Subsidieregeling natuur Noord-Brabant (Noord-Brabant)
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet regelt de subsidieverlening voor projecten die bijdragen aan het behoud en herstel van natuur in Noord-Brabant, met een focus op vennen en Natura 2000-gebieden. Het doel is het realiseren van de natuurdoelstellingen zoals vastgelegd in de nota "Brabant uitnodigend groen".
Voor wie: Rechtspersonen; Samenwerkingsverbanden van rechtspersonen, of van rechtspersonen en natuurlijke personen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 303
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Subsidies voor projecten gericht op behoud of herstel van vennen met specifieke ecotooptypen (V1, V2, V3 of V6).
- Subsidies voor uitvoeringsprojecten en onderzoeksprojecten ter voorbereiding daarop.
- De voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend, geweigerd en verantwoord moet worden.
- De subsidiabele kosten en de hoogte van de subsidie (100% van de subsidiabele kosten).
Voor wie geldt deze regeling?
- Rechtspersonen.
- Samenwerkingsverbanden van rechtspersonen, of van rechtspersonen en natuurlijke personen.
Wat zijn de kernpunten?
- De aangevraagde subsidie moet minimaal € 25.000 bedragen.
- Projecten moeten binnen vijf jaar na de startdatum worden afgerond.
- De subsidieaanvrager moet het project monitoren gedurende de looptijd.
- De subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen, met een subsidieplafond dat jaarlijks varieert (bijvoorbeeld € 2.000.000 voor 2021).
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (303)
- §1 Herstel en behoud vennen; uitvoering en onderzoek
- Artikel1.1 Begripsbepalingen
- Artikel1.2 Doelgroep
- Artikel1.3 Subsidievorm
- Artikel1.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel1.5 Weigeringsgronden
- Artikel1.6 Subsidievereisten
- Artikel1.7 Subsidiabele kosten
- Artikel1.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel1.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel1.10 Subsidieplafond
- Artikel1.11 Subsidiehoogte
- Artikel1.12 Verdelingswijzen
- Artikel1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel1.14 Verantwoording
- Artikel1.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel1.16 Evaluatie
- § 2 Instandhouding Natura 2000
- Artikel 2.1 Begripsbepalingen
- Artikel 2.2 Doelgroep
- Artikel 2.3 Subsidievorm
- Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 2.5 Weigeringsgronden
- Artikel 2.6 Subsidievereisten
- Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 2.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel 2.10 Subsidieplafond
- Artikel 2.11 Subsidiehoogte
- Artikel 2.12 Verdeelcriteria
- Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 2.14 Prestatieverantwoording
- Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 2.15a Vaststelling subsidies tot € 125.000
- Artikel 2.16 Evaluatie
- § 3 Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselemen
- Artikel 3.1 Begripsbepalingen
- Artikel 3.2 Doelgroep
- Artikel 3.3 Subsidevorm
- Artikel3.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 3.5 Weigeringsgronden
- Artikel 3.6 Subsidievereisten
- Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 3.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel3.10 Subsidieplafond
- Artikel3.11 Subsidiehoogte
- Artikel 3.12 Verdeelcriteria
- Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel3.14 Prestatieverantwoording
- Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 3.16 Evaluatie
- § 4 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
- Artikel 4.1 Begripsbepalingen
- Artikel 4.2 Doelgroep
- Artikel4.3 Subsidievorm
- Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 4.5 Weigeringsgronden
- Artikel 4.6 Subsidievereisten
- Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel4.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel 4.10 Subsidieplafond
- Artikel 4.11 Subsidiehoogte
- Artikel 4.12 Verdeelcriteria
- Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel4.14 Prestatieverantwoording
- Artikel 4.15 Bevoorschotting
- Artikel 4.16 Subsidievaststelling
- Artikel 4.17 Evaluatie
- §5 Ondernemen voor natuur
- Artikel 5.1 Begripsbepalingen
- Artikel 5.2 Doelgroep
- Artikel 5.3 Subsidievorm
- Artikel5.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 5.5 Weigeringsgronden
- Artikel5.6 Subsidievereisten
- Artikel5.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel5.9 Vereisten subsidieaanvraag
- Artikel 5.10 Subsidieplafond
- Artikel5.11 Subsidiehoogte
- Artikel5.12 Verdeelcriteria
- Artikel 5.13 Verplichtingen
- Artikel 5.14 Prestatieverantwoording
- Artikel 5.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 5.16 Evaluatie
- § 6 Cofinanciering natuur N279 GOB
- Artikel6.1 Begripsbepalingen
- Artikel 6.2 Doelgroep
- Artikel 6.3 Subsidievorm
- Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel6.5 Weigeringsgronden
- Artikel 6.6 Subsidievereisten
- Artikel 6.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 6.8 Vereisten subsidieaanvraag
- Artikel 6.9 Subsidieplafond
- Artikel 6.10 Subsidiehoogte
- Artikel 6.11 Verdeelcriteria
- Artikel 6.12 Subsidieverlening
- Artikel 6.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 6.14 Prestatieverantwoording
- Artikel6.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 6.16 Evaluatie
- § 7 Realisatie natuur N279
- Artikel 7.1 Begripsbepalingen
- Artikel7.2 Doelgroep
- Artikel 7.3 Subsidievorm
- Artikel 7.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 7.5 Weigeringsgronden
- Artikel 7.6 Subsidievereisten
- Artikel 7.7 Subsidiabele kosten
- Artikel7.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 7.9 Vereisten subsidieaanvraag
- Artikel 7.10 Subsidieplafond
- Artikel 7.11 Subsidiehoogte
- Artikel 7.12 Verdeelcriteria
- Artikel 7.13 Subsidieverlening
- Artikel 7.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 7.15 Prestatieverantwoording
- Artikel7.16 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 7.17 Evaluatie
- § 8 Leefgebied van de bij
- Artikel8.1 Begripsbepalingen
- Artikel 8.2 Doelgroep
- Artikel 8.3 Subsidievorm
- Artikel8.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel8.5 Weigeringsgronden
- Artikel 8.6 Subsidievereisten
- Artikel 8.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 8.9 Vereisten voor de aanvraag
- Artikel 8.10 Subsidieplafond
- Artikel 8.11 Subsidiehoogte
- Artikel 8.12 Verdeelcriteria
- Artikel8.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 8.14 Prestatieverantwoording
- Artikel 8.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 8.16 Evaluatie
- §9 Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
- Artikel9.1 Begripsbepalingen
- Artikel9.2 Doelgroep
- Artikel9.3 Subsidievorm
- Artikel9.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 9.5 Weigeringsgronden
- Artikel 9.6 Subsidievereisten
- Artikel 9.7 Subsidiabele kosten
- Artikel9.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 9.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel9.10 Subsidieplafond
- Artikel9.11 Subsidiehoogte
- Artikel 9.12 Verdelingswijzen
- Artikel 9.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 9.14 Verantwoording
- Artikel 9.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 9.16 Evaluatie
- § 10 Biodiversiteit en leefgebieden; bosrevitalisering
- Artikel 10.1 Begripsbepalingen
- Artikel 10.2 Doelgroep
- Artikel 10.3 Subsidievorm
- Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 10.5 Weigeringsgronden
- Artikel 10.6 Subsidievereisten
- Artikel10.7 Subsidiabele kosten
- Artikel10.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 10.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel 10.10 Subsidieplafond
- Artikel 10.11 Subsidiehoogte
- Artikel 10.12 Verdeelcriteria
- Artikel10.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 10.14 Verantwoording
- Artikel10.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 10.16 Evaluatie
- § 11 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
- Artikel 11.1 Begripsbepalingen
- Artikel 11.2 Doelgroep
- Artikel 11.3 Subsidievorm
- Artikel11.4 Subsidiale activiteiten
- Artikel 11.5 Weigeringsgronden
- Artikel 11.6 Subsidievereisten
- Artikel 11.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 11.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 11.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel 11.10 Subsidieplafond
- Artikel 11.11 Subsidiehoogte
- Artikel 11.12 Verdelingswijze
- Artikel 11.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 11.14 Verantwoording
- Artikel11.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel11.16 Evaluatie
- § 12 Bestrijding invasieve exoten
- Artikel12.1 Begripsbepalingen
- Artikel12.2 Doelgroep
- Artikel12.3 Subsidievorm
- Artikel12.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel12.5 Weigeringsgronden
- Artikel12.6 Subsidievereisten
- Artikel12.7 Subsidiabele kosten
- Artikel12.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel12.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel12.10 Subsidieplafond
- Artikel12.11 Subsidiehoogte
- Artikel12.12 Verdelingswijze
- Artikel12.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel12.14 Verantwoording
- Artikel12.15 Bevoorschotting en betaling
- § 13 Bestrijding invasieve exoten Natura-2000
- Artikel13.1 Begripsbepalingen
- Artikel13.2 Doelgroep
- Artikel13.3 Subsidievorm
- Artikel13.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel13.5 Weigeringsgronden
- Artikel13.6 Subsidievereisten
- Artikel13.7 Subsidiabele kosten
- Artikel13.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel13.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel13.10 Subsidieplafond
- Artikel13.11 Subsidiehoogte
- Artikel13.12 Verdelingswijze
- Artikel13.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel13.14 Verantwoording
- Artikel13.15 Bevoorschotting en betaling
- § 14 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
- Artikel 14.1 Begripsbepalingen
- Artikel14.2 Doelgroep
- Artikel 14.3 Subsidievorm
- Artikel 14.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 14.5 Weigeringsgronden
- Artikel 14.6 Algemene subsidievereisten
- Artikel 14.7 Aanvullende vereisten bosrevitalisering
- Artikel 14.8 Aanvullende vereisten andere kwaliteitsmaatregelen
- Artikel 14.9 Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen
- Artikel 14.10 Subsidiabele kosten
- Artikel 14.11 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 14.12 Aanvraagtijdvak
- Artikel 14.13 Subsidieplafond
- Artikel 14.14 Subsidiehoogte
- Artikel 14.15 Verdelingswijze
- Artikel 14.16 Subsidieverlening
- Artikel 14.17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 14.17a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
- Artikel 14.18 Verantwoording
- Artikel 14.19 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 14.20 Vaststelling subsidies tot € 125.000
- Artikel14.21 Evaluatie
- §15 Preventieve maatregelen wolvenschade
- Artikel 15.1 Begripsbepalingen
- Artikel15.2 Doelgroep
- Artikel 15.3 Subsidievorm
- Artikel 15.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 15.5 Weigeringsgronden
- Artikel 15.6 Subsidievereisten
- Artikel15.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 15.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 15.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel15.10 Subsidieplafond
- Artikel 15.11 Subsidiehoogte
- Artikel 15.12 Verdelingswijze
- Artikel 15.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 15.14 Verantwoording
- Artikel 15.15 Subsidievaststelling
- Artikel 15.16 Evaluatie
- § 16 Regievoering GGA landelijk programma natuur
- Artikel 16.1 Begripsbepalingen
- Artikel 16.2 Doelgroep
- Artikel 16.3 Subsidievorm
- Artikel 16.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 16.5 Weigeringsgronden
- Artikel 16.6 Subsidievereisten
- Artikel 16.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 16.8 Niet subsidiabele kosten
- Artikel 16.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel16.10 Subsidieplafond
- Artikel16.11 Subsidiehoogte
- Artikel 16.12 Verdelingswijze
- Artikel 16.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 16.14 Verantwoording
- Artikel 16.15 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 16.16 Subsidievaststelling
- Artikel 16.17 Evaluatie
- § 17 Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Nederland
- Artikel 17.1 Begripsbepalingen
- Artikel17.2 Doelgroep
- Artikel17.3 Subsidievorm
- Artikel17.4 Subsidiabele activiteiten
- Artikel 17.5 Weigeringsgronden
- Artikel 17.6 Subsidievereisten
- Artikel17.7 Subsidiabele kosten
- Artikel 17.8 Niet-subsidiabele kosten
- Artikel 17.9 Aanvraagtijdvak
- Artikel17.10 Subsidieplafond
- Artikel17.11 Subsidiehoogte
- Artikel 17.12 Verdelingswijze
- Artikel 17.13 Subsidieverlening
- Artikel 17.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- Artikel 17.15 Verantwoording
- Artikel 17.16 Bevoorschotting en betaling
- Artikel 17.17 Vaststelling subsidies tot € 125.000
- Artikel 17.18 Evaluatie
- § 18 Slotbepalingen
- Artikel18.2 Overgangsrecht
- Artikel18.3 Inwerkingtreding
- Artikel 18.4 Citeertitel
Subsidieregeling natuur Noord-BrabantGedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben vastgesteld, waarin de doelstellingen van het beleid voor natuur en landschap zijn opgenomen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten deze doelstellingen willen bereiken door onder andere subsidie te verlenen aan projecten die aan realisering daarvan bijdragen;
Overwegende dat Provinciale Staten in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld, waarin ook alle leefgebieden en maatregelkaarten zijn opgenomen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 15 december 2015 de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant hebben vastgesteld;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen inhoudelijk wensen te wijzigen;
Overwegende dat Gedeputeerde alle subsidies die gericht zijn op realisering van de natuurdoelstellingen wensen te bundelen in één subsidieregeling die tegelijk aanbouwregeling is voor door Gedeputeerde Staten nader te bepalen paragrafen binnen de kaders van de nota “Brabant uitnodigend groen”;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten de noodzakelijke wijziging van de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant aangrijpen om die nieuwe aanbouwsubsidieregeling voor natuur in te richten;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
§1Herstel en behoud vennen; uitvoering en onderzoek
Artikel1.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;
Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;
Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel1.2Doelgroep
Artikel1.3Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel1.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van vennen met ecotooptype V1, V2, V3 of V6 als bedoeld op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart, in de vorm van: uitvoeringsprojecten; onderzoeksprojecten ter voorbereiding op projecten als bedoeld onder a.
Artikel1.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag is begonnen met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager; voor het project reeds provinciale subsidie is verstrekt; voor het project subsidie kan worden aangevraagd op grond van paragraaf 2 van deze regeling.
Artikel1.6Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of projectlocaties; het project is gericht op het behoud of herstel van een of meer vennen; het project heeft betrekking op een ven met ecotooptype V1, V2, V3 of V6; het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; de subsidieaanvrager monitort projecten gericht op behoud of herstel gedurende de looptijd van het project, blijkend uit een monitoringsplan dat voldoet aan de vereisten, opgenomen in bijlage 9, behorende bij deze regeling; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.
Artikel1.7Subsidiabele kosten
1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor de uitvoering van of onderzoek naar de fysieke maatregelen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kosten voor de voorbereiding van de fysieke uitvoering; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw.
2.Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
Artikel1.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor gebieden die niet op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart staan; kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder a of c, gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, gemaakt tot een jaar voor de subsidieaanvraag; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken.
Artikel1.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel1.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4 vast op: € 2.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder a; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder b; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder c; € 750.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder d; € 789.225 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder e.
Artikel1.11Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
Artikel1.12Verdelingswijzen
1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5.De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel1.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel1.14Verantwoording
1.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing, de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 1.13, onder b; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.
Artikel1.15Bevoorschotting en betaling
1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel1.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 2Instandhouding Natura 2000
Artikel 2.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016; file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; gebiedsanalyse: een analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied,, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten verbetert of niet verder achteruit gaat; kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-beheerplan: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-maatregelen: maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan, voor zover dat betrekking heeft op de eerste fase;
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; nieuwe natuur: opgave nieuwe natuur zoals aangeduid op de actuele kaart vastgesteld in het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant;
OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;
Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027; voor Natura 2000 benodigde percelen: door Gedeputeerde Staten aangewezen percelen, vastgelegd in een provinciaal inpassingsplan of bestemmingsplan, waarvoor het voornemen bestaat deze zo nodig te onteigenen ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen.
Artikel 2.2Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder c of d, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.
Artikel 2.3Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen; de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 benodigde percelen.
Artikel 2.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt; reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.
Artikel 2.6Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de activiteiten komen ten goede aan Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant; de aanvrager heeft: zeggenschap over de grond waarop de activiteiten plaatsvinden middels eigendom of erfpacht; toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop de activiteiten plaatsvinden; activiteiten zijn opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde, of in ontwerp vastgestelde: gebiedsanalyses;
Natura 2000-beheerplannen; aan de aanvraag ligt ten grondslag: een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een file geodatabase met de exacte locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; een beschrijving van aard en omvang van het resultaat van de maatregelen op de betreffende habitattypen of soorten; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een beschrijving van monitoring van Natura 2000-maatregelen; een opgave van de totale oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een planning van de uitvoering.
Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: voor zover de percelen zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant, de nieuwe natuur wordt gerealiseerd overeenkomstig de beheertypen, zoals aangegeven op de ambitiekaart; voor zover de percelen zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, door subsidieaanvrager wordt aangetoond dat het te realiseren natuurbeheertype: zich goed verhoudt met het regime dat van toepassing is op het naastliggende, binnen het Natuur Netwerk Brabant gelegen, perceel; landschappelijk inpasbaar is; aansluit bij of in overeenstemming is met de cultuurhistorische waarden; past in de leefgebiedenbenadering.
Onverminderd het eerste en tweede lid zijn, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, projecten voor verdrogingsbestrijding gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.
Onverminderd het eerste lid en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, bij projecten voor beek- en kreekherstel voldaan aan de volgende vereisten: het project voldoet aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 3 en bijlage 4 van het Regionaal Water en Bodem Programma; het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.
Artikel 2.7Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen; kosten ten behoeve van de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 percelen; voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2024; onderzoekskosten zoals omschreven in de gebiedsanalyses en Natura 2000-beheerplannen; kosten voor onderzoek in het kader van de uitvoering; kosten ten behoeve van de communicatie; kosten voor nadeelcompensatie als gevolg van natschade; kosten van monitoring; kosten derden tot maximaal € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW; kosten ten behoeve van kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW.
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
Artikel 2.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor grondverwerving, functiewijziging, pachtafkoop of erfpachtafkoop; kosten voor regulier beheer en onderhoud; kosten voor de aanschaf van machines; uitvoeringskosten gemaakt voor indiening van de aanvraag; arbeids- en personeelsuren van, en inhuurkosten van projectleiders door, de waterschappen.
Artikel 2.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;
15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
7 januari 2025 tot en met 28 november 2025.
Artikel 2.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 vast op: € 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder a; € 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder b; € 7.650.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder c; € 9.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder d; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder e; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder f; € 15.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder g.
Artikel 2.11Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder a, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van 4.000.000.
De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 30.000.
Indien toepassing van het eerste of tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 2.12Verdeelcriteria
Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.
De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 2.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 2.14Prestatieverantwoording
Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.
Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.15Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in jaarlijks gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project.
Artikel 2.15aVaststelling subsidies tot € 125.000
Bij subsidies tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.
Artikel 2.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 3Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselement
Artikel 3.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: accoladeprofiel: verdiepte natte bufferzone die op of net boven het waterpeil van waterloop ligt; amfibieënbiotoop: biotoop specifiek voor amfibieën, bestaande uit een poel voor voortplanting, niet zijnde een poel waarin vissen of watervogels zijn uitgezet of hemelwater wordt opgevangen, en een ruigte waarin geleefd kan worden; basisbiotoop: biotoop specifiek voor boomkikkers;. bebouwde kom: gebied als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; biotoop: natuurlijke omgeving waarin geleefd en voortgeplant kan worden; cultuurhistorisch landschapselement: streekeigen groenelement in de vorm van beplantingselement met inheemse soorten of waterelement met een ecologische functie dat voor 1950 is aangelegd; ecologische verbindingszone: gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden, en dat is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; erf: op de Verbeelding van het geldende Bestemmingsplan Buitengebied aangegeven gebieden met de aanduiding ‘Bouwvlak’ of de bestemming ‘Wonen’; groenblauwe mantel: gebieden als opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, die een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water hebben en overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones of deze verbinden; landschapselement: natuurelement in het cultuurlandschap met een natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische betekenis;
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; natuurvriendelijke oever: oever langs een waterhoudende bestaande waterloop in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud; schraalland: landbouwgrond waarvan de voedselrijke bovenlaag is verwijderd met als doel het creëren van een voedselarme uitgangssituatie voor natte of droge kruidenrijke vegetatie.
Artikel 3.2Doelgroep
Subsidie kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; privaatrechtelijke rechtspersonen; publiekrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 3.3Subsidevorm
Artikel3.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de aanleg van een landschapselement in de vorm van: beplanting; een poel; een natuurvriendelijke oever. het herstel van een cultuurhistorisch landschapselement; of aanleg van schraalland in combinatie met onderdeel a of b.
Artikel 3.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de subsidieaanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale subsidieregeling; het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen op basis van wetgeving, regelgeving, een convenant of andere afspraken.
Artikel 3.6Subsidievereisten
1,7 meter, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijn een basisbiotoop, betreft;
1,5 meter, indien het een basisbiotoop betreft. de poel heeft gemeten vanuit de insteek van het talud: een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een inhoud van maximaal 500 m3, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijnde een basisbiotoop, betreft; een oppervlakte van maximaal 2000 m2 en een inhoud van maximaal 700 m3, indien het een basisbiotoop betreft.
Artikel 3.7Subsidiabele kosten
3.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor het verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten inclusief twee jaar nazorg; kosten voor herstel van Maasheggen door het vrijzetten van oude meidoornstruiken of het verwijderen van soorten die meidoornstruiken zodanig overwoekeren dat het karakteristieke uiterlijk van de betreffende Maasheg verloren gaat; kosten voor herstel van het landschapselement door het aanplanten van inheemse boom- of struiksoorten overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor herstel van een houtwal door middel van het aanvullen van de grondwal; kosten voor herstel van een waterelement door baggeren en herstel van taluds; kosten voor het verplaatsen van een bestaand raster of plaatsen van een nieuw raster indien bestaand raster verplaatst moet worden ter bescherming van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten.
Artikel 3.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor reguliere aanleg van een raster; kosten voor uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten van aanleg van landschapselementen die worden gerealiseerd op bermen langs openbare, verharde wegen; kosten voor achterstallig onderhoud; kosten voor de inzet van personele capaciteit en de inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager; kosten voor economische activiteiten; kosten voor vervanging van de in bijlage 2 van deze regeling opgenomen beplantingsgroepen.
Artikel 3.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;
15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
1 mei 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel3.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4 vast op: € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder a; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder b; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder c; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder d; € 269.603 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder e; € 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder f.
Artikel3.11Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt: voor natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3.2, onder a, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000; voor privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder b, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000; voor publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder c, 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000.
Artikel 3.12Verdeelcriteria
Artikel 3.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel3.14Prestatieverantwoording
Artikel 3.15Bevoorschotting en betaling
Artikel 3.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 4Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
Artikel 4.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: aanpassen faunavoorziening: het wijzigen van een reeds bestaande faunavoorziening teneinde de werking van de voorziening te verbeteren dan wel deze geschikt te maken voor een andere faunasoort; ecologische verbindingszone: gebied van groene schakels die natuurgebieden in het Natuurnetwerk Brabant verbinden, welk gebied is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg, niet zijnde een ecoduct, om de uit de weg voortvloeiende negatieve gevolgen voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een reeds bestaande faunavoorziening dat deze gedurende tenminste tien jaar in stand kan worden gehouden; ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor de fauna.
Artikel 4.2Doelgroep
Subsidie kan worden aangevraagd door: gemeenten; waterschappen.
Artikel4.3Subsidievorm
Artikel 4.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op ontsnippering door middel van: de aanleg van faunavoorzieningen; het aanpassen van faunavoorzieningen; herstel van faunavoorzieningen.
Artikel 4.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd: indien met de uitvoering van het project is begonnen voor 1 juli 2024; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 7.500.
Artikel 4.6Subsidievereisten
Artikel 4.7Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor aanleg, aanpassing of herstel van een faunavoorziening; kosten voor onderzoek naar kabels en leidingen ten behoeve van de aanleg van de faunavoorziening; kosten derden, ten behoeve van het opstellen en uitwerken van een plan voor een project als bedoeld in artikel 4.4, en gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van dat project, tegen een tarief van maximaal € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw, tot een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten.
Artikel 4.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor uitvoering van een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten voor onderhoud en andere reguliere activiteiten van de aanvrager.
Artikel4.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
5 februari 2020 tot en met 3 juli 2020;
5 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
3 januari 2022 tot en met 15 december 2023;
4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel 4.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.4 vast op: € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder a; € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder b; € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder c; € 2.750.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder d; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder e; € 700.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder, f.
Artikel 4.11Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum per faunavoorziening van € 75.000.
Artikel 4.12Verdeelcriteria
Artikel 4.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel4.14Prestatieverantwoording
3.Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
Artikel 4.15Bevoorschotting
Artikel 4.16Subsidievaststelling
1.Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vast.
2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.
3.Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.
Artikel 4.17Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§5Ondernemen voor natuur
Artikel 5.1Begripsbepalingen
a.biodiversiteit: graad van verscheidenheid van flora en fauna in een gebied; b. bouwperceel: bouwperceel als bedoeld in artikel 1, onder 1.22, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; c.businesscase: analyse en afweging van de kosten of investeringen en de economische en ecologische baten van het project; d.de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, of Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU, 2013 L 352), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; e. dienst van algemeen economisch belang: dienst zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 360/2012 van de commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; f.landelijk gebied: het grondgebied van de Provincie Noord-Brabant buiten de gronden die behoren tot de bebouwde kom van een gemeente; g.landgoed: landgoed als bedoeld in artikel 1, onder 1.53, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; h.natuur: geheel van planten en dieren in hun natuurlijke omgeving; i.Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; j.niet economische dienst van algemeen belang: dienst die niet economisch van aard is en die van algemeen belang wordt geacht; k.onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd.
Artikel 5.2Doelgroep
Artikel 5.3Subsidievorm
1.Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2.Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel5.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de aanleg van nieuwe natuur op gronden gelegen buiten een landgoed; het opstellen en uitvoeren van een businesscase gericht op het beheren van natuur en landschap en de biodiversiteit van gronden gelegen buiten landgoederen; het opstellen en uitvoeren van een businesscase gericht op het beheren van natuur en landschap en de biodiversiteit van gronden binnen landgoederen; het opstellen van een businesscase betreffende nieuwe bronnen van inkomsten gekoppeld aan projecten als genoemd onder a.
Artikel 5.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: de uitvoering van het project is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager in dezelfde aanvraagperiode reeds een aanvraag op grond van deze paragraaf heeft ingediend; de totale projectkosten lager zijn dan €50.000; de uitvoering een project betreft als bedoeld in artikel 5.4 onder a of d en gronden binnen een landgoed betreft
Artikel5.6Subsidievereisten
1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het landelijk gebied van de provincie Noord-Brabant; het project voldoet aan de vereisten van de op de subsidieaanvraag toepasselijke Verordening van de Europese Unie. aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting met onderbouwing; een analyse van financiële risico’s en kansen.
Artikel5.7Subsidiabele kosten
30 % van de kosten voor de aanschaf van apparatuur en materieel.
Artikel 5.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 5.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: reguliere exploitatie kosten; kosten voor aanschaf, onderhoud en afschrijving van gereedschap; kosten voor onderhoud en afschrijving van apparatuur en materieel; kosten waarvoor reeds subsidie is aangevraagd of verstrekt op grond van een andere regeling tot een gecumuleerd maximum van 100 procent van de desbetreffende subsidiabele kostenpost.
Artikel5.9Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 oktober 2017 tot en met 28 juni 2019.
Artikel 5.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.9, vast op: € 1.000.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4, onder a, b en d; € 160.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4, onder c.
Artikel5.11Subsidiehoogte
Artikel5.12Verdeelcriteria
Artikel 5.13Verplichtingen
Artikel 5.14Prestatieverantwoording
Bij subsidies van €25.000 tot €125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
Artikel 5.15Bevoorschotting en betaling
Artikel 5.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 6Cofinanciering natuur N279 GOB
Artikel6.1Begripsbepalingen
Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62, van de Verordening ruimte Noord-Brabant;
NNB: Natuur Netwerk Brabant.
Artikel 6.2Doelgroep
Artikel 6.3Subsidievorm
Artikel 6.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de realisering van natuur rondom de N279 tussen ’s-Hertogenbosch – Veghel door: de verwerving van grond ten behoeve van het provinciaal deel van het NNB; de functiewijziging van grond in natuurterrein ten behoeve van het provinciaal deel van het NNB; de inrichting van grond als natuurterrein ten behoeve van het NNB.
Artikel6.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.4, onder c, is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, Verordening (EU) 651/2014, dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat.
Artikel 6.6Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 6.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het gebied zoals weergegeven op de kaart in bijlage 5; de subsidieontvanger heeft voor het project subsidie ontvangen op grond van het Investeringsreglement Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 2017.
Artikel 6.7Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten, waarvoor door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV op grond van Investeringsreglement Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 2017 subsidie is verleend, voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6.8Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend vanaf 15 februari 2019 tot en met 3 december 2019.
Artikel 6.9Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 6.4, voor de periode genoemd in artikel 6.8, vast op € 500.000.
Artikel 6.10Subsidiehoogte
Artikel 6.11Verdeelcriteria
Artikel 6.12Subsidieverlening
Subsidie als bedoeld in artikel 6.4, onder a en b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek bij de notaris wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat na aanvang van de inrichting degene aan wie het terrein toebehoort of degene die het recht van erfpacht verwerft: het desbetreffende terrein niet anders zal gebruiken of doen gebruiken dan als natuurterrein; effecten op het terrein duldt, die ontstaan door maatregelen ten behoeve van natuurdoelen; handelingen nalaat die het behoud of het herstel van natuurdoelen in gevaar brengen of verstoren.
Artikel 6.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 6.14Prestatieverantwoording
Artikel6.15Bevoorschotting en betaling
Artikel 6.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 7Realisatie natuur N279
Artikel 7.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: landschapsbeheertype: soort landschapselement zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurbeheertype: soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap.
Artikel7.2Doelgroep
Artikel 7.3Subsidievorm
Artikel 7.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de realisering van natuur rondom de N279 tussen ’s-Hertogenbosch – Veghel door: de verwerving van grond; de functiewijziging van grond in natuurterrein; de inrichting van grond als natuurterrein.
Artikel 7.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 7.4, onder c, is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, Verordening (EU) 651/2014, dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat; voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling.
Artikel 7.6Subsidievereisten
Artikel 7.7Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder a, kosten inzake de getaxeerde waarde van de te verwerven of te ontpachten grond, plus 5% van de getaxeerde waarde voor bijkomende kosten; bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder b, de getaxeerde waarde van de grond als gevolg van functiewijziging; bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder c, de kosten voor de activiteiten om te komen tot het gewenste natuurbeheertype of landschapsbeheertype zoals opgenomen in bijlage 6 van deze regeling.
Artikel7.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 7.7 komen voor subsidies als bedoeld in artikel 7.4, de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor beheer en onderhoud; kosten voor de inzet van personele capaciteit en inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor de uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten voor investeringen in of aan gebouwen, bouwwerken of woonhuizen; kosten om te voldoen aan gangbare minimumkwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen; kosten voor aansprakelijkheid en verhaal; kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties; kosten voor reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager.
Artikel 7.9Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend vanaf 15 februari 2019 tot en met 3 december 2019.
Artikel 7.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 7.4, voor de periode genoemd in artikel 7.9, vast op € 500.000.
Artikel 7.11Subsidiehoogte
Artikel 7.12Verdeelcriteria
Artikel 7.13Subsidieverlening
Subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder a en b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en de provincie Noord-Brabant een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek bij de notaris wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat na aanvang van de inrichting degene aan wie het terrein toebehoort of degene die het recht van erfpacht verwerft: het desbetreffende terrein niet anders zal gebruiken of doen gebruiken dan als natuurterrein; effecten op het terrein duldt, die ontstaan door maatregelen ten behoeve van natuurdoelen; handelingen nalaat die het behoud of het herstel van natuurdoelen in gevaar brengen of verstoren.
Artikel 7.14Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 7.15Prestatieverantwoording
Artikel7.16Bevoorschotting en betaling
Artikel 7.17Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 8Leefgebied van de bij
Artikel8.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: de-minimis verordening: Verordening (EU) 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352); de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de de-minimis verordening; ecologisch wegbermbeheer: zodanig beheer van wegbermen dat inheemse flora en fauna zich optimaal ontwikkelen, met inachtneming van de verkeersveiligheid;
MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming die aan de criteria van bijlage I van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening voldoet; landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193); niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf.
Artikel 8.2Doelgroep
Artikel 8.3Subsidievorm
Artikel8.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de volledige omschakeling naar ecologisch wegbermbeheer van gemeentewegen buiten de bebouwde kom; de verwezenlijking van agromilieuklimaatdoelstellingen door middel van het verbeteren van het leefgebied van bijen op percelen met een agrarische bestemming.
Artikel8.5Weigeringsgronden
Artikel 8.6Subsidievereisten
Artikel 8.7Subsidiabele kosten
Artikel 8.8Niet subsidiabele kosten
Artikel 8.9Vereisten voor de aanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend van 15 oktober 2018 tot en met 14 oktober 2020
Artikel 8.10Subsidieplafond
Artikel 8.11Subsidiehoogte
Artikel 8.12Verdeelcriteria
Artikel8.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 8.14Prestatieverantwoording
Artikel 8.15Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer uit.
Artikel 8.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2020 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze paragraaf in de praktijk.
§9Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
Artikel9.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; hydrologisch onderzoek: onderzoek van de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater, gericht op hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
LESA: LandschapsEcologische SysteemAnalyse, bedoeld om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidig functioneren van een natuurgebied of een beheertype in historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch opzicht;
Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling; prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel9.2Doelgroep
Artikel9.3Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel9.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden: in steden; in agrarische landschappen; in overige gebieden.
Artikel 9.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 400.000; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; het project deels behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. het project gericht is op bosrevitalisering; voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd; ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.
Artikel 9.6Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; het project is gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden; het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; de subsidieaanvrager monitort het project, indien het project gericht is op herstel van leefgebied, blijkend uit een monitoringsplan; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.
Artikel 9.7Subsidiabele kosten
1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten van de uitvoeringswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kosten voor uitvoering van hydrologisch onderzoek of een LESA, tot een maximum van € 50.000; indirecte kosten, niet zijnde de kosten onder b, tot een maximum van 30% van de totale subsidiabele kosten; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw; aanplantkosten buiten het projectgebied tot een maximum van € 20.000 per hectare, indien als onderdeel van het project het vellen van een houtopstand nodig is.
Artikel9.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 9.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
Artikel 9.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;
3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
27 februari 2023 tot en met 15 december 2023;
11 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel9.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies voor de periode genoemd in: artikel 9.9, onder a, vast op: € 397.630 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 399.750 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 2.332.850 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c. artikel 9.9, onder b, vast op: € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 2.500.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c. artikel 9.9, onder c, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c; artikel 9.9, onder d, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c; artikel 9.9, onder e, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 1.700.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.
Artikel9.11Subsidiehoogte
1.De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a en b, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000.
2.De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000.
Artikel 9.12Verdelingswijzen
Artikel 9.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 9.14Verantwoording
1.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid, onder f, ten goede zijn gekomen aan het project.
Artikel 9.15Bevoorschotting en betaling
1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 9.16Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 10Biodiversiteit en leefgebieden; bosrevitalisering
Artikel 10.1Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; bossen op arme zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N15.02 en N01.04, als opgenomen in de Index Natuur en Landschap; bossen op rijkere gronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.03, N14.01, N14.02 en N14.03, als opgenomen in de index Natuur en Landschap; bosrevitalisering: beheer gericht op herstel van bodem en hydrologie en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur in natuurbossen; extensieve omvorming: in relatief lage aantallen vervangende boomsoorten en struiksoorten aanbrengen; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater, gericht op hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
Index Natuur en Landschap: index die inzicht biedt in de ontwikkeling van de natuur- en landschapskwaliteit, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/; intensieve omvorming: in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen; kostenregeling: Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant;
LESA: LandschapsEcologische SysteemAnalyse, bedoeld om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidig functioneren van een natuurgebied of een beheertype in historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch opzicht;
Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;
NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;
OAD netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling; rode lijst: nationale lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed voor de instandhouding, als bijlage opgenomen bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna; steenmeel: fijngemalen gesteente dat gebruikt wordt als bodemverbeteraar en meststof ineen, waardoor de bodemvruchtbaarheid en de bodemstructuur verbeteren; standaard omvorming: in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 10.2Doelgroep
2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 10.3Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 10.4Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op bosrevitalisering ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden.
Artikel 10.5Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag is begonnen met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 500.000; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 100.000; het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager; voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd; ften aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.
Artikel 10.6Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; het project is gericht op bosrevitalisering ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden; het project betreft een maatregel gericht op natuurbossen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; voor het te revitaliseren projectgebied is niet eerder subsidie verstrekt ten behoeve van bosrevitalisering; indien het project gericht is op revitalisering van natuurbossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
5% per hectare voor intensieve omvorming;
45% per hectare voor standaard omvorming;
40% per hectare voor extensieve omvorming;
10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; een behandeling van 90% van het projectgebied met steenmeel, uitgaande van 10 ton per volledig te behandelen hectare; indien het project gericht is op natuurbossen op rijkere gronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
0% per hectare voor intensieve omvorming;
50% per hectare voor standaard omvorming;
40% per hectare voor extensieve omvorming;
10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; de subsidieaanvrager monitort het project, indien het project gericht is op herstel van leefgebied, blijkend uit een monitoringsplan; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel; een sluitende en realistische begroting.
Artikel10.7Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten van de uitvoeringswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart: tot een maximum van € 2.560 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van natuurbossen op arme zandgronden betreft; tot een maximum van € 2.340 per hectare, indien het kosten voor steenmeel betreft; tot een maximum van €1.800 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van natuurbossen op rijkere gronden betreft; kosten voor de uitvoering van hydrologische maatregelen; kosten voor hydrologisch onderzoek of een LESA, tot een maximum van € 30.000; kosten van overhead, niet zijnde de kosten onder c, tot een maximum van 30% van de totale subsidiabele kosten; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder b of c, tot een maximum van € 0,19 per kilometer, inclusief btw.
4.Indien de werkzaamheden, bedoeld onder b, c of d, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.
5.De subsidiabele maximumbedragen per hectare, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3°, betreffen een heraanplant van 50 % van het projectgebied, waarbij de subsidiabele maximumbedragen per hectare evenredig afnemen, met de afname van het percentage dat de subsidieaanvrager eventueel minder dan 50 % heraanplant.
Artikel10.8Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 10.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken.
Artikel 10.9Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;
3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
3 januari 2023 tot en met 15 december 2023.
Artikel 10.10Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 10.4 vast op: € 1.619.770 voor de periode genoemd in artikel 10.9, onder a; € 1.000.000 voor de periode genoemd in artikel 10.9, onder b; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.9, onder c.
Artikel 10.11Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000.
Artikel 10.12Verdeelcriteria
1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
5.De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel10.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum; toont aan dat het projectgebied als natuurbos is opgenomen op de beheertypenkaart van het NNB; overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden; houdt ingevolge artikel 21, achtste lid, van de Asv, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.