Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent de ruimte (Regels Ruimte voor Gelderland 2016) (Gelderland)
Waar gaat deze regeling over?
Deze regeling van Gedeputeerde Staten van Gelderland stelt regels vast voor het aanvragen en verstrekken van subsidies, met name gericht op de "Ruimte voor Gelderland" en de bijbehorende kerntaken. Het beschrijft de procedures voor subsidieaanvragen, de besluitvorming daarover en de methoden voor het berekenen van subsidiabele kosten.
Voor wie: Aanvragers van subsidies bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland; Publiekrechtelijke rechtspersonen en rechtspersonen met een wettelijke taak die subsidie aanvragen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Procesrecht
- Artikelen
- 750
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De procedure voor het indienen van subsidieaanvragen, inclusief termijnen en vereiste documenten.
- De wijze waarop Gedeputeerde Staten beslissen over subsidieaanvragen, inclusief de verdeling en rangschikking.
- De voorwaarden waaronder subsidie wordt verstrekt, zoals een sluitende begroting en het communautaire toetsingskader.
- Welke kosten wel en niet subsidiabel zijn en de methoden voor het berekenen van subsidiabele kosten.
Voor wie geldt deze regeling?
- Aanvragers van subsidies bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.
- Publiekrechtelijke rechtspersonen en rechtspersonen met een wettelijke taak die subsidie aanvragen.
Wat zijn de kernpunten?
- Subsidieaanvragen moeten een beschrijving van activiteiten, doelstellingen en een begroting bevatten.
- Voor boekjaar subsidies moet de aanvraag vóór 1 april van het voorafgaande jaar worden ingediend.
- De volgorde van indiening bepaalt de verdeling van subsidies, tenzij er sprake is van een verdeelplan of rangschikking.
- Er wordt geen subsidie verstrekt voor kosten zoals die voor het opstellen van de aanvraag, rente, boetes, of reguliere werkzaamheden van de aanvrager.
- Aanvragers moeten een van de volgende methoden kiezen voor kostenberekening: vaste uurtariefsystematiek, loonkosten plus vaste opslagsystematiek, of integrale kostensystematiek.
- Bij de vaste uurtariefsystematiek bedraagt het vaste uurtarief € 35 en het aantal gewerkte uren maximaal 1.600 op jaarbasis.
- Bij de loonkosten plus vaste opslagsystematiek bedraagt het uurtarief voor directe loonkosten maximaal € 93, het vaste uurtarief voor directe arbeidskosten € 35, en de opslag voor indirecte kosten 20%.
Procesrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (750)
- Artikel 1.1.1
- Artikel 1.1.2
- Artikel 1.2.1
- Artikel 1.2.2
- Artikel 1.2.3
- Artikel 1.2.4
- Artikel 1.2.5
- Artikel 1.3.1
- Artikel 1.3.2
- Artikel 1.3.3
- Artikel 1.3.4
- Artikel 1.3.5
- Artikel 1.3.6
- Artikel 1.3.7
- Artikel 1.3.8
- Artikel 1.3.9
- Artikel 1.3.10
- Artikel 1.3.11
- Artikel 1.4.1
- Artikel 1.4.2
- Artikel 1.4.3
- Artikel 1.4.4
- Artikel 1.4.5
- Artikel 1.4.6
- Artikel 1.4.7
- Artikel 1.4.8
- Artikel 1.5.1
- Artikel 1.5.2
- Artikel 1.5.3
- Artikel 1.6.1
- Artikel 1.6.2
- Artikel 1.6.3
- Artikel 2.1.1
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.8.1
- Artikel 2.8.2
- Artikel 2.8.3
- Artikel 2.8.4
- Artikel 2.8.5
- Artikel 2.8.6
- Artikel 2.8.7
- Artikel 2.8.8
- Artikel 2.8.9
- Artikel 2.8.10
- Artikel 2.8.11
- Artikel 2.9.1
- Artikel 2.9.2
- Artikel 2.9.3
- Artikel 2.9.4
- Artikel 2.9.5
- Artikel 2.9.6
- Artikel 2.9.7
- Artikel 2.9.8
- Artikel 2.10.1
- Artikel 2.10.2
- Artikel 2.10.3
- Artikel 2.10.4
- Artikel 2.10.5
- Artikel 2.10.6
- Artikel 2.10.8
- Artikel 2.11.1
- Artikel 2.11.2
- Artikel 2.11.3
- Artikel 2.11.4
- Artikel 2.11.5
- Artikel 2.11.6
- Artikel 2.11.7
- Artikel 2.11.8
- Artikel 2.11.9
- Artikel 2.11.10
- Artikel 2.12.1
- Artikel 2.12.2
- Artikel 2.12.3
- Artikel 2.12.4
- Artikel 2.12.5
- Artikel 2.12.6
- Artikel 2.12.7
- Artikel 2.12.8
- Artikel 2.12.9
- Artikel 2.13.1
- Artikel 2.13.2
- Artikel 2.13.3
- Artikel 2.13.4
- Artikel 2.13.5
- Artikel 2.13.6
- Artikel 2.13.7
- Artikel 2.13.8
- Artikel2.13.9
- Artikel2.13.10
- Artikel2.13.11
- Artikel2.13.12
- Artikel 2.14.1
- Artikel 2.14.2
- Artikel 2.14.3
- Artikel 2.14.4
- Artikel 2.14.5
- Artikel 2.14.6
- Artikel 2.14.7
- Artikel 2.16.1
- Artikel 2.16.2
- Artikel 2.16.3
- Artikel 2.16.4
- Artikel 2.16.5
- Artikel 2.16.6
- Artikel 2.16.7
- Artikel 2.16.8
- Artikel 2.16.9
- Artikel 2.16.10
- Artikel2.17.1
- Artikel2.17.2
- Artikel2.17.3
- Artikel2.17.4
- Artikel2.17.5
- Artikel2.17.6
- Artikel2.17.7
- Artikel2.17.8
- Artikel2.17.9
- Artikel2.18.1
- Artikel2.18.2
- Artikel2.18.3
- Artikel2.18.4
- Artikel2.18.5
- Artikel2.18.6
- Artikel2.18.7
- Artikel 2.20.1
- Artikel 2.20.2
- Artikel 2.20.3
- Artikel 2.20.4
- Artikel 2.20.5
- Artikel 2.20.6
- Artikel 2.20.7
- Artikel2.20.8
- Artikel 2.20.9
- Artikel 2.21.1
- Artikel2.21.2
- Artikel 2.21.3
- Artikel 2.21.4
- Artikel 2.21.5
- Artikel 2.21.6
- Artikel 2.21.7
- Artikel 2.22.1
- Artikel 2.22.2
- Artikel 2.22.3
- Artikel 2.22.4
- Artikel 2.22.5
- Artikel 2.22.6
- Artikel 2.22.7
- Artikel 2.22.8
- Artikel 3.1.1
- Artikel 3.3.1
- Artikel 3.3.2
- Artikel 3.3.3
- Artikel3.3.4
- Artikel 3.3.5
- Artikel 3.3.6
- Artikel 3.3.7
- Artikel3.5.1
- Artikel3.5.2
- Artikel 3.5.3
- Artikel 3.5.4
- Artikel 3.5.5
- Artikel 3.5.6
- Artikel3.5.7
- Artikel 3.5.8
- Artikel 3.5.9
- Artikel 3.6.1
- Artikel 3.6.2
- Artikel 3.6.3
- Artikel 3.6.4
- Artikel 3.6.5
- Artikel 3.7.1
- Artikel 3.7.2
- Artikel 3.7.3
- Artikel 3.7.4
- Artikel 3.7.5
- Artikel 3.8.1
- Artikel 3.8.2
- Artikel 3.8.3
- Artikel 3.8.4
- Artikel 3.8.5
- Artikel 3.11.1
- Artikel 3.11.2
- Artikel 3.11.3
- Artikel 3.11.4
- Artikel 3.11.5
- Artikel 3.11.6
- Artikel 3.11.7
- Artikel 3.11.8
- Artikel 3.12.1
- Artikel 3.12.2
- Artikel 3.12.3
- Artikel 3.12.4
- Artikel 3.12.5
- Artikel 3.12.6
- Artikel 3.12.7
- Artikel 3.12.8
- Artikel 3.12.9
- Artikel 3.12.10
- Artikel3.18.1
- Artikel3.18.2
- Artikel3.18.3
- Artikel3.18.4
- Artikel3.18.5
- Artikel3.18.6
- Artikel3.18.7
- Artikel 3.19.1
- Artikel 3.19.2
- Artikel 3.19.3
- Artikel 3.19.4
- Artikel 3.19.5
- Artikel 3.19.6
- Artikel 3.19.7
- Artikel 3.19.8
- Artikel 4.1.1
- Artikel 4.2.1
- Artikel 4.2.2
- Artikel 4.2.3
- Artikel 4.2a
- Artikel4.2a
- Artikel 4.2b
- Artikel4.2b
- Artikel 4.2c
- Artikel4.2c
- Artikel4.2d
- Artikel 4.2d
- Artikel 4.2e
- Artikel4.2e
- Artikel 4.2f
- Artikel4.2f
- Artikel 4.4.1
- Artikel 4.4.2
- Artikel 4.4.3
- Artikel 4.4.4
- Artikel 4.4.5
- Artikel 4.4.6
- Artikel 4.4.7
- Artikel 4.4.8
- Artikel 4.4.9
- Artikel 4.5.1
- Artikel 4.5.2
- Artikel 4.5.3
- Artikel 4.5.4
- Artikel 4.5.5
- Artikel 4.5.6
- Artikel 4.5.7
- Artikel 4.6.1
- Artikel 4.6.2
- Artikel 4.6.3
- Artikel 4.6.4
- Artikel 4.6.5
- Artikel 4.7.1
- Artikel 4.7.2
- Artikel 4.7.3
- Artikel 4.7.4
- Artikel 4.7.5
- Artikel 4.7.6
- Artikel 4.8.1
- Artikel 4.8.2
- Artikel 4.8.3
- Artikel 4.8.4
- Artikel 4.8.5
- Artikel 4.8.6
- Artikel 4.8.7
- Artikel 4.8.8
- Artikel 4.8.9
- Artikel 4.8.10
- Artikel 4.8.11
- Artikel 4.8.12
- Artikel 4.9.1
- Artikel 4.9.2
- Artikel 4.9.3
- Artikel 4.9.4
- Artikel 4.9.5
- Artikel 4.9.6
- Artikel 4.9.7
- Artikel 4.9.8
- Artikel 4.9.9
- Artikel 4.9.10
- Artikel 4.9.11
- Artikel 4.9.12
- Artikel 4.11.1
- Artikel 4.11.2
- Artikel 4.11.3
- Artikel 4.11.4
- Artikel 4.11.5
- Artikel 4.11.6
- Artikel 4.11.7
- Artikel 4.11.8
- Artikel 4.12.1
- Artikel 4.12.2
- Artikel 4.12.3
- Artikel 4.12.4
- Artikel 4.12.5
- Artikel 4.12.6
- Artikel 4.12.7
- Artikel4.14.1
- Artikel4.14.2
- Artikel4.14.3
- Artikel4.14.4
- Artikel4.14.5
- Artikel4.14.6
- Artikel4.14.7
- Artikel4.14.8
- Artikel4.14.9
- Artikel 4.15.1
- Artikel 4.15.2
- Artikel 4.15.3
- Artikel 4.15.4
- Artikel 4.15.5
- Artikel4.15.6
- Artikel 4.15.7
- Artikel 4.15.8
- Artikel 4.15.9
- Artikel 4.15.10
- Artikel 4.16.1
- Artikel 4.16.2
- Artikel 4.16.3
- Artikel 4.16.4
- Artikel 4.16.5
- Artikel 4.16.6
- Artikel 4.16.7
- Artikel 4.17.1
- Artikel4.17.2
- Artikel 4.17.3
- Artikel 4.17.4
- Artikel 4.17.5
- Artikel 4.17.6
- Artikel 4.17.7
- Artikel 4.17.8
- Artikel 4.18.1
- Artikel 4.18.2
- Artikel 4.18.3
- Artikel 4.18.4
- Artikel 4.18.5
- Artikel 4.18.6
- Artikel 4.18.7
- Artikel 4.18.8
- Artikel 4.19.1
- Artikel 4.19.2
- Artikel 4.19.3
- Artikel4.19.4
- Artikel4.19.5
- Artikel4.19.6
- Artikel4.19.7
- Artikel4.19.8
- Artikel4.19.9
- Artikel 4.19.10
- Artikel 4.20.1
- Artikel 4.20.2
- Artikel 4.20.3
- Artikel4.20.4
- Artikel 4.20.5
- Artikel 5.1.1
- Artikel 5.4.1
- Artikel 5.4.2
- Artikel 5.4.3
- Artikel 5.4.4
- Artikel 5.4.5
- Artikel 5.4.6
- Artikel5.4.7
- Artikel 5.4.8
- Artikel 5.4.9
- Artikel 5.5.1
- Artikel 5.5.2
- Artikel 5.5.3
- Artikel 5.5.4
