Bouwverordening gemeente Voerendaal (Voerendaal)
Waar gaat deze regeling over?
Deze verordening regelt de regels voor bouwen, slopen en het gebruik van bouwwerken en terreinen binnen de gemeente Voerendaal, met een focus op veiligheid, hygiëne en stedenbouwkundige aspecten.
Voor wie: Iedereen die wil bouwen of slopen binnen de gemeente Voerendaal; Eigenaren en gebruikers van bouwwerken, open erven en terreinen in de gemeente.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 245
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen, inclusief bodemonderzoek en stedenbouwkundige voorschriften.
- De verplichtingen tijdens en na de bouw, zoals veiligheid op het bouwterrein en de aansluiting op nutsvoorzieningen.
- De staat van open erven en terreinen, en het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
- De regels voor het slopen van bouwwerken en de advisering door de dorpsbouwmeester.
Voor wie geldt deze regeling?
- Iedereen die wil bouwen of slopen binnen de gemeente Voerendaal.
- Eigenaren en gebruikers van bouwwerken, open erven en terreinen in de gemeente.
Wat zijn de kernpunten?
- Er geldt een verbod tot bouwen op verontreinigde bodem.
- Bouwwerken moeten bereikbaar zijn voor wegverkeer en brandblusvoorzieningen, en voor gehandicapten.
- Er zijn regels voor de ligging en toegelaten hoogte van gevels en bouwwerken ten opzichte van rooilijnen.
- Er is een eis tot aansluiting op nutsvoorzieningen zoals waterleiding, elektriciteitsnet, aardgasnet en openbare riolering.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (245)
- Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 1.2 Termijnen (vervallen)
- Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente
- Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning (vervallen)
- Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen)
- Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen)
- Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (v
- Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek
- Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergun
- Artikel 2.1.7 Bouwregistratie (vervallen)
- Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens
- Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag (vervallen)
- Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen)
- Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen (vervallen)
- Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen)
- Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen)
- Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen)
- Artikel 2.3.1 Welstandscriteria (vervallen)
- Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
- Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
- Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige
- Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling
- Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
- Artikel 2.5.3a Brandweeringang (vervallen)
- Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
- Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn
- Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
- Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
- Artikel 2.5.8 Vergunningsverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding va
- Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg
- Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afsc
- Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn
- Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn
- Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
- Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van
- Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen
- Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen
- Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken
- Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen
- Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtra
- Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn
- Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
- Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
- Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
- Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken
- Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen
- Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken
- Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte
- Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van
- Artikel 2.5.29
- Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
- Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsinstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (vervallen)
- Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
- Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
- Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
- Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid (vervallen)
- Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (vervallen)
- Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding
- Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
- Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
- Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
- Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
- Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terrein
- Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net v
- Artikel 3.2 Welstandscriteria (vervallen)
- Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staki
- Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
- Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen)
- Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw
- Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bo
- Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
- Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten
- Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein
- Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein
- Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder
- Artikel 4.11 Bouwafval
- Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
- Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen
- Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming
- Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen
- Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
- Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
- Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaandui
- Artikel 5.2.2
- Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijz
- Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en l
- Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen (verv
- Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding
- Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
- Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
- Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
- Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
- Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terrein
- Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net v
- Artikel 5.4.1 Preventie
- Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk (vervallen)
- Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning (vervallen)
- Artikel 6.1.3 In behandeling nemen (vervallen)
- Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing (vervallen)
- Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning (vervallen)
- Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning (vervallen)
- Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden (vervallen)
- Artikel 6.2.1 Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen)
- Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen)
- Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen (vervallen)
- Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen (vervallen)
- Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen (vervallen)
- Artikel 6.4.1 Hinder in verband met de brandveiligheid (vervallen)
- Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen
- Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens en woonketen
- Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid
- Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne
- Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen)
- Artikel 7.3.1 Vergunningsplicht nachtverblijf
- Artikel 7.3.2 Hinder
- Artikel 7.4.1 Preventie
- Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water
- Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties
- Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning (vervallen)
- Artikel 8.1.3 In behandeling nemen (vervallen)
- Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing (vervallen)
- Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen (vervallen)
- Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel 8.1.7 Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel 8.2.1 Sloopmelding
- Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voo
- Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein
- Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden
- Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt
- Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
- Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen)
- Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen
- Artikel 9.2 Onafhankelijkheid en ondersteuning dorpsbouwmeester
- Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur
- Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording
- Artikel 9.5 Termijn van advisering
- Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
- Artikel 9.7 Vorm waarin advies wordt uitgebracht
- Artikel 9.8 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of standplaatsen
- Artikel 10.3 Overdragen vergunningen (vervallen)
- Artikel 10.4 Overdragen mededeling (vervallen)
- Artikel 10.5
- Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften
- Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw (vervallen)
- Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen)
- Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen (vervallen)
- Artikel 11.4 Onderzoek naar een gebrek (vervallen)
- Artikel 12.1 Strafbare feiten (vervallen)
- Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen)
- Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terrei
- Artikel 12.4 Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (vervallen)
- Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen)
- Artikel 12.6 Overgangsbepaling algemeen
- Artikel 3 Funderingsplan (vervallen)
- Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens (vervallen)
- Artikel 5 Bouwveiligheidsplan (vervallen)
- Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen (vervallen)
- Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen (vervallen)
- Artikel1.1 Begripsomschrijvingen
- Artikel1.3 Indeling van het gebied van de gemeente
- Artikel3.1 De wijze van melden
- Artikel3.2 Welstandscriteria
- Artikel4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staki
- Artikel4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
- Artikel4.4 Het uitzetten van de bouw
- Artikel4.7 Bemalen van bouwputten
- Artikel4.8 Veiligheid op het bouwterrein
- Artikel5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen
- Artikel5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding
- Artikel5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net v
- Artikel5.4.1 Preventie
- Artikel6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk
- Artikel6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning
- Artikel6.1.3 In behandeling nemen
- Artikel6.1.4 Termijn van beslissing
- Artikel6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning
- Artikel6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning
- Artikel6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden
- Artikel6.2.1 Gebruikseisen van bouwwerken
- Artikel6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen
- Artikel6.2.3 Opslag en verwerking stoffen
- Artikel6.3.1 Gebruiksgereed houden van bluswaterwinplaatsen
- Artikel6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen
- Artikel6.4.1 Hinder in verband met de brandveiligheid
- Artikel7.1.1 Overbevolking van woningen
- Artikel7.1.2 Overbevolking van woonwagens
- Artikel7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid
- Artikel7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen
- Artikel7.3.1 Vergunningsplicht nachtverblijf
- Artikel7.3.2 Hinder
- Artikel7.4.1 Preventie
- Artikel7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties
- Artikel8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel8.1.3 In behandeling nemen
- Artikel8.1.4 Termijn van beslissing
- Artikel8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen
- Artikel8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen
- Artikel8.4.1 Sloopafval algemeen
- Artikel11.1 Stilleggen van de bouw
- Artikel11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming
- Artikel11.3 Stilleggen van het slopen
- Artikel11.4 Onderzoek naar een gebrek
- Artikel12.1 Strafbare feiten
- Artikel12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek
- Artikel12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terrei
- Artikel12.4 (vervallen)
- Artikel12.5 Overgangsbepaling sloopmelding
- Artikel12.6 Slotbepaling
- Artikel1
- Artikel2
- Artikel3 Funderingsplan (vervallen)
- Artikel4 Constructieve en aanverwante gegevens (vervallen)
- Artikel5 Bouwveiligheidsplan (vervallen)
- Artikel6 Eisen ten aanzien van tekeningen (vervallen)
- Artikel7 Eisen ten aanzien van berekeningen (vervallen)
- Artikel 2
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 5.10
- Artikel 7b
- Art. 3 H 8, Toelichting Algemeen
- Art. 5 8.3.3, lid 3 vervallen
- Art. 6 1.1 (Begripsbepaling)
- Art. 7 H.8 Toelichting Algemeen brochure VROM nog niet gereed
- Art. 11 12.1, lid 1 en 2
- Artikel 1
- Artikel 3:9
Bouwverordening gemeente VoerendaalBouwverordening Gemeente Voerendaal BOUWVERORDENING GEMEENTE VOERENDAAL
HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1.1Begripsomschrijvingen
Artikel 1.2Termijnen (vervallen)
Artikel 1.3Indeling van het gebied van de gemeente
HOOFDSTUK 2 De AANVRAAG omgevingsvergunning voor het bouwen
Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden
Artikel 2.1.1Aanvraag bouwvergunning (vervallen)
Artikel 2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen)
Artikel 2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen)
Artikel 2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (verrvallen)
Artikel 2.1.5Bodemonderzoek
Artikel 2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (vervallen)
Artikel 2.1.7Bouwregistratie (vervallen)
Artikel 2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen)
Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning
Artikel 2.2.1Ontvangst van de aanvraag (vervallen)
Artikel 2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen)
Artikel 2.2.3Bekendmaking van termijnen (vervallen)
Artikel 2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen)
Artikel 2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen)
Artikel 2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen)
Paragraaf 3 Welstandstoetsing
Artikel 2.3.1Welstandscriteria (vervallen)
Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem
Artikel 2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
Artikel 2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen
Artikel 2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen (vervallen)
Artikel 2.5.2Anti-cumulatiebepaling
Artikel 2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
Artikel 2.5.3aBrandweeringang (vervallen)
Artikel 2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
Artikel 2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.8Vergunningsverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.9Bouwen op de weg
Artikel 2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken
Artikel 2.5.11Ligging van de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen
Artikel 2.5.16Erf bij overige gebouwen
Artikel 2.5.17Ruimte tussen bouwwerken
Artikel 2.5.18Erf- en terreinafscheidingen
Artikel 2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen
Artikel 2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
Artikel 2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken
Artikel 2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen
Artikel 2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken
Artikel 2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte
Artikel 2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte
Artikel 2.5.29
Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid
Artikel 2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduiding
Artikel 2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.5Beginsel inzake ontruimingsinstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (vervallen)
Artikel 2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
Artikel 2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
Artikel 2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
Artikel 2.6.11Gelijkwaardigheid (vervallen)
Artikel 2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (vervallen)
Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen
Artikel 2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding
Artikel 2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
Artikel 2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
Artikel 2.7.3A (facultatief) Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming
Artikel 2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Artikel 2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Artikel 2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen
Artikel 2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
HOOFDSTUK 3 De melding
Artikel 3.1 De wijze van melden (vervallen)
Artikel 3.2Welstandscriteria (vervallen)
HOOFDSTUK 4. Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk
Artikel 4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden (vervallen)
