Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 (Breda)
Waar gaat deze regeling over?
Deze regeling beschrijft de algemene voorwaarden en procedures voor het aanvragen en ontvangen van subsidies van de gemeente Breda in 2026. Het doel is om maatschappelijke initiatieven te stimuleren en bij te dragen aan vastgestelde beleidsdoelen.
Voor wie: Organisaties en initiatieven die subsidie aanvragen bij de gemeente Breda; Inwoners van Breda, voor wie subsidiabele activiteiten beschikbaar moeten zijn.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 338
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De definitie van diverse termen die in de subsidieregeling worden gebruikt.
- De algemene regels en criteria voor de beoordeling van subsidieaanvragen.
- Specifieke voorwaarden voor jaarlijkse subsidies en de uitbetaling daarvan.
- Aanvullende regels voor tenderprocedures en de afhandeling van fusies of rechtsopvolging.
Voor wie geldt deze regeling?
- Organisaties en initiatieven die subsidie aanvragen bij de gemeente Breda.
- Inwoners van Breda, voor wie subsidiabele activiteiten beschikbaar moeten zijn.
Wat zijn de kernpunten?
- Activiteiten moeten aantoonbaar bijdragen aan één of meerdere door de raad vastgestelde beleidsdoelen.
- Een subsidieaanvraag moet de beoogde doelgroep(en) en SMART omschreven resultaten bevatten, inclusief het beoogde aantal gebruikers/bezoekers/deelnemers/leden.
- Voor subsidies boven de € 10.000,- wordt maximaal 95% bevoorschot; de resterende 5% volgt na vaststelling.
- Jaarlijkse subsidies van € 50.000,- of meer voor organisaties met professionele krachten vereisen onder andere toepassing van de 'Code Good Governance'.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (338)
- Artikel1:1 Definities
- Artikel1:2 Toepassing en algemene regels
- Artikel1:3 Beleidsdoelen
- Artikel1:4 Doelmatigheid
- Artikel1:5 Samenwerking
- Artikel1:6 Jaarlijkse subsidie
- Artikel1:7 Voorschotten en betalen
- Artikel1:8 Indieningsdatum aanvraag tot vaststelling subsidie
- Artikel1:9 Aanvullende regels bij tenderprocedures
- Artikel1:10 Fusie en rechtsopvolging
- Artikel1:11 Taal van de aanvraag
- Artikel2:1 Doel en achtergrond
- Artikel2:2 Betekenissen
- Artikel2:3 Toepassingsbereik en uitgangspunten
- Artikel2:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel2:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel2:6 Aanvullende voorwaarden per waardenetwerk
- Artikel2:7 Beschikbare middelen en subsidieplafonds
- Artikel2:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel2:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel2:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel2:11 Verhoging van het subsidieplafond
- Artikel2:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel2:13 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel2:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel3:1 Doel
- Artikel3:2 Betekenissen
- Artikel3:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel3:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel3:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel3:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel3:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel3:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel3:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel3:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel3:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel3:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel4:1 Doel
- Artikel4:2 Definities
- Artikel4:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel4:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel4:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel4:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel4:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel4:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel4:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel4:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel4:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel4:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel5:1 Doel
- Artikel5:2 Betekenissen
- Artikel5:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel5:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel5:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel5:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel5:7 Hoogte van de subsidie
- Artikel5:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel5:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel5:10 Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld?
- Artikel 5:10 (Verdeling subsidie 2025) is vervallen
- Artikel5:11 Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld?
- Artikel5:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel5:13 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- Artikel5:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel5:15 Bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden
- Artikel5:16 Per boekjaar verstrekte subsidie
- Artikel6:1 Toepassingsbereik
- Artikel6:2 Voor wie
- Artikel6:3 Activiteiten
- Artikel6:4 Criteria
- Artikel6:5 Aanvraag
- Artikel6:6 Subsidieplafond
- Artikel6:7 Procedure
- Artikel6:8 Weigeringsgronden
- Artikel6:9 Verplichtingen subsidieontvanger
- Artikel7:1 Doel
- Artikel7:2 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel7:3 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel7:4 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel7:5 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel7:6 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel7:7 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel7:8 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel7:9 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel7:10 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel7:11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel8:1 Definities
- Artikel8:2 Vigerend beleidskader
- Artikel8:3 Voor wie
- Artikel8:4 Met welk doel
- Artikel8.5 Wat
- Artikel8:6 Breedtesportevenementen
- Artikel8:7 Topsportevenementen
- Artikel8:8 Talentontwikkeling
- Artikel8:9 Procedure
- Artikel8:10 Subsidieplafond en verdelingsregels
- Artikel8:11 Doel subsidie
- Artikel8:12 Definities
- Artikel8:13 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel8:14 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel8:15 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel8:16 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel8:17 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel8:18 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel8:19 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel8:20 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel8:21 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel8:22 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel8:23 Verantwoording
- Artikel9:1 Doel van de subsidie
- Artikel9:2 Definities
- Artikel9:3 Activiteiten
- Artikel9:4 Doelgroep
- Artikel9:5 Criteria
- Artikel9:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- Artikel9:7 Subsidieplafond
- Artikel9:8 Aanvragen
- Artikel9:9 Beslistermijn
- Artikel9:10 Verplichtingen subsidieontvanger
- Artikel10:1 Definities
- Artikel10:2 Doel van de subsidie
- Artikel10:3 Doelgroep
- Artikel10:4 Maatregelen en subsidiabele kosten
- Artikel10:5 Subsidieplafond en verdeling
- Artikel10:6 Verantwoording na verstrekken van de subsidie
- Artikel10:7 Stapelen van subsidies
- Artikel10:8 Indieningsvoorwaarden
- Artikel10:9 Verplichtingen
- Artikel10:10 Weigeringsgronden
- Artikel11:1 Doel subsidieregeling
- Artikel11:2 Definities
- Artikel11:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel11:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel11:5 Voorwaarden aan de aanvrager
- Artikel11:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel11:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel11:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel11:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel11:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel11:11 Wanneer kan subsidie worden geweigerd?
- Artikel11:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel12:1 Doel
- Artikel12:2 Definities
- Artikel12:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel12:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel12:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel12:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel12:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel12:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel12:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel12:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel12:11 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- Artikel12:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel12:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- Artikel13:1 Doel
- Artikel13:2 Definities
- Artikel13:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel13:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel13:5.1 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel13:14 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel13:15 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel13:16 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel13:17 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel13:18 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel13:19 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel14:1 Doel
- Artikel14:2 Betekenissen
- Artikel14:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel14:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel14:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel14:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel14:7 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- Artikel14:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel14:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel14:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel14:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel14:12 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel14:13 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel14:14 Doel subsidieregeling
- Artikel14:15 Betekenissen
- Artikel14:16 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel14:17 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel14:18 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel14:19 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel14:20 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- Artikel14:21 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel14:22 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel14:23 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel14:24 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel14:25 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel14:26 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel14:27 Doel subsidieregeling
- Artikel14:28 Betekenissen
- Artikel14:29 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel14:30 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel14:31 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel14:32 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel14:33 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- Artikel14:34 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel14:35 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel14:36 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel14:37 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel14:38 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel14:39 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel14:40 Doel subsidieregeling
- Artikel14:41 Betekenissen
- Artikel14:42 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel14:43 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel14:44 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel14:45 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel14:46 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- Artikel14:47 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel14:48 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel14:49 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel14:50 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel14:51 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel14:52 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel15:1 Betekenissen
- Artikel15:2 Vigerend beleidskader
- Artikel15:3 Voor wie
- Artikel15:4 Doel
- Artikel15:5 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel15:6 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel15:7 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel15:8 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel15:9 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel15:10 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel15:11 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel15:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel15:13 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel15:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel15:15 Doel subsidieregeling
- Artikel15:16 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel15:17 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel15:18 Wat is het afwegingskader bij deze subsidie?
- Artikel15:19 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel15:20 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel15:21 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel15:22 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel15:23 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel15:24 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel15:25 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel15:26 Definitie
- Artikel15:27 Weigeringsgronden
- Artikel15:28 Subsidievereisten
- Artikel15:29 Aanvraagtermijn
- Artikel15:30 Subsidiehoogte
- Artikel15:31 Subsidieplafond
- Artikel17:1 Voor wie
- Artikel17:2 Doel
- Artikel17:3 Activiteiten
- Artikel17:4 Procedure
- Artikel17:5 Criteria
- Artikel17:6 Weigeringsgrond
- Artikel17:7 Subsidieplafond en wijze van verdeling
- Artikel18:1 Toepassingsbereik
- Artikel18:2 Voor wie
- Artikel18:3 Activiteiten
- Artikel18:4 Criteria
- Artikel18:5 Aanvraag
- Artikel18:6 Subsidieplafond
- Artikel18:7 Procedure
- Artikel18:8 Verplichtingen subsidieontvanger
- Artikel19:1 Doel subsidie
- Artikel19:2 Betekenissen
- Artikel 19:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel 19:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel 19:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel19:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel 19:7 Subsidiabele kosten
- Artikel 19:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel 19:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel 19.10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel 19:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel 19:12 Wanneer kan de subsidie worden geweigerd?
- Artikel 19:13 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel22:1 Doel subsidie
- Artikel22:2 Betekenissen
- Artikel22:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel22:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- Artikel22:5 Wanneer kan de subsidie worden geweigerd?
- Artikel22:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel22:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel22:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel22:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel22:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel22:11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel24:1 Doel
- Artikel24:2 Voor wie
- Artikel24:3 Voor wat
- Artikel24:4 De aanvraag
- Artikel24:5 Bij de aanvraag in te dienen stukken
- Artikel24:6 Procedure
- Artikel25:1 Doel
- Artikel25:2 Betekenissen
- Artikel25:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel25:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel25:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel25:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel25:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel25:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel25:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel25:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel25:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel25:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel25:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- Artikel26:1 Doel
- Artikel26:2 Betekenissen
- Artikel26:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel26:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel26:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie
- Artikel26:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel26:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel26:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel26:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel26:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel26:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- Artikel26:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel26:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- Artikel27:1 Doel
- Artikel27:2 Betekenissen
- Artikel27:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- Artikel27:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- Artikel27:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- Artikel27:6 Hoeveel subsidie is er?
- Artikel27:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- Artikel27:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- Artikel27:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- Artikel27:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- Artikel27:11 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- Artikel27:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- Artikel27:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- Artikel28:1 Hardheidsclausule
- Artikel28:2 Overgangsbepaling
- Artikel28:3 Intrekken Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025
- Artikel28:4 Vervalbepaling
- Artikel28:5 Inwerkingtreding
- Artikel28:6 Citeertitel
Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025; besluit vast te stellen de volgende nadere regels:
Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 Hoofdstuk1Algemeen
Artikel1:1Definities
In deze subsidieregeling betekent:
Adviescommissie: adviescommissie die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen die op grond van deze subsidieregeling zijn ingediend;
ASV: Algemene subsidieverordening Breda 2025;
Beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep die een directe bijdrage leveren aan het realiseren van geformuleerde maatschappelijke effecten;
Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;
Code Good Governance: een code met daarin de waarborgen van samenhang en transparantie in het bestuur en toezicht van een organisatie, met het oog op een efficiënte en effectieve realisatie van beleidsdoelstellingen. Voor verschillende sectoren is in dit kader een eigen code ontwikkeld;
Fair Practice Code: een gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie, te raadplegen via https://fairpracticecode.nl;
Inspectierapport: rapport over een beschermd monument dat de technische of fysieke staat van dat monument beschrijft en dat is opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ter zake deskundige persoon of instantie;
Meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor twee, drie of vier opeenvolgende jaren en als zodanig voor meerdere jaren verleend per twee- drie- of vierjarig subsidiebesluit;
Raad: de gemeenteraad van de gemeente Breda;
Resultaat(afspraken): een concrete, waarneembare en toetsbare beschreven opbrengst, die een directe bijdrage levert aan het beoogde beleidsdoel;
Vastgesteld beleidskader: een door de raad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen op een bepaald terrein zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten dienen plaats te vinden;
Artikel1:2Toepassing en algemene regels
1.De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle subsidieaanvragen die burgemeester en wethouders behandelen op grond van deze subsidieregeling, met uitzondering van aanvragen voor subsidie onder hoofdstuk 2, 3, 4, 5, 6, 9,18, 25, 26 en 27 daarop zijn artikel 1:3 tot en met 1:8 niet van toepassing. Ook zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing op de subsidies die direct en onverkort voortvloeien uit Europees, rijks- of provinciaal beleid.
