Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 (Schiedam)
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet regelt de algemene openbare orde, veiligheid, milieubescherming en het uiterlijk aanzien van de gemeente Schiedam, en stelt regels voor diverse activiteiten en gedragingen binnen de gemeentegrenzen. Het doel is het handhaven van een leefbare en veilige omgeving voor alle inwoners.
Voor wie: Alle inwoners en bezoekers van de gemeente Schiedam; Exploitanten van horecabedrijven, seksinrichtingen en kansspeelautomaten.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 427
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De openbare orde en veiligheid, inclusief samenscholingen, betogingen en evenementen.
- Milieubescherming, zoals afvalinzameling, geluidhinder en het vellen van bomen.
- Het uiterlijk aanzien van de gemeente, waaronder reclame en opslag van voorwerpen.
- Specifieke activiteiten zoals seksinrichtingen, kansspelen, collecteren en venten.
Voor wie geldt deze regeling?
- Alle inwoners en bezoekers van de gemeente Schiedam.
- Exploitanten van horecabedrijven, seksinrichtingen en kansspeelautomaten.
Wat zijn de kernpunten?
- Voor veel activiteiten, zoals evenementen en de exploitatie van horeca, is een vergunning of ontheffing vereist.
- Er zijn specifieke regels voor het tegengaan van overlast, zoals hinderlijk gedrag op openbare plaatsen, zwerfafval en drugsoverlast.
- De wet bevat bepalingen over het bewaren van houtopstanden en het tegengaan van bodem-, weg- en milieuverontreiniging.
- Er zijn regels voor parkeren, collecteren, venten en standplaatsen om de openbare ruimte ordelijk te houden.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (427)
- Artikel 1:1
- Artikel 1:2
- Artikel 1:3
- Artikel 1:4
- Artikel 1:5
- Artikel 1:6
- Artikel 1:7
- Artikel 1:8
- Artikel 1:9
- Artikel 2
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3
- Artikel 2:4
- Artikel 2:5
- Artikel 2:6
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16
- Artikel 2:17
- Artikel 2:18
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:69
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a
- Artikel 2:74b
- Artikel 2:74c
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:77a
- Artikel 2:77b
- Artikel 3
- Artikel 3:2
- Artikel 3:3
- Artikel 3:4
- Artikel 3:5
- Artikel 3:6
- Artikel 3:7
- Artikel 3:8
- Artikel 3:9
- Artikel 3:10
- Artikel 3:11
- Artikel 3:12
- Artikel 3:13
- Artikel 3:14
- Artikel 3:15
- Artikel 4:1
- Artikel 4:2
- Artikel 4:3
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5
- Artikel 4:6
- Artikel 4:7
- Artikel 4:8
- Artikel 4:9
- Artikel 4:10
- Artikel 4:11
- Artikel 4:11b
- Artikel 4:11c
- Artikel 4:11d
- Artikel 4:11e
- Artikel 4:12
- Artikel 4:13
- Artikel 4:14
- Artikel 4:15
- Artikel 4:16
- Artikel 4:17
- Artikel 4:18
- Artikel 4:19
- Artikel 5
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11
- Artikel 5:12
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:15
- Artikel 5:16
- Artikel 5:17
- Artikel 5:18
- Artikel 5:19
- Artikel 5:20
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:26
- Artikel 5:27
- Artikel 5:28
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30
- Artikel 5:31
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:34
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 6
- Artikel 6:2
- Artikel 6:3
- Artikel 6:4
- Artikel 6:5
- Artikel 6:6
- Artikel1:1
- Artikel1:2
- Artikel1:3
- Artikel1:4
- Artikel1:5
- Artikel1:6
- Artikel1:7
- Artikel1:8
- Artikel2:1
- Artikel2:2
- Artikel2:3
- Artikel2:4
- Artikel2:5
- Artikel2.6
- Artikel2:7
- Artikel2:8
- Artikel2:9
- Artikel2:10
- Artikel2:12
- Artikel2:13
- Artikel2:14
- Artikel2:15
- Artikel2:16
- Artikel2:17
- Artikel2:18
- Artikel2:19
- Artikel2:20
- Artikel2:21
- Artikel2:21a
- Artikel2:22
- Artikel2:22a
- Artikel2:23
- Artikel2:23a
- Artikel2:24
- Artikel2:25
- Artikel2:25a
- Artikel2:25b
- Artikel2:26
- Artikel2:27
- Artikel2:28
- Artikel2:28a
- Artikel2:28b
- Artikel2:28c
- Artikel2:28d
- Artikel2:28e
- Artikel2:28f
- Artikel2:29
- Artikel2:30
- Artikel2:30a
- Artikel2:31
- Artikel2:31a
- Artikel2:32
- Artikel2:33
- Artikel2:34