- Artikel 5.5.5
- Artikel 5.5.6
- Artikel 5.5.7
- Artikel5.5.8
- Artikel 5.5.9
- Artikel 5.9.1
- Artikel 5.9.2
- Artikel 5.9.3
- Artikel 5.9.4
- Artikel 5.11.1
- Artikel 5.11.2
- Artikel 5.11.3
- Artikel 5.11.4
- Artikel 5.11.5
- Artikel 5.11.6
- Artikel 5.11.7
- Artikel 5.11.8
- Artikel 5.11.9
- Artikel 5.11.10
- Artikel 5.11.11
- Artikel 5.11.12
- Artikel 5.11.13
- Artikel 5.12.1
- Artikel 5.12.2
- Artikel 5.12.3
- Artikel 5.12.4
- Artikel 5.12.5
- Artikel 5.12.6
- Artikel 5.12.7
- Artikel 5.12.8
- Artikel 5.12.9
- Artikel 5.12.10
- Artikel 5.13.1
- Artikel 5.13.2
- Artikel 5.13.3
- Artikel 5.13.4
- Artikel 5.13.5
- Artikel 5.13.6
- Artikel 5.13.7
- Artikel 5.13.8
- Artikel 5.13.9
- Artikel 5.13.10
- § 5.14
- Artikel5.14.1
- Artikel5.14.2
- Artikel5.14.3
- Artikel5.14.4
- Artikel5.14.5
- Artikel5.14.6
- Artikel5.14.7
- Artikel5.14.8
- Artikel5.15.1
- Artikel5.15.2
- Artikel5.15.3
- Artikel5.15.4
- Artikel5.15.5
- Artikel5.15.6
- Artikel5.16.2
- Artikel5.16.3
- Artikel5.16.4
- Artikel5.16.5
- Artikel5.16.6
- Artikel5.16.7
- Artikel5.16.8
- Artikel5.17.1
- Artikel5.17.2
- Artikel5.17.3
- Artikel5.17.4
- Artikel5.17.5
- Artikel5.17.6
- Artikel5.17.7
- Artikel 5.18.1
- Artikel 5.18.2
- Artikel 5.18.3
- Artikel 5.18.4
- Artikel 5.18.5
- Artikel 5.18.6
- Artikel 6.1.1
- Artikel 6.2.1
- Artikel 6.2.2
- Artikel 6.2.3
- Artikel 6.2.4
- Artikel 6.2.5
- Artikel 6.2.6
- Artikel 6.3.1
- Artikel 6.3.2
- Artikel 6.3.3
- Artikel 6.3.4
- Artikel 6.3.5
- Artikel 6.3.6
- Artikel 6.3.7
- Artikel 6.9.1
- Artikel6.9.2
- Artikel6.9.3
- Artikel6.9.4
- Artikel 6.9.5
- Artikel 6.9.6
- Artikel 6.9.7
- Artikel 6.9.8
- Artikel 6.9.9
- Artikel 6.9.10
- Artikel 6.9.11
- Artikel 6.9.12
- Artikel 6.9.13
- Artikel 6.9.14
- Artikel 6.12.1
- Artikel 6.12.2
- Artikel 6.12.3
- Artikel 6.12.4
- Artikel 6.12.5
- Artikel 6.12.6
- Artikel 6.12.7
- Artikel 6.12.8
- Artikel 6.12.9
- Artikel 6.12a
- Artikel6.13.1
- Artikel 6.13.2
- Artikel 6.13.3
- Artikel 6.13.4
- Artikel 6.13.5
- Artikel 6.13.6
- Artikel 6.13.7
- Artikel 6.13.8
- Artikel6.25.1
- Artikel6.25.2
- Artikel6.25.3
- Artikel6.25.4
- Artikel6.25.5
- Artikel6.25.6
- Artikel6.25.7
- Artikel6.25.8
- Artikel6.25.9
- Artikel6.25.10
- Artikel6.25.11
- Artikel6.25.12
- Artikel6.25.13
- Artikel6.25.14
- Artikel 6.25.15
- Artikel 6.27.1
- Artikel6.27.2
- Artikel6.27.3
- Artikel6.27.4
- Artikel6.27.5
- Artikel6.27.6
- Artikel6.27.7
- Artikel6.27.8
- Artikel6.27.9
- Artikel 6.32.1
- Artikel 6.32.2
- Artikel 6.32.3
- Artikel 6.36.1
- Artikel 6.36.2
- Artikel 6.36.3
- Artikel 6.36.4
- Artikel 6.36.5
- Artikel 6.36.6
- Artikel 6.36.7
- Artikel6.37.1
- Artikel6.37.2
- Artikel6.37.3
- Artikel6.37.4
- Artikel6.37.5
- Artikel6.37.6
- Artikel6.37.7
- Artikel6.37.8
- Artikel 6.37.9
- Artikel6.38.1
- Artikel6.38.2
- Artikel6.38.3
- Artikel6.38.4
- Artikel 6.38.5
- Artikel 6.38.6
- Artikel 6.38.7
- Artikel 6.39.1
- Artikel 6.39.2
- Artikel 6.39.3
- Artikel 6.39.4
- Artikel 6.39.5
- Artikel 6.39.6
- Artikel 6.39.7
- Artikel 6.39.8
- Artikel 6.39.9
- Artikel 6.40.1
- Artikel 6.40.2
- Artikel 6.40.3
- Artikel 6.40.4
- Artikel 6.40.5
- Artikel 6.40.6
- Artikel 6.40.7
- Artikel6.40.8
- Artikel6.41.1
- Artikel6.41.2
- Artikel6.41.3
- Artikel 6.41.4
- Artikel6.41.5
- Artikel6.41.6
- Artikel6.41.7
- Artikel6.42.1
- Artikel6.42.2
- Artikel6.42.3
- Artikel6.42.4
- Artikel 6.42.5
- Artikel6.42.6
- Artikel6.42.7
- Artikel6.42.8
- Artikel6.42.9
- Artikel6.42.10
- Artikel 6.43.1
- Artikel 6.43.2
- Artikel6.43.3
- Artikel 6.43.4
- Artikel 6.43.5
- Artikel 6.43.6
- Artikel 6.43.7
- Artikel 6.44.1
- Artikel 6.44.2
- Artikel 6.44.3
- Artikel6.44.4
- Artikel 6.44.5
- Artikel 6.44.6
- Artikel 6.44.7
- Artikel 6.45.1
- Artikel6.45.2
- Artikel6.45.3
- Artikel6.45.4
- Artikel6.45.5
- Artikel6.45.6
- Artikel6.45.7
- Artikel 6.45.8
- Artikel6.45.9
- Artikel6.45.10
- Artikel 6.45.11
- Artikel 7.1.1
- Artikel 7.3.1
- Artikel 7.3.2
- Artikel 7.3.3
- Artikel 7.3.4
- Artikel 7.3.5
- Artikel7.3.6
- Artikel 7.4.1
- Artikel 7.4.2
- Artikel 7.4.3
- Artikel 7.4.4
- Artikel 7.4.5
- Artikel 7.4.6
- Artikel 7.4.7
- Artikel 7.4.8
- Artikel 7.4.9
- Artikel 7.5.1
- Artikel 7.5.2
- Artikel 7.5.3
- Artikel 7.5.4
- Artikel 7.5.5
- Artikel7.5.6
- Artikel 7.5.7
- Artikel 7.6.1
- Artikel 7.6.2
- Artikel 7.6.3
- Artikel 7.6.4
- Artikel 7.6.5
- Artikel7.6.6
- Artikel 7.7.1
- Artikel 7.7.2
- Artikel 7.7.3
- Artikel 7.7.4
- Artikel 7.7.5
- Artikel 7.8.1
- Artikel 7.8.2
- Artikel 7.8.3
- Artikel 7.8.4
- Artikel 7.8.5
- Artikel 7.8.6
- Artikel 7.9.1
- Artikel 7.9.2
- Artikel 7.9.3
- Artikel 7.9.4
- Artikel 7.9.5
- Artikel 7.9.6
- Artikel 7.9.7
- Artikel 7.11.1
- Artikel 7.11.2
- Artikel 7.11.3
- Artikel 7.11.4
- Artikel 7.11.5
- Artikel 7.11.6
- Artikel 7.11.7
- Artikel 7.11.8
- Artikel 7.11.9
- Artikel7.12.1
- Artikel7.12.2
- Artikel7.12.3
- Artikel7.12.4
- Artikel7.12.5
- Artikel7.12.6
- Artikel7.12.7
- Artikel 7.13.1
- Artikel 7.13.2
- Artikel 7.13.3
- Artikel 7.13.4
- Artikel 7.13.5
- Artikel 7.13.6
- Artikel 7.13.7
- Artikel 7.13.8
- Artikel 7.14.1
- Artikel 7.14.2
- Artikel 7.14.3
- Artikel 7.14.4
- Artikel 7.14.5
- Artikel 7.14.6
- Artikel 7.14.7
- Artikel 7.14.8
- Artikel 7.15.1
- Artikel 7.15.2
- Artikel 7.15.3
- Artikel 7.15.4
- Artikel 7.15.5
- Artikel 7.15.6
- Artikel 7.15.7
- Artikel 7.15.8
- Artikel 8.2.1
- Artikel 8.2.2
- Artikel 8.2.3
- Artikel 8.2.4
- Artikel 8.2.5
- Artikel 8.2.6
- Artikel 8.2.7
- Artikel 8.2.8
- Artikel 8.2.9
- Artikel 8.3.1
- Artikel8.3.2
- Artikel 8.3.3
- Artikel 8.3.4
- Artikel8.3.5
- Artikel 8.3.6
- Artikel 8.3.7
- Artikel 8.3.8
- Artikel 8.3.9
- Artikel 8.4.1
- Artikel8.4.2
- Artikel8.4.3
- Artikel8.4.4
- Artikel8.4.5
- Artikel8.4.6
- Artikel8.4.7
- Artikel8.4.8
- Artikel 9.1
- Artikel 9.2
- Artikel 9.3
- Artikel 2.21.8
- Artikel 3.5.1
- Artikel 4.2.5
- Artikel 4.2.6
- Artikel 4.14.1
- Artikel 4.14.2
- Artikel 4.14.3
- Artikel 4.14.4
- Artikel 4.14.5
- Artikel 4.14.7
- Artikel 4.14.8
- Artikel 4.14.9
- Artikel 4.15.6
- Artikel 4.17.2
- Artikel 4.19.4
- Artikel 4.19.9
- Art. 7.1.1
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent de ruimte (Regels Ruimte voor Gelderland 2016)GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Gelet op artikel 3, zesde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016;
BESLUITEN Vast te stellen de volgende gewijzigde regeling: Regels Ruimte voor Gelderland 2016
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 1.1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1.1Algemene begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 (PbEU van de Europese Commissie van 17 juni 2014;
AsG: Algemene subsidieverordening Gelderland 2016; controleprotocol: instructie aan de subsidieontvanger voor het geven van aanwijzingen voor de reikwijdte en de intensiteit van de accountantscontrole; directe arbeidskosten: de kosten van niet in loondienst verrichte arbeid als ZZP-er of als directeur-grootaandeelhouder; directe loonkosten: het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of 13e maand, de werkgeverslasten (werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet) en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen; indirecte kosten: het totaal van indirecte loonkosten en kosten voor overhead; indirecte loonkosten: het totaal van de kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden en de kosten van emolumenten; kerntaken: kerntaken als bedoeld in het Coalitieakkoord Gelderland 2015-2019 “Ruimte voor Gelderland” d.d. 20 april 2015; kosten van apparatuur: gebruikskosten van bestaande apparatuur of van apparatuur die niet speciaal is aangeschaft ten behoeve van de subsidiabele activiteit; kosten van apparatuur die speciaal is aangeschaft ten behoeve van de subsidiabele activiteit; kosten van derden: aan onafhankelijke derden verschuldigde kosten voor uitbesteding van diensten en het inlenen van personeel; kosten van materialen: de kosten voor verbruiksgoederen;
Landbouw groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de EuropeseCommissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193); onafhankelijk taxateur: erkend taxateur die op onafhankelijke wijze de marktwaarde van een onroerend goed vaststelt op grond van algemeen aanvaarde waarderingsmethoden en die gecertificeerd is bij een passende kamer van het NRVT; publiekrechtelijke rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; rechtspersoon met een wettelijke taak: rechtspersoon voor zover die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. sluitende begroting: een begroting waaruit blijkt dat de totale inkomsten en uitgaven voor de activiteiten met elkaar in evenwicht zijn.
Artikel 1.1.2Toepassingsbereik
Hoofdstuk 1 is buiten het bereik van deze regeling van toepassing op andere besluiten omtrent subsidie waarvan Gedeputeerde Staten op grond van artikel 3 van de AsG of op grond van een bijzonder besluit bevoegd zijn.
Paragraaf 1.2 De aanvraag
Artikel 1.2.1Tijdvak voor aanvragen
Gedeputeerde Staten kunnen een tijdvak vaststellen waarbinnen aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend.
Artikel 1.2.2Indieningstermijn bij verdeelplan
Voor subsidie die wordt verleend op basis van een krachtens wettelijk voorschrift vastgesteld verdeelplan waarin tenminste de subsidieontvangers en de te ontvangen subsidiebedragen worden genoemd, wordt de aanvraag om subsidie in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG uiterlijk zes maanden nadat het verdeelplan is vastgesteld ingediend.
Artikel 1.2.3Inhoud van aanvraag om subsidie
1 Bij de aanvraag om subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee beoogde doelstellingen; een begroting van de opbrengsten en kosten voor de activiteiten, voorzien van een toelichting; als de activiteiten een tijdvak van meer dan 12 maanden beslaan en de gevraagde subsidie € 2.500.000 of meer bedraagt: een planning van de uitvoering van de activiteiten over de totale projectperiode en de daaraan verbonden kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
2 Als subsidie wordt berekend op basis van een vast bedrag per eenheid dan wordt er, in afwijking van het eerste lid onder b, een verklaring bij de aanvraag verstrekt waaruit blijkt dat de aanvrager over voldoende middelen beschikt om eventuele resterende kosten te dekken.
3 Indien voor dezelfde activiteiten subsidie is verstrekt of aangevraagd bij een ander bestuursorgaan, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag.
Artikel 1.2.4Boekjaarsubsidies
1 De aanvraag om een subsidie voor een boekjaar wordt ingediend voor 1 april van het jaar dat voorafgaat aan het boekjaar.
2 Indien voor het jaar voorafgaand aan het boekjaar reeds subsidie werd verkregen, kan de aanvraag tot en met 30 september worden ingediend.
3 Gedeputeerde Staten beslissen uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1.2.5Ontvangstbevestiging
Gedeputeerde Staten zenden de aanvrager zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag een ontvangstbevestiging, waarin de ontvangstdatum is vermeld.
Paragraaf 1.3 Beslissing op de aanvraag
Artikel 1.3.1Subsidies tot € 25.000 onder opschortende voorwaarde
[vervallen]
Artikel 1.3.2Wijze van verdeling
1 Bij het verlenen van subsidie wordt de volgorde in acht genomen waarin de aanvragen om subsidie zijn ingediend. Een aanvraag wordt slechts in de volgorde opgenomen indien zij voldoet aan de eisen die aan haar worden gesteld.
2 Indien als gevolg van het verlenen van subsidie op grond van een aanvraag die is ingediend op een dag waarop meerdere aanvragen zijn ingediend het subsidieplafond zou worden bereikt, wordt de volgorde als bedoeld in het eerste lid bepaald door loting. Een aanvraag wordt slechts in de volgorde opgenomen indien zij voldoet aan de eisen die aan haar worden gesteld.
3Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat aanvragen binnen een bepaald tijdvak worden ingediend en op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde worden geplaatst. Een aanvraag wordt slechts in de rangorde opgenomen als zij voldoet aan de eisen die aan haar worden gesteld. Als het vanwege technische storingen gedurende een onafgebroken periode van twee uur direct voorafgaand aan de deadline niet mogelijk is om met het online subsidieportal een subsidieaanvraag in te dienen, verlengen Gedeputeerde Staten het tijdvak waarbinnen aanvragen worden ingediend met 24 uur.
4Op aanvragen als bedoeld in het derde lid wordt in afwijking van het eerste lid beslist op volgorde van die rangorde.
5 Gedeputeerde Staten kunnen een aanvraag als bedoeld in het vierde lid weigeren indien die niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Artikel 1.3.3Communautair toetsingskader
Artikel 1.3.4Sluitende begroting
1 Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt als de begroting van de activiteit sluitend is.
2 Als toepassing wordt gegeven aan artikel 1.2.3, tweede lid, wordt de begroting geacht sluitend te zijn.
Artikel 1.3.5Niet-subsidiabele kosten
Geen subsidie wordt verstrekt in verband met: kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; [vervallen] verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, provinciale leges, boetes en sancties; legeskosten indien de aanvraag wordt gedaan door een bestuursorgaan; [vervallen] kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen; kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager; kosten gemaakt na na afloop van de in de verleningsbeschikking opgenomen projectperiode met uitzondering van accountantskosten zoals bedoeld in artikel 27, derde lid, van de AsG; [vervallen] [vervallen] fooien, geschenken, gratificaties en bonussen; kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten; niet noodzakelijke of bovenmatige kosten.
Artikel 1.3.6Methoden voor berekening van kosten
1 De aanvrager kiest voor het berekenen van de kosten een van de volgende methoden: de vaste uurtariefsystematiek; de loonkosten plus vaste opslagsystematiek; de integrale kostensystematiek.
2 De aanvraag bevat een opgave van de gekozen systematiek.
3 Op verzoek van de aanvrager kunnen Gedeputeerde Staten in afwijking van het eerste lid een andere methode vaststellen.
4 Onverminderd het derde lid worden de subsidiabele kosten berekend op basis van een voor de subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methode die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.
5 In afwijking van het eerste lid wordt voor publiekrechtelijke rechtspersonen en rechtspersonen met een wettelijke taak de vaste uurtariefsystematiek toegepast, ongeacht of de subsidiabele activiteit tot de wettelijke taak van de rechtspersoon wordt gerekend.
6 Gedeputeerde Staten kunnen voor rechtspersonen als bedoeld in het vijfde lid een andere methode toestaan. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
7 In afwijking van het vijfde lid kunnen instellingen voor hoger onderwijs en academische ziekenhuizen zoals bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wettenschappelijk onderzoek kiezen voor een van de methoden voor het berekenen van kosten als genoemd in het eerste lid.
Artikel 1.3.7Vaste uurtariefsystematiek
1 De kosten bij de vaste uurtariefsystematiek zijn: een vast uurtarief als vergoeding voor de directe loon- en arbeidskosten en de indirecte kosten; kosten van apparatuur; kosten van materialen; kosten van derden.
2 Het vaste uurtarief bedraagt € 35.
3 Het aantal gewerkte uren moet in de administratie per betrokken medewerker worden vastgelegd en bedraagt op jaarbasis ten hoogste 1.600.
4 Het derde lid is niet van toepassing op subsidies waarop artikel 17, tweede lid, van de AsG van toepassing is.
Artikel 1.3.8Loonkosten plus vaste opslagsystematiek
1 De kosten bij de loonkosten plus vaste opslagsystematiek zijn: een uurtarief voor directe loonkosten; een opslag over de directe loonkosten als vergoeding voor de indirecte kosten; een vast uurtarief als vergoeding voor de directe arbeidskosten; kosten van apparatuur; kosten van materialen; kosten van derden.
2Het uurtarief voor de directe loonkosten wordt bepaald door de directe loonkosten per jaar te delen door de productieve uren. Het aantal productieve uren wordt bepaald door het aantal van 1600 uren te vermenigvuldigen met de deeltijdfactor. Het uurtarief bedraagt ten hoogste € 93.
3 Het vaste uurtarief voor directe arbeidskosten bedraagt € 35.
4 De opslag voor de indirecte kosten bedraagt 20%.
5Het aantal gewerkte uren van de betrokken medewerker wordt in de administratie met bijhorende loonkosten vastgelegd en bedraagt op jaarbasis ten hoogste 1.600 op basis van een voltijd dienstverband.
6 Het vijfde lid is niet van toepassing op subsidies waarop artikel 17, tweede lid, van de AsG van toepassing is.
Artikel 1.3.9Berekeningswijzen kosten
1 Bij de toepassing van de artikelen 1.3.7 en 1.3.8 worden de kosten van apparatuur, materialen, loon- en arbeidskosten en kosten van derden, alsmede vergoedingen voor vrijwilligers berekend aan de hand van het tweede tot en met achtste lid.
2 De kosten voor apparatuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onder i, onderdeel i, worden berekend door het werkelijke gebruik van het apparaat te vermenigvuldigen met het machine-uurtarief.
3 Het machine-uurtarief als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald aan de hand van de historische aanschafprijs minus de restwaarde van het apparaat gedeeld door de normale bezetting van het apparaat en de voor het apparaat gebruikelijke afschrijvingstermijn.
4 Het werkelijke gebruik van het apparaat wordt vastgelegd in een controleerbare gebruiksadministratie.
5 De kosten voor apparatuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onder i, onderdeel ii, worden berekend door middel van lineaire afschrijving van het apparaat.
6 De lineaire afschrijving als bedoeld in het vijfde lid wordt bepaald aan de hand van de historische aanschafprijs minus de restwaarde van het apparaat gedeeld door de voor het apparaat gebruikelijke afschrijvingstermijn.
7 De kosten van materialen worden berekend op basis van historische aanschafprijzen.
8 De kosten van vergoedingen voor vrijwilligers zijn subsidiabel voor zover: deze aan de vrijwilliger zijn uitbetaald; het aantal gewerkte uren in de administratie met bijhorende vergoeding per vrijwilliger zijn vastgelegd; de hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal het bedrag per uur, per maand en per jaar als door de Belastingdienst voor dat jaar is vastgesteld.
Artikel 1.3.10Integrale kostensystematiek
1 De kosten bij de integrale kostensystematiek zijn: een tarief voor de directe en indirecte kosten van de voor de uitvoering van de activiteiten ingezette kostendragers; kosten van derden.
2 De kosten per kostendrager als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden berekend in een tarief per eenheid van deze kostendrager.
3Het tarief als bedoeld in het tweede lid wordt gebaseerd op een positief besluit van het Tarieventeam van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ten aanzien van de Eigen verklaring integrale kostensystematiek en het rapport van bevindingen van de accountant.
4 De kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendragers te vermenigvuldigen met het berekende tarief, vermeerderd met de aan derden betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van dat tarief.
Artikel 1.3.11Hoogte van de subsidie
1 Indien bij de beoordeling van de subsidieaanvraag blijkt dat door de subsidie van de provincie er een overschot op de begroting ontstaat, wordt de subsidie verminderd met het bedrag dat gelijk staat aan het positief resultaat op de begroting.
2 Als subsidie wordt berekend op basis van een vast bedrag per eenheid, is het eerste lid niet van toepassing.
Paragraaf 1.4 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 1.4.1Administratieplicht
De subsidieontvanger is verplicht alle op de activiteit betrekking hebbende bewijsstukken gedurende ten minste vijf jaren na vaststelling van de subsidie te bewaren.
Artikel 1.4.2Administratie bij subsidies vanaf € 125.000
1 De subsidieontvanger is verplicht bij subsidieverstrekking vanaf € 125.000 een administratie te voeren die te allen tijde de informatie bevat die nodig is voor het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden kosten en inkomsten.
2 Het voeren van een administratie als bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat: alle ontvangsten en kosten in de administratie zijn vastgelegd met onderliggende bewijsstukken; bewijsstukken, als onderdeel van de administratie, aanwezig zijn ten name van de subsidieontvanger en dat daaruit de aard en hoeveelheid van de geleverde goederen en diensten blijkt, en uit de urenregistratie blijkt dat de gedeclareerde mensuren daadwerkelijk zijn gemaakt en rechtstreeks toe te rekenen zijn aan het project waarvoor de subsidie is verleend.
3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG is voorgeschreven.
Artikel 1.4.3Voortgangsrapportage
Als een subsidie boven € 25.000 niet binnen een jaar na de subsidieverlening wordt vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten de subsidieontvanger, zolang de subsidie niet is vastgesteld, eenmaal per jaar verplichten om een voortgangsrapportage over te leggen.
Artikel 1.4.4Meldingsplicht en aanleveren van bewijsstukken
1 De subsidieontvanger is verplicht om de subsidieverstrekker onverwijld schriftelijk mee te delen als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, niet geheel of gewijzigd zullen worden verricht, of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2 De subsidieontvanger is verplicht om op eerste verzoek van Gedeputeerde Staten door het overleggen van bewijsstukken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Artikel 1.4.5Vervreemding van goederen en rechten
1 De subsidieontvanger is gehouden, indien met subsidie verkregen goederen en rechten binnen vijf jaar na de subsidievaststelling worden vervreemd of anderszins aan derden ter beschikking worden gesteld, Gedeputeerde Staten hiervan in kennis te stellen en de verstrekte subsidie terug te betalen, tenzij anders bepaald.
2 Gedeputeerde Staten stellen het bedrag van de terug te betalen subsidie vast binnen dertien weken nadat zij kennis hebben gekregen van de omstandigheid bedoeld in het vorige lid.
3 Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de verplichting de subsidie terug te betalen.
Artikel 1.4.6Vermogensvorming
1 De hoogte van de vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht is het gedeelte van de waarde van het vermogen van de subsidieontvanger, dat evenredig is aan het gedeelte van zijn totale opbrengsten dat gedurende de laatste tien jaar door de subsidie is gevormd.
2 Bij de bepaling van de waarde van het vermogen wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van goederen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen.
3 De waarde van onroerende goederen wordt bepaald op basis van hun waarde in het economisch verkeer, die van de roerende goederen op basis van hun boekwaarde. De geldmiddelen, waaronder begrepen banksaldi, worden gewaardeerd op hun nominale waarde.
4 De waarde van onroerende goederen wordt voor rekening van de provincie vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen die daartoe door Gedeputeerde Staten in overeenstemming met de subsidieontvanger worden aangewezen.
5 Indien minder dan tien achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt, wordt de vergoeding berekend op basis van het aantal jaren gedurende welke subsidie is verstrekt.
6 Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van subsidieontvanger beslissen dat geen vergoeding verschuldigd is indien: de activiteiten door een ander worden overgenomen; de realisatie van de doelstelling niet in gevaar komt; en de activa en passiva tegen boekwaarde, bepaald op grond van historische kostprijs, worden overgenomen door de rechtsopvolger.
Artikel 1.4.7In stand houden resultaten
De subsidieontvanger houdt gedurende ten minste vijf jaren na vaststelling van de subsidie, of zolang als in de beschikking tot verlening van de subsidie is bepaald, de resultaten van de activiteiten in stand, tenzij de aard van de activiteiten zich daartegen verzet.
Artikel 1.4.8Medewerking aan evaluatie
Paragraaf 1.5 Vaststelling
Artikel 1.5.1Vaststelling van subsidie tussen € 25.000 en € 125.000
1 De subsidieontvanger van een subsidie tussen €25.000 en €125.000 geeft bij het verzoek om subsidievaststelling aan: of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een activiteitenverslag; of aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
2 De subsidieontvanger geeft in de verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG aan: wat het totaal van de subsidiabele kosten is; in voorkomend geval wat de stand van de egalisatiereserve is; wat het totaal van de opbrengsten is, inclusief bijdragen van derden is, en wat het totaal van de eigen bijdragen is.
Artikel 1.5.2Vaststelling door middel van jaarrekening bij subsidies boven € 125.000
1 Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 27, tweede lid, van de AsG gaat de aanvraag om vaststelling van de subsidie, onverminderd artikel 27, eerste, derde en vierde lid van de AsG, vergezeld van: de jaarrekening waarin de subsidie separaat wordt verantwoord; het jaarverslag; en de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen die in ieder geval strekken tot de verantwoording van onderdeel a.
2[vervallen] 3 De aanvraag om vaststelling als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend uiterlijk vier weken na het verschijnen van de jaarrekening van het jaar waarin de activiteiten zijn geëindigd.
Artikel 1.5.3Vaststelling van subsidies bij bijzonder programma
[vervallen]
Paragraaf 1.6 Overige bepalingen
Artikel 1.6.1Incidentele subsidie
In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de AsG kan een incidentele subsidie worden verstrekt aan natuurlijke personen.
Artikel 1.6.2Cofinanciering EFRO
Indien subsidie wordt verstrekt als provinciale cofinanciering bij een subsidie op grond van de Uitvoeringswet EFRO, is in afwijking van artikelen 5, eerste lid, 7, 8, 9, eerste lid, 14, 17, tweede lid, 20, derde lid, 21, 29 en paragraaf 6 van de AsG het bepaalde bij of krachtens de Uitvoeringswet EFRO van toepassing.
Artikel 1.6.3Tijdelijke ontheffing vanwege COVID-19
Gedeputeerde Staten kunnen ambtshalve of op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van het bepaalde in deze regeling, voor zover het aannemelijk is dat de subsidieontvanger, buiten eigen schuld en toedoen, aan het bepaalde in deze regeling niet kan voldoen als gevolg van de landelijke maatregelen die gericht zijn op het tegen gaan van de verdere verspreiding van COVID-19.
Hoofdstuk 2 Duurzame ruimtelijke ontwikkeling en waterbeheer
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Artikel 2.1.1Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: collectief wooninitiatief: een groep natuurlijke personen die zich verenigd hebben in een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die beoogt hun belangen in een woningbouwproject te behartigen; woningbouwproject: de bouw en realisatie van minimaal drie woningen door een collectief wooninitiatief waarin de leden ervan gaan wonen; financiële instelling: banken, verzekeraars en pensioenfondsen; duurzaam projectplan: een projectplan voor de realisatie van een woningbouwproject waarbij natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair wordt gebouwd met behulp van concrete maatregelen in het ontwerp van de woningen en in de woonomgeving; aanvulling met duurzaamheid: voor een projectplan waarvoor op grond van artikel 2.4.1 sub b, in de periode van 2 november 2019 tot 2 november 2020 subsidie is verleend en nog niet is overlegd. Deze aanvulling heeft betrekking op het aanpassen van het projectplan tot een duurzaam projectplan.
Paragraaf 2.2 Ontwikkeling forten (vervallen)
Paragraaf 2.3 Gebiedsontwikkeling (vervallen)
Paragraaf 2.4. Collectieve wooninitiatieven
Artikel 2.4.1Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: procesbegeleiding voordat de aanvraag is ontvangen ten behoeve van het oprichten van een collectief wooninitiatief en ten behoeve van het opstellen van de subsidieaanvraag; het opstellen van een duurzaam projectplan voor de realisatie van een woningbouwproject, waarin een conclusie over de haalbaarheid is opgenomen en waar in ieder geval uit blijkt dat het collectieve wooninitiatief een vrije keuze heeft in de opdrachtverlening aan externe partijen in het bouwproces en een doorslaggevende stem heeft in het ontwerp- en bouwproces van een woningbouwproject, met inbegrip van de procesbegeleiding, of het opstellen van een programma van eisen, een voorlopig ontwerp, een definitief ontwerp en een bestek, voor het realiseren van een woningbouwproject, met inbegrip van de procesbegeleiding.
Artikel 2.4.2Criteria
Artikel 2.4.3Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan het collectieve wooninitiatief.
Artikel 2.4.4Aanvraag
Artikel 2.4.5Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.3.5, onder a en b, zijn subsidiabel: kosten die voordat de aanvraag is ontvangen worden gemaakt aan procesbegeleiding ten behoeve van het opstellen van de subsidieaanvraag, en kosten die voordat de aanvraag is ontvangen worden gemaakt ten behoeve van de formele oprichting van een collectief wooninitiatief.
Artikel 2.4.6Hoogte van de subsidie
Artikel 2.4.7Verplichtingen
Artikel 2.4.8Weigeringsgronden
De subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1, aanhef en onder c, wordt geweigerd als niet is gebleken dat de realisering van het woningbouwproject haalbaar is.
Artikel 2.4.9Vaststelling
Na afloop van de in artikel 2.4.7, derde lid, aanhef en onderdeel b, genoemde termijnen wordt de subsidie ambtshalve op nihil vastgesteld.
Paragraaf 2.5 Beleef de Waal [vervallen]
Paragraaf 2.6 Waalpleisterplaatsen [vervallen]
Paragraaf 2.7 Steengoed Benutten - Tijdelijke Stimulering Sociale woningmarkt
[vervallen]
Paragraaf 2.8 Steengoed benutten – Uitvoeringsgereed en realiseren
Artikel 2.8.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: project: gecombineerde aanpak en uitvoering van maatregelen binnen een exploitatiegebied, die leiden tot fysieke realisatie; bebouwde kom: bestaand stedenbouwkundig geconcentreerd samenhangende structuur van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij interpretatieverschillen geldt als bebouwde kom, de bebouwingscontour van VROM uit 2005; buitengebied: gebied buiten de bebouwde kom; exploitatiegebied: op kaart aangegeven gebied waarbinnen het project wordt gerealiseerd; herbestemmen: geven van een nieuwe functionele bestemming aan een gebouw of gebied die juridisch wordt vastgelegd in een bestemmings- of inpassingsplan; herontwikkelen: het na sloop realiseren van nieuwbouw op dezelfde locatie al dan niet in combinatie met een herinrichting van de openbare ruimte; gebouw: onder gebouw wordt tevens verstaan aaneengesloten gebouwen; transformatie gebouw: ingrijpende kwalitatieve aanpassingen aan een gebouw naar de eisen van de tijd, noodzakelijk voor toekomstige gebruikers of doelgroepen of verlaging van de milieucategorie in het kader van het wegnemen van milieuhinder voor de woonomgeving; sloop: afbreken, afvoeren van (bouw)materialen en eventueel saneren van de bodem ten behoeve van toekomstig gebruik; aanloopstraten: straten met een groot aandeel in de routing naar een kernwinkelgebied; kernwinkelgebied: een aaneengesloten gebied in de binnenstad of centrum, met een hoge concentratie aan winkels, horecazaken, culturele voorzieningen en commerciële dienstverlening; transformatie gebied: door herontwikkeling gerealiseerde functiewijziging van grond, gebouwen en openbare ruimte binnen de bebouwde kom met als resultaat een andere functie; bodemsanering: bodemsanering waarbij sprake is van een ernstige verontreiniging op basis waarvan een goedgekeurd functiegericht saneringsplan is opgesteld; nominale waarde: waarden in een exploitatie op basis van prijspeil heden, waarbij geen rekening wordt gehouden met toekomstige kosten- of opbrengstenstijging en toekomstige rentewinsten of renteverliezen; footprint: de totale vloeroppervlakte van de begane grond van een gebouw; beeldbepalend gebouw: een gebouw, dat door een combinatie van architectonische kwaliteit en zijn plaats in de stedenbouwkundige structuur, een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het stads- of dorpsbeeld, dan wel van het buitengebied;
beeldverstorend verpauperd gebouw: een gebouw dat door een combinatie van architectonische kwaliteit en zijn plaats in de stedenbouwkundige structuur, en zo mogelijk ook door de slechte staat van onderhoud als gevolg van leegstand, een negatieve bijdrage levert aan de kwaliteit van het stads-of dorpsbeeld, dan wel van het buitengebied; exploitatietekort: negatief saldo op grond van de berekening van kosten en opbrengsten op basis van: nominale waarden direct verband houdende met en noodzakelijk voor de ontwikkeling en realisatie van het project; een BAR van maximaal 5%, en een Winst/Risicovoorziening van maximaal 5%;
BAR: het in de vastgoedsector gehanteerde bruto aanvangsrendement waarmee de verhouding wordt weergegeven tussen huuropbrengsten in het eerste jaar en de stichtingskosten; erkend aannemer: in het Register Kennis en Kunde van de Monumentenwacht Gelderland opgenomen bedrijf, of een bedrijf dat is aangesloten bij de landelijke Vakgroep Restauratie.
Artikel 2.8.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: een integrale gebiedsgerichte aanpak binnen de bebouwde kom, waarbij het gaat om herbestemming, transformatie of sloop van leegstaande of leegkomende gebouwen, gecombineerd met een aanpak van de openbare ruimte en passend in een actuele visie op de ontwikkeling van het gebied; stedelijke herstructurering van woongebied binnen de bebouwde kom, waarbij sprake is van verduurzaming van woningen, energietransitie en kwalitatief ruimtelijke verbeteringen; het herbestemmen, transformeren en herontwikkelen van beeldbepalende gebouwen of beeldverstorende verpauperde gebouwen binnen de bebouwde kom, met een grote invloed op de omgeving; slopen van panden die niet meer zinvol kunnen worden herbestemd of getransformeerd gevolgd door herbestemming van de vrijgekomen ruimte en herinvulling voor klimaat-adaptieve maatregelen en ruimtelijk kwalitatieve verbeteringen; het verplaatsen van niet aan het buitengebied verbonden functies in het buitengebied naar de bebouwde kom waarbij het gaat om functies die binnenstedelijk zijn te accommoderen waarmee leegstand wordt weggenomen. het herbestemmen, transformeren en herontwikkelen van beeldbepalende gebouwen of beeldverstorende verpauperde gebouwen in het buitengebied, met een grote invloed op de omgeving en waarbij de nieuwe bestemming leidt tot het vergroten van de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland.
Artikel 2.8.3Criteria
1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien: er sprake is van een exploitatietekort; de activiteiten leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsimpuls van de bebouwde omgeving, met maatschappelijke meerwaarde ten bate van duurzame leefbaarheid; de activiteiten passen binnen de regionale programmering wonen, werken (bedrijventerreinen, kantoren) en detailhandel; sprake is van een functiegericht programma met een duurzaam karakter, waarvoor marktvraag is, tenzij sprake is van sloop zonder ’terugbouw’; de activiteiten bijdragen aan het voorkomen of het beperken van nieuwe structurele binnenstedelijke leegstand of ruimtelijk kwalitatieve problemen; en er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak en onderbouwd met een visie op aanpak van leegstand.
2Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder b, slechts verstrekt indien het gaat om minimaal 50 woningen.
3Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder c, slechts verstrekt indien het gaat om een gebouw dat minimaal 5 jaar leeg staat, een footprint heeft van minimaal 1000 m2 en een voorgevelbreedte heeft van minimaal 25 meter.
4Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder d, slechts verstrekt indien de aanvrager aantoont dat het project in twee jaar kan worden uitgevoerd.
5 Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder e, slechts verstrekt indien na verplaatsing van de functie sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.
6 Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder f, slechts verstrekt indien het gaat om een gebouw dat minimaal 5 jaar leeg staat en een footprint heeft van minimaal 2000 m2 en waarbij de aanpak gericht is op het wegnemen van een ruimtelijk kwalitatief probleem, milieu- of geluidshinder of van een onveilige situatie.
7Als de aanvraag betrekking heeft op subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 2.8.2, onder b, geldt in afwijking van het eerste lid, onder f, slechts de eis dat er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak.
8Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van de in het tweede, derde en zesde lid opgenomen aantallen woningen, afmetingen en perioden van leegstand.
Artikel 2.8.4Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.
Artikel 2.8.5Vooroverleg
1 Voordat een aanvraag kan worden ingediend, vindt er een vooroverleg plaats aan de hand van het door de provincie beschikbaar gestelde vooroverlegformulier.
2 Het vooroverleg wordt gepland binnen 8 weken na ontvangst van het in het eerste lid bedoelde formulier en vindt plaats binnen 12 weken.
3 Tijdens het vooroverleg wordt in ieder geval aan de orde gesteld: het percentage aan BAR dat van toepassing zal zijn op het project als de aanvrager voornemens is dit te hanteren; het percentage aan Winst/Risicovoorziening dat van toepassing zal zijn op het project als de aanvrager voornemens is om dit te hanteren; de haalbaarheid van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd; de projectgerelateerde klimaatambities, en welke informatie bij de aanvraag moet worden ingediend.
Artikel 2.8.6Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: een toelichting waarin de aanvrager aangeeft op welke wijze met het project een structurele duurzame verbetering wordt verwezenlijkt, dan wel structurele leegstand zal worden voorkomen dan wel aangepakt; een opgave van de financiële bijdragen van de aan het project deelnemende partijen; een onderbouwing van de manier waarop leegstand op vrijkomende locaties wordt voorkomen; een realistische planning die aantoont dat de uitvoering van het project kan starten en binnen 3 jaar in een aaneengesloten bouwstroom kan worden gerealiseerd en opgeleverd; een kaart waarop het exploitatiegebied is aangegeven; grond- en opstalexploitaties, waarbij uitgegaan wordt van nominale waarden, inclusief verwachte en verleende subsidies, behorende bij het exploitatiegebied; door onafhankelijke taxateurs opgestelde taxatierapporten van de gronden en opstallen die verband houden met de realisering van het project; documenten waaruit de afspraken tussen de aan het project deelnemende partijen blijken ten aanzien van planning, uitvoering, financiën en regionale programmeringsafspraken; informatie waaruit blijkt dat de staatssteun- en aanbestedingsregels niet worden overtreden; en informatie die bij het vooroverleg is verzocht overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.8.5.
Artikel 2.8.7Hoogte van de subsidie
1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het exploitatietekort. Wanneer sprake is van circulair hergebruik van bouwmateriaal wordt de subsidie met 5% verhoogd.
2Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder a, bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan het project deelnemende partijen, met een maximum van € 500.000 per project.
3Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder b, bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan het project deelnemende partijen, met een maximum van € 500.000 per project.
4Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder c, bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan het project deelnemende partijen, met een maximum van € 200.000 per project.
5Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder d, bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan het project deelnemende partijen, met een maximum van € 100.000 per project.
6Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder e, bedraagt ten hoogste 50% van de sloopkosten, inclusief saneringskosten, en ten hoogste 50% van de kosten van herinvulling onbebouwd met een maximum van € 200.000 per project.
7Subsidie als bedoeld in artikel 2.8.2, aanhef en onder f, bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan het project deelnemende partijen, met een maximum van € 200.000 per project.
8In afwijking van artikel 1.3.5, onderdeel b, mogen bij de berekening van het exploitatietekort kosten van voor de datum waarop de aanvraag is ingediend worden meegenomen.
Artikel 2.8.8Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als: verlening ervan zou leiden tot lagere dan de actuele marktconforme prijzen van de grond en gebouwen in de omgeving van het project, of een gemeente per exploitatiegebied voor meer dan één activiteit subsidie zou ontvangen.
Artikel 2.8.9Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.3.5 wordt geen subsidie verstrekt voor: kosten die worden gemaakt tot en met het definitief ontwerp; kosten die gemaakt worden voor activiteiten die buiten het exploitatiegebied van het project vallen; kosten voor kwalitatieve ingrepen in de openbare ruimte die uitstijgen boven hetgeen in de gemeente gangbaar is; waardedaling van gronden of opstallen veroorzaakt door markt- of economische factoren; verwervingen of inbrengwaarde van onroerende zaken die in de exploitatie van het project zijn opgenomen en met een hogere waarde dan de actuele getaxeerde marktwaarde op basis van het huidige gebruik of leegstand; kosten van planschade; en kosten van bovenwijkse voorzieningen.
Artikel 2.8.10Verplichtingen
1Het project wordt binnen drie jaar na de datum van de verleningsbeschikking gerealiseerd, tenzij in deze paragraaf of in de verleningsbeschikking een andere termijn is opgenomen.
2 Indien sprake is van monumentale gebouwen, dient voldaan te worden aan de provinciale Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden.
3Als sprake is van monumentale gebouwen, dienen eventuele werkzaamheden aan deze gebouwen te worden uitgevoerd door een erkend aannemer dan wel door een aannemer die voldoet aan de aan een erkend aannemer gestelde eisen.
Artikel 2.8.11Vaststelling
In afwijking van artikel 26 van de AsG is artikel 27 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidie, met dien verstande dat voor subsidie tot € 125.000 in plaats van een accountantsverklaring kan worden volstaan met een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG.
Paragraaf 2.9 Gelderse Gebiedsopgaven
Artikel 2.9.1Algemene bepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: deelnemer: rechtspersoon, niet zijnde de aanvrager, die bij de subsidiabele activiteit samenwerkt met de aanvrager anders dan in een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie; doelen: de doelen per gebied als bedoeld in de Uitvoeringsstrategie Gebiedsopgaven (PS2016-384) en daarop door Provinciale Staten aangebrachte aanvullingen; financiële bijdrage: al hetgeen een deelnemer op eigen titel en voor eigen rekening en risicovoornemens is uit te voeren;
Gebied: de Achterhoek, de Veluwe, het Stedelijk Netwerk Arnhem/Nijmegen, het Stedelijk Netwerk Ede-Wageningen: Food Valley, het Stedelijk netwerk Stedendriehoek: Cleantech en de Gelderse Corridor, zoals beschreven in de Uitvoeringstrategie Gebiedsopgaven (PS2016-384); gebiedsbreed overleg: een gebiedsbreed maatschappelijk samenwerkingsverband dat actief is in het kader van de Gelderse Gebiedsopgaven; uitgangspunten van de gebiedsopgaven: de 15 uitgangspunten als bedoeld in de Uitvoeringsstrategie Gebiedsopgaven (PS2016-384); uitvoeringsagenda: een document van het gebiedsbreed overleg dat op gebiedsniveau invulling geeft aan de doelen.
Artikel 2.9.2Voorstel van gebiedsbreed overleg
1 Een gebiedsbreed overleg verstrekt periodiek aan Gedeputeerde Staten een schriftelijk voorstel met initiatieven afkomstig uit het gebied die kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen.
2 Het voorstel bevat ten aanzien van elk aangemeld initiatief: een omschrijving van het initiatief en door de initiatiefnemer aan het gebiedsbrede overleg overgelegde informatie; de datum van aanmelding van het initiatief; gegevens van de initiatiefnemer; een beschrijving van de wijze waarop het gebiedsbrede overleg het initiatief heeft besproken, inclusief de daarbij behorende verslagen; een gemotiveerde beoordeling van het initiatief; een gemotiveerde beoordeling van de uitvoerbaarheid van het initiatief, inclusief de planning voor de uitvoering daarvan, 3 Het gebiedsbrede overleg zorgt ervoor dat initiatieven gedurende het gehele jaar kunnen worden aangemeld.
Artikel 2.9.3Lijst met initiatieven
Artikel 2.9.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten die zijn opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 2.9.3.