Artikel 4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
Artikel 4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen)
Artikel 4.4Het uitzetten van de bouw
Artikel 4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
Artikel 4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
Artikel 4.7Bemalen van bouwputten
Artikel 4.8Veiligheid op het bouwterrein
Artikel 4.9Afscheiding van het bouwterrein
Artikel 4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder
Artikel 4.11Bouwafval
Artikel 4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
Artikel 4.13Melden van werken bij lage temperaturen
Artikel 4.14Verbod tot ingebruikneming
HOOFDSTUK 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte
Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen
Artikel 5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen
Artikel 5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
Artikel 5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen
Artikel 5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen)
Artikel 5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen)
Artikel 5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard (vervallen)
Artikel 5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen)
Artikel 5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen (vervallen)
Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen
Artikel 5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding
Artikel 5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
Artikel 5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
Artikel 5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Artikel 5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Artikel 5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen
Artikel 5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid
Artikel 5.4.1Preventie
HOOFDSTUK 6 Brandveilig gebruik
Paragraaf 1 Gebruiksvergunning
Artikel 6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk (vervallen)
Artikel 6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning (vervallen)
Artikel 6.1.3In behandeling nemen (vervallen)
Artikel 6.1.4Termijn van beslissing (vervallen)
Artikel 6.1.5Weigeren gebruiksvergunning (vervallen)
Artikel 6.1.6Intrekken gebruiksvergunning (vervallen)
Artikel 6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden (vervallen)
Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar
Artikel 6.2.1Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen)
Artikel 6.2.2Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen)
Artikel 6.2.3Opslag en verwerking stoffen (vervallen)
Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand
Artikel 6.3.1Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen (vervallen)
Artikel 6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen (vervallen)
Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid
Artikel 6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid (vervallen)
HOOFDSTUK 7 Overige gebruiksbepalingen
Paragraaf 1 Overbevolking
Artikel 7.1.1Overbevolking van woningen
Artikel 7.1.2Overbevolking van woonwagens en woonketen
Paragraaf 2 Staken van het gebruik
Artikel 7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid
Artikel 7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne
Artikel 7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen)
Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen
Artikel 7.3.1Vergunningsplicht nachtverblijf
Artikel 7.3.2Hinder
Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid
Artikel 7.4.1Preventie
Paragraaf 5 Watergebruik
Artikel 7.5.1Verboden gebruik van water
Paragraaf 6 Installaties
Artikel 7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties
HOOFDSTUK 8 Slopen
Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.1.2Aanvraag sloopvergunning (vervallen)
Artikel 8.1.3In behandeling nemen (vervallen)
Artikel 8.1.4Termijn van beslissing (vervallen)
Artikel 8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (vervallen)
Artikel 8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.1.7Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen
Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.2.1Sloopmelding
Artikel 8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen
Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen
Artikel 8.3.1Veiligheid op sloopterrein
Artikel 8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden
Artikel 8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.3.4Plichten van degene die sloopt
Artikel 8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
Artikel 8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen)
Paragraaf 4 Vrij slopen
Artikel 8.4.1Sloopafval algemeen
HOOFDSTUK 9 Welstand
Artikel 9.1 De advisering door de dorpsbouwmeester
Artikel 9.2Onafhankelijkheid en ondersteuning dorpsbouwmeester
Artikel 9.3Benoeming en zittingsduur
Artikel 9.4Jaarlijkse verantwoording
Artikel 9.5Termijn van advisering
Artikel 9.6Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
Artikel 9.7Vorm waarin advies wordt uitgebracht
Artikel 9.8Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of standplaatsen
HOOFDSTUK 10 Overige administratieve bepalingen
Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning (vervallen) Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen)
Artikel 10.3Overdragen vergunningen (vervallen)
Artikel 10.4Overdragen mededeling (vervallen)
Artikel 10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen)
Artikel 10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften
HOOFDSTUK 11 Handhaving
Artikel 11.1Stilleggen van de bouw (vervallen)
Artikel 11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen)
Artikel 11.3Stilleggen van het slopen (vervallen)
Artikel 11.4Onderzoek naar een gebrek (vervallen)
HOOFDSTUK 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12.1Strafbare feiten (vervallen)
Artikel 12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen)
Artikel 12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen
Artikel 12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (vervallen)
Artikel 12.5Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen)
Artikel 12.6Overgangsbepaling algemeen
Artikel 12.6Slotbepaling
Bijlagen Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening (vervallen) Artikel 2 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening (vervallen)
Artikel 3Funderingsplan (vervallen)
Artikel 4Constructieve en aanverwante gegevens (vervallen)
Artikel 5Bouwveiligheidsplan (vervallen)
Artikel 6Eisen ten aanzien van tekeningen (vervallen)
Artikel 7Eisen ten aanzien van berekeningen (vervallen)
Bijlage 2 t/m 6 (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage 8 (vervallen) Bijlage 9 Reglement van orde van de dorpsbouwmeester Bijlage 10, 11 en 12 (vervallen) Bijlage 13 Kaart bebouwde kom 1 Inleidende bepalingen
Artikel1.1Begripsomschrijvingen
Artikel 1.2Termijnen
(vervallen)
Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente
·1. Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: a. het gebied binnen de bebouwde kom; b. het gebied buiten de bebouwde kom. ·2. Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. (zie bijlage 13) 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen
Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden
Artikel 2.1.1Aanvraag bouwvergunning
(vervallen)
Artikel 2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens
(vervallen)
Artikel 2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden
(vervallen)
Artikel 2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen
(vervallen)
Artikel 2.1.5Bodemonderzoek
Artikel 2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning
(vervallen)
Artikel 2.1.7Bouwregistratie
(vervallen)
Artikel 2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen
(vervallen)
Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning
Artikel 2.2.1Ontvangst van de aanvraag
(vervallen)
Artikel 2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening
(vervallen)
Artikel 2.2.3Bekendmaking van termijnen
(vervallen)
Artikel 2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening
(vervallen)
Artikel 2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek
(vervallen)
Artikel 2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning
(vervallen).
Paragraaf 3 Welstandstoetsing
Artikel 2.3.1Welstandscriteria (vervallen)
Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem
Artikel 2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en c. 1. dat de grond raakt, of 2. waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.
Artikel 2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht , kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in het de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen
Artikel 2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen
(vervallen)
Artikel 2.5.2Anti-cumulatiebepaling
Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen.