- Artikel2:35
- Artikel2:36
- Artikel2:37
- Artikel2:38
- Artikel2:39
- Artikel2:40
- Artikel2:40a
- Artikel2:40b
- Artikel2:40c
- Artikel2:40d
- Artikel2:40e
- Artikel2:40f
- Artikel2:40g
- Artikel2:40h
- Artikel2:40i
- Artikel2:40j
- Artikel2:41
- Artikel2:41a
- Artikel2:42
- Artikel2:43
- Artikel2:44
- Artikel2:45
- Artikel2:46
- Artikel2:47
- Artikel2:48
- Artikel2:49
- Artikel2:50
- Artikel2:50a
- Artikel2:51
- Artikel2:52
- Artikel2:53
- Artikel2:54
- Artikel2:55
- Artikel2:56
- Artikel2:57
- Artikel2:58
- Artikel2:59
- Artikel2:60
- Artikel2:61
- Artikel2:62
- Artikel2:63
- Artikel2:64
- Artikel2:65
- Artikel2:66
- Artikel2:67
- Artikel2:68
- Artikel2:69
- Artikel2:70
- Artikel2:71
- Artikel2:72
- Artikel2:73
- Artikel2:73a
- Artikel2:74
- Artikel2:74a
- Artikel2:74b
- Artikel2:74c
- Artikel2:75
- Artikel2:76
- Artikel2:77
- Artikel2:77a
- Artikel2:77b
- Artikel3:1
- Artikel3:2
- Artikel3:3
- Artikel3:4
- Artikel3:5
- Artikel3:6
- Artikel3:7
- Artikel3:8
- Artikel3:9
- Artikel3:10
- Artikel3:11
- Artikel3:12
- Artikel3:12a
- Artikel3:13
- Artikel3:13a
- Artikel3:14
- Artikel3:15
- Artikel4:1
- Artikel4:2
- Artikel4:3
- Artikel4:4
- Artikel4:5
- Artikel4:6
- Artikel4:6a
- Artikel4:6b
- Artikel4:6c
- Artikel4:6d
- Artikel4:6e
- Artikel4:6f
- Artikel4:6g
- Artikel4:6h
- Artikel4:6i
- Artikel4:6j
- Artikel4:6k
- Artikel4:61l
- Artikel4:6m
- Artikel4:6n
- Artikel4:6o
- Artikel4:6p
- Artikel4:6q
- Artikel4:6r
- Artikel4:6s
- Artikel4:6t
- Artikel4:6u
- Artikel4:6v
- Artikel4:6w
- Artikel4:6x
- Artikel4:6y
- Artikel4:6z
- Artikel4:7
- Artikel4:8
- Artikel4:9
- Artikel4:10
- Artikel4:11a
- Artikel4:11b
- Artikel4:11c
- Artikel4:11d
- Artikel4:11e
- Artikel4:12
- Artikel4:13
- Artikel4:14
- Artikel4:15
- Artikel4:16
- Artikel4:17
- Artikel4:18
- Artikel4:19
- Artikel5:1
- Artikel5:2
- Artikel5:3
- Artikel5:4
- Artikel5:5
- Artikel5:6
- Artikel5:7
- Artikel5:8
- Artikel5:9
- Artikel5:10
- Artikel5:11
- Artikel5:12
- Artikel5:13
- Artikel5:14
- Artikel5:15
- Artikel5:16
- Artikel5:17
- Artikel5:18
- Artikel5:19
- Artikel5:20
- Artikel5:21
- Artikel5:21a
- Artikel5:21b
- Artikel5:21c
- Artikel5:22
- Artikel5:23
- Artikel5:24
- Artikel5:25
- Artikel5:26
- Artikel5:27
- Artikel5:28
- Artikel5:29
- Artikel5:29a
- Artikel5:30
- Artikel5:31
- Artikel5:32
- Artikel5:33
- Artikel5:34
- Artikel5:35
- Artikel5:36
- Artikel6:1
- Artikel6:2
- Artikel6:3
- Artikel6:4
- Artikel6:5
- Artikel6:6
- Artikel 1.3
- Artikel 2:1
- Art. 2
- Artikel 2:28a
- Artikel 2:28b
- Artikel 2:28c
- Artikel 2:28d
- Artikel 2:28e
- Artikel 2:28f
- Artikel 2:30a
- Artikel 2:31a
- Artikel 438
- Artikel 138
- Artikel 2:73a
- Artikel 3.1
- Artikel 3:12a
- Artikel 3:13a
- Artikel 3:16
- Artikel 1
- Artikel 10.17
- Artikel 5:1
- Artikel 7
- Artikel 42
- Artikel 10.2
- Artikel 5:37
- Artikel 6.2
- Artikel 6.3
- Artikel 6.4
- Artikel 6.5
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013De raad van de gemeente Schiedam gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 08-01-2013 (kenmerk: 12INT00634), betreffende het vaststellen van:
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 gelet op de Gemeentewet artikel 149; gelezen het advies van de raadcommissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer d.d. 21-01-2013, besluit de:
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 vast te stellen:
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1Begripsbepalingen
Artikel 1:2Beslistermijn
Artikel 1:3Indiening aanvraag
Artikel 1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:7Termijnen
Artikel 1:8Weigeringsgronden
Artikel 1:9Lex Silencio Positivo
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2l Samenscholing en ongeregeldheden
Afdeling 2 Betoging e.a.
Artikel 2:2Optochten
Artikel 2:3Kennisgeving betogingen e.a. op openbare plaatsen
Artikel 2:4Afwijking termijn
Artikel 2:5Te verstrekken gegevens
Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel 2:6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg
Artikel 2:7Feest, muziek en wedstrijd e.d
Artikel 2:8Dienstverlening
Artikel 2:9Straatartiest e.d
Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel 2:10Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Artikel 2:11(Omgevings-) vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:12Maken, veranderen van een uitweg
Afdeling 6 Veiligheid op de weg
Artikel 2:13Veroorzaken van gladheid
Artikel 2:14Winkelwagentjes
Artikel 2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:16Openen straatkolken e.d
Artikel 2:17Kelderingangen e.d
Artikel 2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Artikel 2:20Vallende voorwerpen
Artikel 2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 a Verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer- en verlichting
Artikel 2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel 2:22 a Valschermspringen
Artikel 2:23Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 a Verboden slaapverblijf
Afdeling 7 Evenementen
Artikel 2:24Begripsbepaling
Artikel 2:25Evenementenvergunning
Artikel 2:25 a Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement Artikel 2:25 b Nadere regels, organiseren van een evenement
Artikel 2:26Verboden gedragingen
Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27Begripsbepalingen
Artikel 2:28Exploitatievergunning horecabedrijf
Artikel 2:28 a Weigeringsgronden exploitatievergunning Artikel 2:28 b Vrijstelling vergunningplicht Artikel 2:28 c Vergunning aanvraag en verlening Artikel 2:28 d Vervallen exploitatievergunning Artikel 2:28 e Intrekkingsgronden Artikel 2:28 f Sluiting van horecabedrijven
Artikel 2:29Openings- en sluitingstijden
Artikel 2:30Afwijking openings- en sluitingstijden
Artikel 2:30 a Ontheffing sluitingstijden
Artikel 2:31Verboden gedragingen
Artikel 2:31 a Exploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen exploitant
Artikel 2:32Handel binnen horecabedrijven
Artikel 2:33Het college als bevoegd bestuursorgaan
Artikel 2:34Beperking verstrekking sterke drank
Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35Begripsbepaling
Artikel 2:36Kennisgeving exploitatie
Artikel 2:37Nachtregister
Artikel 2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Afdeling 10 Toezicht op Kansspelen
Artikel 2:39Kansspeelautomaten
Afdeling 10 A Speelautomatenhallen
Artikel 2:40Aanwezigheidsvergunning, tenaamstelling, niet-overdraagbaarheid en overname
Artikel 2:40 a Vergunningplicht speelautomaat Artikel 2:40 b Aanvraag vergunning Artikel 2:40 c Beslistermijn Artikel 2:40 d Wijziging beheerder Artikel 2:40 e Beëindiging exploitatie Artikel 2:40 f Voorschriften Artikel 2:40 g Weigering vergunning Artikel 2:40 h Intrekking vergunning Artikel 2:40 i Gokken op de openbare weg Artikel 2:40 j Sluiting overlastgevende gokpanden
Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel 2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:41 a Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen
Artikel 2:42Plakken en kladden
Artikel 2:43Vervoer plakgereedschap e.d
Artikel 2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel 2:45Betreden van plantsoenen e.d
Artikel 2:46Rijden over bermen e.d
Artikel 2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48Verboden drankgebruik
Artikel 2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen of pleinen
Artikel 2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50 a Overig hinderlijk gedrag
Artikel 2:51Neerzetten van fietsen e.d
Artikel 2:52Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d
Artikel 2:53Bespieden van personen
Artikel 2:54Bewakingsapparatuur
Artikel 2:55Nodeloos alarmeren
Artikel 2:56Alarminstallaties
Artikel 2:57Loslopende honden
Artikel 2:58Verontreiniging door honden
Artikel 2:59Gevaarlijke honden
Artikel 2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 2:61Wilde dieren
Artikel 2:62Loslopend vee
Artikel 2:63Duiven
Artikel 2:64Bijen
Artikel 2:65Bedelarij
Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66Begripsbepaling
Artikel 2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel 2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 2:69Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Artikel 2:70Handel in horecabedrijven
Afdeling 13 Vuurwerk
Artikel 2:71Begripsbepalingen
Artikel 2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
Artikel 2:73Bezigen van consumentenvuurwerk
Afdeling 14 Drugsoverlast
Artikel 2:74Drugshandel op straat
Artikel 2:74aVerzamelingen van personen in verband met drugs
Artikel 2:74bOpenlijk drugsgebruik
Artikel 2:74cWeggooien van spuiten e.d
Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzeggingen
Artikel 2:75Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:76Veiligheidsrisicogebieden
Artikel 2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:77aGebiedsontzeggingen
Artikel 2:77bMosquito
Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Artikel 3l Begripsbepalingen
Artikel 3:2Bevoegd bestuursorgaan
Artikel 3:3Nadere regels
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3:4Seksinrichtingen
Artikel 3:5Gedragseisen exploitant en beheerder
Artikel 3:6Sluitingstijden
Artikel 3:7Sluiting van de seksinrichting
Artikel 3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel 3:9Straatprostitutie
Artikel 3:10Sekswinkels
Artikel 3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d
Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden en intrekkingsgronden
Artikel 3:12Beslissingstermijn
Artikel 3:13Weigeringsgronden
Artikel 3:13 a Intrekkingsgronden
Afdeling 4 Vervallen exploitatievergunning en wijziging beheer
Artikel 3:14Vervallen exploitatievergunning seksinrichting e.a
Artikel 3:15Wijziging beheer
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:1Begripsbepalingen
Artikel 4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
Artikel 4:4Verboden incidentele festiviteiten
Artikel 4:5Onverstrekte muziek
Artikel 4:6Overige geluidhinder
Afdeling 1 a Afvalstoffen
Artikel 4:6 a Begripsomschrijvingen Artikel 4:6 b Beslistermijn Artikel 4:6 c Indiening aanvraag Artikel 4:6 d Voorschriften en beperkingen Artikel 4:6 e Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing Artikel 4:6 f Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing
Afdeling 1 b Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 4:6 g Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars Artikel 4:6 h Afzonderlijke inzameling Artikel 4:6 i Inzamelmiddelen en -voorzieningen Artikel 4:6 j Frequentie van inzamelen Artikel 4:6 k Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning
Afdeling 1 c Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 4:6 l Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Artikel 4:6 mVerbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Artikel 4:6 n Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Artikel 4:6 o Ongeadreseerd reclamedrukwerk Artikel 4:6 p Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Artikel 4:6 q Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen Artikel 4:6 r Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau Artikel 4:6 s Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau Artikel 4:6 t Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel Artikel 4:6 u Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Artikel 4:6 v Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Afdeling 1 d Inzameling van bedrijfsafvalstoffen
Artikel 4:6 w Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst Artikel 4:6 x Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 4:6 y Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst
Afdeling 1 e Zwerfafval
Artikel 4:6 z Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Artikel 4:6 aa Achterlaten van straatafval Artikel 4:6 bb Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Artikel 4:6 cc Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Artikel 4:6 dd Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Artikel 4:6 ee Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Afdeling 1 f Overige onderwerpen die de verordening aangaan
Artikel 4:6 ff Verbod opslag van afvalstoffen Artikel 4:6 gg Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7Straatvegen
Artikel 4:8Natuurlijke behoefte doen
Artikel 4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10Begripsbepalingen
Artikel 4:11Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:11a aanvraag vergunning
Artikel 4:11bWeigeringsgronden
Artikel 4:11cBijzondere vergunningsvoorschriften
Artikel 4:11dHerplant-/instandhoudingsplicht
Artikel 4:11eSchadevergoeding
Artikel 4:12Bestrijding iepziekte
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Artikel 4:14Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd]
Artikel 4:15Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:16Vergunningsplicht lichtreclame
Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17Begripsbepaling
Artikel 4:18Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 4:19Aanwijzing kampeerplaatsen
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling 1 Parkeerexcessen
Artikel 5l Begripsbepalingen
Artikel 5:2Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
Artikel 5:3Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5:4Defecte voertuigen
Artikel 5:5Voertuigwrakken
Artikel 5:6Kampeermiddelen e.a
Artikel 5:7Parkeren van reclamevoertuigen
Artikel 5:8Parkeren van grote voertuigen
Artikel 5:9Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 5:10Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
Artikel 5:11Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 5:12Overlast van fiets of bromfiets
Afdeling 2 Collecteren
Artikel 5:13Inzameling van geld of goederen
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14Begripsbepaling
Artikel 5:15Ventverbod
Artikel 5:16Vrijheid van meningsuiting
Afdeling 4 Standplaatsen
Artikel 5:17Begripsbepaling
Artikel 5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:19Toestemming rechthebbende
Artikel 5:20Afbakeningsbepalingen
Artikel 5:21Aanhoudingsplicht
Artikel 5:21 a Vergunninghouder/Overschrijven standplaats Artikel 5:21 b Standplaatsvrije gebieden Artikel 5:21 c Inneming en ontruiming standplaats
Afdeling 5 Snuffelmarkten
Artikel 5:22Begripsbepaling
Artikel 5:23Organiseren van een snuffelmarkt
Afdeling 6 Openbaar water
Artikel 5:24Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Artikel 5:25Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel 5:26Aanwijzingen ligplaats
Artikel 5:27Verbod innemen ligplaats
Artikel 5:28Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:29Reddingsmiddelen
Artikel 5:29 a Zwemmen
Artikel 5:30Veiligheid op het water
Artikel 5:31Overlast aan vaartuigen
Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:31 a Begripsbepalingen
Artikel 5:32Crossterreinen
Artikel 5:33Beperking verkeer in natuurgebieden
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Afdeling 9 Verstrooiing van as
Artikel 5:35Begripsbepaling
Artikel 5:36Verboden plaatsen
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6l Strafbepaling
Artikel 6:2Toezichthouders
Artikel 6:3Binnentreden woningen
Artikel 6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
Artikel 6:5Overgangsbepaling
Artikel 6:6Citeertitel
Hoofdstuk1Algemene bepalingen
Artikel1:1Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; j. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; k. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.
Artikel1:2Beslistermijn
Artikel1:3Indiening aanvraag
Artikel1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; f. indien de houder dit verzoekt.
Artikel1:7Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel1:8Weigeringsgronden
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b.de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.
Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling1Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden
Afdeling2Betoging e.a.
Artikel2:2Optochten
[vervallen]
Artikel2:3Kennisgeving betogingen e.a. op openbare plaatsen
Artikel2:4Afwijking termijn
[gereserveerd]
Artikel2:5Te verstrekken gegevens
[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3] Afdeling3Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel2.6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Afdeling4Vertoningen e.d. op de weg
Artikel2:7Feest, muziek en wedstrijd e.d
[gereserveerd]
Artikel2:8Dienstverlening
[gereserveerd]
Artikel2:9Straatartiest en straatmuzikant
3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Afdeling5Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel2:10Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Artikel2:11(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.
Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg
Afdeling6Veiligheid op de weg
Artikel2:13Veroorzaken van gladheid
[gereserveerd]
Artikel2:14Winkelwagentjes
Artikel2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel2:16Openen straatkolken e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel2:17Kelderingangen e.d
[gereserveerd]
Artikel2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
[gereserveerd]
Artikel2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
[gereserveerd]
Artikel2:20Vallende voorwerpen
[gereserveerd]
Artikel2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel2:21aVerwijdering ed. van voorzieningen voor verkeer- en verlichting
Artikel2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel2:22aValschermspringen
Artikel2:23Veiligheid op het ijs
1.Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Artikel2:23aVerboden slaapverblijf
Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden Afdeling7Evenementen
Artikel2:24Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
1.
Evenement: een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en activiteiten als bedoeld in afdeling 10 van deze verordening (Speelgelegenheden/automatenhallen); d. het organiseren van een verrichting van vermaak in een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, dat beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28, dan wel in een van vergunningplicht vrijgesteld horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28b, mits deze verrichting van vermaak behoort tot de bij deze vergunning toegestane vorm van exploitatie respectievelijk de gebruikelijke exploitatiewijze; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest/straatmuzikant) van deze verordening.
Artikel2:25Evenementenvergunning
Artikel2:25aVrijstelling vergunningplicht, melding evenement
Artikel2:25bNadere regels, organiseren van een evenement
Het college kan in het belang van de veiligheid, volksgezondheid en het milieu, nadere regels vaststellen met betrekking tot het organiseren en het veilige verloop van een evenement.
Artikel2:26Verboden gedragingen
Afdeling8Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel2:27Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Artikel2:28Exploitatievergunning horecabedrijf
Artikel2:28aWeigeringsgronden exploitatievergunning
Artikel2:28bVrijstelling vergunningplicht
Vrijgesteld van exploitatievergunningsplicht zijn horecabedrijven of -activiteiten in of behorend bij:
Artikel2:28cVergunning aanvraag en verlening
Artikel2:28dVervallen exploitatievergunning
De exploitatievergunning vervalt van rechtswege: a. Bij het van kracht worden van een verleende nieuwe vergunning ten behoeve van de overname of nieuwe vestiging van een horecabedrijf; b. indien (één van) de exploitant(en), zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert; c. indien de ondernemingsvorm wijzigt; d. indien binnen zes maanden na de datum van het verlenen van een exploitatievergunning niet is gestart met de (aangevraagde) exploitatie van het horecabedrijf; e. indien de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken; f. indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
Artikel2:28eIntrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen: a. indien een exploitant of houder van het horecabedrijf de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt; b. indien aannemelijk is, dat een exploitant of houder van het horecabedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf; c. indien een exploitant of houder van het horecabedrijf toestaat dan wel gedoogt, dat in het horecabedrijf strafbare en/of beboetbare feiten worden gepleegd; d. indien een exploitant of houder van het horecabedrijf zich schuldig maakt aan discriminatie; e. indien zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het horecabedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf; f. indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b en artikel 2:31 gestelde eisen.
Artikel2:28fSluiting van horecabedrijven
Artikel2:29Openings- en sluitingstijden
Artikel2:30Afwijking openings- en sluitingstijden
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, volksgezondheid en/of de woon- en leefsituatie, of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven al dan niet tijdelijk andere openings- en/of sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Artikel2:30aOntheffing sluitingstijden
Artikel2:31Verboden gedragingen
Artikel2:31aExploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen exploitant
Artikel2:32Handel binnen horecabedrijven
Het is de exploitant(en) en houder(s) van een horecabedrijf verboden toe te staan dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in het horecabedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel2:33Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel2:34Beperking verstrekking sterke drank
Afdeling9Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel2:35Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. b. houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de feitelijke leiding heeft.
Artikel2:36Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel2:37Nachtregister
[gereserveerd]
Artikel2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling10Toezicht op Kansspelen
Artikel2:39Kansspeelautomaten
1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000 (Stb.2000, 223); c. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet; d. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet; e. hoogdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet; f. laagdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet; g. aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet; h. ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een speelautomatenhal, een hoogdrempelige inrichting of een laagdrempelige inrichting exploiteert en de wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon; i. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; j. beheerder: degene die belast is met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; k. exploitant: degene die ingevolge de vergunning, verleend door de Minister van Economische Zaken, bedoeld in artikel 30h van de wet, speelautomaten exploiteert.
Artikel2:40Aanwezigheidsvergunning, tenaamstelling, niet-overdraagbaarheid en overname
Afdeling10ASpeelautomatenballen
Artikel2:40aVergunningplicht speelautomatenhal
Artikel2:40bAanvraag vergunning
Artikel2:40cBeslistermijn
2.De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.
Artikel2:40dWijziging beheerder
Indien een overeenkomstig artikel 2:40 b lid 4, in de vergunning vermelde beheerder dehoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer dit onverwijld te melden aan deburgemeester.
Artikel2:40eBeeindiging exploitatie
De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal vervalt van rechtswege:
Artikel2:40fVoorschriften
De door de burgemeester aan de vergunning te verbinden voorschriften hebben in elk geval betrekking op: a. de sluitingstijden van de speelautomatenhal; b. het toezicht in de speelautomatenhal; c. het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van d. de speelautomaten; e. de exploitatie van de hal. f. het oppervlak van de speelautomatenhal; g. informatie inzake gokverslaving.
Artikel2:40gWeigering vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning:
Artikel2:40hIntrekking vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken:
Artikel2:40iGokken op de openbare weg
Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze om geld of geldwaarde te spelen.
Artikel2:40jSluiting overlastgevende gokpanden
Afdeling11Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel2:41aSluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen
Artikel2:42Plakken en kladden
Artikel2:43Vervoer plakgereedschap e.d
Artikel2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel2:45Betreden van plantsoenen e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.
Artikel2:46Rijden over bermen e.d
Artikel2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel2:48Verboden drankgebruik
Artikel2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen of pleinen
Artikel2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel2:50aOverig hinderlijk gedrag
Artikel2:51Neerzetten van fietsen e.d
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; b. daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel2:52Òverlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d
Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel2:53Bespieden van personen
Artikel2:54Bewakingsapparatuur
[gereserveerd]
Artikel2:55Nodeloos alarmeren
[gereserveerd]
Artikel2:56Alarminstallaties
[gereserveerd]
Artikel2:57Loslopende honden
Artikel2:58Verontreiniging door honden
Artikel2:59Gevaarlijke honden
Artikel2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel2:61Wilde dieren
[gereserveerd]
Artikel2:62Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel2:63Duiven
[gereserveerd]
Artikel2:64Bijen
[gereserveerd]
Artikel2:65Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden of op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Afdeling12Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel2:66Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
Artikel2:69Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
[gereserveerd]
Artikel2:70Handel in horecabedrijven
(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder artikel 2:32).
Afdeling 13 VUURWERK
Artikel2:71Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
Artikel2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
[vervallen]
Artikel2:73Bezigen van consumentenvuurwerk
Artikel2:73aBezigen van carbid
2.Het is verboden materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het bezigen van carbid.
Afdeling14Drugsoverlast
Artikel2:74Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de openbare weg met de daarin gelegen portieken, galerijen, arcaden of nissen post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan openbare wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of aan te nemen of daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel2:74aVerzamelingen van personen in verband met drugs
Artikel2:74bOpenlijk gebruik
[vervallen]
Artikel2:74cWeggooien van spuiten e.d
Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten, indien redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zulks geschiedt om afstand van het voorwerp te doen.
Afdeling15Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel2:75Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:21 a, 2:26 lid 3 onder e, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:50 a en 2:73 van de Algemene Plaatselijke Verordening overtreden.
Artikel2:76Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van (vaste) camera's voor de maximale duur van 3 jaar ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel2:77aGebiedsontzeggingen
Artikel2:77bMosquito
[gereserveerd] Hoofdstuk3Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Afdeling1Begripsbepalingen
Artikel3:1Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
A.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
B.prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
C.seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
D.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersonen die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
E. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
F.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
G.beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;
H.bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
Artikel3:2Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel3:3Nadere regels
Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Afdeling2Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel3:4Vergunningplicht
Artikel3:5Gedrageisen exploitant en beheerder
1.De exploitant en de beheerder: a. Staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. en hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Artikel3:6Sluitingstijden
Artikel3:7Sluiting van de seksinrichting
Artikel3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel3:9Straatprostitutie
Artikel3:10Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografishe goederen, afbeeldingen en dergelijke
Afdeling3Bslissingstermijn, weigeringsgronden en intrekkingsgronden
Artikel3:12Beslissingstermijn
Artikel3:12aGeldigheid vergunning
Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft een geldigheidsduur van drie jaar.
Artikel3:13Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Artikel3:13aIntrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan het bevoegd bestuursorgaan de vergunning intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen: de ingevolge artikel 3:4, tweede lid, onder a in de vergunning vermelde exploitant niet feitelijk de exploitatie voert; de exploitant of beheerder bepalingen in deze paragraaf, de nadere regels bedoeld in artikel 3:3 dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt; in de seksinrichting een minderjarige prostituee wordt aangetroffen; in de seksinrichting een prostituee zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel wordt aangetroffen; een escortbedrijf werkzaamheden laat verrichten door een minderjarige prostituee of een prostituee zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel; er door de exploitant of beheerder onvoldoende maatregelen zijn getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting werkzame personen, alsmede ter bescherming van de volksgezondheid; aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de seksinrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat; de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksinrichting strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit de seksinrichting of bij de uitoefening van het anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de seksinrichting of het escortbedrijf.
Afdeling4Vervallen exploitatievergunning en wijziging beheer
Artikel3:14Vervallen exploitatievergunning seksinrichting e.a
De vergunning voor het exploiteren van de seksinrichting of het escortbedrijf vervalt van rechtswege:
Bij het van kracht worden van een verleende nieuwe vergunning ten behoeve van de overname of nieuwe vestiging van een seksinrichting of escortbedrijf; indien (één van) de exploitant(en), zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert; indien de ondernemingsvorm wijzigt; indien binnen 6 maanden na de datum van het verlenen van een exploitatievergunning niet is gestart met de (aangevraagde) exploitatie; indien de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken; indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
Artikel3:15Wijziging beheer
Hoofdstuk4Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling1Geluidhinderen en verlichting
Artikel4:1Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
Inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal Inrichtingen.
Artikel4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor ten hoogste twaalf door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113 eerste lid van het Besluit geldt niet voor ten hoogste twaalf door het college per kalenderjaar aan te wijzen dagen of dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.
Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
Artikel4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.
De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, toestaat.
Artikel4:4Verboden incidentele festiviteiten
[vervallen]
Artikel4:5Onversterkte muziek
[gereserveerd]
Artikel4:6Overige geluidhinder
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling1aAfvalstoffen
Artikel4:6aBegripsbepalingen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6bBeslistermijn
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6cIndiening aanvraag
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6dVoorschriften en beperkingen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6ePersoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6fIntrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing
[Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling1bInzameling van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel4:6gAanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6hAfzonderlijke inzameling
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6iInzamelmiddelen en -voorzieningen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6jFrequentie van inzamelen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6kInzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning
[Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling1cTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel4:61lVerbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalsoffen aan anderen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6mVerbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6nAfzonderlijk ter inzameling aanbieden
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6oOngeadresseerd reclamedrukwerk
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6pTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6qTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6rTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6sTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6tTer inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6uDagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6vHet in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
[Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling1dInzameling van bedrijfsafvalstoffen
Artikel4:6wInzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6xTer inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst
[Vervallen per 25 juli 2013]
Artikel4:6yHet ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst
[Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling1eZwerfafval
Artikel4:6zVoorkomen van diffuse milieuverontreiniging
[Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6aaAchterlaten van straatafval [Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6bbVoorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen [Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6ccAfvalbakken in inrichtngen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren [Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6ddWegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal [Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6eeZwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden [Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling1fOverige onderwerpen die de verordening aangaan Artikel4:6ffVerbod opslag van afvalstoffen [Vervallen per 25 juli 2013] Artikel4:6ggAfgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden [Vervallen per 25 juli 2013] Afdeling2Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel4:7Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel4:8Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Afdeling3Het bewaren van houtopstanden
Artikel4:10Begripsbepalingen
[vervallen]
Artikel4:11aAanvraag vergunning
[vervallen]
Artikel4:11bWeigeringsgronden
[vervallen]
Artikel4:11cBijzondere vergunningsvoorschriften
[vervallen]
Artikel4:11dHerplant-/-instandhoudingsplicht
[vervallen]
Artikel4:11eSchadevergoeding
[vervallen]
Artikel4:12Bestrijding iepziekte
[vervallen] Afdeling4Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel4:13Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening.
Artikel4:14Stankoverlast door gebruik van meststoffen
[gereserveerd]
Artikel4:15Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.
Het verbod geldt niet voor onverlichte: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de verkeersveiligheid; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland; b. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel4:16Vergunningsplicht lichtreclame
[gereserveerd] Afdeling5Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel4:17Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel4:18Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.