Artikel 2.9.5Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000.
Artikel 2.9.6Verplichting
De subsidieontvanger is verplicht om zijn kennis en bevindingen te delen op de in de aanvraag beschreven wijze, of in overeenstemming met de beschikking tot subsidieverlening indien Gedeputeerde Staten daarin een andere wijze van delen van kennis en bevindingen hebben bepaald of daarover aanvullende verplichtingen hebben opgelegd.
Artikel 2.9.7Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag, indien deze betrekking heeft op het verrichten van subsidiabele activiteiten, waaraan door deelnemers een financiële bijdrage wordt geleverd, een document ingediend dat is ondertekend door de aanvrager en de deelnemers waaruit ten minste blijkt: de voorgenomen aanpak voor het verrichten van de activiteiten en de bijdragen hieraan door de deelnemers; overeenkomstig de in artikel 2.9.6 opgenomen verplichting op welke wijze en onder welke voorwaarden aanvrager en de deelnemers hun kennis en bevindingen delen.
Artikel 2.9.8Werking van het plafond
Indien voor activiteiten die zijn opgenomen in de lijst, het maximumbedrag waarvoor, op grond van enig artikel in deze Regels, subsidie kan worden verleend, niet van toepassing is verklaard, wordt het bedrag waarmee dit maximumbedrag wordt overschreden buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling of het plafond voor deze activiteiten wordt overschreden.
Paragraaf 2.10 Ondersteuning bewonersinitiatieven op het gebied van sociale samenhang
Artikel 2.10.1Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten van bewoners van wijken, dorpen of gemeenten die zich richten op een versterking van de samenhang binnen een bevolkingsgroep of tussen bevolkingsgroepen met inbegrip van de evaluatie daarvan.
Artikel 2.10.2Criteria
Subsidie wordt slechts verstrekt indien: het gemeentebestuur geen bezwaar heeft tegen de activiteiten; de activiteiten aansluiten bij de kerntaken en de onderliggende plandoelen van de provincie; de activiteiten niet al zijn of worden uitgevoerd op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend; uit de aanvraag blijkt op welke wijze de activiteiten worden geëvalueerd; de activiteiten geen winstoogmerk hebben; en de activiteiten met regelmaat worden georganiseerd.
Artikel 2.10.3Aanvrager
Artikel 2.10.4Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: indien deze wordt ingediend door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen: een schriftelijk document waarin de samenwerking is beschreven en waarin in ieder geval de afspraken zijn vastgelegd over financiën, planning en verantwoordelijkheden; een schriftelijke verklaring van het gemeentebestuur waaruit blijkt dat het gemeentebestuur geen bezwaar heeft tegen het initiatief. een beschrijving waaruit blijkt wat het doel van de activiteiten is, wie de doelgroepen zijn en met welke frequentie die activiteiten worden georganiseerd.
Artikel 2.10.5Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 24.999.
Artikel 2.10.6Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.3.5 zijn komen niet voor subsidie in aanmerking kosten voor:
Het beheer en onderhoud van onroerende goederen;
Aanpassingen die niet noodzakelijk zijn voor het realiseren van de activiteiten.
Artikel 2.10.6Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als: het aannemelijk is dat het initiatief zal leiden tot toekomstige lasten voor onderhoud of instandhouding waarvoor ten tijde van de subsidieverstrekking geen dekking bestaat; het initiatief geheel of grotendeels gericht is op het organiseren van een dorps- of buurtfeest, optocht, braderie of barbecue of andere eenmalige of incidentele activiteiten; het initiatief gericht is op individuele hulpverlening of de behartiging van een persoonlijk belang; het initiatief zich in een onderzoeksfase bevindt; of voor het initiatief subsidie is of kan worden verstrekt op grond van de paragrafen 4.2 of 4.12.
Artikel 2.10.8Verplichtingen
2.De uitvoering van het initiatief moet binnen twee jaar na de vaststelling van de subsidie zijn afgerond.
Paragraaf 2.11 Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden
Artikel 2.11.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: bestuursovereenkomst: de Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016 – 2021 regio Oost, zoals gepubliceerd in de Staatscourant op 16 december 2015; initiatiefnemer: de partij die maatregelen uit het werkprogramma uitvoert; investeringsvolume: het aan Zoetwater toe te rekenen investeringsvolume van het Regionale Bod “Aanbod Hoge Zandgronden” van 7 februari 2014, zoals bedoeld in de bestuursovereenkomst;
RBO: Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost;
Rijksbijdrage: de decentrale uitkering Deltafondsmiddelen voor Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, zoals overeengekomen in de bestuursovereenkomst; werkprogramma: het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016 – 2021, “Wel goed water geven!”.
Artikel 2.11.2Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van maatregelen conform bijlage 1 van het werkprogramma.
Artikel 2.11.3Verplichting
De activiteit wordt uitgevoerd in de periode 2016-2021.
Artikel 2.11.4Voorwaarde
Artikel 2.11.5Niet-subsidiabele kosten
Artikel 2.11.6Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan:
Waterschap Rijn en IJssel;
Waterschap Vallei en Veluwe;
Gemeente Aalten;
Gemeente Apeldoorn;
Gemeente Barneveld;
Gemeente Berkelland;
Gemeente Bronckhorst;
Gemeente Doetinchem;
Gemeente Duiven;
Gemeente Ede;
Gemeente Elburg;
Gemeente Harderwijk;
Gemeente Montferland;
Gemeente Nunspeet;
Gemeente Putten;
Gemeente Renswoude;
Gemeente Rhenen;
Gemeente Soest;
Gemeente Voorst;
Gemeente Westervoort;
Gemeente Winterswijk;
Gemeente Zevenaar;
Gemeente Zutphen.
Artikel 2.11.7Aanvraag
Artikel 2.11.8Hoogte van de subsidie
Waterschap Rijn en IJssel €2.220.000, bij een investeringsvolume van €7.300.000;
Waterschap Vallei en Veluwe €880.000, bij een investeringsvolume van €2.900.000;
Gemeente Aalten €5.114, bij een investeringsvolume van €19.400;
Gemeente Apeldoorn €402.980, bij een investeringsvolume van €1.604.022;
Gemeente Barneveld €26.677, bij een investeringsvolume van €102.000;
Gemeente Berkelland €53.428, bij een investeringsvolume van €232.296;
Gemeente Bronckhorst €15.682, bij een investeringsvolume van €60.000;
Gemeente Doetinchem €94.776, bij een investeringsvolume van €363.000;
Gemeente Duiven €115.925, bij een investeringsvolume van €504.022;
Gemeente Ede €89.406, bij een investeringsvolume van €342.500;
Gemeente Elburg €178.569, bij een investeringsvolume van €744.022;
Gemeente Harderwijk €168.171, bij een investeringsvolume van €704.022;
Gemeente Montferland €181.467, bij een investeringsvolume van €754.946;
Gemeente Nunspeet €26.080, bij een investeringsvolume van €100.000;
Gemeente Putten €115.538, bij een investeringsvolume van €448.396;
Gemeente Renswoude €9.461, bij een investeringsvolume van €40.000;
Gemeente Rhenen €25.313, bij een investeringsvolume van €96.800;
Gemeente Soest €15.682, bij een investeringsvolume van €60.000;
Gemeente Voorst €46.962, bij een investeringsvolume van €180.000;
Gemeente Westervoort €1.694, bij een investeringsvolume van €7.365;
Gemeente Winterswijk €87.446, bij een investeringsvolume van €335.000;
Gemeente Zevenaar €115.925, bij een investeringsvolume van €504.022;
Gemeente Zutphen €29.404, bij een investeringsvolume van €112.500.
Artikel 2.11.9Verplichtingen
[vervallen]
Artikel 2.11.10Vaststelling
Paragraaf 2.12 Aanpassingen Gemeenschapsvoorziening
Artikel 2.12.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: gemeenschapsvoorziening: een gebouw, een gedeelte of de buitenruimte van een gebouw, of een openbaar gebied dat voldoet aan de volgende criteria: er vinden in een gebouw ten minste drie en buiten ten minste twee verschillende activiteiten op het terrein van zorg, welzijn, cultuur, educatie en sport plaats voor gebruikers; het gebouw, de buitenruimte of het openbaar gebied is bestemd voor brede en meerdere gebruikersgroepen; de gebruikers zijn op niet commerciële basis betrokken bij de activiteiten in de gemeenschapsvoorziening; de gebruikers die op structurele basis gebruikmaken van de gemeenschapsvoorziening zijn in meerderheid non-profitorganisaties, en het gebouw, de buitenruimte of het openbaar gebied staat ten minste zes dagen per week ter beschikking van de gebruikers. gekwalificeerde adviseur: een adviseur in het bezit van een geldig Fedec-, EPA-U-, BREEAM- of GPR-certificaat, dan wel een daarmee vergelijkbaar certificaat. aanpassen: aanpassen en verbouwen van een gemeenschapsvoorziening. circulair: het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. klimaatadaptief: het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering, het verkleinen van de uiteindelijke effecten ervan en het benutten van de kansen die een veranderend klimaat biedt. natuurinclusief: het nemen van maatregelen ten aanzien van gebouwen of de buitenruimte die gericht zijn op het vergroten van de biodiversiteit.
Artikel 2.12.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het verbeteren van de toegankelijkheid van een gemeenschapsvoorziening voor mensen met een handicap of een chronische ziekte; het realiseren van maatregelen die een energiebesparend of –opwekkend effect hebben; het aanpassen van een gemeenschapsvoorziening, als dit noodzakelijk is voor het kunnen uitvoeren van nieuwe activiteiten; het aanpassen van een gebouw, een gedeelte of de buitenruimte van een gebouw of een openbaar gebied tot gemeenschapsvoorziening; het verbeteren van de toegankelijkheid van een gemeenschapsvoorziening voor mensen met een handicap of een chronische ziekte als dit gebeurt op een circulaire, klimaatadaptieve of natuurinclusieve manier; het aanpassen van een gemeenschapsvoorziening, als dit gebeurt op een circulaire, klimaatadaptieve of natuurinclusieve manier, of het aanpassen van een gebouw, een gedeelte of de buitenruimte van een gebouw of een openbaar gebied tot gemeenschapsvoorziening, als dit gebeurt op een circulaire, klimaatadaptieve of natuurinclusieve manier.
Artikel 2.12.3Criteria
Een onderbouwd overzicht van de bouwkundige en technische maatregelen die genomen worden om energiebesparing of -opwekking te bewerkstelligen; een schatting van de kosten van de maatregelen; een verklaring dat de energiescan is uitgevoerd door een gekwalificeerde adviseur, en het effect van de uit te voeren maatregelen als bedoeld op de energierekening van de aanvrager.
Artikel 2.12.4Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon die blijkens zijn statuten of akte van oprichting of blijkens zijn feitelijke werkzaamheden tot taak heeft om een gemeenschapsvoorziening te beheren en om ondersteuning te bieden bij de programmatische invulling van de activiteiten binnen een gemeenschapsvoorziening.
Artikel 2.12.5Hoogte van de subsidie
Artikel 2.12.6Subsidiabele kosten
Artikel 2.12.7Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger rondt de subsidiabele activiteit binnen 12 maanden na de subsidieverlening af.
Artikel 2.12.8Weigeringsgronden
Subsidie als bedoeld in artikel 2.12.2, onder c, wordt geweigerd indien voor de activiteit subsidie is of kan worden verstrekt op grond van de paragraaf 6.26.
