Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2018 gemeente waalwijk (waalwijk)

Waar gaat deze regeling over?

Deze leidraad beschrijft de regels en procedures voor het innen van gemeentelijke belastingen door de gemeente Waalwijk in 2018. Het legt uit hoe de gemeente omgaat met betalingen, invorderingsmaatregelen en uitstel van betaling.

Voor wie: Inwoners en bedrijven van de gemeente Waalwijk die gemeentelijke belastingen moeten betalen; Aansprakelijkgestelden en andere derden die betrokken zijn bij de invordering van belastingen.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
350
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De bevoegdheden van de ontvanger en belastingdeurwaarder bij de invordering van belastingen.
  • De procedures voor betaling, afboeking en uitbetaling van belastingteruggaven.
  • De regels voor aanmaningen, dwangbevelen en beslaglegging.
  • De voorwaarden voor versnelde invordering en uitstel van betaling.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners en bedrijven van de gemeente Waalwijk die gemeentelijke belastingen moeten betalen.
  • Aansprakelijkgestelden en andere derden die betrokken zijn bij de invordering van belastingen.

Wat zijn de kernpunten?

  • De ontvanger heeft fiscale en civiele bevoegdheden voor de invordering, inclusief de mogelijkheid tot conservatoir beslag en het aanvragen van faillissement.
  • Betalingen worden op specifieke wijze afgeboekt, waarbij rente en kosten kunnen worden toegerekend.
  • Bij niet-tijdige betaling kan de gemeente aanmaningen versturen, dwangbevelen uitvaardigen en beslag leggen op roerende en onroerende zaken, of onder derden.
  • Uitstel van betaling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld bij bezwaar tegen een belastingaanslag of in afwachting van een uit te betalen bedrag.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (350)
  1. Artikel 2 Begrippen
  2. Artikel 3 Bevoegdheden ontvanger
  3. Artikel3 A Bevoegdheden ontvanger - strafbeschikking 23
  4. Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder 24
  5. Artikel 5 Bevoegdheid ressort 25
  6. Artikel 6 Reikwijdte van de wet 26
  7. Artikel 7 Betaling en afboeking 27
  8. Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven 30
  9. Artikel 8 Bekendmaking aanslag 31
  10. Artikel 9 Betalingstermijnen 32
  11. Artikel 10 Versnelde invordering 34
  12. Artikel 11 Aanmaning 37
  13. Artikel 12 Dwangbevel 39
  14. Artikel 13 Betekening van het dwangbevel 40
  15. Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 42
  16. Artikel 15 Versnelde uitvaardiging en tenuitvoerlegging 55
  17. Artikel 16 Doorlopend beslag 56
  18. Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 57
  19. Artikel 18 ANPR-acties 58
  20. Artikel 19 Doen van een vordering
  21. Artikel 20 Lijfsdwang 65
  22. Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen 65
  23. Artikel 22 Bodemrecht 66
  24. Artikel 22bis Mededeling 70
  25. Artikel 23a Verhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening van een
  26. Artikel 24 Verrekening 72
  27. Artikel25 Uitstel van betaling
  28. Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen
  29. Artikel 27 Verjaring 103
  30. Artikel 27a Betalingskorting 105
  31. Artikel 28 Invorderingsrente 106
  32. Artikel 28a en artikel 28b Vergoeding van invorderingsrente 107
  33. Artikel 29 Percentage invorderingsrente 108
  34. Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 109
  35. Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 111
  36. Artikel 33
  37. Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 115
  38. Artikel 48a Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelast
  39. Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 117
  40. Artikel 50 Bezwaar en beroep bij aansprakelijkheid 120
  41. Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 121
  42. Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 122
  43. Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 123
  44. Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 124
  45. Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijk
  46. Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 127
  47. Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 128
  48. Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 129
  49. Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 130
  50. Artikel 62a Onrechtmatig opgelegde verplichting 131
  51. Artikel 63b Bestuurlijke boeten 133
  52. Artikel 63c Wijziging maximale hoogte verzuimboete 134
  53. Artikel 64 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 134
  54. Artikel 65 Opzettelijk niet nakomen informatieverplichting: zwaardere strafmaat 1
  55. Artikel 67 Geheimhoudingsplicht 137
  56. Artikel 73 Insolventieprocedures 139
  57. Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 151
  58. Artikel 75 Kosten van vervolging 152
  59. Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aansla
  60. Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied
  61. Artikel 3a Bevoegdheden ontvanger - strafbeschikking
  62. Artikel 22.1 Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht
  63. Artikel 22.2 Bodemrecht en bestuurlijke boeten
  64. Artikel 22.3 Overbetekening bodembeslag
  65. Artikel 22.4 Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement
  66. Artikel 22.5 Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement
  67. Artikel 22.6 Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar
  68. Artikel 22.7 Bodemrecht en voorrang
  69. Artikel 22.8 Verzet en beroep
  70. Artikel 22.8.1 Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag
  71. Artikel 22.8.2 Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, d
  72. Artikel 22.8.3 Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag
  73. Artikel 22.8.4 Beroepschrift ex artikel 22 van de wet
  74. Artikel 22.8.5 Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet
  75. Artikel 22.8.6 Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22,
  76. Artikel 22.8.7 Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag
  77. Artikel 22.8.8 Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag
  78. Artikel 22.8.9 Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag
  79. Artikel 22.8.10 Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste
  80. Artikel 22.8.11 Beëindiging operationele lease-overeenkomst
  81. Artikel 22.8.12 Executie en bodemrecht
  82. Artikel 24.1 Wanneer verrekening
  83. Artikel 24.1.1 Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voe
  84. Artikel 24.2 Betwiste schuld en verrekening
  85. Artikel 24.3 Reikwijdte van de verrekening
  86. Artikel 24.4 Bekendmaking verrekening
  87. Artikel 24.5 Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting
  88. Artikel 24.6 Instemmingsregeling bij cessie en verpanding
  89. Artikel 24.6.1 Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding
  90. Artikel 24.6.2 Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen
  91. Artikel 24.6.3 Instemming of weigering met een cessie of verpanding
  92. Artikel 24.6.4 Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb
  93. Artikel 24.6.5 Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding
  94. Artikel 24.6.6 Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie o
  95. Artikel 25 Uitstel van betaling
  96. Artikel 25.1 Algemene uitgangspunten uitstelbeleid
  97. Artikel 25.1.1 Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel
  98. Artikel 25.1.2 Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling
  99. Artikel 25.1.3 Redenen afwijzing verzoek om uitstel
  100. Artikel 25.1.4 Redenen beëindigen uitstel
  101. Artikel 25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn
  102. Artikel 25.1.6 Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel
  103. Artikel 25.1.7 Geen invordering tijdens verleend uitstel
  104. Artikel 25.1.8 Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd
  105. Artikel 25.1.9 Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag
  106. Artikel 25.1.10 Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten
  107. Artikel 25.1.11 Uitstel voor een bestuurlijke boete
  108. Artikel 25.1.12 vervallen
  109. Artikel 25.1.13 Zekerheid bij uitstel
  110. Artikel 25.1.14 Tijdstip indiening verzoek om uitstel
  111. Artikel 25.1.15 Verzoekschriften aan andere instellingen
  112. Artikel 25.2 Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag
  113. Artikel 25.2.1 Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag
  114. Artikel 25.2.2 Bezwaar- en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel
  115. Artikel 25.2.3 De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling
  116. Artikel 25.2.4 Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure
  117. Artikel 25.2.5 Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar
  118. Artikel 25.2.6 Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld
  119. Artikel 25.2.7 Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar
  120. Artikel 25.2.7a Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel
  121. Artikel 25.2.8 Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag
  122. Artikel 25.2.9 Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag
  123. Artikel 25.3 Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag
  124. Artikel 25.3.1 Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen
  125. Artikel 25.3.2 Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel
  126. Artikel 25.3.3 Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen
  127. Artikel 25.3.4 Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen
  128. Artikel 25.4 Uitstel in verband met betalingsproblemen
  129. Artikel 25.4.1 Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen
  130. Artikel 25.4.2 Uitstel en motorrijtuigenbelasting
  131. Artikel 25.4.3 Verrekening tijdens een betalingsregeling
  132. Artikel 25.4.4 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance
  133. Artikel 25.4.5 Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door br
  134. Artikel 25.5 Betalingsregeling voor particulieren
  135. Artikel 25.5.1 Duur betalingsregeling particulieren
  136. Artikel 25.5.2 Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren
  137. Artikel 25.5.3 Kort uitstel particulieren
  138. Artikel 25.5.4 Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren
  139. Artikel 25.5.5 Vermogen en betalingsregeling particulieren
  140. Artikel 25.5.6 Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren
  141. Artikel 25.5.7 Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven
  142. Artikel 25.5.8 Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden
  143. Artikel 25.5.9 Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten
  144. Artikel 25.5.10 Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor
  145. Artikel 25.5.11 Betalingsregeling langer dan twaalf maanden
  146. Artikel 25.6 Betalingsregeling voor ondernemers
  147. Artikel 25.6.1 Duur betalingsregeling ondernemers
  148. Artikel 25.6.2 Voorwaarden betalingsregeling ondernemers
  149. Artikel 25.6.2a Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers
  150. Artikel 25.6.2b Verklaring derde deskundige
  151. Artikel 25.6.2c Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al
  152. Artikel 25.6.2d Kort uitstel van betaling voor ondernemers
  153. Artikel 25.6.3 Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers
  154. Artikel 25.6.4 Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie
  155. Artikel 25.7 Administratief beroep
  156. Artikel 25.7.1 Toetsing uitstelbeschikking door het college
  157. Artikel 25.7.2 Beroepsfase uitstel
  158. Artikel 25.7.3 Beslissing college op beroepschrift bij uitstel
  159. Artikel 25.7.4 Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel
  160. Artikel 25.7.5 Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger
  161. Artikel 26.1 Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid
  162. Artikel 26.1.1 Kwijtschelding van betaalde belastingschulden
  163. Artikel 26.1.2 Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
  164. Artikel 26.1.3 Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding
  165. Artikel 26.1.4 Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding
  166. Artikel 26.1.5 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
  167. Artikel 26.1.6 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
  168. Artikel 26.1.7 Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invor
  169. Artikel 26.1.8 Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding
  170. Artikel 26.1.9 Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend
  171. Artikel 26.1.10 Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding
  172. Artikel 26.1.11 Verzoekschriften aan andere instellingen
  173. Artikel 26.2 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren
  174. Artikel 26.2.1 Vermogen en kwijtschelding particulieren
  175. Artikel 26.2.2 De inboedel en kwijtschelding particulieren
  176. Artikel 26.2.3 De auto en kwijtschelding particulieren
  177. Artikel 26.2.4 Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren
  178. Artikel 26.2.5 De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren
  179. Artikel 26.2.6 Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren
  180. Artikel 26.2.7 Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren
  181. Artikel 26.2.8 [vervallen per 27-02-2009]
  182. Artikel 26.2.9 [vervallen per 01-01-2013]
  183. Artikel 26.2.10 Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren
  184. Artikel 26.2.11 Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren
  185. Artikel 26.2.12 Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren
  186. Artikel 26.2.13 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particu
  187. Artikel 26.2.14 Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren
  188. Artikel 26.2.15 Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastin
  189. Artikel 26.2.16 Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voo
  190. Artikel 26.2.17 Kwijtschelding tijdens WSNP
  191. Artikel 26.2.18 [vervallen per 01-01-2013]
  192. Artikel 26.2.19 Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
  193. Artikel 26.2.20 Onderhoud gezinsleden in het buitenland
  194. Artikel 26.3.1 Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord
  195. Artikel 26.3.2 Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers
  196. Artikel 26.3.3 Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord
  197. Artikel 26.3.4 Toepassingsbereik saneringsakkoord
  198. Artikel 26.3.5 Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord
  199. Artikel 26.3.6 Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord
  200. Artikel 26.3.7 Rente en kosten en saneringsakkoord
  201. Artikel 26.3.8 Speciale crediteuren en saneringsakkoord
  202. Artikel 26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord
  203. Artikel 26.4 Administratief beroep
  204. Artikel 26.4.1 Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschel
  205. Artikel 26.4.2 Herhaald verzoek om kwijtschelding
  206. Artikel 26.4.3 Beroepsfase kwijtschelding
  207. Artikel 26.4.4 Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
  208. Artikel 26.4.5 Beslissing College op beroep bij kwijtschelding
  209. Artikel 26.4.6 Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschel
  210. Artikel 26.4.7 Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding
  211. Artikel 26.5 Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding
  212. Artikel 26.5.1 Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding
  213. Artikel 26.6 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtsche
  214. Artikel 26.7 Geautomatiseerde kwijtschelding
  215. Artikel 27.1 Versnelde invordering en verjaring
  216. Artikel 27.2 Aansprakelijkgestelden en verjaring
  217. Artikel 27.3 Stuiting van de verjaring
  218. Artikel 27.4 Schorsing van de verjaring
  219. Artikel 27.5 Afstand van verjaring
  220. Artikel 27.6 Rente en kosten en verjaring
  221. Artikel 27.7 Na verjaring geen civiele invordering
  222. Artikel 27.8 Verjaring van belastingteruggaven
  223. Artikel 28.1 [Vervallen per 01-01-2010]
  224. Artikel 28.2 Correctie berekende invorderingsrente
  225. Artikel 28.3 Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente
  226. Artikel 28.4 [vervallen per 01-01-2013]
  227. Artikel28.5 [vervallen per 01-01-2013]
  228. Artikel 28.6 Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk
  229. Artikel 28.7 [vervallen per 01-01-2013]
  230. Artikel 28.8 Drempelbedrag
  231. Artikel 28c
  232. Artikel 30.1 Beschikking terugnemen betalingskorting
  233. Artikel 30.2 Verzoek tot vermindering rente is bezwaar
  234. Artikel 30.3 Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie
  235. Artikel 30.4 Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betali
  236. Artikel 30.5 Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting
  237. Artikel 32.1 Keuze aansprakelijkheid
  238. Artikel 32.2 Gemeenschapsschulden
  239. Artikel 33.1 Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkhe
  240. Artikel 33.3 Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid
  241. Artikel 33.4 Vereffenaar bij aansprakelijkheid
  242. Artikel 33.5 Vervallen
  243. Artikel 33.6 Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid
  244. Artikel 33.7 Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers
  245. Artikel 48.1 Beneficiaire aanvaarding
  246. Artikel 48.2 Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege
  247. Artikel 49.1 Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete
  248. Artikel 49.2 Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente
  249. Artikel 49.2a Vooraankondiging aansprakelijkstelling
  250. Artikel 49.3 De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn
  251. Artikel 49.3.1 Wanneer in gebreke
  252. Artikel 49.3.2 In gebreke zijn en versnelde invordering
  253. Artikel 49.3.3 In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregel
  254. Artikel 49.4 Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en
  255. Artikel 49.5 Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden
  256. Artikel 49.6 Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige
  257. Artikel 49.7 Volgorde van aansprakelijk stellen
  258. Artikel 49.8 Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikki
  259. Artikel 49.8.1 Bezwaar en uitstel van betaling
  260. Artikel 49.8.2 [Vervallen per 24-10-2008]
  261. Artikel 49.9 Overgangsrecht
  262. Artikel 49.9.1 Bij civiele procedure geen invordering of verrekening
  263. Artikel49.9.2 Wijziging eis
  264. Artikel 51.1 Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar
  265. Artikel 52.1 Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling
  266. Artikel 53.1 Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld
  267. Artikel 53.2 Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en
  268. Artikel 54.1 Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling
  269. Artikel 58.1 Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure
  270. Artikel 58.3 Invorderingsonderzoek tijdens faillissement
  271. Artikel 60.1 Redelijke termijn voor verstrekken van informatie
  272. Artikel 60.2 Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar ste
  273. Artikel 61.1 Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegeven
  274. Artikel 62bis
  275. Artikel 65.1 Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf
  276. Artikel 67.1 Bekendmaking aan de belastingschuldige
  277. Artikel 67.2 Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering
  278. Artikel 67.3 Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalin
  279. Artikel 67a
  280. Artikel 73.1 Algemene uitgangspunten insolventieprocedures
  281. Artikel 73.1.1 Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement
  282. Artikel 73.1.2 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissemen
  283. Artikel 73.1.3 Boedelschulden
  284. Artikel 73.1.4 Proceskostengarantie
  285. Artikel 73.1.5 Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator
  286. Artikel 73.1.6 Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP
  287. Artikel 73.1.7 Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar
  288. Artikel 73.1.8 Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP
  289. Artikel 73.1.9 Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP
  290. Artikel 73.1.10 Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot
  291. Artikel 73.1.11 Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement
  292. Artikel 73.1.12 Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement
  293. Artikel 73.2 Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering
  294. Artikel 73.2.1 Kwijtschelding tijdens WSNP
  295. Artikel 73.2.2 De WSNP is beëindigd met een schone lei
  296. Artikel 73.2.3 De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken
  297. Artikel 73.2.4 De WSNP is tussentijds beëindigd
  298. Artikel73.3 Insolventieprocedure en surséance
  299. Artikel 73.3.1 Uitstel en surséance
  300. Artikel 73.3.2 Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot
  301. Artikel 73.4 Insolventieprocedure en faillissement
  302. Artikel 73.4.1 Faillissementsaanvraag: algemeen
  303. Artikel 73.4.2 Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag
  304. Artikel 73.4.3 Particulieren en faillissement
  305. Artikel 73.4.4 Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag
  306. Artikel 73.4.5 Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraa
  307. Artikel 73.4.6 Toestemming voor faillissementsaanvraag
  308. Artikel 73.4.7 Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag
  309. Artikel 73.4.8 Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag
  310. Artikel 73.4.9 Verzet tegen faillietverklaring
  311. Artikel 73.4.10 Beroep op regresrecht in faillissement
  312. Artikel 73.4.11 Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement
  313. Artikel 73.4.12 Opkomen in faillissement
  314. Artikel 73.4.13 Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement
  315. Artikel 73.4.14 Na de toepassing van het faillissement
  316. Artikel 73.4.15 Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure
  317. Artikel 73.4.16 Omzetting faillissement in WSNP
  318. Artikel 73.5 Insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK
  319. Artikel 73.5.1 Voorwaarden voor MSNP
  320. Artikel 73.5.2 Vervallen
  321. Artikel 73.5.3 Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen
  322. Artikel 73.5.4 Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP
  323. Artikel 73.5.5 Intrekken uitstel gedurende MSNP
  324. Artikel 73.5.6 De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP
  325. Artikel 73.5.7 Na de toepassing van de MSNP
  326. Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan lede
  327. Artikel 73.6 Insolventieprocedures en akkoorden
  328. Artikel 73.6.1 Buitengerechtelijk akkoord
  329. Artikel 73.6.2a Betaling bedrag saneringsakkoord
  330. Artikel 73.6.3 Gevolgen buitengerechtelijk akkoord
  331. Artikel 73.6.4 Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord
  332. Artikel 73.6.5 Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord
  333. Artikel 73.6.6 Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord
  334. Artikel 73.6.7 Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord
  335. Artikel 73.6.8 Gevolgen dwangakkoord
  336. Artikel 73.6.9 Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord
  337. Artikel 73.7 Wettteijk breed moratorium
  338. Artikel 75.1 Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten
  339. Artikel 75.2 Aan derden toekomende bedragen
  340. Artikel 75.3 Rechtsmiddelen en vervolgingskosten
  341. Artikel 75.4 Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar
  342. Artikel 75.5 Niet in rekening brengen van vervolgingskosten
  343. Artikel75.6 Onverschuldigdheid van vervolgingskosten
  344. Artikel 75.7 Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten
  345. Artikel 75.8 Versnelde invordering en vervolgingskosten
  346. Artikel 75.9 Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten
  347. Artikel 75.10 Geen kwijtschelding van vervolgingskosten
  348. Artikel 75.11 Limitering betekeningskosten dwangbevel
  349. Artikel 80.1 Tenuitvoerlegging termijndwangbevel
  350. Artikel 80.2 Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 2018 GEMEENTE WAALWIJKArtikel 1 Inleiding en toepassingsgebied 1.1. Inleiding 14 1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen 14 1.1.2. Definities 15 1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften 15 1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden 15 1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 15 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen 16 1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven 16 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen 17 1.1.9. Binnenkomst van bescheiden 17 1.1.10. Positie belastingdeurwaarder 17 1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden 18 1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen 18 1.1.13. Informatieplicht 18 1.1.14. Diplomatieke status 19 1.2. Toepassingsgebied 19

Artikel 2Begrippen

2.1. Woonplaats 20

Artikel 3Bevoegdheden ontvanger

3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden 21 3.2. Conservatoir beslag 21 3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering 21 3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag 21 3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming 22 3.3.1 Juridische bijstand 22 3.3.2 Toestemming 22 3.4. Rijksadvocaat 22 3.5. Faillissementsaanvraag 22

Artikel3A Bevoegdheden ontvanger - strafbeschikking 23

Artikel 4Bevoegdheid belastingdeurwaarder 24

4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder 24 4.2. Bescherming 24 4.3. Legitimatie4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder 24 4.2. Bescherming 24 4.3. Legitimatie 24

Artikel 5Bevoegdheid ressort 25

Artikel 6Reikwijdte van de wet 26

6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet 26

Artikel 7Betaling en afboeking 27

7.1. Tijdstip betaling 27 7.2. De afboeking van de betaling 27 7.3. Teveelbetaling 28 7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen 28 7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen 28 7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend 28 7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden 28 7.8. Betaling bij vergissing 28 7.9. Mededeling afboeking betaling 29 7.10. Betaling van kleine bedragen 29 7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement 29

Artikel 7aUitbetaling van belastingteruggaven 30

7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling 30 7a.2. Uitbetalingsfouten 30 7b. Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting 30

Artikel 8Bekendmaking aanslag 31

8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties 31 8.2. [Vervallen per 03-07-2012] 31 8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet 31 8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag 31

Artikel 9Betalingstermijnen 32

9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen 32 9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven 32 9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn 32 9.4. Dagtekening aanslagbiljet 32 9.5. Begrippen bij betalingstermijnen 32 9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling 33 9.7. Regeling betalingstermijnen 33 9.8. Automatische incasso 33

Artikel 10Versnelde invordering 34

10.1. Reikwijdte versnelde invordering 34 10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering 35 10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering 35 10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering 35 10.5. Beslag en versnelde invordering 35 10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering 35 10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering 36

Artikel 11Aanmaning 37

11.1. De geadresseerde van de aanmaning 37 11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden 37 11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning 37 11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning 37 11.5. Betalingsherinnering 38 11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg 38

Artikel 12Dwangbevel 39

12.1. Onderwerp van het dwangbevel 39 12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel 39

Artikel 13Betekening van het dwangbevel 40

13.1. Betekening dwangbevel per post 40 13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen 40 13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder 41 13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel 41

Artikel 14Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 42

14.1. Tenuitvoerlegging algemeen 42 14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen 42 14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging 42 14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden 43 14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag 43 14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken 43 14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden 43 14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden 43 14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde 43 14.1.9. Opschorten van de executie 44 14.1.10. Onderhandse verkoop 44 14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop 44 14.1.12. Strafrechtelijk beslag 44 14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving 45 14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 45 14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken 45 14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken 45 14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken 45 14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken 45 14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden 45 14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken 46 14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken 46 14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden 46 14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken 46 14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken 47 14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken 47 14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken 47 14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur 48 14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken 48 14.2.15. Beslag op illegale zaken 48 14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken 49 14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken 49 14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken 49 14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken 49 14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken 49 14.2.21 Relaas van onttrekking 49 14.3. Beslag op onroerende zaken 49 14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken 49 14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken 50 14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken 50 14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken 50 14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken 50 14.4. Beslag onder derden 50 14.4.1. Beslag op vordering van een derde 50 14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 51 14.4.3. Roerende zaken bij derden 51

14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag 51 14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt 51 14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring 51 14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring 51 14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag 52 14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente 52 14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag 52 14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag 52 14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag 53 14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat, de ontvanger of het openbaar lichaam en het doen van verklaring 52 14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf 53 14.5. Beslag op schepen 53 14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip 53 14.5.2. De executie van schepen 53 14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip 54 14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen 54 14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen 54

Artikel 15Versnelde uitvaardiging en tenuitvoerlegging 55

Artikel 16Doorlopend beslag 56

16.1 Voor 1 januari 2014 gelegde derdenbeslagen 56

Artikel 17Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 57

17.1. Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet 57 17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering 57

Artikel 18ANPR-acties 58

Artikel 19Doen van een vordering

19.1. Vordering algemeen 59 19.1.1. Bekendmaking vordering 59 19.1.2. Voldoen aan de vordering 59 19.1.3. Niet voldoen aan de vordering 59 19.1.4. Intrekken van een vordering 60 19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering 60 19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering 60 19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering 60 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot 60 19.2. De faillissementsvordering 61 19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement 61 19.2.2. Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in faillissement 61 19.2.3. Opkomen in faillissement 61 19.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen 62 19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen 62 19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen 62 19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen 62 19.3.3a Beslagvrije voet en vakantiegeld Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

19.3.4. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet 62 19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering 63 19.3.6. Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet 63 19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm 63 19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf 63 19.4. Beslagvrije voet en overheidsvordering 63

Artikel 20Lijfsdwang 65

Artikel 21Voorrecht rijksbelastingen 65

Artikel 22Bodemrecht 66

22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht 66 22.2. Bodemrecht en bestuurlijke boeten 66 22.3. Overbetekening bodembeslag 66 22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement 67 22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 67 22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 67 22.7. Bodemrecht en voorrang 67 22.8. Verzet en beroep 67 22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag 67 22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag 67 22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag 67 22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet 67 22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet 68 22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 68 22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag 68 22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag 68 22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag 69 22.8.10. Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 69 22.8.11. Beëindiging operationele lease-overeenkomst 69 22.8.12. Executie en bodemrecht 69

Artikel 22bisMededeling 70

Artikel 22a en artikel 23 Verhaal motorrijtuigenbelasting en inkomstenbelasting 70

Artikel 23aVerhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening van een afgezonderd particulier vermogen

Artikel 24Verrekening 72

24.1. Wanneer verrekening 72 24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voet 72 24.2. Betwiste schuld en verrekening 72 24.3. Reikwijdte van de verrekening 72 24.4. Bekendmaking verrekening 73 24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting 73 24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding 73 24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding 73 24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen 73 24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding 73 24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb 74 24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding 74 24.6.6 Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding 74

Artikel25Uitstel van betaling

25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid 75 25.1.1. Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel 75 25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling 75 25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel 75 25.1.4. Redenen beëindigen uitstel 76 25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn 76 25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel 76 25.1.7. Geen invordering tijdens verleend uitstel 76 25.1.8. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd 77 25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag 77 25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten 77 25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete 77 25.1.12. Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen 77 25.1.13. Zekerheid bij uitstel 77 25.1.14. Tijdstip indiening verzoek om uitstel 78 25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen 78 25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 78 25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag 78 25.2.2. Bezwaar- en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel 78 25.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift 79 25.2.2.B. Ontbrekende gegevens 79 25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling 79 25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure 79 25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar 79 25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld 79 25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar 80 25.2.7a. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel 80 25.2.8. Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag 80 25.2.9. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag 80 25.3. Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 81 25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen 81 25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel 81 25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag 81 25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 81 25.4. Uitstel in verband met betalingsproblemen 81 25.4.1. Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen 81 25.4.2. Uitstel en motorrijtuigenbelasting 82 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling 82 25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance 82 25.4.5. Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater 82 25.5. Betalingsregeling voor particulieren 82

25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren 82 25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren 83 25.5.3. Kort uitstel particulieren 83 25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren 83 25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren 84 25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren 84 25.5.7. Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven 84 25.5.8. Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden 84 25.5.9. Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten 84 25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor 85 25.5.11. Betalingsregeling langer dan twaalf maanden 85 25.6. Betalingsregeling voor ondernemers 85 25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers 85 25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers 85 25.6.2a. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers 85 25.6.2b. Verklaring derde deskundige 85 25.6.2c. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend 85 25.6.2d. Kort uitstel van betaling voor ondernemers 85 25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers 86 25.6.4. Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie 86 25.7. Administratief beroep 86 25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door het college 86 25.7.2. Beroepsfase uitstel 86 25.7.3. Beslissing college op beroepschrift bij uitstel 86 25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel 86 25.7.5. Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger 87

Artikel 26Kwijtschelding van belastingen

26.1. Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid 88 26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden 89 26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding 89 26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding 89 26.1.4. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding 89 26.1.5. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden 90 26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding 90 26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering 90 26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding 90 26.1.9. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend 90 26.1.10. Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding 92 26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen 92 26.2. Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 92 26.2.1. Vermogen en kwijtschelding particulieren 92 26.2.2. De inboedel en kwijtschelding particulieren 92 26.2.3. De auto en kwijtschelding particulieren 92 26.2.4. Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren 93 26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren 93 26.2.6. Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren 93 26.2.7. Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren 93 26.2.8. [vervallen per 27-02-2009] 94 26.2.9. [vervallen per 01-01-2013] 94 26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren 94 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren 94 26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren 95 26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren 95 26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren 96 26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden 96 26.2.15.A. is vervallen 96 26.2.16. Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren 96 26.2.17. Kwijtschelding tijdens WSNP 96 26.2.18. [vervallen per 01-01-2013] 97 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering 97 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland 97 26.3. Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers 97 26.3.1. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 97 26.3.2. Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers 97 26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord 98 26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord 98 26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord 98 26.3.6. Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord 98 26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord 99

26.3.8. Speciale crediteuren en saneringsakkoord 99 26.3.9. Betaling bedrag saneringsakkoord 99 26.4. Administratief beroep 100 26.4.1. Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding 100 26.4.2. Herhaald verzoek om kwijtschelding 100 26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding 100 26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding 100 26.4.5. Beslissing College op beroep bij kwijtschelding 101 26.4.6. Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding 101 26.4.7. Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding 101 26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 101 26.5.1. Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 101 26.6 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding 101 26.7. Geautomatiseerde kwijtschelding 102

Artikel 27Verjaring 103

27.1. Versnelde invordering en verjaring 103 27.2. Aansprakelijkgestelden en verjaring 103 27.3. Stuiting van de verjaring 103 27.4. Schorsing van de verjaring 103 27.5. Afstand van verjaring 103 27.6. Rente en kosten en verjaring 104 27.7. Na verjaring geen civiele invordering 104

Artikel 27aBetalingskorting 105

Artikel 28Invorderingsrente 106

28.1. [Vervallen per 01-01-2010] 106 28.2. Correctie berekende invorderingsrente 106 28.3. Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente 106 28.4. [vervallen per 01-01-2013] 106 28.5. [vervallen per 01-01-2013] 106 28.6. Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk 106 28.7. [vervallen per 01-01-2013] 106 28.8. Drempelbedrag 106

Artikel 28aen artikel 28b Vergoeding van invorderingsrente 107

Artikel 29Percentage invorderingsrente 108

Artikel 30Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 109

30.1. Beschikking terugnemen betalingskorting 109 30.2. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar 109 30.3. Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie 109 30.4. Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling 109 30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting 109 Artikel 31 en artikel 31a Afwijkingen betalingskorting en invorderingsrente 110

Artikel 32Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 111

32.1. Keuze aansprakelijkheid 111 32.2. Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid 111

Artikel 33Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen 112

33.1. Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid 112 33.2. Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid 112 33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid 112 33.4. Vereffenaar bij aansprakelijkheid 112 33.5. Vervallen 113 33.6. Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid 113 33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers 113 Artikel 34 tot en met 47 Specifieke aansprakelijkheidbepalingen voor Rijksbelastingen 114

Artikel 48Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 115

48.1. Beneficiaire aanvaarding 115 48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege 115

Artikel 48aAansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting 116

Artikel 49Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 117

49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete 117 49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente 117 49.3. De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn 117 49.3.1. Wanneer in gebreke 117 49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering 118 49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ 118 49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid 118 49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden 118 49.6. Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige 118 49.7. Volgorde van aansprakelijk stellen 118 49.8. Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling 119 49.8.1. Bezwaar en uitstel van betaling 119 49.8.2. [Vervallen per 24-10-2008] 119 49.9. Overgangsrecht 119 49.9.1. Bij civiele procedure geen invordering of verrekening 119 49.9.2. Wijziging eis 119

Artikel 50Bezwaar en beroep bij aansprakelijkheid 120

Artikel 51Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 121

51.1. Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar 121

Artikel 52Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 122

52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling 122

Artikel 53Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 123

53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld 123

Artikel 54Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 124

54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling 124 Artikel 55 tot en met 57 Keten- en bestuurdersaansprakelijkheid 125

Artikel 58Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde 126

58.1. Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure 126 58.2 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden 126 58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement 126

Artikel 59Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 127

Artikel 60Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 128

60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie 128 60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen 128

Artikel 61Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 129

61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens 129

Artikel 62Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 130

Artikel 62aOnrechtmatig opgelegde verplichting 131

Artikel 63 tot en met 63ab Beroep op geheimhouding en verplichtingen jegens ontvanger en medewerker invordering 132

Artikel 63bBestuurlijke boeten 133

63b.1. Algemene uitgangspunten 133 63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen 133 63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt 133

Artikel 63cWijziging maximale hoogte verzuimboete 134

Artikel 64Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 134

Artikel 65Opzettelijk niet nakomen informatieverplichting: zwaardere strafmaat 135

65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf 135 Artikel 65a en artikel 66 Misdrijf of overtreding 136

Artikel 67Geheimhoudingsplicht 137

67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige 137 67.2. Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering 137 67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen 137 Artikel 68 tot en met 72 Keuze woonplaats bij de invordering van Rijksbelastingen en bodemrecht 138

Artikel 73Insolventieprocedures 139

73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures 139 73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement 139 73.1.2 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement 139 73.1.3. Boedelschulden 139 73.1.4. Proceskostengarantie 139 73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator 140 73.1.6. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP 140 73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 140 73.1.8. Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP 140 73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP 140 73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement en WSNP 140 73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement 140 73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement 140 73.2. Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering 140 73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP 140 73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei 141 73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken 141 73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd 141 73.3. Insolventieprocedure en surséance 142 73.3.1. Uitstel en surséance 142 73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance 142 73.4. Insolventieprocedure en faillissement 142 73.4.1. Faillissementsaanvraag: algemeen 142 73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag 142 73.4.3. Particulieren en faillissement 142 73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag 142 73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter 143 73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag 143 73.4.7. Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag 143 73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag 143 73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring 143 73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement 144 73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement 144 73.4.12. Opkomen in faillissement 144 73.4.13. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 144 73.4.14. Na de toepassing van het faillissement 144 73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure 144 73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP 144 73.5. Insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten 145 73.5.1. Algemeen 145 73.5.2. Geen opschorting invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP 146 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen 146 73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP 146 73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP 146

73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP 146 73.5.7 Na de toepassing van de MSNP 147 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten 147 73.5a.1 Algemeen 147 73.6. Insolventieprocedures en akkoorden 148 73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord 148 73.6.2a. Betaling bedrag saneringsakkoord 148 73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord 148 73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord 149 73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord 149 73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord 149 73.6.7. [Vervallen per 25-02-2011] 149 73.6.8. Gevolgen dwangakkoord 149 73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 149

Artikel 74Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 151

Artikel 75Kosten van vervolging 152

75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten 152 75.2. Aan derden toekomende bedragen 152 75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten 153 75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar 153 75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten 153 75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten 153 75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten 154 75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten 154 75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten 154 75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten 154 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel 155 Artikel 76 tot en met 79 Douane en invordering, motorrijtuigenbelasting, internationale invordering en invordering Awir 156

Artikel 80Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 157

80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel 157 80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 157

Artikel 1Inleiding en toepassingsgebied

Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen van de gemeente Waalwijk en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990.

1.1. InleidingNet als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk[1] (hierna: Rijksleidraad) en de Model-leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen van de VNG bevat deze leidraad enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen.

Bij de opmaak van deze leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk zijn bepalingen toegevoegd of aangepast aan de specifieke gemeentelijke situatie.

Opzet van de LeidraadVoor de indeling in artikelen en subartikelen is aangesloten bij Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor gemeenten. Bij diverse artikelen en onderdelen treft u dan ook de opmerking aan: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten’. Dit is gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden.

Vanwege de leesbaarheid is in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen’[2] gebruikt. Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen’[3]. In de andere gevallen is gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen. [1] Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CCP2008/1137M [2] Artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet [3] Artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet 1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingenAfkorting Omschrijving ..................... ......................................

Awb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen Pw Participatiewet 1.1.2. Definitiesbelasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven;

-belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet;
-besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
-college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; -echtgenoot: de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Pw;
-hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep; -inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur;
-ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent;
-ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger;
-particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt;
-regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;
-wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).

Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat.

1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriftenDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derdenDe invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken.

1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuurIn de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2., de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.

Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb).

Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb).

Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen; bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet;

De gemeente Waalwijk verklaart de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassing op de volgende gevallen: verzoeken om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 25 van de wet; verzoeken om kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de wet.

Een andere bepaling uit de Awb die van toepassing is bij invordering is artikel 4.84 Awb. Op grond van die bepaling is het mogelijk af te wijken van de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in deze leidraad. Dit is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de leidraad dient.

Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb.

Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding.

Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven begrepen. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de ontvanger bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat. De verrekening van een belastingaanslag waarvan is gebleken dat die in materiële zin niet verschuldigd is met een belastingteruggave wordt niet ongedaan gemaakt, tenzij het verzoek daartoe heeft plaatsgevonden binnen één maand nadat de verrekening is bekendgemaakt.

1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelenAls de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur.

1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijvenAls de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep.

Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven.

De ontvanger vraagt altijd toestemming als:

-met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (een deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd;
-door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd;
-derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag;
-de ontvanger aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande belastingaanslagen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.

1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagenDe ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven.

Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderingsmaatregelen die betrekking hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid van de wet terstond invordert.

Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name:

-de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, de vijfde mei en de Goede Vrijdag, alle met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag;
-regionaal vrij algemeen erkende feest- en gedenkdagen met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag;
-de dagen tussen de beide Kerstdagen en Nieuwjaarsdag 1.1.9. Binnenkomst van bescheidenAls aan het indienen van bepaalde bescheiden rechtsgevolgen zijn verbonden dan wel rechten kunnen worden ontleend dan geldt als datum van binnenkomst van die stukken de datum van binnenkomst bij de gemeente.

Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in het kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden.

1.1.10. Positie belastingdeurwaarderBelastingdeurwaarder is een door of namens het college aangewezen ambtenaar van de gemeente, dan wel een als belastingdeurwaarder van de gemeente aangewezen deurwaarder. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (de ontvanger).

Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient.

Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om hetgeen hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld - in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee - verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige rijksbelasting.

De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen.

Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich jegens hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder werkzaam is.

1.1.11. Bewaren invorderingsbescheidenDe ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard.

De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren.

Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren.

1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingenOp verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden.

De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is.

1.1.13. InformatieplichtDe ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(en) die voor de belastingaanslag gelden. De informatieplicht vervalt zodra volledige betaling plaatsvindt.

De ontvanger kan altijd gebruik maken van zijn bevoegdheid van hoofdstuk VII als de toepassing van artikel 10 van de wet aan de orde kan komen.

1.1.14. Diplomatieke statusDe invordering van belastingschulden van personen met een diplomatieke status gebeurt door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken. De ontvanger richt een verzoek om bemiddeling rechtstreeks tot:

Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Kabinet en Protocol Postbus 20061 2500 EB 's-Gravenhage 1.2. ToepassingsgebiedHet eerste lid van artikel 1 van de wet regelt het toepassingsgebied van de wet. Het tweede lid bepaalt dat een deel van de Awb niet van toepassing is op de wet.

De ontvanger handelt zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit fiscaal bestuursrecht (zie ook artikel 1.1.5 van deze leidraad).

Artikel 2Begrippen

In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'.

2.1. WoonplaatsDe begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud.

Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW.

Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk VI van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de gemeentelijke verordening op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan.

Artikel 3Bevoegdheden ontvanger

Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.

De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid van de wet).

De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb) In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
-het leggen van conservatoir beslag;
-het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;
-de Rijksadvocaat;
-Faillissementsaanvraag.

3.1. Fiscale en civiele bevoegdhedenDe ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken.

De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.

3.2. Conservatoir beslagOm de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.

3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invorderingAls de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet.

3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslagAls het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid Rv.

3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming3.3.1 Juridische bijstandOp grond van artikel 3, tweede lid, van de wet treedt de ontvanger zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van: beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR; hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR; (hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen; kantonzaken; kort gedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is.

3.3.2 ToestemmingIn gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Het voorgaande geldt voor:

-verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
-kantonzaken;
-verzoekschriftprocedures;
-procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, Rv of artikel 708, tweede lid, Rv.

In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het college nodig is.

3.4. RijksadvocaatDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

3.5. FaillissementsaanvraagAls een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen. Bij een faillissementsaanvraag wordt vooraf toestemming gevraagd aan het college. Dit geldt ook bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een faillissement.

Artikel 3aBevoegdheden ontvanger - strafbeschikking

Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 4Bevoegdheid belastingdeurwaarder

Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks) belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.

In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.

4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarderDe belastingdeurwaarder is bevoegd tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger.

Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 4:124 van de Awb gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt.

4.2. BeschermingBelastingdeurwaarders zijn ambtenaar in de zin van de artikelen 179 en 180 Sr. Daardoor genieten zij strafrechtelijke bescherming, voor zover zij hun wettelijke taken en bevoegdheden uitoefenen.

4.3. LegitimatieVoor de uitoefening van de aan hem opgedragen invorderingstaken kan de belastingdeurwaarder op verzoek zich legitimeren aan de belastingschuldige en/of zijn/haar gemachtigden.

Artikel 5Bevoegdheid ressort

Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

Artikel 6Reikwijdte van de wet

Artikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op:

-de rente;
-de kosten.

In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over rente en kosten.

6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wetOnder rente als bedoeld in artikel 6 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente.

Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg.

Artikel 7Betaling en afboeking

Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:

-Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag;
-Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt;

In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het tijdstipvan de betaling;
-de afboeking van de betaling;
-teveelbetalingen;
-het rekenen van rente en kosten bij afboeking;
-het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen;
-de afboeking van de betaling op de bestuurlijke boete;
-de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden;
-betaling bij vergissing;
-het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling;
-betaling van kleine bedragen;
-ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement.

7.1. Tijdstip betalingAls tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente;

-Bij betaling bij een bank of betaaldienstverlener op een vestiging van GWK Travelex, hetzij door middel van storting van contant geld hetzij met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie;
-Bij rechtstreekse betaling aan de gemeente door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcard-transactie als tijdstip van betaling;
-Als een cheque uit het buitenland is ontvangen, wordt de dag van ontvangst van de cheque als de dag van betaling beschouwd, tenzij de ontvanger constateert dat sprake is van misbruik;
-Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling;
-Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling.

7.2. De afboeking van de betalingBij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen:

-Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler, tenzij de aangegeven bestemming strijdig is met de in artikel 7 van de wet neergelegde wijze van toerekening van betalingen;
-Betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen, of de aanslag(en) waar belastingschuldige het meeste belang bij heeft c.q. de meest bezwarende aanslag(en), met dien verstande dat de aard van die belastingaanslagen aanleiding kan zijn hiervan af te wijken;
-Als de ontvanger ook de invordering van gemeentelijke belastingen ten behoeve van een andere gemeente uitvoert, is het bovenstaande van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat verdeling van de gelden naar rato van de grootte van de belastingschuld plaatsvindt.

7.3. TeveelbetalingAls de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is betaald terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld.

7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingenOnder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg.

Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente.

7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagenKosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag worden toegerekend aan een van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt.

7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleendAls sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete, vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep).

Als echter - ondanks dit uitstel - zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Als op de bestuurlijke boete is afgeboekt en de bestuurlijke boete wordt alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd.

7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgesteldenAls een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde, worden eerst de vervolgingskosten afgeboekt die aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening zijn gebracht.

Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag - waarbij artikel 7 van de wet wel van toepassing is - echter met dien verstande dat de invorderingsrente en kosten die op die aanslag zelf betrekking hebben alleen worden afgeboekt indien en voor zover men hiervoor aansprakelijk is gesteld.

Zowel de belastingschuldige als de aansprakelijkgestelde worden schriftelijk in kennis gesteld over de wijze van afboeking van de betaling door de aansprakelijkgestelde.

7.8. Betaling bij vergissingMet de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht.

Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben.

In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij voor de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan.

Indien een bedrag wordt betaald als gewetensgeld, wordt dit gezien als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Terugbetaling vindt dan niet plaats.

7.9. Mededeling afboeking betalingDe belastingschuldige ontvangt géén vervolgaccept(en) en/of kennisgeving(en) (hierna: mededeling afboeking) om hem op de hoogte te brengen van financiële mutaties op de belastingaanslag.

Een mededeling afboeking wordt ook niet verstuurd indien betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving (automatische incasso).

7.10. Betaling van kleine bedragenBetalingen van belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd, tenzij dit door ontvanger aangemerkt wordt als nodeloze overlast. In dat geval treedt hij in contact met de belastingschuldige om de betalingswijze aan te passen.

7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissementUit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst, met in achtneming van artikel 7.2 van deze leidraad.

Artikel 7aUitbetaling van belastingteruggaven

Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt. Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.

In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling;
-uitbetalingsfouten.

7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetalingDe aanwijzing van een rekeningnummer voor uitbetaling door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats door middel van de betaling via een bankrekeningnummer.

Het teveel betaalde bedrag wordt gerestitueerd naar het in de belastingapplicatie bekende rekeningnummer van belastingschuldige.

Indien belastingschuldige uitbetaling wenst op een ander rekeningnummer, dan moet dit (per uitbetaling) door belastingschuldige (schriftelijk) op een zodanig tijdstip worden kenbaar gemaakt, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.

7a.2. Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.7a.3 UitbetalingsfoutenAls uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd.

Indien en voor zover blijkt dat het eerder betaalde bedrag niet ter beschikking van de belastingschuldige is gekomen - bijvoorbeeld omdat de rekening ten tijde van de bijschrijving een debetstand kent en ook de (eventuele) kredietfaciliteit van de rekening de restitutie niet toelaat - vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats.

Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.

Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald.

7b. Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelastingEr zijn in deze leidraad op artikel 7b van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

Artikel 8Bekendmaking aanslag

Artikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.

In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties;
-de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet;
-het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen.

8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situatiesDe toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat:

-aanslagbiljetten ten name van een onder curatele gestelde aan de curator worden gezonden;
-als de belastingschuldige minderjarig is, het aanslagbiljet aan de wettelijke vertegenwoordiger wordt gezonden als bekend is dat verzending aan de belastingschuldige zelf al eerder problemen heeft opgeleverd;
-aanslagbiljetten ten name van een belastingschuldige van wie bekend is dat hij is overleden, worden gezonden aan de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen.

8.2. [Vervallen per 03-07-2012]8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljetDe gehoudenheid tot betalen wordt niet ongedaan gemaakt door de omstandigheid dat de schuld vermeld op de belastingaanslag afwijkt van hetgeen materieel is verschuldigd, noch door de omstandigheid dat de belastingaanslag ten name staat van een ander dan degene die de belasting materieel is verschuldigd.

8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslagAls voor een belastingaanslag ten name van een overledene tegen de erfgenamen afzonderlijk moet worden opgetreden, worden zij zoveel mogelijk vooraf schriftelijk uitgenodigd het verschuldigde binnen een redelijk termijn te voldoen.

Artikel 9Betalingstermijnen

Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.

In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen;
-de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven;
-de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn;
-de dagtekening van het aanslagbiljet;
-het begrip maand bij betalingstermijnen;
-verzuim ontvanger bij uitbetaling;
-regeling betalingstermijnen;
-automatische incasso.

9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagenIn geval van voorlopige aanslagen is (zijn) de betalingstermijn(en) in de gemeentelijke verordening bepaald.

9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggavenDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijnDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

9.4. Dagtekening aanslagbiljetDe dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodanig bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast.

9.5. Begrippen bij betalingstermijnenAls de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken vervalt op 12 december.

Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april.

Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) op de dag die hetzelfde nummer heeft als dat van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, vervalt de termijn dus op 15 april. Is de betalingstermijn zes weken en is de dagtekening 15 maart, vervalt de termijn op 26 april.

9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetalingOp grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van een belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaats vindt.

9.7. Regeling betalingstermijnenDe gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(en) in de belastingverordening geregeld. Is in de belastingverordening niets geregeld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing.

In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard.

Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn(en) aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald.

9.8. Automatische incassoOnder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk de aanslag(en) te voldoen via een automatische incasso. Hiervoor heeft het college een incassoreglement vastgesteld.

Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige (een) afwijkende, ruimere, betalingstermijn(en) toegestaan.

Artikel 10Versnelde invordering

Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan invorderen.

Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.

In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de reikwijdte van de versnelde invordering;
-de vrees voor verduistering;
-het metterwoon verlaten van Nederland;
-geen vaste woonplaats in Nederland;
-als er al beslag ligt;
-de verkoop namens derden;
-de vordering ex artikel 19.

10.1. Reikwijdte versnelde invorderingAls de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat.

Als versnelde invordering zich voordoet nadat het aanslagbiljet is uitgereikt of verzonden - maar voordat de belastingaanslag (geheel) invorderbaar is - deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat.

Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden. De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan - als sprake is van direct contact met de belastingschuldige - deze eerst in de gelegenheid stellen om onmiddellijk te betalen.

Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend - maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is verstreken (bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) - vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke kennisgeving: artikel 15 in combinatie met artikel 10, eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende onderdeel.

Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te worden betekend. De belastingschuldige wordt - als sprake is van direct contact met laatstgenoemde - eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk te betalen.

Een belastingaanslag die op grond van artikel 10, eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden, blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo'n situatie altijd uitstel van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(en) die normaal zou(den) gelden.

10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invorderingVan gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen.

De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven voor de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd.

Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt.

10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invorderingNaast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger - alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle bedrag invorderbaar te verklaren - er in redelijkheid van overtuigd zijn dat de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich in Nederland bevinden.

10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invorderingHet enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de belastingschuld niet in Nederland kan worden verhaald.

10.5. Beslag en versnelde invorderingNadat de ontvanger verhaalsbeslag heeft doen leggen op bepaalde goederen, zijn andere belastingschulden van de belastingschuldige - waaronder hier wordt verstaan alle schulden waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - dadelijk en ineens invorderbaar.

10.6. Verkoop namens derden en versnelde invorderingIngeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid pas ontstaan door de (aankondiging van de) executoriale verkoop, zodat de ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verkoop zal plaatshebben.

10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invorderingDe ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt.

Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle bedrag worden ingevorderd, ook als de betalingstermijnen van die nieuwe aanslagen nog niet zijn verstreken.

Artikel 11Aanmaning

Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.

In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de geadresseerde van de aanmaning;
-als de aanmaning ten onrechte is verzonden;
-het achterwege laten van tussentijdse vervolging;
-de gedeeltelijke voldoening na aanmaning;
-de betalingsherinnering;
-de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg.

11.1. De geadresseerde van de aanmaningDe ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt.

Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger.

Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk.

11.2. Aanmaning ten onrechte verzondenAls een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan wordt de vervolging niet voortgezet voordat dit is opgehelderd.

Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen.

11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaningVervolging - niet zijnde de eindvervolging - blijft in het algemeen achterwege als het achterstallige bedrag:

1.kleiner is dan een tiende deel van de (verlaagde) belastingaanslag en;
2.minder bedraagt dan € 50.

De ontvanger kan zich in bijzondere gevallen gerechtigd achten de tussentijdse vervolging achterwege te laten, ook al valt het bedrag buiten de gestelde grenzen.

Een tussentijdse vervolging die terecht is aangevangen, wordt ook na de verzending van de aanmaning voortgezet.

11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaningAls na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan.

11.5. BetalingsherinneringAls de aard of omvang van de belastingschuld dan wel het betalingsgedrag van de belastingschuldige daartoe aanleiding geven, kan de ontvanger de belastingschuldige eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering toezenden.

Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, verzendt de ontvanger een aanmaning.

11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke wegAls de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning.

De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd.

Artikel 12Dwangbevel

Artikel 12 van de wet bepaalt dat de ontvanger een dwangbevel kan uitvaardigen.

Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag.

In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het onderwerp van het dwangbevel;
-tegen wie een dwangbevel wordt verleend.

12.1. Onderwerp van het dwangbevelDe ontvanger vaardigt een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag vermeld op een aanslagbiljet van voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen.

Als een bedrag in termijnen mag worden voldaan, vaardigt de ontvanger een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden.

De ontvanger vermindert het bedrag van een dwangbevel met:

-de inmiddels gedane betalingen;
-verleende verminderingen;
-bedragen waarvoor kwijtschelding of uitstel van betaling is verleend.

12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevelDe ontvanger verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de ontvanger het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt.

Als de ontvanger bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de ontvanger hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen.

Als de ontvanger een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen.

Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de ontvanger alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De ontvanger brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking.

Artikel 13Betekening van het dwangbevel

In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven. [4] Het dwangbevel vermeldt expliciet dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen. Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:

-door de belastingdeurwaarder;
-per post door de ontvanger.

In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de betekening van het dwangbevel per post;
-de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder;
-bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel.

13.1. Betekening dwangbevel per postDe betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling.

Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan een postvervoerbedrijf. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging.

De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen.

13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelenVerzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige.

Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de basisregistratie personen is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens - bijvoorbeeld een postbusadres - kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres.

Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een - ten tijde van de terpostbezorging - onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden.

Als het afschrift van het dwangbevel aan het juiste adres van de belastingschuldige is verzonden, maar laatstgenoemde beweert het afschrift niet te hebben ontvangen, dan geldt het dwangbevel als betekend. Dit is niet het geval als de belastingschuldige bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken op grond waarvan moet worden aangenomen dat het afschrift van het dwangbevel het bestemde adres niet heeft bereikt. [4] De eisen waaraan een dwangbevel moet voldoen zijn genoemd in artikel 4:122 Awb. Deze eisen gelden in aanvulling op de eisen die de Awb en Rv in het algemeen stellen aan het dwangbevel en de bekendmaking ervan.

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarderAls bij de betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder aanwijzingen bestaan dat de belastingschuldige bezwaar heeft tegen kennisneming van de inhoud van het dwangbevel door de huisgenoot aan wie de belastingdeurwaarder het afschrift moet achterlaten, dan betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel op de wijze als bepaald in artikel 47, eerste lid, Rv.

Deze handelwijze volgt de belastingdeurwaarder ook als hij verwacht dat achterlating van het afschrift van het dwangbevel aan de huisgenoot er niet toe zal leiden dat het afschrift de belastingschuldige ook daadwerkelijk zal bereiken.

Bij de betekening van het dwangbevel wordt domicilie gekozen op het adres van de gemeente waar de belastingdeurwaarder zijn standplaats heeft. Dit geldt ook voor de situaties waarin het dwangbevel is uitgevaardigd door de ontvanger van een andere gemeente.

13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevelEen dwangbevel dat - hetzij door terpostbezorging, hetzij door de belastingdeurwaarder - is betekend aan een minderjarige of onder curatele gestelde, moet mede worden betekend aan de wettelijke vertegenwoordiger alvorens tot tenuitvoerlegging ervan kan worden overgegaan. Zo nodig zal aan de laatstbedoelde betekening het verzenden van een aanmaning aan de wettelijke vertegenwoordiger voorafgaan.

Ten aanzien van schippers zonder vaste woonplaats aan de wal, is betekening mogelijk op het adres van het verplicht gekozen domicilie.

Artikel 14Tenuitvoerlegging van het dwangbevel

Artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de algemene regels over tenuitvoerlegging;
-beslag op roerende zaken die geen registergoederen;
-beslag op onroerende zaken;
-beslag onder derden;
-beslag op schepen.

14.1. Tenuitvoerlegging algemeenHet dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer leggen (zie artikel 4:116 Awb).

Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14, eerste lid van de wet).

Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv - dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel - gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging (artikel 14, eerste lid van de wet).

In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14, tweede lid, van de wet).

14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelenDe tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten.

14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerleggingDe tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen.

In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest.

Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden of dat een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist.

Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid.

14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overledenAls degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW, is verstreken.

Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de rechtbank de termijn van drie maanden verlengen.

Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen.

14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslagDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zakenDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derdenAls de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke rangorde, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van de inbeslaggenomen zaken.

14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaardenDe ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan.

De ontvanger heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is voldaan.

14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derdeAls de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1.Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige;
2.Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie;
3.De belangen van de gemeente worden niet geschaad.

De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden.

14.1.9. Opschorten van de executieDe belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd.

Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel van betaling in, in de zin van artikel 25 van de wet.

14.1.10. Onderhandse verkoopAls een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, vraagt de ontvanger de belastingschuldige om instemming met de ondershandse verkoop. Indien de belastingschuldige zijn instemming niet verleent en daarbij geen redelijk belang heeft, kan de ontvanger besluiten over te gaan tot ondershandse verkoop. De ontvanger gaat allereerst na of het bod afkomstig is van een onafhankelijke derde. Als de koopsom direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige komt, gaat de ontvanger net akkoord met een ondershandse verkoop.

Daarnaast houdt de ontvanger rekening met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. De ontvanger heft het beslag niet op wanneer het aangeboden bedrag direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige afkomstig is.

Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente worden geschaad.

14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoopDe ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen: a. een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld in artikel 14.1.8 van deze leidraad; b. een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14.1.10 van deze leidraad.

De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop.

14.1.12. Strafrechtelijk beslagAls op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust - dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel - dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven.

Zolang niet duidelijk is wat er met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven liggen.

14.1.13. Invordering en ontnemingswetgevingDe gemeente belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen.

In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van reeds gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de gemeente worden geschaad.

14.2 Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege.

De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen.

Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet.

14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zakenAls het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een andere gemeente dan de gemeente waar bij de betekening van het dwangbevel domicilie is gekozen, dan wordt in het beslagexploot tevens domicilie gekozen ten kantore van de gemeente waar de belastingdeurwaarder die het beslag legt zijn standplaats heeft.

14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zakenAls de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de deurwaarder deze betaling.

Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt gelaten.

14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zakenHet beslag wordt gelegd op zoveel zaken als - naar het oordeel van de belastingdeurwaarder - ruimschoots voldoende is voor dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten.

14.2.5. Beslag op roerende zaken van derdenDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zakenAls een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt, wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij het college op grond van artikel 22, eerste lid van de wet en eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 of artikel 435 Rv.

Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en vaststaat dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren, blijft inbeslagname achterwege.

14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zakenDe ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan een derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de volgende zaken aantreft:

-zaken die niet onder het bodemrecht vallen; en
-eigendom zijn van een derde; en
-strekken tot zekerheid voor de voldoening van een schuld die de belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop, eigendomsvoorbehoud); en
-waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen verhalen.

De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop deze derde een retentierecht heeft.

14.2.8. Beslag roerende zaken bij derdenOp zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen van een beslag op roerende zaken.

De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden leggen als:

-de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een beslag roerende zaken;
-het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren;
-de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, voordat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten.

Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie dagen na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv.

Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel 461d Rv.

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zakenNadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten.

Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken.

Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd.

Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt:

-als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet kan worden ingevorderd en;
-de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht.

Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet door de belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door hem daartoe aangewezen functionaris.

Bij het in beslag nemen van een voertuig is het aan de belastingdeurwaarder ter keuze om een wielklem, of een ander middel, aan te brengen ter zekerheid tegen verduistering.

14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zakenDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zakenDe deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich bevinden, als:

-de omstandigheden zich voordoen als genoemd in artikel 14.2.9 van deze leidraad; en
-de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer hoge kosten kunnen worden afgevoerd.

Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de ontvanger. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door de ontvanger daartoe aangewezen functionaris.

Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop worden overgegaan.

14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zakenAls zaken op grond van artikel 14.2.9 van deze leidraad worden weggevoerd of op grond van artikel 14.2.11 van deze leidraad afsluiting plaatsvindt, stelt de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die in staat moet worden geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het bewaarderschap met betrekking tot die zaken uit te oefenen. De aanstelling van de bewaarder wordt vermeld in het proces-verbaal dat in de betreffende situaties moet worden opgemaakt.

Als een ambtenaar van de gemeente als bewaarder wordt aangesteld, is dit zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die tot bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding gegeven.

De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de beslagen zaken waarover hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden vervoerd of opgeslagen op een wijze die het risico van fysiek of economisch bederf minimaliseert, meer dan voor de onderhavige zaken onder normale omstandigheden gebruikelijk is. De in dit verband te nemen maatregelen en de daaraan verbonden kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot de aard en de waarde van de desbetreffende zaken.

Tijdens de periode dat het beslag ligt, wordt in de navolgende gevallen aan de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder aangesteld:

-als de bewaarder geacht moet worden gedurende langere tijd lichamelijk of geestelijk niet in staat te zijn de aan het bewaarderschap verbonden taken uit te oefenen;
-als de bewaarder is overleden; in dit geval hoeft het bewaarderschap niet uitdrukkelijk te worden ontnomen;
-als een ambtenaar van de gemeente tot bewaarder is aangesteld en deze ambtenaar door oorzaken van personele of organisatorische aard redelijkerwijs moet worden geacht geen betrokkenheid meer te (kunnen) hebben bij het beslag.

Ontslag van een bewaarder gebeurt steeds schriftelijk; in voorkomend geval kan dit bij deurwaardersexploot.

14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuurAls de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, dan valt alleen de zogenoemde 'hardware' onder dit beslag. De belastingdeurwaarder moet - voordat tot executoriale verkoop wordt overgegaan - nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde 'software' bevat (bestanden, programma's en dergelijke). Als dat het geval is, dan moet de belastingschuldige de mogelijkheid worden geboden om die software te verwijderen en een back-up te maken.

14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werkenDe ontvanger moet er voor zorgdragen dat geen zilveren, gouden of platina werken die niet zijn voorzien van de stempeltekenen die volgens de Waarborgwet 1986 vereist zijn, in openbare verkoop worden gebracht of met dat doel worden tentoongesteld.

Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of platina werken voorkomen - al dan niet met het vereiste stempelteken - moet de ontvanger aangifte doen zoals artikel 46 van de Waarborgwet 1986 dat voorschrijft.

14.2.15. Beslag op illegale zakenAls voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden van strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze doorgang vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de beslaglegging de politie ingeschakeld om te bezien in hoeverre aanleiding bestaat om strafrechtelijke maatregelen te nemen. Hierbij geldt het bepaalde in artikel 14.1.12 van deze leidraad.

Als geen strafrechtelijke maatregelen worden getroffen (de voormelde zaken worden niet verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer), dan moet de ontvanger contact opnemen met het college voordat maatregelen worden getroffen om tot executoriale verkoop van de inbeslaggenomen zaken over te gaan.

14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zakenOm een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere belastingdeurwaarder dan de deurwaarder die met de verkoop belast is, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden.

Daarnaast kan de ontvanger de belastingdeurwaarder opdracht geven om de executie plaats te laten vinden via internetveiling. De regels hiervoor dienen openbaar gemaakt te worden.

14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zakenAls de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt.

Opheffing van het beslag op roerende zaken als bedoeld in artikel 445 Rv wordt altijd kenbaar gemaakt bij deurwaardersexploot.

14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zakenDe ontvanger verhaalt de openstaande schuld waarvoor het beslag roerende zaken is gelegd op de executieopbrengst, inclusief de daarin begrepen omzetbelasting. Voordat de opbrengst op de openstaande schuld wordt afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De ontvanger boekt de opbrengst vervolgens af met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7 van deze leidraad.

Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, dan wordt zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executieopbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan zijn de artikelen 481 en volgende Rv van toepassing.

14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zakenAls de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers onleesbaar zijn gemaakt.

14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zakenAls de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger vraagt of een beslag nog ligt, dan verstrekt de ontvanger deze informatie tenzij het belang van de invordering zich daartegen verzet.

14.2.21 Relaas van onttrekkingIngeval goederen aan het beslag zijn onttrokken (artikel 198 Sr) kan van dat feit op grond van artikel 162 Sv aangifte worden gedaan. De ontvanger beslist over de inzending van een relaas van onttrekking aan de officier van justitie.

14.3. Beslag op onroerende zaken14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zakenIndien het beslag op een onroerende zaak mede omvat de in of op die zaak aanwezige bestanddelen of natuurlijke vruchten, geldt het volgende. De belastingdeurwaarder kan die bestanddelen of die vruchten wegvoeren om in bewaring te geven indien dit voor het behoud van die bestanddelen of vruchten noodzakelijk is. Het wegvoeren vindt niet plaats dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger. Het bepaalde in artikel 14.2.9 is van overeenkomstige toepassing.

14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zakenAls de ontvanger voor een belastingschuld beslag op een onroerende zaak heeft gelegd, zal hij voor een nader opgekomen belastingschuld zoveel mogelijk opnieuw tot beslaglegging overgaan.

In gevallen waarin de ontvanger zelf de eerste beslaglegger is, gaat hij altijd tot beslaglegging over voor vorderingen van derden waarvan de invordering aan hem is opgedragen.

14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zakenDe ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en tevens de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 19 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in zo’n geval dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv.

14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zakenDe ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de veilingvoorwaarden die op de verkoop van toepassing zijn en hij treedt zo nodig in overleg over de inhoud van deze voorwaarden.

In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort - als de koopprijs niet toereikend mocht zijn - door de executant zal worden aangezuiverd.

14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zakenVan de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Als het beslag aan de huurder of pachter is betekend, ontvangt deze ook een schriftelijke mededeling.

Ook wordt van deze opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders en - indien van toepassing - aan de bewaarder.

14.4. Beslag onder derden14.4.1. Beslag op vordering van een derdeIn de artikelen 475 en volgende Rv is de mogelijkheid gegeven ten laste van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Als blijkt dat - na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring - de derde geen gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te hebben gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte.

Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander - bijvoorbeeld door een bank - wordt geadministreerd.

In het beslag-exploot (waarvan afschrift wordt gelaten aan de derdebeslagene) dat zowel aan de belastingschuldige als aan degene aan wie de vordering formeel toebehoort binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden betekend, moet de ontvanger zoveel mogelijk aangeven op welke gronden hij de vordering die op naam van die ander is geadministreerd, meent te kunnen uitwinnen ter verhaal van een vordering op de belastingschuldige.

14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een vordering.

14.4.3. Roerende zaken bij derdenAls zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige bevinden, wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 14.2.8 van deze leidraad.

14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslagAan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van de naam en de eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht geschonken. De situatie kan zich voordoen dat de derde een hoofdkantoor heeft en een of meerdere bijkantoren. In dat geval legt de belastingdeurwaarder het beslag zoveel mogelijk bij het hoofdkantoor dan wel het filiaal of bijkantoor dat bemoeienis heeft met de gelden of zaken waarop verhaal wordt gezocht.

In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander filiaal of bijkantoor. De executant kiest in alle gevallen domicilie bij de belastingdeurwaarder.

Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag bij de beslaglegging beperken. Voor zover niet door een andere schuldeiser beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip nog worden beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in een afzonderlijk geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding gemaakt.

14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldtAls beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv.

14.4.5a Derdenbeslag en kosten van levensonderhoud Wanneer de ontvanger derdenbeslag legt als gevolg waarvan de belastingschuldige niet meer kan voorzien in zijn levensonderhoud, verleent de ontvanger zijn medewerking aan (gedeeltelijke) opheffing van het beslag dan wel stelt hij een passend deel van het door de derde betaalde bedrag beschikbaar aan de belastingschuldige. De ontvanger verleent slechts medewerking onder voorwaarde dat de belastingschuldige voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van het beslag gedurende een bepaalde periode niet meer kan voorzien in de kosten van levensonderhoud. Voor de vaststelling van het passend deel gaat de ontvanger uit van de kosten van bestaan als bedoeld in artikel 16 van de regeling.

14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaringDe derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen.

Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan.

14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaringDe derdebeslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de schriftelijke uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene.

Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn verplichting te voldoen.

14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslagEen derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen van hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laten weten direct tot afdracht te willen overgaan.

In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee - als er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten - dat het beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn ontvangen.

14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrenteBij een derdenbeslag op een polis van een levens- of spaarverzekering of lijfrente geldt - naast de voorschriften in artikel 479l en volgende Rv het volgende:

-De ontvanger stelt zich terughoudend op bij het leggen van derdenbeslag als er sprake is van een niet-bovenmatige oudedagsvoorziening;
-De ontvanger betrekt in zijn overwegingen de verhouding tussen de openstaande belastingschuld en de opbrengst bij afkoop of belening van de polis. Bij de bepaling van de opbrengst houdt de ontvanger rekening met het feit dat een (voortijdige) afkoop of belening van de polis in bepaalde gevallen wordt aangemerkt als een verboden handeling die tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen leiden als gevolg waarvan een aanslag in de inkomstenbelasting kan worden opgelegd;
-Als de netto-opbrengst van de polis minder dan € 2.500 bedraagt, de polis wordt afgekocht of het derdenbeslag is gelegd drie jaren voor de expiratiedatum, wint de ontvanger het derdenbeslag niet uit en gaat hij niet over tot afkoop of belening. In dat geval laat de ontvanger - in overleg met belastingschuldige - het beslag liggen tot de expiratiedatum;
-De omstandigheid dat het verzekerde bedrag pas na lange tijd tot uitkering komt, staat op zich een derdenbeslag niet in de weg;
-De belastingaanslagen waarvoor het derdenbeslag wordt gelegd moeten onherroepelijk vaststaan en in redelijkheid materieel verschuldigd worden geacht.

14.4.10. Retentierecht en derdenbeslagAls de derdebeslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, dan kan de ontvanger op grond van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de belastingschuldige. Het bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de executiewaarde van de desbetreffende zaak.

14.4.11. Opheffing van het derdenbeslagAls de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt aan zowel de belastingschuldige als de derde.

In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven aan de derde-beslagene. De ontvanger zendt aan de belastingschuldige een afschrift van deze kennisgeving.

14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslagAls een derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde betaling instelt en de ontvanger aan deze vordering voldoet, wordt de belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag is gelegd, geacht in zoverre niet te zijn voldaan.

De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof er geen derdenbeslag is gelegd.

14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat, de ontvanger of een openbaar lichaam en het doen van verklaringAls derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat of de ontvanger of een openbaar lichaam, dan is specificatie verplicht; er wordt in dit verband verwezen naar artikel 479 Rv.

De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te belemmeren, maar de taak van de Staat, de ontvanger of het openbaar lichaam te verlichten. Dit betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet moet beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen, maar zich ook moet uitstrekken tot alles wat de geëxecuteerde te vorderen heeft van de Staat, de ontvanger of het openbaar lichaam en wat bij de Staat, de ontvanger of het openbaar lichaam bekend was op het moment van beslaglegging.

14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaafDeze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.