 7.123

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - hoe het werkt Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.124

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.125

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.126

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.127

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij 1 De conclusie voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

2 De bestaande hoofdvorm van het gebouw of object verandert niet.

3 De bestaande gevelindeling van het bouwwerk of object verandert niet.

4 Het bouwwerk of object blijft op dezelfde plaats.

Artikel 7.128

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij algemeen 1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.128, tweede lid tot en met artikel 7.128, negende lid.

2 Het gaat om: a. een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of b. een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

5 Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

6 Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

7 Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

8 Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

9 Het bouwwerk: a. voldoet aan:

1.de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden; en 2. de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden; óf b. voldoet aan de alternatieve eisen voor een bouwwerk in artikel 7.128, tiende lid.

10 De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn: a. het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

1.een woonwagen;
2.een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of 3. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b.

Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

2.

Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen: i. het heeft een schuin dak, ii. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, iii. de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°; iv. de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter; v. de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en vi. de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter; c.

Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.

Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

2.

Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3.

Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf; d.

De oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.128, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

1.als het bebouwingsgebied niet groter is dan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
2.als het bebouwingsgebied groter is dan 100 m², maar niet groter dan 300 m²: 50 m², plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 100 m²; en 3. als het bebouwingsgebied groter is dan 300 m²: 90 m², plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 300 m², maar nooit meer dan in totaal 150 m²; e.

Artikel 7.128, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

1.in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;
2.een oppervlakte heeft van niet meer dan 100m2; en 3. buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.129

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - vergunningplicht Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.130

Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten Als de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels. a. afdeling 19.1 b. afdeling 19.4

Artikel 7.131Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.6 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting

Artikel 7.132Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ gelden in het gebied dat is aangewezen met de functie 'aandachtsgebied archeologische verwachting'.

Artikel 7.133Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.134Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.135

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.136

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.137Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - toestemmingsvrij

1 De conclusie voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ in het gebied ‘aandachtsgebied archeologische verwachting’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan één van de onderstaande leden in dit artikel.

2 In het gebied 'archeologie - maximum oppervlakte toestemmingsvrij roeren bodem' wordt de bodem niet geroerd over meer dan de aangegeven maximum oppervlakte.

3 In het gebied 'archeologie - maximum diepte toestemmingsvrij roeren bodem' wordt de bodem niet dieper geroerd dan de aangegeven maximum diepte.

Artikel 7.138Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.139Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp archeologische verwachting

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels: a. afdeling 19.1, en b. afdeling 19.7.

Artikel 7.140Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.7 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Artikel 7.141

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - waar de regels gelden De regels voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ gelden in het gebied 'ondergrondse hoogspanningsleidingen'.

Artikel 7.142

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - hoe het werkt Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.143

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.144

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.145

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.146

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - toestemmingsvrij algemeen 1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.146, eerste lid tot en met artikel 7.146, negende lid.

2 Het gaat om: a. een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of b. een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

5 Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

6 Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

7 Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

8 Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

9 Het bouwwerk: a. voldoet aan:

1.de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden; en 2. de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden; óf b. voldoet aan de alternatieve eisen voor een bouwwerk in artikel 7.146, tiende lid.

10 De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn: a. het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

1.een woonwagen;
2.een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of 3. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b.

Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

2.

Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen: i. het heeft een schuin dak, ii. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, iii. de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°; iv. de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter; v. de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en vi. de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter; c.

Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.

Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

2.

Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3.

Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf; d. de oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.146, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

1.als het bebouwingsgebied niet groter is dan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
2.als het bebouwingsgebied groter is dan 100 m², maar niet groter dan 300 m²: 50 m², plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 100 m²; en 3. als het bebouwingsgebied groter is dan 300 m²: 90 m², plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 300 m², maar nooit meer dan in totaal 150 m²; e.

Artikel 7.146, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

1.in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;
2.een oppervlakte heeft van niet meer dan 100 m2; en 3. buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.147

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - vergunningplicht Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.148

Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ beoordeeld met de volgende regels. a. afdeling 22.1 b. afdeling 22.5

Artikel 7.149Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

Subparagraaf 7.3.3.8 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen

Artikel 7.150Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ gelden in het gebied 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 7.151Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.152Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - verbod (gereserveerd)

Artikel 7.153Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

Artikel 7.154

Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

Artikel 7.155Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - toestemmingsvrij algemeen

1 Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.155, tweede lid tot en met artikel 7.155, negende lid.

2 Het gaat om: a. een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of b. een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

3 Het bouwwerk staat op de grond.

4 Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

5 Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

6 Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

7 Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

8 Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

9 Het bouwwerk: a. voldoet aan:

1.de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden; en 2. de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden; óf b. voldoet aan de alternatieve eisen voor een bouwwerk in artikel 7.155, tiende lid.

10 De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn: a. het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

1.een woonwagen;
2.een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of 3. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b.

Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

2.

Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen: i. het heeft een schuin dak, ii. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, iii. de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°; iv. de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter; v. de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en vi. de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter; c.

Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

1.

Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

2.

Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3.

Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf; d. de oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.155, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

1.als het bebouwingsgebied niet groter is dan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
2.als het bebouwingsgebied groter is dan 100 m², maar niet groter dan 300 m²: 50 m², plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied boven de 100 m²; en 3.
Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.