Artikel 2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
Artikel 2.5.3A Brandweeringang
(vervallen)
Artikel 2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
Artikel 2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn
De voorgevelrooilijn is: a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.
Artikel 2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn.
Artikel 2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet van toepassing op: a. onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; b. andere onderdelen van een bouwwerk voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van de veranderingen bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht , te weten:
Artikel 2.5.8Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.9Bouwen op de weg
In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: a. gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, sub a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het verkeer, de waterhuishouding, de energievoorziening of het telecommunicatieverkeer, alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, sub b, c en d, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; c. vrijstaande winkel- of reclamevitrines; d. reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; e. andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die naar hun aard en bestemming op de weg toelaatbaar zijn.
Artikel 2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken
Artikel 2.5.11Ligging achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn.
Artikel 2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet van toepassing op: a. buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen; b. buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, indien de afstand tot de zijdelingse grens van het erf ten minste 20 meter bedraagt; c. onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of uitbouw, voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist; d. onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; e. andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht , te weten:
Artikel 2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn
In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: a. buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, waarvan de afstand tot de zijdelingse grens van het erf minder dan 20 meter bedraagt; b. binnen de bebouwde kom gelegen kassen; c. vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; d. gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen en welk terrein slechts aan één van die zijden mag worden bebouwd; e. gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de bereikbaarheid, als bedoeld in de artikelen 2.5.3 en 2.5.4 , is verzekerd; f. bijgebouwen, die niet vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht ; g. gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of overwegend handels- of industrieterrein omvattend; h. bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist; i. ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan de hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw; j. erkers en overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen die vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; k. trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en stortbuizen, balkons en veranda's, alsmede andere luifels, afdaken, dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en bordessen dan bedoeld zijn in artikel 2.5.13; l. bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks niet bezwaarlijk is om de in historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen bij het karakter van de bestaande omgeving.
Artikel 2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen
Artikel 2.5.16Erf bij overige gebouwen
Artikel 2.5.17Ruimte tussen bouwwerken
Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het aangrenzende erf wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
Artikel 2.5.18Erf- en terreinafscheidingen
Artikel 2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen
Artikel 2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn
Artikel 2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
Artikel 2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
Artikel 2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken
Artikel 2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen
Artikel 2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken
Artikel 2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte
Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet van toepassing op: a. onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; b. het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken, anders dan het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht ; c. topgevels in het verticale vlak, gaande door de voorgevelrooilijn of de achtergevelrooilijn, mits zij niet breder zijn dan 6 meter en mits de geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel gemeten, niet groter is dan het product van de breedte van de topgevel en de maximale bouwhoogte ter plaatse; d. plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 0,60 meter.
Artikel 2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte
In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de toegelaten bouwhoogte als bedoeld in de artikelen 2.5.20, eerste lid, 2.5.21, eerste en derde lid, 2.5.22, eerste lid, 2.5.23 en 2.5.24 kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: a. gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken, schouwburgen en andere gebouwen bestemd voor het houden van bijeenkomsten en vergaderingen; b. gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of winkeldoeleinden, indien de welstand bij het toestaan van de afwijking is gebaat; c. gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf op een handels- en industrieterrein; d. agrarische bedrijfsgebouwen; e. het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van een bouwwerk, anders dan bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht , en indien:
Artikel 2.5.29
Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28, kan het bevoegd gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met overschrijding van de maximale bouwhoogte, indien: a. er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of beheersverordening of projectbesluit van kracht is; b. geen van de aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is; c. de activiteit in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid; d. de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, en e. de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Artikel 2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen
Artikel 2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties
(vervallen)
Artikel 2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen
(vervallen)
Artikel 2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteraanduidingen
(vervallen)
Artikel 2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen
(vervallen)
Artikel 2.6.11Gelijkwaardigheid
(vervallen)
Artikel 2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten
(vervallen)
Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen
Artikel 2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding
De in artikel 3.119 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten aan het distributienet van de openbare waterleiding: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of b. indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 50 m.
Artikel 2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
De in artikel 2.46 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare distributienet voor elektriciteit: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of b. indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 100 m.
Artikel 2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
Artikel 2.7.3A (facultatief) Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming
Indien in een deel van de gemeente een publieke voorziening voor verwarming van bouwwerken, als bedoeld in artikel 2.69 van het Bouwbesluit (warmtedistributienet), aanwezig is, moet een aldaar te bouwen bouwwerk zijn aangesloten op die publieke voorziening: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtstbijzijnde leiding van die publieke voorziening is gelegen; of b. indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van de publieke voorziening dan onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 40 m.
Artikel 2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Artikel 2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Artikel 2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen
Artikel 2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
De in de artikiele 2.71, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand moet worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.
3 De melding
Artikel3.1De wijze van melden
(vervallen)
Artikel3.2Welstandscriteria
(vervallen) 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk
Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden
(vervallen).
Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
Op het bouwterrein moeten, voor zover van toepassing op het bouwwerk, aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden gegeven: a. de omgevingsvergunning voor het bouwen; b. andere toestemmingen; c. het bouwveiligheidsplan; d. een besluit ingevolge artikel 13, 13a en 14, tweede lid, sub b van de Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
Artikel 4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie
(vervallen)
Artikel4.4Het uitzetten van de bouw
Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend mag - onverminderd het in de voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het bouwen bepaalde - niet worden begonnen alvorens door of namens het bevoegd gezag voor zover nodig: a. het straatpeil is aangegeven; b. de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet.
Artikel 4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
Artikel 4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van deze verordening en van het Bouwbesluit nodig acht.
