Leidraad invordering gemeentelijke belastingen (Epe)
Waar gaat deze regeling over?
Deze leidraad beschrijft de regels en procedures voor het invorderen van gemeentelijke belastingen door de gemeente Epe. Het legt uit hoe de gemeente omgaat met betalingen, aanmaningen, dwangbevelen en andere invorderingsmaatregelen.
Voor wie: Inwoners en bedrijven die gemeentelijke belastingen moeten betalen; De belastingdeurwaarder en andere ambtenaren die betrokken zijn bij de invordering.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 102
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De procedures voor het innen van gemeentelijke belastingen.
- De bevoegdheden van de belastingdeurwaarder.
- Regels voor betalingstermijnen, versnelde invordering en aanmaningen.
- Mogelijkheden voor uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingen.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners en bedrijven die gemeentelijke belastingen moeten betalen.
- De belastingdeurwaarder en andere ambtenaren die betrokken zijn bij de invordering.
Wat zijn de kernpunten?
- De leidraad geeft de mogelijkheid om nadere regels te stellen voor de invordering.
- Er zijn specifieke regels voor de afboeking van betalingen en de behandeling van teveel betaalde bedragen.
- De gemeente kan versneld invorderen bij vrees voor verduistering of als iemand Nederland metterwoon verlaat.
- Er zijn voorwaarden en procedures voor het aanvragen van uitstel van betaling en kwijtschelding.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (102)
- Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied 11
- Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder 18
- Artikel 6 Reikwijdte van de wet 18
- Artikel 7 Betaling en afboeking 19
- Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven 21
- Artikel 8 Bekendmaking aanslag 22
- Artikel 9 Betalingstermijnen 23
- Artikel 10 Versnelde invordering 24
- Artikel 11 Aanmaning 26
- Artikel 12 Dwangbevel 28
- Artikel 13 Betekening van het dwangbevel 29
- Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 30
- Artikel 16 Vervallen 41
- Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 42
- Artikel 19 Doen van een vordering 42
- Artikel 20 Lijfsdwang 47
- Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen 47
- Artikel 22 Bodemrecht 47
- Artikel 24 Verrekening 50
- Artikel 25 Uitstel van betaling 53
- Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen 64
- Artikel 27 Verjaring 77
- Artikel 27a Betalingskorting 78
- Artikel 28 Invorderingsrente 79
- Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 80
- Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 81
- Artikel 33
- Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 83
- Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 84
- Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 86
- Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 86
- Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 87
- Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 87
- Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijk
- Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 88
- Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 89
- Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 89
- Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 90
- Artikel 63b Bestuurlijke boeten 90
- Artikel 65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 91
- Artikel 67 Geheimhoudingsplicht 92
- Artikel 73 Insolventieprocedures 93
- Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 102
- Artikel 75 Kosten van vervolging 103
- Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aansla
- Artikel 81 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel 106
- Artikel1 Inleiding en toepassingsgebied
- Artikel2 Begrippen
- Artikel3 Bevoegdheden ontvanger
- Artikel3a
- Artikel4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder
- Artikel5
- Artikel6 Reikwijdte van de wet
- Artikel7 Betaling en afboeking
- Artikel7a Uitbetaling van belastingteruggaven
- Artikel8 Bekendmaking aanslag
- Artikel9 Betalingstermijnen
- Artikel10 Versnelde invordering
- Artikel11 Aanmaning
- Artikel12 Dwangbevel
- Artikel13 Betekening van het dwangbevel
- Artikel14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
- Artikel15 Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels g
- Artikel16 Vervallen
- Artikel17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
- Artikel18
- Artikel19 Doen van een vordering
- Artikel20 Lijfsdwang
- Artikel21 Voorrecht rijksbelastingen
- Artikel22 Bodemrecht
- Artikel22a
- Artikel 23
- Artikel23a
- Artikel24 Verrekening
- Artikel25 Uitstel van betaling
- Artikel26 Kwijtschelding van belastingen
- Artikel27 Verjaring
- Artikel27a Betalingskorting
- Artikel28 Invorderingsrente
- Artikel29
- Artikel30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente
- Artikel32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen
- Artikel33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste verte
- Artikel48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen
- Artikel49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling
- Artikel51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid
- Artikel52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling
- Artikel53 Aansprakelijkheid: verhaalrechten en kwijtschelding
- Artikel54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde
- Artikel58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldigde of de aansprakelij
- Artikel59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
- Artikel60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen
- Artikel61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen
- Artikel62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige
- Artikel63b Bestuurlijke boeten
- Artikel65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf
- Artikel67 Geheimhoudingsplicht
- Artikel73 Insolventieprocedures
- Artikel74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
- Artikel75 Kosten van vervolging
- Artikel80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aansla
- Artikel81 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
Leidraad invordering gemeentelijke belastingenHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Gelezen het voorstel aan het college nr. 2011-67809 Gelet op de in de belastingverordeningen geboden mogelijkheid om nadere regels te stellen;
BESLUIT Vast te stellen de volgende Leidraad invordering gemeentelijke belastingen.
Inhoudsopgave
Artikel 1Inleiding en toepassingsgebied 11
Inleiding 11 Lijst met gebruikte afkortingen 12 Definities 12 Reikwijdte beleidsvoorschriften 12 Aansprakelijkgestelden en andere derden 12 Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 13 Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen 13 Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven 13 Voor de invordering minder geschikte dagen 14 Binnenkomst van bescheiden 14 Positie belastingdeurwaarder 14 Bewaren invorderingsbescheiden 15 Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen 15 Informatieplicht 15 Diplomatieke status 15 Toepassingsgebied 16 Woonplaats 16 Fiscale en civiele bevoegdheden 16 Conservatoir beslag 17 Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering 17 Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag 17 Gerechtelijke procedures - toestemming 17 Juridische bijstand 17 Toestemming 17 Rijksadvocaat 17 Faillissementsaanvraag 18
Artikel 4Bevoegdheid belastingdeurwaarder 18
Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder 18 Bescherming 18 Legitimatie 18 Artikel 5 18
Artikel 6Reikwijdte van de wet 18
Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet 19
Artikel 7Betaling en afboeking 19
Tijdstip betaling 19 De afboeking van de betaling 19 Teveelbetaling 20 Rente en kosten bij afboeking betalingen 20 Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen 20 Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend 20 Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden 20 Betaling bij vergissing 20 Mededeling afboeking betaling 21 Betaling van kleine bedragen 21 Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement 21
Artikel 7aUitbetaling van belastingteruggaven 21
Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling 21 Uitbetalingfouten 22
Artikel 8Bekendmaking aanslag 22
Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties 22 Vervallen Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet 22 Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag 23
Artikel 9Betalingstermijnen 23
Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen 23 Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven 23 Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn 23 Dagtekening aanslagbiljet 23 Begrippen bij betalingstermijn 23 Verzuim ontvanger bij uitbetaling 24 Regeling betalingstermijnen 24 Automatische incasso 24
Artikel 10Versnelde invordering 24
Reikwijdte versnelde invordering 24 Vrees voor verduistering en versnelde invordering 25 Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering 26 Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering 26 Beslag en versnelde invordering 26 Verkoop namens derden en versnelde invordering 26 Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering 26
Artikel 11Aanmaning 26
De geadresseerde van de aanmaning 27 Aanmaning ten onrechte verzonden 27 Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning 27 Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning 27 Betalingsherinnering 27 Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg 27 Geen minimumbedrag waarvoor aanmaning tot betaling wordt verstuurd 28
Artikel 12Dwangbevel 28
Onderwerp van het dwangbevel 28 Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel 28 Geen minimumbedrag waarvoor dwangbevel wordt uitgevaardigd en betekend 29
Artikel 13Betekening van het dwangbevel 29
Betekening dwangbevel per post 29 Adressering van per post betekende dwangbevelen 29 Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder 30 Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel 30
Artikel 14Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 30
Vervallen 30 Keuze van invorderingsmaatregelen 30 Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging 31 Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden 31 Volgorde van uitwinning bij beslag 31 Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken 31 Beslaglegging voor vordering van derden 31 Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden 32 Opheffing beslag tegen betaling door een derde 32 Opschorten van de executie 32 Onderhandse verkoop 32 Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop 32 Strafrechtelijk beslag 33 Invordering en ontnemingswetgeving 33 Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 33 Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken 33 Domiciliekeuze en beslag roerende zaken 33 Aanbod van betaling en beslag roerende zaken 33 Omvang van het beslag op roerende zaken 33 Beslag op roerende zaken van derden 33 Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken 34 Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken 34 Beslag roerende zaken bij derden 34 Wegvoeren van beslagen zaken 34 Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken 35 Afsluiting en beslag roerende zaken 35 Bewaarder en beslag roerende zaken 35 Executoriale verkoop computerapparatuur 36 Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken 36 Beslag op illegale zaken 36 Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken 36 Opheffing van het beslag op roerende zaken 36 Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken 36 Proces-verbaal van verkoop roerende zaken 37 Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken 37 Relaas van onttrekking 37 Beslag op onroerende zaken 37 Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken 37 Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken 37 Verhuurde of verpachte onroerende zaken 37 Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken 37 Opheffing van het beslag onroerende zaken 38 Beslag onder derden 38 Beslag op vordering van een derde 38 Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 38 Roerende zaken bij derden 38 Plaats beslaglegging en derdenbeslag 38 Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt 39 Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring 39 Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring 39 Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag 39 Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente 39 Retentierecht en derdenbeslag 40
Opheffing van het derdenbeslag 40 Onverschuldigde betaling en derdenbeslag 40 Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen van verklaring 40 Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf 40 Beslag op schepen 40 Beletten van het vertrek van het schip 40 De executie van schepen 41 Afgelasting van de verkoop van een schip 41 Deskundige hulp en beslag op schepen 41 Opheffing van het beslag op schepen 41 Artikel 15 41
Artikel 16Vervallen 41
Artikel 17Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 42
Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 42 Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering 42
Artikel 19Doen van een vordering 42
Vordering algemeen 43 Bekendmaking vordering 43 Voldoen aan de vordering 43 Niet voldoen aan de vordering 43 Intrekken van een vordering 43 Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering 43 Doorbreken beslagverboden en vordering 44 Notoire wanbetaler en vordering 44 De faillissementsvordering 44 Aan te melden schulden in faillissement 44 Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in faillissement 45 Opkomen in faillissement 45 Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen 45 Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen 45 Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen 45 Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen 46 Beslagvrije voet en vakantiegeld 46 Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet 46 Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering 46 Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet 46 Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm 46 Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf 47
Artikel 20Lijfsdwang 47
Artikel 21Voorrecht rijksbelastingen 47
Artikel 22Bodemrecht 47
Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht 47 Bodemrecht en bestuurlijke boeten 47 Overbetekening bodembeslag 48 Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement 48 Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 48 Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 48 Bodemrecht en voorrang 48 Verzet en beroep 48 Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag 48 Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag 48 Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag 48 Beroepschrift ex artikel 22 van de wet 49 Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet 49 Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 49 Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag 49 Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag 50 Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag 50 Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 50 Beëindiging operationele lease-overeenkomst 50 Executie en bodemrecht 50 Artikel 22a en artikel 23 50
Artikel 24Verrekening 50
Wanneer verrekening 51 Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 51 Betwiste schuld en verrekening 51 Reikwijdte van de verrekening 51 Bekendmaking verrekening 51 Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting 52 Instemmingsregeling bij cessie en verpanding 52 Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding 52 Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen 52 Instemming of weigering met een cessie of verpanding 52 Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb 53 Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding 53 Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding 53
Artikel 25Uitstel van betaling 53
Algemene uitgangspunten uitstelbeleid 53 Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel 53 Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling 54 Redenen afwijzing verzoek om uitstel 54 Redenen beëindigen uitstel 54 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn 54 Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel 55 Geen invordering tijdens verleend uitstel 55 Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd 55 Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag 55 Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten 55 Uitstel voor een bestuurlijke boete 55 Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen 55 Zekerheid bij uitstel 56 Tijdstip indiening verzoek om uitstel 56 Verzoekschriften aan andere instellingen 56 Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 56 Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag 56 Uitstel van betaling in geval van een bezwaar- of beroepschrift 56 Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift 57 Ontbrekende gegevens 57 De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling 57 Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure 57 Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar 57 25.2.7a Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld 58 Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar 58 Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag 58 Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag 58 Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 58 Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen 58 Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel 59 Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag 59 Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 59 Uitstel in verband met betalingsproblemen 59 Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen 59 Uitstel en motorrijtuigenbelasting 60 Verrekening tijdens een betalingsregeling 60 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance 60 Betalingsregeling voor particulieren 60 Duur betalingsregeling particulieren 60 Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren 60 Kort uitstel particulieren 61 Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren 61 Vermogen en betalingsregeling particulieren 61 Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren 61 Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven 62 Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden 62 Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten 62
Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor 62 Betalingsregeling langer dan twaalf maanden 62 Betalingsregeling voor ondernemers 63 Duur betalingsregeling ondernemers 63 Voorwaarden betalingsregeling ondernemers 63 Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers Verklaring derde deskundige Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend Kort uitstel van betaling voor ondernemers Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers 63 Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie 63 Administratief beroep 63 Toetsing uitstelbeschikking door het college 63 Beroepsfase uitstel 64 Beslissing college op beroepschrift bij uitstel 64 Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel 64 Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger 64
Artikel 26Kwijtschelding van belastingen 64
Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid 65 Kwijtschelding van betaalde belastingschulden 65 Het indienen van een verzoek om kwijtschelding 65 Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding 66 Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding 66 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden 66 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding 66 Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering 66 Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding 66 Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend 67 Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding 68 Verzoekschriften aan andere instellingen 68 Kwijtschelding en automatische incasso 68 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 68 Vermogen en kwijtschelding particulieren 68 De inboedel en kwijtschelding particulieren 68 De auto en kwijtschelding particulieren 69 Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren 69 De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren 69 Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren 69 Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren 70 [vervallen] 70 vervallen 70 Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren 70 Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren 71 Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren 71 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren 72 Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren 72 Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden 72 Woonlasten van meerpersoonshuishoudens 72 Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren 72 Kwijtschelding tijdens WSNP 72 vrevallen 73 Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering 73 Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers 73 Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 73 Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers 73 Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord 74 Toepassingsbereik saneringsakkoord 74 Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord 74 Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord 74 Rente en kosten en saneringsakkoord 74 Speciale crediteuren en saneringsakkoord 74 Administratief beroep 75 Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding 75 Herhaald verzoek om kwijtschelding 75 Beroepsfase kwijtschelding 75 Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding 76 Beslissing college op beroep bij kwijtschelding 76 Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding 76
Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding 76 Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 76 Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 76 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding 77 Geautomatiseerde kwijtschelding 77
Artikel 27Verjaring 77
Versnelde invordering en verjaring 78 Aansprakelijkgestelden en verjaring 78 Stuiting van de verjaring 78 Schorsing van de verjaring 78 Afstand van verjaring 78 Rente en kosten en verjaring 78 Na verjaring geen civiele invordering 78
Artikel 27aBetalingskorting 78
Artikel 28Invorderingsrente 79
Cheque buitenland en invorderingsrente 79 Correctie berekende invorderingsrente 79 Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente 79 79 vervallen 79 Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk 80 Vervallen 80 Artikel 29 80
Artikel 30Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 80
Beschikking terugnemen betalingskorting 80 Verzoek tot vermindering rente is bezwaar 80 Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie 81 Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling 81 Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting 81 Artikel 31 en artikel 31a 81
Artikel 32Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 81
Keuze aansprakelijkheid 81 Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid 82
Artikel 33Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen 82
Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid 82 Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid 82 Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid 82 Vereffenaar bij aansprakelijkheid 83 Bestuurder bij aansprakelijkheid 83 Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid 83 Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers Artikel 34 tot en met 47 83
Artikel 48Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 83
Beneficiaire aanvaarding 83 Invordering ten laste van een erfgenaam 83
Artikel 49Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 84
Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete 84 Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente 84 De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn 84 Wanneer in gebreke 84 In gebreke zijn en versnelde invordering 84 In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ 85 Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid 85 Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden 85 Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige 85 Volgorde van aansprakelijkstellen 85 Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling 86 Bezwaar en uitstel van betaling 86 Overgangsrecht 86 Bij civiele procedure geen invordering of verrekening 86 Wijziging eis 86
Artikel 51Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 86
Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar 86
Artikel 52Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 86
Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling 87
Artikel 53Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 87
Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld 87
Artikel 54Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 87
Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling 87 Artikel 55 tot en met 57 87
Artikel 58Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde 88
Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure 88 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden 88 Invorderingsonderzoek tijdens faillissement
Artikel 59Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 88
Artikel 60Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 89
Redelijke termijn voor verstrekken van informatie 89 Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen 89
Artikel 61Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 89
Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens 89
Artikel 62Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 90
Artikel 63 en 63a 90
Artikel 63bBestuurlijke boeten 90
Artikel 65Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 91
Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf 92 Artikel 65a en artikel 66 92
Artikel 67Geheimhoudingsplicht 92
Bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige 2. Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen 92 Artikel 68 tot en met 72 92
Artikel 73Insolventieprocedures 93
Algemene uitgangspunten insolventieprocedures 93 Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement 93 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement 93 Boedelschulden 93 Proceskostengarantie 94 Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator 94 Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP 94 Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 94 Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP 94 Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP 94 Insolventieprocedure: Wettelijke schuldsanering 94 Kwijtschelding tijdens WSNP 94 De WSNP is beëindigd met een schone lei 94 De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken De WSNP is tussentijds beëindigd Insolventieprocedure - surséance 95 Uitstel en surséance 95 Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance 95 Insolventieprocedure: faillissement 95 Faillissementsaanvraag: algemeen 95 Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag 96 Particulieren en faillissement 96 Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag 96 Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter 96 Toestemming voor faillissementsaanvraag 96 Vervallen 97 Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag 97 Verzet tegen faillietverklaring 97 Beroep op regresrecht in faillissement 97 Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement 97 Opkomen in faillissement 97 Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 97 Na de toepassing van het faillissement 97 Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure 98 Omzetting faillissement in WSNP 98 Insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten 98 Algemeen 98 Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP 99 Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen 99 Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP 99 Intrekken uitstel gedurende MSNP 100 De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP 100 Na de toevoeging van de MSNP 100 Insolventieprocedures: akkoorden 101 Buitengerechtelijk akkoord 101 Voorwaarden voor toetreding tot een buitengerechtelijk akkoord 101 Gevolgen buitengerechtelijk akkoord 101 Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord 102 Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord 102 Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord 102 Vervallen 102 Gevolgen dwangakkoord 102 Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 102
Artikel 74Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 102
Artikel 75Kosten van vervolging 103
Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten 103 Aan derden toekomende bedragen 103 Rechtsmiddelen en vervolgingskosten 104 Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar 104 Niet in rekening brengen van vervolgingskosten 104 Onverschuldigdheid van vervolgingskosten 104 Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten 105 Versnelde invordering en vervolgingskosten 105 Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten 105 Geen kwijtschelding van vervolgingskosten 105 Limitering betekeningskosten dwangbevel 106 Artikel 76 tot en met 79 106
Artikel 80Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 106
Tenuitvoerlegging termijndwangbevel 106 Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 106
Artikel 81Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel 106
Artikel1Inleiding en toepassingsgebied
Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990.
1.1.Inleiding Voor u ligt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen. Deze Leidraad vervangt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Epe van 16 februari 2005.
Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk (hierna: Rijksleidraad) bevat de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen. Dit is het grote verschil tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ Leidraad. In de Leidraad zijn enkele inhoudelijke wijzigingen verwerkt. Deze zijn in de bijlage bij de beslisnota toegelicht.
Bij de opmaak van de gemeentelijke leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk hebben wij bepalingen toegevoegd of aangepast aan de gemeentelijke situatie.
Opzet van de Leidraad Voor de indeling in artikelen en subartikelen is aangesloten bij Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente. Bij diverse artikelen en onderdelen treft u dan ook de opmerking aan: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente’. Dit hebben wij gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden.
Vanwege de leesbaarheid gebruiken wij in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen’. Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen’. In de andere gevallen hebben wij gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen.
Wie stelt de Leidraad binnen de gemeente vast?
Uit de wet blijkt niet wie binnen de gemeente de Leidraad moet vaststellen. De Rijksleidraad is vastgesteld door de staatssecretaris van Financiën. Het betreft hier een bevoegdheid die intern door de minister aan de staatssecretaris is overgedragen. Met de inwerkingtreding van de aanpassingswetgeving derde tranche Algemene wet bestuursrecht (1 januari 1998) wordt ‘de minister’ in de Gemeentewet vertaald met 'het college'. Wij stellen ons op het standpunt dat de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen ertoe strekt het invorderingsbeleid te formuleren en te formaliseren. De Leidraad moet als zodanig worden vastgesteld door hetzij degene aan wie de bevoegdheid is geattribueerd, dat is de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen (artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet), hetzij degene onder wiens bestuursverantwoordelijkheid de bevoegdheid wordt uitgeoefend. De vraag in dit verband is of het college bestuursverantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de invordering of de gemeenteraad. Voor de gemeenteraad pleit dat dit orgaan de regels vaststelt (de organisatieverordening) op grond waarvan de aanwijzing van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen moet plaatsvinden.
De daadwerkelijke benoeming van de betrokken ambtenaar vindt echter plaats door het college. Gelet op het voorgaande zouden zowel de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, het college als de gemeenteraad bevoegd zijn tot het vaststellen van beleidsregels betreffende de invordering. Wel zouden deze regels naar de mate waarin de afstand tot de uitvoering groter is, zich meer moeten beperken tot algemene aanwijzingen en algemene instructies. Alles afwegend gaat onze voorkeur uit naar het college als het bestuursorgaan dat de Leidraad vaststelt.
1.1.1.Lijst met gebruikte afkortingen Afkorting Omschrijving Awb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen Wwb Wet werk en bijstand 1.1.2.Definities belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven; belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet; besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; college:het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Wwb inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur; ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent; ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger; particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt; regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).
Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat.
1.1.3.Reikwijdte beleidsvoorschriften Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
1.1.4.Aansprakelijkgestelden en andere derden De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen.
Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken.
1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur De ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.
Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb).
Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb).
Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen:
Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb.
Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke).
1.1.6.Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur.
1.1.7.Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven Als de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep.
Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven.
De ontvanger vraagt altijd toestemming als:
1.1.8.Voor de invordering minder geschikte dagen Onverminderd het bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 18 van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag.
De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven.
Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderingsmaatregelen die betrekking hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid van de wet terstond invordert.
Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name:
Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in het kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden.
1.1.10.Positie belastingdeurwaarder Belastingdeurwaarder is een door of namens het college aangewezen ambtenaar van de gemeente, dan wel een als belastingdeurwaarder van de gemeente aangewezen deurwaarder. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (de ontvanger).
Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient.
Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om hetgeen hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld - in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee - verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige rijksbelasting.
De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen.
Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich jegens hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder werkzaam is.
1.1.11.Bewaren invorderingsbescheiden De ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard.
De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren.
Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren.
1.1.12.Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen Op verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden.
De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is.
1.1.13.Informatieplicht De ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(en) die voor de belastingaanslag gelden. De informatieplicht vervalt zodra volledige betaling plaatsvindt.
De ontvanger kan altijd gebruik maken van zijn bevoegdheid van hoofdstuk VII als de toepassing van artikel 10 van de wet aan de orde kan komen.
1.1.14.Diplomatieke status De invordering van belastingschulden van personen met een diplomatieke status gebeurt door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken. De ontvanger richt een verzoek om bemiddeling rechtstreeks tot:
Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Kabinet en Protocol Postbus 20061 2500 EB 's-Gravenhage 1.2.Toepassingsgebied Het eerste lid van artikel 1 van de wet regelt het toepassingsgebied van de wet. Het tweede lid bepaalt dat een deel van de Awb niet van toepassing is op de wet.
De ontvanger handelt zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb (zie ook artikel 1.1.5 van deze leidraad).
Artikel2Begrippen
In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'.
2.1. Woonplaats De begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud.
Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW.
Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk IV van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de gemeentelijke verordening op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan.
Artikel3Bevoegdheden ontvanger
Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.
De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze.
De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op.
In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken.
De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.
3.2. Conservatoir beslag Om de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.
3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering Als de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet.
3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid Rv.
3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming 3.3.1 Juridische bijstand Op grond van artikel 3, derde lid, van de wet treedt de ontvanger zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van:
3.3.2 Toestemming In gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Behalve voor in hoger beroep te voeren zaken geldt het voorgaande niet voor:
3.4. Rijksadvocaat Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
3.5. Faillissementsaanvraag Als een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen. De ontvanger is zelfstandig in het nemen van deze beslissing. Dit geldt ook bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een faillissement.
Artikel3a
Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel4Bevoegdheid belastingdeurwaarder
Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.
In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.
4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder De belastingdeurwaarder is bevoegd tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger.
Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 4:124 van de Awb gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt.
4.2. Bescherming Belastingdeurwaarders zijn ambtenaar in de zin van de artikelen 179 en 180 Sr. Daardoor genieten zij strafrechtelijke bescherming, voor zover zij hun wettelijke taken en bevoegdheden uitoefenen.
4.3. Legitimatie Voor de uitoefening van de aan hem opgedragen invorderingstaken kan de belastingdeurwaarder op verzoek zich legitimeren aan de belastingschuldige en/of zijn/haar gemachtigden.
Artikel5
Er zijn in deze leidraad op artikel 5 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel6Reikwijdte van de wet
Artikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op:
In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over rente en kosten.
6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet Onder rente als bedoeld in artikel 6 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente.
Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg.
Artikel7Betaling en afboeking
Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:
In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
7.1. Tijdstip betaling
7.2. De afboeking van de betaling Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen:
7.3. Teveelbetaling Als de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is betaald terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld.
7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg.
Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente.
7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen Kosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag worden toegerekend aan een van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt.
7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend Als sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete, vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep).
Als echter - ondanks dit uitstel - zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Als op de bestuurlijke boete is afgeboekt en de bestuurlijke boete wordt alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd.
7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden Als een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde, worden eerst de vervolgingskosten afgeboekt die aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening zijn gebracht. Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag - waarbij artikel 7 van de wet wel van toepassing is - echter met dien verstande dat de invorderingsrente en kosten die op die aanslag zelf betrekking hebben alleen worden afgeboekt indien en voor zover men hiervoor aansprakelijk is gesteld.
Zowel de belastingschuldige als de aansprakelijkgestelde worden schriftelijk in kennis gesteld over de wijze van afboeking van de betaling door de aansprakelijkgestelde.
7.8. Betaling bij vergissing Met de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht.
Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben.
In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij voor de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan.
Indien een bedrag wordt betaald als gewetensgeld, wordt dit gezien als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Terugbetaling vindt dan niet plaats.
7.9. Mededeling afboeking betaling De ontvanger stelt de belastingschuldige van de afboeking van een betaling waarbij invorderingsrente in rekening is gebracht schriftelijk op de hoogte, tenzij het een slotbetaling betreft op een belastingaanslag waarbij geen rente worden afgeboekt.
Een kennisgeving blijft in overige gevallen achterwege.
7.10. Betaling van kleine bedragen Betalingen van belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd, tenzij dit door ontvanger aangemerkt wordt als nodeloze overlast. In dat geval treedt hij in contact met de belastingschuldige om de betalingswijze aan te passen.
7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement Uit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst, met in achtneming van artikel 7.2 van deze leidraad.
Artikel7aUitbetaling van belastingteruggaven
Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt.
Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.
In aansluiting op artikel 4:89 Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
Artikel7a1Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling
De aanwijzing door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats op het verzoek in verband waarmee het desbetreffende uit te betalen bedrag wordt vastgesteld. Als de belastingschuldige niet reageert op het schriftelijk ter verificatie aanbieden van het bij de gemeente bekende rekeningnummer door de gemeente, geldt dit ook als aanwijzing.
Als de belastingschuldige bij een volgende gelegenheid met betrekking tot hetzelfde belastingmiddel en hetzelfde soort uit te betalen bedrag een ander rekeningnummer aanwijst, dan wordt laatstbedoeld rekeningnummer geacht ook te zijn aangewezen voor het doen van uitbetalingen voortvloeiend uit eerdere aangiften of verzoeken.
Aanwijzing moet voor het overige per uitbetaling schriftelijk plaatsvinden en wel op een zodanig tijdstip, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Artikel7a2Uitbetalingsfouten
Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd.
Indien en voor zover blijkt dat het eerder betaalde bedrag niet ter beschikking van de belastingschuldige is gekomen - bijvoorbeeld omdat de rekening ten tijde van de bijschrijving een debetstand kent en ook de (eventuele) kredietfaciliteit van de rekening de restitutie niet toelaat - vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats.
Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.
Uitbetalingfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald.
Artikel8Bekendmaking aanslag
Artikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.
In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties De toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat:
8.2.
Vervallen 8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet De gehoudenheid tot betalen wordt niet ongedaan gemaakt door de omstandigheid dat de schuld vermeld op de belastingaanslag afwijkt van hetgeen materieel is verschuldigd, noch door de omstandigheid dat de belastingaanslag ten name staat van een ander dan degene die de belasting materieel is verschuldigd.
8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene tegen de erfgenamen afzonderlijk moet worden opgetreden, worden zij zoveel mogelijk vooraf schriftelijk uitgenodigd het verschuldigde binnen een redelijk termijn te voldoen.
Artikel9Betalingstermijnen
Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.
In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
9.4. Dagtekening aanslagbiljet De dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodanig bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast.
9.5. Begrippen bij betalingstermijn Als de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken vervalt op 12 december.
Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april. Is de dagtekening 29 februari, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april.
Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) op de dag die hetzelfde nummer heeft als dat van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, vervalt de termijn dus op 15 april. Is de betalingstermijn zes weken en is de dagtekening 15 maart, vervalt de termijn op 26 april.
9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van een belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaats vindt.
9.7. Regeling betalingstermijnen De gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(en) in de belastingverordening geregeld. Is in de belastingverordening niets geregeld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing. In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard.
Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn(en) aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald.
9.8. Automatische incasso Onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk de aanslag(en) te voldoen via een automatische incasso. Hiervoor heeft het college een incassoreglement vastgesteld.
Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige afwijkende, ruimere, betalingstermijnen toegestaan.
Artikel10Versnelde invordering
Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan invorderen.
Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.
In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
10.1. Reikwijdte versnelde invordering Als de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat.
Als versnelde invordering zich voordoet nadat het aanslagbiljet is uitgereikt of verzonden - maar voordat de belastingaanslag (geheel) invorderbaar is - deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat.
Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden. De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan - als sprake is van direct contact met de belastingschuldige - deze eerst in de gelegenheid stellen om onmiddellijk te betalen.
Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend - maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is verstreken (bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) - vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke kennisgeving: artikel 15 in combinatie met artikel 10, eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende onderdeel.
Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te worden betekend. De belastingschuldige wordt - als sprake is van direct contact met laatstgenoemde - eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk te betalen.
Een belastingaanslag die op grond van artikel 10, eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden, blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo'n situatie altijd uitstel van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(en) die normaal zou(den) gelden.
10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering Van gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen.
De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven voor de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd.
Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt.
10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering Naast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger - alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle bedrag invorderbaar te verklaren - er in redelijkheid van overtuigd zijn dat de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich in Nederland bevinden.
10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering Het enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de belastingschuld niet in Nederland kan worden verhaald.
10.5. Beslag en versnelde invordering Nadat de ontvanger verhaalsbeslag heeft doen leggen op bepaalde goederen, zijn andere belastingschulden van de belastingschuldige - waaronder hier wordt verstaan alle schulden waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - dadelijk en ineens invorderbaar.
10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering Ingeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid pas ontstaan door de (aankondiging van de) executoriale verkoop, zodat de ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verkoop zal plaatshebben.
10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering De ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt.
Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle bedrag worden ingevorderd, ook als de betalingstermijnen van die nieuwe aanslagen nog niet zijn verstreken.
Artikel11Aanmaning
Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.
In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
11.1. De geadresseerde van de aanmaning De ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt.
Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger.
Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk.
11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden Als een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan wordt de vervolging niet voortgezet voordat dit is opgehelderd.
Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de belangen van de gemeente te schaden, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen.
11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning Vervolging - niet zijnde de eindvervolging - blijft in het algemeen achterwege als het achterstallige bedrag: kleiner is dan een tiende deel van de (verlaagde) belastingaanslag; en minder bedraagt dan € 182.
De ontvanger kan zich in bijzondere gevallen gerechtigd achten de tussentijdse vervolging achterwege te laten, ook al valt het bedrag buiten de gestelde grenzen.
Een tussentijdse vervolging die terecht is aangevangen, wordt ook na de verzending van de aanmaning voortgezet.
11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning Als na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan.
11.5. Betalingsherinnering Als de aard of omvang van de belastingschuld dan wel het betalingsgedrag van de belastingschuldige daartoe aanleiding geven, kan de ontvanger de belastingschuldige eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering toezenden.
Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, hervat de ontvanger de (dwang)invordering.
11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg Als de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning. De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd.
11.7. Geen minimumbedrag waarvoor aanmaning tot betaling wordt verstuurd Indien de belastingschuldige na de vervaldatum van de betaaltermijn(en) van het belastingaanslagbiljet, de verschuldigde belasting niet volledig heeft voldaan, zal ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag, een aanmaning tot betaling worden verstuurd. Ook voor die belastingschuldige die wel het bedrag van de belasting betaalt, maar niet de in rekening gebrachte invorderingsrente, wordt tot het versturen van een aanmaning overgegaan. Alleen indien het niet aan de belastingschuldige is te verwijten dat niet tijdig is voldaan wordt het bedrag aan in rekening gebrachte invorderingsrente en/of vervolgingskosten buiten invordering gelaten.
Artikel12Dwangbevel
Artikel 12 van de wet bepaalt dat de ontvanger een dwangbevel kan uitvaardigen als de belastingschuldige na de aanmaning in gebreke blijft de belastingaanslag te betalen.
Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag.
In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
12.1. Onderwerp van het dwangbevel De ontvanger vaardigt een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag vermeld op een aanslagbiljet van voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen.
Als een bedrag in termijnen mag worden voldaan, vaardigt de ontvanger een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden.
De ontvanger vermindert het bedrag van een dwangbevel met:
12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel De ontvanger verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de ontvanger het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt.
Als de ontvanger bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de ontvanger hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen.
Als de ontvanger een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen.
Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de ontvanger alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De ontvanger brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking.
12.3. Geen minimumbedrag waarvoor dwangbevel wordt uitgevaardigd en betekend Indien de belastingschuldige na de vervaldatum van de aanmaning de verschuldigde belasting, inclusief de invorderingsrente en/of aanmaningskosten niet volledig heeft voldaan, zal ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag, een aanmaning tot betaling worden verstuurd. Ook voor die belastingschuldige die wel het bedrag van de belasting betaalt, maar niet de in rekening gebrachte invorderingsrente en/of vervolgingskosten, wordt tot het versturen van een aanmaning overgegaan. Alleen indien het niet aan de belastingschuldige is te verwijten dat niet tijdig is voldaan wordt het bedrag aan in rekening gebrachte invorderingsrente en/of kosten voor het betekenen van het dwangbevel buiten invordering gelaten.
Artikel13Betekening van het dwangbevel
In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven. Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:
In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
13.1. Betekening dwangbevel per post De betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling.
Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan PostNL. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging.
De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen.
13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen Verzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige.
Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens - bijvoorbeeld een postbusadres - kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres.
Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een - ten tijde van de terpostbezorging - onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden.
Als het afschrift van het dwangbevel aan het juiste adres van de belastingschuldige is verzonden, maar laatstgenoemde beweert het afschrift niet te hebben ontvangen, dan geldt het dwangbevel als betekend. Dit is niet het geval als de belastingschuldige bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken op grond waarvan moet worden aangenomen dat het afschrift van het dwangbevel het bestemde adres niet heeft bereikt.
13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder Als bij de betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder aanwijzingen bestaan dat de belastingschuldige bezwaar heeft tegen kennisneming van de inhoud van het dwangbevel door de huisgenoot aan wie de belastingdeurwaarder het afschrift moet achterlaten, dan betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel op de wijze als bepaald in artikel 47, eerste lid, Rv.
Deze handelwijze volgt de belastingdeurwaarder ook als hij verwacht dat achterlating van het afschrift van het dwangbevel aan de huisgenoot er niet toe zal leiden dat het afschrift de belastingschuldige ook daadwerkelijk zal bereiken.
Bij de betekening van het dwangbevel wordt domicilie gekozen op het adres van de gemeente waar de belastingdeurwaarder zijn standplaats heeft. Dit geldt ook voor de situaties waarin het dwangbevel is uitgevaardigd door de ontvanger van een andere gemeente.
13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel Een dwangbevel dat - hetzij door terpostbezorging, hetzij door de belastingdeurwaarder - is betekend aan een minderjarige of onder curatele gestelde, moet mede worden betekend aan de wettelijke vertegenwoordiger alvorens tot tenuitvoerlegging ervan kan worden overgegaan. Zo nodig zal aan de laatstbedoelde betekening het verzenden van een aanmaning aan de wettelijke vertegenwoordiger voorafgaan.
Ten aanzien van schippers zonder vaste woonplaats aan de wal, is betekening mogelijk op het adres van het verplicht gekozen domicilie.
Artikel14Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
Artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
14.1. Vervallen 14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen De tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten.
14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen.
In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest.
Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden of dat een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist.
Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid.
14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW, is verstreken.
Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de rechtbank de termijn van drie maanden verlengen.
Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen.
14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke rangorde, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van de in beslag genomen zaken.
14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden De ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De ontvanger heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is voldaan.
14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige;
Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie;
De belangen van de gemeente worden niet geschaad.
De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden.
14.1.9. Opschorten van de executie De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaalvier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd.
Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel van betaling in, in de zin van artikel 25 van de wet.
14.1.10. Onderhandse verkoop Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, dan kan de ontvanger kiezen voor een onderhandse verkoop.
De ontvanger moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente worden geschaad.
14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen: een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld in artikel 14.1.8 van deze leidraad; een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14.1.10 van deze leidraad.
De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop.
14.1.12. Strafrechtelijk beslag Als op een in beslag genomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust - dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel - dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven. Zolang niet duidelijk is wat er met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven liggen.
14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving De gemeente belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen.
In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de gemeente worden geschaad.
14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege.
De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen.
Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet.
14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken Als het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een ander Gemeente dan het kantoor waar bij de betekening van het dwangbevel domicilie is gekozen, dan wordt in het beslagexploot tevens domicilie gekozen ten kantore van de gemeente waar de belastingdeurwaarder die het beslag legt zijn standplaats heeft.
14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken Als de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de deurwaarder deze betaling. Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt gelaten.
14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als - naar het oordeel van de belastingdeurwaarder - ruimschoots voldoende is voor dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten.
14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken Als een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt, wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij het college op grond van artikel 22, eerste lid van de wet en eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 of artikel 435 Rv. Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en vaststaat dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren, blijft inbeslagname achterwege.
14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken De ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan een derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de volgende zaken aantreft:
De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop deze derde een retentierecht heeft.
14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen van een beslag op roerende zaken.
De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden leggen als:
Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie dagen na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv.
Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel 461d Rv.
14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken Nadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten.
Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken.
Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd.
Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt:
Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet door de belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger van de gemeente. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door de ontvanger daartoe aangewezen functionaris.
14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken De deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan waarin ten laste van de ondernemingin beslag genomen zaken zich bevinden, als:
Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de ontvanger. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door de ontvanger daartoe aangewezen functionaris.Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop worden overgegaan.
14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken Als zaken op grond van artikel 14.2.9 van deze leidraad worden weggevoerd of op grond van artikel 14.2.11 van deze leidraad afsluiting plaatsvindt, stelt de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die in staat moet worden geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het bewaarderschap met betrekking tot die zaken uit te oefenen. De aanstelling van de bewaarder wordt vermeld in het proces-verbaal dat in de betreffende situaties moet worden opgemaakt.
Als een ambtenaar van de gemeente als bewaarder wordt aangesteld, is dit zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die tot bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding gegeven.
De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de beslagen zaken waarover hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden vervoerd of opgeslagen op een wijze die het risico van fysiek of economisch bederf minimaliseert, meer dan voor de onderhavige zaken onder normale omstandigheden gebruikelijk is. De in dit verband te nemen maatregelen en de daaraan verbonden kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot de aard en de waarde van de desbetreffende zaken.
Tijdens de periode dat het beslag ligt, wordt in de navolgende gevallen aan de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder aangesteld:
Ontslag van een bewaarder gebeurt steeds schriftelijk; in voorkomend geval kan dit bij deurwaardersexploot.
14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur Als de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, dan valt alleen de zogenoemde 'hardware' onder dit beslag. De belastingdeurwaarder moet - voordat tot executoriale verkoop wordt overgegaan - nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde 'software' bevat (bestanden, programma's en dergelijke). Als dat het geval is, dan moet de belastingschuldige de mogelijkheid worden geboden om die software te verwijderen en een back-up te maken.
14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken De ontvanger moet er voor zorgdragen dat geen zilveren, gouden of platina werken die niet zijn voorzien van de stempeltekenen die volgens de Waarborgwet 1986 vereist zijn, in openbare verkoop worden gebracht of met dat doel worden tentoongesteld.
Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of platina werken voorkomen - al dan niet met het vereiste stempelteken - moet de ontvanger aangifte doen zoals artikel 46 van de Waarborgwet 1986 dat voorschrijft.
14.2.15. Beslag op illegale zaken Als voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden van strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze doorgang vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de beslaglegging de politie ingeschakeld om te bezien in hoeverre aanleiding bestaat om strafrechtelijke maatregelen te nemen. Hierbij geldt het bepaalde in artikel 14.1.12 van deze leidraad.
Als geen strafrechtelijke maatregelen worden getroffen (de voormelde zaken worden niet verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer), dan moet de ontvanger contact opnemen met het college voordat maatregelen worden getroffen om tot executoriale verkoop van de in beslag genomen zaken over te gaan.
14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere belastingdeurwaarder dan de deurwaarder die met de verkoop belast is, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden.
Daarnaast kan de ontvanger de belastingdeurwaarder opdracht geven om de executie plaats te laten vinden via internetveiling. De regels hiervoor dienen openbaar gemaakt te worden.
14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt. Opheffing van het beslag op roerende zaken als bedoeld in artikel 445 Rv wordt altijd kenbaar gemaakt bij deurwaardersexploot.
14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken De ontvanger verhaalt de openstaande schuld waarvoor het beslag roerende zaken is gelegd op de executieopbrengst, inclusief de daarin begrepen omzetbelasting. Voordat de opbrengst op de openstaande schuld wordt afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De ontvanger boekt de opbrengst vervolgens af met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7 van deze leidraad.
Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, dan wordt zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executie opbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan zijn de artikelen 481 en volgende Rv van toepassing.
14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken Als de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers onleesbaar zijn gemaakt.
14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken Als de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger vraagt of een beslag nog ligt, dan verstrekt de ontvanger deze informatie tenzij het belang van de invordering zich daartegen verzet.
14.2.21 Relaas van onttrekking Ingeval goederen aan het beslag zijn onttrokken (artikel 198 Sr) kan van dat feit op grond van artikel 162 Sv aangifte worden gedaan. De ontvanger beslist over de inzending van een relaas van onttrekking aan de officier van justitie.
14.3. Beslag op onroerende zaken 14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken Indien het beslag op een onroerende zaak mede omvat de in of op die zaak aanwezige bestanddelen of natuurlijke vruchten, geldt het volgende. De belastingdeurwaarder kan die bestanddelen of die vruchten wegvoeren om in bewaring te geven indien dit voor het behoud van die bestanddelen of vruchten noodzakelijk is. Het wegvoeren vindt niet plaats dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger. Het bepaalde in artikel 14.2.9 is van overeenkomstige toepassing.
14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag op een onroerende zaak heeft gelegd, zal hij voor een nader opgekomen belastingschuld zoveel mogelijk opnieuw tot beslaglegging overgaan.
In gevallen waarin de ontvanger zelf de eerste beslaglegger is, gaat hij altijd tot beslaglegging over voor vorderingen van derden waarvan de invordering aan hem is opgedragen.
14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken De ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en tevens de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 19 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in zo’n geval dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv.
14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken De ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de veilingvoorwaarden die op de verkoop van toepassing zijn en hij treedt zo nodig in overleg over de inhoud van deze voorwaarden.
In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort - als de koopprijs niet toereikend mocht zijn - door de executant zal worden aangezuiverd.
14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken Van de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Als het beslag aan de huurder of pachter is betekend, ontvangt deze ook een schriftelijke mededeling.
Ook wordt van deze opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders en - indien van toepassing - aan de bewaarder.
14.4. Beslag onder derden 14.4.1. Beslag op vordering van een derde In de artikelen 475 en volgende Rv is de mogelijkheid gegeven ten laste van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Als blijkt dat - na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring - de derde geen gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te hebben gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte.
Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander - bijvoorbeeld door een bank - wordt geadministreerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de echtgenoot met wie de belastingschuldige in gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval wordt het derdenbeslag gelegd ten laste van de echtgenoot van de belastingschuldige, als de echtgenoot alleen gerechtigd is de vermogensbestanddelen te vorderen die onder het beslag vallen.
In het beslag-exploot (waarvan afschrift wordt gelaten aan de derdebeslagene) dat zowel aan de belastingschuldige als aan de echtgenoot binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden betekend, moet de ontvanger zoveel mogelijk aangeven op welke gronden hij de vordering die op naam van de echtgenoot is geadministreerd, meent te kunnen uitwinnen ter verhaal van een vordering op de belastingschuldige.
14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een vordering.
14.4.3. Roerende zaken bij derden Als zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige bevinden, wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 14.2.8 van deze leidraad.
14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag Aan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van de naam en de eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht geschonken. De situatie kan zich voordoen dat de derde een hoofdkantoor heeft en een of meerdere bijkantoren. In dat geval legt de belastingdeurwaarder het beslag zoveel mogelijk bij het hoofdkantoor dan wel het filiaal of bijkantoor dat bemoeienis heeft met de gelden of zaken waarop verhaal wordt gezocht.
In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander filiaal of bijkantoor. De executantkiest in alle gevallen domicilie bij de belastingdeurwaarder.
Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag bij de beslaglegging beperken. Voor zover niet door een andere schuldeiser beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip nog worden beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in een afzonderlijk geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding gemaakt.
14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv.
14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen.
Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan.
14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring De derdebeslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de schriftelijke uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene.
Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn verplichting te voldoen.
14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag Een derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen van hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laten weten direct tot afdracht te willen overgaan.
In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee - als er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten - dat het beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn ontvangen.
14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente Bij een derdenbeslag op een polis van een levens- of spaarverzekering of lijfrente geldt - naast de voorschriften in artikel 479l en volgende Rv het volgende:
14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag Als de derdebeslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, dan kan de ontvanger op grond van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de belastingschuldige. Het bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de executiewaarde van de desbetreffende zaak.
14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt aan zowel de belastingschuldige als de derde.
In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven aan de derde-beslagene. De ontvanger zendt aan de belastingschuldige een afschrift van deze kennisgeving.
14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag Als een derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde betaling instelt en de ontvanger aan deze vordering voldoet, wordt de belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag is gelegd, geacht in zoverre niet te zijn voldaan.
De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof er geen derdenbeslag is gelegd.
14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen van verklaring Als derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat of de ontvanger, dan is specificatie verplicht; er wordt in dit verband verwezen naar artikel 479 Rv.
De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te belemmeren, maar de taak van de Staat of de ontvanger te verlichten. Dit betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet moet beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen, maar zich ook moet uitstrekken tot alles wat de geëxecuteerde te vorderen heeft van de Staat of de ontvanger en wat bij de Staat of de ontvanger bekend was op het moment van beslaglegging.
14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente 14.5. Beslag op schepen 14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip De belastingdeurwaarder kan een bewaarder aanstellen en de nodige maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het 'aan de ketting leggen' van het schip. Zo nodig voorziet de belastingdeurwaarder zich - na daartoe overleg te hebben gepleegd met de ontvanger - van deskundige bijstand. De kosten van deze bijstand komen voor rekening van de belastingschuldige.
In daartoe aanleiding gevende gevallen kan het feitelijk gebruik van het schip weer aan de belastingschuldige worden gelaten, bijvoorbeeld wanneer ter voorkoming van een executoriale verkoop door de belastingschuldige een voorstel tot minnelijke afdoening is gedaan en dit voorstel voor de ontvanger - gelet op de omstandigheden - aanvaardbaar is.
In ieder geval zal een minnelijke afdoening moeten passen in het bij artikel 25 van deze leidraad geformuleerde uitstelbeleid.
14.5.2. De executie van schepen Tenzij een andere wijze van verkoop is toegestaan of voorgeschreven gebeurt de executoriale verkoop van een schip ten overstaan van een bevoegde notaris.
De verkoop van een buitenlands zeeschip kan ook plaatsvinden ten overstaan van de rechtbank. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik moeten worden gemaakt als het land van herkomst de verkoop door een notaris niet erkent.
De executie van niet-teboekgestelde schepen gebeurt op dezelfde wijze als de executie van andere roerende zaken die geen registergoederen zijn. Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere belastingdeurwaarder dan de belastingdeurwaarder die met de verkoop is belast, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden. De ontvanger geeft deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere aanwijzingen.
14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip Als een aangekondigde verkoop van een schip om enigerlei reden geen doorgang kan vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de aanplakbiljetten onmiddellijk worden verwijderd. Hij treft ook voor op andere wijze gedane aankondigingen dienovereenkomstige maatregelen.
Als de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte is, dan wordt hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan. Als verwacht mag worden dat deze mededeling de belastingschuldige niet meer voor het aangekondigde tijdstip van verkoop bereikt, dan stelt de ontvanger hem zo mogelijk op een andere wijze in kennis.
14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen Als bij een executie deskundige hulp is gewenst, kan de ontvanger een makelaar of een andere ter zake kundige inschakelen.
14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen Van de opheffing van het beslag wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Ook wordt - ingeval van teboekgestelde schepen - van de opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de ingeschreven schuldeisers.
Artikel15Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels gemaakt.[1]
[1] Let op: als de invordering wordt toegepast met artikel 15, eerste lid, aanhef, of onderdeel a of b, van de wet is betekening van een dwangbevel door terpostbezorging niet mogelijk.
Artikel16Vervallen
Artikel17Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is gericht in verzet komen.
Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet.
Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
17.1. Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel Als naar de mening van de ontvanger het doen van verzet zo duidelijk kansloos is dat er sprake is van misbruik van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW, kan hij - na verkregen toestemming van het college besluiten de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voort te zetten.
Als sprake is van een beslag onder een derde, en de derde heeft een buitengerechtelijke verklaring afgelegd die de ontvanger onjuist of onvolledig acht, dan deelt de ontvanger de schorsing van de executie schriftelijk aan de derde mee onder vermelding van de grond waarop deze schorsing berust.
De ontvanger vermeldt daarbij tevens onder verwijzing naar artikel 476 Rv, dat door deze mededeling de schorsing ook tegen de derde werkt. Ook wordt in de mededeling vermeld dat de verklaring wordt betwist en dat tot dagvaarding zal worden overgegaan, nadat de schorsende werking van het verzet is opgeheven.
17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering Als het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk.
Artikel18
Er zijn in deze leidraad op artikel 18 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel19Doen van een vordering
De in artikel 19 van de wet omschreven vordering geeft de ontvanger de mogelijkheid om in bepaalde gevallen op eenvoudige wijze belastingschuld te verhalen op hetgeen een derde aan de belastingschuldige is verschuldigd of ten behoeve van hem onder zich heeft of zal krijgen.
In aansluiting op artikel 19 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
19.1. Vordering algemeen Als het doen van een vordering rechtens mogelijk is, wordt mede ter besparing van kosten aan dit eenvoudige invorderingsmiddel de voorkeur gegeven boven derdenbeslag.
Ingeval van twijfel of degene aan wie de vordering zou moeten worden gericht wel houder van penningen is, moet al naar gelang de omstandigheden worden beoordeeld of het leggen van derdenbeslag de voorkeur verdient.
19.1.1. Bekendmaking vordering De ontvanger maakt de vordering bekend door toezending van een brief aan degene aan wie de vordering is gedaan en aan de belastingschuldige.