2.Een subsidieaanvraag, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, niet of niet voldoende voldoet aan een of meer criteria uit deze regeling die op de aanvraag van toepassing zijn, wordt geweigerd.
3.Subsidiabele activiteiten zijn beschikbaar voor alle inwoners van Breda. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk inclusief aanbod.
4.Burgemeester en wethouders verstrekken geen subsidie voor jubilea, reprises of andere activiteiten die naar hun aard vergelijkbaar zijn, naar het oordeel van burgemeester en wethouders.
Artikel1:3Beleidsdoelen
1.Activiteiten leveren onderbouwd en aantoonbaar een bijdrage aan een of meerdere door de raad vastgestelde beleidsdoelen die verwoord zijn in vastgestelde beleidskaders.
2.Uit de subsidieaanvraag blijkt hoe de beoogde doelgroep(en) bereikt wordt/worden en met welk beoogd resultaat. Het resultaat is SMART omschreven en bevat in ieder geval het beoogd aantal gebruikers/bezoekers/deelnemers/leden en geeft inzicht in hoe het resultaat wordt vastgelegd.
3.Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt getoetst in hoeverre zij voldoen aan de volgende criteria:
De mate van duurzaamheid van de beoogde resultaten: in hoeverre gaat het hier om langdurige effecten en inbedding in het reguliere activiteitenprogramma.
De mate van innovatie: in hoeverre is sprake van vernieuwing ten opzichte van het bestaande stedelijke aanbod.
De mate van uitvoerbaarheid: in hoeverre zijn activiteiten uitvoerbaar, is de begroting realistisch en is de organisatie solide.
De mate van gebiedsgerichte aanpak: in hoeverre is er sprake van ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied/wijk/buurt.
Artikel1:4Doelmatigheid
1.Voorwaarde is een realistische verhouding tussen de verwachte resultaten en de gevraagde gemeentelijke bijdrage.
2.De inzet van professionals is kwalitatief en kwantitatief in verhouding tot de te organiseren activiteiten en wordt ingezet tegen een realistische kostprijs.
3.De kostprijs is bepaald op basis van een integrale kostprijs en is opgebouwd uit de volgende elementen: personele lasten, huisvestingslasten, overhead, activiteitlasten en organisatielasten.
4.Uit de subsidieaanvraag blijkt welke bijdrage van de beoogde doelgroep wordt gevraagd in financiële dan wel in personele zin.
Artikel1:5Samenwerking
1.In een subsidieaanvraag wordt aangetoond dat wordt aangesloten bij én wordt samengewerkt met voorzieningen of organisaties in de keten.
2.Subsidieaanvragen die gericht zijn op samenwerking binnen een ketenaanpak, worden gezamenlijk ingediend door de betrokken ketenpartners.
3.Subsidieaanvragen die gericht zijn op samenwerking op het gebied van preventie, signalering, vroeghulp en behandeling worden gezamenlijk ingediend door de betrokken ketenpartners, zowel vrijwilligersorganisaties of initiatieven als professionals.
Artikel1:6Jaarlijkse subsidie
1.Een jaarlijkse subsidie wordt alleen verstrekt aan organisaties die een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, aantoonbare rol in de maatschappelijke keten innemen en die het meest optimaal bijdragen aan de beoogde resultaten zoals genoemd in artikel 1:3 van deze regeling.
2.Voor organisaties die een jaarlijkse subsidie aanvragen van € 50.000,-, of meer én die professionele krachten in dienst hebben, gelden daarnaast in ieder geval de volgende criteria: de efficiënte en effectieve manier om mensen vooruit te helpen in het leven; de vernieuwing in de werkwijze; de samenwerking; wijkgericht werken; de mate waarmee met vrijwilligers gewerkt wordt (vrijwillig waar het kan, professioneel waar het moet); de inclusieve aanpak; veilig (vrijwilligers)werk; het toepassen van de ‘Code Good Governance’ voor de sector. Deze toepassing van de code wordt verantwoord in het jaarverslag.
Artikel1:7Voorschotten en betalen
1.Voor alle subsidies boven de € 10.000,- wordt maximaal 95% van de subsidie bevoorschot. De resterende 5% wordt uitgekeerd als de vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft.
2.Voor alle subsidies van € 125.000,- of meer geldt dat 95% wordt uitbetaald in termijnen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan, gelet op de situatie, af te wijken. De resterende 5% wordt uitgekeerd als de definitieve vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft.
Artikel1:8Indieningsdatum aanvraag tot vaststelling subsidie
1.Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 13 van de ASV en subsidies tot en met € 10.000: direct vaststellen, of; ambtshalve vaststellen binnen dertien weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
2.Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 14 van de ASV indien de subsidie meer bedraagt dan € 10.000. In dat geval dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders: bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de activiteiten zijn verricht; bij een jaarlijks verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend; bij een meerjarig verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het subsidietijdvak waarvoor subsidie is verleend.
Artikel1:9Aanvullende regels bij tenderprocedures
1.Als voor de verdeling van subsidie gebruik wordt gemaakt van een tenderprocedure, gelden de volgende aanvullende regels ter waarborging van gelijke behandeling:
Alle tijdig ingediende aanvragen worden beoordeeld na afloop van de indieningstermijn, aan de hand van gelijke criteria en onder gelijke omstandigheden.
Het is niet toegestaan dat burgemeester en wethouders inhoudelijk communiceren met aanvragers over hun aanvraag gedurende of na afloop van de indieningsperiode, tenzij dit voor alle aanvragers op gelijke wijze en gelijktijdig plaatsvindt.
De verantwoordelijkheid voor een tijdige en volledige aanvraag rust bij de aanvrager. De aanvraag dient uiterlijk op de dag van sluiting van de aanvraagtermijn te zijn ontvangen, vergezeld van alle noodzakelijke gegevens en documenten zoals voorgeschreven.
2.Een onvolledige aanvraag wordt afgewezen, tenzij het uitsluitend gaat om kennelijke schrijffouten of administratieve omissies die naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen invloed hebben op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. In dat geval wordt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken geboden. Als binnen deze termijn correcties worden aangeleverd, geldt als ontvangstdatum de datum van indiening van de oorspronkelijke aanvraag.
3.Gegevens of documenten die ná de sluitingstermijn worden overgelegd en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van invloed zijn op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, blijven buiten beschouwing.
Artikel1:10Fusie en rechtsopvolging
1.Een subsidieontvanger meldt onverwijld en schriftelijk aan burgemeester en wethouders wanneer sprake is van een fusie, overname of andere vorm van rechtsopvolging.
2.Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de subsidie voort te zetten ten gunste van de rechtsopvolger, onder de voorwaarde dat deze de gesubsidieerde activiteiten ongewijzigd voortzet en zich conformeert aan de oorspronkelijke subsidievoorwaarden.
3.In afwijking van het mededingingsbeginsel kunnen burgemeester en wethouders bij schaarse subsidies afzien van herverdeling via een competitieve procedure, als voortzetting door de rechtsopvolger gerechtvaardigd is in het licht van de continuïteit en het publiek belang.
Artikel1:11Taal van de aanvraag
1.Subsidieaanvragen worden in de Nederlandse taal ingediend.
2.Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag weigeren als deze niet in het Nederlands is gesteld.
3.Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste en tweede lid afwijken en besluiten een aanvraag in een andere taal te accepteren, als dit naar hun oordeel de beoordeling van de aanvraag niet belemmert.
Hoofdstuk2Samen doorpakken Breda 2026
Artikel2:1Doel en achtergrond
Dit hoofdstuk heeft de volgende doelen: het stimuleren van samenwerking en van maatschappelijke initiatieven binnen het sociaal domein; het financieren van activiteiten die bijdragen aan beleidsdoelen uit het beleidskader 'Samen Doorpakken' en ander gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein; en het bevorderen van effectiviteit, samenhang en doelgerichtheid binnen het voorliggend veld.
Artikel2:2Betekenissen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Aanvullend uitvoeringsplan: een uitvoeringsplan dat betrekking heeft op de verdeling van de extra gelden die beschikbaar zijn als gevolg van een verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid;
Beleidswaarden: een maatschappelijke waarde zoals benoemd in door burgemeester en wethouders vastgesteld beleid binnen het sociaal domein, met betrekking tot de Waardenetwerken: zelf- en samenredzaamheid, bestaanszekerheid, een veilig thuis, thuiskomen in Breda, een gezond en actief leven en een Kansrijke Jeugd.
Waaronder: het beleidskader Samen Doorpakken, het uitvoeringskader sport en bewegen, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk, en Pact 3 Verbeter Breda.
Deelnemer: een maatschappelijke organisatie, ervaringsdeskundige of inwoner die deelneemt aan een waardenetwerk;
Gezonde Leefstijl: dit betekent voldoende bewegen, gevarieerd eten en ontspannen waar het kan. Het is belangrijk om niet te roken en matig te zijn met alcohol. Een gezonde leefstijl draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid vanaf het prille begin, dit wordt bevorderd en behouden en er gaat speciale aandacht uit naar mensen in kwetsbare situaties;
Kinderopvangtoeslag (KOT): een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang;
Kleine initiatieven: kleinschalige, laagdrempelige activiteiten met een maximale subsidie van € 5.000,- die bijdragen aan zelfredzaamheid binnen een beleidswaarde;
Landelijk Register Kinderopvang (LRK): het register bedoeld in artikel 1.47b van de Wet kinderopvang;
Normtarief: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief per opvangsoort;
Ouderbijdragetabel: een jaarlijks opgestelde adviestabel van de VNG, op basis van toeslagen van de Belastingdienst, over de hoogte van de eigen bijdrage voor ouders per uur, per inkomenscategorie;
Positieve gezondheid: een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren). Met die bredere benadering wordt bijgedragen aan het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. De grondlegger van het model is Machteld Huber;
Uitvoeringsplan: een door een waardenetwerk opgesteld schriftelijk stuk dat een beschrijving geeft van de door de deelnemers aan het waardenetwerk beoogde activiteiten en daarmee gemoeide bedragen die een bijdrage leveren aan de doelen en beoogde resultaten van het Beleidskader Breda Samen doorpakken, voor de periode 2024-2027 en met betrekking tot het voor het waardenetwerk aangewezen waarde;
VE-indicatie: een door het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg afgegeven verklaring dat de afgesproken criteria voor deelname aan voorschoolse educatie van toepassing zijn, die afname van 16 uur VE rechtvaardigt;
Verbeter Breda: het stadsprogramma waarmee partijen in Breda met extra investeringen in de Verbeter Breda-buurten een stad maken met een kansrijke toekomst voor iedereen;
Verbeter Breda buurten: dit zijn de 15 buurten in Breda die na een Rekenkameronderzoek (2021) zijn beoordeeld als kwetsbaar. De inwoners zijn kansarmer, de kwaliteit van de leefomgeving is lager en er is meer sprake is van overlast en onveiligheid. Het betreft de buurten: Biesdonk, Doornbos-Linie, Fellenoord, Geeren-Noord, Geeren- Zuid, Haagpoort, Heuvel, Kesteren, Muizenberg, Schorsmolen, Tuinzigt, Wisselaar, Brabantpark, Heusdenhout en Valkenberg;
Waardenetwerk: een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen overlegstructuur gericht op samenwerking binnen een beleidswaarde. Deelname aan een waardenetwerk staat in beginsel open voor iedere partij die waarde kan toevoegen. Elk waardenetwerk kent een procesmanager, aangewezen door burgemeester en wethouders. De werkwijze van het waardenetwerk volgt uit de spelregels zoals opgenomen in het bijbehorende beleidskader.