Artikel4.7Bemalen van bouwputten
Bij het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag niet op een zodanige wijze water aan de bodem worden onttrokken, dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van naburige bouwwerken kunnen worden aangetast op een wijze die de veiligheid van die bouwwerken schaadt.
Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein
Artikel 4.9Afscheiding van het bouwterrein
Artikel 4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder
Artikel 4.11Bouwafval
Artikel 4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
Artikel 4.13Melden van werken bij lage temperaturen
Artikel 4.14Verbod tot ingebruikneming
Het is verboden na de bouw van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is verleend, het bouwwerk in gebruik te geven of te nemen, indien het bouwwerk niet gereed is gemeld bij het bouwtoezicht.
5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen
Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen
Artikel 5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
Artikel 5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen
Artikel 5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen
(vervallen)
Artikel 5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen
(vervallen)
Artikel 5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard
(vervallen)
Artikel 5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen
(vervallen)
Artikel 5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen
(vervallen) Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen
Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding
De in de artikelen 3.123 en 3.124 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten aan het distributienet van de openbare waterleiding: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of b. indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 50 m.
Artikel 5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
De in artikel 2.52 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare distributienet voor elektriciteit: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of b. indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 100 m.
Artikel 5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet
De in artikel 2.72 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare distributienet voor aardgas: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of b. indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 40 m.
Niet van toepassing is voorgaande eis op: a. woningen, waarin voor het kunnen koken een andere energiebron dan gas aanwezig is en voor verwarming geen individuele aansluiting van gastoevoer nodig is; b. woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m²; c. woningen die niet worden verhuurd; d. woningen met een aansluiting op het stadsverwarmingnet.
Artikel 5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Artikel 5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is, gelden de volgende bepalingen: a. voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten met waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met een doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten aanwezig zijn, tenzij de faecaliën voor agrarische bedrijfsdoeleinden worden gebruikt; b. voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten zonder waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput zonder overstort, een doeltreffende gierput of een doeltreffende rottingput met overstort aanwezig zijn, alsmede een doeltreffende aansluitleiding tussen die toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan optreden; c. leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van afvalwater zonder faecaliën, alsmede overstorten van rottingputten moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan optreden; d. leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen op een rottingput.
Artikel 5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen
Artikel 2.7.6 en de bijbehorende bijlage 7 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand moet worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.
Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid
Artikel5.4.1Preventie
Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden dat het bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt.
6 Brandveilig gebruik Paragraaf1Gebruiksvergunning
Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk
(vervallen)
Artikel6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning
(vervallen)
Artikel6.1.3In behandeling nemen
(vervallen)
Artikel6.1.4Termijn van beslissing
(vervallen)
Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning
(vervallen)
Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning
(vervallen)
Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden
(vervallen) Paragraaf2Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar
Artikel6.2.1Gebruikseisen van bouwwerken
(vervallen)
Artikel6.2.2Opslag brandgevaarlijke stoffen
(vervallen)
Artikel6.2.3Opslag en verwerking stoffen
(vervallen) Paragraaf3Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand
Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden van bluswaterwinplaatsen
(vervallen)
Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen
(vervallen) Paragraaf4Hinder in verband met brandveiligheid
Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid
(vervallen) 7 Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1Overbevolking
Artikel7.1.1Overbevolking van woningen
Het is verboden een woning te bewonen met of toe te staan dat een woning wordt bewoond door meer dan één persoon per 12 m² gebruiksoppervlakte.
Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens
Het is verboden een woonwagen, te bewonen met of toe te staan dat een woonwagen, wordt bewoond door meer dan één persoon per 6 m² gebruiksoppervlakte.
Paragraaf2Staken van het gebruik
Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid
Het is verboden een bouwwerk, een open erf of terrein te gebruiken of te doen gebruiken, indien door of namens burgemeester en wethouders is medegedeeld, dat zulks gevaarlijk is in verband met: a. bouwvalligheid van het bouwwerk; b. bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk.
Artikel 7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne
Indien tengevolge van het niet functioneren - hieronder begrepen het afgesloten zijn - van de ingevolge het Bouwbesluit verplicht aanwezige voorzieningen tot het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen beschikken over drinkwater, het kunnen beschikken over gedistribueerd gas en het kunnen beschikken over gedistribueerde elektriciteit een onvoldoende veiligheid of een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kan het bevoegd gezag gelasten het gebruik van het bouwwerk te staken.
Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen
(vervallen) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen
Artikel7.3.1Vergunningsplicht nachtverblijf
vervallen.
Artikel7.3.2Hinder
Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor: a. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid; b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein; c. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein; d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde wet van toepassing is.
Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid
Artikel7.4.1Preventie
Paragraaf 5 Watergebruik
Artikel 7.5.1Verboden gebruik van water
Het is verboden drink- en werkwater, waarvan door het bevoegd gezag schriftelijk is medegedeeld dat het ondeugdelijk wordt geacht, te gebruiken.
Paragraaf6Installaties
Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties
Installaties in of nabij een bouwwerk, waarvan het Bouwbesluit , het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken of de Bouwverordening de aanwezigheid verplicht stelt, moeten in een goede staat verkeren, zodat daarvan een onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
8 Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen
Het bevoegd gezag kan aan hun besluit voorwaarden verbinden als bedoeld in het derde lid.
Artikel 8.1.2Aanvraag sloopvergunning
(vervallen)
Artikel8.1.3In behandeling nemen
(vervallen)
Artikel8.1.4Termijn van beslissing
(vervallen)
Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen
(vervallen)
Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen
Een omgevingsvergunning voor het slopen moet worden geweigerd indien: a. de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd; b. de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd; c. een vergunning met betrekking tot de archeologische monumenten ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend; d. een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, die krachtens overgangsrecht van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening de werking heeft behouden, is vereist en deze niet is verleend;
Artikel 8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen
Een omgevingsvergunning voor het slopen kan worden ingetrokken indien: a. de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of onvolledige opgave van gegevens; b. binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het slopen geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; c. tussen het begin en het einde van de sloopwerkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.2.1Sloopmelding
Artikel 8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen
In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is voorts geen omgevingsvergunning voor het slopen vereist, indien het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, uitsluitend bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen van: a. geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen; b. verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen; c. rem- en frictiematerialen; d. pakkingen uit verbrandingsmotoren; e. pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt.
Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen
Artikel 8.3.1Veiligheid op sloopterrein
Het bepaalde in de tot en met 4.10 is van overeenkomstige toepassing op het slopen en het sloopterrein.
Artikel 8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden
Op het sloopterrein moet de omgevingsvergunning voor het slopen of een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom tot het slopen aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden gegeven.
Artikel 8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen
Artikel 8.3.4Plichten van degene die sloopt
Artikel 8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
Artikel 8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen
(vervallen) Paragraaf4Vrij slopen
Artikel8.4.1Sloopafval algemeen
9 Welstand Artikel 9.1 De advisering door de dorpsbouwmeester De dorpsbouwmeester adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor vergunningsplichtige bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a, van de Wabo. De dorpsbouwmeester baseert zijn advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria.
De dorpsbouwmeester adviseert burgemeester en wethouders over aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub f van de Wabo (het wijzigen van monumenten).
Artikel 9.2Onafhankelijkheid en ondersteuning dorpsbouwmeester
De dorpsbouwmeester is onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur.
De dorpsbouwmeester wordt bijgestaan door een secretaris of diens plaatsvervanger.
Het reglement van de dorpsbouwmeester dat als bijlage 9 bij de toelichting op deze verordening is vastgesteld, bevat nadere bepalingen betreffende de taken en verplichtingen van de dorpsbouwmeester.
Artikel 9.3Benoeming en zittingsduur
De dorpsbouwmeester wordt door de burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen.
De dorpsbouwmeester kan ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Hij kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
Het reglement van de dorpsbouwmeester dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat nadere benoemingsprocedures.
Artikel 9.4Jaarlijkse verantwoording
De dorpsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden voor de gemeenteraad op, waarin ten minste aan de orde komt:
Ervaringen van de dorpsbouwmeester zienswijze t.a.v. het vigerende gemeentelijk welstandsbeleid; betrokkenheid bij nieuwe ontwikkelingen/beeldkwaliteitsplannen.
Statistische gegevens aantal vergaderingen van de dorpsbouwmeester; aantal bezichtigingen op locatie; aantal adviesaanvragen; aantal herhalingsplannen; aantal toelichtingen door aanvrager/architect; aantal gevallen van open voorafstemming, zonder aanvrage en verslaglegging; aantal spoed-adviseringen over vooroverlegaanvragen met verslagleggingen.
Welstandsadviseringen algemene indruk van de beoordeelde plannen/algemeen kwaliteitsniveau; uitbreidingsplannen, projecten of aandachtspunten die in het verslagjaar bijzondere aandacht hebben gevraagd van de dorpsbouwmeester; beschrijving van de wijze waarop de dorpsbouwmeester toepassing heeft gegeven aan de geldende welstandscriteria uit de gemeentelijke welstandsnota; beschrijving van de gevallen waarin de dorpsbouwmeester is afgeweken van het formele welstandsbeleid inclusief de motivatie daarvan; oordeel over de werkbaarheid van de welstandscriteria.
Conclusie en aanbevelingen op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de dorpsbouwmeester; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten.
Artikel 9.5Termijn van advisering
De dorpsbouwmeester brengt het advies over de omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen 3 weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.
Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de dorpsbouwmeester een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 9.6Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
De Behandeling van bouwplannen door de dorpsbouwmeester is openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
Indien de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag heeft verzocht, wordt deze door of namens de dorpsbouwmeester in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan.
In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de dorpsbouwmeester wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de dorpsbouwmeester waarin de aanvraag wordt behandeld.
Belanghebbenden hebben geen spreekrecht.
Het reglement van de dorpsbouwmeester dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat nadere regels omtrent de openbaarheid van de vergaderingen.
Artikel 9.7Vorm waarin advies wordt uitgebracht
De dorpsbouwmeester adviseert en motiveert zijn advies schriftelijk.
Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Het reglement van de dorpsbouwmeester dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat nadere vormen waarin het advies wordt vastgelegd en uitgebracht.
Artikel 9.8Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken
Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie bouwwerken uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat: op het voornemen inspraak is verleend; het advies van de dorpsbouwmeester is ingewonnen.
De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde verordening.
10 Overige administratieve bepalingen Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning (vervallen) Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen)
Artikel 10.3Overdragen vergunningen
(vervallen)
Artikel 10.4Overdragen mededeling
(vervallen)
Artikel 10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen
(vervallen)
Artikel 10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften
Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd.
11 Handhaving
Artikel11.1Stilleggen van de bouw
(vervallen)
Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming
(vervallen)
Artikel11.3Stilleggen van het slopen
(vervallen)
Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek
(vervallen) 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel12.1Strafbare feiten
(vervallen)
Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek
(vervallen)
Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen
Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld.
Artikel12.4(vervallen)
Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding
(vervallen)
Artikel12.6Slotbepaling
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Voerendaal op 30 juni 2008.
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL, de griffier, de voorzitter, Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1 en 3.1
Artikel1De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening (vervallen)
Artikel2De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening (vervallen)
Artikel3Funderingsplan (vervallen)
Artikel4Constructieve en aanverwante gegevens (vervallen)
Artikel5Bouwveiligheidsplan (vervallen)
Artikel6Eisen ten aanzien van tekeningen (vervallen)
Artikel7Eisen ten aanzien van berekeningen (vervallen)
Bijlagen 2 t/m 6(vervallen) Bijlage 7Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinenBijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende: a. NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); b. NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); c. NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en buitenrioleringen'; d. NEN-EN 1401-1, uitgave 2009, 'Kunststofleidingsystemen voor vrij verval buitenriolering - Ongeplasticeerd PVC (PVC-U) - Deel 1. Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem' (Engelstalig; e. NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996, A2, uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999 - Deel 1. Eisen' (Engelstalig); f. NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999 - Deel 2. Kwaliteitscontrole en monstername' (Engelstalig); g. NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3. Beproevingsmethoden' (Engelstalig).
Bijlage 8 (vervallen) Bijlage 9Bijlage 9 Reglement van orde van de dorpsbouwmeesterArtikel 1 Begripsomschrijvingen In deze bijlage wordt verstaan onder: principeverzoek: een schriftelijk verzoek over de planologische haalbaarheid van een bouwvoornemen, waarbij een eerste zienswijze van de dorpsbouwmeester kan worden gevraagd. vooroverlegaanvraag: een informele aanvraag over de planologische haalbaarheid van een bouwvoornemen, aangevuld met een toetsing aan redelijke eisen van welstand op basis van een vastgesteld aanvraagformulier (zie bijlage 5 van dit reglement). Deze aanvraag wordt ook wel schetsplan genoemd. aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen: een formele aanvraag, op basis van door het rijk vastgestelde aanvraagformulieren, om een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarbij een formele toetsing plaatsvindt op ruimtelijke ordenings- en welstandsaspecten. toelichting van plannen: aanvrager en/of hun architect kan/kunnen, na afspraak met de ambtelijk secretaris van de dorpsbouwmeester tijdens de behandeling van het bouwplan in de gelegenheid worden gesteld om het bouwplan toe te lichten.
Woningwet: de wet als omschreven in Stb. 590 van het jaar 2002. het district: het op grond van het samenwerkingsconvenant gevormde district. de Monumentenwet: de Monumentenwet 1988. dorpsbouwmeester: een aan de stadsbouwmeester gelijk te stellen persoon zoals bedoeld in artikel 1 van de Woningwet.
Artikel 2
Benoeming en zittingsduur De dorpsbouwmeester blijft bij het verstrijken van de in de verordening genoemde benoemingstermijn zijn functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien
Artikel 3
Taakomschrijving dorpsbouwmeesterDe dorpsbouwmeester is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijke taken worden uitgevoerd op grond van de Woningwet 2002, de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen. De dorpsbouwmeester is beleidsmatig gebonden aan het door de gemeenteraad vastgestelde gemeentelijk welstandsbeleid Wettelijke taken1.Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken.
De dorpsbouwmeester adviseert burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De dorpsbouwmeester brengt bij wijzigingsplannen voor monumenten een advies uit, waarin zowel de aspecten op grond van de Woningwet (welstandsbeleid), als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke- en provinciale monumentenverordeningen worden betrokken. In het geïntegreerde advies komt duidelijk naar voren welke toetsingsaspecten betrekking hebben op de welstand en welke op de wijziging van het monument, waarbij in dat laatste kader primaire toetsing plaatsvindt vanuit het behoud van de monumentale waarden van het monument. De dorpsbouwmeester formuleert in dat geval een tweeledige conclusie.
Jaarverslag dorpsbouwmeester.
De dorpsbouwmeester legt aan het College van Burgemeester en Wethouders éénmaal per jaar een verslag voor van de door hem verrichte werkzaamheden. In het verslag zet hij uiteen op welke wijze er toepassing is gegeven aan de welstandscriteria. Dit verslag maakt onderdeel uit van de ingevolge de Woningwet door burgemeester en wethouders voor de gemeenteraad jaarlijks op te stellen verslaglegging omtrent de wijze waarop zij invulling hebben gegeven aan het aspect welstand.
Niet wettelijke verplichte takenDesgevraagd kan de dorpsbouwmeester naast zijn reguliere taken: adviezen verstrekken m.b.t. de beoordeling van aanvragen voor reclames; noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen, schetsplannen of principeverzoeken; adviezen uitbrengen aan burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidstukken; adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente; adviseren over het toepassen van de excessenregeling (art.19 Woningwet), d.w.z. advisering over geconstateerde buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn; overleg voeren met gemeentelijke vakafdelingen over het door de gemeenteraad vastgestelde welstandsbeleid met de welstandscriteria, alsmede de reguliere evaluatie daarvan. De ontwikkeling van voorstellen tot bijstelling van het welstandsbeleid in samenspraak met de ambtelijke organisatie behoort mede tot zijn taak; ongevraagd advies uitbrengen over nieuwe (architectonische) ontwikkelingen, materiaaltoepassingen e.d. mede in relatie tot bestaand beleid c.q. bestaande welstandscriteria; adviseren over aspecten van beleidsvoornemens waarbij de ruimtelijke kwaliteitszorg, het welstandstoezicht dan wel de monumentenzorg in het geding zijn.