Artikel 2.12.9Verplichtingen van de subsidieontvanger
Paragraaf 2.13 Steengoed benutten – Procesondersteuning
Artikel 2.13.1Algemene bepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: herbestemming: het geven van een nieuwe functionele bestemming aan een gebouw of een gebied die wordt vastgelegd in een bestemmingplan; transformatie gebouw: ingrijpende kwalitatieve aanpassingen aan een gebouw naar de eisen van de tijd, noodzakelijk voor toekomstige gebruikers of doelgroepen; transformatie gebied: functiewijziging van grond, gebouwen en openbare ruimte; herontwikkeling: het na sloop realiseren van nieuwbouw op dezelfde locatie al dan niet in combinatie met een herinrichting van de openbare ruimte; centrumgebied: een binnenstad, dorpskern of wijkwinkelcentrum; centrummanagement: het versterken van de aantrekkingskracht en het economisch functioneren van een centrumgebied door de stakeholders (overheid, ondernemers en vastgoedeigenaren), zowel inhoudelijk als financieel, structureel met elkaar te verbinden en het centrumgebied gezamenlijk als merk te ontwikkelen en een marketing- en communicatiestrategie op te stellen.
Artikel 2.13.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar de ruimtelijke en financiële haalbaarheid van een herbestemming, transformatie, stedelijke herstructurering of herontwikkeling van een gebouw of een gebied; het opstellen van een plan van aanpak voor de realisatie van een herbestemming, transformatie, stedelijke herstructurering of herontwikkeling van een gebouw of een gebied, of de procesbegeleiding of advisering in het kader van een herbestemming, transformatie, stedelijke herstructurering of herontwikkeling van een gebouw of een gebied.
Artikel 2.13.3Criteria
Subsidie wordt slechts verstrekt indien de gemeente en de betrokken vastgoedeigenaren de intentie hebben om hun medewerking te verlenen aan de voorgenomen subsidiabele activiteiten.
Artikel 2.13.4Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen; stichtingen, niet zijnde een collectief, als bedoeld in onderdeel b van artikel 2.1.1, of; verenigingen, niet zijnde een collectief, als bedoeld in onderdeel b van artikel 2.1.1.
Artikel 2.13.5Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een beschrijving van de herbestemming, transformatie, stedelijke herstructurering of herontwikkeling in het kader waarvan de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd; een onderbouwing op welke wijze en in welke mate de herbestemming, transformatie of herontwikkeling leegstand verkleint of voorkomt; indien de aanvrager niet een gemeente is, een schriftelijke verklaring van het gemeentebestuur dat de gemeente medewerking verleent aan de voorgenomen subsidiabele activiteit; indien de aanvrager niet de eigenaar is van het onder de herbestemming, transformatie of herontwikkeling vallende vastgoed: een schriftelijke verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat hij medewerking verleent aan voorgenomen subsidiabele activiteit; offertes van de voor de subsidiabele activiteiten in te schakelen derden.
Artikel 2.13.6Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.
Artikel 2.13.7Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de inhuur van externe deskundigen.
Artikel 2.13.8Verplichtingen
Artikel2.13.9Tijdelijke subsidie voor toekomstbestendige centrumgebieden i.v.m. overbruggings- en herstelmaatregelen COVID-19
Artikel2.13.10Subsidieaanvraag tijdelijke subsidie voor toekomstbestendige centrumgebieden
Artikel2.13.11Subsidiabele kosten en hoogte van tijdelijke subsidie voor toekomstbestendige centrumgebieden
Artikel2.13.12Uitvoeringstermijn en verplichtingen tijdelijke subsidie voor toekomstbestendige centrumgebieden
Paragraaf 2.14 Beleef Het Apeldoorns Kanaal
Artikel 2.14.1Begripsbepaling
In deze paragraaf wordt verstaan onder: bestuurlijk overleg Apeldoorns Kanaal: het overleg bestaande uit bestuurders van het waterschap Vallei en Veluwe en de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Rheden.
Artikel 2.14.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die de beleefbaarheid en de recreatieve functie van het Apeldoorns Kanaal versterken, en die plaatsvinden in de openbare infrastructuur, of die bijdragen aan de ontwikkeling van de toeristisch recreatief aanbod langs het kanaal.
Artikel 2.14.3Criteria
Subsidie als bedoeld in artikel 2.14.2 wordt alleen verstrekt als: de activiteit wordt uitgevoerd in of betrekking heeft op de onmiddellijke nabijheid van het Apeldoorns Kanaal; het bestuurlijk overleg Apeldoorns Kanaal heeft verklaard de realisering van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd wenselijk te achten, en de activiteit is opgenomen in categorie 1, 2 of 3 van de projectenlijst opgenomen in de Uitwerkingsagenda Apeldoorns Kanaal (PS2018-308, bijlage 7).
Artikel 2.14.4Subsidiabele kosten
1 Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de fysieke uitvoering van de activiteiten.
2 Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten van een gemeente of waterschap.
3 Voor aanvragen die worden ingediend voor 1 april 2019, kan, in afwijking van artikel 1.3.5, onderdelen b en f, subsidie worden verstrekt voor kosten die zijn gemaakt vanaf 1 juli 2018.
Artikel 2.14.5Aanvrager
1 Subsidie als bedoeld in artikel 2.14.2, aanhef en onder a, wordt verstrekt aan de deelnemers van het bestuurlijk overleg Apeldoorns Kanaal.
2 Subsidie als bedoeld in artikel 2.14.2, aanhef en onder b, kan worden verstrekt aan een rechtspersoon die de versterking van het toerisme en de recreatie van het Apeldoorns Kanaal als doel heeft.
Artikel 2.14.6Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3. wordt bij de aanvraag verstrekt: een verklaring van het bestuurlijk overleg Apeldoorns Kanaal waaruit blijkt dat zij de uitvoering van de activiteit wenselijk achten, en een GIS-kaart met daarop aangegeven de locatie van de activiteit.
Artikel 2.14.7Hoogte van de subsidie
1 De subsidie als bedoeld in artikel 2.14.2 bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten.
2 Subsidie als bedoeld onder artikel 2.14.2, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste € 80.000.
Paragraaf 2.15 Sociale initiatieven COVID-19
[vervallen]
Paragraaf 2.16 COVID-19 Overbrugging gemeenschapsvoorzieningen
Artikel 2.16.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Covid-crisis: negatieve gevolgen van Covid-19; duurzame goederen: goederen die langer dan een jaar meegaan; investering: aanschaf van duurzame goederen of het doen van verbouwing of bouw; gemeenschapsvoorziening: bestaand gebouw of gedeelte van een bestaand gebouw dat voldoet aan de volgende criteria: er vinden verschillende activiteiten voor gebruikers plaats op ten minste drie van de volgende terreinen: zorg, welzijn, cultuur, educatie en sport; het gebouw is bestemd voor brede en meerdere gebruikersgroepen; de gebruikers zijn als vrijwilliger actief betrokken bij de activiteiten in de gemeenschapsvoorziening; de gebruikers die op structurele basis gebruikmaken van de gemeenschapsvoorziening zijn in meerderheid non-profitorganisaties, en het gebouw staat ten minste zes dagen per week, inclusief de avonden, ter beschikking van de gebruikers.
Artikel 2.16.2Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het verstrekken van een tegemoetkoming aan gemeenschapsvoorzieningen, of het doen van onderzoek naar de vitaliteit en toekomstbestendigheid van een of meer gemeenschapsvoorzieningen in de gemeente.
Artikel 2.16.3Criteria
Artikel 2.16.4Aanvrager
De subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.
Artikel 2.16.5Aanvraag
Artikel 2.16.6Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als aan aanvrager reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.
Artikel 2.16.7Verplichtingen
Artikel 2.16.8Hoogte van de subsidie
Artikel 2.16.9Bevoorschotting
In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt een voorschot uitgekeerd van 100%.
Artikel 2.16.10Vaststelling
Op grond van artikel 25, derde lid, van de AsG wordt de subsidie vastgesteld met toepassing van artikel 25, eerste lid, van de AsG.
Paragraaf 2.17 Subsidieregeling Regio Deal Foodvalley en Regio Deal Veluwe
Artikel2.17.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: proeffabriek: een innovatiecluster zoals bedoeld in 2, onderdeel 92 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
Regio Deal Veluwe: De Regio Deal Veluwe, zoals gepubliceerd is in de bijlage bij de kamerbrief van 13 juli 2020 met als kenmerk DGNVLG/20172283 waarin afspraken zijn gemaakt ter financiering van de uitvoering van 4 actielijnen, waarvoor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij een subsidie aan de provincie Gelderland heeft verstrekt;
Regio Deal Foodvalley: De Regio Deal Foodvalley, zoals gepubliceerd is in de bijlage bij Kamerstukken II 2018/2019, 29697, nr. 68, waarin middelen zijn beschikbaar gesteld voor proeffabrieken onder spoor 3a, waarvan een deel van die middelen in de vorm van een subsidieverlening van de gemeente Ede aan de provincie heeft verstrekt; regionaal adviesorgaan Veluwe: De Regionale Regiegroep Veluwe zoals omschreven in artikel 8 van de samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Veluwe; regionaal adviesorgaan Foodvalley: Stichting FoodvalleyNL, aangevuld met vertegenwoordigers van (delen van) de triple helix uit de provincies Utrecht en Gelderland; samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Foodvalley: de tussen de regionale partijen en regionale samenwerkingspartners bij de Regio Deal gesloten overeenkomst waarbij onder meer afspraken zijn gemaakt over het waarborgen van de realisatie van de programma’s/projecten van Regio Deal Foodvalley; samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Veluwe: de tussen de regionale partijen en regionale samenwerkingspartners bij de Regio Deal Veluwe gesloten overeenkomst waarbij onder meer afspraken zijn gemaakt over het waarborgen van de realisatie van de actielijnen en daar onder vallende projecten van de Regio Deal Veluwe; samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaande uit tenminste meerdere rechtspersonen of één of meer rechtspersonen en één of meer natuurlijke personen, dat is opgericht ter uitvoering van activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en waarvan een rechtspersoon als penvoerder namens dit samenwerkingsverband optreedt.
Artikel2.17.2Subsidie
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan uitsluitend worden verstrekt voor: activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van het onderdeel proeffabrieken zoals omschreven in spoor 3a van de Regio Deal Foodvalley; activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van de Regio Deal Veluwe.
Artikel2.17.3Criteria en voorwaarden
Artikel2.17.4Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag : een advies van het betreffende regionaal adviesorgaan; een planning met de te behalen resultaten per periode inclusief een uitgavenplanning.
Artikel2.17.5Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen of een penvoerder namens een samenwerkingsverband.
Artikel2.17.6Voortgangsrapportage
Artikel2.17.7Melding
Artikel2.17.8Voorschotverlening en looptijd
Artikel2.17.9Communautair kader
Subsidie ten behoeve van de Regio Deal Foodvalley wordt slechts verstrekt als is voldaan aan hoofdstuk 1 en artikel 27 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Paragraaf 2.18Oplossen knelpunten bij procedures voor woningbouw
Artikel2.18.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: tijdelijke inhuur capaciteit: voor maximaal één jaar inhuren van externe capaciteit omdat de gemeente niet over voldoende capaciteit beschikt om knelpunten in het kader van de bouw op te lossen; tijdelijke inhuur externe expertise: een externe deskundige met expertise op het gebied van onder andere stikstof, natuur inclusief bouwen, mobiliteit, flora en fauna of archeologie die voor maximaal één jaar een gemeente ondersteunt bij het oplossen van vraagstukken op eerder genoemde gebieden; knelpunt: vraagstukken op het gebied van onder meer stikstof, natuur inclusief bouwen, mobiliteit, flora en fauna of archeologie ten behoeve van de realisatie van woningbouw.
Artikel2.18.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de AsG kan worden verstrekt voor de inhuur van tijdelijke capaciteit of externe expertise om knelpunten op te lossen zodat de woningbouw wordt versneld.
Artikel2.18.3Criteria
Subsidie wordt slechts verstrekt als: er sprake is van een knelpunt; dat opgelost kan worden door de inzet van extra capaciteit of de tijdelijke inhuur van externe expertise, en dat leidt tot een versnelling van de woningbouw.
Artikel2.18.4Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente of een waterschap.
Artikel2.18.5Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: een plan van aanpak waaruit blijkt welk knelpunt met de inzet van extra capaciteit of tijdelijke inhuur van expertise wordt opgelost; een planning van het woningbouwproject waaruit blijkt dat dit uiterlijk 1 januari 2025 van start gaat.
