Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Lansingerland (Lansingerland)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Lansingerland regelt de activiteiten en het gebruik van de fysieke leefomgeving binnen de gemeente, met als doel het waarborgen van veiligheid, gezondheid, milieu en een evenwichtige functietoewijzing. Het plan definieert diverse begrippen en stelt specifieke doelen voor onder andere energieneutraliteit, voldoende woonruimte en sociale cohesie.

Voor wie: Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Lansingerland, met name diegenen die activiteiten uitvoeren of van plan zijn uit te voeren in de gebieden "Linten binnen woongebied" en "Wijkcentra"; Iedereen die te maken heeft met de definities en regels voor begrippen zoals "biomassa", "dark store", "flitsbezorging" en "grondwatergevoelig gebouw".

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Sociale zekerheid
Artikelen
843
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De toepassing van begripsbepalingen uit diverse landelijke besluiten en regelingen op de hoofdstukken 1 tot en met 21 van dit omgevingsplan.
  • Specifieke begripsbepalingen voor de toepassing van Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
  • De algemene doelen van het omgevingsplan, zoals veiligheid, gezondheid, milieu, cultureel erfgoed en klimaatverandering.
  • Bijzondere doelen, waaronder het bevorderen van een energieneutraal woongebied, doelmatig gebruik van energie en grondstoffen, en het bieden van voldoende woonruimte.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Lansingerland, met name diegenen die activiteiten uitvoeren of van plan zijn uit te voeren in de gebieden "Linten binnen woongebied" en "Wijkcentra".
  • Iedereen die te maken heeft met de definities en regels voor begrippen zoals "biomassa", "dark store", "flitsbezorging" en "grondwatergevoelig gebouw".

Wat zijn de kernpunten?

  • Begripsbepalingen uit landelijke wetgeving zijn van toepassing op de meeste hoofdstukken van dit plan, terwijl specifieke begrippen gelden voor Hoofdstuk 22.
  • Het omgevingsplan streeft naar een breed scala aan doelen, waaronder het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het milieu, en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte.
  • In gebieden zoals "Linten binnen woongebied" en "Wijkcentra" gelden specifieke waarden met betrekking tot geluid, geur, trillingen en parkeren.
  • Activiteiten zoals het exploiteren van een dark store en flitsbezorging zijn niet toegestaan in het gebiedstype "Linten binnen woongebied".

Sociale zekerheid

8

Sociale zekerheid

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (843)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 2.1
  4. Artikel 2.2
  5. Artikel 3.1
  6. Artikel 4.1
  7. Artikel 4.2
  8. Artikel 4.3
  9. Artikel 4.4
  10. Artikel 4.5
  11. Artikel 4.6
  12. Artikel 4.7
  13. Artikel 4.8
  14. Artikel 4.9
  15. Artikel 4.10
  16. Artikel 4.11
  17. Artikel 4.12
  18. Artikel 4.13
  19. Artikel 4.14
  20. Artikel 4.15
  21. Artikel 4.16
  22. Artikel 4.17
  23. Artikel 4.18
  24. Artikel 4.19
  25. Artikel 4.20
  26. Artikel 4.21
  27. Artikel 4.22
  28. Artikel 4.23
  29. Artikel 4.24
  30. Artikel 4.25
  31. Artikel 4.26
  32. Artikel 4.27
  33. Artikel 4.28
  34. Artikel 4.29
  35. Artikel 4.30
  36. Artikel 4.31
  37. Artikel 4.32
  38. Artikel 4.33
  39. Artikel 4.34
  40. Artikel 4.35
  41. Artikel 4.36
  42. Artikel 4.37
  43. Artikel 4.38
  44. Artikel 4.39
  45. Artikel 4.40
  46. Artikel 4.41
  47. Artikel 4.42
  48. Artikel 4.43
  49. Artikel 4.44
  50. Artikel 4.45
  51. Artikel 4.46
  52. Artikel 4.47
  53. Artikel 4.48
  54. Artikel 4.49
  55. Artikel 4.50
  56. Artikel 4.51
  57. Artikel 4.52
  58. Artikel 4.53
  59. Artikel 4.54
  60. Artikel 4.55
  61. Artikel 4.56
  62. Artikel 4.57
  63. Artikel 4.58
  64. Artikel 4.59
  65. Artikel 4.60
  66. Artikel 4.61
  67. Artikel 4.62
  68. Artikel 4.63
  69. Artikel 4.64
  70. Artikel 4.65
  71. Artikel 4.66
  72. Artikel 4.67
  73. Artikel 4.68
  74. Artikel 4.69
  75. Artikel 5.1
  76. Artikel 5.2
  77. Artikel 5.3
  78. Artikel 5.4
  79. Artikel 5.5
  80. Artikel 5.6
  81. Artikel 5.7
  82. Artikel 5.8
  83. Artikel 5.9
  84. Artikel 5.10
  85. Artikel 5.11
  86. Artikel 5.12
  87. Artikel 5.13
  88. Artikel 5.14
  89. Artikel 5.15
  90. Artikel 5.16
  91. Artikel 5.17
  92. Artikel 5.18
  93. Artikel 5.19
  94. Artikel 5.20
  95. Artikel 5.21
  96. Artikel 5.22
  97. Artikel 5.23
  98. Artikel 5.24
  99. Artikel 5.25
  100. Artikel 5.26
  101. Artikel 5.27
  102. Artikel 5.28
  103. Artikel 5.29
  104. Artikel 5.30
  105. Artikel 5.31
  106. Artikel 5.32
  107. Artikel 5.33
  108. Artikel 5.34
  109. Artikel 5.35
  110. Artikel 5.36
  111. Artikel 5.37
  112. Artikel 5.38
  113. Artikel 5.39
  114. Artikel 5.40
  115. Artikel 5.41
  116. Artikel 5.42
  117. Artikel 5.43
  118. Artikel 5.44
  119. Artikel 5.45
  120. Artikel 5.46
  121. Artikel 5.47
  122. Artikel 5.48
  123. Artikel 5.49
  124. Artikel 5.50
  125. Artikel 5.51
  126. Artikel 5.52
  127. Artikel 5.53
  128. Artikel 5.54
  129. Artikel 5.55
  130. Artikel 5.56
  131. Artikel 5.57
  132. Artikel 5.58
  133. Artikel 5.59
  134. Artikel 5.60
  135. Artikel 5.61
  136. Artikel 5.62
  137. Artikel 5.63
  138. Artikel 5.64
  139. Artikel 5.65
  140. Artikel 5.66
  141. Artikel 5.67
  142. Artikel 5.68
  143. Artikel 5.69
  144. Artikel 5.70
  145. Artikel 5.71
  146. Artikel 5.72
  147. Artikel 5.73
  148. Artikel 5.74
  149. Artikel 5.75
  150. Artikel 5.76
  151. Artikel 5.77
  152. Artikel 5.78
  153. Artikel 5.79
  154. Artikel 5.80
  155. Artikel 5.81
  156. Artikel 5.82
  157. Artikel 5.83
  158. Artikel 5.84
  159. Artikel 5.85
  160. Artikel 5.86
  161. Artikel 5.87
  162. Artikel 5.88
  163. Artikel 5.89
  164. Artikel 5.90
  165. Artikel 5.91
  166. Artikel 5.92
  167. Artikel 5.93
  168. Artikel 5.94
  169. Artikel 5.95
  170. Artikel 5.96
  171. Artikel 5.97
  172. Artikel 5.98
  173. Artikel 5.99
  174. Artikel 5.100
  175. Artikel 5.101
  176. Artikel 5.102
  177. Artikel 5.103
  178. Artikel 5.104
  179. Artikel 5.105
  180. Artikel 5.106
  181. Artikel 5.107
  182. Artikel 5.108
  183. Artikel 5.109
  184. Artikel 5.110
  185. Artikel 5.111
  186. Artikel 5.112
  187. Artikel 5.113
  188. Artikel 5.114
  189. Artikel 5.115
  190. Artikel 5.116
  191. Artikel 5.117
  192. Artikel 5.118
  193. Artikel 5.119
  194. Artikel 5.120
  195. Artikel 5.121
  196. Artikel 5.122
  197. Artikel 5.123
  198. Artikel 5.124
  199. Artikel 5.125
  200. Artikel 5.126
  201. Artikel 5.127
  202. Artikel 5.128
  203. Artikel 5.129
  204. Artikel 5.130
  205. Artikel 5.131
  206. Artikel 5.132
  207. Artikel 5.133
  208. Artikel 5.134
  209. Artikel 5.135
  210. Artikel 5.136
  211. Artikel 5.137
  212. Artikel 5.138
  213. Artikel 5.139
  214. Artikel 5.140
  215. Artikel 5.141
  216. Artikel 5.142
  217. Artikel 5.143
  218. Artikel 5.144
  219. Artikel 5.145
  220. Artikel 5.146
  221. Artikel 5.147
  222. Artikel 5.148
  223. Artikel 5.149
  224. Artikel 5.150
  225. Artikel 5.151
  226. Artikel 5.152
  227. Artikel 5.153
  228. Artikel 5.154
  229. Artikel 5.155
  230. Artikel 5.156
  231. Artikel 5.157
  232. Artikel 5.158
  233. Artikel 5.159
  234. Artikel 5.160
  235. Artikel 5.161
  236. Artikel 5.162
  237. Artikel 5.163
  238. Artikel 5.164
  239. Artikel 5.165
  240. Artikel 5.166
  241. Artikel 5.167
  242. Artikel 5.168
  243. Artikel 5.169
  244. Artikel 5.170
  245. Artikel 5.171
  246. Artikel 5.172
  247. Artikel 5.173
  248. Artikel 5.174
  249. Artikel 5.175
  250. Artikel 5.176
  251. Artikel 5.177
  252. Artikel 5.178
  253. Artikel 5.179
  254. Artikel 5.180
  255. Artikel 5.181
  256. Artikel 5.182
  257. Artikel 5.183
  258. Artikel 5.184
  259. Artikel 5.185
  260. Artikel 5.186
  261. Artikel 5.187
  262. Artikel 5.188
  263. Artikel 5.189
  264. Artikel 5.190
  265. Artikel 5.191
  266. Artikel 5.192
  267. Artikel 5.193
  268. Artikel 5.194
  269. Artikel 5.195
  270. Artikel 5.196
  271. Artikel 5.197
  272. Artikel 5.198
  273. Artikel 5.199
  274. Artikel 5.200
  275. Artikel 5.201
  276. Artikel 5.202
  277. Artikel 5.203
  278. Artikel 5.204
  279. Artikel 5.205
  280. Artikel 5.206
  281. Artikel 5.207
  282. Artikel 5.208
  283. Artikel 5.209
  284. Artikel 5.210
  285. Artikel 5.211
  286. Artikel 5.212
  287. Artikel 5.213
  288. Artikel 5.214
  289. Artikel 5.215
  290. Artikel 5.216
  291. Artikel 5.217
  292. Artikel 5.218
  293. Artikel 5.219
  294. Artikel 5.220
  295. Artikel 5.221
  296. Artikel 5.222
  297. Artikel 5.223
  298. Artikel 5.224
  299. Artikel 5.225
  300. Artikel 5.226
  301. Artikel 5.227
  302. Artikel 5.228
  303. Artikel 5.229
  304. Artikel 5.230
  305. Artikel 5.231
  306. Artikel 5.232
  307. Artikel 5.233
  308. Artikel 5.234
  309. Artikel 5.235
  310. Artikel 5.236
  311. Artikel 5.237
  312. Artikel 5.238
  313. Artikel 5.239
  314. Artikel 5.240
  315. Artikel 5.241
  316. Artikel 5.242
  317. Artikel 5.243
  318. Artikel 5.244
  319. Artikel 5.245
  320. Artikel 5.246
  321. Artikel 5.247
  322. Artikel 5.248
  323. Artikel 5.249
  324. Artikel 5.250
  325. Artikel 5.251
  326. Artikel 5.252
  327. Artikel 5.253
  328. Artikel 5.254
  329. Artikel 5.255
  330. Artikel 5.256
  331. Artikel 5.257
  332. Artikel 5.258
  333. Artikel 5.259
  334. Artikel 5.260
  335. Artikel 5.261
  336. Artikel 5.262
  337. Artikel 5.263
  338. Artikel 5.264
  339. Artikel 5.265
  340. Artikel 5.266
  341. Artikel 5.267
  342. Artikel 5.268
  343. Artikel 5.269
  344. Artikel 5.270
  345. Artikel 5.271
  346. Artikel 5.272
  347. Artikel 5.273
  348. Artikel 5.274
  349. Artikel 5.275
  350. Artikel 5.276
  351. Artikel 5.277
  352. Artikel 5.278
  353. Artikel 5.279
  354. Artikel 5.280
  355. Artikel 5.281
  356. Artikel 5.282
  357. Artikel 5.283
  358. Artikel 5.284
  359. Artikel 5.285
  360. Artikel 5.286
  361. Artikel 5.287
  362. Artikel 5.288
  363. Artikel 5.289
  364. Artikel 5.290
  365. Artikel 5.291
  366. Artikel 5.292
  367. Artikel 5.293
  368. Artikel 5.294
  369. Artikel 5.295
  370. Artikel 5.296
  371. Artikel 5.297
  372. Artikel 5.298
  373. Artikel 5.299
  374. Artikel 5.300
  375. Artikel 5.301
  376. Artikel 5.302
  377. Artikel 5.303
  378. Artikel 5.304
  379. Artikel 5.305
  380. Artikel 5.306
  381. Artikel 5.307
  382. Artikel 5.308
  383. Artikel 5.309
  384. Artikel 5.310
  385. Artikel 5.311
  386. Artikel 5.312
  387. Artikel 5.313
  388. Artikel 5.314
  389. Artikel 5.315
  390. Artikel 5.316
  391. Artikel 5.317
  392. Artikel 5.318
  393. Artikel 5.319
  394. Artikel 5.320
  395. Artikel 5.321
  396. Artikel 5.322
  397. Artikel 5.323
  398. Artikel 5.324
  399. Artikel 5.325
  400. Artikel 5.326
  401. Artikel 5.327
  402. Artikel 5.328
  403. Artikel 5.329
  404. Artikel 5.330
  405. Artikel 5.331
  406. Artikel 5.332
  407. Artikel 5.333
  408. Artikel 5.334
  409. Artikel 5.335
  410. Artikel 5.336
  411. Artikel 5.337
  412. Artikel 5.338
  413. Artikel 5.339
  414. Artikel 5.340
  415. Artikel 5.341
  416. Artikel 5.342
  417. Artikel 5.343
  418. Artikel 5.344
  419. Artikel 5.345
  420. Artikel 5.346
  421. Artikel 5.347
  422. Artikel 5.348
  423. Artikel 5.349
  424. Artikel 5.350
  425. Artikel 5.351
  426. Artikel 5.352
  427. Artikel 5.353
  428. Artikel 5.354
  429. Artikel 5.355
  430. Artikel 5.356
  431. Artikel 5.357
  432. Artikel 5.358
  433. Artikel 5.359
  434. Artikel 5.360
  435. Artikel 5.361
  436. Artikel 5.362
  437. Artikel 5.363
  438. Artikel 5.364
  439. Artikel 5.365
  440. Artikel 5.366
  441. Artikel 5.367
  442. Artikel 5.368
  443. Artikel 5.369
  444. Artikel 5.370
  445. Artikel 5.371
  446. Artikel 5.372
  447. Artikel 5.373
  448. Artikel 5.374
  449. Artikel 5.375
  450. Artikel 5.376
  451. Artikel 5.377
  452. Artikel 5.378
  453. Artikel 5.379
  454. Artikel 5.380
  455. Artikel 5.381
  456. Artikel 5.382
  457. Artikel 5.383
  458. Artikel 5.384
  459. Artikel 5.385
  460. Artikel 5.386
  461. Artikel 5.387
  462. Artikel 5.388
  463. Artikel 5.389
  464. Artikel 5.390
  465. Artikel 5.391
  466. Artikel 5.392
  467. Artikel 5.393
  468. Artikel 5.394
  469. Artikel 5.395
  470. Artikel 5.396
  471. Artikel 5.397
  472. Artikel 5.398
  473. Artikel 5.399
  474. Artikel 5.400
  475. Artikel 5.401
  476. Artikel 5.402
  477. Artikel 5.403
  478. Artikel 5.404
  479. Artikel 5.405
  480. Artikel 5.406
  481. Artikel 5.407
  482. Artikel 5.408
  483. Artikel 5.409
  484. Artikel 5.410
  485. Artikel 5.411
  486. Artikel 5.412
  487. Artikel 5.413
  488. Artikel 5.414
  489. Artikel 5.415
  490. Artikel 5.416
  491. Artikel 5.417
  492. Artikel 5.418
  493. Artikel 5.419
  494. Artikel 5.420
  495. Artikel 5.421
  496. Artikel 5.422
  497. Artikel 5.423
  498. Artikel 5.424
  499. Artikel 5.425
  500. Artikel 5.426
  501. Artikel 5.427
  502. Artikel 5.428
  503. Artikel 6.1
  504. Artikel 6.2
  505. Artikel 6.3
  506. Artikel 6.4
  507. Artikel 6.5
  508. Artikel 6.6
  509. Artikel 6.7
  510. Artikel 6.8
  511. Artikel 6.9
  512. Artikel 6.10
  513. Artikel 6.11
  514. Artikel 6.12
  515. Artikel 6.13
  516. Artikel 6.14
  517. Artikel 6.15
  518. Artikel 6.16
  519. Artikel 6.17
  520. Artikel 6.18
  521. Artikel 6.19
  522. Artikel 6.20
  523. Artikel 6.21
  524. Artikel 6.22
  525. Artikel 8.1
  526. Artikel 8.2
  527. Artikel 8.3
  528. Artikel 8.4
  529. Artikel 8.5
  530. Artikel 8.6
  531. Artikel 8.7
  532. Artikel 8.8
  533. Artikel 8.9
  534. Artikel 8.10
  535. Artikel 22.1
  536. Artikel 22.2
  537. Artikel 22.3
  538. Artikel 22.4
  539. Artikel 22.5
  540. Artikel 22.6
  541. Artikel 22.7
  542. Artikel 22.8
  543. Artikel 22.9
  544. Artikel 22.10
  545. Artikel 22.11
  546. Artikel 22.12
  547. Artikel 22.13
  548. Artikel 22.14
  549. Artikel 22.15
  550. Artikel 22.16
  551. Artikel 22.17
  552. Artikel 22.18
  553. Artikel 22.19
  554. Artikel 22.20
  555. Artikel 22.21
  556. Artikel 22.22
  557. Artikel 22.23
  558. Artikel 22.24
  559. Artikel 22.25
  560. Artikel 22.26
  561. Artikel 22.27
  562. Artikel 22.28
  563. Artikel 22.29
  564. Artikel 22.30
  565. Artikel 22.31
  566. Artikel 22.32
  567. Artikel 22.33
  568. Artikel 22.34
  569. Artikel 22.35
  570. Artikel 22.36
  571. Artikel 22.37
  572. Artikel 22.38
  573. Artikel 22.39
  574. Artikel 22.40
  575. Artikel 22.41
  576. Artikel 22.42
  577. Artikel 22.43
  578. Artikel 22.44
  579. Artikel 22.45
  580. Artikel 22.46
  581. Artikel 22.47
  582. Artikel 22.48
  583. Artikel 22.49
  584. Artikel 22.50
  585. Artikel 22.51
  586. Artikel 22.52
  587. Artikel 22.52a
  588. Artikel 22.53
  589. Artikel 22.54
  590. Artikel 22.55
  591. Artikel 22.56
  592. Artikel 22.57
  593. Artikel 22.58
  594. Artikel 22.59
  595. Artikel 22.60
  596. Artikel 22.61
  597. Artikel 22.61a
  598. Artikel 22.62
  599. Artikel 22.62a
  600. Artikel 22.63
  601. Artikel 22.64
  602. Artikel 22.65
  603. Artikel 22.66
  604. Artikel 22.67
  605. Artikel 22.68
  606. Artikel 22.69
  607. Artikel 22.70
  608. Artikel 22.71
  609. Artikel 22.72
  610. Artikel 22.73
  611. Artikel 22.74
  612. Artikel 22.75
  613. Artikel 22.76
  614. Artikel 22.77
  615. Artikel 22.78
  616. Artikel 22.79
  617. Artikel 22.80
  618. Artikel 22.81
  619. Artikel 22.82
  620. Artikel 22.83
  621. Artikel 22.84
  622. Artikel 22.85
  623. Artikel 22.86
  624. Artikel 22.87
  625. Artikel 22.88
  626. Artikel 22.89
  627. Artikel 22.90
  628. Artikel 22.91
  629. Artikel 22.92
  630. Artikel 22.93
  631. Artikel 22.94
  632. Artikel 22.95
  633. Artikel 22.96
  634. Artikel 22.97
  635. Artikel 22.98
  636. Artikel 22.99
  637. Artikel 22.100
  638. Artikel 22.101
  639. Artikel 22.102
  640. Artikel 22.103
  641. Artikel 22.104
  642. Artikel 22.105
  643. Artikel 22.106
  644. Artikel 22.107
  645. Artikel 22.108
  646. Artikel 22.109
  647. Artikel 22.110
  648. Artikel 22.111
  649. Artikel 22.112
  650. Artikel 22.113
  651. Artikel 22.114
  652. Artikel 22.115
  653. Artikel 22.116
  654. Artikel 22.117
  655. Artikel 22.118
  656. Artikel 22.119
  657. Artikel 22.120
  658. Artikel 22.121
  659. Artikel 22.122
  660. Artikel 22.123
  661. Artikel 22.124
  662. Artikel 22.125
  663. Artikel 22.126
  664. Artikel 22.127
  665. Artikel 22.128
  666. Artikel 22.129
  667. Artikel 22.130
  668. Artikel 22.131
  669. Artikel 22.132
  670. Artikel 22.133
  671. Artikel 22.134
  672. Artikel 22.135
  673. Artikel 22.136
  674. Artikel 22.137
  675. Artikel 22.138
  676. Artikel 22.139
  677. Artikel 22.140
  678. Artikel 22.141
  679. Artikel 22.142
  680. Artikel 22.143
  681. Artikel 22.144
  682. Artikel 22.145
  683. Artikel 22.146
  684. Artikel 22.147
  685. Artikel 22.148
  686. Artikel 22.149
  687. Artikel 22.150
  688. Artikel 22.151
  689. Artikel 22.152
  690. Artikel 22.153
  691. Artikel 22.154
  692. Artikel 22.155
  693. Artikel 22.156
  694. Artikel 22.157
  695. Artikel 22.158
  696. Artikel 22.159
  697. Artikel 22.160
  698. Artikel 22.161
  699. Artikel 22.162
  700. Artikel 22.163
  701. Artikel 22.164
  702. Artikel 22.165
  703. Artikel 22.166
  704. Artikel 22.167
  705. Artikel 22.168
  706. Artikel 22.169
  707. Artikel 22.170
  708. Artikel 22.171
  709. Artikel 22.172
  710. Artikel 22.173
  711. Artikel 22.174
  712. Artikel 22.175
  713. Artikel 22.176
  714. Artikel 22.177
  715. Artikel 22.178
  716. Artikel 22.179
  717. Artikel 22.180
  718. Artikel 22.181
  719. Artikel 22.182
  720. Artikel 22.183
  721. Artikel 22.184
  722. Artikel 22.185
  723. Artikel 22.186
  724. Artikel 22.187
  725. Artikel 22.188
  726. Artikel 22.189
  727. Artikel 22.190
  728. Artikel 22.191
  729. Artikel 22.192
  730. Artikel 22.193
  731. Artikel 22.194
  732. Artikel 22.195
  733. Artikel 22.196
  734. Artikel 22.197
  735. Artikel 22.198
  736. Artikel 22.199
  737. Artikel 22.200
  738. Artikel 22.201
  739. Artikel 22.202
  740. Artikel 22.203
  741. Artikel 22.204
  742. Artikel 22.205
  743. Artikel 22.206
  744. Artikel 22.207
  745. Artikel 22.208
  746. Artikel 22.209
  747. Artikel 22.210
  748. Artikel 22.211
  749. Artikel 22.212
  750. Artikel 22.213
  751. Artikel 22.214
  752. Artikel 22.215
  753. Artikel 22.216
  754. Artikel 22.217
  755. Artikel 22.218
  756. Artikel 22.219
  757. Artikel 22.220
  758. Artikel 22.221
  759. Artikel 22.222
  760. Artikel 22.223
  761. Artikel 22.224
  762. Artikel 22.225
  763. Artikel 22.226
  764. Artikel 22.227
  765. Artikel 22.228
  766. Artikel 22.229
  767. Artikel 22.230
  768. Artikel 22.231
  769. Artikel 22.232
  770. Artikel 22.233
  771. Artikel 22.234
  772. Artikel 22.235
  773. Artikel 22.236
  774. Artikel 22.237
  775. Artikel 22.238
  776. Artikel 22.239
  777. Artikel 22.240
  778. Artikel 22.241
  779. Artikel 22.242
  780. Artikel 22.243
  781. Artikel 22.244
  782. Artikel 22.245
  783. Artikel 22.246
  784. Artikel 22.247
  785. Artikel 22.248
  786. Artikel 22.249
  787. Artikel 22.250
  788. Artikel 22.251
  789. Artikel 22.252
  790. Artikel 22.253
  791. Artikel 22.254
  792. Artikel 22.255
  793. Artikel 22.256
  794. Artikel 22.257
  795. Artikel 22.258
  796. Artikel 22.259
  797. Artikel 22.260
  798. Artikel 22.261
  799. Artikel 22.262
  800. Artikel 22.263
  801. Artikel 22.264
  802. Artikel 22.265
  803. Artikel 22.266
  804. Artikel 22.267
  805. Artikel 22.268
  806. Artikel 22.269
  807. Artikel 22.270
  808. Artikel 22.271
  809. Artikel 22.272
  810. Artikel 22.273
  811. Artikel 22.274
  812. Artikel 22.275
  813. Artikel 22.276
  814. Artikel 22.277
  815. Artikel 22.278
  816. Artikel 22.279
  817. Artikel 22.280
  818. Artikel 22.281
  819. Artikel 22.282
  820. Artikel 22.283
  821. Artikel 22.284
  822. Artikel 22.285
  823. Artikel 22.286
  824. Artikel 22.287
  825. Artikel 22.288
  826. Artikel 22.289
  827. Artikel 22.290
  828. Artikel 22.291
  829. Artikel 22.292
  830. Artikel 22.293
  831. Artikel 22.294
  832. Artikel 22.295
  833. Artikel 22.296
  834. Artikel 22.297
  835. Artikel 22.298
  836. Artikel 22.299
  837. Artikel 22.300
  838. Artikel 22.301
  839. Artikel 22.302
  840. Artikel 22.303
  841. Artikel 23.1
  842. Artikel 5.165a
  843. Artikel 2.4

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696465 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1621/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-08-04 2025-08-04 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696465/nld@2025-09-01 /join/id/proces/gm1621/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm1621/2024/4_27_integraletekstvervanging /join/id/proces/gm1621/2025/4_33_integraletekstvervanging 2025-09-01 2026-06-17 2025-09-01 2026-06-17 2025-09-01 2026-06-17 /akn/nl/act/gm1621/2020/omgevingsplan/nld@33 /akn/nl/act/gm1621/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm1621/2020/omgevingsplan/nld@33 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsplan gemeente Lansingerland

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 1 tot en met 21 van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage I Begripsbepalingen bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

Artikel 1.2Begripsbepaling

3%-grens: 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM10) of stikstofdioxide.

Bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

Begane grondvloer: om de bovenkant van de constructie van de vloer, zonder de afwerking.

Biomassa: a. producten die bestaan uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten; b. de volgende afvalstoffen:

1.plantaardig afval uit land- of bosbouw;
2.plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
3.vezelachtig plantaardig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, indien het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
4.kurkafval;
5.houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten.

Bronaanpak: bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32 eerste lid onder a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Centrale sorteerinrichting: een onderdeel van een glastuinbouwbedrijf, waar ook wordt geteeld, waar structureel grote hoeveelheden producten van elders op een locatie worden gesorteerd en/of verpakt en/of andere producten, dan op het bedrijf zelf worden geteeld, worden gesorteerd en/of verpakt en/of het assortiment of partijen worden aangevuld met al gesorteerde en verpakte producten van elders.

Dark store: een ruimte die wordt gebruikt om voorraad te houden voor producten/boodschappen die via flitsbezorging aan en bij de consument geleverd worden. Een dark store is niet toegankelijk voor consumenten en richt zich niet primair op de uitstalling van het ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek.

Functioneel ondersteunende activiteit: activiteit die wordt verricht op de zelfde locatie als de kernactiviteit, die de kernactiviteit ondersteunt en die er zonder de kernactiviteit niet zou zijn.

Grondwatergevoelig gebouw: a. een bodemgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of b. elk ander gebouw of gedeelte van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt, voor zover de oppervlakte van het gedeelte van het gebouw dat de bodem raakt ten minste 50 m2 bedraagt.

Grondwatergevoelige locatie: a. een bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. de locatie waarop een grondwatergevoelig gebouw als bedoeld onder b, zoals bedoeld bij het begrip 'Grondwatergevoelig gebouw', is toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of c. een onmiddellijk aan een grondwatergevoelig gebouw als bedoeld onder b, zoals bedoeld bij het begrip 'Grondwatergevoelig gebouw', grenzende aaneengesloten tuin of een aaneengesloten terrein, voor zover de tuin of het terrein daarmee samenhang heeft.

Grondwaterverontreiniging: een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Huishouden: een persoon of groep personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert/voeren, die binnen een woning gebruik maakt/maken van dezelfde voorzieningen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan en waarbij niet aannemelijk is dat er sprake is van een van tevoren vaststaande tijdelijkheid van de samenwoning.

Houden van landbouwhuisdieren: exploiteren van een veehouderij, bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Flitsbezorging: een specifieke vorm van detailhandel annex bezorgdienst, waarvan de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op de online verkoop en snelle levering van elektronisch aangeboden producten/boodschappen die vanuit een distributiecentrum, door een koeriersdienst aan en bij de consument worden geleverd, danwel ter plaatse door de consument kunnen worden afgehaald. Flitsbezorging richt zich niet primair op de uitstalling van het ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek.

Kernactiviteit: activiteit die op grond van het omgevingsplan is toegestaan en die kan worden aangemerkt als de belangrijkste activiteit op een perceel.

Landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: landbouwhuisdieren waarvoor bij ministeriële regeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

1.rundvee tot 24 maanden;
2.kalkoenen;
3.eenden; of 4. parelhoenders.

Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor: landbouwhuisdieren waarvoor bij ministeriële regeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld.

Ondergeschikte bouwonderdelen: a. ten aanzien van de hoogte: ondergeschikte delen van bouwwerken zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, opbouwen voor technische systemen en daarmee gelijk te stellen onderdelen; b. ten aanzien van oppervlaktes en begrenzingen: ondergeschikte delen van bouwwerken zoals plinten, pilasters, luifels, kozijnen, gevelversieringen, balkons, brandtrappen, ventilatiekanalen, uitspringende schoorsteenwanden, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en daarmee gelijk te stellen onderdelen.

Ondersteunend kunstwerk: kunstwerk, niet zijnde een waterkering, oppervlaktewaterlichaam of bergingsgebied, dat dienstbaar is aan de functie of werking van een waterstaatswerk of het functioneren van het watersysteem.

Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit: een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Short stay: het tijdelijk wonen in een zelfstandige woning voor een periode van tenminste vijf nachten en maximaal zes maanden.

Significante grondwaterverontreiniging: significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in Bijlage I van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Steiger: een constructie die geheel of gedeeltelijk over het water is geplaatst met steunpunten in het water.

Stookinstallatie: technische eenheid waarin brandstoffen worden geoxideerd ten einde de aldus opgewekte warmte te gebruiken.

Vlonder: een constructie die in of over een talud is geplaatst en grenst aan de oeverlijn en die zich niet over het water uitstrekt.

Waterpeil: het niveau van het oppervlaktewater, uitgedrukt ten opzichte van het NAP en aangegeven in een vastgesteld peilbesluit.

Warmtepomp: een installatie voor het verwarmen van een gebouw zonder gas, waarbij warmte uit de bodem of uit de buitenlucht wordt gehaald die vervolgens via een warmtewisselaar wordt afgegeven in het gebouw.

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening: De omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland, geldend vanaf 1 januari 2025, vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 19 november 2024, PZH-2024-856395243 (DOS-2024-0002763).

Hoofdstuk 2

Doelen

Afdeling 2.1

Doel omgevingsplan

Artikel 2.1Algemene doelen

Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het behoud van cultureel erfgoed; e. het tegengaan van klimaatverandering; f. de kwaliteit van bouwwerken g. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; h. het beheer van infrastructuur; i. het borgen van goede verkeersdoorstroming; j. het beheer van watersystemen; k. het gebruik van bouwwerken; l. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

Artikel 2.2Doelen voor bijzondere thema's

1.

Dit omgevingsplan is in het bijzonder gericht op: a. het bevorderen van een energieneutraal woongebied; b. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen.

2.

Dit omgevingsplan is in het bijzonder gericht op het bieden van voldoende woonruimte.

3.

Dit omgevingsplan is in het bijzonder gericht op het bevorderen van sociale cohesie en het zorgen voor een inclusieve leefomgeving voor allen.

Hoofdstuk 3

Programma - Gereserveerd

Artikel 3.1Gereserveerd

Gerserveerd Bouwsteen 1 Woonwijken

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Titel 4.1

Gebieden

Afdeling 4.1.1

Linten binnen woongebied

Artikel 4.1Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een gebiedstype Linten binnen woongebied waar de regels van deze afdeling gelden.

Artikel 4.2Waarden

In het gebiedstype Linten binnen woongebied gelden specifiek de volgende waarden: a.

Geluid door activiteiten - Paragraaf 5.2.1.4; b.

Geur - Paragraaf 5.2.1.6; c.

Trillingen - Paragraaf 5.2.1.8; d.

Parkeren - Paragraaf 5.2.1.7.

Artikel 4.3Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de bijbehorende regels: a.

Bedrijfsmatige activiteiten - Artikel 5.75, eerste lid en Artikel 5.75, tweede lid - vergunningplicht voor bedrijven en ambachtsbedrijven; b.

Bedrijfsmatige activiteiten - functioneel ondersteunend afhaalpunt - Paragraaf 5.3.4.2; c.

Detailhandelsactiviteiten - Artikel 5.89, eerste lid en Artikel 5.89, tweede lid - nieuwvestiging vergunningplichtig - Paragraaf 5.3.6.4 - functie op locatie voor bestaande detailhandel; d.

Dienstverlening - Paragraaf 5.3.7.4 voor bestaand functie op locatie - Paragraaf 5.3.7.5 - vergunningplicht voor nieuwvestiging; e.

Horeca - Horeca daghoreca en avondhoreca - functie op locatie - Paragraaf 5.3.9.4; f.

Horeca - Horeca daghoreca en avondhoreca - vergunningplicht - Paragraaf 5.3.9.5; g.

Kantoren - functie op locatie - Paragraaf 5.3.10.2; h.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk overheid, medisch en sociaal- cultureel - functiemenging - Paragraaf 5.3.12.3; i.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk onderwijs en kinderopvang - vergunningplicht - Artikel 5.127, eerste lid; j.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk religie en levensbeschouwing - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; k.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk zorgwoning - vergunningplicht - Artikel 5.127, tweede lid; l.

Maatschappelijk activiteiten - Maatschappelijk begraafplaats - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; m.

Sport - functie op locatie binnensport en buitensport - Paragraaf 5.3.15.2; n.

Sport - binnensport - vergunningplicht - Artikel 5.149, eerste lid; o.

Wonen - wonen in bestaande woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.1; p.

Bed & breakfast - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.3; q.

Beroep aan huis - vergunningvrij onder algemene regels - Subparagraaf 5.3.16.1.4; r.

Bedrijf aan huis - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.5: s.

Risicovolle activiteiten - Afdeling 5.3.14.

De volgende activiteiten worden niet verricht: a.

Het exploiteren van een darkstore; b.

Flitsbezorging.

Afdeling 4.1.2

Wijkcentra

Artikel 4.4Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een gebiedstype Wijkcentra waar de regels van deze afdeling gelden.

Artikel 4.5Waarden

In het gebiedstype Wijkcentra gelden specifiek de volgende waarden: a.

Geluid door activiteiten - Paragraaf 5.2.1.4; b.

Geur - Paragraaf 5.2.1.6; c.

Trillingen - Paragraaf 5.2.1.8; d.

Parkeren - Paragraaf 5.2.1.7.

Artikel 4.6Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de bijbehorende regels: a.

Bedrijfsmatige activiteiten - functioneel ondersteunend afhaalpunt - Paragraaf 5.3.4.2; b.

Bedrijfsmatige activiteiten - vergunningplicht alleen voor ambachtsbedrijven - Artikel 5.75, tweede lid; c.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen - functiemenging - Paragraaf 5.3.6.3; d.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel duurzame en semi-duurzame gebruiksartikelen - functiemenging - Paragraaf 5.3.6.3; e.

Dienstverlening - Dienstverlening - functiemenging - Paragraaf 5.3.7.3; f.

Horeca - Horeca daghoreca en avondhoreca - functiemenging - Paragraaf 5.3.9.3; g.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk overheid, medisch en sociaal- cultureel - functiemenging - Paragraaf 5.3.12.3; h.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk onderwijs en kinderopvang - functiemenging - Paragraaf 5.3.12.3; i.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk religie en levensbeschouwing - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; j.