Artikel 4
Uitsluiting van bevoegdhedenBurgemeester en wethouders vragen geen advies aan de dorpsbouwmeester over een aanschrijving wegens ernstige strijd als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet met betrekking tot het uiterlijk aanzien van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen of een bouwvergunning is verleend en het betreffende bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand In die gevallen dat tegen het besluit tot aanschrijving als bedoeld in het eerste lid door een belanghebbende bezwaar is gemaakt op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen burgemeester en wethouders de dorpsbouwmeester ter advisering inschakelen.
Indien toepassing is gegeven aan het gestelde in het vorige lid, en door burgemeester en wethouders ter zake de aanschrijving als bedoeld in het eerste lid een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld, kunnen zij de dorpsbouwmeester verzoeken hen hieromtrent te adviseren.
Burgemeester en wethouders vragen geen advies aan de dorpsbouwmeester over een bouwplan dat door hem zelf (mede) is ontwikkeld.
Artikel 5
Ondersteuning van de dorpsbouwmeesterDe dorpsbouwmeester wordt bijgestaan door een ambtelijke secretaris welstand voor de schriftelijke vastlegging van de adviezen
Artikel 6Taakomschrijving secretaris welstandHet college van Burgemeester en Wethouders wijst een ambtelijk secretaris welstand, alsmede diens plaatsvervanger aan
De secretaris welstand selecteert principeverzoeken, vooroverlegaanvragen en aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen en toetst de compleetheid voor behandeling.
De gemeentelijke secretaris welstand stelt de agenda op voor de vergadering, geeft die door aan de dorpsbouwmeester.
Tijdens de vergadering introduceert de secretaris welstand de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of gebied.
Onder de verantwoordelijkheid van de dorpsbouwmeester wordt de beraadslaging en conclusie over een bouwplan door de secretaris welstand uitgewerkt in een schriftelijk advies. Het advies moet binnen een week naar het college van burgemeester en wethouders en aanvrager (met een afschrift naar de betrokken ontwerper/architect c.q. gemachtigde) worden verzonden.
Artikel 7
Advies en bijstandDe dorpsbouwmeester is bevoegd tot het inwinnen van een ambtelijk advies en kan zich met dit doel in zijn vergadering doen bijstaan door een of meer ambtenaren dan wel medewerkers, werkzaam in ondergeschiktheid dan wel onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders De dorpsbouwmeester kan zich voor het adviseren over complexe bouwplannen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), doen bijstaan door een of meer deskundige adviseurs met specifieke kennis op het terrein van de ruimtelijke kwaliteit en de monumentenzorg.
Bij de instemming tot het inwinnen van een advies als bedoeld in het tweede lid, verlenen burgemeester en wethouders tevens machtiging tot het bedrag van de aan dit advies verbonden kosten.
Artikel 8
(Voor)overleg/principeverzoekDe gemeente biedt een aanvrager de mogelijkheid om een informeel bouwplan door middel van een principeverzoek of een vooroverlegaanvrage aan de dorpsbouwmeester voor te leggen, toe te laten lichten door de betrokken ontwerper, danwel persoonlijk te bespreken met de dorpsbouwmeester Een vooroverlegaanvraag wordt middels een daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier ingediend.
Het beoordelingsresultaat van het vooroverleg wordt in een besprekingsverslag vastgelegd.
Het gestelde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van plannen met betrekking tot monumenten.
Artikel 9
Onderzoek ter plaatse door de dorpsbouwmeesterDe dorpsbouwmeester kan een onderzoek ter plaatse instellen, indien hij bij de beoordeling van het plan van oordeel is dat dit onderzoek redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak als bedoeld in artikel 3 nodig is Van plaats en tijdstip van het onderzoek wordt aan de aanvrager, de ontwerper alsmede belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht die een bezwaarschrift op grond van artikel 7:1 van die wet hebben ingediend, mededeling gedaan. Bij de mededeling als bedoeld in de vorige volzin wordt gewezen op de mogelijkheid bij het onderzoek aanwezig te kunnen zijn.
Artikel 10
Onvolkomenheden van geringe betekenis in het ontwerp bouwplanDe dorpsbouwmeester vermijdt dat over een bouwplan, waaraan onvolkomenheden kleven van geringe betekenis en waaromtrent het overleg als bedoeld in artikel 8, leden 2 en 3 tot een negatief oordeel heeft geleid over dit plan, advies wordt uitgebracht aan burgemeester en wethouders, mits de termijnen dit toelaten Zodra een omstandigheid als bedoeld in het vorige lid zich voordoet en de dorpsbouwmeester van oordeel is dat de in dit lid bedoelde onvolkomenheden op eenvoudige wijze binnen de geldende termijnen ongedaan kunnen worden gemaakt, treedt de dorpsbouwmeester, alvorens advies uit brengen aan burgemeester en wethouders, in overleg met de aanvrager en de ontwerper van het bouwplan.
De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op een plan als bedoeld in de artikel 2.1 lid 1 sub f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (monument).
Artikel 11Openbare vergaderingDe dorpsbouwmeester vergadert in de regel één keer per twee weken. In vakantieperioden kunnen er perioden van 4 weken worden aangehouden
De dorpsbouwmeester vergadert in een nader aan te wijzen vergaderruimte van het gemeentehuis.
Opdrachtgevers en ontwerpers kunnen in de openbare vergadering de behandeling van hun plan bijwonen. Indien zij hun plan willen toelichten, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of maken bij de secretaris welstand een afspraak.
Tijdens de openbare vergadering wordt niemand in de gelegenheid gesteld het woord te voeren, tenzij dat er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het plan toe te lichten op de wijze, zoals aangegeven in lid 3.
In artikel 20 zijn nadere instructies voor de openbare vergadering opgenomen.