Nadere regels subsidies gemeente Groningen (Groningen)
Waar gaat deze regeling over?
Deze regels vullen de Algemene subsidieverordening van de gemeente Groningen aan en gaan over hoe subsidieaanvragen en bijbehorende documenten moeten worden ingediend en behandeld. Ze verduidelijken de procedures en voorwaarden voor het aanvragen en vaststellen van subsidies.
Voor wie: Aanvragers van subsidies bij de gemeente Groningen; Subsidieontvangers van de gemeente Groningen.
Termijnen:
- Uitstel voor het indienen van een verplicht subsidiedocument kan eenmalig voor maximaal acht weken worden aangevraagd, maar wordt geweigerd bij onbevoegde indiening, te late indiening (minder dan 2 weken voor de uiterste datum, tenzij overmacht), of onvoldoende motivering.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 431
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De indieningsvereisten en procedurele regels voor subsidiedocumenten.
- De mogelijkheid om uitstel aan te vragen voor het indienen van documenten.
- Uitzonderingen voor het indienen van tussenrapportages voor bepaalde subsidiecategorieën.
- Regels voor het omgaan met behaalde resultaten op subsidies en het risicoprofiel van samenwerkingspartners.
Voor wie geldt deze regeling?
- Aanvragers van subsidies bij de gemeente Groningen.
- Subsidieontvangers van de gemeente Groningen.
Wat zijn de kernpunten?
- Een aanvraag voor jaarlijkse subsidie die te laat is ingediend, kan alsnog worden ingediend na een herinnering, maar te laat ingediende aanvragen worden niet behandeld tenzij er sprake is van overmacht.
- Onvolledig ingediende verplichte subsidiedocumenten kunnen eenmaal worden aangevuld, waarbij de beslistermijn wordt opgeschort.
- Uitstel voor het indienen van een verplicht subsidiedocument kan eenmalig voor maximaal acht weken worden aangevraagd, maar wordt geweigerd bij onbevoegde indiening, te late indiening (minder dan 2 weken voor de uiterste datum, tenzij overmacht), of onvoldoende motivering.
- Subsidieontvangers van Basissubsidie Amateur Kunst, subsidies voor accommodaties, subsidies voor wijkorganisaties, en subsidies lager dan € 10.000,- hoeven geen tussenrapportage in te dienen.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (431)
- Artikel1
- Artikel2
- Artikel3
- Artikel4
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel1.1
- Artikel1.2
- Artikel1.3
- Artikel 1.4
- Artikel 1:2
- Artikel 1:3
- Artikel1.5
- Artikel1:6
- Artikel1:7
- Artikel1:8
- Artikel1:9
- Artikel1.10
- Artikel1.11
- Artikel1.12
- Artikel1.13
- Artikel1.14
- Artikel1.15
- Artikel1.16
- Artikel1.17
- Artikel1.18
- Artikel1:19
- Artikel 2.2
- Artikel2.3
- Artikel2.4
- Artikel2.5
- Artikel2.6
- Artikel2.7
- Artikel2.8
- Artikel2.9
- Artikel2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel2:15
- Artikel 2:16
- Artikel2:17
- Artikel 2:18
- Artikel2.19
- Artikel2.20
- Artikel 2.21
- Artikel 2.22
- Artikel 2.23
- Artikel 2.24
- Artikel 2.25
- Artikel 2.26
- Artikel 2.27
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 3:1
- Artikel 3:2
- Artikel 3:3
- Artikel 3:4
- Artikel 3:5
- Artikel3:6
- Artikel 3:7
- Artikel 3:35
- Artikel 3:36
- Artikel 3:37
- Artikel 3:38
- Artikel 3:39
- Artikel 3:45
- Artikel 3:46
- Artikel 3:47
- Artikel 3:48
- Artikel 3:50
- Artikel 3:51
- Artikel 3:52
- Artikel 3:53
- Artikel 3:54
- Artikel 3:60
- Artikel 3:61
- Artikel 3:62
- Artikel 3:63
- Artikel 3:78
- Artikel 3:79
- Artikel 3:80
- Artikel 3:81
- Artikel3:82
- Artikel 3:83
- Artikel 3:84
- Artikel 3:103
- Artikel 3:104
- Artikel 3:105
- Artikel 3:106
- Artikel 3:107
- Artikel 3:108
- Artikel 3:109
- Artikel 3:110
- Artikel3:111
- Artikel3:112
- Artikel3:113
- Artikel3:114
- Artikel3:115
- Artikel 3:116
- Artikel 3:117
- Artikel 3:118
- Artikel 3:119
- Artikel 3:120
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122
- Artikel3:123
- Artikel3:124
- Artikel3:125
- Artikel3:126
- Artikel3:127
- Artikel3:128
- Artikel3:129
- Artikel3:130
- Artikel 3:131
- Artikel 4:1
- Artikel4:2
- Artikel4:3
- Artikel4:4
- Artikel 4.9
- Artikel4:10
- Artikel4:11
- Artikel4:12
- Artikel 4:13
- Artikel 4:13a
- Artikel 4:13b
- Artikel4:14
- Artikel4:15
- Artikel 4:16
- Artikel4:17
- Artikel4:18
- Artikel4:19
- Artikel 4:20
- Artikel4:21
- Artikel4:22
- Artikel4:23
- Artikel 4:24
- Artikel 4:25
- Artikel 4:26
- Artikel 4:27
- Artikel 4:28
- Artikel 4:28b
- Artikel4:28c
- Artikel 4:28d
- Artikel 4:28e
- Artikel 4:29
- Artikel 4:30
- Artikel 4:31
- Artikel 4:32
- Artikel 4:33
- Artikel 4:35
- Artikel 4:36
- Artikel 4:37
- Artikel 4:38
- Artikel 4:39
- Artikel 4:40
- Artikel 4:41
- Artikel 4:42
- Artikel 4:43
- Artikel 4:44
- Artikel 4:45
- Artikel 4:46
- Artikel 4:47
- Artikel 4:48
- Artikel 4:49
- Artikel 4:50
- Artikel 4:51
- Artikel 4:52
- Artikel 4:53
- Artikel 4:54
- Artikel 4:55
- Artikel 4:56
- Artikel 4:57
- Artikel 4:58
- Artikel 4:59
- Artikel 4:65
- Artikel 4:66
- Artikel 4:67
- Artikel 4:68
- Artikel 4:69
- Artikel 4:70
- Artikel 4:71
- Artikel 4:72
- Artikel4:83
- Artikel4:84
- Artikel4:85
- Artikel4:86
- Artikel4:87
- Artikel4:90
- Artikel4:91
- Artikel4:92
- Artikel4:93
- Artikel4:94
- Artikel4:95
- Artikel4:96
- Artikel4:97
- Artikel 4:136
- Artikel 4:137
- Artikel 4:138
- Artikel 4:139
- Artikel 4:140
- Artikel 4:141
- Artikel 4:142
- Artikel 4:143
- Artikel 4:144
- Artikel 4:145
- Artikel 4:146
- Artikel 4:147
- Artikel 4:148
- Artikel 4:149
- Artikel 4:150
- Artikel5:1
- Artikel5:2
- Artikel5:3
- Artikel5:4
- Artikel5:5
- Artikel5:6
- Artikel5:7
- Artikel5:8
- Artikel5:9
- Artikel5:10
- Artikel5:11
- Artikel5:12
- Artikel5:13
- Artikel5:14
- Artikel5:15
- Artikel5:16
- Artikel5:17
- Artikel5:18
- Artikel5:19
- Artikel5:20
- Artikel5:21
- Artikel5:22
- Artikel5:23
- Artikel5:24
- Artikel5:25
- Artikel6:1
- Artikel6:2
- Artikel6:3
- Artikel6:4
- Artikel6:5
- Artikel6:6
- Artikel6:7
- Artikel6:8
- Artikel6:9
- Artikel6:10
- Artikel6:11
- Artikel6:12
- Artikel6:13
- Artikel6:14
- Artikel6:15
- Artikel6:16
- Artikel6:17
- Artikel6:18
- Artikel6:19
- Artikel6:20
- Artikel6:21
- Artikel6:22
- Artikel6:23
- Artikel6:24
- Artikel6:25
- Artikel6:26
- Artikel6:27
- Artikel6:28
- Artikel6:29
- Artikel6:30
- Artikel6:31
- Artikel6:32
- Artikel6:33
- Artikel6:34
- Artikel6:35
- Artikel6:36
- Artikel6:37
- Artikel6:38
- Artikel6:39
- Artikel6:40
- Artikel6:41
- Artikel6:42
- Artikel6:43
- Artikel6:44
- Artikel6:45
- Artikel6:46
- Artikel6:47
- Artikel6:48
- Artikel6:49
- Artikel6:50
- Artikel6:51
- Artikel6:52
- Artikel6:53
- Artikel6:54
- Artikel6:55
- Artikel6:56
- Artikel6:57
- Artikel6:58
- Artikel 6:59
- Artikel 6:60
- Artikel 6:61
- Artikel 6:62
- Artikel 6:63
- Artikel 6:64
- Artikel 6:65
- Artikel 6:66
- Artikel6:67
- Artikel7:1
- Artikel7:2
- Artikel 7:3
- Artikel 7:4
- Artikel7:5
- Artikel 7:6
- Artikel 7:7
- Artikel 7:8
- Artikel 8:1
- Artikel 8:2
- Artikel8:3
- Artikel 8:4
- Artikel 8:5
- Artikel 8:5a
- Artikel 8:6
- Artikel 8:7
- Artikel 8:8
- Artikel 8:15
- Artikel8:16
- Artikel 8:17
- Artikel 8:18
- Artikel 8:19
- Artikel8:21
- Artikel8:22
- Artikel8:23
- Artikel8:24
- Artikel8:25
- Artikel 8:26
- Artikel8:27
- Artikel8:28
- Artikel8:29
- Artikel8:30
- Artikel 8:31
- Artikel8:38
- Artikel8:39
- Artikel8:40
- Artikel8:41
- Artikel8:42
- Artikel 8:43
- Artikel8:44
- Artikel8:45
- Artikel8:46
- Artikel8:47
- Artikel 8:47a
- Artikel 8:48
- Artikel8:49
- Artikel8:50
- Artikel8:51
- Artikel8:52
- Artikel 8:52a
- Artikel8:53
- Artikel8:54
- Artikel8:55
- Artikel8:56
- Artikel8:57
- Artikel8:58
- Artikel8:65
- Artikel 8:66
- Artikel 8:67
- Artikel8:68
- Artikel8:69
- Artikel8:70
- Artikel8:71
- Artikel8:71a
- Artikel8:71b
- Artikel8:72
- Artikel8:73
- Artikel 8:75
- Artikel8:76
- Artikel8:77
- Artikel8:78
- Artikel8:79
- Artikel 8:80
- Artikel8:82
- Artikel 8:83
- Artikel 8:84
- Artikel 8:85
- Artikel 8:86
- Artikel8:87
- Artikel8:88
- Artikel 8:89
- Artikel 8:90
- Artikel 8:91
- Artikel 8:92
- Artikel 8:93
- Artikel 8:94
- Artikel 8:95
- Artikel 8:96
- Artikel 8:97
- Artikel 8:98
- Artikel 8:99
- Artikel 8:100
- Artikel 8:101
- Artikel 8:102
- Artikel 8:103
- Artikel 8:104
- Artikel8:105
- Artikel 8:106
- Artikel 8:107
- Artikel8:108
- Artikel 8:109
- Artikel8:110
- Artikel 8:111
- Artikel 8:112
- Artikel 8:113
- Artikel 8:114
- Artikel 8:115
- Artikel 8:116
- Artikel 8:117
- Artikel 8:118
- Artikel 8:119
- Artikel 8:120
- Artikel 10:1
- Artikel 10:2
- Artikel 8:27
- Artikel 8:28
- Artikel 8:29
Nadere regels subsidies gemeente GroningenHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN; (BD 11.2583046);
Gezien het voorstel 18 april 2011; ’Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen;
BESLUIT: de Nadere regels subsidies gemeente Groningen vast te stellen.
Wijzingen en inhoudsopgave Deel1– Algemeen
Paragraaf 1.1 Indieningsvereisten en procedureregels
Artikel1Begripsbepalingen
In aanvulling op de begripsbepalingen die zijn opgenomen in de ASV wordt voor de toepassing van deze nadere regels verstaan onder:
Verplicht subsidiedocument: een document dat alle gegevens bevat die vereist zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag voor subsidieverlening of subsidievaststelling en waarvan de indiening verplicht is gesteld op grond van de wet, de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen of bij beschikking tot subsidieverlening of beschikking tot subsidievaststelling.
Indieningsdatum: de uiterste datum waarop een verplicht subsidie-document moet zijn ingediend. De Algemene termijnenwet is van toepassing.
Tijdige indiening: een verplicht subsidiedocument is tijdig ingediend als het voor de uiterste indieningsdatum door het college is ontvangen. Bij verzending per post is een verplicht subsidiedocument tijdig ingediend als het voor de uiterste indieningsdatum ter post is bezorgd, mits het niet langer dan een week na de uiterste indieningsdatum is ontvangen.
Uitstelverzoek: een verzoek om uitstel voor het indienen van een verplicht subsidiedocument.
Artikel2Indieningsvereisten
1.Als een aanvraag om een jaarlijkse subsidie niet voor de uiterste indieningsdatum is ingediend, stelt het college de aanvrager eenmaal in de gelegenheid de aanvraag alsnog in te dienen. Het college stelt daarvoor een uiterste datum voor welke de aanvraag moet zijn ingediend.
Artikel3Uitstelverzoeken
1.Een aanvrager kan eenmalig een uitstelverzoek indienen voor maximaal acht weken. Dit kan schriftelijk of langs elektronische weg.
2.Het college weigert een uitstelverzoek als: dit onbevoegd is ingediend; dit later is ingediend dan 2 weken voor voor de uiterste indieningsdatum tenzij er sprake is van overmacht of zwaarwichtige redenen, in welk geval een kortere termijn dan twee weken aanvaardbaar is; dit naar het oordeel van het college niet is voorzien van een deugdelijke motivering.
3.Het college beslist schriftelijk zo spoedig mogelijk op een uitstelverzoek doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst daarvan.
Artikel4Ontheffing tussenrapportage
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder c van de ASV behoeven subsidieontvangers uit de volgende categorieën geen tussenrapportage in te dienen:
Basissubsidie Amateur Kunst;
Subsidies voor accommodaties;
Subsidies voor wijkorganisaties;
Subsidies lager dan € 10.000,- in welk geval de subsidieverlening en -vaststelling samenvallen.
Artikelsgewijze toelichtingAlgemeenMet het oog op de voortgang van het subsidieproces gelden er nadere regels rond de indiening van subsidiedocumenten. Subsidiedocumenten zijn aanvragen om subsidieverlening of subsidievaststelling, tussentijdse rapportages en eventuele andere verplicht gestelde documenten. Het gaat hier niet zozeer om aanscherping van onze huidige handelwijze maar om verduidelijking en om de codificatie van een al langere tijd gebruikelijke gedragslijn. Het doel is om verduidelijking en uniformiteit van de aanvraag- en verantwoordingsprocedure te bereiken.
Artikel 1
BegripsbepalingenVerplicht subsidiedocumentEen verplicht subsidiedocument is een document dat essentieel is voor het nemen van een deugdelijk subsidiebesluit. Dat zijn een aanvraag om subsidieverlening, een tussentijdse rapportage waarvan de indiening bij verordening, nadere regel of bij beschikking verplicht is gesteld of een aanvraag om subsidievaststelling. Als aan een aanvraag om subsidieverlening een belangrijk onderdeel ontbreekt, zoals een Wnt-verklaring of een activiteitenplan, dan beschouwt het college de indiening als onvolledig. Hetzelfde geldt als aan een aanvraag om subsidievaststelling bijvoorbeeld het activiteitenverslag of de accountantsverklaring ontbreekt. Ook dan beschouwt het college dit subsidiedocument als onvolledig. De bepalingen uit artikel 2 zijn dan van toepassing Tijdige indieningMet de hier gekozen formulering sluiten we aan bij artikel 6:9 Awb. Dit artikel heeft echter betrekking op de indiening van bezwaar- of beroepschriften. Met betrekking tot de tijdige indiening van aanvragen om subsidieverlening of -vaststelling of andere verplichte subsidiedocumenten ontbreken bepalingen in de Awb. De Algemene termijnenwet is van toepassing. Dat houdt in dat een gestelde termijn die eindigt op een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag wordt verlengd tot de eerste dag die geen zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is.
Artikel 2
IndieningsvereistenHet college sluit met de formulering van dit artikel aan bij artikel 6:11 Awb. Als na de herinnering een aanvraag om subsidieverlening niet of te laat wordt ingediend, kan het college besluiten om die aanvraag niet te behandelen Er wordt dan geen subsidie verstrekt.
Analoog hieraan zal het college een subsidieaanvraag niet buiten behandeling stellen vanwege te late indiening als het college van mening is dat de aanvrager redelijkerwijs niet in verzuim is.
Is een verplicht gestelde tussentijdse rapportage of een aanvraag om subsidievaststelling onvolledig ingediend, dan stelt het college de subsidieontvanger eenmaal schriftelijk in de gelegenheid de rapportage en/of de aanvraag om subsidievaststelling aan te vullen en stelt daarbij een uiterste termijn binnen welke de aanvulling in bezit moet zijn van het college.
De onvolledigheid kan een document betreffen, zoals een accountants- of een Wnt-verklaring, maar het kan ook gaan om de vereiste rechtsgeldige ondertekening of een cruciaal onderdeel van de begroting of van een financieel verslag.
Als de gestelde uiterste termijn ongebruikt is verstreken dan zendt het college een brief waarin het verzuim wordt geconstateerd.
Artikel 3
UitstelverzoekenUit de motivering van het uitstelverzoek moet blijken dat een tijdige indiening van een verplicht subsidiedocument voor de subsidieontvanger respectievelijk de subsidieaanvrager onmogelijk is en dat het college op grond van de aangevoerde reden redelijkerwijs niet tot het oordeel kan komen dat de aanvrager in verzuim is Artikel 3 lid 3 - Beslissing op uitstelverzoekenHet college beslist binnen 14 dagen na ontvangst van een uitstelverzoek of dit wordt ingewilligd. Gebeurt dat niet op tijd dan kan de aanvrager het college met een beroep op de Wet dwangsommen bij niet tijdig beslissen in gebreke stellen. Het college heeft dan maximaal 14 dagen de gelegenheid om het besluit alsnog te nemen. Gebeurt dat niet binnen die termijn dan verbeurt het college een dwangsom overeenkomstig artikel 4:17 Awb.
Als het college een uitstelverzoek weigert, handhaaft het college de geldende indieningstermijnen.
Paragraaf 1.2 Risicoprofiel en fonds subsidies gemeente Groningen
Artikel 5Samenwerkingspartner en fonds subsidies gemeente Groningen
Wij stellen tenzij anders overeengekomen geen beperkingen aan de hoogte van de jaarlijkse dotatie anders dan dat deze uitsluitend mogelijk zijn indien het totale beschikbare weerstandsvermogen lager is dan het totaal van het vastgestelde risicoprofiel.
Artikel 6Risicoprofiel en weerstandsvermogen
Het college treedt zo nodig in overleg met de instelling over het aangeleverde risicoprofiel.
Artikel 7Bevoegdheid college en slotbepaling
Paragraaf 1.1 Arbeidsmarktbeleid en maatschappelijke participatie
Artikel1.1Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verstrekken ten behoeve van: activiteiten die gericht zijn op de deelname aan het arbeidsproces dan wel op het verbeteren van de positie op de arbeidsmarkt van werklozen; activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van werkloosheid; overige activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau.
Artikel1.2Bijzonder bepalingen/verplichtingen
1.Een aanvraag om subsidieverlening voor activiteiten waarop ook een beroep is of zal worden gedaan op fondsen van de Europese Unie, is tijdig ingediend indien deze aanvraag vóór 15 november in het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd, is ingediend.
2.Het college kan op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een besluit nemen onder de voorwaarde van subsidieverlening door of vanwege de Europese autoriteit overeenkomstig de betreffende aanvraag.
3.Het college kan in verband met een doelmatige verdeling van het beschikbare budget aan subsidieontvangers met gelijksoortige activiteiten de verplichting opleggen dat zij functioneel samenwerken en hun activiteiten op elkaar afstemmen.
Artikel1.3Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan in aanvulling op artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen een subsidieaanvraag ook weigeren indien: de subsidieontvanger zich blijkens zijn statuten niet dan wel in onvoldoende mate inzet voor de bestrijding van de werkloosheid en/of de bevordering van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau; de activiteiten leiden tot doorkruising van andere werkgelegenheidsbevorderende activiteiten; de activiteiten leiden tot onredelijke concurrentie jegens derden; de activiteiten niet arbeidsmarktrelevant zijn.
Artikel 1.4Subsidieplafond en verdelingsregels
Toelichting bij hoofdstuk 1 Nadere regels subsidies gemeente GroningenParagraaf 1.1 Arbeidsmarktbeleid en maatschappelijke participatieArtikel 1:1 Subsidiabele activiteitenHet gaat in dit artikel hoofdzakelijk om activiteiten die duidelijk ten doel hebben de kansen van langdurig werklozen op de reguliere arbeidsmarkt te vergroten. Het kan hierbij gaan om werk-/leerprojecten maar ook om scholingstrajecten op allerlei niveaus. Uitgangspunt moet zijn dat er uiteindelijk voor de betrokken deelnemers aan de projecten betere kansen ontstaan op de reguliere arbeidsmarkt. Hiernaast kan het gaan om projecten die in het kader van arbeidsinschakeling een bijdrage leveren aan het vergroten van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau.
Artikel 1:2
Bijzondere bepalingen/verplichtingenIn het eerste en tweede lid gaat het in de praktijk om een beroep op het Europees Sociaal Fonds. De gemeente fungeert hierbij als doorgeefluik. De Europese regeling stelt hier als voorwaarde voor de verstrekking van een subsidie dat de gemeente ofwel het te subsidiëren project zelf uitvoert ofwel zich garant stelt voor de goede uitvoering van het te subsidiëren project
Artikel 1:3Aanvullende weigeringsgrondenHet onder a gestelde heeft ten doel te voorkomen dat puur commerciële activiteiten worden gesubsidieerd
Onder b tot en met d worden in dit artikel situaties genoemd waarin subsidieverstrekking overbodig dan wel strijdig is met de doelstelling van werkloosheidsbestrijding. Om aanvragen hierop te kunnen beoordelen zal, indien nodig, extern nader advies worden ingewonnen. Gedacht kan worden aan het UWV voor wat betreft de arbeidsmarktrelevantie en bedrijfsorganisaties (voor de verschillende bedrijfstakken) als het gaat om het aspect van oneerlijke concurrentie.
Paragraaf 1.2Armoedebeleid
Onderstaande Nadere regel is gebaseerd op de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen (ASV).
Artikel1.5Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen aan instellingen die in belangrijke mate en effectief, daar waar nodig op een innoverende wijze, een bijdrage leveren aan het doorbreken van de armoede-overdracht van ouder op kind. Daarnaast kan subsidie worden verleend voor activiteiten die eraan bijdragen dat een bredere doelgroep met een laag inkomen kan meedoen in de samenleving, een betere kwaliteit van leven kan hebben en/of stappen kan zetten naar het voorkomen of oplossen van (dreigende) armoede. Ook kunnen te subsidiëren initiatieven bijdragen aan een betere herkenning van armoede in de samenleving of het doorbreken van het taboe erop.
Artikel1:6Doelgroep
Personen met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm en/of die in traject zijn bij of gebruik maken van de schuldhulpverlening van de Groningse Kredietbank (GKB), te weten: gezinnen met kinderen tot 18 jaar jongvolwassenen tot en met 23 jaar volwassenen zonder kinderen vanaf 24 jaar
Artikel1:7Subsidie per activiteit
De subsidie voor de onder 1. genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.
Artikel1:8Bijzondere bepalingen/verplichtingen
Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten zijn de volgende bepalingen van toepassing: plannen voor activiteiten worden altijd samen met ervaringsdeskundigen gemaakt. Daar waar het gaat om activiteiten voor kinderen worden kinderen én hun ouders betrokken. waar mogelijk is sprake van samenwerking/ coalitievorming/verbinding met andere (maatschappelijke) partijen plaats te vinden, zodat in gezamenlijkheid een groter resultaat bereikt wordt; de activiteiten worden regelmatig geëvalueerd met mensen uit de doelgroep. Daar waar het gaat om activiteiten voor kinderen worden kinderen én hun ouders betrokken. de activiteiten verantwoord zijn in het licht van de benodigde investering (menskracht en geld).
Het project/programma, initiatief of de te subsidiëren aanpak is of draagt zoveel mogelijk bij aan: inzet vanuit de samenleving voor mensen in armoede. een totaal aan activiteiten en voorzieningen die elkaar aanvullen, versterken en/of versnellen. herkenning van armoede binnen de samenleving en de verbinding naar ‘een volgende stap’. laagdrempeligheid en toegankelijkheid door de wijze van bejegening, een zo eenvoudig mogelijke inrichting en het niet botsen met andere projecten of regels. mensgerichtheid en ruimte voor maatwerk. het daadwerkelijk verzachten of wegnemen van barrières zodat de persoon de regie op het leven kan versterken of terugkrijgen. ondersteuning of aandacht die zolang duurt als de persoon dit nodig heeft zodat de persoon niet terugvalt.
Artikel1:9Beoordeling aanvragen
Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag weegt het college, indachtig de volgorde bepaling van de doelgroep, de onder a. tot en met k. genoemde onderdelen afzonderlijk dan wel in onderlinge samenhang beschouwd en de mate waarin de verschillende aanvragen invulling geven aan bedoelde activiteiten en geeft uitsluitsel daarover, die kan luiden:
Komt in aanmerking voor subsidieverlening.
Komt eerst niet aanmerking voor subsidie, wordt in gelegenheid gesteld om aanvraag aan te vullen.
Komt niet in aanmerking voor subsidie omdat door andere aanbieders voldoende wordt voorzien in de geboden activiteiten.
Voldoet niet of onvoldoende aan de gestelde voorwaarden, komt niet in aanmerking voor subsidieverlening.
Het college kan op grond van individuele en bijzondere omstandigheden hiervan afwijken.
Artikel1.10Weigeringsgronden
Het college weigert een aanvraag als de voorgenomen activiteit(en) van de aanvragende instelling niet toegankelijk is voor de gehele doelgroep; het gaat om leer-werktrajecten; het gaat om re-integratietrajecten; de activiteiten voor volwassenen niet kortdurend zijn.
Aanvragen die niet tijdig zijn binnengekomen volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen (ASV) worden geweigerd.
Artikel1.11Subsidieplafond en verdelingsregels
Voor de subsidiabele activiteiten in het kader van armoedebeleid wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld. Ingeval de toegelaten instellingen (die aan de voorwaarden voldoen) gezamenlijk meer subsidie aanvragen dan er aan budget beschikbaar is, wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de subsidieaanvraag.
Paragraaf1.3Subsidieregeling voormalige vergoeding ouderbijdrage schoolfonds
Artikel1.12Begripsbepalingen
Schoolbestuur: Het eindverantwoordelijke orgaan voor de beslissingen die in verband met de school worden genomen over het onderwijs.
Vrijwillige ouderbijdrage: een vrijwillige financiële bijdrage van ouders aan de school van hun kind. Het schoolbestuur stelt vast hoe hoog deze bijdrage is. Het schoolbestuur bepaalt ook waaraan de school de ouderbijdrage besteedt. Het geld wordt gebruikt voor activiteiten of materialen die niet bij het verplichte lesprogramma horen.
Artikel1.13Doel van de regeling
Het doel van de regeling is dat scholen (bekostiging gaat via de schoolbesturen) financieel tegemoet gekomen kunnen worden ter voorziening in de kosten van de zogeheten ontbrekende vrijwillige ouderbijdragen die ouders doorgaans betalen ten behoeve voor het schoolfonds voor hun kind die onderwijs volgt bij een onderwijsinstelling. Een en ander is erop gericht dat kinderen in die schooljaargang kunnen blijven meedoen aan diverse door de school te organiseren activiteiten, zoals onder meer geformuleerd in de desbetreffende bepalingen van de onderwijswetten (vgl. o.a. artikel 13 lid 1 onder e van Wet op Primair onderwijs en 24a lid 1 onder d Wet op het Voortgezet onderwijs).
Tot en met schooljaar 2020/2021 kende de gemeente de Beleidsregels vergoeding ouderbijdrage Schoolfonds (VOS) op basis waarvan ouders met een minimum inkomen een vergoeding konden krijgen voor de betaling van de vrijwillige eigen bijdrage. Nieuwe wetgeving heeft bepaald dat kinderen van ouders niet mogen worden uitgesloten van activiteiten als de vrijwillige ouderbijdrage door de ouder niet wordt of kan worden betaald. De VOS is ingetrokken zodat individuele ouderaanvragen niet meer mogelijk zijn. De beschikbare middelen die aan onderhavige subsidieregeling zijn verbonden dienen als vervanging. De bedoelde gelden kunnen als subsidie worden verstrekt aan de verschillende schoolbesturen, waarbij verdeling en toedeling plaats vindt op basis van historische gegevens over de jaren 2017-2019, zoals die bij de gemeente bekend zijn.
Artikel1.14Doelgroep
Schoolbesturen waaronder de verschillende scholen vallen; de scholen zelf kunnen geen subsidie aanvragen of rechtstreeks ontvangen.
Artikel1.15Subsidiabele kosten
Het moet gaan om de inzet van middelen die zijn bedoeld (uit zogeheten categorie 4) voor extra activiteiten buiten het verplichte onderwijsprogramma, georganiseerd door het bevoegd gezag, waaronder: excursies, introductiekamp, kerstviering, bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining en langdurige extra-curriculaire activiteiten zoals tweetalig onderwijs.
Artikel1.16Subsidievoorwaarden
1.Ingeval van subsidietoekenning is het schoolbestuur gehouden om de ontvangen subsidie te verdelen onder hun scholen, een en ander als vervanging van de Vos-gelden.
2.De besturen verdelen de gelden onder hun scholen op basis van de historische gegevens.
3.In de verantwoordingsinformatie in verband met de subsidievaststelling geeft het bestuur naast de algemene verantwoordingsvoorwaarden van de ASV aan welke scholen hoeveel middelen dat jaar hebben ontvangen.
Artikel1.17Aanvraagprocedure en besluitvorming
1.Aanvragen dienen tijdig conform de ASV te worden ingediend.
2.Schoolbesturen die reeds een subsidierelatie hebben uit andere hoofde, kunnen daarin de aanvraag samenvoegen, mits apart benoemd.
3.Voor het kalenderjaar 2022 kunnen aanvragen worden ingediend van 1 januari tot 1 maart 2022. Voor de kalenderjaren daarna geldt de aanvraagtermijn zoals vermeld in artikel 7 van de ASV.
4.Beoordeling van de aanvraag en toekenning van subsidie aan het schoolbestuur vindt plaats op basis van historische gegevens, zoals deze in de periode 2017-2019 onder de toepassing van de VOS door de gemeente zijn verzameld.
5.Ingeval van toekenning zal dat percentage en bijbehorend bedrag in de subsidie-verleningsbeschikking worden vermeld.
Artikel1.18Subsidieplafond
1.Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 142.500,-.
2.Voor aanvragers die niet in de historische gegevens zoals vermeld in voorgaand artikel zijn opgenomen is een bedrag van € 7.550,- beschikbaar.
3.Mocht het totaal van de subsidieaanvragen hoger zijn dan het subsidieplafond, wordt eerst beoordeeld op basis van de historische gegevens, zoals die bij de gemeente bekend zijn, en daarna op volgorde van binnenkomst.
Artikel1:19Bevoegdheid college
Het college kan in verband met bijzondere omstandigheden afwijken van voorgaande bepalingen.
Hoofdstuk2Economie en werkgelegenheid
Paragraaf 2.1Maatwerkadvies mkb
Artikel2.1begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen:
Mkb onderneming: een natuurlijke persoon of een onderneming met rechtspersoonlijkheid die maximaal 250 medewerkers in loondienst heeft.
Artikel 2.2Doel
De subsidieregeling maatwerkadvies mkb heeft als doel om mkb ondernemingsactiviteiten op het gebied van bedrijfsontwikkeling, innovatie, strategisch HRM, impact ondernemen en digitalisering te stimuleren.
Artikel2.3Doelgroep
Artikel2.4Subsidiabele activiteiten
Search Engine Optimization en Search Engine Advertising;
Webhostingkosten; kosten van uren van eigen werknemers; kosten die niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden; kosten die reeds worden gefinancierd met andere subsidie(s).
Artikel2.5Subsidie per activiteit
Artikel2.6Procedurele bepalingen
Artikel2.7Bijzondere bepalingen/verplichtingen
De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; uiterlijk binnen 3 maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen 12 maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden.
Artikel2.8Aanvullende weigeringsgronden
Artikel2.9Subsidieplafond en verdeelregels
Paragraaf 2.2Energiebesparing mkb
Artikel2:10Begripsbepaling
In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen:
Mkb-onderneming: een natuurlijke persoon of een onderneming met rechtspersoonlijkheid die maximaal 250 medewerkers in loondienst heeft.
Artikel 2:11Doel
De subsidie op grond van deze paragraaf (Energiebesparing mkb) heeft als doel om mkb-ondernemingen minder energie te laten verbruiken.
Artikel 2:12Doelgroep
Artikel 2:13Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie op grond van deze paragraaf verstrekken voor:
Het aanschaffen van energiebesparende producten of het gebruik maken van een door de gemeente aangewezen dienstverlenende partij om op het vestigingsadres van de mkb-onderneming kleine energiebesparende maatregelen uit te voeren.
Artikel 2:14Subsidie per activiteit
Artikel2:15Procedurele bepalingen
Artikel 2:16Bijzondere bepalingen/verplichtingen
Artikel2:17Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 9 ASV, weigert het college de subsidie indien: de aanvraag, of de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, niet in overeenstemming is met het bepaalde in deze paragraaf; er al eerder subsidie is verleend voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf in 2023 of 2024; de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet gelegen is in de gemeente Groningen; de aanvraag geen mkb-onderneming betreft.
Artikel 2:18Subsidieplafond en verdeelregels
Paragraaf 2.3 Specialistisch Energie Advies Bedrijven
Artikel2.19Begripsbepaling
In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen:
Bedrijf: een actieve onderneming met rechtspersoonlijkheid welke ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
Artikel2.20Doel
De subsidie als bedoeld in deze paragraaf heeft als doel om bedrijven binnen de gemeente Groningen (financieel) inzicht te geven in de haalbaarheid van CO2 beperkende maatregelen door bij te dragen in de kosten van specifieke onderzoeken. De focus ligt daarbij op het MKB. Het gaat hierbij om maatregelen die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente en niet genoemd worden in de Erkende Maatregelen Lijst (EML) zoals gepubliceerd in de Staatscourant op 8 juni 2023.
Artikel 2.21Doelgroep
2.Subsidie op grond van deze paragraaf dient ten goede te komen aan 1 (één) vestiging van een bedrijf dat fysiek gevestigd is in de gemeente Groningen.
Artikel 2.22Subsidiabele activiteiten
Artikel 2.23Subsidie per activiteit
2.Subsidies onder de € 1000,- worden niet verstrekt.
Artikel 2.24Procedurele bepalingen
4.De subsidie wordt tot en met een bedrag van € 5000,- direct vastgesteld. Subsidies hoger dan € 5000,- worden vastgesteld na overlegging van een factuur.
Artikel 2.25Bijzondere bepalingen/verplichtingen
De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; het onderzoek dient uitgevoerd te worden door een partij gevestigd in Friesland, Groningen of Drenthe. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van de gemeente. uiterlijk binnen drie maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen twaalf maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden.
Artikel 2.26Aanvullende weigeringsgronden
Artikel 2.27Subsidieplafond en verdeelregels
2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare (deel)budget, dan wordt dat (deel)budget over de op tijd ingediende en complete aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst.
Paragraaf 2.4 Subsidieregeling energiezuinig en duurzaam warm buiten zitten horeca
Artikel 2:28 begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen:
De-minimisverordening: de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013; erkende installateur: vakbekwame installateur die is aangesloten bij de branchevereniging Techniek Nederland dan wel een andere branchevereniging; horecaonderneming: onderneming die volgens de registratie bij de Kamer van Koophandel valt onder een van de volgende SBl-codes:
55.10.1 Hotel-restaurants;
56.1 Restaurants, cafetaria's en dergelijke;
56.10 Restaurants, cafetaria's en dergelijke en ijssalons;
56.10.1 Restaurants;
56.10.2 Cafetaria's, lunchrooms, snackbars, ijssalons, eetkramen en dergelijke;
56.3 Cafés. warmtekussen: energiezuinige terrasverwarming in de vorm van warmtekussens, die elektrisch opgeladen kunnen worden.
Warmtedeken: energiezuinige terrasverwarming in de vorm van warmtedeken, die elektrisch opgeladen kunnen worden.
Deken: dekens die geschikt zijn om buiten te gebruiken ter vervanging van terrasheaters.
Terrasheater: een terrasverwarmer (op gas of elektriciteit) in een staande of hangende variant, die het lichaam via de lucht verwarmt en niet rechtstreeks.
Artikel 2:29Doel
De subsidie heeft tot doel ondernemers te stimuleren die energiezuinige en duurzame warme terrassen te realiseren en het gebruik van terrasheaters te verminderen.
Artikel 2:30Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan horecaondernemingen die gevestigd ofwel een vestiging hebben in de gemeente Groningen en de subsidie ten behoeve van de vestiging(en) in de gemeente Groningen aanvragen en besteden.
Artikel 2:31Subsidiabele activiteiten
Artikel 2:32Subsidie per activiteit
Artikel 2:33Procedurele bepalingen
Artikel 2:34Bijzondere bepalingen/verplichtingen
De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; uiterlijk binnen 3 maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen 6 maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden; de maatregelen voor een energiezuinig en bestendig duurzaam terras worden gerealiseerd bij de vestiging van de aanvrager in de gemeente Groningen; na de uitgevoerde activiteiten mag er op het terras geen terrasheater meer zijn.
Artikel 2:35Aanvullende weigeringsgronden
Artikel 2:36Subsidieplafond en verdeelregels
Paragraaf 3.1 Voorschoolse educatie
Artikel 3:1Begripsbepalingen
1.
Kwaliteitskader voorschoolse en vroegschoolse voorzieningen in Groningen:
De wettelijke en door gemeente Groningen beschreven bovenwettelijke gemeentelijke eisen vve, onderdeel van het beleidsplan ’Een goede start voor alle jonge kinderen’.
2.
Voorschoolse educatie (ve):
Maatregelen en programma’s gericht op het spelenderwijs stimuleren van de brede (taal-) ontwikkeling van jonge kinderen (2 tot 4 jaar) met als doel de startcondities van kinderen te verbeteren bij hun entree op de basisschool Voorschoolse educatie wordt altijd aangeboden in een groep met enkel kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar.
3.
Vve-programma:
Een sterk programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Dit programma wordt uitgevoerd volgens de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in: de Wet IKK – Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; de Wet OKE – Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie; het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de bovenwettelijke gemeentelijke eisen vve, opgenomen in het Kwaliteitskader voorschoolse en vroegschoolse voorzieningeneducatie gemeente Groningen 2023-2026.
Aan een vve-programma is een ouderprogramma gekoppeld.
4.
Vve-geïndiceerde kinderen:
Kinderen vanaf 2 jaar die door de JGZ geïndiceerd zijn voor vve (vve-geïndiceerde peuter/doelgroeppeuter).
5.
Vve-geregistreerd kindcentrum:
Een kindcentrum dat is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en dus voldoet aan de eisen die voor een dergelijke opneming gelden, en ook geregisterd staat als vve-locatie en daarmee minimaal aan de geldende wettelijke vve-eisen voldoet.
6.
Maximaal uurtarief:
Het maximaal te vergoeden uurtarief dat het rijk hanteert voor de tegemoetkoming in de kosten voor de kinderopvang voor ouders.
7.
Kostprijs:
De kostprijs voor uitvoering van de wettelijke eisen voor de kinderopvang voor een kinderopvangorganisatie, toegespitst op peuters van 2 tot 4 jaar.
8.
Kwaliteitsontwikkeling:
De verdere ontwikkeling van kwaliteit door een organisatie die al voldoet aan de wettelijke vve-eisen en geregistreerd is als vve-locatie, om te voldoen aan de Groningse kwaliteitsnormen, zoals omschreven in het Kwaliteitskader voorschoolse educatie gemeente Groningen 2023-2026.
9.
Ouderbijdrage:
De eigen inkomensafhankelijke bijdrage die ouders/verzorgers aan de voorschoolse instellingen betalen. Deze bijdrage is gebaseerd op het aantal uren voorschoolse educatie dat wordt afgenomen en wordt berekend aan de hand van het maximaal uurtarief en de kinderopvangtoeslagtabel die door het rijk is vastgesteld voor het betreffende jaar.
10.
Kinderopvangtoeslagtabel:
Jaarlijks door het rijk vastgestelde tabel die laat zien hoeveel procent van de kosten de ouder/verzorger vergoed krijgt. Daarbij geldt een maximumtarief per uur en een maximum aantal uren dat men vergoed kan krijgen.
11.
Horizontale peutergroep:
In een horizontale groep zitten kinderen van dezelfde leeftijdscategorie, in dit geval kinderen (peuters) van 2 tot 4 jaar.
12.
Vve-ouderprogramma:
Een programma voor ouders met kinderen van 2 tot 6 jaar die deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie. En waarbij de activiteiten aansluiten bij het vve-programma.
13.
KOT-peuter:
Kind van ouders die een beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de Wet kinderopvang (WKO).
14.
Niet-KOT-peuter:
Kind van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de WKO.
Artikel 3:2Subsidiabele activiteiten
2.Het college kan aan de houder van een vve-geregistreerd kindcentrum subsidie verlenen voor kwaliteitsontwikkeling op het gebied van de (bovenwettelijke) kwaliteitseisen op de volgende gebieden:
Gedifferentieerd opbrengstgericht werken;
Doorgaande ontwikkelingslijn naar het basisonderwijs incl. warme overdracht en digitalisering;
Vroegsignalering en vroeg-interventie in samenwerking met onderwijs (zorg en ondersteuning);
NT2-programma’s gericht op peuters van nieuwkomers.
Daarnaast kan een subsidie aangevraagd worden voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker op basis van het aantal vve-peuters.
Schakelgroep van 3/4-jarigen Verlengde voorschoolse educatie in de zomerperiode
Artikel 3:3Subsidie kindplaatsen voorschoolse educatie
De subsidie voor voorschoolse educatie bestaat uit een bijdrage per uur per geplaatst kind. Hierbij hanteren we de volgende tabel:
Doelgroep Basistarief bekostigd door Rijk of gemeente Ouderbijdrage Doelgroeppeuters van wie ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door gemeente Ouderbijdrage over 8 uur Doelgroeppeuters met ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur, waarvan 8 uur bekostigd door gemeente en 8 uur door Rijk Ouderbijdrage over 8 uur Niet-doelgroeppeuters met ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door gemeente Ouderbijdrage over 16 uur Niet-doelgroeppeuters met ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door Rijk Ouderbijdrage over 16 uur
Artikel 3:4Bijzondere bepalingen en verplichtingen
Artikel 3:5Rapportage verplichtingen
In aanvulling op artikel 16 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen legt de subsidieontvanger verantwoording af door gebruikmaking van de daartoe beschikbaar gestelde financiële en inhoudelijke formats behorende bij het PvE Optimale ontwikkelingskansen voor ieder kind 2023-2026.
Artikel3:6Weigeringsgronden
De instelling geen geregistreerde vve-locatie heeft.
Er niet gewerkt wordt met horizontale peutergroepen.
Artikel 3:7Subsidieplafond en verdelingsregels
2.Aanvragen worden beoordeeld door een team van deskundigen, bestaande uit ten minste een inhoudelijk beleidsmedewerker en contractmanager van de gemeente Groningen, geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college.
3.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan de subsidieplafonds, dan is de verdeelwijze als volgt: vve-kindplaatsen gaan voor op andere subsidieaanvragen voor voorschoolse educatie; de verdeling van de middelen voor de overige subsidiabele activiteiten vindt plaats naar rato van het aantal vve-geïndiceerde kinderen per locatie, dan wel groep.
5.Eindbeoordeling en advisering ligt bij het team van deskundigen, zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Paragraaf 3.3 Jongerenwerk
(vervallen)
Paragraaf 3.4Opstap, opstapje, instapje (vervallen zijn de artikelen 3:13 tot en met 3:17).f
[Klik hier om het document te downloaden]
Paragraaf 3.5 Cultuureducatie (vervallen zijn de artikelen 3:18 tot en met 3:23).
[Klik hier om het document te downloaden]
Paragraaf 3.6Materiële financiële gelijkstelling onderwijs (vervallen zijn de artikelen 3:24 tot en met 3:29)
[Klik hier om het document te downloaden]
Paragraaf 3.7Kinderactiviteiten
(vervallen)
Paragraaf 3.8Wetenschap & techniek
Artikel 3:35Begripsbepaling
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: a. activiteiten wetenschap & techniek: activiteiten van de in artikel 3:36 genoemde functie, die gericht is op kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 – 18 jaar; b. stedelijk: activiteiten die op een centrale locatie in de stad plaatsvinden en die gericht zijn op kinderen en jongeren uit de gehele stad; c. wijkgericht: activiteiten die op een locatie in de wijk plaatsvinden en die gericht zijn op kinderen en jongeren uit die wijk.
Artikel 3:36Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten wetenschap & techniek in het kader van de volgende functie: het ontdekken en ontwikkelen van talenten op het gebied van wetenschap & techniek.
Artikel 3:37Subsidie per activiteit
De subsidie voor de in artikel 3:36 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.
Artikel 3:38Bijzondere bepalingen/verplichtingen
1.Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten wetenschap & techniek zijn de volgende verplichtingen van toepassing: de activiteiten zijn zowel stedelijk als ook wijkgericht; de activiteiten vinden buiten schooltijd plaats.
2.Met betrekking tot de subsidieaanvraag zijn de volgende bepalingen van toepassing: de subsidieaanvraag moet zijn voorzien van een activiteitenaanbod, onderscheiden in: laagdrempelige inloopactiviteiten, cursorische activiteiten, evenementen en projecten; naar stedelijke en wijkgerichte activiteiten. een inschatting van het aantal te bereiken kinderen/jongeren per onderscheiden activiteit; een plan van aanpak voor samenwerking met andere relevante partijen; een plan van aanpak voor het realiseren van cofinanciering vanuit het rijk, de provincie, het bedrijfsleven, fondsen, eigen inkomsten e.d.; een plan van aanpak voor scholing voor vrijwilligers.
Artikel 3:39Subsidieplafond en verdelingsregels
1.Voor de in artikel 3:36 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.
2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze verdeeld over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen die het beste voldoen aan artikel 3:36 en 3:38.
Toelichting
Artikel 3:36
De activiteiten zijn gericht op leren ontwerpen, onderzoeken en ontdekken en het stimuleren van nieuwsgierigheid, creativiteit en oplossend vermogen.
De activiteiten stimuleren de belangstelling voor wetenschap & techniek op jonge leeftijd met als doel dat meer jeugdigen op latere leeftijd kiezen voor een technische opleiding.
Artikel 3:38lid 1 onder a.
De activiteiten vinden zowel stedelijk als wijkgericht plaats, maar de nadruk dient te liggen op wijkgerichte activiteiten. Het aantal kinderen dat aan de activiteiten meedoet, is daarbij maatgevend.
Artikel 3:38lid 2 onder c.
Onder andere relevante partijen worden bijvoorbeeld Kunstencentrum groep, Science Center Noord, SKSG, MJD en het bedrijfsleven verstaan.
Artikel 3:39lid 2 onder b.
Welke subsidieaanvragen het beste voldoen wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: het ontdekken en ontwikkelen van talenten op het gebied van wetenschap & techniek (artikel 3:36); het realiseren van activiteiten in de wijken (artikel 3:38 lid 1 onder a.); samenwerking met relevante partijen (artikel 3:38 lid 2 onder c.); het realiseren van cofinanciering (artikel 3:38 lid 2 onder d.), in de volgorde waarin de criteria genoemd zijn.
Paragraaf 3.9Sport- en spelcontainers
(vervallen)
Paragraaf 3.10Schakelgroepen jonge kinderen
Artikel 3:45Begripsbepaling
Artikel 3:45Begripsbepaling
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: a. schakelgroepen jonge kinderen i. in een schakelgroep wordt intensieve en uitgebreide taalstimulering aangeboden, uitgevoerd door een extra leerkracht (VVE gekwalificeerd) en gekoppeld aan een breed erkend VVE programma dat tevens wordt uitgevoerd in de reguliere groep; ii. een schakelgroep kan binnen of buiten de reguliere groep worden vormgegeven; b. doelgroepkinderen kinderen in de groepen 1 tot en met 3 waarvan de ouders een laag opleidingsniveau hebben conform de gewichtenregeling of kinderen die opgroeien in een niet stimulerende taalrijke thuisomgeving; c.
VVE programma een erkend voorschools programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 7 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. d. ouderprogramma programma bedoeld om ouders te ondersteunen bij de ontwikkelingsstimulering van hun kind. Dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut.
Artikel 3:46Subsidiabele activiteiten
Het college kan aan een schoolbestuur subsidie verlenen voor het organiseren van schakelgroepen met als doel achterstanden op basisvaardigheden zoals taal en rekenen te voorkomen en de leerwinst van doelgroepkinderen die hebben deelgenomen aan een schakelgroep te verhogen.
Artikel 3:47Bijzondere bepalingen/verplichtingen
Artikel 3:48Subsidieplafond en verdelingsregels
Toelichting De VVE groepen/schakelgroepen voldoen aan de kwaliteitseisen voor VVE die de onderwijsinspectie heeft gesteld. Instellingen die subsidie ontvangen werken aan de punten die uit de VVE bestandsopname als verbeterpunten naar voren zijn gekomen. In de Bestuursafspraken G4/G33-Rijk Effectief benutten van vve en extra leertijd voor jonge kinderen zijn hierover aanvullende afspraken gemaakt.
Artikel 3:45 onder bDe indicatie vindt in de voorschoolse leeftijd plaats via het consultatiebureau. Het gaat hierbij om kinderen in de groepen 1 tot en met 3 van wie de ouders een laag opleidingsniveau hebben, conform de gewichtenregeling of kinderen die opgroeien in een niet stimulerende taalrijke thuisomgeving.
Artikel 3:45 onder cDit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut.
Artikel 3:46
Een schakelgroep bestaat uit gemiddeld 10kinderen met een minimum van 8 en een maximum van 12. Voor een lager aantal kinderen wordt een lager bedrag gesubsidieerd. Voor een hoger aantal kinderen geldt het maximaal aan te vragen bedrag
Artikel 3:47De schakelgroepen worden zoveel mogelijk uitgevoerd in aansluiting op en in doorgaande lijn met een voorschoolse VVE programma
Toelichting
Paragraaf 3.11Schakelgroepen nieuwkomers
Artikel 3:50Begripsbepaling
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: schakelgroepen: in een schakelgroep wordt tijdelijk intensieve taalondersteuning geboden aan kinderen die de Nederlandse taal niet of nauwelijks spreken doelgroepkinderen: kinderen vanaf 6 jaar die de Nederlandse taal niet spreken en bij de instroom in de schakelgroep korter dan 1 jaar in Nederland verblijven (nieuwkomers).
Artikel 3:51Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen voor het tot stand brengen van vier schakelgroepen op vier locaties (inclusief de coördinatie hiervan) en het lesgeven van de Nederlandse taal aan doelgroepkinderen met als doel door te stromen in het reguliere onderwijs.
Artikel 3:52Subsidie per activiteit
De subsidie voor de in artikel 3:51 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 40.000 per groep.
Artikel 3:53Bijzondere bepalingen/verplichtingen
1.Met betrekking tot de inhoud van de schakelgroepen nieuwkomers zijn de volgende verplichtingen van toepassing: het programma voor de schakelgroepen voor nieuwkomers sluit zodanig aan op het regulier onderwijsprogramma dat doelgroepkinderen kunnen doorstromen; nieuwkomers nemen maximaal 1,5 jaar deel aan een schakelgroep voor nieuwkomers en stromen vervolgens door naar een reguliere (buurt) school; deelnemende scholen registreren het aantal kinderen dat heeft deelgenomen aan de schakelgroep en doorstroomt in het reguliere basisonderwijs.
2.De subsidieaanvraag moet zijn voorzien van: de eigen bijdrage van het schoolbestuur aan de schakelgroep voor nieuwkomers; een indicatie van het aantal doelgroepkinderen; het aantal schakelgroepen.
Artikel 3:54Subsidieplafond en verdelingsregels
1.Voor de in artikel 3:51 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.
2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen.
Indien het totaal van de geldige vervolgaanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan worden de aanvragen naar rato toegekend;
Indien na het toekennen van de vervolgaanvragen het subsidieplafond nog niet bereikt is, dan worden de resterende aanvragen naar rato toegekend.
Paragraaf 3.12Rebound (vervallen zijn de artikelen 3:55 tot en met 3:59)
Paragraaf 3.13Jeugdhulp
Artikel 3:60Begripsbepalingen
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:
Collectieve jeugdhulp in het onderwijs: collectief aangeboden ondersteuning op school gericht op leerlingen met ondersteunings- en zorgvragen, zodat zij in staat worden gesteld om optimaal gebruik te maken van het hen geboden onderwijs, en zo ondersteund worden dat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen hun eigen mogelijkheden. Deze ondersteuning is toegankelijk zonder zorgtoewijzing.
Artikel 3:61Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen voor collectieve jeugdhulp in het onderwijs.
Artikel 3:62Bijzondere bepalingen en verplichtingen
Met betrekking tot de in houd van de collectieve jeugdhulp in het onderwijs zijn de volgende aanvullende bepalingen van toepassing: collectieve jeugdhulp in het onderwijs vindt plaats in het kader van de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs en is aanvullend op (collectieve) ondersteuning die het onderwijs zelf biedt in het kader van Passend onderwijs; collectieve jeugdhulp in het onderwijs vervangt (een deel van) de individuele jeugdhulp in school waarvoor individuele leerlingen in het kader van de Jeugdwet en op basis van een individuele zorgtoewijzing voor in aanmerking zouden komen; de inzet van collectieve jeugdhulp in het onderwijs vindt altijd plaats in overleg met de gemeente Groningen; de hulp voldoet tenminste aan de kwaliteitseisen van de Jeugdwet en de AVG; de meldcode kindermishandeling wordt gehanteerd; de onderwijsinstelling en de jeugdhulpaanbieder zijn aangesloten bij de verwijsindex Zorg voor Jeugd Groningen.
Artikel 3:63Subsidieplafond en verdelingsregels
Paragraaf 3.14Ondersteuning Schoolbibliotheek
(vervallen)
Paragraaf 3.15Leerlingbegeleiding
(vervallen)
Paragraaf 3.16School Maatschappelijk Werk
(vervallen)
Paragraaf 3.17Vensterscholen
Artikel 3:78Begripsbepaling
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:
Vensterschool:
Een samenwerkingsverband van onderwijs en kinderopvang, dat zich richt op de ontwikkeling van kinderen vanuit een gezamenlijk pedagogisch fundament.
Schoolbestuur:
Het bestuur/bevoegd gezag van een Vensterschool.
Positief opgroeien:
Het streven van de gemeente Groningen waarbij kinderen, samen met hun ouders, gezond, veilig en kansrijk opgroeien in een stimulerende – bij voorkeur eigen – omgeving, waarin kinderen alle kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen, actief mee te doen en hun stem te laten horen.
Vensterschool 3.0:
Een in de gemeente Groningen gevestigde school, die een intensieve en vergaande samenwerking heeft met partners in de wijk. Een vensterschool is een pedagogische (inclusieve) voorziening georganiseerd rond de ontwikkelbehoefte van kinderen. Waarin ouders mee doen, mee praten en beslissen en kinderen een stem hebben.
Artikel 3:79Doelgroep
Subsidie kan uitsluitend aangevraagd worden door Schoolbesturen. Schoolbesturen kunnen op basis van een Plan van Aanpak Vensterschool 3.0, mogelijk verwerkt in een wijkplan of als onderdeel van hun schoolplan een subsidieaanvraag doen. Daarbij geldt dat: meerdere partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van het Plan van Aanpak; de te subsidiëren activiteiten dragen bij aan het realiseren van de ambitie van Positief Opgroeien.
Artikel 3:80Subsidiabele activiteiten
Het college kan voor de volgende activiteiten subsidie verstrekken:
De doorontwikkeling naar de vorming van Vensterschool 3.0, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:82 lid 1.
Activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van talentontwikkeling en voorkomen van segregatie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:82 lid 2.
Artikel 3:81Subsidie per activiteit
1.De subsidie voor de in artikel 3:80 genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 15.000,- per Vensterschool.
2.Het college kan in bijzondere gevallen, ter beoordeling van het college, ten gunste van de aanvrager afwijken van de het maximum genoemd in het eerste lid.
Artikel3:82Bijzondere bepalingen/verplichtingen
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: tijdelijke extra personele inzet op locatie; tijdelijke inhuur van specifieke externe deskundigheid; deskundigheidsbevordering en gezamenlijke studiedagen van personeel in relatie tot de doorontwikkeling van Vensterschool 3.0.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient sprake te zijn van scholen met een achterstandsscore, conform de gegevens van het CBS en DUO, waarin wordt gewerkt aan tenminste 2 van de volgende resultaten, waarbij uitwerking wordt gegeven in een eigen specifieke plan:
De samenwerkende kernpartners school en kinderopvang en waar mogelijk de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en WIJ-team werken volgens een gezamenlijke pedagogisch en educatieve visie;
De medewerkers van school en kinderopvang werken vanuit één aansturing als één team samen met elkaar en met andere partijen en maken optimaal gebruik van elkaars expertise;
De samenwerkende partners; school, kinderopvang, JGZ, WIJ-team en andere partijen stemmen inhoudelijk en organisatorisch programma’s en activiteiten op elkaar af zodat doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen (incl. daar waar nodig passende ondersteuning) ontstaan en zij dagarrangementen kunnen realiseren voor ouders die dat willen en kinderen die extra naschools aanbod nodig hebben;
De samenwerkende partners onderwijs, kinderopvang, JGZ en WIJ-team realiseren een gezamenlijke ondersteuningsstructuur en werken samen aan het realiseren van voorwaarden die maken dat alle kinderen optimaal kunnen profiteren van het geboden onderwijs;
De samenwerkende partners (school, kinderopvang en waar mogelijk de JGZ en WIJ-team) realiseren een gezamenlijke ouderbeleid.
Het ontdekken en ontwikkelen van diverse talenten van kinderen;
Het opdoen van nieuwe, bredere of verdiepende kennis of ervaring door kinderen;
Versterking van studievaardigheden van kinderen;
Het als school en kinderopvang, samen met betrokken partners in de wijk, actief bijdragen aan het ontwikkelen en borgen van een dekkend talentvol en ontdekkend aanbod voor kinderen van 0 -13 jaar, passend bij de wensen in de wijk, met als doel om de ambities van Positief Opgroeien te realiseren, bij voorkeur in de wijken waar wij als gemeente Positief Opgroeien stimuleren (Selwerd/Paddepoel/Tuinwijk, Lewenborg, Beijum, de Korrewegwijk en De Wijert).
Artikel 3:83Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan subsidie weigeren indien niet of onvoldoende voldaan wordt aan de bepalingen van artikel 3:82.
Artikel 3:84Subsidieplafond en verdelingsregels
1.Voor het totaal van de in artikel 3:80 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.
2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt:
De Vensterschool met een hoger aantal leerlingen met (een risico op) een onderwijsachterstand heeft voorrang boven een Vensterschool met een lager aantal leerlingen met (een risico op) een onderwijsachterstand. De achterstandsscore wordt berekend door DUO en CBS.
Paragraaf3.18Tijdelijke regeling jongeren activiteiten COVID-19 [vervallen] Paragraaf3.19Subsidieregeling Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (JENN) [vervallen]
Paragraaf 3.20 Subsidieregeling taalhuizen arbeidsmarktregio Groningen
Artikel 3:103Afkortingen en begripsomschrijvingen
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Taalhuis: een herkenbare, fysieke plek die als ontmoetingsruimte van de wijk, het dorp of de stad fungeert waar iedereen terecht kan die aan de slag wil met basisvaardigheden als lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden. Daarnaast is het een helpdesk voor taalvrijwilligers. Het doel is een laagdrempelige voorziening te creëren ter bestrijding van laaggeletterdheid.
Contactgemeente: gemeente Groningen.
Arbeidsmarktregio Groningen: omvat de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Tynaarlo, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde.
Artikel 3:104Doelstelling
De subsidie heeft tot doel het opzetten, uitvoeren en realiseren van non-formele educatie zoals is vastgelegd in het beleidsplan en de WEB, middels het opzetten van taalhuizen, werven en trainen van vrijwilligers, aanschaf en onderhoud lesmateriaal en het aangaan van samenwerkingsverbanden met uitvoerders. Met als uiteindelijke doel het creëren van een laagdrempelige voorziening ter bestrijding van laaggeletterdheid.
Artikel 3:105Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verstrekken voor het opzetten en in standhouden van taalhuizen in de arbeidsmarktregio.
Artikel 3:106Voorwaarden
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de aanvrager onderdeel uit te maken van reeds bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden inzake bibliotheek- en welzijnsactiviteiten, een en ander in samenhang met de werving, binding en training/begeleiding van (taal)vrijwilligers en tevens te voldoen aan het hetgeen (aanvullend) is op genomen in een Programma van eisen dienaangaande.
Artikel 3:107Aanvraag
Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend voor 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Aanvraag dient te bestaan uit een beschrijving en begroting van de activiteiten.
Artikel 3:108Beoordeling subsidieaanvraag
Binnen 8 weken wordt de subsidieaanvraag beoordeeld. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden in hoeverre tegemoet wordt gekomen aan de eisen van de reeds bestaande infrastructuur rond het fenomeen taalhuizen in de arbeidsmarktregio.
Artikel 3:109Subsidieplafond en verdelingsregels
Voor het subsidiëren van de activiteiten als bedoeld in deze regeling is een kwart van het bedrag beschikbaar dat jaarlijks door het ministerie van OCW voor de WEB wordt verstrekt. Dit bedrag, een kwart van het educatiebudget, is tevens het subsidieplafond.
Artikel 3:110Duur en inwerkingtreding
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
Paragraaf 3.21 Tijdelijke vervolg-regeling jongeren activiteiten COVID-19
Artikel3:111Begripsbepalingen
[vervallen]
Artikel3:112Doel van de regeling
[vervallen]
Artikel3:113Doelgroep
[vervallen]
Artikel3:114Subsidiabele kosten
[vervallen]
Artikel3:115Aanvraagprocedure
[vervallen]
Artikel 3:116Subsidieplafond en verdeelregel
[vervallen]
Artikel 3:117Bevoegdheid college
[vervallen]
Artikel 3:118Tijdelijke nadere regel
[vervallen]
Paragraaf 3.22 Subsidieregeling regie- en beheerfunctie GRONG
Artikel 3:119Doel van de regeling
Het doel van de regeling is naast het bieden van een (aanvullend) aanbod voor jongeren van 12-27 jaar, om de gevolgen van de coronamaatregelen voor hun mentale en fysieke gezondheid te verminderen, de website GRONG.nl verder uit te bouwen als instrument voor jongerenparticipatie in de gemeente Groningen.
Artikel 3:120Subsidiabele kosten
Artikel 3:121Aanvraagprocedure
Artikel 3:122Subsidieplafond
Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 100.000,-.
Paragraaf 3.23 Subsidieregels Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (JENN)
Artikel3:123Begripsbepalingen
Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (verder genoemd: JENN) Het JENN heeft drie verschillende functies:
Consultatie en advies Organiseren van hulp Kennis- en leerfunctie Deze functies zijn beschreven en toegelicht in de kamerbrief van 17 juni 2020 VWS kenmerk 1700326-20496. Zie ook: https://jennoord.nl
Artikel3:124Doel van de subsidieregeling
De gemeente Groningen is voor de jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe in de ‘Regeling specifieke uitkering opzet expertisecentra jeugdhulp 2020’ aangewezen als coördinerend gemeente voor de opzet en realisatie van het bovenregionale jeugdexpertisenetwerk. Deze subsidieregeling stimuleert initiatieven en (bovenregionale) expertise netwerken in Noord- Nederland zodat aan jongeren en gezinnen die kampen met zeer complexe en meervoudige hulpvragen, waarvoor binnen de bestaande mogelijkheden/zorginfrastructuur geen passende oplossing voorhanden is, adequaat en op maat (domein overstijgende) hulp en ondersteuning kan worden gegeven.
De subsidieregeling is aanvullend op al lopende initiatieven, in het verlengde van en als aanvulling op de gemeentelijke zorgplicht uit de Jeugdwet en als uitwerking van bovengenoemde kamerbrief.
Om invulling te geven aan de doelstelling van het netwerk, welke bijdragen aan de ambities ‘geen kinderen tussen wal en schip: 0 zoekende jeugdigen, ouders en professionals met een vraag naar expertise en passende zorg’ worden middelen verstrekt aan initiatieven die vallen binnen de functies van het JENN Voor de functie ‘Consultatie en advies’ worden er zogeheten impulsgelden voor de organisatie, instandhouding en doorontwikkeling van de regionale expertteams in de drie Jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe beschikbaar gesteld.
Als bovenregionaal netwerk sluit het JENN zoveel mogelijk aan bij de bestaande infrastructuur en de verstevigt daartoe verbinding. Daarom is de opdracht van het JENN, waar het gaat om individuele casuïstiek in Noord-Nederland, belegd bij de regionale expertteams. De beschikbare middelen zijn gericht op de verdere ondersteuning, facilitering en doorontwikkeling van de regionale expertteams.
Bij de functie ‘Organiseren van hulp’, gaat het om een financiële bijdrage in de (ontwikkel-, onderzoeks- en pilot) kosten van een initiatief dat bijdraagt aan de doelstellingen van het netwerk. Een initiatief kan zijn een nieuwe of innovatieve voorziening/dienst voor jeugdigen met een complexe hulpvraag.
Bij de ‘Kennis- en leerfunctie’ gaat het om financiële ondersteuning voor initiatieven die bijdragen aan het ontwikkelen (bijvoorbeeld onderzoek of monitoring), delen of het toepassen van kennis. Dit alles in het licht van de doelstelling van het JENN.
In bepaalde gevallen kan het mogelijk en wenselijk zijn om complexe programma’s/initiatieven die naar verwachting een langere doorlooptijd kennen intentioneel te subsidiëren voor meerdere jaren (max. T+3). Basis voor de intentionele subsidieverlening is een meerjarig activiteitenplan en begroting waarin ook de jaarlijkse activiteiten en daarbij behorende noodzakelijke kosten zijn opgenomen. Subsidieverstrekking vindt dan intentioneel plaats voor de gehele periode met verlening op jaarbasis. De jaarlijkse tussenrapportages kunnen, na akkoord, fungeren als subsidieaanvraag voor het volgende jaar. Definitieve vaststelling van dergelijke subsidieverlening vindt plaats na afronding van de activiteiten in een later te bepalen kalenderjaar (max. T+3).
Artikel3:125Doelgroep
Jongeren tot 23 jaar met weinig voorkomende ernstige psychiatrische en anderszins complexe problematiek voor wie gespecialiseerde hulp nodig is en die nu geen passende zorg krijgen. Zie hiertoe https://jennoord.nl/ onder documenten: ‘doelgroep en knelpunten per doelgroep’.
Het gaat hierbij om passende zorg voor de doelgroep afkomstig uit Drenthe, Friesland en Groningen
Artikel3:126Subsidiabele activiteiten
Artikel3:127Verkenningsfase
Voorafgaand aan de aanvraagprocedure geldt een verkenningsfase. Het JENN beoogt daarmee in samenspraak en afstemming te komen tot een betere onderbouwing van de aanvragen ook gericht op een betere regionale en landelijke aansluiting bij soortgelijke of relevante andere initiatieven. In deze fase gelden de onderstaande voorwaarden als richtsnoer. Als de gezamenlijke conclusie is dat het initiatief bijdraagt aan de ambitie van het JENN en de genoemde aspecten voldoende zijn verkend, nodigt het JENN de indieners uit een aanvraag in te dienen. Het JENN kan ook zelf initiatief nemen voor een verkenning op een thema en oproepen tot specifieke subsidieaanvragen.
Artikel3:128Subsidievoorwaarden
Voor de component doorontwikkeling dient via de jeugdhulpregio jaarlijks een plan en begroting in te worden ingediend. Onderdeel van de jaarlijkse verantwoording is deelname van de regionale expertteamleden aan een JENN-bijeenkomst in verband met de netwerk-, kennis- en leerfunctie. Daarbij wordt aangegeven: wat de door ontwikkelplannen van het betreffende jaar waren; wat is gerealiseerd; wat dit heeft opgeleverd; wat het ontwikkelplan voor het nieuwe jaar is.
Ook wordt verkend of gezamenlijke ontwikkelpunten in bovenregionaal verband opgepakt kunnen worden.
Voor de component organisatie en instandhouding (bemensing regionaal expertteam) dient jaarlijks een begroting en verantwoording van de middelen te worden ingediend. De aanvrager committeert zich aan het volgende: deelname van de voorzitter(s) van het regionale expertteam aan het reguliere voorzittersoverleg van voorzitters regionaal expertteams en projectleider/voorzitter JENN; voor het monitoren van casuïstiek wordt gebruik gemaakt van de landelijk ontwikkelde monitor. Leden van de regionale expertteams dragen daarnaast bij aan het duiden van de uitkomsten van de monitoring; deelname van de voorzitters regionale expertteams aan jaarlijkse actualisatie van de JENN platen en inbreng van de ‘rode draden analyse’ van de regionale expertteams.
Er wordt getoetst op de mate waarin het initiatief impact heeft op de geformuleerde doelstelling ‘Geen kinderen tussen wal en schip: 0 zoekende jeugdigen, ouders en professionals met een vraag naar expertise en passende zorg’ en bijdraagt aan mogelijkheden voor het beter kunnen voorzien in passende zorg voor de doelgroep met multi-complexe hulpvragen.
In de subsidieaanvraag moet worden opgenomen: omschrijving en onderbouwing van het initiatief; een plan van aanpak waarin ook de wijze van monitoring omschreven wordt; een duidelijke omschrijving van de doelgroep en de omvang daarvan het knelpunt in de zorg en waarom huidige aanbod niet in de vraag kan voorzien.
Een duidelijke en concrete beschrijving van de gewenste resultaten of verandering en de haalbaarheid daarvan. De resultaten of veranderingen hebben bij voorkeur een bredere impact dan alleen een effect binnen de eigen instelling.
Inzichtelijk wordt gemaakt: verbinding met andere relevante ontwikkelingen in Noord-Nederland, verbinding met relevante netwerken en ketenpartners in Noord-Nederland en oriëntatie op beschikbare kennis in (Noord) Nederland; alsmede de wijze waarop jongeren en ouders meedenken of anderszins een rol hebben in het initiatief De aanvraag bevat een plan voor de continuïteit en de borging van de opbrengsten/resultaten. In geval het initiatief het starten van nieuw zorgaanbod betreft dit ook uitzicht op structurele financiering. Aannames over vervolg reguliere structurele financiering zijn vooraf getoetst.
Artikel3:129Aanvraag- en beoordelingsprocedure
1.In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de ASV kunnen subsidieaanvragen gerelateerd aan artikel 3:126 onder 2. gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend, echter niet nadat de verkenning zoals genoemd in artikel 3:127 heeft plaatsgevonden.
Artikel3:130Subsidieplafond en verdeelregel
Artikel 3:131Bevoegdheid college
Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van een van bovenstaande bepalingen.
Hoofdstuk4Welzijn, gezondheid en zorg
Paragraaf 4.1Algemeen
Artikel 4:1Begripsbepalingen
Artikel4:2Relevante procedure
(vervallen)
Artikel4:3Subsidie per activiteit
(vervallen)
Artikel4:4Hoogte subsidieplafond in het algemeen
Het subsidieplafond voor activiteiten die gesubsidieerd worden op basis van dit hoofdstuk is gelijk aan de hiervoor in de begroting opgenomen bedragen, tenzij in de betreffende paragraaf daarvan afgeweken wordt.
Paragraaf 4.2 Emancipatie en vrouwenzaken
(vervallen zijn de artikel 4:5 tot en met 4:8)
Paragraaf 4.3 Internationale betrekkingen
Artikel 4.9Begripsbepaling
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: mondiale bewustwording: het verschaffen van inzicht aan de burgers en het stimuleren van activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, democratisering, mensenrechten en duurzame ontwikkeling. De werkzaamheden vinden plaats op basis van wederkerigheid in internationale - en ontwikkelingssamenwerking; [vervallen] [vervallen]
Artikel4:10Subsidiabele activiteiten
1.[vervallen] 2.Het college kan subsidie verlenen voor mondiale bewustwording, te weten: het geven van informatie aan de bevolking van de gemeente Groningen over de problematiek in een land door middel van voorlichting en bewustwordingsactiviteiten; steun aan de opbouw van de democratie van een land; het stimuleren van burgers en overheden om actief mee te werken aan het oplossen van sociaal-economische en maatschappelijke vraagstukken in een land; de uitwisseling van ambtenaren en stages van ambtenaren van de gemeente Groningen en van een land; het werven van fondsen voorzover die zullen worden ingezet in concrete ontwikkelingsprojecten in een land.
Artikel4:11Bijzondere bepalingen/verplichtingen
De ontvanger van subsidie voor mondiale bewustwording is verplicht om de Groningse bevolking te informeren over de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en in zijn werkplan informatie op te nemen over de wijze waarop hij deze verplichting invult.
Artikel4:12Subsidieplafond en verdelingsregels
Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, dan is de verdeling daarvan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; leidt bovenstaande verdeelwijze tot overschrijding van het subsidiebudget dan wordt dat naar evenredigheid over de op tijd ingediende vervolgaanvragen verdeeld.
Resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan wordt dat over de overige aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.
Paragraaf 4.4Diversiteit
Artikel 4:13Begripsbepalingen
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:
Diversiteitsbeleid: beleid gericht op gelijke kansen voor iedere inwoner om op een gelijkwaardige wijze deel te nemen aan de samenleving en zich te kunnen ontwikkelen en ontplooien ongeacht sekse, huidskleur, leeftijd, mate van gezondheid, seksuele voorkeur, religieuze en politieke overtuiging, burgerlijke staat of opleiding. integratie: het proces dat leidt tot zelfredzaamheid van etnisch culturele groepen in de samenleving in economisch, educatief, sociaal en cultureel opzicht; emancipatie: het streven naar gelijke kansen en eerlijke maatschappelijke verhoudingen door het bevorderen van zelfontplooiing, zelfredzaamheid, eigen kracht, veiligheid en weerbaarheid; dialoog: een gesprek tussen meerdere personen of groepen gericht op het vergroten van het wederzijds begrip over thema’s op het gebied van diversiteit, integratie of emancipatie;
Doelstellingen: de doelstellingen in het burgerschap en diversiteitsbeleid met onder meer de resultaatgebieden mensenrechten, antidiscriminatie, vrouwenemancipatie en emancipatie en acceptatie van LHBTI’ers Vrijwilligersorganisatie: organisatie die voor de uitvoering van haar activiteiten geen permanente arbeidsrelatie is aangegaan met degenen die de activiteit(en) ondersteunen en uitvoeren. Wel kan zij voor de uitvoering van activiteiten arbeidsrelaties van beperkte duur aangaan.
Platform voor religie en levensbeschouwing: een samenwerkingsverband van in Groningen aanwezige religies en levensbeschouwingen dat tot doel heeft de onderlinge samenwerking, respect en solidariteit tussen verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen, maar ook tussen burgers algemeen te bevorderen;
Discriminatiemeldpunt: Het Discriminatie Meldpunt Groningen (DMG) is een onafhankelijke en bij of krachtens wet ingestelde organisatie die zich ten doel stelt het voorkomen, signaleren en bestrijden van discriminerende uitingen, gedragingen of regelgeving;
COC Groningen en Drenthe: Een organisatie die de belangen van de Groninger LHBTI-gemeenschap behartigt en activiteiten uitvoert die deze belangen ten goede komen en de sociale acceptatie en zichtbaarheid van LHBTI inwoners vergroten.
Platform LGBT Groningen: Een samenwerkingsverband van in Groningen aanwezige LHBTI-organisaties met tot doel de onderlinge samenwerking tussen deze verschillende groeperingen, maar ook tussen burgers en deze groeperingen te bevorderen en de zichtbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI inwoners te vergroten;
Vrouwencentrum: een interculturele ontmoetingsplek in de gemeente Groningen waar vrouwen, met- en zonder kinderen, met verschillende achtergronden en culturen elkaar ontmoeten en dat is gericht op de bewustwording van de maatschappelijke positie van vrouwen door hen te wijzen op het belang van het kunnen en durven kiezen waar het gaat om de inrichting van het leven binnen bestaande mogelijkheden Zelforganisatie: een rechtspersoon die opgericht en bestuurd wordt door de in Groningen aanwezige niet-westerse etnisch culturele gemeenschappen en die functioneert op basis van inzet vrijwilligers.
Artikel 4:13aDoel van de Subsidieregeling
Deze Subsidieregeling heeft tot doel het bevorderen van activiteiten van Groningse stedelijke vrijwilligersorganisaties/zelforganisaties en maatschappelijke organisaties door ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het Diversiteitsbeleid, waaronder in ieder geval de instellingen genoemd in artikel 4:13 onder 8. tot en met 11.
Artikel 4:13bOntvanger subsidie
3.Natuurlijke personen kunnen alleen als vrijwilliger subsidie aanvragen.
Artikel4:14Relevant procedure
(vervallen)
Artikel4:15Subsidiabele activiteiten
1.Het college kan subsidie verlenen aan een vrijwilligersorganisatie/zelforganisaties, bewonersinitiatieven of een maatschappelijke organisatie als de activiteit gericht is op één of meer van de activiteiten die: dialoog en verbinding tussen groepen bewerkstelligen, opbouw van netwerken en het bespreekbaar maken van de kernwaarden van de democratische staat. ertoe bijdragen dat meer Groningers mensen accepteren die anders zijn dan zijzelf (in afkomst, opleiding, burgerlijke staat, politieke overtuiging, levensbeschouwing of religie, ras, seksuele gerichtheid of sekse) en dat in hun gedrag laten zien; gericht zijn op het opzetten en inrichten van een vrijwilligersorganisatie voor een groep die relevant is voor het diversiteitsbeleid en voor wie nog geen vrijwilligersorganisatie bestaat in de stad, dan wel voor het aantrekken van jongeren binnen een bestaande vrijwilligersorganisatie. gericht zijn op het uitvoeren van inloop en ondersteuningsactiviteiten voor kwetsbare groepen, zoals organisaties voor oudere migranten en organisaties van voormalige vluchtelingen, met een achterban die door taalproblemen de weg naar de reguliere voorzieningen niet kan vinden. ertoe bijdragen dat emancipatie wordt vergroot. het bevorderen van het inburgeringproces, met inachtneming van de eigen identiteit en daarbij behorende behoeften door de zelforganisaties; de samenwerking bevorderen met andere sociaal-maatschappelijke organisaties en instellingen; een bijdrage leveren aan de bewustwording, participatie en integratie van de migrantengroepen in de samenleving en de spreekbuisfunctie c.q. belangenbehartiging voor deze zelforganisaties.
2.Het college kan subsidie verlenen aan de instellingen genoemd in artikel 4:13 onder 8. tot en met 11 voor activiteiten zoals die zijn beschreven in de voor die instellingen van toepassing zijnde Programma’s van Eisen.
3.Het college kan aan een platform voor religie en levensbeschouwing subsidie verlenen voor: activiteiten die zijn gericht op de rol van gespreks- en netwerkpartner van de gemeente en van maatschappelijke organisaties in de gemeente Groningen; het gezamenlijk naar buiten treden met activiteiten ter bevordering van de dialoog tussen de deelnemende religies en levensbeschouwingen en de inwoners van de gemeente Groningen.
Artikel 4:16Subsidie per activiteit
Artikel4:17Bijzondere bepalingen/verplichtingen
1.Een zelforganisatie aan wie een basissubsidie is verleend, is verplicht als gesprekspartner voor het college te fungeren over: algemene zaken die betrekking hebben op onderwerpen op het gebied van diversiteit of integratie; specifieke zaken die betrekking hebben op de achterban van de subsidie-ontvangende zelforganisatie.
2.De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd dient aanvullend te zijn op het activiteitenaanbod op het bestaande activiteitenaanbod van lokale maatschappelijke voorzieningen;
3.Het platform als bedoeld in artikel 4:13 onder 7. is verplicht om deelname toe te staan van vertegenwoordigingen van elke religie of levensbeschouwing die actief in de gemeente Groningen beleden wordt.
10% voor vrijwilligersorganisaties;
30% voor maatschappelijke organisaties.
De aanvrager geeft aan wat de overige financieringsbronnen zijn, en wat de omvang ervan is.
Artikel4:18Aanvullende weigeringgronden
1.Het college weigert aanvragen voor subsidie op het gebied van ontspanning, ontmoeting in eigen kring, politiek, cultuur, sport, religie of levensbeschouwing.
2.De subsidieaanvraag kan geweigerd worden indien de aanvraag betrekking heeft op dezelfde activiteit als het voorgaande jaar.
Artikel4:19Subsidieplafond en verdelingsregels
1.het subsidieplafond voor de op deze paragraaf gebaseerde subsidies is gelijk aan de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen.
2.Het college kan een deel van het beschikbare budget reserveren voor de in artikel 4:15 tweede lid en derde lid genoemde activiteiten.
3.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een subsidie, zoals bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, hoger is dan het hiervoor beschikbare subsidiebudget, worden de aanvragen gehonoreerd die het beste scoren op de onderstaande criteria. Daarbij weegt het eerst genoemde criterium zwaarder dan het tweede, het tweede zwaarder dan het derde enzovoort: inhoudelijke relevantie en impact in relatie tot het diversiteitsbeleid; mate van innovatie; duurzaamheid: in welke mate beklijven de resultaten? samenwerking met anderen; schaalbaarheid: in hoeverre kan het resultaat elders in de gemeente worden toegepast? projectmatige opzet.
Paragraaf 4.5 Algemeen sociaal-cultureel werk
Artikel 4:20Begripsbepalingen
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van de paragrafen 4.5 Algemeen sociaal-cultureel werk tot en met 4.11 Vrijwilligerswerk verstaan onder: accommodatie: een multifunctioneel centrum, een buurtcentrum, een buurtkamer, een dorpshuis, speeltuingebouw of een jongerencentrum zoals bedoeld in de accommodatienota ‘Sociaal-culturele accommodaties, geharmoniseerd’ vastgesteld op 9 september 2020; accommodatiebestuur: het bestuur van een stichting of vereniging die verantwoordelijk is voor beheer en exploitatie van een accommodatie; b.v.o. (bruto vloer oppervlak): de oppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten behorend tot een accommodatie, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen en waarbij geldt dat: indien een binnenruimte aan een andere binnenruimte grenst, wordt gemeten tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie; indien een gebouw gebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, het grondvlak van de scheidingsconstructie volledig wordt toegerekend aan de bruto-vloeroppervlakte van de binnenruimte; indien een binnenruimte grenst aan een schuin dak de bruto-vloeroppervlakte wordt bepaald op 1,5 m hoogte, gemeten tot en met de dakconstructie (dakpan). personeelskosten beheer: totale bruto werkgeverslasten vermeerderd met de kosten van begeleiding, scholing, loopbaanontwikkeling en bevordering van doorgroeimogelijkheden terzake van beheerpersoneel dat in dienst is bij een door het college aangewezen centrale beheerpool. Eventuele specifieke (loonkosten-)subsidies komen op deze kosten in mindering;
MJOP: meerjarenonderhoudsplan, opgesteld volgens richtlijnen van het college voor de betreffende accommodatie; marktconform tarief: het tarief dat accommodatiebesturen voor de commerciële verhuur van accommodatieruimten in rekening brengen; gereduceerd tarief: maximaal 50% van het marktconforme tarief, waarbij het college aan de berekening van dit tarief nadere regels kan stellen;
Multifunctioneel centrum: een grote accommodatie, met een belangrijke functie voor een wijk/gebied, met ruime openingstijden. Het heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een groot voorzieningengebied en werkt samen met (indien aanwezig) de buurtcentra en de buurtkamers in de wijk;
Buurtcentrum: een middelgrote accommodatie met een buurtfunctie met ruime openingstijden. Het heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een buurt en werkt samen met (indien aanwezig) het Multifunctioneel centrum en de buurtkamers in de wijk;
Buurtkamer: een accommodatie met een buurtfunctie, vaak gericht op een specifieke groep bewoners. Hier vallen de buurt- en, speeltuinaccommodaties onder. Het werkt samen met (indien aanwezig) het Multifunctioneel centrum en de buurtcentra in de wijk;
Dorpshuis: een accommodatie in een dorp, met een unieke functie voor het dorp (vrijwel de enige voorziening). De accommodatie heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een klein voorzieningengebied, met veelal beperkte openingstijden;
Zakelijke huisvestingslasten: onroerende zaakbelasting, gemeentelijke en provinciale heffingen en rechten en verzekeringspremies voor zover het eigenaarslasten betreft en voor zover die samenhangen met de accommodatie. Lasten die niet samenhangen met het eigenaarschap van het gebouw, vallen onder exploitatielasten.
Doorgaande dialoog: is een onderzoekend gesprek waarin deelnemende besturen met de gemeente in gesprek zijn met als resultaat elkaar te kennen, optimaal samen te werken, kennis uit te wisselen en elkaar aan te vullen met als overstijgend doel de sociale basis te versterken. Deze dialoog met de besturen wordt gemiddeld éénmaal per twee jaar gehouden.
Artikel4:21Subsidiabele activiteiten
Het college kan aan instellingen voor sociaal-cultureel werk subsidie verlenen voor: wijk- en/of stedelijke activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: ontmoeting/recreatie; vorming/educatie; cultuur/creativiteit; dienstverlening/voorlichting; belangenbehartiging/activering; opvang; afstemming/coördinatie; signalering; sport. wijkactiviteiten passend binnen de in het vorige lid genoemde functies ter uitvoering van de beheerderfunctie voor de wijk-, buurt- en wijkjongerencentra; het accommodatiemanagement voor de wijk-, buurt- en wijkjongerencentra; exploitatie en instandhouding van wijk- en andere centra. knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk.
Artikel4:22Bijzondere bepalingen/verplichtingen
1.Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdrage van de deelnemers aan de activiteiten; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd.
2.Het college verleent slechts subsidie voor het oplossen van knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk voorzover de subsidieontvanger aannemelijk kan maken dat: bekostiging uit andere aan subsidieontvanger verstrekte subsidies niet mogelijk is; het knelpunt na aanwending van de gevraagde subsidie zal zijn opgelost.
3.De subsidieontvanger dient een preventief beleid te voeren dat erop is gericht om door de doelgroep veroorzaakte overlast zoveel mogelijk te beperken. In het activiteitenplan moet de subsidieontvanger aangeven hoe dat beleid zal worden vormgegeven en uitgevoerd.
Artikel4:23Aanvullende weigeringsgronden
1.Het college kan een subsidieaanvraag voor de oplossing van knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk weigeren als hiervoor al eerder aan de subsidieontvanger subsidie was verleend.
2.Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 4:21 genoemde activiteiten weigeren als die activiteiten zijn gericht op jongeren in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar.
Artikel 4:24Subsidieplafond en verdelingsregels
1.Als het totaal van de aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 4:21, onder a en b hoger is dan de respectievelijke subsidieplafonds, dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; voor zover bovenstaande verdeelwijze zou leiden tot overschrijding van de subsidieplafonds worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende vervolgaanvragen verdeeld; voor zover na de in de onderdelen a bedoelde verdeelwijze nog middelen resteren worden deze over de op tijd ingediende overige aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen; als het totaal van de aanvragen voor knelpunten in het sociaal-cultureel werk hoger is dan het subsidiebudget dan wordt dat over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.
Paragraaf 4.6 Sociaal-culturele accommodaties Algemeen
Artikel 4:25Subsidiabele activiteiten
Artikel 4:26Subsidie per activiteit
Artikel 4:27Bijzondere bepalingen/verplichtingen
Artikel 4:28Subsidieplafond en verdelingsregels
Paragraaf 4.6a Sociaal-Culturele accommodaties Onderhoud
Artikel 4:28a relevante procedure 1. Subsidie voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf wordt verstrekt voor een periode van vijf jaar op basis van het MJOP (jaarlijks aan te vragen).