Sport - binnensport - vergunningplicht - Artikel 5.149, eerste lid; k.

Wonen - wonen in bestaande woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.1; l.

Wonen - vergunningplicht nieuwe woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.2; m.

Beroep aan huis - vergunningvrij onder algemene regels - Subparagraaf 5.3.16.1.4; n.

Bedrijf aan huis - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.5; o.

Risicovolle activiteiten - Afdeling 5.3.14.

De volgende activiteiten worden niet verricht: a.

Het exploiteren van een darkstore; b.

Flitsbezorging.

Afdeling 4.1.3

Woonwijken

Artikel 4.7Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een gebiedstype Woonwijk waar de regels van deze afdeling gelden.

Artikel 4.8Waarden

In het gebiedstype Woonwijk gelden specifiek de volgende waarden: a.

Geluid door activiteiten - Paragraaf 5.2.1.4; b.

Geur - Paragraaf 5.2.1.6; c.

Trillingen - Paragraaf 5.2.1.8; d.

Parkeren - Paragraaf 5.2.1.7.

Artikel 4.9Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de bijbehorende regels: a.

Agrarische activiteiten - glastuinbouw 1 - functie op locatie - Paragraaf 5.3.3.3; b.

Bedrijfsmatige activiteiten - bedrijvigheid - functie op locatie - Paragraaf 5.3.4.3 c.

Bedrijfsmatige activiteiten - functioneel ondersteunend afhaalpunt - Paragraaf 5.3.4.2; d.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen - functie op locatie - Paragraaf 5.3.6.4; e.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel duurzame en semi-duurzame gebruiksartikelen - functie op locatie - Paragraaf 5.3.6.4; f.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel grote goederen - functie op locatie - Paragraaf 5.3.6.4; g.

Detailhandelsactiviteiten - Detailhandel motorbrandstoffen - functie op locatie - Paragraaf 5.3.6.4; h.

Dienstverlening - Dienstverlening - functie op locatie - Paragraaf 5.3.7.4; i.

Horeca - Horeca daghoreca en avondhoreca - functie op locatie - Paragraaf 5.3.9.4; j.

Kantoren - functie op locatie - Paragraaf 5.3.10.2; k.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk overheid, medisch en sociaal- cultureel - functiemenging - Paragraaf 5.3.12.3; l.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk onderwijs en kinderopvang - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; m.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk religie en levensbeschouwing - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; n.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk zorgwoning - Paragraaf 5.3.12.4; o.

Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk begraafplaats - Paragraaf 5.3.12.4; p.

Recreatie - Recreatie speelplaats - functie op locatie - Paragraaf 5.3.13.2; q.

Sport - functie op locatie binnensport - Paragraaf 5.3.15.2; r.

Sport - Openbare sportvoorzieningen - Paragraaf 5.3.15.2; s.

Wonen - wonen in bestaande woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.1; t.

Wonen - vergunningplicht nieuwe woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.2; u.

Bed&breakfast - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.3 v.

Beroep aan huis - vergunningvrij onder algemene regels - Subparagraaf 5.3.16.1.4; w.

Bedrijf aan huis - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.5; x.

Risicovolle activiteiten - Afdeling 5.3.14.

De volgende activiteiten worden niet verricht: a.

Het exploiteren van een darkstore; b.

Flitsbezorging.

Titel 4.2

Thema's

Afdeling 4.2.1

Bouwactiviteiten

Artikel 4.10Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

Artikel 4.11Algemene regels bouwactiviteiten

Bij het verrichten van bouwactiviteiten wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.1.

Artikel 4.12Hoofdgebouwen

1.

Bij bouwactiviteiten met betrekking tot hoofdgebouwen binnen de werkingsgebieden Woonwijk zonder Wolfend en Wijkcentra wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.2.

2.

Binnen het werkingsgebied Linten binnen woongebied is Paragraaf 5.4.1.2 niet van toepassing.

3.

Binnen het werkingsgebied Wolfend is Paragraaf 5.4.1.2 niet van toepassing.

Artikel 4.13Bijbehorende bouwwerken

Bij bouwactiviteiten met betrekking tot bijbehorende bouwwerken wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.3.

Artikel 4.14Overige bouwwerken

Bij bouwactiviteiten met betrekking tot overige bouwwerken wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.4.

Afdeling 4.2.2

Milieu

Paragraaf 4.2.2.1

Milieubelastende activiteiten

Artikel 4.15Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van milieubelastende activiteiten.

Artikel 4.16Milieubelastende activiteiten

1.

Bij het verrichten van milieubelastende activiteiten wordt voldaan aan Titel 5.5.

2.

De volgende activiteiten worden niet verricht: a.

Activiteiten die in hoge mate geluid kunnen veroorzaken, die zijn aangewezen in artikel 5.78b, eerste lid, onder b en c Besluit kwaliteit leefomgeving; b.

Risicovolle activiteiten Type A anders dan Type A1 zoals aangewezen in Artikel 5.140; c.

Risicovolle activiteiten Type B, D en E als bedoeld in Bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals aangewezen in Artikel 5.141.

Paragraaf 4.2.2.2

Restrictiegebied luchtkwaliteit

Artikel 4.17Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied luchtkwaliteit waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.18Activiteiten

In het werkingsgebied Restrictiegebied luchtkwaliteit worden geen gebouwen in gebruik genomen voor bijeenkomstfuncties voor dagverblijf van personen jonger dan 16 jaar.

Afdeling 4.2.3

Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Artikel 4.19Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het uitvoeren van werken en werkzaamheden die zijn aangewezen in Titel 5.6.

Artikel 4.20Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Bij het verrichten van acitviteiten op of in de bodem wordt voldaan aan Paragraaf 5.6.1.1 en Paragraaf 5.6.1.2.

Afdeling 4.2.4

Externe veiligheid

Paragraaf 4.2.4.1

Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas

Artikel 4.21Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.22Activiteiten

1.

Binnen het werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas zijn de volgende activiteiten niet toegestaan: a. zeer kwetsbare gebouwen; b. kwetsbare gebouwen.

2.

Het verbod in Artikel 4.22, eerste lid is niet van toepassing op kwetsbare gebouwen die een functionele binding hebben met de buisleiding.

3.

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b.

Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.

Paragraaf 4.2.4.2

Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof

Artikel 4.23Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof waar de regels van de paragraaf gelden.

Artikel 4.24Activiteiten

1.

Binnen het werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof zijn de volgende activiteiten niet toegestaan: a. zeer kwetsbare gebouwen; b. kwetsbare gebouwen.

2.

Het verbod in Artikel 4.24, eerste lid is niet van toepassing op kwetsbare gebouwen die een functionele binding hebben met de buisleiding.

3.

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen - restrictiegebied of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b.

Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.

Paragraaf 4.2.4.3

Explosieaandachtsgebied

Artikel 4.25Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Explosieaandachtsgebied waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.26Activiteiten

1.

Binnen het werkingsgebied Explosieaandachtsgebied is het verboden om zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.

2.

Binnen het werkingsgebied Explosieaandachtsgebied geldt voor beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties het bepaalde in Afdeling 5.3.11.

Paragraaf 4.2.4.4

Brandaandachtsgebied

Artikel 4.27Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Brandaandachtsgebied waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.28Activiteiten

1.

Binnen het werkingsgebied Brandaandachtsgebied is het verboden om zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.

2.

Binnen het werkingsgebied Brandaandachtsgebied geldt voor beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties het bepaalde in Afdeling 5.3.11.

Afdeling 4.2.5

Geluid door infrastructuur

Paragraaf 4.2.5.1

Geluidaandachtsgebied gemeenteweg

Artikel 4.29Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.30Waarden

In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.1.

Artikel 4.31Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg wordt voldaan aan: a.

Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.

Paragraaf 4.2.5.2

Geluidaandachtsgebied provinciale weg

Artikel 4.32Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied provinciale weg waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.33Waarden

In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied provinciale weg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.3.

Artikel 4.34Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied ‘Geluidaandachtsgebied provinciale weg' wordt voldaan aan: a.

Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.

Paragraaf 4.2.5.3

Geluidaandachtsgebied rijksweg - gereserveerd

Paragraaf 4.2.5.4

Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg

Artikel 4.35Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.36Waarden

In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.4.

Artikel 4.37Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg wordt voldaan aan: a.

Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.

Paragraaf 4.2.5.5

Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg

Artikel 4.38Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.39Waarden

In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.2.

Artikel 4.40Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg wordt voldaan aan:

Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.

Afdeling 4.2.6

Cultureel erfgoed

Paragraaf 4.2.6.1

Archeologie

Artikel 4.41Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Artikel 4.42Aanwijzing en geometrische begrenzing

1.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 1 waar de regels uit deze paragraaf gelden.

2.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 2 waar de regels uit deze paragraaf gelden.

3.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 3 waar de regels uit deze paragraaf gelden.

4.gereserveerd voor restrictiegebied archeologie 4.

5.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 5 waar de regels uit deze paragraaf gelden 6.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 6 waar de regels uit deze paragraaf gelden.

Artikel 4.43Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels van paragraaf Paragraaf 5.6.1.3.

Paragraaf 4.2.6.2

Cultuurhistorisch waardevolle objecten

Artikel 4.44Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen en veranderen van bouwwerken.

Artikel 4.45Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol object waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.46Activiteiten

1.

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.1.6.

2.

De volgende subparagrafen gelden niet: a.

Subparagraaf 5.4.1.3.1; b.

Subparagraaf 5.4.1.4.1.

Paragraaf 4.2.6.3

Gemeentelijke monumenten

Artikel 4.47Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen en veranderen van bouwwerken en over het slopen of verstoren van bouwwerken.

Artikel 4.48Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Gemeentelijke monumenten waar de regels van deze paragraaf gelden.

Artikel 4.49Activiteiten

1.

Bij het verrichten van bouwactiviteiten wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.1.5.

2.

De volgende subparagrafen gelden niet: a.

Subparagraaf 5.4.1.3.1; b.

Subparagraaf 5.4.1.4.1.

3.

Bij het slopen of verstoren van bouwwerken wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.2.2.

Afdeling 4.2.7

Infrastructuur en voor publiek toegankelijke ruimte

Paragraaf 4.2.7.1

Water en groen Subparagraaf 4.2.7.1.1 Beperkingengebied waterkering

Artikel 4.50Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Beperkingengebied met betrekking tot een waterkering waar de regels van deze subparagraaf gelden.

Artikel 4.51Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen nabij een waterkering - Paragraaf 5.4.1.8; b.

Activiteiten op of in de bodem - nabij een waterkering - Paragraaf 5.6.1.5.

Subparagraaf 4.2.7.1.2 Waterkering

Artikel 4.52Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Waterkering waar de regels van deze subparagraaf gelden.

Artikel 4.53Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen nabij een waterkering - Paragraaf 5.4.1.8; b.

Activiteiten op of in de bodem - nabij een waterkering - Paragraaf 5.6.1.5.

Subparagraaf 4.2.7.1.3 Water en groen

Artikel 4.54Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Water en groen waar de regels van deze subparagraaf gelden.

Artikel 4.55Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b.

Activiteiten op of in de bodem groen en water - Paragraaf 5.6.1.9.

Paragraaf 4.2.7.2

Beperkingengebied lokale spoorweg

Artikel 4.56Aanwijzing

Er is een werkingsgebied Beperkingengebied lokale spoorweg.

Artikel 4.57Geometrische begrenzing

De regels van deze paragraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied Beperkingengebied lokale spoorweg

Artikel 4.58Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels voor beperkingengebiedactiviteiten als bedoeld in Hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Paragraaf 4.2.7.3

Restrictiegebied leiding

Artikel 4.59Aanwijzing

1.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Gas ontluchtingspunt.

2.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Riool.

3.

Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Water.

Artikel 4.60Geometrische begrenzing

De regels van deze paragraaf gelden ter plaatse van de volgende werkingsgebieden:

Restrictiegebied leiding Gas ontluchtingspunt Restrictiegebied leiding Riool Restrictiegebied leiding Water

Artikel 4.61Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b.

Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.

Paragraaf 4.2.7.4

Wegen Subparagraaf 4.2.7.4.1 Gemeenteweg

Artikel 4.62Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Gemeenteweg waar de regels van de subparagraaf gelden.

Artikel 4.63Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen in een aanwijzing groen, water en wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b.

Activiteiten op of in de bodem gemeenteweg - Paragraaf 5.6.1.6.

Subparagraaf 4.2.7.4.2 Provinciale weg

Artikel 4.64Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Provinciale weg waar de regels van deze subparagraaf gelden.

Artikel 4.65Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b.

Activiteiten op of in de bodem provinciale weg - Paragraaf 5.6.1.7.

Subparagraaf 4.2.7.4.3 Rijksweg - gereserveerd Subparagraaf 4.2.7.4.4 Spoorweg

Artikel 4.66Aanwijzing en geometrische begrenzing

Er is een werkingsgebied Spoorweg waar de regels van deze subparagraaf gelden.

Artikel 4.67Activiteiten

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a.

Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b.

Activiteiten op of in de bodem spoorweg - Paragraaf 5.6.1.8.

Afdeling 4.2.8

Bebouwingscontouren

Paragraaf 4.2.8.1

Bebouwingscontour jacht - gereserveerd

Artikel 4.68Aanwijzing en geometrische begrenzing bebouwingscontour jacht

Gereserveerd.

Paragraaf 4.2.8.2

Bebouwingscontour houtkap - gereserveerd

Artikel 4.69Aanwijzing en geometrische begrenzing bebouwingscontour houtkap

Gereserveerd.

Hoofdstuk 5

Activiteiten

Titel 5.1

Algemene bepalingen

Afdeling 5.1.1

Inleidende bepalingen

Paragraaf 5.1.1.1

Algemeen

Artikel 5.1Normadressaat

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Titel 5.2

Normen met betrekking tot de fysieke leefomgeving

Afdeling 5.2.1

Normen met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving

Paragraaf 5.2.1.1

Algemeen

Artikel 5.2Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van hinder; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; en e. het waarborgen van de veiligheid.

Paragraaf 5.2.1.2

Bodem [gereserveerd]

Artikel 5.3Bodem

Gereserveerd.

Paragraaf 5.2.1.3

Externe veiligheid Subparagraaf 5.2.1.3.1 Plaatsgebonden risico

Artikel 5.4Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over het toestaan van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het werkingsgebied Risicovolle activiteit type A - tanken LPG PR contouren

Artikel 5.5Verbod

1.

Het is verboden beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een beperkt kwetsbaar, kwetsbaar en/of zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.

2.

Het is verboden om gronden te gebruiken als beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie of het gebruik te wijzigen zodat een beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie ontstaat.

Artikel 5.6Functionele binding

Het verbod in Artikel 5.5 is niet van toepassing op het plaatsgebonden risico van een activiteit voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.

Paragraaf 5.2.1.4

Geluid door activiteiten Subparagraaf 5.2.1.4.1 Geluid door activiteiten - algemeen

Artikel 5.7Toepassingsbereik

1.

Paragraaf 5.2.1.4 gaat over het:

a. verrichten van een activiteit, anders dan het wonen op een locatie, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw dat is toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. toestaan van een geluidgevoelig gebouw.

2.

In afwijking van het eerste lid is Paragraaf 5.2.1.4: a. niet van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel; c. met uitzondering van Artikel 5.8 niet van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan voor een duur van niet meer dan tien jaar; d. niet van toepassing op het geluid door activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, met uitzondering van windturbines, windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen; e. niet van toepassing op het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg; en f. niet van toepassing op doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.

Artikel 5.8Geluid: meerdere activiteiten beschouwd als één activiteit

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd: a. een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten als bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

1.rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 5.9Waar waarden gelden

De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen, op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; d. in een geluidgevoelige ruimte als het gaat om een geluidgevoelige ruimte; en e. niet voor het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.

Artikel 5.10Geluid: functionele binding

De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.11Geluid: voormalige functionele binding

De waarden voor het geluid door een activiteit in de agrarische sector als bedoeld in de artikelen 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing op het geluid door die activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied Voormalige functionele binding.

Artikel 5.12Geluid: buiten beschouwing laten van geluidsbronnen

1.

De waarden die dit omgevingsplan bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten zijn niet van toepassing op: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en b. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd.

2.

Voor zover dit omgevingsplan naast of in plaats van de waarden regels bevat over geluid, zijn die niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in het Artikel 5.12, tweede lid onder a.

Artikel 5.13Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond

1.

Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in Subparagraaf 5.2.1.4.2 blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.

2.

Bij het stomen van grond met een installatie van derden, worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op: a. de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt; b. de locatie waar de installatie wordt opgesteld; en c. het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Subparagraaf 5.2.1.4.2 Geluid door activiteiten - standaardwaarden

Artikel 5.14Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten.

Artikel 5.15Toepassingsbereik - uitzonderingen

1.

Deze subparagraaf is niet van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

2.

In afwijking van het eerste lid is deze subparagraaf, met uitzondering van Artikel 5.12 , niet van toepassing op: a. activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; b. evenementen:

1.die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen; of 2. die geen festiviteiten als bedoeld in Artikel 22.73 zijn; en c. geluid dat niet representatief is voor een activiteit.

Artikel 5.16Waarden voor geluid

1.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer dan 50 dB(A).

2.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 45 dB(A).

3.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 40 dB(A).

4.

Het geluid door aandrijfgeluid van transportmiddelen (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 70 dB(A).

5.

Het geluid door andere piekgeluiden dan bedoeld in het vierde lid (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 65 dB(A).

6.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer dan 35 dB(A).

7.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 30 dB(A).

8.

Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 25 dB(A).

9.

Het geluid door aandrijfgeluid van transportmiddelen (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 55 dB(A).

10.

Het geluid door andere piekgeluiden dan bedoeld in het negende lid (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 45 dB(A).

Paragraaf 5.2.1.5

Geluid van infrastructuur en industrie Subparagraaf 5.2.1.5.1 Geluid van wegen - gemeenteweg

Artikel 5.17Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een gemeenteweg.

2.

Deze subparagraaf gaat over de volgende activiteiten bij gemeentewegen: a. het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m; b. het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m; c. verhogen van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken; d. het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; en e. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg.

Artikel 5.18Waar waarden gelden

Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 5.19Standaardwaarde geluid

De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 53 Lden.

Artikel 5.20Grenswaarde geluid

De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 68 Lden.

Subparagraaf 5.2.1.5.2 Geluid van spoorwegen - lokale spoorweg

Artikel 5.21Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg.

2.

Deze subparagraaf gaat over de volgende activiteiten bij of aan lokale spoorwegen: a. het verplaatsen van een of meer sporen met meer dan 2 m; b. het verhogen of verlagen van een of meer sporen met meer dan 1 m; c. een toename van het aantal sporen; d. het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie; of e. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de spoorweg.

Artikel 5.22Waar waarden gelden

Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 5.23Standaardwaarde geluid

De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 55 Lden.

Artikel 5.24Grenswaarde geluid nieuwe geluidgevoelige gebouwen

Voor het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen bedraagt de grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan 65 Lden.

Artikel 5.25Grenswaarde geluid aanleggen of wijzigen lokale spoorweg

Voor de activiteiten bij of aan lokale spoorwegen die zijn aangewezen in Artikel 5.21, tweede lid, bedraagt de grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan 70 Lden.

Subparagraaf 5.2.1.5.3 Geluid van wegen - provinciale weg

Artikel 5.26Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een provinciale weg.

2.

Deze subparagraaf gaat niet over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties die al rechtmatig aanwezig waren voor inwerkingtreding of wijziging van dit omgevingsplan.

Artikel 5.27Waar waarden gelden

Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 5.28Standaardwaarde geluid

De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 50 Lden.

Artikel 5.29Grenswaarde geluid

De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 60 Lden.

Subparagraaf 5.2.1.5.4 Geluid van spoorwegen - hoofdspoorweg

Artikel 5.30Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een hoofdspoorweg.

2.

Deze subparagraaf gaat niet over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties die al rechtmatig aanwezig waren voor inwerkingtreding of wijziging van dit omgevingsplan.

Artikel 5.31Waar waarden gelden

Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 5.32Standaardwaarde geluid

De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 55 Lden.

Artikel 5.33Grenswaarde geluid

De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 65 Lden.

Subparagraaf 5.2.1.5.5 Geluid van wegen rijksweg - gereserveerd Subparagraaf 5.2.1.5.6 Geluid van industrie - gereserveerd

Paragraaf 5.2.1.6

Geur Subparagraaf 5.2.1.6.1 Geur door activiteiten anders dan geregeld in paragraaf 22.3.6

Artikel 5.34Toepassingsbereik

1.

Subparagraaf 5.2.1.6.1 gaat over: a. het verrichten van een activiteit op een locatie, anders dan het wonen, die geur veroorzaakt op een geurgevoelig gebouw dat is toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. het toestaan van een geurgevoelig gebouw.

2.

In afwijking van het eerste lid is Subparagraaf 5.2.1.6.1, niet van toepassing als het gaat om de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat is toegestaan voor een duur van minder dan tien jaar.

3.

Deze subparagraaf gaat over de geur op een geurgevoelig gebouw door activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.68.

4.

Deze subparagraaf gaat niet over de geur door activiteiten waarvoor Paragraaf 22.3.6 van dit omgevingsplan regels bevat.

Artikel 5.35Functionele binding

Deze subparagraaf is niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.36Aanvaardbaarheid geur

De geur op gevels van geurgevoelige gebouwen is aanvaardbaar. Bij het bepalen van de aanvaardbaarheid wordt rekening gehouden met: a. provinciaal en gemeentelijk beleid; b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende activiteit; d. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende activiteit; e. de geursterkte; f. de geurbeleving; g. eventuele cumulatie van geurbronnen.

Paragraaf 5.2.1.7

Parkeren

Artikel 5.37Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4.

Artikel 5.38Parkeergelegenheid

Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets op eigen terrein. Bij het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.

Artikel 5.39Omgevingsvergunning parkeernorm

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van Artikel 5.38, voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; of b. het voldoen aan dat artikel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Paragraaf 5.2.1.8

Trillingen Subparagraaf 5.2.1.8.1 Trillingen door activiteiten - algemeen

Artikel 5.40Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over: a. het verrichten van een activiteit op een locatie, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegestaan op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. het toestaan van een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw.

2.

In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf: a. niet van toepassing op een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. met uitzondering van Artikel 5.42 niet van toepassing op:

1.activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht;
2.evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen;
3.een trillinggevoelig gebouw dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar; c. niet van toepassing op doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.

Artikel 5.41Waar waarden gelden

1.

Waarden voor trillingen gelden in trillinggevoelige ruimten.

2.

Bij een trillinggevoelig gebouw gelden de regels op de gevel van dat trillinggevoelig gebouw.

Artikel 5.42Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd: a. een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

1.rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 5.43Trillingen: functionele binding

De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.44Trillingen: voormalige functionele binding

De waarden voor trillingen door een activiteit: a. in de agrarische sector als bedoeld in de artikelen 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. verricht op een bedrijventerrein; of c. in de horecasector; zijn niet van toepassing op de trilling door die activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit.

Subparagraaf 5.2.1.8.2 Trillingen door activiteiten - standaardwaarden

Artikel 5.45Waarden voor continue trillingen

Voor continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten gelden als waarden de volgende standaardwaarden:

Soort Standaardwaarde Standaardwaarde 07.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur A1 trillingssterkte Vmax 0,1 0,1 A2 trillingssterkte Vmax 0,4 0,2 A3 trillingssterkte Vper 0,05 0,05

Artikel 5.46Waarden voor herhaald voorkomende trillingen

Voor herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte gelden de volgende waarden:

Soort Standaardwaarde Standaardwaarde 07.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur A1 trillingssterkte Vmax 0,2 0,2 A2 trillingssterkte Vmax 0,8 0,4 A3 trillingssterkte Vper 0,1 0,1

Titel 5.3

Gebruiksactiviteiten

Afdeling 5.3.1

Algemeen

Artikel 5.47Toepassingsbereik

Deze titel gaat over het gebruiken van bouwwerken en gronden.

Artikel 5.48Specifieke zorgplicht gebruiksactiviteiten

1.

Bij het verrichten van gebruiksactiviteiten bedoeld in deze titel is degene die de activiteit uitoefent en die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de wijze waarop deze gebruiksactiviteit wordt uitgeoefend tot overlast of hinder voor de omgeving kan zorgen, verplicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om de overlast of hinder te voorkomen of beperken.

2.

Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van deze zorplicht maatwerkvoorschriften stellen.

Artikel 5.49Aanvraagvereisten

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Titel 5.3 worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de verwachte verkeersaantrekkende werking; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

1.de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
2.de situering van het bouwwerk waarin de activiteit gaat plaatsvinden ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
3.de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; en 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; e. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; f. een parkeeronderbouwing gebaseerd op de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.

2.

Ten behoeve van de toetsing aan dit omgevingsplan worden overige gegevens en bescheiden die samenhangen met die toetsing aangeleverd.

Artikel 5.50Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten als bedoeld in Titel 5.3 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op: a. gebruiksmogelijkheden danwel bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. parkeren; e. verkeersafwikkeling; f. opslag op open erven en terreinen; g. maatregelen ter bescherming van personen in kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen of op die locaties of het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties.

Artikel 5.51Maatwerkvoorschriften

1.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen over activiteiten die niet vergunningplichtig zijn.

2.

De maatwerkvoorschriften bedoeld in Artikel 5.51, eerste lid kunnen betrekking hebben op het parkeren van auto's en fietsen op eigen terrein. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.

Afdeling 5.3.2

Activiteiten met betrekking tot open erven en terreinen

Artikel 5.52Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in onderstaande tabel aanwezig.

ADR-klasse 1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.

50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t.

1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in de tabel in het eerste lid aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

1.de verpakking tegen normale behandeling bestand is;
2.de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Artikel 5.53Staat en gebruik open erven en terreinen

1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

4.

Het is niet toegestaan om gronden of opstallen te gebruiken voor opslag van goederen anders dan in gebouwen, behoudens voor zover het gaat om tijdelijke opslag van bouwmaterialen of andere vormen van tijdelijke opslag in verband met normaal onderhoud.

Artikel 5.54Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Afdeling 5.3.3

Agrarische activiteiten

Paragraaf 5.3.3.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.55Aanwijzing activiteit: glastuinbouw I

Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in kassen met ondersteunend daaraan bedrijfsgebonden kantoren met een oppervlakte van maximaal 10% van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 750 m2.

Artikel 5.56Aanwijzing activiteit: telen van gewassen in de openlucht

Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in de openlucht.

Artikel 5.57Aanwijzing activiteit: telen van gewassen in een gebouw

Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in een gebouw anders dan in een kas.

Artikel 5.58Aanwijzing activiteit: agrarisch loonwerkbedrijf

Als agrarische activiteit wordt aangewezen het exploiteren van een bedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten zijn gericht op agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverleningen.

Artikel 5.59Aanwijzing activiteit: bedrijf voor mestbehandeling

Als agrarische activiteit wordt aangewezen het behandelen van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal.

Artikel 5.60Aanwijzing activiteit: weidegang vee

Als agrarische activiteit wordt aangewezen: weidegang vee ten behoeve van grondgebonden agrarisch gebruik.

Artikel 5.61Nevenactiviteiten bij agrarische activiteiten

Bij de in deze paragraaf aangewezen activiteiten zijn de volgende nevenactiviteiten toegestaan: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, verwerken en/of herstellen van goederen en/of producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; b. het verkopen of ter verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf.

Artikel 5.62Functioneel ondersteunende activiteiten bij agrarische activiteiten

Als functioneel ondersteunende activiteiten bij agrarische activiteiten worden aangewezen: centrale sorteerinrichtingen.

Artikel 5.63Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. het doelmatig beheer van afvalwater; d. het voorkomen of beperken van geurhinder; e. het voorkomen van diffuse emissies in de lucht.

Paragraaf 5.3.3.2

Algemene regels

Artikel 5.64Algemene regels functioneel ondersteunende agrarische activiteiten

1.

De in Artikel 5.62 aangewezen activiteiten zijn toegestaan bij de volgende hoofdactiviteiten: a.

Glastuinbouw 1 - Artikel 5.55 centrale sorteerinrichtingen - voor zover deze gevestigd worden in bedrijfsgebouwen van glastuinbouwbedrijven waar ook wordt geteeld.

2.

Gereserveerd.

Paragraaf 5.3.3.3

Functie op locatie

Artikel 5.65Toegestane activiteiten

De in Artikel 5.55 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Glastuinbouw I.

Afdeling 5.3.4

Bedrijfsmatige activiteiten

Paragraaf 5.3.4.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.66Aanwijzing activiteit: bedrijf

Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen een activiteit: a. gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen; b. met ondersteunend daaraan bedrijfsgebonden kantoren met een oppervlakte van maximaal 49% van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 3000 m2.

Artikel 5.67Aanwijzing activiteit: bedrijfswoning

Als bedrijfswoning wordt aangewezen het gebruik van een woning in of bij een gebouw of op een terrein, dat slechts is bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die verbonden is aan het ter plaatse gevestigde bedrijf.

Artikel 5.68Aanwijzing activiteit: geurrelevant bedrijf

Als geurrelevant bedrijf wordt aangewezen de activiteiten uit Artikel 5.66 voor zover deze zijn opgenomen in Bijlage IV Geur relevante bedrijven van dit omgevingsplan.

Artikel 5.69Aanwijzing activiteit: ambachtsbedrijf

Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die verband houden met het ambacht voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen.

Artikel 5.70Aanwijzing activiteit: groothandel

Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen danwel leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan personen of instellingen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.

Artikel 5.71Aanwijzing activiteit: afhaalpunt functioneel ondersteunend

Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen het exploiteren van een bedrijf: a. waar consumenten goederen kunnen afhalen die zij via internet of via andere communicatiemiddelen hebben besteld; b. inclusief bijbehorende logistiek en opslag; c. zonder dat sprake is van uitstalling of het te koop aanbieden van goederen; en d. dat een andere activiteit op dezelfde locatie ondersteunt en dat er zonder die kernactiviteit niet zou zijn.

Artikel 5.72Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van het milieu; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het bieden van ruimte voor ontwikkeling van economische activiteiten; en e. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.3.4.2

Algemene regels

Artikel 5.73Algemene regels afhaalpunt functioneel ondersteunend

Bij het verrichten van de in Artikel 5.71 aangewezen activiteit gelden de volgende regels: a. er wordt niet meer dan 25% van het bruto vloeroppervlak van de kernactiviteit gebruikt; b. er wordt niet meer dan 40 m2 voor het functioneel ondersteunend afhaalpunt gebruikt; en c. de activiteit vindt alleen plaats als functioneel ondersteunend bij een of meer van de volgende kernactiviteiten:

1.bedrijf als bedoeld in artikel Artikel 5.66;
2.bedrijf als bedoeld in Artikel 5.69;
3.detailhandel als bedoeld in Artikel 5.81;
4.detailhandel als bedoeld in Artikel 5.82;
5.detailhandel als bedoeld in Artikel 5.83;
6.dienstverlening als bedoeld in Artikel 5.91.

Paragraaf 5.3.4.3

Functie op locatie

Artikel 5.74Toegelaten activiteiten

1.

De in Artikel 5.66 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Bedrijf.

2.

De in Artikel 5.70 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Bedrijf - groothandel.

3.

De in Artikel 5.67 aangewezen activiteiten zijn toegelaten in het werkingsgebied Bedrijfswoning.

Paragraaf 5.3.4.4

Vergunningplicht

Artikel 5.75Vergunningplichtige activiteiten

1.

Het is verboden om de in Artikel 5.66 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

2.

Het is verboden om de in Artikel 5.69 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

3.

In aanvulling op Artikel 5.75, eerste lid en Artikel 5.75, tweede lid is het ook verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit als bedoeld in Artikel 5.68 te verrichten.

Artikel 5.76Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.75 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van:

1.een of meerdere bestaande woningen; of 2. maatschappelijke activiteiten; b. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; c. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; d. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; e. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; f. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; h. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; i. niet leidt tot het onevenredig aantasten van het het woon- en leefklimaat; j. niet leidt tot onaanvaardbare leegstand.

Afdeling 5.3.5

Biomassa-installatie

Artikel 5.77Aanwijzing activiteit biomassa-installatie

Als biomassa-installatie wordt aangewezen een stookinstallatie met als brandstof biomassa.

Artikel 5.78Verbod biomassa-installatie

Het is verboden om een biomassa-installatie in werking te hebben die: a. een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van meer dan 130 kWth; of b. geheel of gedeeltelijk gericht is op levering aan derden.

Artikel 5.79Omgevingsvergunning biomassa-installatie

In afwijking op Artikel 5.78, sub a, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een biomassa-installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van maximaal 1 MWth in werking te hebben.

Artikel 5.80Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.79 wordt verleend als aangetoond is dat ter plaatse van de perceelsgrens van het terrein waarop de biomassa-installatie is gevestigd toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3%-grens overschrijdt.

Afdeling 5.3.6

Detailhandelsactiviteiten

Paragraaf 5.3.6.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.81Aanwijzing activiteit: detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen

Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het ter plaatse te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van voedings- en genotmiddelen (food-sector) alsmede dagelijkse (huishoudelijke) gebruiksartikelen.

Artikel 5.82Aanwijzing activiteit: detailhandel duurzame en/of semi-duurzame gebruiksgoederen

Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van duurzame en/of semi-duurzame gebruiksgoederen (non-foodsector), zoals kleding en schoeisel, woninginrichting, elektrische artikelen, huishoudelijke artikelen, dierbenodigdheden en overige goederen, voor zover geen voedings- en genotmiddelen.

Artikel 5.83Aanwijzing activiteit: detailhandel grote goederen

Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van: a. brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. zeer volumineuze goederen zoals auto's, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen;

Onder de aanwijzing vallen in ieder geval: a. tuincentra; b. bouwmarkten; c. grootschalige meubelbedrijven (inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1.000 m2.

Artikel 5.84Aanwijzing activiteit: detailhandel verkooppunt motorbrandstoffen

Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden van motorbrandstoffen met uitzondering van LPG.

Artikel 5.85Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het bevorderen van het voorzieningenniveau; e. een goed vestigingsklimaat; f. het voorkomen of beperken van geluidhinder.

Paragraaf 5.3.6.2

Algemene regels

Artikel 5.86Algemene regels detailhandelsactiviteiten

Nieuwvestiging van detailhandelsactiviteiten is verboden als de activiteit in de plaats komt van: a. een of meerdere bestaande woningen; b. maatschappelijke activiteiten.

Paragraaf 5.3.6.3

Functiemenging

Artikel 5.87Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.81 zijn toegestaan.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.82 zijn toegestaan.

Paragraaf 5.3.6.4

Functie op locatie

Artikel 5.88Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.81 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.82 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel duurzame en of semi-duurzame gebruiksgoederen.

3.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.84 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG.

4.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.83 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel grote goederen.

Paragraaf 5.3.6.5

Vergunningplicht

Artikel 5.89Vergunningplichtige activiteiten

1.

Het is verboden om de in Artikel 5.81 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

2.

Het is verboden om de in Artikel 5.82 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 5.90Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.89 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen; b. niet in de plaats komt van maatschappelijke activiteiten; c. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; d. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; e. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; f. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; g. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; i. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; j. passend is binnen de regionale behoefte.

Afdeling 5.3.7

Dienstverlening

Paragraaf 5.3.7.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.91Aanwijzing activiteit: dienstverlening

Als dienstverlening wordt aangewezen het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een uitzendbureau, een bankfiliaal, een makelaar, een reisbureau, een kapsalon.

Artikel 5.92Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. een goed woon- en leefklimaat; b. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en c. het versterken van het voorzieningenniveau.

Paragraaf 5.3.7.2

Algemene regels

Artikel 5.93Algemene regels dienstverlening

Nieuwvestiging van dienstverlening is verboden als de activiteit in de plaats komt van: a. een of meerdere bestaande woningen; b. maatschappelijke activiteiten.

Paragraaf 5.3.7.3

Functiemenging

Artikel 5.94Toegestane activiteiten

De activiteiten die zijn aan gewezen in Artikel 5.91 zijn toegestaan.

Paragraaf 5.3.7.4

Functie op locatie

Artikel 5.95Toegestane activiteiten

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.91 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Dienstverlening.

Paragraaf 5.3.7.5

Vergunningplicht

Artikel 5.96Vergunningplichtige activiteiten

Het is verboden om de in Artikel 5.91 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 5.97Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.96 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen; b. niet in de plaats komt van maatschappelijke activiteiten; c. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; d. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; e. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; f. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; g. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; i. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; j. niet in de plaats komt van: een of meerdere bestaande woningen of van maatschappelijke activiteiten.

Afdeling 5.3.8

Geluidgevoelige gebouwen

Artikel 5.98Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het toevoegen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik van gebouwen zodat geluidgevoelige gebouwen ontstaan.

Artikel 5.99Vergunningplichtige activiteiten

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning geluidgevoelige gebouwen te bouwen, te veranderen of uit te breiden of gebouwen te gebruiken zodat een geluidgevoelig gebouw ontstaat.

Artikel 5.100Beoordelingsregels

1.

De vergunning bedoeld in Artikel 5.99 kan worden verleend als wordt voldaan aan de standaardwaarden bedoeld in Paragraaf 5.2.1.5.

2.

Als niet wordt voldaan aan de standaardwaarden kan de vergunning slechts worden verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de waarde standaardwaarde wordt zoveel mogelijk beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen overwegende bezwaren bestaan van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de toepasselijke grenswaarde; d. het gecumuleerde geluid niet hoger is dan 65 dB Lcum. e. en het gezamenlijke geluid niet hoger is dan 65 dB Lden.

3.

In afwijking van het bepaalde in lid 2 onder c kan de vergunning bedoeld in Artikel 5.99 worden verleend: a. als de grenswaarde met niet meer dan 5 dB wordt overschreden; b. het geluidgevoelige gebouw wordt gerealiseerd op een locatie ter vervanging van een op het tijdstip van vaststelling van het wijzigingsbesluit Bouwsteen 1 bestaand geluidgevoelig gebouw; en c. het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde niet wezenlijk toeneemt.

4.

In afwijking van het bepaalde in lid 2 onder c kan de vergunning bedoeld in Artikel 5.99 worden verleend als: a. sprake is van een wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk dat geen geluidgevoelig gebouw is; en b. de grenswaarde met niet meer dan 5 dB wordt overschreden.

5.

Bij de toepassing van het tweede lid van dit artikel wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

6.

Bij de toepassing van het derde en vierde lid van dit artikel wordt rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel.

Artikel 5.101Aanvullende aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in Artikel 5.99 worden in aanvulling op het bepaalde in Artikel 5.49 ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar:

1.het geluid dat het toe te voegen of te wijzigen geluidgevoelige gebouw binnen het aandachtsgebied zal ondervinden;
2.het geluid dat het toe te voegen of te wijzigen geluidgevoelige gebouw binnen het aandachtsgebied in de toekomst zou ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
3.de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het geluid op het toe te voegen of te wijzigen geluidgevoelige gebouw de standaardwaarde, zijnde 53 Lden, te boven zou gaan; b. een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 3°.

Afdeling 5.3.9

Horeca

Paragraaf 5.3.9.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.102Aanwijzing activiteit: horeca daghoreca en avondhoreca

Als horeca-activiteit wordt aangewezen horecabedrijven met geen of beperkte invloed op de woon- en leefomgeving, waaronder: a. daghoreca: winkelondersteunende horecabedrijven, die zich richten op het winkelend publiek, zoals croissanteries, ijssalons, tearooms, lunchrooms en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven; b. avondhoreca: horecabedrijven die zich in hoofdzaak richten op het nuttigen en/of afhalen van ter plaatse bereide etenswaren en gebruik van verstrekte alcoholische dranken, zoals restaurants, grandcafé's, brasseries, eetcafés, grillrooms en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

Artikel 5.103Aanwijzing activiteit: horeca uitgaansgelegenheid

Als horeca-activiteiten worden aangewezen horecabedrijven die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of gelegenheid bieden voor dansen, zoals cafés, bars, dancings, discotheken, partycentra en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

Artikel 5.104Aanwijzing activiteit: horeca nachtverblijf

Als horeca-activiteiten worden aangewezen horecabedrijven die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is, zoals hotels, pensions en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

Artikel 5.105Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het doelmatig beheer van afvalwater; e. het voorkomen of beperken van geurhinder; f. het voorkomen of beperken van geluidhinder.

Paragraaf 5.3.9.2

Algemene regels

Artikel 5.106Algemene regels horeca

Nieuwvestiging van horeca is verboden als de activiteit in de plaats komt van: a. een of meerdere bestaande woningen; b. maatschappelijke activiteiten.

Paragraaf 5.3.9.3

Functiemenging

Artikel 5.107Toegestane activiteiten

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.102 zijn toegestaan.

Paragraaf 5.3.9.4

Functie op locatie

Artikel 5.108Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.102 zijn toegestaan in het werkingsgebied Horeca 1a daghoreca horeca 1b avondhoreca.

2.

Dit artikellid is gereserveerd om locaties aan te wijzen waar andere horeca is toegestaan dan in lid 1 opgenomen. In Bouwsteen 1 Woonwijken komt dit niet voor.

3.

Dit artikellid is gereserveerd om locaties aan te wijzen waar andere horeca is toegestaan dan in lid 1 opgenomen. In Bouwsteen 1 Woonwijken komt dit niet voor.

Paragraaf 5.3.9.5

Vergunningplicht

Artikel 5.109Vergunningplichtige activiteiten

Het is verboden om de in Artikel 5.102 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 5.110Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.109 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen; b. niet in de plaats komt van maatschappelijke activiteiten; c. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; d. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; e. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; f. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; g. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; i. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau.

Afdeling 5.3.10

Kantooractiviteiten

Paragraaf 5.3.10.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.111Aanwijzing activiteit: kantooractiviteit

Als kantooractiviteiten worden aangewezen het houden van een zelfstandig kantoor waarin administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden (al dan niet met een baliefunctie) plaatsvinden, zoals een advocatenkantoor.

Artikel 5.112Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van geluidhinder; c. het doelmatig beheer van afvalwater; d. het voorkomen of beperken van geurhinder; en e. de gezondheid.

Paragraaf 5.3.10.2

Functie op locatie

Artikel 5.113Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.111 zijn alleen toegestaan in het werkingsgebied Kantoor.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.111 zijn alleen toegestaan op de verdieping in het werkingsgebied Kantoor op de verdieping.

Afdeling 5.3.11

Kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Artikel 5.114Toepassingsbereik

1.

Deze afdeling is van toepassing op het bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar gebouw ontstaat.

2.

Deze afdeling is van toepassing op het gebruiken van gronden als beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie of het gebruik te wijzigen zodat een beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie ontstaat.

Artikel 5.115Vergunningplichtige activiteiten

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel Artikel 5.114 zonder vergunning te verrichten.

Artikel 5.116Beoordelingsregels

1.

De vergunning bedoeld in artikel Artikel 5.115 kan worden verleend indien is gewaarborgd dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties.

2.

De vergunning bedoeld in artikel Artikel 5.115 kan worden verleend indien is gewaarborgd dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.

Afdeling 5.3.12

Maatschappelijke activiteiten

Paragraaf 5.3.12.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.117Aanwijzing activiteit: maatschappelijk overheid, medisch en sociaal-cultureel

Als maatschappelijke activiteiten worden aangewezen: overheids-, medische, sociaal-culturele en vergelijkbare voorzieningen.

Artikel 5.118Aanwijzing activiteit: maatschappelijk onderwijs en kinderopvang

Als maatschappelijk activiteiten worden aangewezen: a. kinderdagverblijven, kinderopvang; b. onderwijsinstellingen.

Artikel 5.119Aanwijzing activiteit: maatschappelijk religie en levensbeschouwing

Als maatschappelijke activiteiten worden aangewezen: activiteiten van levensbeschouwelijke en religieuze aard.

Artikel 5.120Aanwijzing activiteit: maatschappelijk zorgwoning

Als maatschappelijke activiteit wordt aangewezen een al dan niet zelfstandige woning gerelateerd aan een zorginstelling, ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte, die ondersteund moeten worden in de dagelijkse activiteiten.

Artikel 5.121Aanwijzing activiteit: maatschappelijk begraafplaats

Als maatschappelijke activiteit wordt aangewezen het gebruiken van gronden voor een begraafplaats.

Artikel 5.122Functioneel ondersteunende activiteiten bij maatschappelijke activiteiten

Als functioneel ondersteunende activiteiten bij maatschappelijke activiteiten worden aangewezen: a. ruimte voor ontmoeting; b. horeca als bedoeld in Artikel 5.102.

Artikel 5.123Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van geluidhinder; en c. de gezondheid.

Paragraaf 5.3.12.2

Algemene regels

Artikel 5.124Algemene regels maatschappelijke activiteiten

1.

Nieuwvestiging van maatschappelijke activiteiten is verboden als de activiteit in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen.

2.

De in Artikel 5.122 aangewezen activiteiten zijn toegeslaan bij de volgende hoofdactiviteiten: a.

Maatschappelijke activiteiten als bedoeld in Artikel 5.120.

Paragraaf 5.3.12.3

Functiemenging

Artikel 5.125Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.117 zijn toegestaan.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.118 zijn toegestaan.

Paragraaf 5.3.12.4

Functie op locatie

Artikel 5.126Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.118 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Maatschappelijk onderwijs en kinderopvang.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.119 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Maatschappelijk religie en levensbeschouwing.

3.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.120 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Maatschappelijk zorgwoning.

4.

In het werkingsgebied Maximaal 56 zorgwoningen zijn maximaal 56 zorgwoningen toegestaan.

5.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.121 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Maatschappelijk begraafplaats.

Paragraaf 5.3.12.5

Vergunningplicht

Artikel 5.127Vergunningplichtige activiteiten

1.

Het is verboden om de in Artikel 5.118 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

2.

Het is verboden om de in Artikel 5.120 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Artikel 5.128Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.127 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meer bestaande woningen; b. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; c. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; d. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; e. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; f. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; h. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau.

Afdeling 5.3.13

Recreatie

Paragraaf 5.3.13.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.129Aanwijzing activiteit: dagrecreatie beperkt aantal recreanten

Als recreatie-activiteit wordt aangewezen dagrecreatie in de openlucht met een beperkt aantal recreanten per oppervlakte-eenheid zoals wandelen, fietsen, skaten, vissen en natuurobservatie en daaraan ondergeschikte activiteiten.

Artikel 5.130Aanwijzing activiteit: dagrecreatie groot aantal recreanten

Als recreatie-activiteit wordt aangewezen dagrecreatie in de openlucht met een relatief groot aantal recreanten per oppervlakte-eenheid zoals zeilen, varen, duiken en surfen en daaraan ondergeschikte activiteiten.

Artikel 5.131Aanwijzing activiteit: recreatief nachtverblijf

Als recreatie-activiteit wordt aangewezen vormen van recreatief nachtverblijf waarbij sprake is van overnachting en daaraan ondergeschikte activiteiten.

Artikel 5.132Aanwijzing activiteit: recreatie manege

Als recreatieactiviteit wordt aangewezen een manege.

Artikel 5.133Aanwijzing activiteit: recreatie volkstuinencomplex

Als recreatieactiviteit wordt aangewezen een volkstuinencomplex.

Artikel 5.134Aanwijzing activiteit: recreatie buitenschietbaan

Als recreatieactiviteit wordt aangewezen een civiele buitenschietbaan.

Artikel 5.135Aanwijzing activiteit: recreatie binnenschietbaan

Als recreatieactiviteit wordt aangewezen een civiele binnenschietbaan.

Artikel 5.136Aanwijzing activiteit: recreatie speelplaats

Als recreatieactiviteit wordt aangewezen het exploiteren van een plek waar kinderen kunnen spelen en die is voorzien van toestellen voor sport en spel.

Artikel 5.137Functioneel ondersteunende activiteiten bij recreatie speelplaats

Als functioneel ondersteunende activiteiten bij recreatie speelplaats worden aangewezen: a. ondersteunende horeca uit categorie 1a van Artikel 5.102 met een maximumoppervlak van 50 m2 inclusief bijbehorend(e) terras(sen).

Artikel 5.138Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van geur- en geluidhinder; en c. de gezondheid.

Paragraaf 5.3.13.2

Functie op locatie

Artikel 5.139Toegestane activiteiten

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.136 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Recreatie speelplaats.

Afdeling 5.3.14

Risicovolle activiteiten

Paragraaf 5.3.14.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.140Aanwijzing risicovolle activiteiten Type A

Als risicovolle activiteiten type A worden aangewezen de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage VII onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 5.141Aanwijzing risicovolle activiteiten Type B en D

Als risicovolle activiteiten type B en D worden aangewezen de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage VII onder B en D van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 5.142Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een gezond woon- en leefklimaat; b. het voorkomen en beperken van risico's voor de leefomgeving; c. het waarborgen van de veiligheid.

Afdeling 5.3.15

Sportactiviteiten

Paragraaf 5.3.15.1

Aanwijzing activiteiten

Artikel 5.143Aanwijzing activiteit: binnensportaccomodaties

Als activiteit met betrekking tot sport wordt aangewezen het uitsluitend binnen in een gebouw bieden van gelegenheid tot sportbeoefening met daarbij behorende kantine.

Artikel 5.144Aanwijzing activiteit: buitensportaccomodaties

Als buitensportaccomodatie wordt aangewezen een terrein voor de beoefening van een veld-/buitensport (in competitie-/verenigingsverband), zoals voetbalvelden, tennisbanen, terreinen ten behoeve van honkbal en softbal, alsmede daarbij behorende clubgebouwen, kleedruimten, kantines en tribunes.

Artikel 5.145Aanwijzing activiteit: openbare sportvoorziening

Als openbare sportvoorziening wordt aangewezen een sportcorner, zijnde een sportveld met open (kooi) constructie, al dan niet met een open afdekking.

Artikel 5.146Functioneel ondersteunende activiteiten bij sportactiviteiten

Als functioneel ondersteunende activiteiten bij sportactiviteiten worden aangewezen: ruimte voor ontmoeting; ondergeschikte horeca 1a als bedoeld in Artikel 5.102.

Artikel 5.147Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van geluidhinder; en c. het beschermen van de gezondheid.

Paragraaf 5.3.15.2

Functie op locatie

Artikel 5.148Toegestane activiteiten

1.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.143 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Sport - binnensportaccommodatie.

2.

De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.145 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Openbare sportvoorziening.

Paragraaf 5.3.15.3

Vergunningplicht

Artikel 5.149Vergunningplichtige activiteiten

1.

Het is verboden om de in Artikel 5.143 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.

2.

Dit artikellid is gereserveerd voor het opnemen van een vergunningplicht voor andere sportactiviteiten dan die in Artikel 5.149, eerste lid vergunningplichtig zijn. Binnen bouwsteen 1 is dit niet aan de orde.

Artikel 5.150Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.149 wordt verleend als de activiteit: a. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; b. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; c. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; d. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; e. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; g. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau.

Afdeling 5.3.16

Wonen

Paragraaf 5.3.16.1

Wonen Subparagraaf 5.3.16.1.1 Algemene regels wonen

Artikel 5.151Toegestane activiteiten

1.

Wonen is toegestaan in bestaande woningen die zijn opgenomen in het werkingsgebied Bestaande woningen.

2.

Short stay, vakantieverhuur of daarmee vergelijkbare activiteiten zijn niet toegestaan.

3.

In het werkingsgebied Wonen op de verdieping is wonen alleen toegestaan op de verdiepingen.

Artikel 5.152Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van het milieu; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het ontwikkelen van een duurzame woningvoorraad; en e. het beschermen van de gezondheid

Artikel 5.153Algemene regels over wonen

1.

In één woning woont slechts één huishouden.

2.

In afwijking van Artikel 5.153, eerste lid geldt als één huishouden ook: één huishouden dat mantelzorg ontvangt of verleent, waarbij de ontvanger of verlener van mantelzorg in de woning woont.

3.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

4.

Het derde lid geldt niet voor woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 5.154Hospitaverhuur en inwoning

In afwijking van Artikel 5.153, eerste lid is het toegestaan dat er meer dan één huishouden in één woning woont, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner van de woning stelt kamers aan maximaal één huishouden ter beschikking; b. de hoofdbewoner houdt zijn hoofdverblijf in de betreffende woning; c. per persoon is er ten minste 12 m2 gebruiksoppervlakte; d. er wordt alleen in het hoofdgebouw gewoond; en e. de ter beschikking gestelde woonruimte vormt geen zelfstandige woonruimte.

Artikel 5.155Maatwerkvoorschriften

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van de activiteiten genoemd in Artikel 5.154. De maatwerkvoorschriften kunnen alleen betrekking hebben op: a. de verkeersafwikkeling; b. de locatie en het aantal voertuigen dat in de openbare ruimte wordt gestald.

Subparagraaf 5.3.16.1.2 Vergunningplicht nieuwe woningen

Artikel 5.156Vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning nieuwe woningen toe te voegen.

Artikel 5.157Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.156 wordt slechts verleend als: a. er wordt voldaan aan de algemene regels bedoeld in Artikel 5.153; b. de activiteit voldoet aan de regels uit de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland; c. er wordt voldaan aan de parkeernormen uit de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland voor zover er sprake is van sociale huur; d. de voor het gebiedstype waar de woning wordt toegevoegd geldende waarden uit Afdeling 5.2.1 in acht worden genomen, behoudens voor zover het gaat om parkeernormen voor sociale huur; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; f. de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; g. de privacy van omwonenden niet onevenredig wordt aangetast; h. de woning inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; en i. de woning past binnen de regionale behoefte.

Subparagraaf 5.3.16.1.3 Bed and breakfast

Artikel 5.158Aanwijzing activiteiten

1.

Deze subparagraaf gaat over het uitoefenen van een bed and breakfast.

2.

Onder de aanwijzing wordt verstaan: een aan een woning ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, niet zijnde een zelfstandige wooneenheid, gericht op het bieden van een mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, voor een kortdurend verblijf (waaronder ook zakelijk toerisme).

3.

Onder de aanwijzing wordt niet verstaan: overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

4.

Onder de aanwijzing wordt niet verstaan: permanente kamerverhuur.

Artikel 5.159Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit uit Artikel 5.158 uit te oefenen.

Artikel 5.160Beoordelingsregels

De vergunning bedoeld in Artikel 5.159 wordt alleen verleend als: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. de exploitatie plaatsvindt door degene die op het perceel woonachtig is; c. de totale vloeroppervlakte aan gastenkamers niet meer bedraagt dan 25 % van het woonoppervlak met een maximum van 75 m²; d. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; e. het aantal gastenkamers niet meer bedraagt dan vier per woning; f. in de omgeving geen onevenredige toename van verkeersbelasting zal optreden; en g. op eigen terrein wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie.

Subparagraaf 5.3.16.1.4 Beroep aan huis

Artikel 5.161Aanwijzing activiteiten

Als beroep aan huis wordt aangewezen: het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, cosmetisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk, waaronder gastouderopvang, of daarmee gelijk te stellen gebied.

Artikel 5.162Algemene regels uitoefenen beroep aan huis

Bij het verrichten van de in Artikel 5.161 aangewezen activiteit gelden de volgende regels: a. de beroepsmatige activiteiten worden uitsluitend uitgeoefend door degene die op het perceel woonachtig is; b. de totale bedrijfsvloeroppervlakte per perceel bedraagt niet meer dan 25% met een maximum van 50 m2; c. er geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, tenzij:

1.er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;
2.het detailhandel functioneel ondersteunend is aan het beroep aan huis; d. er wordt op eigen terrein voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie.

Artikel 5.163Maatwerkvoorschriften

1.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen over Artikel 5.162.

2.

De maatwerkvoorschriften bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op: a. de invloed van het beroep aan huis op het woon- en leefmilieu in de omgeving; b. de verkeersafwikkeling; c. het aantal parkeerplaatsen.

Subparagraaf 5.3.16.1.5 Bedrijf aan huis

Artikel 5.164Aanwijzing activiteiten

Onder de aanwijzing bedrijf aan huis valt: het voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

Artikel 5.165Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit bedoeld in Artikel 5.164 te verrichten.

Artikel 5.166Beoordelingsregels

De vergunning bedoeld in Artikel 5.165 wordt alleen verleend als: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. de exploitatie uitsluitend plaatsvindt door degene die op het perceel woonachtig is; c. de totale vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 25 % van het woonoppervlak met een maximum van 50 m²; d. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; e. in de omgeving geen onevenredige toename van verkeersbelasting zal optreden; f. er geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, tenzij:

1.er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;
2.detailhandel functioneel ondersteunend is aan het bedrijf aan huis; en 3. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente; g. op eigen terrein wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie.

Titel 5.4

Bouw- en sloopactiviteiten

Afdeling 5.4.1

Bouwactiviteiten

Paragraaf 5.4.1.1

Algemene regels bouwactiviteiten

Artikel 5.167Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

Artikel 5.168Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; b. een goede werking en bescherming van het watersysteem; c. het beschermen van cultureel erfgoed; d. het gebruik van bouwwerken; en e. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 5.169Maatwerkvoorschriften

1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Artikel 5.170Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is verleend wordt niet begonnen voordat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 5.171Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk

1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken als bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 5.172Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Vanwege de veiligheid mag een bouwwerk niet worden gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is meegedeeld dat het gebruik van het bouwwerk gevaarlijk is door bouwvalligheid van een bouwwerk dat in de nabijheid staat.

Artikel 5.173Repressief welstand

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

Artikel 5.174Meetbepalingen

Voor de toepassing van de regels in deze afdeling wordt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. afstand tussen bouwwerken onderling: waar deze afstand het kleinst is, exclusief ondergeschikte bouwonderdelen; c. afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens: vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens, exclusief ondergeschikte bouwonderdelen voor zover deze niet meer dan 0,5 m overschrijden en voor zover het luifels bij winkels betreft: niet meer dan 1 m overschrijden; d. bebouwde oppervlakte: van een (bouw)perceel, een bouwvlak of ander terrein, buitenwerks en neerwaarts geprojecteerd, als het totaal van de (grond)oppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken waarbij ondergeschikte bouwonderdelen buiten beschouwing worden gelaten voor zover deze niet meer dan 0,5 m overschrijden en voor zover het luifels bij winkels betreft: niet meer dan 1 m overschrijden; e. bedrijfsvloeroppervlakte: binnenwerks als het totaal van alle vloeroppervlakten ten dienste van kantoren, winkels en/of bedrijven, met ingebrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten; f. bouwhoogte: de afstand vanaf het peil bedoeld in Artikel 5.175 tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen voor zover de overschrijding van de bouwhoogte door de ondergeschikte bouwonderdelen niet meer bedraagt dan 1 m en niet meer dan 10%; g. breedte (lengte of diepte) van een gebouw: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren (op 1 m boven peil). Wanneer de gevels niet evenwijdig lopen of verspringen wordt het gemiddelde genomen van de kleinste en grootste maat; h. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; i. goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen waarvan de overschrijding van de goothoogte niet meer bedraagt dan 1 m en niet meer dan 10%. Een dakkapel die voldoet aan de voor dakkapellen gestelde voorschriften, dient los te worden gezien van de goothoogte van het hoofdgebouw; j. hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; k. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

l. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; m. verkoopvloeroppervlakte: binnenwerks als het totaal van alle vloeroppervlakten van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteit en voor publiek toegankelijk zijn: kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen.

Artikel 5.175Peil

Het peil is: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst of op ten hoogste 1 m afstand van die weg ligt: de hoogte van de weg; b. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst of op meer dan 1 m afstand van die weg ligt: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor een ander bouwwerk: de hoogte van de weg waaraan het bouwwerk is gelegen of, als het bouwwerk niet direct aan de weg is gelegen, de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; d. als wordt gebouwd in of aan een dijk, waterkering of in gebieden waar het peil op een perceel een verhang kent van meer dan 1 m, geldt:

1.voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst of op ten hoogste 1 m afstand van die weg ligt: de hoogte van de weg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 4 m achter de achtergevelrooilijn van een op bedoeld perceel aangegeven hoofdgebouw, mits het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan het hoofdgebouw betreft;
2.voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst of op meer dan 1 m afstand van die weg ligt: het peil wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkt terrein;
3.voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken wordt het peil bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkt terrein.

Een en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald.

Artikel 5.176Aanvraagvereisten

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Afdeling 5.4.1 worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop, 1. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak;

2.de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
3.de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
4.de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein.

2.

Ten behoeve van de toetsing van het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.

3.

Overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

4.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie worden voor toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het voorafgaand onderzoek, waaruit blijkt of er sprake is van grondwaterverontreiniging bestaande uit:

1.een voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of 2. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, er geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier zodat spoedige sanering noodzakelijk is; b. indien er sprake is van grondwaterverontreiniging: een afschrift van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, die ten minste vier weken daarvoor aan gedeputeerde staten verstrekt zijn na het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; c. een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; d. indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maken dat een bronaanpak als sanerende maatregel wordt getroffen; e. indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening die aannemelijk maken dat een grondwatersanering als sanerende maatregel wordt getroffen.

Artikel 5.177Vergunningvoorschriften

1.

Aan een vergunning voor bouw- of sloopactiviteiten op basis van Titel 5.4 kunnen voorschriften worden verbonden die zien op: a. bescherming van de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied en het straatbeeld; b. te realiseren wateroppervlak ter compensatie voor verhardingstoename; c. de gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; d. de verkeersveiligheid; e. parkeren; f. verkeersafwikkeling; g. de sociale veiligheid; h. de functionele, stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; i. maatregelen ter bescherming van personen in kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen of op die locaties of het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties.

2.

Aan een omgevingsvergunning voor een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt als sprake is van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening het voorschrift verbonden dat het bouwen alleen is toegestaan indien de volgende sanerende maatregelen worden getroffen: a. een bronaanpak overeenkomstig de regels voor het saneren van de bodem in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als uit de aan gedeputeerde staten verstrekte gegevens en bescheiden na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging; of b. een grondwatersanering overeenkomstig de regels in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening als uit de aan gedeputeerde staten verstrekte gegevens en bescheiden na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft; c. het bepaalde onder b is niet van toepassing als er sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging, waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.

Artikel 5.178Algemene afbakeningseisen

1.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.