Artikel2.18.6Hoogte van de subsidie
Artikel2.18.7Subsidiabele kosten
Paragraaf 2.19 PM
Paragraaf 2.20 SteenGoed Challenge: mijn huis staat in Gelderland
Artikel 2.20.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Deelnemer: een groep natuurlijke personen die zich verenigd hebben in een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die beoogt hun belangen in de transformatie van een SteenGoed Challenge locatie te behartigen;
SteenGoed Challenge: de challenge ‘Mijn huis staat in Gelderland’ (PS2019-696).
SteenGoed Challenge locatie: een op de website www.mijnhuisstaatingelderland.nl genoemde locatie.
Transformatie: ingrijpende kwalitatieve aanpassingen aan een gebouw naar de eisen van de tijd of sloop van bestaande bouw met vervolgens nieuwbouw, noodzakelijk voor toekomstige bewoning;
Artikel 2.20.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: een klimaatadaptatie- en biodiversiteitsplan; een energietransitieplan; een leefbaarheidsplan, of de transformatie van een SteenGoed Challenge locatie.
Artikel 2.20.3Subsidiecriteria voor een plan
Artikel 2.20.4Subsidiecriteria voor de transformatie
Artikel 2.20.5Aanvrager
Subsidie wordt alleen verstrekt aan een deelnemer aan de SteenGoed Challenge.
Artikel 2.20.6Aanvraag
Artikel 2.20.7Subsidiabele kosten
Artikelen 1.3.4 en 1.3.5, eerste lid, onder b, zijn niet van toepassing.
Artikel2.20.8Hoogte subsidie
Artikel 2.20.9Wijze van verdeling
Paragraaf 2.21 Dorpendeal
Artikel 2.21.1Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder dorpendeal: set van samenwerkingsafspraken om de sociale cohesie van een wijk of dorp te versterken die voldoen aan de volgende criteria: het initiatief is mede van de lokale gemeenschap gekomen en de afspraken hebben een breed draagvlak bij die lokale gemeenschap; de gemeente is partner; de belangen van de partijen zijn beschreven; de wijze waarop wordt geborgd dat iedereen mee kan doen en iedereen wordt betrokken, die betrokken wil of kan worden, is beschreven; er zijn afspraken opgenomen over de activiteiten en minimale inbreng van partijen, en de wijze waarop de kennis en bevindingen worden gedeeld, is beschreven.
Artikel2.21.2Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een of meer onderdelen uit een dorpendeal.
Artikel 2.21.3Aanvrager
De subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.
Artikel 2.21.4Aanvraag
In afwijking van artikel 1.2.3, eerste lid, wordt bij de aanvraag het volgende verstrekt: de ondertekende dorpendeal; informatie waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de geldende staatssteun- en aanbestedingsregels.
Artikel 2.21.5Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als voor de dorpendeal al subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.
Artikel 2.21.6Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt tenminste € 25.000 en ten hoogste € 400.000.
Artikel 2.21.7Vaststelling
In afwijking van artikel 27 van de AsG is artikel 26 van de AsG van toepassing op de vaststelling van alle subsidies op grond van deze paragraaf.
Paragraaf 2.22 Cofinanciering Besluit Woningbouwimpuls 2020
Artikel 2.22.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Besluit Woningbouwimpuls 2020: Besluit van 11 mei 2020, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Besluit Woningbouwimpuls 2020); publieke onrendabele top: de aan te vragen uitkering zoals bedoeld in artikel 2, derde lid van het Besluit Woningbouwimpuls 2020; project: een project zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
Artikel 2.22.2Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de cofinanciering van één of meerdere projecten die in aanmerking komen voor een uitkering uit het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
Artikel 2.22.3Criteria
Subsidie wordt slechts verstrekt als het project voldoende bijdraagt aan één of meerdere provinciale doelen uit de vigerende omgevingsvisie.
Artikel 2.22.4Aanvragers
Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.
Artikel 2.22.5Aanvraag
Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag bijgevoegd een afschrift van de aanvraag zoals die wordt ingediend uit hoofde van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
Artikel 2.22.6Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de publieke onrendabele top met een maximum van € 1.000 per gerealiseerde woning.
Artikel 2.22.7Opschortende voorwaarde
Artikel 2.22.8Vaststelling
Onverminderd artikel 1.5.2 gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van een beschikking tot vaststelling van de subsidie van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
Hoofdstuk 3 Milieu, energie & klimaat
Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.1.1Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: eigenaar-bewoner: een persoon die op grond van artikel 1 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek eigenaar is van een koopwoning en zelf deze koopwoning bewoont; bodem en ondergrond: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en antropogene resten van eertijdse bewoning en grondgebruik, inclusief het grondwater; bodem- en ondergrondaspecten: informatie over de karakteristieken van de bodem en ondergrond, de gebruiksmogelijkheden en de effecten van het mogelijke gebruik op andere functies van de bodem en ondergrond en de effecten van bovengronds ruimtegebruik op ondergrondse functies en omgekeerd; bodemgegevens: gegevens afkomstig uit een bodemonderzoeksrapport dat is opgesteld door een erkende persoon of instelling zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit Bodemkwaliteit; energielabelsprong: een verbetering van het energielabel als bedoeld in het Besluit Energieprestatie Gebouwen hernieuwbare energie: niet-fossiele energie zoals windenergie, zonne-energie, geothermische energie, golfenergie, getijdenenergie, waterkrachtinstallaties, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas; lokaal duurzaam energiebedrijf: een onderneming die hernieuwbare energie produceert waarbij de afnemers zijn gevestigd binnen een straal van 30 kilometer ten opzichte van een productielocatie van de onderneming;
NOM-ready: de situatie waarin een woning direct verbeterd wordt en verantwoord voorbereid is op een NOM-renovatie door middel van latere ingrepen;
NOM-renovatie: een renovatie van een woning die als rechtstreeks gevolg heeft dat de ingaande en uitgaande energiestromen voor gebouw gebonden energie (ruimteverwarming, comfort-koeling, ventilatie, monitoring, regelingen en hulpenergie voor deze installaties) bij een normaal leefpatroon op jaarbasis gelijk zijn aan of lager zijn dan nul; [vervallen] terugverdientijd: de subsidiabele kosten gedeeld door de verwachte jaarlijkse besparing; rd-waarde: het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag;
VvE: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 van het Burgerlijk Wetboek.
Paragraaf 3.2 Energieloketten [vervallen]
Paragraaf 3.3 Lokale hernieuwbare energieprojecten en participatie door natuurlijke personen, rechtspersonen zonder winstoogmerk en VvE’s
Artikel 3.3.1Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van lokale hernieuwbare energieprojecten.
Artikel 3.3.2Criteria
Artikel 3.3.3Aanvrager
Artikel3.3.4Niet-subsidiabele kosten (nieuw)
Artikel 3.3.5Aanvraag
Artikel 3.3.6Hoogte van de subsidie
1 De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €3.500 en een maximum van €100.000.
2 Voor waterkrachtinstallaties bedraagt de subsidie ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €3.500 en een maximum van €200.000.
Artikel 3.3.7Verplichtingen
Paragraaf 3.4 [vervallen]
Paragraaf 3.5 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en instellingen
Artikel3.5.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder bedrijfscollectief: een samenwerkingsverband van bedrijven of instellingen dat rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan de doelgroep in ieder geval de aangesloten bedrijven en instellingen betreft.
Artikel3.5.2Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van een plan van aanpak voor het werven voor, het coördineren en het evalueren van en het communiceren over energiescans bij bedrijven en instellingen, en het begeleiden van bedrijven of instellingen bij het inventariseren van maatregelen met behulp van een energiescan met als minimale basis de erkende maatregelen als bedoeld in bijlage 10 bij de Activiteitenregeling milieubeheer, voor zover die zijn vastgesteld voor de betreffende branche, waarbij de inventarisatie inzicht moet bieden in de kosten en de terugverdientijd van de wettelijk verplichte maatregelen, alsmede een termijn voor realisatie van die maatregelen.
Artikel 3.5.3Criteria
Artikel 3.5.4Weigeringsgrond
Geen subsidie wordt verstrekt voor uitsluitend de activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a.
Artikel 3.5.5Subsidiabele kosten
Artikel 3.5.6Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan een bedrijfscollectief.
Artikel3.5.7Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt: ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a; ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten per bedrijf of instelling met een maximum van € 1.000 en een totaal maximum van € 100.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder b.
Artikel 3.5.8Aanvraag
Artikel 3.5.9Vaststelling
Paragraaf 3.6 bodemgegevens op orde
Artikel 3.6.1Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het selecteren van bodemgegevens en het invoeren daarvan in een digitaal bodeminformatiesysteem.
Artikel 3.6.2Criteria
Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij het invoeren van de bodemgegevens gebruik wordt gemaakt van het uitwisselingsformat SIKB0101 of een daarvoor in de plaats tredend uitwisselingsformat.
Artikel 3.6.3Aanvrager
Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 3.6.4Hoogte van de subsidie
De subsidie als bedoeld in artikel 3.6.1 bedraagt € 7500.
Artikel 3.6.5Verplichtingen
[vervallen]
Paragraaf 3.7 Ondergrond in beeld ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 3.7.1Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van bodemonderzoek of opstellen van een rapport over bodem- en ondergrondaspecten in een gebied en het delen van opgedane kennis hierover.
Artikel 3.7.2Verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht het rapport openbaar te maken via internet.
Artikel 3.7.3Subsidiabele kosten
1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 3.7.1 komen niet in aanmerking de kosten van wettelijk verplicht bodemonderzoek in het kader van de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en, na inwerkingtreding, de Omgevingswet.
2.In afwijking van artikel 1.3.5, onderdeel h, kan subsidie worden verstrekt voor de onderzoekskosten naar stoffen die voorkomen op de Europese lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en de onderzoekkosten voor de niet genormeerde stoffen.
Artikel 3.7.4Aanvrager
Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 3.7.5Hoogte van de subsidie
De subsidie als bedoeld in 3.7.1 bedraagt € 10.000.
Paragraaf 3.8 Omgevingsveiligheid
Artikel 3.8.1Subsidiabele activiteiten
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die voortvloeien uit Deelprogramma 4 Lokaal EV beleid van de Impuls Omgevingsveiligheid 2020, zoals vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad op 30 oktober 2019.
Artikel 3.8.2Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan openbare lichamen die zijn ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en die fungeren als omgevingsdiensten.
Artikel 3.8.3Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste: voor de Omgevingsdienst Achterhoek: € 93.482; voor de Omgevingsdienst Noord Veluwe: € 42.288; voor de Omgevingsdienst Veluwe IJssel: € 48.990; voor de Omgevingsdienst Regio Arnhem: € 85.457; voor de Omgevingsdienst De Vallei: € 49.299; voor de Omgevingsdienst Regio Nijmegen: € 52.606; voor de Omgevingsdienst Rivierenland: € 68.877.
Artikel 3.8.4
In afwijking van de artikel 1.3.6 bedraagt de subsidie voor de directe loonkosten en de indirecte kosten maximaal een bedrag per uur dat overeenkomt met het door de Omgevingsdiensten bestuurlijk vastgestelde uurtarief.
Artikel 3.8.5
Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een opgave van het bestuurlijk vastgestelde uurtarief als bedoeld in artikel 3.8.4.
Paragraaf 3.9 Ondersteuning van gemeenten ten behoeve van toezicht op energiebesparing
[vervallen]
Paragraaf 3.10 Energieloketten 2018
[vervallen]
Paragraaf 3.11 Voorfinanciering ontwikkelkosten
Artikel 3.11.1Begripsbepalingen
Artikel 3.11.2Subsidiabele activiteit
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de voorbereiding van een windpark of een zonnepark.
Artikel 3.11.3Criteria
Artikel 3.11.4Aanvrager
Artikel 3.11.5Hoogte van de subsidie
Artikel 3.11.6Aanvraag
Artikel 3.11.7Voorwaarde
De subsidie wordt verstrekt op voorwaarde dat de ontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een privaatrechtelijke overeenkomst van geldlening als bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht.