Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen (Amsterdam)
Waar gaat deze regeling over?
Deze subsidieregeling van de gemeente Amsterdam is bedoeld om het gebruik van aardgas in bestaande gebouwen te verminderen en de overgang naar een aardgasvrij en klimaatneutraal Amsterdam te stimuleren.
Voor wie: Iedereen die een subsidieaanvraag indient voor duurzame activiteiten aan gebouwen in Amsterdam; Woningcorporaties en ondernemingen die activiteiten uitvoeren die voor subsidie in aanmerking komen.
Termijnen:
- De factuurdatum van de kosten mag niet langer dan 12 maanden vóór de subsidieaanvraagdatum liggen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Vastgoed- en bouwrecht
- Artikelen
- 118
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Het terugdringen van aardgasgebruik in bestaande gebouwen.
- De transitie naar aardgasvrije en klimaatneutrale gebouwen in Amsterdam.
- De voorwaarden voor het aanvragen en ontvangen van subsidies voor duurzame gebouwactiviteiten.
- Welke kosten wel en niet subsidiabel zijn.
Voor wie geldt deze regeling?
- Iedereen die een subsidieaanvraag indient voor duurzame activiteiten aan gebouwen in Amsterdam.
- Woningcorporaties en ondernemingen die activiteiten uitvoeren die voor subsidie in aanmerking komen.
Wat zijn de kernpunten?
- De subsidie is gericht op het gebiedsgericht aardgasvrij maken van bestaande gebouwen.
- Kosten voor isolatievoorzieningen, zonnepanelen, biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels, en installaties op fossiele brandstoffen zijn niet subsidiabel.
- Kosten voor elektrische CV-ketels, elektrische doorstroomverwarmers en andere vormen van elektrische weerstandsverwarming zijn niet subsidiabel, met uitzondering van warmtepompen, infraroodpanelen en boilers met een buffervat van tenminste 10 liter.
- De factuurdatum van de kosten mag niet langer dan 12 maanden vóór de subsidieaanvraagdatum liggen.
Vastgoed- en bouwrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (118)
- Artikel1.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel1.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel1.3 Doel van de regeling in hoofdstukken 1 tot 4
- Artikel1.4 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
- Artikel 1.4b Volgorde van behandeling aanvragen
- Artikel 1.5 Subsidiabele kosten
- Artikel 1.6 Maximering en stapeling
- Artikel1.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel1.8 Weigeringsgronden
- Artikel1.9 Aanvullende verplichtingen
- Artikel1.10 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
- Artikel 1.11 Directe vaststelling
- Artikel2.1 Gebiedsbepaling
- Artikel2.2 Subsidieplafond
- Artikel2.3 Subsidiabele activiteiten
- Artikel2.4 Hoofdstuk specifieke subsidiabele kosten
- Artikel2.5 Hoogte van de subsidie
- Artikel2.6 De aanvrager
- Artikel2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel2.8 Weigeringsgronden
- Artikel2.9 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
- Artikel 3.1 Gebiedsbepaling
- Artikel 3.2 Subsidieplafond
- Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 3.3a Opt-out
- Artikel3.4 Hoogte van de subsidie
- Artikel 3.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 3.8 Weigeringsgronden
- Artikel 3.9 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
- Artikel 3a 1 Gebiedsbepaling
- Artikel 3b 1 Gebieds- en bronbepaling
- Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 5.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel5.3 Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel5.4 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
- Artikel 5.5 Subsidiabele activiteiten
- Artikel5.6 Hoogte van de subsidie
- Artikel 5.8 Subsidieplafond
- Artikel 5.8a Volgorde behandeling aanvragen
- Artikel5.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 5.11 Weigeringsgronden
- Artikel5.12 Aanvullende verplichtingen subsidieverlening
- Artikel 5.13 Verantwoording van de subsidie
- Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 6.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel6.3 Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel6.4 Gebiedsbepaling
- Artikel 6.5 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 6.6 Subsidiabele kosten
- Artikel 6.7 Hoogte van de subsidie
- Artikel 6.8 Subsidieplafond
- Artikel 6.8a Volgorde behandeling aanvragen
- Artikel 6.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel6.11 Weigeringsgronden
- Artikel6.12 Bevoorschotting
- Artikel 6.13 Aanvullende verplichtingen subsidieverlening
- Artikel6.14 Verantwoording van de subsidie
- Artikel7.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 7.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel 7.3 Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel 7.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 7.5 Hoogte van de subsidie
- Artikel 7.6 Subsidieplafond
- Artikel 7.7 Volgorde behandeling aanvragen
- Artikel 7.9 Aanvraagtermijn
- Artikel7.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 7.11 Weigeringsgronden
- Artikel 7.12 Voorschot
- Artikel 7.13 Aanvullende verplichtingen
- Artikel 7.14 Vaststelling subsidie
- Artikel8.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel8.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel8.3 Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel8.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel8.5 Hoogte van de subsidie
- Artikel8.6 Subsidieplafond
- Artikel8.7 Volgorde behandeling aanvragen
- Artikel8.8 De aanvrager
- Artikel8.9 Aanvraagtermijn
- Artikel8.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel8.11 Weigeringsgronden
- Artikel8.12 Voorschot
- Artikel8.13 Aanvullende verplichtingen
- Artikel8.14 Vaststelling subsidie
- Artikel9.1 Inwerkingtreding
- Artikel9.2 Citeertitel
- Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 1.3 Doel van de regeling in hoofdstukken 1 tot 4
- Artikel 1.4 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
- Artikel 1.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 1.8 Weigeringsgronden
- Artikel 1.9 Aanvullende verplichtingen
- Artikel 1.10 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
- Artikel 2.1 Gebiedsbepaling
- Artikel 2.2 Subsidieplafond
- Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 2.4 Hoofdstuk specifieke subsidiabele kosten
- Artikel 2.5 Hoogte van de subsidie
- Artikel 2.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 3.4 Hoogte van de subsidie
- Artikel 6.3 Doel van het in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel 6.4 Gebiedsbepaling
- Artikel 6.9 Aanvrager
- Artikel 6.11 Weigeringsgronden
- Artikel 6.12 Bevoorschotting
- Artikel 6.14 Verantwoording van de subsidie
- Artikel 7.1
- Artikel 7.8
- Artikel 7.10
- Artikel 8.2 Toepasselijkheid ASA 2023
- Artikel 8.3 Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie
- Artikel 8.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 8.5 Hoogte van de subsidie
- Artikel 8.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- Artikel 8.11 Weigeringsgronden
- Artikel 8.12 Voorschot
- Artikel 8.13 Aanvullende verplichtingen
- Artikel 8.14 Vaststelling subsidie
Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwenHet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4:23, eerste lid van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013, gezien de op 3 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, gezien de op 14 december 2016 vastgestelde ‘Strategie naar een Stad zonder Aardgas’ gelet op de inwerkingtreding van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 op 1 augustus 2023 en artikel 3, eerste lid van die verordening, besluit de volgende regeling vast te stellen:
Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen Hoofdstuk1Algemene bepalingen met betrekking tot gebiedsgericht aardgasvrij
Artikel1.1Begripsomschrijvingen
In hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling wordt verstaan onder: aardgasvrij: een verblijfsobject waar de aardgasaansluiting op het door de netbeheerder beheerde aardgasnet verwijderd is, waar de aanwezige gebouwgebonden collectieve, voor ruimte- of waterverwarming bedoelde gasverbrandingsinstallaties uitsluitend gebruik maken van groen gas en waar gekookt wordt zonder fossiele brandstof op een manier die niet meer fijnstofuitstoot veroorzaakt dan aardgas; afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen van de aardgasaansluiting waardoor een verblijfsobject of gebouw geen gebruik meer kan maken van aardgas;
ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; bestaand: een gebouw dat niet als nieuwbouw wordt aangemerkt; bedrijfsmiddel: een instrument of apparaat dat gebruikt wordt voor de bedrijfsvoering of uitoefening van de publieke functie binnen of nabij een verblijfsobject, niet zijnde een ruimte- of tapwaterverwarmingsinstallaties; bedrijfsruimte: een verblijfsobject dat bedrijfsmatig gebruikt wordt en waarvan het gebruiksdoel niet wonen is; collectieve gasaansluiting: de door de netbeheerder beheerde aansluiting op het aardgasnet die de collectieve installatie van aardgas voorziet. collectieve installatie: een installatie de meerdere verblijfsobjecten binnen één pand met meerdere woningen of meerdere aan elkaar verbonden panden met meerdere woningen voorziet van ruimtewarming of warm tapwater; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; dochtermaatschappij; een maatschappij is een dochtermaatschappij van een andere rechtspersoon, als die andere rechtspersoon (de moeder) meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen, of als de moeder meer dan de helft van de bestuurders of commissarissen kan benoemen of ontslaan; fysieke gebouwgebonden activiteiten: activiteiten die op of aan een gebouw of op de bijbehorende gronden worden uitgevoerd; gebied: Een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; goedkeuringsverplichting: De huurrechtelijke verplichtingen van de verhuurder op grond van artikel 7:220, derde lid, BW; groen gas: voor inpandige verbranding bedoeld gas dat niet gewonnen of opgewekt is uit fossiele brandstoffen, tenzij de bij die winning of opwek vrijkomende koolstofdioxide en koolstofmonooxide duurzaam opgeslagen zijn; individuele installatie: een installatie die een enkel verblijfsobject binnen één pand met meerdere woningen of meerdere aan elkaar verbonden panden met meerdere woningen voorziet van ruimtewarming of warm tapwater; kleinschalige transformatie: het realiseren van maximaal 25 woningen in een gebouw dat eerst geen woning was; maatschappelijk vastgoed: een verblijfsobject met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, religie, maatschappelijke opvang of zorg. kookvoorziening: een toestel waarop een pan geplaatst kan worden om via verwarming van de pan de inhoud van de pan op te warmen, te koken of te bakken zoals een kookplaat, comfort of fornuis; netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 2 van de Gaswet door de minister is aangewezen is om een wettelijke taak omtrent de gasdistributie uit te voeren; nieuwbouw; een bouwwerk waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkoming van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan;
Organisatie met publieke functie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk, statutair gericht op een maatschappelijk belang met een publieke functie op het gebied van sport, cultuur, welzijn, religie, maatschappelijke opvang, zorg of onderwijs; onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; pand met meerdere woningen: meerdere verblijfsobjecten bestemd voor bewoning binnen hetzelfde gebouw; ruimteverwarmingsinstallatie: technisch bouwsysteem waarin warmte wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan, zoals bedoeld in de omschrijving van een verwarmingssysteem in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; schoolgebouw: gebouw van een school voor basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs, zoals bedoeld in artikel 1.1, onderdeel cc van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 of een nevenvestiging of een dislocatie daarvan gelegen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam; stadswarmtenet: het primair en secundair warmtenet Vattenfall Amsterdam Zuid Oost en Almere en het primair en secundair warmtenet Vattenfall West Noord, zoals deze opgenomen zijn in de gecontroleerd verklaringen van de het College van Gelijkwaardigheid Energieprestaties van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheidsverklaringen met respectievelijke verklaringscodes 2019-1436GG-TP-UW en 20201669GK, inclusief de uitbreidingen van deze warmtenetten sinds die beoordelingen; tapwaterinstallatie: technisch bouwsysteem waarin warmtapwater wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan, zoals bedoeld in de omschrijving van een warmtapwatersysteem in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. woonboot: een woonboot met een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Verordening op het binnenwater 2010 of een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Artikel1.2Toepasselijkheid ASA 2023
De ASA 2023 is van toepassing op hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk van wordt afgeweken.
Artikel1.3Doel van de regeling in hoofdstukken 1 tot 4
De hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling hebben tot doel het gebiedsgericht terugdringen van het gebruik van aardgas van bestaande gebouwen door stimulering van de transitie naar een aardgasvrij en klimaatneutraal Amsterdam.
Artikel1.4Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
Voor zover een woningcorporatie activiteiten uitvoert die op grond van hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 1.4a De aanvrager De subsidie in hoofdstukken 1 tot 4 kan door eenieder worden aangevraagd, behoudens in gevallen waarin het college in één van die hoofdstukken anders heeft bepaald.
Artikel 1.4bVolgorde van behandeling aanvragen
Subsidieaanvragen voor subsidie op grond van hoofdstukken 1 tot 4 worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel 1.5Subsidiabele kosten
Artikel 1.6Maximering en stapeling
Artikel1.7Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
1.In aanvulling op artikel 6 van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag, in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling de volgende gegevens en stukken overgelegd: offertes voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn; een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; indien het een subsidieaanvraag voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties betreft: een overzicht van de aan de collectieve installatie verbonden verblijfsobjecten; een overzicht van de aanwezigheid van gasaansluitingen in de verblijfsobjecten; een overzicht waaruit blijkt welk van de verschillende eigenaren en huurders de intentie heeft om de individuele woning gebonden gasaansluiting, zoals bedoeld onder ii, binnen 1 jaar af te sluiten; en bewijs dat de aanvrager bevoegd is de aanvraag te doen; voor de ondernemers en ondernemingen, niet zijnde de woningcorporatie, een volledig ingevulde verklaring de-minimissteun; en voor verhuurders, bewijs dat er voldaan is aan geldende goedkeuringsverplichtingen.
Artikel1.8Weigeringsgronden
1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling, indien de aanvrager niet eigenaar is van het verblijfsobject en er gegronde reden is om aan te nemen de eigenaar geen toestemming heeft gegeven voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten en er geen vonnis van de kantonrechter is dat de verhuurder op grond van artikel 7:243BW of artikel 7:215BW medewerking met de subsidiabele activiteiten oplegt.
2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling als:
De kosten voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot het beoogde resultaat;
Gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft zich aan verplichtingen en voorwaarden van deze regeling onttrekt door dochtermaatschappijen, Verenigingen van Eigenaren, huurders of gebruikers te stimuleren om in zijn plaats de subsidie aan te vragen;
De activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling;
Met betrekking tot het onderhavige vastgoed al eerder subsidie is verleend door middel van een incidentele subsidie of op basis één van de volgende subsidieregelingen:
Subsidieregeling Nul op de meter Subsidieregeling Amsterdam aardgasloos Subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij Subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet; een aanvrager voor dezelfde activiteit gelijktijdig subsidie aanvraagt op grond van subsidiabele activiteiten uit twee of meer hoofdstukken van deze regeling waarvan het hoofdstuknummer met 2 of 3 begint;
De om te zetten, verwijderen of vervangen ruimteverwarmings- of warmtapwaterinstallatie in de energievraag voorziet doormiddel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; er een functionerende collectieve ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie bestaat in een pand met meerdere adressen; de subsidiabele activiteit meer dan 12 maanden voor indiening van de subsidieaanvraag is uitgevoerd.
Artikel1.9Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikelen 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling de volgende verplichtingen verbonden:
De activiteiten dienen binnen één jaar na verleningsbeschikking volledig te zijn uitgevoerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt.
De subsidieontvanger zal de afsluiting van de gasaansluiting niet ongedaan maken, tenzij dat een voorwaarde was voor het verkrijgen van toestemming voor verwijdering op grond van artikel 7:215BW.
Een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. voor zover vereist, het verkrijgen van de vergunningen voor de subsidiabele activiteiten.
De woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.
In geval van gehuurd vastgoed, dient de verhuurder te borgen dat het voor huurders niet mogelijk is om de woning in de toekomst van aardgas te voorzien.
Artikel1.10Verantwoording en vaststelling van de subsidie
De betaalde facturen voor de activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn; inclusief betaalbewijzen; een overzicht van eventuele andere verleende of vastgestelde subsidies en subsidiebedragen voor dezelfde subsidiabele activiteiten, inclusief kopieën van de genoemde verlenings- en vaststellingsbeschikkingen en indien een lagere vaststelling van een andere verleende subsidie wordt verwacht een onderbouwing van die verwachting; indien er vaststelling wordt gevraagd voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties: een overzicht inclusief bewijzen, waaruit blijkt welk van de verschillende eigenaren en huurders de aanwezige individuele woning gebonden gasaansluiting heeft afgesloten.
Artikel 1.11Directe vaststelling
1.Subsidies op basis van hoofdstukken 1 tot 4 worden niet direct vastgesteld, tenzij de subsidiabele activiteiten al uitgevoerd zijn.
Hoofdstuk2Stadsbrede subsidie
Artikel2.1Gebiedsbepaling
Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, zoals bedoeld in artikel 2.3, plaats dienen te vinden is gelijk aan de gemeentegrenzen van Amsterdam met uitzondering van gebieden die zijn aangewezen in hoofdstukken waarvan het nummer met een 3 begint.
Artikel2.2Subsidieplafond
Artikel2.3Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, binnen het in artikel 2.1 bepaalde gebied, uitvoeren van de volgende fysieke gebouwgebonden activiteiten:
In een bestaande woning of bestaand pand met meerdere woningen, welke daardoor aardgasvrij wordt:
De gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimteverwarmingsinstallatie;
De gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije tapwaterinstallatie;
De gasgestookte kookvoorziening omzetten naar aardgasvrije kookvoorziening;
Het laten afsluiten van het aardgasnet.
Bij een kleinschalige transformatie, waardoor de bij de transformatie gerealiseerde woningen aardgasvrij worden:
Realiseren van een aardgasvrije ruimteverwarmingsinstallatie;
Realiseren van een aardgasvrije tapwaterinstallatie;
Realiseren van een aardgasvrije kookvoorziening.
In een pand met meerdere woningen, welke daardoor ten dele aardgasvrij wordt:
Een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije;
Een collectieve gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije;
Het laten afsluiten van een collectieve aansluiting aan het aardgasnet.
In bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie en/of het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting.
In een bestaande bedrijfsruimte, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie en/of het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting.
In een bestaande bedrijfsruimte of bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, omzetten van aardgasverbruikende bedrijfsmiddelen naar bedrijfsmiddelen die dezelfde functie vervullen zonder aardgas te verbruiken.
Artikel2.4Hoofdstuk specifieke subsidiabele kosten
In afwijking op het bepaalde in artikel 1.5, eerste lid wordt voor activiteiten aan bedrijfsmiddelen, zoals genoemd in artikel 2.3, onderdeel f, het verschil tussen de investeringskosten voor een vervangend aardgas verbruikend bedrijfsmiddel dat de functie van het bestaande bedrijfsmiddel kan vervullen en het duurdere bedrijfsmiddel dat die functie vervult zonder aardgas te verbruiken aangemerkt als subsidiabele kosten. De in de onderdelen van artikel 1.5, tweede lid opgesomde kosten worden niet aangemerkt als subsidiabele kosten.
Artikel2.5Hoogte van de subsidie
1.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onderdeel a, geldt dat de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, maar niet hoger is dan de volgende maxima: €. 2000,- voor omzetting van de ruimteverwarmingsinstallatie, zoals bedoeld in subonderdeel i; €. 500,- voor omzetting van de tapwaterinstallatie, zoals bedoeld in subonderdeel ii; €. 500,- voor omzetting van de kookvoorziening, zoals bedoeld in subonderdeel iii; de door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten tot € 1000,- voor afsluiting van het aardgas, zoals bedoeld subonderdeel iv;
2.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onderdeel b, geldt dat de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, maar niet hoger is dan de volgende maxima: €. 2000,- voor realisatie van de ruimteverwarmingsinstallatie, zoals bedoeld in subonderdeel i; €. 500,- voor realisatie van de tapwaterinstallatie, zoals bedoeld in subonderdeel ii; €. 500,- voor realisatie van de kookvoorziening, zoals bedoeld in subonderdeel iii; de door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten tot € 1000,- voor afsluiting van het aardgas, zoals bedoeld subonderdeel iv;
3.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onderdeel c, geldt dat:
Voor activiteiten in subonderdeel i de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het uitvoeren van de activiteiten, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het uitvoeren van de activiteiten gebruik maakt van de gasgestookte verwarmingsinstallatie, met een maximum van €2000,- per aardgasvrije woning;
Voor activiteiten in x de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het uitvoeren van de activiteiten, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het uitvoeren van de activiteiten gebruik maakt van de gasgestookte tapwaterinstallatie met een maximum van €500,- per aardgasvrije woning;
Voor activiteiten in subonderdeel iii de subsidie alle door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten voor de afsluiting bedraagt.
4.Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onderdeel d, bedraagt de subsidie 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 1.5, eerste en derde lid, waarbij het laagste van de volgende subsidiebedragen geldt: € 3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas; en € 60.000,- per verblijfsobject.
Artikel2.6De aanvrager
Artikel2.7Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Artikel2.8Weigeringsgronden
1.In aanvulling op de in artikel 1.8 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onderdeel e te verlenen indien er voor dezelfde activiteiten ook subsidie aangevraagd is op grond van artikel 2.3, onderdeel d en het college voornemens is de subsidie op grond van artikel 2.3, onderdeel d te verlenen.
Artikel2.9Verantwoording en vaststelling van de subsidie
[vervallen]
Hoofdstuk 3 Warm Amsterdam
Artikel 3.1Gebiedsbepaling
Tranche A, bestaande uit:
Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt);
Hakfoort-Huigenbos;
K-buurt midden; en Wildemanbuurt;
Artikel 3.2Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de in artikel 3.3 genoemde activiteiten is gedurende de periode tussen 25 mei 2022 en 31 december 2026 vastgesteld op € 12.000.000.
Artikel 3.3Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het in het in artikel 3.1 bepaalde gebied uitvoeren van de volgende fysieke gebouwgebonden activiteiten: in een bestaande woning, welke daardoor aardgasvrij wordt: omzetten van de aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een installatie die in de warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; en/of omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een installatie die in haar warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; en/of omzetten van de aardgasgestookte kookvoorziening naar een aardgasvrije kookvoorziening; in een pand met meerdere woningen, welke daardoor ten dele aardgasvrij wordt: omzetten van een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een installatie die in de warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; en/of omzetten van een collectieve gasgestookte tapwaterinstallatie naar een installatie die in de warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet;
Artikel 3.3aOpt-out
Tot 31 december 2025 kan het college bij subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk, zolang het verblijfsobject daardoor wel aardgasvrij wordt, ook subsidie verlenen als de vervangende ruimteverwarmingsinstallatie of tapwaterinstallatie, zoals bedoeld in artikel 3.3, onderdelen a en b, subonderdelen i en ii, in de warmtevraag voorziet op een andere manier dan onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet. Het plaatsen van elektrische CV-ketels, elektrische doorstroomverwarmers en andere vormen van elektrische weerstandsverwarming, niet zijnde warmtepompen, infraroodpanelen of boilers met een buffervat van tenminste 10 liter, is uitgesloten van subsidie op grond van dit hoofdstuk.
Artikel3.4Hoogte van de subsidie
Artikel 3.5 De aanvrager De subsidie op grond van dit hoofdstuk is uitsluitend aan te vragen door: eigenaren; en verenigingen van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen.
Artikel 3.7Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
[vervallen]
Artikel 3.8Weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 3.9Verantwoording en vaststelling van de subsidie
[vervallen]
Hoofdstuk 3a Techniekneutraal gebied
Artikel 3a1 Gebiedsbepaling
Bernard Loderbuurt;
Reimerswaalbuurt;
Banne Noord;
Molenwijk;
Gentiaanbuurt;
Wildemanbuurt.
Artikel 3a2 Subsidieplafonds
Voor de deelgebieden zoals opgesomd in de onderdelen van artikel 3a.1, gelden de volgende subsidieplafonds voor subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3a.3, die plaatsvinden aan vastgoed dat is gelegen in die deelgebieden:
Bernard Loderbuurt € 1.450.000 tussen 2 juni 2020 tot en met 31 december 2025;
Reimerswaalbuurt € 2.077.000 tussen 2 juni 2020 tot en met 31 december 2025;
Banne Noord € 790.000 tussen 18 december 2021 en 31 december 2025;
Molenwijk € 3.600.000 tussen 25 februari 2022 en 31 december 2026;
Gentiaanbuurt € 1.731.000 tussen 1 maart 2022 en 31 december 2026;
Wildemanbuurt €2.823.000 tussen 31 december 2019 en 31 december 2024.
Artikel 3a3 Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het binnen één van de in de onderdelen van artikel 3a.1, eerste lid bepaalde deelgebieden, uitvoeren van de volgende fysieke gebouwgebonden activiteiten: in een bestaande woning, welke daardoor aardgasvrij wordt: omzetten van de aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije; en/of omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; en/of omzetten van de aardgasgestookte kookvoorziening naar een aardgasvrije kookvoorziening; en/of verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. in een bestaand pand met meerdere woningen, welke daardoor ten dele aardgasvrij wordt: omzetten van een collectieve aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije collectieve installatie; en/of omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; en/of verwijderen van de collectieve gasaansluiting door de netbeheerder.
Artikel 3a5 Hoogte van de subsidie
Bernard Loderbuurt € 4500,-;
Reimerswaalbuurt € 4500,-;
Banne Noord € 3750,-;
Molenwijk € 4500,-;
Gentiaanbuurt € 4500,-;
Wildemanbuurt € 3000,-.
Artikel 3a4 Deelgebied specifieke bepalingen over subsidiabele kosten
Artikel 3a6 Deelgebied specifieke bepalingen over in te dienen gegevens
In aanvulling op de in artikel 1.7 genoemde gegevens en stukken wordt bij een subsidieaanvraag waar op grond van artikel 3a.5, eerste lid subsidiabele kosten worden opgevoerd de volgende gegevens en stukken ingediend: facturen voor de activiteiten waarvoor deze kosten zijn gemaakt, waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt, inclusief betaalbewijzen; een schriftelijke toelichting die de volgende zaken omschrijft: de activiteiten die tegen deze kosten zijn uitgevoerd; de aard en omvang van de renovatie aan de woning; bouwtechnische en daarmee samenhangende financiële redenen dat de uitvoering van de activiteiten die tot deze kosten hebben geleid in combinatie met een renovatie uitgevoerd moest worden.
Hoofdstuk 3b Lokale bronnetten
Artikel 3b1 Gebieds- en bronbepaling
Buikslotermeer Noord 2. Voor de deelgebieden, zoals opgesomd in de onderdelen van het vorige lid, worden respectievelijk volgende lokale bronnetten aangewezen: het lokale bronnet dat geëxploiteerd wordt door Warmtenetwerk Buikslotermeer BV en verbonden is aan de warmtewisselaar die gelegen is nabij de H.Cleyndertweg en warmte onttrekt aan de rioolpersleiding die evenwijdig aan de Nieuwe Leeuwarderweg (S116) ligt.
Artikel 3b1a Hoofdstuk specifieke definities
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: aardgasarm: een verblijfsobject waar: individuele verblijfsobjectgebonden voor ruimte- of waterverwarming bedoelde installaties geen gebruik maken van aardgas, uitgezonderd groen gas; gekookt wordt zonder fossiele brandstof op een manier die niet meer fijnstofuitstoot veroorzaakt dan aardgas; geen individuele verblijfsobjectgebonden gasaansluiting aan het door de netbeheerder beheerde aardgasnet aanwezig is; en collectieve gebouwgebonden voor ruimte- of waterverwarming bedoelde installaties behalve tijdens piek- of storingsmomenten, geen gebruik maken van aardgas, uitgezonderd groen gas. aardgasarm-quotiënt: een getal tussen de 0 en 1, dat uitdrukking geeft aan het aandeel van de jaarlijkse warmtevraag van de aan een collectieve ruimte- en/of tapverwarmingsinstallatie aangesloten woningen en/of wooncomplex die als gevolg van de subsidiabele activiteiten aardgasarm worden in de gehele warmtevraag van de aan die installatie aangesloten woningen en/of wooncomplexen; piek- of storingsmomenten: momenten waarop de capaciteit van het lokale bronnet en de bijbehorende installaties om warmte voor gebruik in het vastgoed af te leveren onvoldoende is om in de warmtevraag van het vastgoed te voorzien; warmtevraag: de hoeveelheid energie, uitgedrukt in Joules per jaar, die nodig is om de door de gebruiker van een verblijfsobject gevraagde warmtebehoefte te voorzien; wooncomplex: een verblijfsobject met meerdere onzelfstandige woonruimten.
Artikel 3b2 Subsidieplafonds
Voor de deelgebieden, zoals opgesomd in de onderdelen van artikel 3b.1, eerste lid, gelden de volgende subsidieplafonds voor subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, die plaatsvinden aan vastgoed dat is gelegen in die deelgebieden:
Buikslotermeer Noord € 1.364.365,- tussen de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit SDAG Lokale bronnetten I tot en met 31 december 2027.
Artikel 3b3 Subsidiabele activiteiten
Artikel 3b4 Hoogte van de subsidie
Buikslotermeer Noord € 4.500,-;
Buikslotermeer Noord € 4,50;
Artikel 3b5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 1.7 worden bij de subsidieaanvraag voor activiteiten met betrekking tot een wooncomplex de volgende documenten en gegevens ingediend: een omschrijving of tekeningen van het complex dat de volgende zaken inzichtelijk maakt: hoeveel onzelfstandig woonruimtes onderdeel zijn van het wooncomplex; hoe de onzelfstandige woonruimtes worden verwarmd; hoe de onzelfstandige woonruimtes van warm water worden voorzien; hoe de onzelfstandige woonruimtes van een kookvoorzieningen worden voorzien; en door middel van welke gasaansluitingen de onzelfstandige woonruimtes van gas worden voorzien. de, indien noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag een van toelichting voorziene, energierekening of energierekeningen van het afgelopen jaar of het jaar ervoor voor het wooncomplex waar het jaarlijks gasverbruik van het wooncomplex uit blijkt .
Artikel 3b6 Hoofdstuk specifieke aanvullende voorwaarden
In aanvulling op artikel 1.9, zijn aan de subsidie in het kader van dit hoofdstuk de volgende verplichting verbonden: de aanvrager voorziet in geen van de vijf jaren na de vaststelling van de subsidie in meer dan 25% van de totale warmtevraag voor ruimteverwarming en warm tapwater van een op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerd verblijfsobject door middel van de verbranding van aardgas in de aanwezige inpandige gasverbrandingsinstallaties, tenzij deze overschrijding in de daaropvolgende jaren wordt gecompenseerd door een lager aandeel van gasverbranding in de totale warmtevraag.
De aanvrager maakt schriftelijk met een brief aan het college van B&W of een email naar aardgasvrij@amsterdam.nl melding van een overschrijding van het in onderdeel a genoemde aandeel van warmte uit gasverbranding in de totale warmtevraag en beschrijft bij die melding hoe beoogd wordt deze overschrijding terug te dringen.
Hoofdstuk 5 Duurzame nieuwbouw
Artikel 5.1Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;
Buiksloterham: Het plangebied van de investeringsnota Buiksloterham 2020, zoals dat gedefinieerd is in afbeelding 1.2.1 op pagina 7 van de Investeringsnota Buiksloterham 2020, zoals deze op 12 november 2020 als bijlage A in het Gemeenteblad, afdeling 3A, onder nummer 189 / 1195 is gepubliceerd. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van het besluit energieprestatie gebouwen; energieneutrale woning: een woning met een, volgens NTA 8800 bepaalde, energiebehoefte van maximaal 60 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een primair fossiel energieverbruik van maximaal 0 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 100%; gebied: Een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; gebruiksoppervlak: Het op basis van NEN 2580 bepaalde nuttig bruikbare oppervlak van een verblijfsobject; milieuprestatiegebouwwaarde: een getal dat uitdrukking geeft aan de milieukosten van een gebouw en dat berekend is volgens de Bepalingsmethode Milieuprestaties Bouwwerken, zoals deze, op basis van de EN15804/A2 en EN15978 normen, is opgesteld door de Stichting Bouwkwaliteit. Daarbij geldt dat bij het berekenen van deze waarde alleen die zonnepanelen meetellen, die op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning nodig zijn om de voor vergunningverlening vereiste energieprestaties te behalen. nieuwbouw: een bouwwerk of plan om een bouwwerk te realiseren waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan; nul-op-de-meter woning: een woning met een, volgens NTA 8800 bepaalde, energiebehoefte van maximaal 60 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een primair fossiel energieverbruik van maximaal -15 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 135%; sociale huurwoning: een woning die wordt verhuurd door een in Amsterdam toegelaten woningcorporatie, waarvoor geldt dat de netto huurprijs onder de liberaliseringsgrens ligt;
Strandeiland: Het gehele plangebied van de grondexploitatie Inrichting 1 fase Strandeiland, zoals weergeven in de investeringsnota Inrichting 1e fase Strandeiland, vastgesteld op vaststelling raad 7 november 2019, gepubliceerd in het Gemeenteblad, afdeling 3a, onder nummer 280 / 1835; verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; voedselvermalersysteem: versnijdende en vermalende apparatuur in de woning en de bijbehorende transport-, bewerkings- en opslaginstallatie, die de inzameling of het hergebruik van groente- fruit- en andere etensresten faciliteert. Het systeem voorkomt lozing, zoals bedoeld in artikel 6 en artikel 1, onderdeel c van het Besluit lozing afvalwater huishoudens; woning: een adresseerbaar verblijfsobject dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd zal kunnen worden met het gebruiksdoel woonfunctie; woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 5.2Toepasselijkheid ASA 2023
De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van wordt afgeweken.
Artikel5.3Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie
Het doel van dit hoofdstuk is het in specifieke gebieden stimuleren van de realisatie van duurzame sociale nieuwbouw die bijzonder gunstige eigenschappen heeft qua energiehuishouding en een bijzonder lage milieubelasting tot gevolg heeft.
Artikel5.4Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
Voor zover een woningcorporatie activiteiten uitvoert die op grond van dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 5.5Subsidiabele activiteiten
Artikel5.6Hoogte van de subsidie
Voor het op een zodanige manier realiseren van een woning dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en energieneutraal is, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel a, geldt dat de subsidie € 76,- per vierkante meter gebruiksoppervlak van de woning bedraagt met een maximum van € 7600,- per woning;
Voor op een zodanige manier realiseren van woning dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en nul-op-de-meter is, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel b en artikel 5.5, tweede lid, geldt dat de subsidie € 103,- per vierkante meter gebruiksoppervlak van de woning bedraagt met een maximum van € 10300,- per woning;
Voor het toepassen van een voedselvermalersysteem, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel c geldt dat de subsidie maximaal € 750,- per woning bedraagt;
Artikel 5.8Subsidieplafond
Artikel 5.8aVolgorde behandeling aanvragen
Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel 5.9 De aanvrager De subsidie in dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door woningcorporaties.
Artikel5.10Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Artikel 5.11Weigeringsgronden
1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: de aanvraag voor subsidieverlening later dan 6 maanden na de start van de bouw van de nieuwbouw waarop de aanvraag betrekking heeft is ingediend; de aanvraag voor subsidie ontvangen is na 31 december 2027; er voor 10 november 2020 afspraken met de gemeente Amsterdam met betrekking tot de realisatie van gebouwen op het kavel waar de beoogde gebouwen gerealiseerd zullen worden bestonden;
2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: er vóór de subsidieaanvraag schriftelijk vastgelegde afspraken bestaan tussen de gemeente en derden, waaronder begrepen projectontwikkelaars, bouwers, eigenaren en erfpachtgerechtigden, allen niet zijnde de subsidieaanvrager, over het realiseren van de in artikel 5.5 gestelde vereisten aan de nieuwbouw waarop de aanvraag betrekking heeft; de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt; de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van dit hoofdstuk.
Artikel5.12Aanvullende verplichtingen subsidieverlening
Naast de verplichtingen op grond van artikelen 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de bouw van de gesubsidieerde nieuwbouw dient uiterlijk binnen 12 maanden na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van de bouw gestelde termijn ontvangt. de oplevering van de gesubsidieerde nieuwbouw, zoals bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit energieprestaties gebouwen, dient uiterlijk binnen 36 maanden na datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. de woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie. het energielabel voor de gesubsidieerde nieuwbouw bevat tenminste een de berekende energiebehoefte in, kWh per m2 per jaar, het berekende primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 per jaar en het berekende aandeel hernieuwbare energie in procenten. de aanvrager administreert alle informatie met betrekking tot de daadwerkelijk toegepaste materialen die nodig is om de milieuprestatiegebouwwaarde van het gerealiseerde gebouw te kunnen bepalen.
Artikel 5.13Verantwoording van de subsidie
1.Het activiteitenverslag, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a van de ASA 2023 bevat voor subsidies op grond van dit hoofdstuk in ieder geval een overzicht waaruit voor ieder van de gesubsidieerde nieuwbouwverblijfsobjecten blijkt: de postcode, het huisnummer en de huisnummertoevoeging; de milieuprestatiegebouwwaarde; het aantal vierkante meter gebruiksoppervlak.
2.Het financieel verslag, dan wel de jaarrekening, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, dat onderdeel uitmaakt van een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk bevat in ieder geval: een overzicht waaruit blijkt welke kosten aan de subsidiabele activiteiten zijn verbonden, dat inzicht verschaft in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering; en een overzicht van eventuele andere verleende of vastgestelde subsidies en subsidiebedragen voor dezelfde subsidiabele activiteiten en indien een lagere vaststelling van een andere verleende subsidie wordt verwacht een onderbouwing van die verwachting.
3.In aanvulling op artikel 16, eerste lid van de ASA 2023 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk, indien er subsidie is verleend voor het toepassen van een voedselvermalersysteem, kopieën van de betaalde facturen voor de realisatie van het voedselvermalersysteem waaruit voldoende blijkt in welke woningen het systeem gerealiseerd is.
4.In aanvulling op artikel 16, eerste lid van de ASA 2023 kan het college gedurende de beoordeling van een aanvraag tot vaststelling van subsidie op grond van dit hoofdstuk verzoeken dat de volgende gegevens binnen twee weken worden overlegd: de verlenings- of vaststellingsbeschikkingen van andere subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; de gegevens die aan de grondslag liggen van de bepaling van het energielabel van het gebouw, zoals bedoeld in artikel 5.12, onderdeel e; de gegevens die aan de grondslag van de berekening van de milieuprestatiegebouwwaarde, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, liggen, die tenminste bestaan uit: een overzicht van de soorten en hoeveelheden toegepaste materialen; een overzicht van de soorten en hoeveelheden toegepaste materialen die gedurende de levensloop van het gebouw naar verwachting ter vervanging gebruikt zullen worden; en de naam van het toegepaste gevalideerde rekeninstrument.
Betaalbewijzen met betrekking tot aangeleverde facturen.
5.bij de toepassing van artikel 17, tweede lid van de ASA 2023 op subsidies op grond van dit hoofdstuk merkt het college de oplevering, zoals bedoeld in artikel 2.1, van het besluit energieprestaties gebouwen aan als het moment waarop de subsidiabele activiteiten afgelopen zijn.
Hoofdstuk 6 Verduurzamende Woningverbetering
Artikel 6.1Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: achterstallig onderhoud: een zodanige tekortkoming van een bouwwerk dat er op grond van artikel 1a, 1b, 7b 13 of 13a van de Woningwet voorzieningen aan dat bouwwerk noodzakelijk zijn, dan wel een tekortkoming van een bouwwerk die krachtens artikel 7:241 Burgerlijk wetboek als een gebrek heeft te gelden; bestaand gebouw: een bouwwerk waarvoor een melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan;
BRL 9500: door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen; certificaathouder: certificaathouder als bedoeld in BRL 9500, deel 02; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; maatwerkadviesrapport: maatwerkadviesrapport als bedoeld in BRL 9500, deel 02; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van het besluit energieprestatie gebouwen;
EPA-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 2; gebied: een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap; bijvoorbeeld de stap van energielabel F naar energielabel E of van energielabel A+ naar energielabel A++. verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; verduurzamende woningverbetering: een combinatie van fysieke maatregelen aan een bestaand gebouw die ertoe leiden dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud, gebrekkig functionerende inpandige installaties en bovendien leiden tot een vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw geschikt te houden voor verblijf en gebruik door personen. vereniging van eigenaren: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen. vve: zie vereniging van eigenaren; woning: een adresseerbaar verblijfsobject dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd zal kunnen worden met het gebruiksdoel woonfunctie; woning in particulier bezit: een woning die eigendom is van een natuurlijke persoon of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een natuurlijke persoon liggen, zoals een vereniging van eigenaren; woning in corporatiebezit: een woning die eigendom is van een woningcorporatie of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een woningcorporatie liggen; woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 6.2Toepasselijkheid ASA 2023
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023, afkort met ASA 2023, is van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van wordt afgeweken.
Artikel6.3Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie
Het doel van dit hoofdstuk is het in specifieke gebieden in Zuidoost stimuleren van de realisatie van verduurzamende woningverbetering door vve’s met in ieder geval particuliere woningbezitters.
Artikel6.4Gebiedsbepaling
Het gebied waarbinnen de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk plaats dienen te vinden om in aanmerking te komen voor subsidie bestaat uit de volgende in Bijlage II omschreven deelgebieden:
Kantershof Rechte H-buurt Hakfoort-Huigenbos Hoptille G-buurt oost Holendrecht-Zuid Reigersbos centrum Venserpolder west Venserpolder oost
Artikel 6.5Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, binnen het in artikel 6.4 bepaalde gebied, uitvoeren van maatregelen die onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager vallen aan alle woningen binnen een bestaand gebouw die tot gevolg hebben dat: geen sprake meer is van achterstallig onderhoud; en ten minste drie labelstappen worden gemaakt of het energielabel B is bereikt; en inpandige installaties naar behoren functioneren.
Artikel 6.6Subsidiabele kosten
In aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk komen 70% van de kosten voor de uitvoering van de in artikel 6.5 bedoelde maatregelen.
Artikel 6.7Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie voor de in artikel 6.5 genoemde subsidiabele activiteiten bedraagt ten hoogste de voor subsidie in aanmerking komende kosten, zoals bedoeld in artikel 6.6 en is niet hoger dan: € 9.400,- per woning in particulier bezit in het gebouw; en € 6.000,- per woning in corporatie bezit in het gebouw, voor zover de subsidie als gevolg van corporatiebezit niet meer is dan één vierde van het bedrag dat uit onderdeel a volgt.
Artikel 6.8Subsidieplafond
Het subsidieplafond gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie verduurzamende woningverbetering Zuidoost en 31 december 2028 voor de subsidiabele activiteiten in artikel 6.5 bedraagt € 29.099.737,-.
Artikel 6.8aVolgorde behandeling aanvragen
Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel6.9 de aanvrager De subsidie in dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door verenigingen van eigenaren.
Artikel 6.10Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
een bewijs dat de rekening waarop het subsidiebedrag gestort zal worden op naam van de aanvrager staat, zoals een bankrekeningafschrift of een bankpas. een kopie van de vigerende splitsingsakte of indien die niet bestaat andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd.
Artikel6.11Weigeringsgronden
Artikel6.12Bevoorschotting
Artikel 6.13Aanvullende verplichtingen subsidieverlening
Naast de verplichtingen op grond van artikelen 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten dient uiterlijk binnen 2 jaar na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van uitvoering gestelde termijn ontvangt. de gesubsidieerde activiteiten dienen uiterlijk binnen drie jaar na datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. na uitvoering van de subsidiabele activiteiten draagt de aanvrager er zorg voor dat het energielabel van de woning correspondeert met de werkelijke energieprestaties van de woning. de aanvrager draagt zorgt voor de vaststelling van een herzien meerjarig onderhoudsplan, dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en de collectiviteit van die elementen onderbouwt met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; een detailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en
de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt. voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullende onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het MJOP; voor een periode van 5 jaar, na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, geen onderhoudsactiviteiten bevat die aan te merken zijn als het wegwerken van achterstallig onderhoud.
Artikel6.14Verantwoording van de subsidie
Hoofdstuk 7 Extra Isolatie Subsidie Amsterdam (EISA)
Artikel7.1Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; bouwbedrijf: bedrijf dat in het handelsregister is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die: een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; of gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben; of zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben. energieadviesrapport: een adviesrapport zoals die door de gemeente verstrekt of vergelijkbaar over mogelijke verduurzamingsmaatregelen, met daarin een inventarisatie van de huidige energetische en bouwkundige staat van de woning of pand en de geschatte kosten en besparingen daarbij; energiebesparende isolatiemaatregelen: activiteiten of aanpassingen in of aan de woning om het energiegebruik te verminderen en de efficiëntie van energiegebruik te verbeteren zoals toegelicht in artikel 7.4; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; energiezuinige ventilatiemaatregelen: het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor vraaggestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%; investeringsbesluit verduurzaming: een besluit van een vereniging van eigenaars waarin investeringen in duurzaamheid zoals het verbeteren van isolatie, het installeren van zonnepanelen of andere energiebesparende maatregelen zijn vastgelegd; slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: de vloer en de bodem (geen of slechte isolatie aanwezig: minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3); de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1);
het dak (geen, slechte en matige isolatie, minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0); de zolder/vlieringvloer (geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig, Rc ≤ 0,5); de ramen en deuren (enkel glas, oud dubbelglas en HR glas, kozijnen, Ug waarde ≥ 1). onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; vereniging van eigenaars: vereniging van de eigenaars en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen; woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie.
Artikel 7.2Toepasselijkheid ASA 2023
De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk.
Artikel 7.3Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie
Het doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van het verduurzamen en verbeteren van slecht geïsoleerde woningen met een WOZ-waarde van maximaal € 370.000 in het peiljaar 2021, door het laten uitvoeren van een of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, in samenhang met eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen.
Artikel 7.4Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, in een uit een energieadvies blijkend slecht geïsoleerde woning met een WOZ-waarde van maximaal € 370.000 in het peiljaar 2021, door een bouwbedrijf laten uitvoeren van een of meerdere van de volgende activiteiten: vloer-, dan wel bodemisolatie: ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande vloer of de bestaande bodem in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een woning van een eigenaar-bewoner; minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een vereniging van eigenaars; het isolatiemateriaal moet tenminste een Rd-waarde hebben van 3,5 m2K/W; het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. gevelisolatie: ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft of in het geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft. spouwmuurisolatie: tenminste 10 vierkante meter van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W heeft; en het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij: tenminste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd voor een woning van een eigenaar-bewoner; minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een vereniging van eigenaars; het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft of in het geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; en het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door: het vervangen van ten minste 8 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K; het vervangen van ten minste 8 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend raamkozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2K;
het in het geval van een monument vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K; of het vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5W/m2K, of triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend raamkozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K. ventilatiemaatregelen, alleen in combinatie met de energiebesparende isolatiemaatregelen. benodigde afwerking van de isolatiemaatregelen die in redelijkheid direct verband houden met deze maatregelen.
Artikel 7.5Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie voor de in artikel 7.4 genoemde subsidiabele activiteiten bedraagt niet meer dan de kosten voor de uitvoering van die activiteiten en is niet hoger dan € 2.500,- per woning.
Artikel 7.6Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de activiteiten, zoals omschreven in artikel 7.4, bedraagt tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en 30 juni 2026 € 5.945.000,-.
Artikel 7.7Volgorde behandeling aanvragen
Artikel 7.8 De aanvrager De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een eigenaar-bewoner of vereniging van eigenaars van woningen in Amsterdam.
Artikel 7.9Aanvraagtermijn
Een subsidieaanvraag voor de in dit hoofdstuk genoemde subsidiabele activiteiten moet uiterlijk 30 juni 2026 zijn ingediend bij het college of zo veel eerder als het subsidieplafond is bereikt.
Artikel7.10Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Artikel 7.11Weigeringsgronden
Artikel 7.12Voorschot
De aanvrager krijgt een voorschot van 70% van het subsidiebedrag bij verlening van de subsidie.
Artikel 7.13Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de energiebesparende isolatiematerialen dienen op de Nederlandse markt te zijn toegelaten; de activiteiten dienen uiterlijk binnen één jaar na de datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, voor het verstrijken van de gestelde termijn ontvangt en de nieuwe termijn niet later dan 31 december 2026 is; voor zover vereist, het verkrijgen van de vergunningen voor de subsidiabele activiteiten.
Artikel 7.14Vaststelling subsidie
Hoofdstuk 8 Planvorming verduurzaming voor vve’s
Artikel8.1Begripsomschrijvingen
ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;
ALV: algemene ledenvergadering;
BRL 9500-MWA-W: de Beoordelingsrichtlijn Maatwerkadvies Woningen. De door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen; erkend juridisch bureau: een bureau waarbij een advocaat, lid van de Nederlandse Orde van Advocaten, of een notaris, zoals bedoeld in de Wet op het notarisambt, is aangesloten; haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek waarin 3 verduurzamingsscenario's worden gedefinieerd voor de vve; labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap;
MJOP: meerjaren onderhoudsplan voor de delen van een gebouw of groep van gebouwen waarvoor de vve verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud; opdrachtnemer: een bureau dat aantoonbaar ervaring heeft met verduurzamende woningverbetering van vve’s en optreedt als opdrachtnemer van de vve; planvorming: de werkzaamheden omschreven in artikel 8.4 van dit hoofdstuk om tot een plan voor verduurzamende woningverbetering te komen; planvormingsfase: de periode na de adviesfase en voor de uitvoeringsfase waarin plannen worden gemaakt voor de uitvoering van verduurzamende woningverbetering; verduurzamende woningverbetering: een combinatie van fysieke maatregelen aan een bestaand gebouw die ertoe leiden dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud, gebrekkig functionerende inpandige installaties en bovendien leiden tot een vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw geschikt te houden voor verblijf en gebruik door personen; verduurzamingsscenario: een combinatie van verduurzamingsmaatregelen waarmee de vve het verlies van warmte en energie in het gebouw beperkt, de ventilatie verbetert en de energievoorziening zo duurzaam mogelijk wordt opgewekt; vergunningstraject: het inventariseren van de benodigde vergunningen, het onderzoeken en uitwerken van alle stukken die nodig zijn voor het aanvragen van de vergunningen en het aanvragen van de vergunningen; vve: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen;
ZEP: Zeer energiezuinig pakket, een samenhangend pakket aan energiebesparende maatregelen.
Artikel8.2Toepasselijkheid ASA 2023
De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk.
Artikel8.3Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie
Het doel van dit hoofdstuk is om verduurzaming en het verbeteren van slecht geïsoleerde woningen te stimuleren. Vve’s kunnen subsidie aanvragen voor de kosten voor het laten opstellen van plannen voor verduurzaming van de gebouwen in haar eigendom door een opdrachtnemer.
Artikel8.4Subsidiabele activiteiten
1.Het college kan een vve eenmalig subsidie verlenen voor planvorming voor verduurzamende woningverbetering, mits deze verbetering resulteert in: een stijging van tenminste drie labelstappen, of een energielabel van minimaal B voor alle woningen binnen de vve.
2.Voor vve’s waarvan meer dan de helft van de woningen energielabel C of beter heeft, kan subsidie uitsluitend worden verleend bij minimaal twee labelstappen.
3.Planvorming bestaat uit:
Het door een opdrachtnemer laten doen en beoordelen van een of meerdere van de volgende onderzoeken: asbestinventarisatie als bedoeld in Persoonscertificaat DIA SCA-code of een Bedrijfscertificaat SCA-code, SC-540 voor asbestinventarisaties; gevelonderzoek als bedoeld in, NEN-EN 1996-1-1 en NEN-EN 845-1; betonschade-onderzoek dat voldoet aan de CUR 79 klasse II en de herstelofferte conform BRL 2818; gelijkwaardigheidsonderzoek (ZEP); koudebrugberekening door een bouwfysicus; ventilatieonderzoek; flora- en faunaonderzoek door een ecoloog die werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties die zich aantoonbaar actief inzetten op het gebied van de soorten monitoring of bescherming; brandveiligheidsonderzoek door een brandpreventiedeskundige 1; installatieonderzoek; constructieonderzoek; dynamische temperatuuroverschrijdingsberekening; houtrotinventarisatie; dakonderzoek (dakinsnijding). een architectonisch ontwerp van de aanpassingen aan het gebouw en de installaties; het doorlopen van het vergunningstraject; het aanvragen van beschikbare financieringen en subsidies; een bouwkostenraming op basis van elementen conform de NL/SfB-codering; elementenraming volgens NEN 2699 niveau 4, uitgevoerd door een extern calculatiebureau; het voorbereiden en begeleiden van het besluitvormingstraject.
4.In aanvulling op het derde lid kan planvorming bestaan uit: het verrichten van juridische aanpassingen in de splitsingsakte en het opstellen van contracten om de verduurzamende woningverbetering mogelijk te maken. het verrichten van benodigde aanpassingen van het MJOP om te komen tot een MJOP dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en onderbouwt de collectiviteit van die elementen met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar; een gedetailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meters of het aantal vierkante meters van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt; voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemd worden welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullend onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het MJOP. de extra inzet van de huidige beheerder van de vve voor de planvormingsfase.
Artikel8.5Hoogte van de subsidie
1.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, derde en vierde lid genoemde activiteiten bedraagt niet meer dan 50% van de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en niet meer dan € 6.000,- per zelfstandige woning.
2.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, derde lid en vierde lid, onderdeel a genoemde activiteiten is minimaal € 20.000,- en maximaal € 133.000,-.
3.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel b genoemde activiteiten is maximaal € 2.000,-.
4.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel c genoemde activiteiten is maximaal € 5.000,-.
5.Vóór indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel8.6Subsidieplafond
Het subsidieplafond gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie planvorming verduurzaming voor vve’s en 31 december 2026 voor de activiteiten zoals omschreven in artikel 8.4 bedraagt € 2.683.747, -.
Artikel8.7Volgorde behandeling aanvragen
Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel8.8De aanvrager
De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een vve waarvan maximaal 75% van de woningen eigendom is van één eigenaar en uitsluitend ten behoeve van een gebouw dat is gelegen in een bijlage V genoemde buurt.
Artikel8.9Aanvraagtermijn
Een subsidieaanvraag voor de in dit hoofdstuk genoemde subsidiabele activiteiten wordt uiterlijk 31 december 2026 ingediend bij het college.
Artikel8.10Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
1.In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op grond van dit hoofdstuk door de vve de volgende gegevens en stukken overlegd: een bewijs van inschrijving van de opdrachtnemer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; een polis van de opdrachtnemer voor een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van € 500.000 met de volgens de branche geldende voorwaarden volgens de DNR 2011; een definitief ontwerp van een eerder verduurzamingstraject, opgesteld door de opdrachtnemer. Dit ontwerp is gemaakt in opdracht van een vve voor een ZEP. Als alternatief kunnen de notulen van de ALV waarin staat dat een andere vve op basis van het plan van de opdrachtnemer in de afgelopen 7 jaar een investeringsbesluit heeft genomen voor verduurzamende woningverbetering zoals omschreven in 8.10, tweede lid, onderdeel b; indien de kozijnen ouder zijn dan 10 jaar, een technisch onderzoek naar de staat van de kozijnen als in het gekozen scenario voor verduurzamende woningverbetering niet toeziet op vervanging van de kozijnen; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel a, een offerte van een erkend juridisch bureau; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel b, een offerte van een bureau dat aantoonbaar ervaring heeft met het opstellen van een MJOP als bedoeld in dat onderdeel; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel c, een offerte voor de extra inzet van de huidige beheerder van de vve; de verwachte aanvangsdatum van de activiteiten en de verwachte datum waarop de activiteiten uit deze subsidieaanvraag uiterlijk zijn verricht; een overzicht welke subsidies nog meer zijn aangevraagd en/of verleend voor de verduurzamende woningverbetering of voorbereiding daarvan, voor welke activiteiten en de relevante subsidieverleningsbeschikkingen; het aantal woningen binnen de vve; als de vereniging niet alleen uit eigenaar-bewoners bestaat, een opgave van het percentage van de appartements- of woonrechten dat toebehoort aan de leden die wél eigenaar-bewoners zijn; een kopie van de vigerende splitsingsakte waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners maar een onderneming zijn een volledig ingevulde en getekende verklaring de-minimissteun, waaruit volgt dat het drempelbedrag van de-minimissteun van € 300.000 niet wordt overschreden;
2.Voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.4, derde lid wordt door de vve in ieder geval de volgende gegevens overgelegd: een haalbaarheidsonderzoek of een gecertificeerd maatwerkadvies volgens de BRL 9500-MWA-W, niet ouder dan vijf jaar, waarin de huidige energielabels van de woningen en de verwachtte energielabels na uitvoering vermeld staan, ter onderbouwing van de verduurzamende woningverbetering; een kopie van de notulen van de ALV van de vve: waarin zichtbaar is voor welke scenario uit het haalbaarheidsonderzoek of het maatwerkadvies gekozen is; en waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor planvorming, eventueel onder voorbehoud van het toekennen van deze subsidie.
Artikel8.11Weigeringsgronden
1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk indien: de activiteiten niet bijdragen aan de doelstelling van de subsidieregeling; de subsidie niet minimaal voor de activiteiten als genoemd in artikel 8.4, derde lid, wordt aangevraagd; reeds begonnen is met het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; voor dezelfde subsidiabele activiteiten al subsidie is of zal worden verleend.
2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: de kosten voor de activiteit genoemd in artikel 8.4, derde lid, onderdeel f meer dan 5% bedraagt van de subsidiabele kosten; een eventuele post onvoorzien meer dan 10% van de subsidiabele kosten bedraagt; door aanvrager overgelegde offertes ouder zijn dan drie maanden; aannemelijk is dat het drempelbedrag van de-minimissteun wordt overschreden.
Artikel8.12Voorschot
1.De aanvrager ontvangt een voorschot van 50% van het subsidiebedrag bij verlening van de subsidie.
2.Het college kan in afwijking van het eerste lid een hoger voorschot tot maximaal 75% van het subsidiebedrag verstrekken.
Artikel8.13Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:
De uitvoeringstermijn van de activiteiten bedraagt maximaal 12 maanden vanaf de datum van de verleningsbeschikking, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn is gesteld.
Indien de subsidiabele activiteiten binnen de termijn, genoemd in artikel 8.13, eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet worden uitgevoerd, kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de termijn eenmaal met ten hoogste twaalf maanden worden verlengd, mits binnen de termijn gesteld in het derde lid van dit artikel.
De subsidiabele activiteiten moeten uiterlijk 31 december 2027 zijn uitgevoerd.
Artikel8.14Vaststelling subsidie
1.In afwijking van artikel 15, eerste lid van de ASA 2023 worden subsidies van € 20.000 niet direct vastgesteld.
2.De subsidieontvanger dient uiterlijk 12 weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn afgerond, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het college in.
3.De aanvraag tot vaststelling van subsidies op grond van dit hoofdstuk bevat facturen inclusief betaalbewijzen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht.
4.De vaststellingsaanvraag gaat vergezeld met een verslag van de activiteiten.
Hoofdstuk9 Slotbepalingen
Artikel9.1Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
Artikel9.2Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 november 2019. De voorzitterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter Teesink Bijlage I In artikel 3.1, eerste lid van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de deelgebieden.
Inhoudsoverzicht Tranche A Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) Hakfoort-Huigenbos K-buurt Midden Wildemanbuurt Deelgebieden Tranche A i. Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt);
Het deelgebied Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de westzijde door de gracht die overbrugd wordt door de bruggen met nummers 621, 622; aan de zuidzijde door het waterlichaam dat wordt overbrugd door de brug met nummer 630; aan de oostzijde door de Slotermeerlaan en de President Allendelaan; en aan de noordzijde door de Burgemeester Röellstraat.
De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) te vallen:
Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1064 BL alle 1064 NA alle 1064 XG alle 1064 GX alle 1064 NB alle 1064 XH alle 1064 KJ alle 1064 NC alle 1064 XJ alle 1064 KK alle 1064 ND alle 1064 ZB alle 1064 KS alle 1064 NE alle 1064 ZD alle 1064 KT alle 1064 NG alle 1064 ZG alle 1064 KV alle 1064 NH alle 1064 ZH alle 1064 KW alle 1064 NJ alle 1064 ZJ alle 1064 LD alle 1064 NK alle 1064 ZK alle 1064 LE alle 1064 NL alle 1064 ZL alle 1064 LG alle 1064 NM alle 1064 ZM alle 1064 LH alle 1064 NN alle 1064 ZN alle 1064 LJ alle 1064 NP alle 1064 ZP alle 1064 LK alle 1064 NR alle 1064 ZR alle 1064 LL alle 1064 VR alle 1064 ZS alle 1064 LM alle 1064 VS alle 1064 ZT alle 1064 LN alle 1064 VT alle 1064 ZV alle 1064 LP alle 1064 VV alle 1064 ZW alle 1064 LR alle 1064 VW alle 1064 ZX alle 1064 LS alle 1064 VX alle 1064 ZZ alle 1064 LT alle 1064 VZ alle 1064 LV alle 1064 XB alle 1064 LW alle 1064 XC alle 1064 LX alle 1064 XD alle 1064 LZ alle 1064 XE alle Afbeelding 3.1.1.a.i.a – Ligging Buurt 5 Confuciusbuurt in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.i.b – Detailweergave van Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) ii. Hakfoort-Huigenbos Het deelgebied Hakfoort-Huigenbos wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel ii aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door de Karspeldreef; aan de oostnoordoostzijde door de Huntumdreef; aan de zuidzuidoostzijde door de autosnelweg A9; en aan de westzuidwestzijde door het metrospoor waaraan het station Bullewijk is gelegen.
De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Hakfoort-Huigenbos te vallen:
Postcode Huisnummer 1102 BX alle 1102 KA alle 1102 LA alle 1102 LB alle 1102 SB alle 1102 SC alle 1102 SE alle Afbeelding 3.1.1.a.ii.a – Ligging Hakfoort-Huigenbos in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.ii.b – Detailweergave van Hakfoort-Huigenbos iii. K-buurt Midden Het deelgebied K-buurt Midden wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel iii aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door het Kikkensteinhof, het Kruitberghof, de Oliepalmstraat en een denkbeeldige gekromde lijn die het noordoostelijke uiteinde van de Kruitberghof met het zuidwestelijke uiteinde van de Oliepalmstraat verbindt en zo de gebouwen op het Kraaiennest insluit, maar de flat Kleiburg uitsluit; aan de oostnoordoostzijde door de ’s Gravendijkdreef en de denkbeeldige recht lijn die de weg-as van de ’s Gravendijkdreef in zijn zuidzuidoostelijk richting voortzet. aan de zuidzuidoostzijde door het Nellesteinpad, het Kantershofpad en de denkbeeldige rechte lijn die de weg-as van het Kantershofpad in zijn westzuidwestelijke richting voortzet; aan de westzuidwestzijde door de Groesbeekdreef en de denkbeeldige rechte lijn die de weg-as van de Groesbeekdreef in zijn zuidzuidoostelijke richting voortzet.
De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen K-buurt Midden te vallen:
Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1104 BB alle 1104 KD alle 1104 BC alle 1104 KG alle 1104 CD alle 1104 KJ alle 1104 CE alle 1104 SC alle 1104 CH alle 1104 SE alle 1104 KB alle 1104 SG alle 1104 KC alle 1104 SH alle Afbeelding 3.1.1.a.iii.a – Ligging K-buurt Midden in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.iii.b – Detailweergave van K-buurt Midden iv. Wildemanbuurt Het deelgebied Wildemanbuurt wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel iv aangewezen. Dit deelgebied is als volgt begrensd: aan de noordzijde, tussen de Hoekenesgracht en de Notweg door de Ookmeerweg; tussen het deel van het Groenpad dat in het verlengde van de Notweg ligt en de Geer Ban door het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad; tussen de Geer Ban en Meer en Vaart door de hoofdweg van de Osdorperban aan de westzijde tussen de Ookmeerweg en de Osdorpergracht door de Hoekenesgracht; tussen het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad en hoofdweg van de Osdorperban door de Geer Ban aan de oostzijde, tussen de hoofdweg van Osdorper ban en de Osdorpergracht door de Meer en Vaart tussen de Ookmeerweg en het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad door de Notweg en het deel van het Groenpad dat in het verlengde van de Notweg ligt aan de zuidzijde door de Osdorpergracht de volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen de Wildemanbuurt te vallen:
Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1068 AA Alle 1068 BW Alle 1068 ED Alle 1068 AB Alle 1068 BX Alle 1068 EE Alle 1068 AC Alle 1068 BZ Alle 1068 EG Alle 1068 AD Alle 1068 CA Alle 1068 EH Alle 1068 AE Alle 1068 CB Alle 1068 EJ Alle 1068 AG Alle 1068 CC Alle 1068 LD Alle 1068 AH Alle 1068 DB Alle 1068 LE Alle 1068 AJ Alle 1068 DC Alle 1068 LJ Alle 1068 AK Alle 1068 DD Alle 1068 LK Alle 1068 AX Alle 1068 DE Alle 1068 LL Alle 1068 AZ Alle 1068 DG Alle 1068 LM Alle 1068 BA Alle 1068 DH Alle 1068 LN Alle 1068 BB Alle 1068 DJ Alle 1068 LP Alle 1068 BC Alle 1068 DK Alle 1068 MC Alle 1068 BD Alle 1068 DL Alle 1068 MD Alle 1068 BE Alle 1068 DM Alle 1068 ME Alle 1068 BG Alle 1068 DN Alle 1068 MG Alle 1068 BH Alle 1068 DP Alle 1068 MH 30 tm 48 1068 BJ Alle 1068 DR Alle 1068 MJ Alle 1068 BK Alle 1068 DS Alle 1068 MK Alle 1068 BL Alle 1068 DT Alle 1068 ML Alle 1068 BM Alle 1068 DV Alle 1068 MT Alle 1068 BN Alle 1068 DW Alle 1068 PN Alle 1068 BP Alle 1068 DX Alle 1068 PP Alle 1068 BR Alle 1068 DZ Alle 1068 PR Alle 1068 BS Alle 1068 EA Alle 1068 SL Alle 1068 BT Alle 1068 EB 1 tm 15 oneven, 2 , 4, 1068 SM Alle 1068 BV Alle 1068 EC Alle