Artikel2:3Toepassingsbereik en uitgangspunten
1.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op beleidswaarden zoals benoemd in het beleidskader Samen Doorpakken, het uitvoeringskader sport en bewegen, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk, en Pact 3 Verbeter Breda.
2.Burgemeester en wethouders stimuleren samenwerking tussen maatschappelijke organisaties binnen zogenoemde waardenetwerken. Binnen deze waardenetwerken worden gezamenlijk uitvoeringsplannen opgesteld met daarin de gewenste activiteiten en de verdeling van middelen.
3.Organisaties kunnen subsidie aanvragen: als deelnemer aan een uitvoeringsplan, waarin activiteiten zijn opgenomen die in samenwerking met andere partijen tot stand zijn gekomen binnen een waardenetwerk; als individuele aanvrager, voor zelfstandig uitgevoerde activiteiten die bijdragen aan dezelfde beleidswaarden.
4.Waar relevant, wordt in deze regeling onderscheid gemaakt tussen aanvragen binnen of buiten een uitvoeringsplan. Dit onderscheid kan gevolgen hebben voor de mogelijkheid tot meerjarige subsidie en de verdeling bij gelijke score in een tender.
Artikel2:4Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het behalen van de doelen van een beleidswaarde.
Artikel2:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de activiteit draagt bij aan één of meer beleidswaarden uit het geldende beleidskader; indien de aanvraag deel uitmaakt van een uitvoeringsplan, neemt de aanvrager uiterlijk op 1 augustus voorafgaand aan het subsidiejaar deel aan het desbetreffende waardenetwerk; voor meerjarige subsidieverlening is vereist dat een uitvoeringsplan is ingediend dat past binnen het voor de activiteit beschikbare subsidieplafond zoals opgenomen in bijlage 1; als bij een beoordelingscriterium in bijlage 2a of 2b een minimumpuntenaantal is voorgeschreven, behaalt de aanvraag op dat criterium ten minste het vereiste aantal punten; en bij het verdelen van de subsidiemiddelen via een tenderprocedure geldt als voorwaarde dat op de algemene beoordelingscriteria uit bijlage 2A in totaal ten minste 60 punten worden behaald.
Artikel2:6Aanvullende voorwaarden per waardenetwerk
Voor aanvragen binnen specifieke waardenetwerken en/of deelplafonds gelden per waardenetwerk naast de algemene voorwaarden uit artikel 2:5 ook de volgende aanvullende voorwaarden:
Waardenetwerk Gezond en Actief Leven: de activiteit levert een aantoonbare bijdrage aan het Uitvoeringsplan Sport en Bewegen 2023–2026; de activiteit voldoet aan het Toetsingskader Sport en Bewegen 2023–2030; en de activiteit voldoet aan de Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023–2026.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Leert): de activiteit voldoet aan de wettelijke eisen van het onderwijsachterstandenbeleid, zoals opgenomen in artikel 158, 159 en 160 van de Wet op het primair onderwijs; als de activiteit voorschoolse educatie betreft, gelden de volgende voorwaarden: de activiteit wordt aangeboden door een kinderopvanglocatie die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd is in Breda; de activiteit moet minimaal 960 uur voorschoolse educatie per jaar aanbieden voor doelgroepkinderen (2,5–4 jaar), conform landelijke eisen (minimaal 16 uur per week, verspreid over minimaal drie dagen, maximaal 40 weken per jaar); de VE-uurprijs wordt jaarlijks vastgesteld door het college en wordt gesubsidieerd volgens een vastgesteld rekenmodel afhankelijk van recht op kinderopvangtoeslag; en de aanbieder voldoet aan artikel 1.50b van de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Regeling wet kinderopvang.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Peuterregeling):
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor Bredase kinderen van 2,5 tot 4 jaar, zonder recht op voorschoolse educatie of kinderopvangtoeslag; de opvang betreft maximaal 8 uur per week, gedurende maximaal 40 weken per jaar; de subsidie wordt berekend op basis van het Normtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage; en de opvang vindt plaats bij een kinderopvanginstelling in Breda die geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), niet zijnde gastouderopvang.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor: activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten; activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaamheid (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor: activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten; activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
Waardenetwerk Bestaanszekerheid (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor: activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten; activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaam (subsidieplafonds LHBTIQA+ emancipatiebeleid en Diversiteit Gelijkwaardigheid en Inclusie); de activiteiten leveren een aantoonbare bijdrage aan de tweede ambitie van het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk: een verbonden samenleving.
Artikel2:7Beschikbare middelen en subsidieplafonds
De maximale subsidiebedragen (subsidieplafonds) zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Artikel2:8Wat is er nodig bij de aanvraag?
Bij de subsidieaanvraag worden de volgende documenten meegestuurd: een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente Breda; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel (te downloaden van de website van de gemeente), waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar ; en een activiteitenplan en/of een formulier ‘format criteria subsidieaanvraag’ (te downloaden van de website).
Artikel2:9Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
1.De aanvraag wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar.
2.Als burgemeester en wethouders na 1 oktober een subsidieplafond vaststellen of verhogen, wordt dit opgenomen in bijlage 1a of een daaropvolgende bijlage. De bijbehorende aanvraagtermijn bedraagt zes weken vanaf publicatie van het plafond, tenzij in de betreffende bijlage anders is bepaald.
Artikel2:10Hoe wordt de subsidie verdeeld?
1.Als binnen een subsidieplafond het totaalbedrag van alle ingediende aanvragen die aan de subsidievoorwaarden voldoen het beschikbare bedrag overschrijdt, vindt verdeling plaats via een tenderprocedure.
2.Aanvragen binnen een uitvoeringsplan en aanvragen zonder uitvoeringsplan concurreren in dezelfde tender.
3.Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een ambtelijke adviescommissie bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring.
4.Elk commissielid beoordeelt de aanvragen onafhankelijk aan de hand van de beoordelingscriteria zoals opgenomen in bijlage 2A (algemeen) en, voor zover van toepassing, bijlage 2B (waardenetwerkspecifiek). Per criterium wordt een score toegekend. De individuele scores worden geregistreerd.
5.De commissie bespreekt de aanvragen en de toegekende scores. Tijdens dit overleg kunnen leden hun eigen scores heroverwegen en eventueel aanpassen, met motivatie. Doel van dit overleg is het waarborgen van een gezamenlijke interpretatie van de beoordelingscriteria en een consistente toepassing daarvan. Dit kan ertoe leiden dat eerder gegeven scores worden bijgesteld, maar dat is niet noodzakelijk het geval.
6.Per criterium wordt het gemiddelde van de definitieve scores berekend (afronding op twee decimalen). De eindscore van een aanvraag is de som van deze gemiddelden en wordt eveneens afgerond op twee decimalen.
7.De volledige aanvragen die niet worden geweigerd, worden gerangschikt op basis van de eindscore. Subsidie wordt toegekend op volgorde van rangschikking, tot het subsidieplafond is bereikt.
8.Als twee of meer aanvragen betrekking hebben op dezelfde activiteit, en burgemeester en wethouders het niet wenselijk achten dat de activiteit meermaals wordt uitgevoerd, wordt slechts de aanvraag met de hoogste score opgenomen in de rangschikking. De overige aanvragen worden afgewezen.
9.Bij gelijke eindscore wordt de volgorde in de rangschikking als volgt bepaald:
Indien de eindscore geen doorslag geeft, wordt de aanvraag met de hoogste score op het criterium 'maatschappelijk resultaat' hoger geplaatst;
Als ook dat onderscheid oplevert wordt voorrang gegeven aan aanvragen op basis van een uitvoeringsplan;
Als ook dat geen onderscheid oplevert, wordt de rangorde bepaald door loting onder verantwoordelijkheid van een notaris 10.Als blijkt dat in één of meer waardenetwerken het subsidieplafond niet wordt overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere subsidieplafonds van waardenetwerken toe te voegen.
Artikel2:11Verhoging van het subsidieplafond
1.Als burgemeester en wethouders besluiten tot verhoging van een subsidieplafond zoals bedoeld in bijlage 1, kunnen aanvullende aanvragen worden ingediend voor activiteiten die passen binnen het beleidskader en de betreffende beleidswaarde.
2.Aanvullende aanvragen worden getoetst op dezelfde wijze als reguliere aanvragen van hetzelfde type, met inachtneming van de beoordelingscriteria en indieningseisen zoals opgenomen in deze regeling.
3.Burgemeester en wethouders bepalen de uiterste indieningsdatum voor aanvullende aanvragen. Indien van toepassing kan een aanvullend uitvoeringsplan worden opgesteld.
Artikel2:12Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
2.Deze termijn kan eenmaal met maximaal dertien weken worden verlengd.
Artikel2:13Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
1.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren: voor zover de subsidie wordt gevraagd voor de bekostiging van een vrijwilligersvergoeding; of als de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 2:5 en indien van toepassing artikel 2:6; als op een beoordelingscriterium uit bijlage 2A en/of 2B het minimumaantal punten niet wordt behaald 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren in gevallen zoals bepaald in artikel 6 van de ASV.
3.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie in gevallen zoals bepaald in artikel 7 van de ASV
Artikel2:14Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen uit de ASV gelden nog de volgende verplichtingen: activiteiten worden uitgevoerd zoals opgenomen in de aanvraag; in geval van een meerjarige subsidie wordt jaarlijks tussentijdse verantwoording over voortgang en besteding verwacht; de subsidieontvanger werkt mee aan monitoring, evaluatie en gezamenlijke leeractiviteiten binnen het waardenetwerk.
Hoofdstuk3Subsidie kleine stedelijke initiatieven Breda 2026
Artikel3:1Doel
Dit hoofdstuk heeft als doel het ondersteunen van kleinschalige, laagdrempelige activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid van inwoners van Breda. De subsidie is bedoeld voor initiatieven die geen subsidie ontvangen op grond van hoofdstuk 2.
Artikel3:2Betekenissen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Klein stedelijk initiatief: een activiteit met een maatschappelijk doel die op kleine schaal en met beperkte middelen wordt uitgevoerd, met een maximaal subsidiebedrag van € 5.000,-.
Zelfredzaamheid: het vermogen van inwoners om, met of zonder ondersteuning van hun omgeving, hun leven zelfstandig vorm te geven.
Klein stedelijk initiatief: een activiteit met een maatschappelijk doel die op kleine schaal en met beperkte middelen wordt uitgevoerd, met een maximaal subsidiebedrag van € 5.000,-.
Artikel3:3Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor natuurlijke personen, bewonersinitiatieven, (informele) groepen of organisaties zonder winstoogmerk die een activiteit uitvoeren in Breda en daarvoor geen andere gemeentelijke subsidie ontvangen.
Artikel3:4Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt voor eenmalige, kleinschalige activiteiten die: bijdragen aan de zelfredzaamheid van inwoners van Breda; en passen binnen een of meer beleidswaarden uit het beleidskader Samen Doorpakken.
Artikel3:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de activiteit is laagdrempelig en niet-commercieel van aard; de activiteit wordt uitgevoerd binnen de gemeente Breda; per aanvrager kan per kalenderjaar maximaal één aanvraag worden gehonoreerd; er is geen sprake van financiering van de aanvrager via andere gemeentelijke subsidieregelingen; en vrijwilligersvergoedingen komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel3:6Hoeveel subsidie is er?
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) bedraagt twee keer € 33.957. Burgemeester en wethouders stellen dus twee plafonds per kalenderjaar vast, met twee bijbehorende aanvraagtijdvakken, overeenkomstig artikel 3:8.
2.Iedere aanvrager kan maximaal € 5.000,- subsidie aanvragen.
Artikel3:7Wat is er nodig bij de aanvraag?
Bij de subsidieaanvraag worden de volgende documenten meegestuurd: een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; en een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel3:8Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
1.Een subsidieaanvraag wordt ingediend in één van de twee tijdvakken: van 1 november 2025 tot en met 1 maart 2026; of van 1 mei 2026 tot en met 1 september 2026.
2.Als een subsidieaanvraag bij indiening niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de aanvraag volledig is gemaakt als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel3:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als het subsidieplafond is bereikt, verdelen burgemeester en wethouders de subsidie op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
Artikel3:10Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
2.Deze termijn kan eenmaal met maximaal dertien weken worden verlengd.
Artikel3:11Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als niet is voldaan aan de voorwaarden of andere voorschriften uit dit hoofdstuk.
2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren in gevallen zoals bepaald in artikel 6 van de ASV.
3.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie in gevallen zoals bepaald in artikel 7 van de ASV.
Artikel3:12Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen uit de ASV geldt dat: de activiteit wordt uitgevoerd conform de aanvraag; de aanvrager een verantwoording van de uitvoering en besteding van de subsidie verstrekt, als daar steekproefsgewijs om wordt verzocht.
Hoofdstuk4Wijk- en dorpssubsidies Paragraaf4.1Algemeen
Artikel4:1Doel
Dit hoofdstuk heeft als doel het subsidiëren van activiteiten die het wonen en leven in het dorp of de wijk verbeteren voor inwoners van Breda.
Artikel4:2Definities
In dit hoofdstuk betekent: natuurlijk persoon: een mens als individu. Geen rechtspersoon zoals een organisatie; wijkplatform of dorpsplatform: een overleggroep die aangeeft wat ze vindt van de aanvragen voor activiteiten voor het dorp of de wijk. Dit oordeel (bevindingen) nemen zij mee in hun besluitvorming. Voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, moet het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier worden voorgelegd aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp.
Artikel4:3Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor iedereen die een activiteit wil organiseren voor inwoners in een dorp of wijk in Breda op het gebied van: opgroeien/kunnen worden wie je wilt zijn; leren; ontwikkelen; werken/leefbaar inkomen; ontmoeten/Goed Wonen in een fijne buurt; betrokken zijn; leven.
Artikel4:4Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt aan een ieder voor activiteiten die: belangrijk zijn voor het dorp of de wijk waar de activiteit plaatsvindt; de leefbaarheid en diversiteit in het dorp of de wijk ten goede komen en/of verbeteren; niet op een andere manier volledig betaald kunnen worden; en volgens het oordeel van het wijkplatform of het dorpsplatform voldoen aan de voorwaarden die in artikel 4:5 staan.
Artikel4:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Het wijkplatform of het dorpsplatform oordeelt over het volgende: het belang van de activiteit voor het dorp of de wijk; en de noodzakelijkheid van de subsidie voor de activiteit; en eventueel de hoogte van de subsidie.
Artikel4:6Hoeveel subsidie is er?
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2026 is als volgt verdeeld:
Wijk/buurt Subsidieplafond in € Bedrag is op basis inwonersaantal Centrum, incl. Belcrum € 23.009 Noord-Oost € 35.786 Zuid-Oost € 68.143 Zuid-West € 47.878 Noord-West € 45.960 2.Een natuurlijk persoon kan maximaal 5000 euro subsidie aanvragen.
Paragraaf4.2Subsidieaanvraag
Artikel4:7Wat is er nodig bij de aanvraag?
1.Voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, legt de aanvrager het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier voor aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp. Nadat het wijk- of dorpsplatform het plan heeft beoordeeld, zullen zij aangeven wat zij van het plan vinden en hun bevindingen op de laatste pagina van het aanmeldformulier vermelden.
2.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: het aanmeldformulier waarin het plan is toegelicht en waarin de bevindingen van het wijk- of dorpsplatform zijn opgenomen; en een digitaal ingevuld en ondertekend aanvraagformulier door de aanvrager.
Artikel4:8Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
1.De aanvraag wordt minimaal zes weken voor de activiteit ingediend.
2.Subsidie aanvragen voor 2026 kan tot en met 1 december 2026.
Paragraaf4.3Subsidiebehandeling
Artikel4:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel4:10Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd.
Artikel4:11Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor: een straatfeest, jubileum of barbecue, of een soortgelijke activiteit; de activiteit in het teken staat van Sinterklaas, maar niet in lijn is met de landelijke intocht van Sinterklaas; de activiteit al gesubsidieerd wordt vanuit een andere gemeentelijke subsidieregeling.
Paragraaf4.4Verplichtingen
Artikel4:12Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie Hoofdstuk5Subsidie Stevig Lokaal Team Breda Paragraaf5.1Algemeen
Artikel5:1Doel
1.Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor activiteiten waarvoor in 2025 reeds subsidie is verleend op grond van een vergelijkbare regeling, opgenomen in paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025, alsook voor activiteiten in het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2, onder (B) van deze regeling waarvoor in 2025 nog geen subsidie is verleend.
2.De bepalingen in dit hoofdstuk zijn in die zin aangepast dat zij uitsluitend betrekking hebben op het tijdvak 2026.
3.Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel het faciliteren van een ‘proof of concept’ ter ondersteuning van de innovatie en transformatie van de jeugdhulp in de gemeente Breda, in overeenstemming met de beleidskaders die hiervoor zijn vastgesteld door de gemeenten in Regio WBO.
4.Meer specifiek heeft subsidie op grond van dit hoofdstuk de ontwikkeling van een Stevig Lokaal Team (SLT) tot doel. Het SLT bestaat uit een formeel netwerk van een of meer professionele partijen uit de sociale basis, de gespecialiseerde jeugdhulp en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein.
5.Het SLT zal worden ontwikkeld op basis van de volgende negen bouwstenen, zoals nader toegelicht in Bijlage 3A bij de Subsidieregeling:
Veelvoorkomende vormen van Jeugdhulp;
Gemeentelijk Sociaal Domein;
Samenwerkingsverband;
Taakgerichte bekostiging;
Deel sociale basis;
Expertise naar voren;
Monitoring en sturing;
Leren;
Ontwikkeling en innovatie.
Artikel5:2Betekenissen
1.In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:
Gespecialiseerde jeugdhulp: jeugdhulp die veelal niet vrij toegankelijk is en waarvoor specifieke deskundigheid vereist is die de generalistische zorg in de eerste lijn, zoals huisartsen, wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin, niet kan bieden;
Jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder met rechtspersoonlijkheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die op grond van een overeenkomst met de gemeente Breda gespecialiseerde jeugdhulp aanbiedt;
Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende rechtspersoon zonder winstoogmerk die deelneemt aan het samenwerkingsverband. De penvoerder is verantwoordelijk voor de subsidievoorwaarden en de bijbehorende verplichtingen, ook als de uitvoering van de werkzaamheden door andere partijen binnen het samenwerkingsverband wordt gedaan. De penvoerder is ook verantwoordelijk voor de administratie en rapportage van de subsidie. De subsidieverstrekker zal de penvoerder aanspreken bij het niet nakomen van de voorwaarden of verplichtingen;
Raad: de raad van de gemeente Breda;
Regio WBO: het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout waarbinnen gezamenlijk taken worden uitgevoerd rondom jeugdhulp;
Samenwerkingsverband: een verband zonder rechtspersoonlijkheid dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers en dat is opgericht voor de uitvoering van activiteiten;
Sociale basis: geheel van voorzieningen en diensten dat wordt geboden door instellingen en professionals gericht op sociale omgevingsdomeinen waaraan inwoners deelnemen, zoals buurthuizen, bibliotheken, vrijwilligerssteunpunten en sociaal werkers;
SLT: het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein, de sociale basis en de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van de jeugdhulp.
2.Voor zover in dit hoofdstuk begrippen worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben deze begrippen dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Jeugdwet en de ASV.
Artikel5:3Voor wie is deze subsidie bedoeld?
1.Subsidie kan worden verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bestaat, inclusief de penvoerder, uit minstens één partner uit de Sociale basis en één aanbieder van gespecialiseerde jeugdhulp.
2.Als subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder van het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de activiteiten binnen dat samenwerkingsverband, zulks binnen de kaders van het bepaalde in artikel 5:1 en artikel 5:4 van deze regeling.
3.Alle deelnemers aan het samenwerkingsverband bezitten rechtspersoonlijkheid.
4.De penvoerder is een rechtspersoon zonder winstoogmerk.
5.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partner(s) uit de Sociale basis is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
6.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Artikel5:4Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
1.Op basis van deze subsidieregeling kan subsidie worden verstrekt voor het vormen van een SLT en het als zodanig, in samenwerkingsverband, (doen) uitvoeren van een geïntegreerde aanpak. Deze aanpak richt zich op preventie, toeleiding naar en advisering over jeugdhulp en het bepalen van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp in de gemeente Breda. Dit alles dient te gebeuren met in achtneming van het activiteitenplan en de bijbehorende begroting.
2.De activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in het jaar 2026. Voor het jaar 2025 is ten aanzien van het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (B) van deze regeling reeds subsidie verstrekt op grond van de eerdere regeling uit paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025.
3.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidiabele activiteiten nader concretiseren in het besluit tot subsidieverlening.
Artikel5:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
1.Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
2.De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die wonen binnen de volgende geografisch afgebakende gedeelten van de gemeente Breda:
Noordwest, bestaande uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten, Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop, en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841);
Zuidwest, bestaande uit de wijken: Effen-Rith, Fellenoord, Haagpoort, Hazeldonk, Heilaar, Heuvel, Liesbos, Princenhage, Ruitersbos, Schorsmolen, Station, Tuinzigt, Valkenberg en Westerpark (met postcodes: 4811, 4812, 4813, 4814, 4815, 4819, 4836, 4837, 4838 en 4839.
3.Subsidie wordt uitsluitend op grond van deze regeling verleend voor het tijdvak 2026.
4.De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
5.Indien de Raad op het moment van subsidieverlening met betrekking tot het gebied Zuidwest nog niet heeft besloten tot aanpassing van de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025, in die zin dat daarbij het gebied Zuidwest wordt aangewezen als het gebied waarop de activiteiten van het SLT zich richten, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Raad daar alsnog toe besluit. Indien de Raad besluit de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025 niet conform het voorgaande te wijzigen, althans het daartoe strekkende besluit niet uiterlijk op 31 december 2025 is genomen, kan het College besluiten de subsidie lager of op nihil vast te stellen conform het bepaalde in artikel 4:46, lid 1 Awb. Bij de vaststelling neemt het College tevens het bepaalde in lid 6 in acht.
6.In geval van lagere vaststelling of een vaststelling op nihil van de subsidie conform het bepaalde in het vorige lid, zal de subsidie worden vastgesteld op de kosten die de subsidieontvanger vanaf het moment van subsidieverlening heeft gemaakt ter voorbereiding op de subsidiabele activiteiten. Daarbij wordt alleen rekening gehouden met daadwerkelijk gemaakte kosten waarvan de noodzaak en de redelijkheid kan worden vastgesteld.
Artikel5:6Hoeveel subsidie is er?
1.Voor deze regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld van € 5.145.000, - voor het tijdvak 2026 voor het gebied Noordwest en van € 8.100.000, - voor het tijdvak 2026 voor het gebied Zuidwest.
2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid te verhogen in verband met onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 5:7, vierde lid. De verhoging als bedoeld in de eerste volzin bedraagt maximaal 10% van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.
3.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plafond als bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak 2026 te verlagen als de raad in de begroting de daarvoor benodigde middelen niet (volledig of helemaal niet) ter beschikking stelt.
Artikel5:7Hoogte van de subsidie
1.Subsidie kan alleen worden verstrekt voor kosten die de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband maken en die rechtstreeks verband houden met en toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 5:4 van deze regeling.
2.De subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijk gemaakte en in de begroting opgenomen kosten van de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. De subsidie wordt verleend tot een maximum van de uit de begroting als bedoeld in artikel 5:8 lid 4, aanhef en onder g blijkende subsidiabele kosten, zulks met inachtneming van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 5:6.
3.Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een positief resultaat tussen de daadwerkelijke gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, moet dat verschil worden terugbetaald. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een negatief resultaat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, komt dat voor rekening en risico van de penvoerder.
4.Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die niet of niet in overwegende mate in de risicosfeer van de penvoerder of de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband liggen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag waarvoor subsidie is verleend verhogen met maximaal 10 procent van het verleende (maximale) subsidiebedrag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5:6, tweede lid van deze regeling. Als onvoorziene omstandigheden kunnen bijvoorbeeld worden aangemerkt wijzigingen van (lokale) wet- en regelgeving of beleidswijzigingen aan de zijde van de gemeente.
Paragraaf5.2subsidieaanvraag
Artikel5:8Wat is er nodig bij de aanvraag?
1.De aanvraag wordt ingediend door de penvoerder van het samenwerkingsverband.
2.De aanvraag bevat in ieder geval het volgende: gegevens over de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel per deelnemer aan het samenwerkingsverband; een volmacht en machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om, waar nodig, de overige deelnemer(s) aan het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen; een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn opgenomen de rolverdeling ten aanzien van de subsidiabele activiteiten; een verdeling van de subsidiabele kosten; de verplichting voor deelnemers om de penvoerder tijdig te voorzien van alle benodigde informatie om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst en de subsidieverplichtingen – en voorwaarden te voldoen;
Wat er gebeurd als een van de deelnemers zich niet houdt aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst; een bepaling waaruit blijkt dat alle deelnemers zich ertoe committeren de samenwerking voort te zetten in 2026; een afschrift van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd voor de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband; een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in bijlage 3A en 3B van deze regeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; zijn een begroting waarin de subsidiabele kosten zijn opgenomen, alsmede de wijze waarop wordt voorzien in de daarvoor benodigde middelen. Hierbij wordt het format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, als basis gehanteerd.
Artikel5:9Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
1.De aanvraag voor het tijdvak 2026 kan worden ingediend vanaf inwerkingtreding voor 1 september 2025. Een aanvraag die niet wordt ingediend binnen het hiervoor genoemde tijdvak, wordt afgewezen.
2.Voor aanvragen met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling geldt, gelet op het bepaalde in artikel 5:11, vierde lid e.v. van deze regeling, het volgende Aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid, worden getoetst op volledigheid. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van twee weken gesteld waarbinnen hij de aanvraag moet aanvullen. Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn niet volledig is, kan deze buiten behandeling worden gesteld. In het geval de aanvrager niet binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid een activiteitenplan en begroting heeft ingediend als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze Subsidieregeling, wordt de aanvraag geweigerd, mede gelet op het bepaalde in artikel 5:13, eerste lid, onder b van deze Subsidieregeling in zoverre geen gelegenheid gegeven tot aanvulling van de aanvraag.
Paragraaf5.3Subsidiebehandeling
Artikel5:10Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld?
Artikel 5:10(Verdeling subsidie 2025) is vervallen
Artikel5:11Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld?
1.Met betrekking tot het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (A) van deze regeling is subsidie verleend voor het tijdvak 2025 conform het bepaalde in artikel 2:34 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025. Gelet op het bepaalde in 2:36 van deze regeling vindt verdeling van de subsidie met betrekking tot dat gebied voor het tijdvak 2026 tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak 2025. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend.
2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van deze regeling als bedoeld in artikel 5:1.
3.Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 5:8, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5:13. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen.
4.Verdeling van subsidie met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (B) van deze regeling voor het tijdvak 2026 vindt plaats op grond van de volgende artikelleden.
5.Tijdig ingediende volledige aanvragen voor het tijdvak 2026 worden getoetst aan de hand van de vereisten van deze regeling.
6.Als na toetsing als bedoeld in het eerste lid meerdere toewijsbare aanvragen overblijven, wordt voor de verdeling van de subsidie een vergelijkende toets uitgevoerd conform het bepaalde in het zevende tot en met het tiende lid van dit artikel.
7.Ter uitvoering van de vergelijkende toets als genoemd in het tweede lid, worden aanvragen getoetst op basis van de beoordelings- en wegingscriteria zoals vastgelegd in Bijlage 3C en 3D bij deze regeling.
8.Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Burgemeester en wethouders toetsen de aanvragen aan de criteria met behulp van een beoordelingsformat, dat als Bijlage 3D bij deze regeling is gevoegd. Aanvragen worden gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten.
9.Als een aanvraag bij de vergelijkende toets 54 punten of minder behaalt, wordt deze afgewezen.
10.De, na eventuele toepassing van negende lid resterende, aanvraag met het hoogste puntenaantal eindigt als hoogste in de rangschikking, de aanvraag met het één-na-hoogste puntenaantal eindigt als één-na-hoogste in de rangschikking, enzovoorts. De aanvraag die als hoogste in rangschikking is geëindigd komt voor toewijzing in aanmerking, tenzij een van de weigeringsgronden uit artikel 5:13 van de regeling van toepassing is. De aanvragen die na toewijzing van een aanvraag resteren, worden afgewezen. In het geval waarin twee of meer aanvragen als hoogste in de rangschikking eindigen (hetzelfde puntenaantal), wordt de volgorde van de rangschikking bepaald door middel van loting. De loting zal worden verricht onder verantwoordelijkheid van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris.
Artikel5:12Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen op een subsidieaanvraag binnen 13 weken na de ontvangst daarvan.
2.Burgemeester en wethouders mogen hun beslissing één keer voor maximaal 13 weken verlengen.
3.Bij aanvragen die volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden aangemeld bij de Europese Commissie, verlengen burgemeester en wethouders de beslistermijn totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Artikel5:13Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
1.In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de ASV, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie als: de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoet aan het gestelde in deze regeling; de aanvraag met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling niet uiterlijk op het moment van aflopen van het tijdvak als bedoeld in artikel 5:9, eerste lid van deze regeling een activiteitenplan en begroting bevat als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze regeling; de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende tegemoetkomt aan het doel van deze regeling; een deelnemer aan het samenwerkingsverband niet beschikt over de in de branche vigerende certificeringen of kwaliteitskeurmerken; van het activiteitenplan bij burgemeester en wethouders heeft ingediend zoals bepaald in artikel 5:8, tweede lid, van deze regeling;
Naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende is verzekerd dat de SLT zal voorzien in een voldoende dekkend zorglandschap;
De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikken om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers.
2.Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag bovendien afwijzen als er sprake is van ernstig gevaar dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen.
3.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder e, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en documenten vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring over de totale omzet over de afgelopen drie jaar.
4.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets).
5.Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de ASV of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, beoordelen burgemeester en wethouders de resterende aanvragen in het overeenkomstig artikel 5:11 bepaalde rangorde aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer wordengetoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 5:11.
Paragraaf5.4Subsidieverstrekking
Artikel5:14Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en de ASV gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:
De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit in overleg met de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Dit betekent in ieder geval dat de subsidieontvanger ervoor verantwoordelijk is dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de subsidieontvanger en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein over de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en dat subsidieontvanger als dat naar het oordeel van de subsidieontvanger of burgemeester en wethouders nodig is op ad hoc basis in overleg zal treden met gemeentelijke afdeling Sociaal Domein;
De subsidieontvanger treedt direct in overleg met burgemeester en wethouders wanneer hij bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten problemen voorziet die het behalen van de doelstelling van deze regeling in gevaar kunnen brengen;
Als de subsidieontvanger voorziet dat de begrote kosten in een lopende rapportageperiode met meer dan 25% zullen worden overschreden, meldt hij dit direct aan burgemeester en wethouders;
Als de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd van een gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband geschrapt dreigt te worden of geschrapt is, is de subsidieontvanger verplicht dit te melden;
De deelnemers aan het samenwerkingsverband zullen gedurende het subsidietijdvak (blijven) beschikken over de in de branche vigerende certificeringen en voldoen aan de in de branche vigerende kwaliteitskeurmerken;
De subsidieontvanger werkt ten behoeve van de doelstelling van deze regeling waar nodig samen met andere partijen die voor de betrokken jeugdigen, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers een rol vervullen op het gebied van jeugdhulp, onderwijs, zorg of maatschappelijke ondersteuning;
2.Burgemeester en wethouders kunnen de verplichtingen uit het vorige lid bij subsidieverlening nader uitwerken en ook andere aanvullende verplichtingen opleggen.
Artikel5:15Bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden
Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om een wisseling van penvoerder te laten plaatsvinden in het samenwerkingsverband als zij vinden dat het toepassen van deze regeling een onredelijke uitkomst heeft voor die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van deze regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen.
Paragraaf5.5Slotbepalingen
Artikel5:16Per boekjaar verstrekte subsidie
1.Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidies die op basis van deze subsidieregeling worden verleend. Het boekjaar wordt gelijkgesteld met het kalenderjaar.
2.Volgens het bepaalde in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieontvanger toestemming van burgemeester en wethouders nodig voor de handelingen als genoemd in het eerste lid van dat artikel.
Hoofdstuk6Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg
Artikel6:1Toepassingsbereik
1.Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant 2022-2025, of een beleidskader dat dit vervangt of opvolgt en betrekking heeft op hetzelfde thematische beleidsterrein.
2.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van verschillende geweldsvormen en acute en niet-acute crises, zoals beschreven in het Beleidskader.
3.In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze regeling komen de subsidies vanuit dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg.
Artikel6:2Voor wie
Subsidie in dit hoofdstuk is bestemd voor:
Stichting Veilig Thuis West-Brabant;
Stichting Safegroup;
Organisaties of samenwerkingsverbanden met aantoonbare expertise op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties;
Meldpunt crisiszorg West-Brabant.
Artikel6:3Activiteiten
De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:
Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder a:
Taken van Stichting Veilig Thuis West-Brabant zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 1 van het Beleidskader en uitvoering taken Cirkel is Rond zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 3 van het Beleidskader.
Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder b:
Activiteiten vrouwenopvang zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 2 van het Beleidskader Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder c:
Overige activiteiten Geweld in Afhankelijkheidsrelaties zoals beschreven in het Beleidskader in het algemeen, en in bijlage 1, paragraaf 3 in het bijzonder (uitgezonderd de taken Cirkel is Rond).
Voor de organisatie(s) of samenwerkingsverband genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder d: Activiteiten meldpunt crisiszorg (acuut en niet-acuut), zoals beschreven in het Beleidskader, deel II.
Artikel6:4Criteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
De activiteiten worden uitgevoerd in West-Brabant;
De activiteiten zijn gericht op voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld, kindermishandeling en acute en niet-acute crises;
De subsidieaanvrager onderschrijft en werkt volgens de Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid.
Artikel6:5Aanvraag
1.De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een projectplan 2.Aanvragen worden ingediend voor 1 oktober voor het volgende kalenderjaar, tenzij burgemeester en wethouders bij de bekendmaking van het subsidieplafond een andere indieningstermijn voor subsidieaanvragen bekendmaken.
Artikel6:6Subsidieplafond
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2026 is als volgt en verdeeld over:
Veilig thuis zoals bedoeld in artikel 6:2, eerste lid: €. 11.105.802 Vrouwenopvang zoals bedoeld in artikel 6:2, tweede lid: €. 4.456.662 Overige activiteiten GIA zoals bedoeld in artikel 6:2, derde lid: €. 826.071 Meldpunt Crisiszorg West-Brabant zoals bedoeld in artikel 6:2, vierde lid: €. € € 975.315 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten en voor specifieke organisaties zoals genoemd onder artikel 6:2 en 6:3. Verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van kwalitatieve toetsing.
3.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, door burgemeester en wethouders wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid.
4.Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 6:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid.
5.Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot zes weken na bekendmaking.
6.Als blijkt dat één of meer deelplafonds van het eerste lid, onder a, b of c niet worden overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere deelplafonds van het eerste lid, sub a, b of c toe te voegen.
Artikel6:7Procedure
1.Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 6:3, onder c, én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1 van het Beleidskader, maximaal 50 punten; de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is, maximaal 10 punten; de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten; de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten; de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten; de kostprijs, maximaal 10 punten.
Artikel6:8Weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV kan een subsidie worden geweigerd als: de subsidieaanvrager geen rechtspersoonlijkheid bezit, blijkende uit een inschrijving van Kamer van Koophandel; de subsidieaanvrager geen aantoonbare relevante ervaring heeft met de activiteiten en/of doelgroep waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de activiteiten alleen zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde gemeente of gemeenten en dus niet regionaal van aard zijn. Tenzij er sprake is van een pilot/proef, dienen subsidies ten goede te komen aan alle inwoners van West-Brabant die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties of crises (acuut en niet-acuut); toekenning zou kunnen leiden tot versnippering van het ondersteuningsaanbod.
Artikel6:9Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, is de subsidieontvanger verplicht om iedere zes maanden samen met de gemeente een accountgesprek te organiseren, waarin de voortgang van de doelstellingen en behaalde resultaten wordt besproken.
Hoofdstuk7Dierenweides en kinderboerderijen Paragraaf7.1Subsidieregeling Dierenweides en kinderboerderijen
Artikel7:1Doel
Deze subsidieregeling heeft het doel om stichtingen te subsidiëren in de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij.
Artikel7:2Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van deze hoofdstuk is bedoeld voor stichtingen die hobbymatig boerderijen houden op een dierenweide of kinderboerderij. De dierenweide of kinderboerderij is belangrijk buurtbewoners en kinderen: voor de vrijetijdsbesteding; als ontmoetingsplaats; of voor scholing.
Artikel7:3Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die horen bij de zorg voor de dierenweide of kinderboerderij, zoals: dierenvoer, inclusief hooi; dierenartskosten; kosten mestafvoer; destructiekosten; abonnementskosten vast (aansluiting); energiekosten variabel.
Artikel7:4Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de stichting is volgens de Kamer van Koophandel gevestigd in de gemeente Breda; de stichting is volgens de statuten opgericht voor het hebben van een dierenweide of kinderboerderij; de stichting heeft voor de dierenweide of de kinderboerderij gratis gemeentegrond in bruikleen van de gemeente Breda; en de dierenweide of de kinderboerderij is openbaar en vrij toegankelijk voor bezoekers.
Artikel7:5Hoeveel subsidie is er?
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 65.263.
2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal per jaar € 25.000 subsidie ontvangen.
Paragraaf7.2Subsidieaanvraag
Artikel7:6Wat is er nodig bij de aanvraag?
1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een duidelijk overzicht van de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij;
2.Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd.
Artikel7:7Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders ingeleverd zijn vóór 1 oktober voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Paragraaf7.3Subsidiebehandeling
Artikel7:8Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond volgens de regel wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat betekent dat de subsidie wordt verdeeld volgens de beoordelingscriteria van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel7:9Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel7:10Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor: onderhoudskosten; andere kosten, zoals kosten voor nieuwe investeringen; het opbouwen van eigen vermogen.
Paragraaf7.4Subsidieverstrekking
Artikel7:11Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie: de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als de dierenweide of de kinderboerderij stopt; de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als er minder kosten worden gemaakt. De subsidie moet dan worden terugbetaald.
Hoofdstuk8Sport Paragraaf8.1Subsidieregeling breedtesportevenementen, topsportevenementen en talentontwikkeling
Artikel8:1Definities
Schoolsporttoernooien: een- of meerdaagse sportwedstrijden, met deelname van scholenteams bestaande uit leerlingen van het primair of voortgezet onderwijs, met een minimale deelname van tien Bredase scholen voor primair onderwijs of vier Bredase scholen voor voortgezet onderwijs;
Side-events: sportactiviteiten die aangeboden worden naast het wedstrijdprogramma van een topsportevenement, die onder verantwoordelijkheid van dezelfde organisatie georganiseerd worden en die tot doel hebben een breed publiek met de betreffende sport kennis te laten maken;
Sportvereniging: een vereniging die activiteiten organiseert die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF en die is aangesloten bij een overkoepelende organisatie of een organisatie die activiteiten organiseert die gericht zijn op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging door middel van de uitoefening van sport- en spelactiviteiten onder deskundige leiding, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders.
Artikel8:2Vigerend beleidskader
Het beleidskader voor subsidies uit dit hoofdstuk is de nota Team Breda, Visie op sport & bewegen 2017-2030 en specifiek het bijbehorende uitvoeringsprogramma 2023-2026 zoals vastgesteld door de raad op 6 april 2017.
Artikel8:3Voor wie
1.Subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld voor sportverenigingen en sportorganisaties die gevestigd zijn in de gemeente Breda en die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van Breda gericht zijn op de beoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF.
2.Subsidie kan ook worden verstrekt aan organisaties die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van Breda, gericht op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging. Deze activiteiten moeten bestaan uit sport- en spelvormen die plaatsvinden onder deskundige begeleiding.
3.De geschiktheid van de activiteiten als bedoeld in het tweede lid wordt beoordeeld door burgemeester en wethouders.
4.De organisatie levert met haar activiteiten een aantoonbare bijdrage aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader.
Artikel8:4Met welk doel
Subsidie wordt verstrekt om bij te dragen aan de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader.
Artikel8.5Wat
Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor uitsluitende de volgende activiteiten c.q. maatregelen: breedtesportevenementen; topsportevenementen; talentontwikkeling.
Artikel8:6Breedtesportevenementen
1.Onder breedtesportevenementen vallen: schoolsporttoernooien waarvan er maximaal twee toernooien per sport per jaar voor subsidie in aanmerking komen; side-events van Bredase topsportevenementen met minimaal 100 Bredase deelnemers aan de tot het side-event behorende activiteit 2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen op de begroting.
Artikel8:7Topsportevenementen
1.Een evenement wordt aangemerkt als een topsportevenement als het voldoet aan de volgende voorwaarden: het betreft een Nationaal Kampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldkampioenschap of een sportevenement dat een aantoonbare bijdrage levert aan de promotie van de desbetreffende sport in Breda; en er zijn minimaal drie deelnemers / deelnemende teams uit de top 8 ranking (Nationaal, Europees en Wereld).
2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen. Er wordt geen subsidie verleend voor start- en prijzengelden.
Artikel8:8Talentontwikkeling
Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor talentontwikkeling moet de aanvrager voldoen aan de volgende criteria: er is sprake van een professionele organisatie zonder commercieel oogmerk die gericht is op het stimuleren van talentvolle sporters tussen 11 en 18 jaar uit Breda en omgeving; de activiteit is erop gericht sporters en sportverenigingen te ondersteunen en te begeleiden, als onderdeel van erkende opleidingsprogramma’s of regionale trainingscentra, gericht op de doorstroom van (individuele) sporters naar nationaal topsportniveau; ten minste een derde van de begroting van het project is afkomstig uit andere inkomstenbronnen, zoals landelijke of provinciale bijdragen, deelnemersbijdragen of sponsoring; er is sprake van erkende opleidingsprogramma’s, onder regie van de betreffende sportbond(en); er is sprake van aantoonbare kwaliteit wat betreft de selectie en begeleiding van deelnemers; er is afstemming met betrokken verenigingen, bonden, ouders, scholen en ondersteunende partijen over de activiteit; de activiteit draagt bij aan talentidentificatie in het onderwijs en/of bij sportaanbieders en de verbetering van de kwaliteit van trainers en coaches; er vindt samenwerking plaats met lokale en bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk; er is afstemming over de accommodaties die worden gebruikt; de activiteit heeft een meerjarenperspectief; de activiteit behoort niet tot de reguliere taken/activiteiten van een vereniging of andere sportaanbieder; het project draagt bij aan versterking van de (top)sportinfrastructuur van de gemeente.
Artikel8:9Procedure
1.Aanvragen voor subsidie voor talentontwikkeling moeten elk jaar vóór 1 oktober worden ingediend, in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
2.Aanvragen voor subsidie voor breedtesport- en topsportevenementen moeten minimaal 13 weken vóór de start van het evenement worden ingediend.
Artikel8:10Subsidieplafond en verdelingsregels
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2026 is als volgt verdeeld: voor sportevenementen als bedoeld in artikel 8:6 en 8:7: € 155.000. voor talentontwikkeling als bedoeld in artikel 8:8: € 279.950.
2.Subsidie wordt verdeeld aan de hand van toetsing aan de criteria zoals opgenomen in artikel 8:8.
Paragraaf8.2Investeringsregeling ten behoeve van buitensportaccommodaties
Artikel8:11Doel subsidie
1.Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om voldoende, kwalitatief goede en toegankelijke buitensportaccommodaties in Breda te stimuleren en te realiseren.
2.Het achterliggende maatschappelijke doel van deze subsidie is om de mogelijkheden voor sportbeoefening en de betaalbaarheid van sport voor de inwoner van Breda te verbeteren.
Artikel8:12Definities
In deze paragraaf betekent: buitensportveld: een sportvoorziening in de buitenlucht met een aangepaste ondergrond die noodzakelijk is om te kunnen trainen of om wedstrijden op te spelen met daarbij behorende vaste elementen (denk aan ondergrond, hekwerk, veld of baanverlichting, verharding rondom het veld, publieksstroken opsluiting veld, dug-outs en vaste doelen); buitensportvereniging: een binnen de gemeente Breda gevestigde buitensportvereniging, die haar activiteiten in hoofdzaak voor de inwoners van de gemeente Breda uitvoert op een gemeentelijk sportcomplex of een sportcomplex in eigen beheer; exploitatiestichting: stichting die statutair gevestigd in Breda en die een sportaccommodatie beheert die bij één of meer sportverenigingen in gebruik is; herstructurering: een ontwikkeling waarbij de structuur van een gebied wordt omgevormd en de functie van de plek verandert. Dit betreft o.a. de eerste aanleg van een buitensportvoorziening of uitbreiding c.q. inbreiding dan wel herindeling van een sportcomplex.
Artikel8:13Voor wie is deze subsidie bedoeld?
1.Subsidie op grond van deze paragraaf is bedoeld voor Bredase buitensportverenigingen die: als kerntaak hebben activiteiten te organiseren voor inwoners van Breda die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF; en die met de activiteiten een aantoonbare bijdrage leveren aan de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het geldende beleidskader.
2.Het is toegestaan dat de sportvereniging bij het aanvragen van de investeringsregeling of garantstelling vertegenwoordigd wordt door een aan de vereniging gelieerde exploitatiestichting.
Artikel8:14Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
Subsidie kan eenmalig worden verstrekt in de periode 2023-2026 voor uitsluitend de volgende activiteiten of maatregelen:
Investeringen in buitensportvelden: aanpassing van een bestaand buitensportveld; aanleg van een nieuw buitensportveld.
Investeringen in kleed- en wasaccommodaties: aanpassing c.q. uitbreiding van een bestaande kleed- en wasaccommodatie; bouw van een nieuwe kleed- en wasaccommodatie.
Investeringen of aanpassingen die bijdragen aan de toegankelijkheid van het buitensportcomplex voor mindervaliden, inclusief de sportkantine. investeringen die gericht zijn op energiebesparing of het opwekken van duurzame energie voor een (sport)accommodatie die eigendom is van een sportvereniging, waarbij sprake is van aantoonbare positieve effecten op energieverbruik en exploitatie van de desbetreffende accommodatie.
Artikel8:15Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
Sportverenigingen kunnen slechts eenmalig per vier jaar (dagtekening datum beschikking toekenning subsidie) een beroep doen op de subsidie op grond van artikel 8:14.
Uit de aanvraag voor de subsidie blijkt (indien van toepassing) dat: de subsidie wordt gebruikt om activiteiten te ondersteunen die passen bij het doel van de vereniging; er op tijd wordt ingespeeld op maatschappelijke of demografische veranderingen of een tekort aan capaciteit, waardoor er in de toekomst extra capaciteit nodig is voor de betreffende sport, zoals beschreven in het rapport Capaciteitsonderzoek gemeente Breda 2025. met de subsidie wordt voldaan aan de inrichtingseisen zoals vermeld in de landelijke richtlijnen van het NOC*NSF en de sportbonden; de investering ten goede komt aan de samenwerking of fusie met een andere vereniging (wel of niet zelfde sportsoort); er extra aandacht is voor verduurzaming van de betreffende sportaccommodatie; er extra aandacht is voor toegankelijkheid voor mindervaliden; er extra aandacht is voor samenwerking met andere (maatschappelijke) partijen; en er extra aandacht is voor de ontplooiing van activiteiten voor kwetsbare groepen in de samenleving.
De totale investering bedraagt minimaal € 10.000,-.
Artikel8:16Hoeveel subsidie is er?
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2025-2026 is € 1.078.937.
2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal € 250.000 subsidie aanvragen.
3.De subsidie bedraagt maximaal één derde van de subsidiabele kosten.
4.Subsidie wordt berekend op basis van de begroting inclusief btw.
Artikel8:17Wat is er nodig bij de aanvraag?
1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een ingevuld aanvraagformulier via de website van de gemeente Breda; een projectplan, met daarin tenminste: een investeringsbegroting waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar en waarin duidelijk wordt op welke manier de investering financieel gedekt wordt, hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het verplichte format activiteitenbegroting van de gemeente Breda in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website; een (beoogde) tijdsplanning die is afgestemd met de afdeling Vastgoedbeheer van de Gemeente Breda; en als dit van toepassing is, een risicoanalyse over de veiligheid en omgevingsoverlast. offertes en plattegronden van de planvorming, aansluitend op de kwaliteitseisen/ normering die gesteld worden door de desbetreffende sportbond en gemeentelijke kaders en richtlijnen; de balans en jaarrekening van de laatste twee boekjaren; een duiding van de aanwezige financiële reserve; een meerjarenbegrotingsoverzicht met minimaal een begroting voor de eerstkomende twee jaar; een ontwikkelingsoverzicht van het ledenbestand (spelende leden), respectievelijk aantal verenigingsteams; een verslag van de Algemene Ledenvergadering waaruit blijkt dat de meerderheid instemt met de plannen en investering.
Artikel8:18Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
1.In de aanvraag geeft de subsidieaanvrager aan in welk jaar de activiteiten worden uitgevoerd.
2.Voor activiteiten die in 2025 worden uitgevoerd, wordt subsidie aangevraagd voor 1 oktober 2025;
3.voor activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd, wordt subsidie aangevraagd voor 1 oktober 2026.
Artikel8:19Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgende manier: honorering van aanvragen geschiedt in volgorde van volledige aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt; als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
Artikel8:20Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag als compleet hebben beoordeeld.
2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel8:21Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als: de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in uitvoering zijn genomen; de aanvrager niet beschikt over een gezonde financiële positie; de plannen niet aansluiten bij de toekomstige gebiedsontwikkeling; of ingediende offertes niet overeenkomen met beeldvorming die burgemeester en wethouders hebben over de marktconforme prijshantering.
Artikel8:22Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
2.Naast de algemene verplichtingen geldt dat de start van de uitvoering van de activiteiten in het jaar van subsidieverstrekking plaatsvindt.
Artikel8:23Verantwoording
Naast de verantwoordingseisen uit de ASV moet de subsidieontvanger laten zien dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de voorwaarden van de subsidie is voldaan, door het overleggen van: een gedetailleerd overzicht van de gemaakte kosten voor de investering waar deze subsidie voor wordt verstrekt; de factuur of facturen van de subsidiabele kosten op naam van de subsidieontvanger; en een betaalbewijs waaruit blijkt dat de factuur is betaald door de subsidieontvanger.
Hoofdstuk9Dak- en thuisloosheid
Artikel9:1Doel van de subsidie
De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om dak- en thuisloze mensen tijdelijk een woonplek en toekomstperspectief te bieden. Daarnaast is de subsidie bedoeld om te onderzoeken of deze activiteiten een waardevolle aanvulling zijn op het aanbod van voorzieningen en activiteiten in de Regio Breda.
Artikel9:2Definities
In dit hoofdstuk betekent:
Deelnemer: persoon die deelneemt aan de activiteit;
Dak- en thuisloze mensen: personen zonder vaste woon- en verblijfsplaats.
Loket Centraal Onthaal: Het gemeentelijk loket waar dak- en thuislozen zich kunnen melden voor informatie, advies en ondersteuning/hulp bij (dreigende) dak- en thuisloosheid;
Project Onder de Pannen: Een project voor legale onderverhuur waarin door inwoners tijdelijk onderdak wordt geboden aan economisch dak- en thuisloze mensen zonder aanvullende hulvragen.
Project Werk Eerst: Een project waarin trajecten op basis van het ‘werk eerst’ principe met een tijdelijke woonplek met begeleiding worden geboden aan dak- en thuisloze mensen.
Regio Breda: gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Etten-Leur, Oosterhout, Moerdijk en Zundert.
ZRM: Zelfredzaamheidsmatrix, een instrument voor het meten van de mate van zelfredzaamheid op verschillende leefgebieden zoals financiën, zelfzorg en een sociaal netwerk.
Artikel9:3Activiteiten
Subsidie wordt alleen verstrekt voor de volgende activiteiten:
Project Onder de Pannen (categorie A), waarbij het volgende geboden wordt:
Op grond van de landelijke formule ‘’Onder de Pannen’’ werven en matchen van minimaal 22 verhuurders met deelnemers per jaar;
Project Werk Eerst (categorie B), waarbij het volgende geboden wordt: bieden van trajecten aan dak- en thuisloze mensen die gemotiveerd zijn om te gaan werken of waarvan de aanbieder na een intakegesprek inschat dat de motivatie om te gaan werken aangewakkerd kan worden; dak- en thuisloze mensen krijgen een tijdelijke woonplek en persoonlijke begeleiding. Deze begeleiding richt zich op het vinden van (betaald) werk, hulp bij financiën en schulden, het opbouwen en onderhouden van een netwerk, en ondersteuning bij het vinden van duurzame huisvesting; iii. realiseren van 38 trajecten per jaar, waarbij de subsidieontvanger streeft om de volgende resultaten te behalen: gemiddelde duur van een traject is maximaal 1 jaar;
80 %van de ingestroomde deelnemers woont minimaal drie maanden in een woning van de aanbieder;
65 %van de ingestroomde deelnemers is na het einde van het traject uitgestroomd naar zelfstandige huisvesting; minimaal 55% van de ingestroomde deelnemers heeft bij het einde van het traject een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal 28 uur per week; van de jongvolwassenen (tot 27 jaar) heeft minimaal 55% bij het einde van het traject een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal 28 uur per week of een combinatie van studie en werk, of een voltijds studie; bij minimaal 80 % van de deelnemers zijn binnen zes maanden inkomsten en uitgaven inzichtelijk en worden die in balans gebracht; bij minimaal 50 % van de deelnemers is binnen zes maanden de schuldenproblematiek beheersbaar; deelnemers groeien aantoonbaar op meerdere domeinen van de ZRM, waaronder in ieder geval sociaal netwerk, financiën en werk. Dit wordt periodiek gemeten.
Artikel9:4Doelgroep
1.De doelgroep van het project Onder de Pannen (categorie A)zijn: economisch dak- en thuisloze mensen die met name een woonvraag en geen (zware) psychische- en verslavingsproblematiek hebben.
2.De doelgroep van het Project Werk Eerst (categorie B) zijn: dak- en thuisloze mensen zonder werk, met aanvullende hulpvragen op meerdere leefdomeinen, die gemotiveerd/motiveerbaar zijn en in staat zijn om te werken.
Artikel9:5Criteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen voldoen de activiteiten en de aanvrager aan de volgende subsidiecriteria:
Voor Project Onder de Pannen (categorie A): het project wordt in de regio Breda uitgevoerd; en de aanvrager is lid van het landelijk netwerk Onder de Pannen gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt; het project wordt uitgevoerd conform de landelijke formule Onder de Pannen; en de aanvrager gaat samenwerkingsafspraken aan of heeft deze met de woningcorporaties, gemeenten en andere samenwerkingspartners in de regio Breda; de aanvrager heeft aantoonbare ervaring met de uitvoering van activiteiten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder a; en de aanvrager heeft aantoonbare kennis van de omgang met de doelgroep zoals beschreven in artikel 9.4, eerste lid.
Voor Project Werk Eerst (categorie B): het project wordt in de regio Breda uitgevoerd; de aanvrager zorgt zelf voor de benodigde woonplekken; elke deelnemer participeert naar vermogen; deelnemers ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel; er wordt binnen zes weken na start van de deelname een ondersteuningsplan opgesteld; en de aanvrager heeft aantoonbare ervaring met de uitvoering van activiteiten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder b;
De aanvrager maakt bij de aanvraag aannemelijk dat de beoogde resultaten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder b, worden behaald; en De aanvrager heeft aantoonbare kennis van de omgang met de doelgroep zoals beschreven in artikel 9.4, tweede lid.
Artikel9:6Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Er wordt alleen subsidie verstrekt voor redelijkerwijs gemaakte kosten die overblijven na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 9.3.
Artikel9:7Subsidieplafond
1.Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor 2026 een subsidieplafond van € 716.042,- en voor 2027 een subsidieplafond van € 716.042,- (exclusief eventuele indexering).
2.De subsidieplafonds bedoeld in eerste lid, worden verdeeld per jaar in de volgende deelplafonds: voor categorie A: € 79.995,-; voor categorie B: € 636.047,-.
3.Per deelplafond wordt aan één partij subsidie verleend.
4.De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en toegekend tot het subsidieplafond is bereikt.
5.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op ophoging van dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 9:8 derde lid.
6.Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 9:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 9:8 derde lid.
7.Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in het vijfde of zesde lid, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot twee weken na bekendmaking.
Artikel9:8Aanvragen
1.De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:. een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een projectplan, waarin de volgende onderdelen duidelijk beschreven staan: een beschrijving van de activiteiten; een toelichting op de begroting met een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; een paragraaf waaruit de samenwerking met ketenpartners van de Overlegtafel Regio Breda vangt Op” blijkt; een beschrijving van de resultaten; en het bereik en de meetindicatoren.
Artikel9:9Beslistermijn
1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
2.In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 13 weken verdagen.
3.Van een beslissing tot verdaging stellen burgemeester en wethouders de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid op de hoogte onder vermelding van de reden tot verdaging.
Artikel9:10Verplichtingen subsidieontvanger
1.Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: vóór 1 juni 2027 stuurt de subsidieontvanger een inhoudelijke en financiële voortgangsrapportage aan burgemeester en wethouders; de subsidieontvanger stelt elk kwartaal een schriftelijke rapportage met kwalitatieve en kwantitatieve monitorgegevens beschikbaar; en steeds na zes maanden organiseert de subsidieontvanger met de gemeente een accountgesprek, waar de voortgang van de doelstellingen en de behaalde resultaten worden besproken.
Hoofdstuk10Water en groen op eigen terrein
Artikel10:1Definities
Groene daken: beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen, kruiden en/of vaste planten;
Groene gevels: grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten;
Regenwatervoorzieningen: voorzieningen die regenwater vasthouden of laten infiltreren in de bodem, zoals een voorziening met eenzelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan;
Onttegelen- en vergroenen van tuinen: maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen door een robuuste vergroening in de voor- en/of achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen;
Hemelwaterriolering: rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd;
Groen schoolplein: een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen en draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress;
Artikel10:2Doel van de subsidie
1.De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om een maatregelpakket te stimuleren: dat regenwater vasthoudt waar het valt en de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperkt; dat bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat; dat de leefomgeving voor planten en dieren, de biodiversiteit bevordert; dat door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling en luchtkwaliteit (opname van fijnstof) van de buitenruimte;
2.Het doel van deze subsidie specifiek voor groene schoolpleinen is, naast de doelen uit het eerste lid: het creëren van een natuurlijke leefomgeving waarin bewegen en spelen wordt gestimuleerd en bijdraagt aan het mentaal welbevinden voor kinderen jonger dan 18 jaar; een plek creëren waar kinderen in aanraking komen met natuur en gezonde voeding; minimaal 35% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter, zoals: groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand). Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen; een groen schoolplein is ingericht met (overwegend) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat; de speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon; het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein, kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen, moestuinieren en natuurlijke materialen en biedt het schoolplein kansen voor bewegend leren.
Artikel10:3Doelgroep
Alle natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals bedrijven, stichtingen, VVE’s en scholen, die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
Artikel10:4Maatregelen en subsidiabele kosten
1.De subsidie is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen voor alle doelgroepen: groene daken; groene gevels, met uitzondering van de aanleg van gevelsystemen; regenwatervoorzieningen (regenton, infiltratievoorziening). onttegelen en vergroenen van tuinen; aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering; aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering; aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering. constructief voorbereidend onderzoek voor de aanleg van een groen dak; voorbereidend bodem- en grondwaterstandonderzoek voor de aanleg van een regenwatervoorziening (infiltratievoorziening);
2.Criteria, nadere bepalingen en uitzonderingen per doelgroep zijn opgenomen in bijlage 5 van deze regeling.
3.Subsidie wordt verstrekt als de maatregel aangelegd wordt in eigen persoon of als de maatregel wordt aangelegd door iemand anders.
4.Er is voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen, naast de maatregelen en subsidiabele kosten uit het eerste lid ook een subsidie mogelijk voor het opstellen van een ontwerp- en inrichtingsschets van het buitenterrein met minimaal 10% nieuw groen in aanleg.
Artikel10:5Subsidieplafond en verdeling
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is als volgt: voor water en groen voor particulieren en individuele bedrijven en stichtingen: € 116.684. voor groene schoolpleinen: € 60.000.
2.Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
3.Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelenpakketten, de maximumbedragen zijn gespecificeerd in bijlage 5.
4.Alleen de werkelijke kosten worden gesubsidieerd. Vallen de kosten lager uit dan het verleende subsidiebedrag, dan moet de aanvrager dit actief te melden aan burgemeester en wethouders zodat de verlening hierop aangepast kan worden.
5.Subsidie voor de inrichtingsschets voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen wordt per jaar in totaal voor maximaal 20 aanvragen verleend.
Artikel10:6Verantwoording na verstrekken van de subsidie
1.Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd, verstrekt de aanvrager een getekende offerte (indien van toepassing) en fotomateriaal aan burgemeester en wethouders. De foto’s zijn vrij van rechten mogen door de gemeente gebruikt worden. Het fotomateriaal bestaat uit: een foto van de situatie vóór aanpassing; een foto van de situatie na aanpassing waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en dat daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan; enkel voor de doelgroep individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen die een ontwerp-of inrichtingsschets maken, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de aanvrager stuurt de ontwerpschets binnen 16 weken na de vaststelling van de subsidie aan burgemeester en wethouders; enkel voor de doelgroep groene schoolpleinen, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de subsidieontvanger stuurt bij de verantwoording ter vaststelling van de subsidie foto’s van het schoolplein vóór aanpassing, tijdens de werkzaamheden en na aanpassing.
Artikel10:7Stapelen van subsidies
De aanvrager mag de ‘subsidie Water en Groen’ combineren met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: het totaal van verleende subsidies bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden; de aanvrager meldt te allen tijde bij burgemeester en wethouders als door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket);
Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door burgemeester en wethouders verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd.
Artikel10:8Indieningsvoorwaarden
1.De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. In geval een subsidie voor meerdere partijen wordt aangevraagd wordt een penvoerder aangewezen die gemachtigd is namens de andere partijen de aanvraag te doen.
2.De subsidieaanvraag voor particulieren, huurders en bedrijven dient uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening door burgemeester en wethouders te zijn ontvangen. Bij de aanvraag voor een groen dak mag de indiener voorafgaand aan de aanleg een subsidieverzoek indienen.
3.Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens en documenten worden meegezonden: volledig ingevuld aanvraagformulier; offerte van de aan te vragen maatregelen; beschrijving van de maatregel of het pakket aan maatregelen.
3.De subsidieaanvraag voor groene schoolpleinen bevat een projectplan inclusief begroting, een plattegrond van de huidige situatie, een schetsontwerp voor de nieuwe situatie waaruit percentages groen en verharding zijn af te leiden en duidelijke foto’s van het huidige schoolplein.
4.De aanvrager legt uiterlijk 13 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan als sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak.
5.De aanvrager van een aanvraag voor groene schoolpleinen heeft de inrichtingswerkzaamheden uiterlijk 1,5 jaar na verlening van de subsidie gereed.
6.Subsidieaanvragen voor particulieren, huurders en bedrijven kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 15 december.
7.Subsidieaanvragen voor groene schoolpleinen en gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 1 december.
Artikel10:9Verplichtingen
1.De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding, het beheer en het onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal vijf jaar.
2.Alleen voor groene schoolpleinen geldt een instandhoudings-, onderhouds- en beheerplicht van minimaal tien jaar na vergroening.
3.Voor scholen geldt de verplichting om de gemeente te betrekken bij het proces van openen van het groene schoolplein. Aanvrager is verplicht bij media-uitingen de gemeentelijke subsidie te vermelden.
Artikel10:10Weigeringsgronden
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als: de maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte. de voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving. de maatregel geen – op kwalitatieve wijze- uitlegbare bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten in een klimaatbestendige stad. het ontwerp, aanleg en beheer van het groene schoolplein niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is. de subsidie wordt aangevraagd door projectontwikkelaars voor de herontwikkeling van bestaand en nieuw vastgoed; er door burgemeester en wethouders in de periode van 2018 tot en met 2021 voor een schoolplein subsidie is verleend aan de betreffende aanvrager.
Hoofdstuk11Preventie met Gezag Breda 2026 Paragraaf11:1Algemeen
Artikel11:1Doel subsidieregeling
1.Deze subsidie heeft als doel het ondersteunen van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar in de wijk de Hoge Vucht. Hierbij worden hoofddoelen en subdoelen onderscheiden.
De hoofddoelen: het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit; het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
2..De subdoelen zijn: overlast door jongeren wordt verminderd of voorkomen; kinderen en jongeren krijgen een beter toekomstperspectief; door middel van preventie worden kinderen, jongeren en jongvolwassenen weerbaarder gemaakt tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Ook grensoverschrijdend gedrag en schoolverzuim worden hiermee tegengegaan.
Artikel11:2Definities
In dit hoofdstuk betekent:
Gezags- en preventiepartners: Partners van de gemeente Breda die participeren in het meerjarig programma Preventie met Gezag van de gemeente Breda, waaronder organisaties of instanties die verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de openbare orde, veiligheid en rechtshandhaving, zoals het Openbaar Ministerie, de politie en de reclassering. Deze partijen werken actief mee aan het voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen in Breda (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit.
Preventie met Gezag: een meerjarig programma van de gemeente Breda dat erop gericht is om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen tot 27 jaar (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit.Tenderprocedure: procedure waarbij alle volledige subsidieaanvragen binnen een bepaalde periode moeten zijn ingediend, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de beoordelingscriteria in deze regeling.
Artikel11:3Voor wie is deze subsidie bedoeld?
De subsidie is bestemd voor een organisatie met rechtspersoonlijkheid en zonder winstoogmerk, die nauw samenwerkt met gezag- en preventiepartners, en beschikt over kennis en ervaring op het gebied van de preventie van jeugdcriminaliteit. Per kalenderjaar wordt aan maximaal één organisatie subsidie verstrekt.
Artikel11:4Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
1.Activiteiten die voor subsidie op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de hoofddoelstelling van dit hoofdstuk en de subdoelen die genoemd zijn in artikel 11:1.
2.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:
Het geven van voorlichting op scholen in of in de buurt van de wijk Hoge Vucht, gericht op het vergroten van de bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag.
Het geven van voorlichting in de wijk Hoge Vucht, gericht op het vergroten van bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag. Daarmee wordt gewerkt aan een geïntegreerde aanpak op school en in de wijk.
Het organiseren van preventieve spreekuren voor jongeren, gericht op het vroegtijdig signaleren van risico’s op jeugdcriminaliteit en het bieden van passende ondersteuning om crimineel gedrag te voorkomen.
Het organiseren van preventieve en herstelgerichte activiteiten die bijdragen aan het versterken van een gezond opvoed- en opgroeiklimaat voor jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie of extra ondersteuning nodig hebben.
Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan bewustwording en het bieden van handelingsperspectief aan jongeren, ouders en onderwijzend personeel, met als doel een alternatief te bieden voor het instappen of doorgroeien in ondermijnende criminaliteit.
Artikel11:5Voorwaarden aan de aanvrager
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
De aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten, dit kan bijvoorbeeld een verslag zijn.
De aanvrager beschikt over personeel met kennis en expertise op het gebied van jeugdcriminaliteit en over kennis en deskundigheid met betrekking tot de activiteiten en de doelgroep.
De activiteiten zijn gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar.
De activiteiten worden uitgevoerd in of in de buurt van de wijk Hoge Vucht.
De organisatie werkt nauw samen met gezagspartners.
Artikel11:6Hoeveel subsidie is er?
1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 158.000,- 2.Er wordt maximaal één subsidie verstrekt. Deze subsidieaanvrager kan maximaal € 158.000,- subsidie aanvragen.
Paragraaf11.2Subsidieaanvraag
Artikel11:7Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een ingevuld webformulier op de website van de gemeente Breda; een activiteitenplan van maximaal 10 pagina's; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel11:8Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend bij burgemeester en wethouders vanaf 8 september tot 1 oktober 2025.
Paragraaf11.3Subsidiebehandeling
Artikel11:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als meerdere aanvragen worden ingediend die aan de voorwaarden voldoen, maar op grond van deze regeling maximaal aan één aanvrager subsidie kan worden verstrekt, vindt de verdeling plaats via een tenderprocedure:
Alle complete subsidieaanvragen die op tijd zijn ingeleverd, en die niet geweigerd zijn op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door de beoordelingscommissie die vervolgens een advies opstelt.
Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een ambtelijke adviescommissie bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring. De beoordelingscommissie hanteert daarbij het volgende beoordelingskader:
Criteria Max. punten Toelichting 1. Bijdrage aan de hoofddoelstellingen 20 punten: bijdrage aan 1 doelstelling 40 punten: bijdrage aan beide doelstellingen Mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling, namelijk:
1.Het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit.
2.Het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
3.Meet- en haalbaarheid 10 punten: Enigszins haalbaar, resultaten deels meetbaar 20 punten: Zeer haalbaar, resultaten concreet en goed meetbaar Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de voorgestelde activiteiten realistisch en uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en context. Daarnaast is van belang dat de beoogde resultaten concreet en meetbaar zijn, zodat achteraf kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn behaald.
4.Impact 10 punten: Enige bijdrage aan vermindering van risicofactoren en/of versterking van beschermende factoren 20 punten: Sterke, duurzame gedragsverandering en brede maatschappelijke impact met duidelijke preventieve effecten Bij dit criterium wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde activiteiten bijdragen aan een duurzame en positieve verandering, met specifieke aandacht voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Projecten die erin slagen risicofactoren bij jongeren te verminderen of beschermende factoren te versterken, scoren hoger op impact. Er wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief structurele gedragsverandering teweegbrengt, jongeren bereikt die extra ondersteuning nodig hebben, en op termijn maatschappelijke kosten helpt voorkomen.
De subsidieaanvraag dient in het totaal minimaal 50 punten te scoren bij de beoordeling. Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan weigeren burgemeester en wethouders de subsidieaanvraag.
Na advies van de beoordelingscommissie worden de ingediende aanvragen door burgemeester en wethouders op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt.
Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend en het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan wordt de subsidie toegekend door loting tussen de aanvragen die hetzelfde aantal punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris.
Artikel11:10Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel11:11Wanneer kan subsidie worden geweigerd?
1.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie (deels) weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als: niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 11:5; de activiteiten niet bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling; of niet wordt voldaan aan andere voorschriften uit dit hoofdstuk.
Paragraaf11.4Subsidieverstrekking
Artikel11:12Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
Naast de algemene verplichtingen geldt de volgende verplichting die hoort bij het ontvangen van subsidie: de subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens.
Hoofdstuk12Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda Paragraaf12.1Subsidieregeling Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda