Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Schiedam houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid APV Schiedam 2013 (Schiedam)
Waar gaat deze regeling over?
Deze verordening regelt de openbare orde en veiligheid in de gemeente Schiedam en bevat regels over onder andere gedrag op openbare plaatsen, evenementen, horeca, milieu en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het doel is om een leefbare en veilige omgeving te waarborgen voor alle inwoners.
Voor wie: Inwoners, bezoekers en bedrijven binnen de gemeente Schiedam; Organisatoren van evenementen, exploitanten van horeca en seksinrichtingen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 420
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Gedrag op openbare plaatsen, zoals samenscholing, betogingen en het verspreiden van gedrukte stukken.
- De organisatie van evenementen en de exploitatie van horecabedrijven en seksinrichtingen.
- Maatregelen tegen overlast, baldadigheid, heling en drugsoverlast.
- Regels voor de bescherming van het milieu, zoals afvalinzameling, geluidhinder en het vellen van houtopstanden.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners, bezoekers en bedrijven binnen de gemeente Schiedam.
- Organisatoren van evenementen, exploitanten van horeca en seksinrichtingen.
Wat zijn de kernpunten?
- Voor veel activiteiten, zoals evenementen of het exploiteren van een horecabedrijf, is een vergunning of ontheffing nodig.
- Er zijn specifieke regels voor het tegengaan van overlast, zoals verboden drankgebruik op bepaalde plaatsen en het voorkomen van zwerfafval.
- De verordening bevat bepalingen over de inzameling van huishoudelijk en bedrijfsafval, inclusief dagen en tijden voor het aanbieden.
- Er zijn regels voor het parkeren van voertuigen en het plaatsen van voorwerpen op de openbare weg om de bruikbaarheid en het aanzien te bewaren.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (420)
- Artikel 1:1
- Artikel 1:2
- Artikel 1:3
- Artikel 1:4
- Artikel 1:5
- Artikel 1:6
- Artikel 1:7
- Artikel 1:8
- Artikel 1:9
- Artikel 2
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3
- Artikel 2:4
- Artikel 2:5
- Artikel 2:6
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16
- Artikel 2:17
- Artikel 2:18
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:40k
- Artikel 2:40l
- Artikel 2:40m
- Artikel 2:40n
- Artikel 2:40o
- Artikel 2:40p
- Artikel 2:40q
- Artikel 2:40r
- Artikel 2:40s
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:69
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a
- Artikel 2:74b
- Artikel 2:74c
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:77a
- Artikel 2:77b
- Artikel 3
- Artikel 3:2
- Artikel 3:3
- Artikel 3:4
- Artikel 3:5
- Artikel 3:6
- Artikel 3:7
- Artikel 3:8
- Artikel 3:9
- Artikel 3:10
- Artikel 3:11
- Artikel 3:12
- Artikel 3:13
- Artikel 3:14
- Artikel 3:15
- Artikel 4:1
- Artikel 4:2
- Artikel 4:3
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5
- Artikel 4:6
- Artikel 4:7
- Artikel 4:8
- Artikel 4:9
- Artikel 4:10
- Artikel 4:11
- Artikel 4:11b
- Artikel 4:11c
- Artikel 4:11d
- Artikel 4:11e
- Artikel 4:12
- Artikel 4:13
- Artikel 4:14
- Artikel 4:15
- Artikel 4:16
- Artikel 4:17
- Artikel 4:18
- Artikel 4:19
- Artikel 5
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11
- Artikel 5:12
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:15
- Artikel 5:16
- Artikel 5:17
- Artikel 5:18
- Artikel 5:19
- Artikel 5:20
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:26
- Artikel 5:27
- Artikel 5:28
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30
- Artikel 5:31
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:34
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 6
- Artikel 6:2
- Artikel 6:3
- Artikel 6:4
- Artikel 6:5
- Artikel 6:6
- Artikel1:1
- Artikel1:2
- Artikel1:3
- Artikel1:4
- Artikel1:5
- Artikel1:6
- Artikel1:7
- Artikel1:8
- Artikel2:1
- Artikel2:2
- Artikel2:3
- Artikel2:4
- Artikel2:5
- Artikel2.6
- Artikel2:7
- Artikel2:8
- Artikel2:9
- Artikel2:10
- Artikel2:12
- Artikel2:13
- Artikel2:14
- Artikel2:15
- Artikel2:16
- Artikel2:17
- Artikel2:18
- Artikel2:19
- Artikel2:20
- Artikel2:21
- Artikel2:21a
- Artikel2:22
- Artikel2:22a
- Artikel2:23
- Artikel2:23a
- Artikel2:24
- Artikel2:25
- Artikel2:25a
- Artikel2:25b
- Artikel2:26
- Artikel2:27
- Artikel2:28
- Artikel2:28a
- Artikel2:28b
- Artikel2:28c
- Artikel2:28d
- Artikel2:28e
- Artikel2:28f
- Artikel2:29
- Artikel2:30
- Artikel2:30a
- Artikel2:31
- Artikel2:31a
- Artikel2:32
- Artikel2:33
- Artikel2:34
- Artikel2:34a
- Artikel2:35
- Artikel2:36
- Artikel2:37
- Artikel2:38
- Artikel2:39
- Artikel2:40
- Artikel2:40a
- Artikel2:40b
- Artikel2:40c
- Artikel2:40d
- Artikel2:40e
- Artikel2:40f
- Artikel2:40g
- Artikel2:40h
- Artikel2:40i
- Artikel2:40j
- Artikel2:40k
- Artikel2:40l
- Artikel2:40m
- Artikel2:40n
- Artikel2:40o
- Artikel2:40p
- Artikel2:40q
- Artikel2:40r
- Artikel2:40s
- Artikel2:41
- Artikel2:41a
- Artikel2:42
- Artikel2:43
- Artikel2:44
- Artikel2:44a
- Artikel2:45
- Artikel2:46
- Artikel2:47
- Artikel2:48
- Artikel2:49
- Artikel2:50
- Artikel2:50a
- Artikel2:51
- Artikel2:52
- Artikel2:53
- Artikel2:54
- Artikel2:55
- Artikel2:56
- Artikel2:57
- Artikel2:58
- Artikel2:59
- Artikel2:60
- Artikel2:61
- Artikel2:62
- Artikel2:63
- Artikel2:64
- Artikel2:65
- Artikel2:66
- Artikel2:67
- Artikel2:68
- Artikel2:69
- Artikel2:70
- Artikel2:71
- Artikel2:72
- Artikel2:73
- Artikel2:73a
- Artikel2:74
- Artikel2:74a
- Artikel2:74b
- Artikel2:74c
- Artikel2:75
- Artikel2:76
- Artikel2:77
- Artikel2:77a
- Artikel2:77b
- Artikel3:1
- Artikel3:2
- Artikel3:3
- Artikel3:4
- Artikel3:5
- Artikel3:6
- Artikel3:70
- Artikel3:8
- Artikel3:9
- Artikel3:10
- Artikel3:11
- Artikel3:11a
- Artikel3:12
- Artikel3:13
- Artikel3:14
- Artikel3:15
- Artikel3:16
- Artikel3:17
- Artikel3:18
- Artikel3:19
- Artikel4:1
- Artikel4:2
- Artikel4:3
- Artikel4:4
- Artikel4:5
- Artikel4:6
- Artikel4:7
- Artikel4:8
- Artikel4:9
- Artikel4:13
- Artikel4:14
- Artikel4:15
- Artikel4:16
- Artikel4:17
- Artikel4:18
- Artikel4:19
- Artikel5:1
- Artikel5:2
- Artikel5:3
- Artikel5:4
- Artikel5:5
- Artikel5:6
- Artikel5:7
- Artikel5:8
- Artikel5:9
- Artikel5:10
- Artikel5:11
- Artikel5:12
- Artikel5:13
- Artikel5:14
- Artikel5:15
- Artikel5:16
- Artikel5:17
- Artikel5:18
- Artikel5:19
- Artikel5:20
- Artikel5:21
- Artikel5:21a
- Artikel5:21b
- Artikel5:21c
- Artikel5:22
- Artikel5:23
- Artikel5:24
- Artikel5:25
- Artikel5:26
- Artikel5:27
- Artikel5:28
- Artikel5:29
- Artikel5:29a
- Artikel5:30
- Artikel5:31
- Artikel5:32
- Artikel5:33
- Artikel5:34
- Artikel5:35
- Artikel5:36
- Artikel6:1
- Artikel6:2
- Artikel6:3
- Artikel6:4
- Artikel6:5
- Artikel6:6
- Artikel 1.3
- Artikel 2:1
- Artikel 2.5.19
- Artikel 2:28a
- Artikel 2:28b
- Artikel 2:28c
- Artikel 2:28d
- Artikel 2:28e
- Artikel 2:28f
- Artikel 2:30a
- Artikel 2:31a
- Artikel 438
- Artikel 2:41a
- Artikel 138
- Artikel 2:73a
- Artikel 3:1
- Artikel 3:11a
- Artikel 3:16
- Artikel 3:17
- Artikel 3:18
- Artikel 3:19
- Artikel 5:1
- Artikel 7
- Artikel 42
- Artikel 10.2
- Artikel 5:37
- Artikel 6:1
- Artikel 6.2
- Artikel 6.3
- Artikel 6.4
- Artikel 6.5
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1Begripsbepalingen
Artikel 1:2Beslistermijn
Artikel 1:3Indiening aanvraag
Artikel 1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:7Termijnen
Artikel 1:8Weigeringsgronden
Artikel 1:9Lex Silencio Positivo
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2l Samenscholing en ongeregeldheden
Afdeling 2 Betoging e.a.
Artikel 2:2Optochten
Artikel 2:3Kennisgeving betogingen e.a. op openbare plaatsen
Artikel 2:4Afwijking termijn
Artikel 2:5Te verstrekken gegevens
Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel 2:6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
afbeeldingen
Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg
Artikel 2:7Feest, muziek en wedstrijd e.d
Artikel 2:8Dienstverlening
Artikel 2:9Straatartiest e.d
Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel 2:10Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
publieke functie ervan
Artikel 2:11(Omgevings-) vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
veranderen van een weg
Artikel 2:12Maken, veranderen van een uitweg
Afdeling 6 Veiligheid op de weg
Artikel 2:13Veroorzaken van gladheid
Artikel 2:14Winkelwagentjes
Artikel 2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:16Openen straatkolken e.d
Artikel 2:17Kelderingangen e.d
Artikel 2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Artikel 2:20Vallende voorwerpen
Artikel 2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 a Verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer- en verlichting
Artikel 2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel 2:22 a Valschermspringen
Artikel 2:23Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 a Verboden slaapverblijf
Afdeling 7 Evenementen
Artikel 2:24Begripsbepaling
Artikel 2:25Evenementenvergunning
Artikel 2:25 a Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement Artikel 2:25 b Nadere regels, organiseren van een evenement
Artikel 2:26Verboden gedragingen
Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27Begripsbepalingen
Artikel 2:28Exploitatievergunning horecabedrijf
Artikel 2:28 a Weigeringsgronden exploitatievergunning Artikel 2:28 b Vrijstelling vergunningplicht Artikel 2:28 c Vergunning aanvraag en verlening Artikel 2:28 d Vervallen exploitatievergunning Artikel 2:28 e Schorsing, intrekking en wijziging van een exploitatievergunning Artikel 2:28 f Sluiting van horecabedrijven
Artikel 2:29Openings- en sluitingstijden
Artikel 2:30Afwijking openings- en sluitingstijden
Artikel 2:30 a Ontheffing sluitingstijden
Artikel 2:31Verboden gedragingen
Artikel 2:31 a Exploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen exploitant
Artikel 2:32Handel binnen horecabedrijven
Artikel 2:33Het college als bevoegd bestuursorgaan
Artikel 2:34Beperking verstrekking sterke drank
Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35Begripsbepaling
Artikel 2:36Kennisgeving exploitatie
Artikel 2:37Nachtregister
Artikel 2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Afdeling 10 Toezicht op Kansspelen
Artikel 2:39Kansspeelautomaten
Afdeling 10 A Speelautomatenhallen
Artikel 2:40Begripsbepalingen
Artikel 2:40 a Vergunningplicht speelautomaat Artikel 2:40 b Aanvraag vergunning Artikel 2:40 c Beslistermijn Artikel 2:40 d Wijziging beheerder Artikel 2:40 e Intrekking en wijziging vergunning Artikel 2:40 f Voorschriften Artikel 2:40 g Weigering vergunning Artikel 2:40 h Schorsing, intrekking en wijziging van een vergunning Artikel 2:40 i Gokken op de openbare weg Artikel 2:40 j Sluiting overlastgevende gokpanden
Afdeling 10b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide
ondernemersklimaat
Artikel 2:40kBegripsbepalingen
Artikel 2:40lAanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of
bedrijfsmatige activiteiten
Artikel 2:40mVergunning uitoefening bedrijf
Artikel 2:40nVergunningaanvraag
Artikel 2:40oIntrekking en wijziging van een vergunning
Artikel 2:40pSluiting bedrijf
Artikel 2:40qGeboden en verboden exploitant
Artikel 2:40rUitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande
gevallen
Artikel 2:40sPositieve beschikking bij niet tijdig beslissen
Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel 2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:41 a Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen
Artikel 2:42Plakken en kladden
Artikel 2:43Vervoer plakgereedschap e.d
Artikel 2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel 2:44aVerbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen
Artikel 2:45Betreden van plantsoenen e.d
Artikel 2:46Rijden over bermen e.d
Artikel 2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48Verboden drankgebruik
Artikel 2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen of pleinen
Artikel 2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50 a Overig hinderlijk gedrag
Artikel 2:51Neerzetten van fietsen e.d
Artikel 2:52Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d
Artikel 2:53Bespieden van personen
Artikel 2:54Bewakingsapparatuur
Artikel 2:55Nodeloos alarmeren
Artikel 2:56Alarminstallaties
Artikel 2:57Loslopende honden
Artikel 2:58Verontreiniging door honden
Artikel 2:59Gevaarlijke honden
Artikel 2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 2:61Wilde dieren
Artikel 2:62Loslopend vee
Artikel 2:63Duiven
Artikel 2:64Bijen
Artikel 2:65Bedelarij
Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66Begripsbepaling
Artikel 2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel 2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
Strafrecht
Artikel 2:69Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Artikel 2:70Handel in horecabedrijven
Afdeling 13 Vuurwerk
Artikel 2:71Begripsbepalingen
Artikel 2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
verkoopdagen.
Artikel 2:73Bezigen van consumentenvuurwerk
Afdeling 14 Drugsoverlast
Artikel 2:74Drugshandel op straat
Artikel 2:74aVerzamelingen van personen in verband met drugs
Artikel 2:74bOpenlijk drugsgebruik
Artikel 2:74cWeggooien van spuiten e.d
Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden,
cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzeggingen
Artikel 2:75Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:76Veiligheidsrisicogebieden
Artikel 2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:77aGebiedsontzeggingen
Artikel 2:77bMosquito
Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Artikel 3l Begripsbepalingen
Artikel 3:2Bevoegd bestuursorgaan
Artikel 3:3Nadere regels
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3:4Seksinrichtingen
Artikel 3:5Gedragseisen exploitant en beheerder
Artikel 3:6Sluitingstijden
Artikel 3:7Sluiting van de seksinrichting
Artikel 3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel 3:9Straatprostitutie
Artikel 3:10Sekswinkels
Artikel 3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.
Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden en intrekkingsgronden
Artikel 3:12Beslissingstermijn
Artikel 3:13Weigeringsgronden
Artikel 3:13 a Intrekkingsgronden
Afdeling 4 Vervallen exploitatievergunning en wijziging beheer
Artikel 3:14Vervallen exploitatievergunning seksinrichting e.a
Artikel 3:15Wijziging beheer
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:1Begripsbepalingen
Artikel 4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
Artikel 4:4Verboden incidentele festiviteiten
Artikel 4:5Onversterkte muziek
Artikel 4:6Overige geluidhinder
Afdeling 1 a Afvalstoffen
Artikel 4:6 a Begripsomschrijvingen Artikel 4:6 b Beslistermijn Artikel 4:6 c Indiening aanvraag Artikel 4:6 d Voorschriften en beperkingen Artikel 4:6 e Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing Artikel 4:6 f Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing
Afdeling 1 b Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 4:6 g Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars Artikel 4:6 h Afzonderlijke inzameling Artikel 4:6 i Inzamelmiddelen en -voorzieningen Artikel 4:6 j Frequentie van inzamelen Artikel 4:6 k Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning
Afdeling 1 c Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 4:6 l Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Artikel 4:6 mVerbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Artikel 4:6 n Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Artikel 4:6 o Ongeadreseerd reclamedrukwerk Artikel 4:6 p Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Artikel 4:6 q Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen Artikel 4:6 r Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau Artikel 4:6 s Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau Artikel 4:6 t Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel Artikel 4:6 u Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Artikel 4:6 v Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Afdeling 1 d Inzameling van bedrijfsafvalstoffen
Artikel 4:6 w Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst Artikel 4:6 x Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 4:6 y Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst
Afdeling 1 e Zwerfafval
Artikel 4:6 z Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Artikel 4:6 aa Achterlaten van straatafval Artikel 4:6 bb Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Artikel 4:6 cc Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Artikel 4:6 dd Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Artikel 4:6 ee Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Afdeling 1 f Overige onderwerpen die de verordening aangaan
Artikel 4:6 ff Verbod opslag van afvalstoffen Artikel 4:6 gg Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7Straatvegen
Artikel 4:8Natuurlijke behoefte doen
Artikel 4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
putten buiten gebouwen
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10Begripsbepalingen
Artikel 4:11Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:11a aanvraag vergunning
Artikel 4:11bWeigeringsgronden
Artikel 4:11cBijzondere vergunningsvoorschriften
Artikel 4:11dHerplant-/instandhoudingsplicht
Artikel 4:11eSchadevergoeding
Artikel 4:12Bestrijding iepziekte
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Artikel 4:14Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd]
Artikel 4:15Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:16Vergunningsplicht lichtreclame
Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17Begripsbepaling
Artikel 4:18Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 4:19Aanwijzing kampeerplaatsen
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
gemeente
Afdeling 1 Parkeerexcessen
Artikel 5l Begripsbepalingen
Artikel 5:2Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
Artikel 5:3Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5:4Defecte voertuigen
Artikel 5:5Voertuigwrakken
Artikel 5:6Kampeermiddelen e.a
Artikel 5:7Parkeren van reclamevoertuigen
Artikel 5:8Parkeren van grote voertuigen
Artikel 5:9Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 5:10Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
Artikel 5:11Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 5:12Overlast van fiets of bromfiets
Afdeling 2 Collecteren
Artikel 5:13Inzameling van geld of goederen
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14Begripsbepaling
Artikel 5:15Ventverbod
Artikel 5:16Vrijheid van meningsuiting
Afdeling 4 Standplaatsen
Artikel 5:17Begripsbepaling
Artikel 5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:19Toestemming rechthebbende
Artikel 5:20Afbakeningsbepalingen
Artikel 5:21Aanhoudingsplicht
Artikel 5:21 a Vergunninghouder/Overschrijven standplaats Artikel 5:21 b Standplaatsvrije gebieden Artikel 5:21 c Inneming en ontruiming standplaats
Afdeling 5 Snuffelmarkten
Artikel 5:22Begripsbepaling
Artikel 5:23Organiseren van een snuffelmarkt
Afdeling 6 Openbaar water
Artikel 5:24Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Artikel 5:25Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel 5:26Aanwijzingen ligplaats
Artikel 5:27Verbod innemen ligplaats
Artikel 5:28Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:29Reddingsmiddelen
Artikel 5:29 a Zwemmen
Artikel 5:30Veiligheid op het water
Artikel 5:31Overlast aan vaartuigen
Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
natuurgebieden Artikel 5:31 a Begripsbepalingen
Artikel 5:32Crossterreinen
Artikel 5:33Beperking verkeer in natuurgebieden
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
anderszins vuur te stoken
Afdeling 9 Verstrooiing van as
Artikel 5:35Begripsbepaling
Artikel 5:36Verboden plaatsen
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6l Strafbepaling
Artikel 6:2Toezichthouders
Artikel 6:3Binnentreden woningen
Artikel 6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
Artikel 6:5Overgangsbepaling
Artikel 6:6Citeertitel
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 De raad van de gemeente Schiedam gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 08-01-2013 (kenmerk:
12INT00634), betreffende het vaststellen van:
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 gelet op de Gemeentewet artikel 149; gelezen het advies van de raadcommissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer d.d. 21-01-2013, besluit de:
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 vast te stellen:
Hoofdstuk1Algemene bepalingen
Artikel1:1Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; j. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; k. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.
Artikel1:2Beslistermijn
3.In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:15.
Artikel1:3Indiening aanvraag
Artikel1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; f. indien de houder dit verzoekt.
Artikel1:7Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel1:8Weigeringsgronden
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b.de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.
Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling1Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden
Afdeling2Betoging e.a.
Artikel2:2Optochten
[vervallen]
Artikel2:3Kennisgeving betogingen e.a. op openbare plaatsen
Artikel2:4Afwijking termijn
[gereserveerd]
Artikel2:5Te verstrekken gegevens
[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3] Afdeling3Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel2.6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Afdeling4Vertoningen e.d. op de weg
Artikel2:7Feest, muziek en wedstrijd e.d
[gereserveerd]
Artikel2:8Dienstverlening
[gereserveerd]
Artikel2:9Straatartiest en straatmuzikant
3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Afdeling5Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel2:10Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
publieke functie ervan 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien het voorwerp of beoogde gebruik: a. door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; d. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
4.In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezageen omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k,van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel2:11(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend:
2.De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.
3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
4.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg
3.Van de melding wordt kennis gegeven op de door het gemeentebestuur vastgestelde wijze.
Afdeling6Veiligheid op de weg
Artikel2:13Veroorzaken van gladheid
[gereserveerd]
Artikel2:14Winkelwagentjes
Artikel2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel2:16Openen straatkolken e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel2:17Kelderingangen e.d
[gereserveerd]
Artikel2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
[gereserveerd]
Artikel2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
[gereserveerd]
Artikel2:20Vallende voorwerpen
[gereserveerd]
Artikel2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel2:21aVerwijdering ed. van voorzieningen voor verkeer- en
verlichting 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.
Artikel2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel2:22aValschermspringen
Artikel2:23Veiligheid op het ijs
1.Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Artikel2:23aVerboden slaapverblijf
Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden Afdeling7Evenementen
Artikel2:24Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
1.
Evenement: een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en activiteiten als bedoeld in afdeling 10 van deze verordening (Speelgelegenheden/automatenhallen); d. het organiseren van een verrichting van vermaak in een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, dat beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28, dan wel in een van vergunningplicht vrijgesteld horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28b, mits deze verrichting van vermaak behoort tot de bij deze vergunning toegestane vorm van exploitatie respectievelijk de gebruikelijke exploitatiewijze; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9(straatartiest/straatmuzikant) van deze verordening.
Artikel2:25Evenementenvergunning
Artikel2:25aVrijstelling vergunningplicht, melding evenement
Artikel2:25bNadere regels, organiseren van een evenement
Het college kan in het belang van de veiligheid, volksgezondheid en het milieu, nadere regels vaststellen met betrekking tot het organiseren en het veilige verloop van een evenement.
Artikel2:26Verboden gedragingen
Afdeling8Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel2:27Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. De volgende bedrijfsvormen vallen in ieder geval onder de definitie van een horecabedrijf: een restaurant, bar/café, discotheek, koffiehuis, coffeeshop, hotel, pension, zalen/partycentrum, cafetaria, ijssalon, snackbar, grillroom, wijkcentrum/buurthuis, clubhuis, kantine, lunchroom, afhaalcentrum, bezorgdienst en broodjeszaak. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij een horecabedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.
Restaurant: een horecabedrijf primair gericht op verstrekking van driecomponentenmaaltijden.
Coffeeshop: een horecabedrijf primair gericht op verstrekking van cannabisproducten.
Terras: een buiten de besloten ruimte liggend gedeelte van een horecabedrijf, waar sta- en/of zitgelegenheid wordt geboden om tegen vergoeding dranken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse te nuttigen.
Terrasmeubilair: alle attributen die in de openbare ruimte worden geplaatst ten behoeve van de exploitatie van het terras, waaronder in ieder geval: stoelen, krukken, banken, tafels, statafels, tonnen, parasols, terrasafscherming zoals schermen, hekwerk en plantenbakken, staande asbakken, menuborden, uitklapborden, overig reclame- en displaymateriaal, vrijstaande terrasverwarming Exploitant van het horecabedrijf: de natuurlijke persoon of personen voor wiens rekening en verantwoordelijkheid een horecabedrijf wordt geëxploiteerd.
Houder van het horecabedrijf: degene die als zodanig op de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, is vermeld of een persoon voor wie bijschrijving als houder op de exploitatievergunning is aangevraagd en die naast de exploitant optreedt als leidinggevende.
Bezoeker: een ieder, die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van: de exploitant(en) en de levenspartner en kinderen van de exploitant(en) van het horecabedrijf; de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het wetboek van strafrecht; de personen wier tegenwoordigheid in het horecabedrijf wegens dringende omstandigheden vereist wordt; houders/werknemers/personen in loondienst van het horecabedrijf of een schoonmaakbedrijf, in verband met (schoonmaak)werkzaamheden.
Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Centrum: het gebied dat op de in bijlage 1 opgenomen kaart is aangegeven.
Stationsgebied: het gebied dat op de in bijlage 2 opgenomen kaart is aangegeven.
Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.
Exploitatievergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid
Artikel2:28Exploitatievergunning horecabedrijf
1.Het is, behoudens het bepaalde in artikel 2:28b, verboden zonder vergunning van de burgemeester een horecabedrijf als bedoeld in deze paragraaf te exploiteren (exploitatievergunning).
2.De burgemeester kan bij een vergunningaanvraag betreffende de vestiging van een tijdelijk horecabedrijf en in het belang van de openbare orde en de woon- en leefsituatie een beperkte geldigheidsduur van de exploitatievergunning vaststellen.
3.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel2:28aWeigeringsgronden exploitatievergunning
1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, indien: a.de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Hierbij wordt een bij het horecabedrijf behorend terras buiten beschouwing gelaten; b.de exploitant(-en) en de houder(s) niet voldoen aan de eisen die bij en krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, van de Drank- en Horecawet worden gesteld aan leidinggevenden, met dien verstande dat een houderde minimale leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: a.het karakter van de straat en van de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen; b. de aard van het horecabedrijf; c. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf; d. de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant(en) en houder(s) van het horecabedrijf in dit horecabedrijf of in andere horecabedrijven.
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en lid 2 van dit artikel, kan de burgemeester indien de vergunningaanvraag (tevens) een terras betreft, de hiertoe benodigde ingebruikneming van de openbare plaats weigeren: a.als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.
Artikel2:28bVrijstelling vergunningplicht
De burgemeester kan gebieden aanwijzen waarin een of meer van de volgende categorieën horecabedrijven wordt vrijgesteld van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2:28:
1.horecabedrijven behorende bijlogiesverstrekkers, kantoren (bedrijfskantines), scholen, musea, verzorgings- en verpleegtehuizen, ziekenhuizen, rouwcentra en crematoria, voor zover: deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de bedrijfsvoering; deze zijn gericht op personen die van de hoofdfunctie gebruikmaken; en geen terras wordt geëxploiteerd.
2.horecabedrijven behorende bij niet commerciële verenigingen en stichtingen voor sport en recreatie, voor zover: deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de doelstellingen van de betreffende vereniging of stichting; deze zijn gericht op leden, medebeoefenaars van de betreffende discipline en toeschouwers van wedstrijden en overige verenigingsactiviteiten; en een eventueel terras is gelegen aan of nabij het (kantine-)gebouw en binnen het complex waarop de betreffende statutaire doelstelling wordt uitgeoefend, niet zijnde de openbare weg.
3.horecabedrijven behorende bij commerciële sport- en recreatieclubs, voor zover: deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de bedrijfsvoering; deze zijn gericht op personen die van de hoofdfunctie gebruikmaken; geen sterke drank wordt geschonken; en geen terras wordt geëxploiteerd.
4.horecabedrijven behorende bij winkels als bedoeld in de Winkeltijdenwet, voor zover: het verkopen van etenswaren of drinkwaren mede tot de hoofdactiviteiten van de bedrijfsvoering behoort; de horeca-activiteiten naar hun aard en omvang ondergeschikt zijn aan en overeenkomen met de in de onder a genoemde activiteiten; de openingstijden van het horecabedrijf of de horeca-activiteiten gelijk zijn aan de openingstijden van de winkel; er geensterke drankals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet worden verstrekt; en een eventueel terras:
1o is gesitueerd direct aan of langs de voorgevel van het bedrijfspand;
2o bestaat uit niet meer dan 4 zitplaatsen en 2 tafels van maximaal één meter bij één meter; en 3o het uiterlijk aanzien van het terras voldoet aan door de burgemeester vastgestelde criteria. overige horecabedrijven, niet zijnde coffeeshops, voor zover : zij gesloten zijn voor bezoekers tussen 22:00 uur en 07:00 uur noch gedurende deze periode bezoekers in het horecabedrijf laten verblijven; er geen sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet worden verstrekt; en een terras:
1o is gesitueerd direct aan of langs de voorgevel van het bedrijfspand;
2o bestaat uit niet meer dan 4 zitplaatsen en 2 tafels van maximaal één meter bij één meter; en 3o het uiterlijk aanzien van het terras voldoet aan door de burgemeester vastgestelde criteria.
De exploitant van een horecabedrijf, bedoeld in het vierde en vijfde lid, meldt uiterlijk 14 dagen voor aanvang van exploitatie bij de burgemeester dat hij voornemens is een horecabedrijf te exploiteren.
Artikel 2:28a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in dit artikel bedoelde horecabedrijven.
Artikel2:28cVergunning aanvraag en verlening
Artikel2:28dWijzigingen activiteiten en exploitatie
1.De burgemeester kan de exploitatievergunning wijzigen of intrekken indien: a.een exploitant, zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert of niet meer voldoet aan artikel 2:28a, eerste lid, onder b; b.een houder, zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert of niet meer voldoet aan artikel 2:28a, eerste lid, onder b; c.de ondernemingsvorm wijzigt; d.er sprake is van een gewijzigde exploitatiewijze; e.binnen zes maanden na de datum van het verlenen van een exploitatievergunning niet is gestart met de vergunde exploitatie van het horecabedrijf; f.de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken.
De exploitatievergunning vervalt van rechtswege indien geen van de exploitanten op de vergunning meer als zodanig functioneert.
Artikel2:28eSchorsing, intrekking en wijziging van een
exploitatievergunning 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen,intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen: a.indien een exploitant of houder van het horecabedrijf de artikelen 2:29, 2:31, 2:31a, 2:32 of 2:34,dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning overtreedt; b.indien aannemelijk is, dat een exploitant of houder van het horecabedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf; c.indien een exploitant of houder van het horecabedrijf toestaat dan wel gedoogt, dat in het horecabedrijf strafbare en/of beboetbare feiten worden gepleegd; d.indien een exploitant of houder van het horecabedrijf zich schuldig maakt aan discriminatie; e.indien zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het horecabedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf; f.indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:31 gestelde eisen.
2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken indien hij in een periode van twee jaar ten minste drie maal een aanvraag om bijschrijving van een houder op de vergunning heeft geweigerd op grond van artikel 2:28a, eerste lid, onder b.
3.De burgemeester trekt de vergunning in indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b gestelde eisen.
Artikel2:28fSluiting van horecabedrijven
1.De burgemeester kan een horecabedrijf, al dan niet voor een bepaalde duur, gesloten verklaren of de openingstijden beperken: a. indien dit een vergunningsplichtig bedrijf betreft en wordt geëxploiteerd zonder geldige exploitatievergunning; b. indien dat horecabedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel de bepalingen in deze afdeling; c. indien de burgemeester oordeelt, dat een of meer van de in artikel 1:6 of artikel 2:28e van de APV genoemde situaties waarin intrekking van een exploitatievergunning mogelijk is, zich voordoet.
Artikel2:29Openings- en sluitingstijden
Horecabedrijven in het Centrum en het Stationsgebied zijn gesloten op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur.
Horecabedrijven buiten het Centrum en het Stationsgebied zijn gesloten op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur.
Horecabedrijven primair gericht op de verstrekking van driecomponentenmaaltijden en paracommerciële rechtspersonen zijn gesloten van maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 07.00 uur.
Coffeeshops zijn gesloten van maandag tot en met zondag tussen 22.00 uur en 07.00 uur.
Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
Terrassen behorende bij horecabedrijven in het Centrum en het Stationsgebied zijn gesloten tussen 01.00 uur en 07.00 uur.
Terrassen behorende bij horecabedrijven buiten het Centrum en het Stationsgebied zijn gesloten tussen 22.00 uur en 07.00 uur.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste tot en met het derde lid en het vijfde tot en met het zevende lid genoemde openings- en sluitingstijden en daarbij voorwaarden stellen aan: de gebieden waarvoor de ontheffing geldt; de periode; of de categorieën horecabedrijven waarvoor de ontheffing geldt.
De burgemeester kan het aantal aan een horecabedrijf verleende ontheffingen als bedoeld in het achtste lid beperken.
De ontheffing bedoeld in het achtste lid kan zowel collectief als individueel worden verleend.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan de burgemeester de ontheffing, bedoeld in het achtste lid, weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien zich een situatie voordoet als bedoeld in 2:28a, eerste en tweede lid.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel2:30Afwijking openings- en sluitingstijden
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, volksgezondheid en/of de woon- en leefsituatie, of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven al dan niet tijdelijk andere openings- en/of sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Artikel2:30aOntheffing sluitingstijden
[vervallen per 1 augustus 2013]
Artikel2:31Verboden gedragingen
3.Het is verboden een vergunningplichtig horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben dan wel bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven zonder dat een exploitant of een houder in het horecabedrijf aanwezig is.
4.Het is verboden dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken buiten een terras waarvan exploitatie is toegestaan dan wel vergund;
5.Het is verboden om op een terras dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras toegestane dan wel vergunde sta- en/of zitplaatsen.
Artikel2:31aExploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen
exploitant 1.Exploitanten en houders zijn verantwoordelijk voor een deugdelijke exploitatie van het horecabedrijf.
2.De exploitatie van het horecabedrijf en het gedrag van de bezoekers van het horecabedrijf mag de openbare orde, veiligheid en de woon- en leefsituatie niet op ontoelaatbare wijze negatief te beïnvloeden.
3.Exploitanten en houders geven onverwijld gehoor aan de aanwijzingen van een toezichthouder die krachtens zijn functie van zijn bevoegdheden gebruik maakt.
4.Exploitanten en houders zijn verplicht om dagelijks na sluiting van het horecabedrijf, in de nabijheid van het horecabedrijf en het terras op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van het horecabedrijf en terras afkomstig, te (laten) verwijderen.
5.Exploitanten en houders zijn verplicht om dagelijks na sluiting van het terras, de terraslocatie zodanig op te (laten) ruimen dat de openbare plaats zo min mogelijk belast wordt.
6.Exploitanten en houders dienenalle terrasmeubilair meteen van de terraslocatie te (kunnen) verwijderen als dat voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere reden noodzakelijk is.
7.Indien een terras langer dan één maand niet gebruikt wordt of zal worden, dienen exploitanten en houders het terrasmeubilair van de openbare plaats te verwijderen.
Artikel2:32Handel binnen horecabedrijven
Het is de exploitant(en) en houder(s) van een horecabedrijf verboden toe te staan dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in het horecabedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel2:33Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel2:34Beperking verstrekking sterke drank
1.Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting: a.die geheel of gedeeltelijk, uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor de verkoop van kleinere etenswaren, zoals belegde broodjes en snacks; b.die geheel of gedeeltelijk, uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; c.die geheel of gedeeltelijk, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of jeugdinstellingen; d.die geheel of gedeeltelijk, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of sportinstellingen; e.die geheel of gedeeltelijk, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf. f.als bedoeld in artikel 2:28b, vierde en vijfde lid.
2.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Afdeling8ABijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet
Artikel2:34aBegripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank: drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet; paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.
Artikel2:34bregulering paracommerciële rechtspersonen Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken van maandag tot en met zaterdag vanaf 12.00 uur tot 01.00 uur en op zondag vanaf 11.00 uur tot 01.00 uur;
Per kalenderjaar kan een paracommercieel rechtspersoon alcoholhoudende drank verstrekken tijdens in totaal ten hoogste 12 bijeenkomsten: die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken; die gericht zijn op leden of andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon, wanneer deze bijeenkomsten geen verband houden met de doelstellingen van de rechtspersoon;
Het is een paracommercieel rechtspersoon niet toegestaan bijeenkomsten van persoonlijke aard te organiseren;
Dit verbod is niet van toepassing op ontmoetingscentra in de wijken;
Bij fusies van meerdere sportverenigingen, waarbij er sprake is van één rechtspersoon, kan van het maximum aantal bijeenkomsten genoemd in het tweede lid, worden afgeweken;
Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk drie werkdagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan melding aan de burgemeester.
Afdeling9Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel2:35Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. b. houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de feitelijke leiding heeft.
Artikel2:36Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel2:37Nachtregister
[gereserveerd]
Artikel2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling10Toezicht op Kansspelen
Artikel2:39Kansspeelautomaten
1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b.kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet; c.hoogdrempeligeinrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet; d.laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet;
2.In hoogdrempelige inrichtingen zijn tweekansspelautomaten toegestaan 3.In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Afdeling 10aSPEELAUTOMATENHALLEN
Artikel2:40Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder: a.Wet: de Wet op de kansspelen; b.Besluit: het Speelautomatenbesluit; c.speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; d.speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; e.kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; f.ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een speelautomatenhal exploiteert en de wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon; g. beheerder: degene die belast is met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal;
Artikel2:40aVergunningplicht speelautomatenhal
2.Van de vergunning bedoeld in het eerste lid wordt er ten hoogste één verleend.
3.Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt getoetst aan de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
4.Een speelautomatenhal is slechts toegestaan in het gebied dat op de in bijlage 3 opgenomen kaart is aangegeven.
5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel2:40bAanvraag vergunning
1.De ondernemer vraagt de vergunning aan onder overlegging van: a.een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en behendigheidsautomaten worden opgesteld; b.een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; c.een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken; d.een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer en de beheerder van de speelautomatenhal; e.bewijsstukken als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Speelautomatenbesluit (kennis gokverslaving).
2.De burgemeester kan nadere regels vaststellen omtrent de inhoud, de inrichting, vorm en wijze van indiening van de aanvraag.
3.In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.
Artikel2:40cBeslistermijn
[vervallen per 31 augustus 2013]
Artikel2:40dWijziging beheerder
Indien een beheerder als bedoeld inartikel 2:40 b, vierde lid, de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer dit onverwijld te melden aan de burgemeester.
Artikel2:40eIntrekking en wijziging vergunning
1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:40a, eerste lid, intrekken of wijzigen: a.indien een ondernemer, vermeld op de vergunning, niet meer als zodanig functioneert; b.indien een ondernemer, vermeld op de vergunning, desgevraagd geen verklaring als bedoeld in artikel 2:40b, eerste lid, onder d, meer kan overleggen; c.indien een beheerder, vermeld op de vergunning, niet meer als zodanig functioneert; d.indien een beheerder, vermeld op de vergunning, desgevraagd geen verklaring als bedoeld in artikel 2:40b, eerste lid, onder d, meer kan overleggen; e.indien de ondernemingsvorm wijzigt; f.indien binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van de speelautomatenhal; g.indien de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest.
2.De vergunning als bedoeld in artikel 2:40a, eerste lid, vervalt van rechtswege indien geen van de ondernemers op de vergunning meer als zodanig functioneert.
Artikel2:40fVoorschriften
De door de burgemeester aan de vergunning te verbinden voorschriften hebben in elk geval betrekking op: a. de sluitingstijden van de speelautomatenhal; b. het toezicht in de speelautomatenhal; c. het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van d. de speelautomaten; e. de exploitatie van de hal. f. het oppervlak van de speelautomatenhal; g. informatie inzake gokverslaving.
Artikel2:40gWeigering vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning: a.indien het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend; b. indien de vestiging of de exploitatie van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan wel met een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; c. indien de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is; d. indien de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; e.indien de ondernemer of de beheerder van de speelautomatenhal niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit; f. indien door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt nadelig wordt beïnvloed.
Artikel2:40hSchorsing, intrekking en wijziging van een vergunning
1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen, indien: a.de ondernemer of de beheerder van de speelautomatenhal niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2:40g, onder e; b.gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften; c.aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder(s) betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; d.de ondernemer of beheerder(s) strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; e.de ondernemer of de beheerder(s) zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; f.zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
2.De exploitatievergunning vervalt van rechtswege indien geen van de ondernemers op de vergunning meer als zodanig functioneert.
Artikel2:40iGokken op de openbare weg
Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze om geld of geldwaarde te spelen.
Artikel2:40jSluiting overlastgevende gokpanden
Afdeling10bTegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Artikel2:40kBegripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder: exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
Artikel2:40lAanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of
bedrijfsmatige activiteiten 1.Het college kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40m van toepassing is.
2.Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van het college de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.
3.Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.
4.Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van het college de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. De gemeenteraad wordt hierover vooraf geconsulteerd.
Artikel2:40mVergunning uitoefening bedrijf
Artikel2:40nVergunningaanvraag
Artikel2:40oIntrekking en wijziging van een vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40m intrekken of wijzigen indien: door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; of de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan.
Artikel2:40pSluiting bedrijf
1.Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40m wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:40o, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
2.Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
3.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Artikel2:40qGeboden en verboden exploitant
1.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40m, opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.
2.De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
3.Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
4.De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
Artikel2:40rUitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande
gevallen In afwijking van het eerste lid van artikel 2:40m geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2:40l genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
Artikel2:40sPositieve beschikking bij niet tijdig beslissen
Op de vergunning als bedoeld in artikel 2:40m is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling11Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel2:41aSluiting overlastgevende voor het publiek openstaande
gebouwen 1.De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een openbare inrichting of seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
Artikel2:42Plakken en kladden
Artikel2:43Vervoer plakgereedschap e.d
Artikel2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel2:44aVerbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen
1.Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel2:45Betreden van plantsoenen e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.
Artikel2:46Rijden over bermen e.d
Artikel2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel2:48Verboden drankgebruik
1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te nuttigen, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.
2.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op of aan de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
Artikel2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen of pleinen
Artikel2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel2:50aOverig hinderlijk gedrag
Artikel2:51Neerzetten van fietsen e.d
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; b. daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel2:52Òverlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
e.d.
Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel2:53Bespieden van personen
Artikel2:54Bewakingsapparatuur
[gereserveerd]
Artikel2:55Nodeloos alarmeren
[gereserveerd]
Artikel2:56Alarminstallaties
[gereserveerd]
Artikel2:57Loslopende honden
Artikel2:58Verontreiniging door honden
3.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden.
Artikel2:59Gevaarlijke honden
1.Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2.Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3.Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a.vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b.door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c.zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
Artikel2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
3.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel2:61Wilde dieren
[gereserveerd]
Artikel2:62Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel2:63Duiven
[gereserveerd]
Artikel2:64Bijen
[gereserveerd]
Artikel2:65Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden of op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Afdeling12Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel2:66Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
Artikel2:69Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
[gereserveerd]
Artikel2:70Handel in horecabedrijven
(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder artikel 2:32).
Afdeling 13 VUURWERK
Artikel2:71Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
Artikel2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
verkoopdagen 1.Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van de burgemeester.
2.De burgemeester verleent ten hoogste acht vergunningen, als bedoeld in het eerste lid.
3.Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien: in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed; de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed; de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer; de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan zijn; geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit; het maximum aantal vergunning reeds is verleend.
4.De vergunningaanvraag wordt ingediend door de exploitant van de inrichting.
5.De vergunning is te allen tijde in de inrichting aanwezig.
6.De vergunning vervalt van rechtswege: indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden; zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd; indien geen van de exploitanten meer als zodanig functioneert.
7.Het college kan nadere regels stellen omtrent het bepaalde in dit artikel.
8.[vervallen]
Artikel2:73Bezigen van consumentenvuurwerk
Artikel2:73aBezigen van carbid
2.Het is verboden materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het bezigen van carbid.
Afdeling14Drugsoverlast
Artikel2:74Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de openbare weg met de daarin gelegen portieken, galerijen, arcaden of nissen post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan openbare wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of aan te nemen of daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel2:74aVerzamelingen van personen in verband met drugs
Artikel2:74bOpenlijk gebruik
[vervallen]
Artikel2:74cWeggooien van spuiten e.d
Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten, indien redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zulks geschiedt om afstand van het voorwerp te doen.
Afdeling15Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel2:75Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:21 a, 2:26 lid 3 onder e, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:50 a en 2:73 van de Algemene Plaatselijke Verordening overtreden.
Artikel2:76Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor de maximale duur van 3 jaar ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel2:77aVerblijfsverbod
1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste zestien weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
3.Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
4.De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel2:77bMosquito
[gereserveerd] Hoofdstuk3Regulering prostitutie en seksbranche Afdeling1Algemene bepalingen
Artikel3:1Afbakening
De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel3:2Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan: advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting van een seksbedrijf; seksinrichting: de voor publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf; werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Artikel3:3Bevoegd bestuursorgaan
Artikel3:4Nadere regels
Met het oog op de in dit hoofdstuk genoemde belangen, kan de burgemeester over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Afdeling2Vergunning seksbedrijf
Artikel3:5Vergunning
Artikel3:6Concentratie seksbedrijven
Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt verleend.
Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing geldt voor seksbedrijven van een nader aangewezen aard.
Artikel3:70beleid raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
seksbedrijven 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.
2.Het college kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een seksbedrijf dat kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksbedrijven van een nader aangewezen aard of in nader aangewezen delen van de gemeente.
Artikel3:8Aanvraag
Artikel3:9Weigeringsgronden
1.Een vergunning wordt geweigerd indien: de exploitant of de beheerder onder curatele staat; de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; de exploitant of beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen; de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. er een maximum als bedoeld in artikel 3:7 is vastgesteld en dit maximum al bereikt is; de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd of een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6.
Artikel3:10Eisen met betrekking tot vergunning
1.De vergunning vermeldt in ieder geval: de naam van de exploitant; indien van toepassing, die van de beheerder; voor welke activiteit de vergunning is verleend; het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning is verleend; de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; de geldigheidsduur van de vergunning; het nummer van de vergunning.
2.De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning is verleend.
3.Het is verboden te handelen in strijd met het tweede lid.
Artikel3:11Intrekkingsgronden
1.De vergunning wordt ingetrokken indien: de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a tot en met h; de vergunninghouder dat verzoekt; de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6;
2.De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken: indien is gehandeld in strijd met de artikelen 3:9, vijfde lid, onder h, 3:12, 3:15, 3:16, 3:17 of 3:18 eerste lid en tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder i; indien is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; indien in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; indien een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; indien is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens de hoofdstuk van deze verordening gestelde bepalingen; indien is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; indien de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid of de woon- en leefomgeving; indien de veiligheid of de gezondheid van werkzame personen of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het seksbedrijf; indien de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt