Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2021 (Beuningen)
Waar gaat deze regeling over?
Deze verordening regelt de maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in de gemeente Beuningen, met als doel inwoners te helpen zelfredzaam te zijn en te participeren in de samenleving. Het beschrijft hoe aanvragen voor ondersteuning worden behandeld en welke criteria hiervoor gelden.
Voor wie: Inwoners van de gemeente Beuningen met een hulpvraag op het gebied van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp; Ouders en jeugdigen die ondersteuning nodig hebben bij het gezond en veilig opgroeien.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 31
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De procedure voor het melden van een hulpvraag en het uitvoeren van onderzoek.
- De beschikbaarheid van cliëntondersteuning en een vertrouwenspersoon.
- De criteria voor het toekennen van maatwerkvoorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
- De verantwoordelijkheden van inwoners, ouders en de gemeente bij het inrichten van hun leven en het bieden van ondersteuning.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners van de gemeente Beuningen met een hulpvraag op het gebied van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.
- Ouders en jeugdigen die ondersteuning nodig hebben bij het gezond en veilig opgroeien.
Wat zijn de kernpunten?
- Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid voor hun leven en mogen elkaar bijstaan.
- Een hulpvraag kan gemeld worden bij de gemeente of een aangewezen organisatie, waarna binnen zes weken een onderzoek plaatsvindt.
- Cliënten hebben recht op kosteloze en onafhankelijke cliëntondersteuning.
- Een maatwerkvoorziening wordt toegekend als de cliënt de beperkingen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (31)
- Artikel 1 Begripsbepalingen
- Artikel 2 Melding hulpvraag
- Artikel 3 Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon
- Artikel 4 Vooronderzoek
- Artikel 5 Gesprek
- Artikel 6 Verslag
- Artikel 7 Aanvraag
- Artikel 8 Criteria voor een maatwerkvoorziening
- Artikel 9 Afwijzingsgronden
- Artikel 9a Wonen en zorg
- Artikel 10 Inhoud beschikking
- Artikel 11 Regels voor pgb algemeen
- Artikel 12 Regels voor pgb professional
- Artikel 13 Regels voor pgb sociaal netwerk
- Artikel 14 Regels voor pgb-beheer
- Artikel 15 Controle
- Artikel 16 Bijdrage in de kosten (Wmo 2015)
- Artikel 16a Bijdrage in de kosten voor algemene voorzieningen (Wmo 2015)
- Artikel 16b Bijdrage in de kosten (Wmo 2015)
- Artikel 17 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
- Artikel 18 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
- Artikel 19 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvorder
- Artikel 20 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
- Artikel 21 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische pro
- Artikel 22 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
- Artikel 23 Klachtregeling
- Artikel 24 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
- Artikel 25 Betrekken van ingezetenen bij het beleid
- Artikel 26 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
- Artikel 27 Nadere regels en hardheidsclausule
- Artikel 28 Inwerkingtreding en citeertitel
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2021De raad van de gemeente Beuningen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 december 2020, BB20.01213; gelet op het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; gelet op het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 van de Jeugdwet; gezien het advies van de Cliëntenraad Beuningen; overwegende dat:
Artikel 1Begripsbepalingen
Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, vrij toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een overige voorziening;
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken;
Andere voorziening: voorziening op het gebied van jeugdhulp, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
Beschermd thuis: de Inwoner woont in zijn eigen (al of niet gedeelde) woning, eveneens met de benodigde begeleiding en een vorm van toezicht of bereikbaarheid. Er kan sprake zijn van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). In deze gevallen is er ook een component groepsbegeleiding die door de zorginstelling geleverd wordt.
De Inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud.
Cliënt: persoon die op grond van Jeugdwet of Wmo 2015 gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een jeugdige en zijn ouders;
Gebruikelijke hulp in relatie tot jeugdhulp: de dagelijkse verzorging en/of opvoeding die (pleeg)ouders/wettelijk vertegenwoordigers aan kinderen geacht worden te bieden;
Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 5;
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp;
Ingezetene: cliënt die in het kader van maatschappelijke ondersteuning woonachtig is in de gemeente Beuningen.
Maatwerkvoorziening: op de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt afgestemde maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als individuele voorziening;
Mantelzorg: bovengebruikelijke hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
Melding: het kenbaar maken van de hulpvraag door of namens de cliënt;
Persoonlijk plan: plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid;
Pgb: persoonsgebonden budget, zijnde een door het college verstrekt budget aan een cliënt, dat de cliënt in staat stelt de maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort, van derden te betrekken;
Verslag: schriftelijke weergave van het onderzoek en een advies aan het college over het treffen van een voorziening;
Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee geheel of gedeeltelijk aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen en waardoor een maatwerkvoorziening achterwege kan blijven.
Voorzover niet anders is bepaald in deze verordening hebben de begrippen dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2Melding hulpvraag
Artikel 3Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon
Artikel 4Vooronderzoek
Artikel 5Gesprek
Artikel 6Verslag
Artikel 7Aanvraag
Artikel 8Criteria voor een maatwerkvoorziening
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen, beschermd thuis of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. c. Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Het college betrekt daarbij in ieder geval de mate waarin de jeugdige een oplossing kan vinden voor de ondersteuningsvraag
De maatwerkvoorziening stelt de jeugdige in staat, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek een passende bijdrage te leveren aan het realiseren van een situatie waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld
Artikel 9Afwijzingsgronden
Artikel 9aWonen en zorg
Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een aanbieder dan wel een derde (in geval van een pgb) waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door de organisatie dan wel derde wordt geboden, tenzij het verblijf onderdeel is van de indicatie.
Artikel 10Inhoud beschikking
Artikel 11Regels voor pgb algemeen
a. De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in het plan, bedoeld in lid 3 onder a: a. waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen terzake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel met een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. waarom hij de maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015 als een pgb wenst geleverd te krijgen of waarom hij een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet in natura niet passend acht; c. hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Daarbij is in elk geval van belang dat degene die de diensten verleent , voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste en tweede graad of personen die beschikken over een geldige SKJ-registratie; d. dat voldaan is aan het gestelde in artikel 9a. Desgevraagd onderbouwt de budgethouder dit met bewijsstukken e. voor zover het beschermd wonen of beschermd thuis betreft, een uiteenzetting van de kosten voor begeleiding, inclusief aanvullende specialistische begeleiding en dagbesteding.
Artikel 12Regels voor pgb professional
Artikel 13Regels voor pgb sociaal netwerk
Artikel 14Regels voor pgb-beheer
Artikel 15Controle
Artikel 16Bijdrage in de kosten (Wmo 2015)
Vervallen
Artikel 16aBijdrage in de kosten voor algemene voorzieningen (Wmo 2015)
Vervallen
Artikel 16bBijdrage in de kosten (Wmo 2015)
Artikel 17Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Artikel 18Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Artikel 19Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Artikel 20Jaarlijkse waardering mantelzorgers
Artikel 21Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
Artikel 22Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.
Artikel 23Klachtregeling
Artikel 24Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Artikel 25Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Artikel 26Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Artikel 27Nadere regels en hardheidsclausule
Artikel 28Inwerkingtreding en citeertitel
Bijlagen:
Blok B
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1In deze bijlage wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Bijdrage in de kosten
Artikel 22.1
Indien een cliënt een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst adequate komt het meerdere voor rekening van de cliënt.
2.2 Voor maatwerkvoorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt is een bijdrage in de kosten verschuldigd.
2.3 1. In uitzondering op het onder 2.2 gestelde, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. rolstoelvoorziening (ook voor aandrijfondersteuning); b. [vervallen]; c. woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimte(n); d. huurderving e. maatwerkvoorzieningen voor een minderjarige cliënt; f. arbeidsmatige dagbesteding; g. zorgmijders zolang de situatie niet stabiel is; h. eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten; i. jeugdhulp; j. individuele thuisbegeleiding in een gezin waarbij de ondersteuning gericht is op zowel de ouder(s) als het kind. [vervallen] 3. [vervallen]
Artikel 33.1
Vervallen 3.2 1. Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten vindt plaats door het CAK met de door de gemeente Beuningen vastgestelde regels.
3.3 De maximale bijdrage in de kosten, voor zover niet begrensd door het abonnementstarief, wordt als volgt bepaald: a. Verstrekking (ook vervanging) in natura:
3.4 De looptijd van de bijdrage in de kosten wordt bepaald door de duur van de verstrekking
HOOFDSTUK 2 COMPENSATIE OP BASIS VAN LEEFGEBIED EN MAATWERKVOORZIENING
Paragraaf 1. Activiteiten dagelijks leven
Artikel 44.1
De tarieven voor hulp bij het huishouden in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
4.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden vindt plaats in de vorm van een bedrag per uur (zie bijlage).
4.3 Bij overlijden van de cliënt die een partner heeft, wordt de hulp bij het huishouden in natura beëindigd op de datum van overlijden. In het geval van een persoonsgebonden budget wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgens op de maand van overlijden.
Paragraaf 2. Huisvesting
Artikel 55.1
5.2 Als eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten van een verhuizing geldt als normbedrag € 2.642,41.
5.3 Voor een woningaanpassingen die duurder zijn dan € 2.642,41kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt als er geen mogelijkheid is te verhuizen.
5.4 1. Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens rolstoelgebruik, huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, dan bedraagt de hoogte van de vergoeding: a. 100% van de kosten als het te vervangen artikel niet ouder is dan 2 jaar; b. 75% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 2 en 4 jaar oud is; c. 50% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 4 en 6 jaar oud is; d. 25% van de kosten als het te vervangen artikel tussen de 6 en 8 jaar oud is; e. 0% van de kosten als het te vervangen artikel 8 jaar of ouder is.
5.5 Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huurderving (in natura of als persoonsgebonden budget) wordt verstrekt indien een leegstaande woning is aangepast of aan te passen valt voor een bedrag van meer dan € 7.129,00. De tegemoetkoming is gemaximeerd op zes maanden op basis van de netto (kale) huurprijs.
5.6 1. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten kan worden verstrekt ten behoeve van tijdelijke huisvesting indien deze meerkosten moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van: a. De huidige woonruimte van cliënt; b. De door cliënt nog te betrekken woonruimte.
5.7 Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten dat als maximum verstrekt wordt bij het logeerbaar maken van de woning bedraagt € 2.202,00.
5.8 Indien het college een eenvoudige losse woonvoorziening van niet-bouwtechnische of niet-bouwkundige aard tot € 300 verstrekt, verstrekt het college deze voorziening in eigendom.
Paragraaf 3. Verplaatsen en vervoer
Artikel 6
Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare rolstoelen in het een na vorige volledige kalenderjaar.
Artikel 7
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening vermeerderd met de instandhoudingskosten (voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering) over een periode van 7 jaar. Het college mag bij de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening houden met een korting die bij een verstrekking in natura zou worden ontvangen.
Artikel 8
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 594,54 als eenmalig pgb met een maximum van € 1.189,08.
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (rolstoel) taxi bedraagt € 594,54 als eenmalig pgb met een maximum van € 1.189,08.
Het bedrag dat per afgelegde kilometer wordt vergoed in het kader van de vervoersvoorziening onder lid 1 is € 0,19.
Artikel 8A
Artikel 99.1
Het in artikel 8 lid 1 bedoelde eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van een (eigen) auto, bedraagt in het geval van:
9.2 Indien de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik kan worden gemaakt van dezelfde voorziening, wordt een enkel eenmalig pgb, zoals bedoeld in artikel 8, toegekend.
9.3 Indien de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een in artikel 8 bedoeld eenmalig pgb toegekend.
Paragraaf 4. Maatschappelijke participatie
Artikel 10
Paragraaf 5. Geestelijke gezondheid
Artikel 1111.1
De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.
11.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit/kwaliteit van de benodigde (groeps-) begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend.
11.3 Binnen Beschermd Wonen en Beschermd Thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door professionals in dienst van een instelling en niet-professionals. Bij zorgverlening door professionals hanteren wij een standaardtarief per dag. Voor niet- professionele geldt dat er wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professioneels wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht.
De vaststelling van het persoonsgebonden budget voor Beschermd Wonen of Beschermd Thuis is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. De cliënt mag binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen.
Categorie Agogisch klimaat in uren per week Begeleiding individueel uren per week Totaal aantal uren begeleiding per week Beschermd thuis: licht 0 2,5 2,5 Beschermd thuis: groep licht 3,5 2,5 6 Beschermd thuis: groep middelzwaar/beschermd wonen: licht 7 2,5 9,5 Beschermd wonen: middelzwaar 10 2,5 12,5 Beschermd wonen: intensief 12,5 2,5 15 11.4 In bepaalde gevallen wordt het persoonsgebonden budget niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties:
Indien een cliënt met een persoonsbudget voor Beschermd Wonen zowel professionele zorg inkoopt bij een aanbieder als niet-professionele zorg uit zijn eigen netwerk leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Met andere woorden: het totale persoonsgebonden budget is gebaseerd op een totaal aantal uren dat de uren in bovenstaande tabel niet kan overschrijden.
Paragraaf 6. Begeleiding/dagbesteding
Artikel 1212.1
De tarieven voor begeleiding/dagbesteding in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
12.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van begeleiding/dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
Artikel 13Vervallen
Paragraaf 7. Opvang
Artikel 1414.1
Er is een bijdrage in de kosten verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van opvang.
14.2 De bijdrage in de kosten wordt bepaald per dag. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van een instelling.
14.3 De bijdrage in de kosten voor opvang bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 4% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk 4% van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten.
14.4 Indien de instelling bij voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang of vrouwenopvang (waaronder crisisopvang) aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage in de kosten verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval het bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt.
14.5 Als een cliënt een vergoeding ontvangt voor vrijwilligerswerk, wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de bijdrage in de kosten.
14.6 Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage in de kosten gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm.
HOOFDSTUK 3 JEUGDHULP
Artikel 1515.1
De tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).
15.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).
Artikel 1616.1
Alleen in uitzonderingssituaties bij zwaarwegende redenen is inzet van een pgb door mensen uit het sociale netwerk van de cliënt mogelijk. Hieronder staan drie aanvullende/nadere criteria voor uitvoering van het pgb door leden uit het sociale netwerk:
16.2 Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; b.er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden; c.er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
16.3 a. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in artikel 16.1, indien toepassing van deze bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. b. Het college kan de bepalingen in dit artikel nader invullen in de beleidsregels.
Artikel 1717.1
Teneinde hun eigen kracht en regie te versterken stelt het college tijdens het vooronderzoek de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
17.2 Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp.
HOOFDSTUK 4 OVERIG
Paragraaf 1. Terugvordering
Artikel 18
Artikel 19
Bij een bedrag tot € 150,- wordt afgezien van terugvordering.
Paragraaf 3. Persoonsgebonden budget
Artikel 2020.1
Voor de duur van de verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt de volgende economische afschrijvingstermijn gehanteerd: a. maatwerkvoorziening voor een meerderjarige: 7 jaar (oftewel 91 zorgperioden); b. maatwerkvoorziening voor een minderjarige: 5 jaar (oftewel 65 zorgperioden).
20.2 Als een minderjarige meerderjarig wordt dan wordt de afschrijvingstermijn verminderd met het aantal jaren dat de minderjarige de maatwerkvoorziening heeft toegekend gekregen.
20.3 In afwijking van het eerste lid kan voor tweedehands maatwerkvoorzieningen voor een meerderjarige en minderjarige de afschrijvingstermijn worden verminderd met de actuele leeftijd van de maatwerkvoorziening.
20.4 Indien de met het eenmalig persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw persoonsgebonden budget verstrekt. Een persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten kan dan wel worden verstrekt. Onder instandhoudingskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten om de voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten.
20.5 De bewaartermijn voor de pgb-administratie is 7 jaar.
20.6 Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd: a. De budgethouder dient zelf een aansprakelijkheidsverzekering te hebben (afgesloten) voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is – indien van toepassing – een component opgenomen voor verzekering. b. De budgethouder dient zelf een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) te verzekeren in overeenstemming met artikel 2 van die wet. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is – indien van toepassing – een component opgenomen voor verzekering.
Artikel 21
Bij overlijden van de pgb-houder wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand van overlijden.
Artikel 22
Het college indexeert de bedragen genoemd in artikel 5.2, 5.3, 5.5, 5.6, 5.7, 8.1, 8.2 en 10.1 jaarlijks op 1 januari op basis van de consumentenprijsindex zoals het CBS deze vaststelt.
Tabel tarieven pgbWmo/Jeugdhulp gemeente Beuningen (prijspeil 1 januari 2021) Producten Productcode Eenheid Pgb professioneel Pgb informeel Beuningen 2021 Beuningen 2021 Hulp bij het huishouden HH1 en HH2 17,50 17,50 Reguliere Begeleiding Wmo 02A03 per uur 46,28 20,00 Reguliere Begeleiding in een groep Wmo 02A17 per uur 15,43 n.v.t.
Persoonlijke Verzorging Wmo 03A03 per uur 41,12 20,00 Specialistische Begeleiding Wmo 02A05 per uur 55,53 20,00 Specialistische Begeleiding in een groep Wmo 02A20 per uur 18,51 n.v.t.
Dagbesteding Wmo 07A03 per dagdeel 30,98 20,00 Kortdurend Verblijf Wmo 04A04 per etmaal 161,59 31,06 Casemanagement Wmo 02A21 per uur 55,53 n.v.t.
Vervoer Dagbesteding en Kortdurend Verblijf Wmo 08A03 per etmaal 11,39 n.v.t.
Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding en evt. verzorging Wmo 10A22 per etmaal 112,21 n.v.t.
Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering Wmo 10A25 per etmaal 152,62 n.v.t.
Reguliere Begeleiding Jw 45A04 per uur 46,28 20,00 Reguliere Begeleiding in een groep Jw 45A71 per uur 15,43 n.v.t.
Verzorging en Begeleiding Jw 40A04 per uur 51,42 20,00 Specialistische Begeleiding Jw 45A05 per uur 55,53 20,00 Specialistische Begeleiding in een groep Jw 45A49 per uur 18,51 n.v.t.
Dagbesteding (intersectoraal) Jw 41A18 per dagdeel 41,01 20,00 Dagbehandeling (intersectoraal) Jw 41A03 per dagdeel 89,77 20,00 Vaktherapie Jw 45A53 per uur 63,37 nvt Groepsgerichte vaktherapie Jw 45A52 per uur 21,12 n.v.t.
Kortdurend Verblijf Jw 44A09 per etmaal 161,59 31,06 Casemanagement Jw 45A55 per uur 55,53 n.v.t.
Vervoer naar dagbesteding, Kortdurend Verblijf en Dagbehandeling Jw 42A03 per etmaal 11,39 n.v.t.
Dyslexie Jw 45A74 per uur n.v.t.
Behandeling basis Jeugd GGZ Jw 54001 per uur 77,29 n.v.t.
Specialistische Jeugd GGz (incl. obs en diagnostiek) Jw 54002 per uur 89,98 n.v.t.
Toeleiding 02L01 per uur n.v.t.
Verlengde toeleiding 02L02 per uur n.v.t.
Consultatie 02L03 per uur n.v.t.
Beantwoording korte begeleidingsvragen 02L04 per uur 46,28 20,00 Gespecialiseerde begeleiding ZG 02L05 per uur 46,28 20,00 Revaliderende begeleiding ZG 02L06 per uur 46,28 20,00 Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten 07L01 per etmaal 46,28 20,00 Toeleiding 02L08 per uur n.v.t. n.v.t.
Verlengde toeleiding 02L09 per uur n.v.t. n.v.t.
Consultatie doofblindheid 02L10 per uur n.v.t. n.v.t.
Beantwoording korte begeleidingsvragen 02L11 per uur 46,28 20,00 Gespecialiseerde begeleiding doofblinden 02L12 per uur 46,28 20,00 Begeleidersvoorziening Doofblinden 02L13 per uur 46,28 20,00 Revaliderende begeleiding ZG 02L14 per uur 46,28 20,00 Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten 07L02 per uur 46,28 20,00 Gespecialiseerde begeleiding 02L15 per uur 46,28 20,00 Time out voorziening 44A06 per etmaal 127,56 n.v.t.
Moeder Kind Huis 44A45 per etmaal 210,97 n.v.t.
Pleegzorg 24 uurs 44A07 per etmaal 35,97 n.v.t.
Netwerkonderzoek 35502 per etmaal 23,60 n.v.t.
Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding (2LVG) 44A36 per etmaal 146,21 n.v.t.
Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG) 43A36 per etmaal 157,35 n.v.t.
Gezinshuis J&O incl. begeleiding 44A08 per etmaal 144,04 n.v.t.
Gezinshuis J&O begeleiding en behandeling 43A10 per etmaal 126,20 n.v.t.
Kamertraining 44A27 per etmaal 77,52 n.v.t.
Fasehuis, leerhuis, behandelgroep in wijk 44A28 per etmaal 139,15 n.v.t.
Beschermd wonen J-GGZ en verslavingszorg 44A52 per etmaal 137,52 n.v.t.
Behandelgroep incl. dagbesteding en behandeling (3LVG) 43A55 per etmaal 201,07 n.v.t.
Behandelgroep excl. dagbesteding incl behandeling (3VG) 43A51 per etmaal 110,76 n.v.t.
Behandelgroep incl dagbesteding en behandeling (3VG) 43A52 per etmaal 145,29 n.v.t.
3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (4-LVG) 43A56 per etmaal 247,00 n.v.t.
3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (5-LVG) 43A57 per etmaal 246,02 n.v.t.
Terreinvoorziening Gezinsopname (VF4) 43A31 per etmaal 303,22 n.v.t.
Behandelgroep 24 uur op terrein (VF6) 43A37 per etmaal 151,84 n.v.t.
Behandelgroep 24 uur op terrein (VF7) 43A38 per etmaal 218,70 n.v.t.
Behandelgroep 24 uur op terrein (VF8) 43A39 per etmaal 251,75 n.v.t.
Toeslag MFC Z911 (toeslag bij ZZP 4 en 5) 45A58 per etmaal n.v.t. n.v.t.
JeugdzorgPlus 43A12 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie F-bed incl crisisbed 52053 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie G-bed incl crisisbed 52054 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Verslavingszorg GGZ jeugdkliniek E-bed 52052 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Verblijf zonder overnachting GGZ 52063 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Crisisbed LVB Z560 46A03 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Spoedopvang J&O Met verblijf (VF8) 46A04 per etmaal n.v.t. n.v.t.
Spoedopvang J&O zonder verblijf 46A01 traject n.v.t. n.v.t.
Ambulante Behandeling J&O J-LVG (komt uit blok B) 45A65 per uur 79,21 n.v.t.
Ambulante Groepsgerichte Behandeling J&O J-LVG (nieuw) 45A69 per uur 26,41 n.v.t.
MST (Multi Systeem Therapie) 45A41 traject n.v.t. n.v.t.
MDFT , ACRA / Craft 45A40 traject n.v.t. n.v.t.
Gezin Centraal / IOG 45A39 traject n.v.t. n.v.t.
OTS < 1 jaar 48A04 traject n.v.t. n.v.t.
OTS > 1 jaar 48A05 traject n.v.t. n.v.t.
Voogdij 48A06 traject n.v.t. n.v.t.
Reguliere jeugdreclassering 47A01 traject n.v.t. n.v.t.
Samenloop 47A06 traject n.v.t. n.v.t.
ITB-harde kern 47A05 traject n.v.t. n.v.t.
ITB-criem 47A04 traject n.v.t. n.v.t.
STP 47A07 traject n.v.t. n.v.t.
GBM advies 47B01 traject n.v.t. n.v.t.
GBM begeleiding 47B02 traject n.v.t. n.v.t.
Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020) Indicatie Productcode Eenheid ZIN Beschermd Thuis: Bereikbaarheid en beschikbaarheid 15N01 Etmaal € 1,02 Beschermd Thuis: Licht 15N02 Etmaal € 26,76 Beschermd Thuis: Groep Licht 15N03 Etmaal € 56,56 Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar 15N04 Etmaal € 84,88 Beschermd wonen: Licht 15N11 Etmaal € 127,71 Beschermd wonen: Middelzwaar 15N12 Etmaal € 153,77 Beschermd wonen: Intensief 15N13 Etmaal € 175,48 Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020) Indicatie Productcode Eenheid ZIN Dagbesteding 15N21 Dagdeel € 38,58 Aanvullende dagbesteding 15N22 Dagdeel € 38,58 Aanvullende begeleiding 15N31 Uur € 73,80 Overbruggingszorg (begeleiding) 15N32 Uur € 73,80 Vervoer van en naar dagbesteding 15N51 Etmaal € 11,34 Afwezigheidsdag 15N41 Etmaal € 101,85 PGB tarieven 2021 (nieuwe structuur met aangepaste benaming) Product Wonen/verblijf PGB professioneel Eenheid PGB informeel Eenheid Beschermd Thuis: licht € 26,09 per etmaal € 21,90 per uur Beschermd Thuis: groep licht € 53,93 per etmaal € 21,90 per uur Beschermd Thuis: groep middelzwaar € 80,34 per etmaal € 21,90 per uur Beschermd Thuis: groep zwaar € 104,20 per etmaal € 21,90 per uur Beschermd Thuis: groep intensief € 124,08 per etmaal € 21,90 per uur Tarieven 2021 overige producten PGB Overige producten PGB professioneel PGB informeel Eenheid Dagbesteding € 34,25 € 21,90 Dagdeel Aanvullende dagbesteding € 34,25 € 21,90 Dagdeel Aanvullende begeleiding € 39,60 € 21,90 Uur Overbruggingszorg (begeleiding) € 39,60 € 21,90 Uur Vervoer van en naar dagbesteding € 11,04 n.v.t.
Retourrit Bijlage3Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt zowel de pgb-zorgaanbieder bedoeld als een onderaannemer, tenzij expliciet anders is aangegeven.
Algemene criteria Geschiktheidseisen
Uitsluitingsgronden Er is bij de zorgaanbieder geen sprake van:
Screening kan bestaan uit:
Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers De gemeenten zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb of onderaannemerschap. De zorgaanbieders dienen te werken met deskundig personeel en kwalitatief goede zorg bieden, waarin de Cliënt en zijn netwerk centraal staan. In geval van onderaanneming kan de hoofdaannemer garant staan voor de kwaliteitsonderdelen waarop de onderaannemer (nog) te kortschiet. De onderaannemer dient in ieder geval zelfstandig te voldoen aan de wettelijke kwaliteitskaders (zie onder kwaliteitseisen).
De gemeente hecht (er) veel waarde aan:
Kwaliteitseisen begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen (Wmo) en Jeugdhulp Kwaliteitseisen gemarkeerd met * zijn niet van toepassing op beschermd wonen. wEttelijke kwaliteitskaders Wet maatschappelijke ondersteuning 1 Maatschappelijke ondersteuning Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; bieden van beschermd wonen en opvang.
2 Maatwerkvoorziening Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
3 Kwaliteitssysteem De Zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; afgestemd op de reële behoefte van de Cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de Cliënt ontvangt; verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
4 Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten.
5 Medezeggenschapsregeling Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van Zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn.
6 Meldcode huiselijk geweld een kindermishandeling 6.1 Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.
6.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.
7 Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Bovenwettelijk; Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met cliënten. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is.
8 Verwijsindex risicojongeren Bovenwettelijk; Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen voldoet aan de eisen van de in de Jeugdwet verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren5Zie http://www.handreikingmelden.nl/ voor de Handreiking.. De verwijsindex is een vroeg-signaleringsinstrument dat risicomeldingen van Professionals over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Hierdoor weten betrokkenen sneller of een jongere ook bekend is bij een andere Professional. Het doel is vroege signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid van een jongere bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven.
Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex.
Jeugdwet 9 Jeugdhulp Gemeente verstaat onder jeugdhulp het volgende:
Ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, voor Jeugdigen en hun ouders6Hier kan ook gelezen worden verzorgers of wettelijk vertegenwoordiger(s) bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de Jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie-gerelateerde problemen;
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van Jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij Jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
10 Doelgroep jeugdhulp Jeugdhulp is bedoeld voor de Jeugdige die: de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt of; de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt en jeugdhulp ontvangt in het kader van jeugdstrafrecht of; de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet: is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of; is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
11 Verantwoorde hulp 11.1 De Zorgaanbieder verleent verantwoorde hulp. Dat is hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig is en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van Jeugdige of ouder.
11.2 De Zorgaanbieder organiseert zich op zodanige wijze, voorziet zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instellingen betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties.
12 Verantwoorde werktoedeling 12.1 De Zorgaanbieder voldoet aan de norm van verantwoorde werktoedeling.
12.2 De Zorgaanbieder zet Professionals in die over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Vakbekwaam zijn houdt in dat Professionals in staat zijn om een beroep uit te oefenen volgens de voor de beroepsgroep geldende professionele standaard. Dat betekent dat steeds die Professional moet worden ingezet die past bij de vraag van de cliënt, die beschikt over de noodzakelijke vakbekwaamheid en die handelt volgens de beroepsethische normen.
12.3 De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat Professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen en veldnormen).
12.4 De Zorgaanbieder werkt met geregistreerde Professionals (SKJ of BIG) 12.5 De Zorgaanbieder deelt taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde Professional.
12.6 De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde Professional.
12.7 De Zorgaanbieder belast niet-geregistreerde Professionals uitsluitend met de uitvoering van taken indien het aannemelijk is dat dat niet afdoet aan de kwaliteit, of zelfs noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uit te voeren taak.
12.8 De Zorgaanbieder moet kunnen verantwoorden waarom een geregistreerde, dan wel een niet-geregistreerde Professional wordt ingezet voor een taak.
13 Kwaliteitssysteem Zorgaanbieder moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. Zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over de kwaliteit van hulp systematisch verzamelen en registreren.
14 Hulpverleningsplan Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Jeugdige en de verzorgers en dat is afgestemd op de behoeften van de Jeugdige.
15 Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) 15.1 Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Jeugdigen of verzorgers. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. De VOG van een solistisch werkende jeugdhulpverlener mag tijdens de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie jaar.
15.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder raadpleegt het BIG/SKJ-register en het register met tuchtrechtuitspraken alvorens een Professional aan te nemen.
16 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 16.1 Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.
16.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.
17 Vertrouwenspersoon 17.1 Zorgaanbieder stelt de vertrouwenspersoon AKJ (Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg) in staat werk te verrichten. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon in ieder geval; vrije toegang heeft tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders waar Jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoefte geen toestemming van derden om met een Jeugdige te spreken Zorgaanbieder aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaffen en alle bescheiden tonen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft De vertrouwenspersoon de faciliteiten verschaffen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft 17.2 Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun verzorgers actief over het recht tot ondersteuning van een onafhankelijk vertrouwenspersoon.
18 Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een klachtenregeling die voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten van Jeugdigen, verzorgers en (pleeg)ouders over de Zorgaanbieder of personen die voor hem werkzaam zijn. Zorgaanbieder heeft een klachtencommissie ingesteld. Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun (pleeg)ouders actief over de klachtenregeling en toegang tot de klachtencommissie.
19 Cliëntenraad De Zorgaanbieder stelt een cliëntenraad in en volgt daarbij de wettelijke bepalingen opgenomen in artikel 4.2 van de Jeugdwet.
20 Inzicht in kwaliteitsverslag Zorgaanbieder stelt jaarlijks een verslag op over de naleving van de regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp, onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap. De Zorgaanbieder verleent inzicht in dit verslag aan de Gemeente door het jaarlijks aan te leveren bij de Contractmanager. Zorgaanbieder maakt dit verslag openbaar.
21 Verwijsindex risicojongeren Zorgaanbieder voldoet aan de eisen van de wettelijk verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren, en wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex.
Overige wet- en regelgeving 22 In dit document staan slechts een aantal wettelijke eisen benoemd waaraan Zorgaanbieder moet voldoen. Gemeente verwacht dat Zorgaanbieder bekend is met, en voldoet aan, alle op de Zorgaanbieder van toepassing zijnde wet- en regelgeving, richtlijnen en verdragen zoals, maar niet beperkt tot;
Geneesmiddelenwet Jeugdwet Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (van de Gemeenten) VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap Wet aanpak schijnconstructies Wet arbeid vreemdelingen Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg Wet Ketenaansprakelijkheid Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 23 Doorstroom en afstemming Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekerswet, Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet Doorstroom Jeugdwet naar Zorgverzekeringswet (Zvw) Als een Jeugdige Zvw-zorg krijgt, bestaat er geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Indien de behandeling van een Jeugdige nog niet afgesloten kan worden en continuering daarvan ná het 18e jaar noodzakelijk is vanuit de Zvw, zorgt Zorgaanbieder er in samenspraak met de Jeugdige voor dat er tijdig een verwijzing van de huisarts is. Daarnaast begeleidt Zorgaanbieder de Jeugdige bij het tijdig aanvragen van een zorgverzekering.
Doorstroom Jeugdwet naar Wet Langdurige Zorg (Wlz) Jeugdigen met een blijvende beperking worden vaak in eerste instantie van hulp en begeleiding voorzien vanuit de jeugdhulp. Voor Jeugdigen tot 18 jaar is de Wlz van toepassing op de meeste kwetsbare Jeugdigen met 'een blijvende behoefte' aan 'permanent toezicht' of '24 uur per dag zorg in de nabijheid'. Het gaat dan om zorg vanwege een somatische aandoening of beperking, een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, een zintuiglijke beperking of meervoudige beperkingen. Bij Jeugdigen met een perspectief of vermoeden van een Wlz traject (in de toekomst) is het van belang om op een zo vroeg mogelijk moment na te gaan of voortzetting van de hulp in het kader van de Wlz is aangewezen.
Bovenstaande verplicht Zorgaanbieders die met deze Jeugdigen werken tot een zorgvuldige diagnose, een zorgvuldige opbouw van het dossier en begeleiding bij de aanvraag Wlz bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Als een Jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit geldt ook wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de Jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van dit indicatiebesluit. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Uitzondering hierop is als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van de Jeugdige. In dat geval kan het zijn dat de Jeugdige zowel op grond van de Wlz als op grond van de Jeugdwet een soortgelijke voorziening kan krijgen. De jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet gaat dan voor.
Afstemming Wmo 2015, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) Er wordt geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Dit betekent:
Wlz Bij een verdere achteruitgang van de Cliënt met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem wordt indien noodzakelijk tijdig een Wlz-indicatie aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de Cliëntzelf of diens vertegenwoordiger met begeleiding van de aanvraag Wlz door Zorgaanbieder. Na de toekenning van de Wlz-indicatie vervalt de Wmo-indicatie, behoudens de door de wetgever benoemde uitzonderingssituaties. De Zorgaanbieder heeft de verplichting de desbetreffende Gemeente onverwijld te informeren over de toegekende Wlz-indicatie.
De Wmo 2015 bepaalt dat de Gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren indien er redenen zijn om aan te nemen dat de Cliënt op de Wlz aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente.
Zvw Als de Zvw toegang biedt voor zorg die al vanuit de Wmo 2015 geleverd wordt, dan moet de Zorgaanbieder in die gevallen actie ondernemen om Zvw-indicatie te verkrijgen, de Wmo-indicatie op dit onderdeel te stoppen en hiertoe contact op te nemen met de Gemeente.
Overig Tenslotte kan het voorkomen dat een Cliënt niet alleen ondersteuning krijgt vanuit de Wmo 2015, maar ook uit de aanpalende wetten, waarin bijvoorbeeld leerlingenvervoer en jeugdzorg is geregeld. Waar die zorg geleverd wordt door andere zorgZorgaanbieder(s) dient Zorgaanbieder de dienstverlening af te stemmen met deze betrokken zorg Zorgaanbieder(s).
Samenloop Wmo 2015 en Participatiewet De Participatiewet kan voor veel Cliënten mogelijkheden bieden in de verdere verbetering van de levenssituatie van de cliënt. De Zorgaanbieder denkt actief mee in de mogelijkheden die de Participatiewet in deze kan bieden voor de Cliënten ondersteunt de Cliëntbij de toeleiding naar (aangepast) werk.
24 Privacy en informatie uitwisseling 24.1 De Zorgaanbieder is verplicht zich te houden aan privacy wet en regelgeving (Wmo, Jeugdwet en Wet Bescherming Persoonsgegevens). Dit geldt ook voor de samenwerking met de Gemeentelijke Toegangs. Daar waar mogelijk en noodzakelijk willen we dat de Zorgaanbieder goede afspraken maakt over de uitwisseling van informatie in het belang van de cliënt. De Zorgaanbieder geeft zich er rekenschap van dat de Europese verordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is aangenomen, die direct werking heeft. Alle organisaties in publieke en private sector moeten uiterlijk 25 mei 2018 aan deze nieuwe wetgeving voldoen.
24.2 Gemeente vindt het belangrijk dat uitwisseling van persoonsgegevens goed beveiligd plaatsvindt, onder andere door middel van beveiligd e-mailverkeer. Gemeente sluit daartoe de Gemeentelijke Toegangspoort aan op Zorgmail. Zorgaanbieder heeft de keuze van ditzelfde instrument gebruik te maken, of de beveiligde berichtenuitwisselingsomgeving van de Regio te gebruiken of op niet- elektronische wijze te communiceren. Ontwikkelingen op het vlak van beveiligde gegevensuitwisselingen staan niet stil. Gemeente zal tijdig communiceren wat de volgende stappen zijn. prestatie-eisen 25 Cliëntondersteuning Elke Cliënt heeft recht op een onafhankelijke cliëntondersteuning. Zorgaanbieder informeert de Cliënt hierover en beperkt zich tot betrokkenheid bij de Cliënt op basis van de ondersteunings- en/of zorgbehoefte van desbetreffende cliënt.
26 Cliënt centraal 26.1 De regie op de hulpverlening ligt bij de cliënt, al dan niet samen met familieleden, buren of vrienden uit het eigen netwerk. Zorgaanbieder sluit aan bij de regiemogelijkheden die de Cliënten zijn sociaal netwerk hebben.
26.2 Zorgaanbieder betrekt de Cliënt bij beslissingen en behandelt de Cliënt als een gelijkwaardige gesprekspartner. Praten met de cliënt, en niet over de Cliënten naast de Cliëntstaan, en niet er tegenover staan, zijn de uitgangspunten.
26.3 Zorgaanbieder stemt de inzet van ondersteuning af op de agenda van de Cliënten/of zijn verzorgers/mantelzorgers.
26.4 Bij iedere situatie/aanvraag/casus waarbij er signalen, dan wel vermoedens zijn van een mogelijk onveilige situatie voor Jeugdige en/of volwassene wordt een veiligheidsinschatting gedaan en zo nodig wordt er een veiligheidsplan opgezet en uitgevoerd. Een veiligheidsinschatting omvat een beoordeling- en risicotaxatie van de veiligheid van de Jeugdige en/of volwassene. Het dient als een signaleringsmiddel voor onveilige situaties en als kapstok voor een open gesprek over een lastig thema. Risicofactoren die kunnen worden benoemd en ingeschat zijn bijvoorbeeld (echt)scheiding, ziekte, werkloosheid, huiselijk geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, huisvesting en sociaal isolement. Op basis van een veiligheidsinschatting moet worden bepaald welke inzet en/of afspraken nodig zijn om de risico’s te minimaliseren en de veiligheid te verhogen. Gestandaardiseerde risicotaxatie instrumenten die bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt bij vermoedens van onveiligheid zijn het ‘Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK)’ of de ‘Checklist Veilig Thuis’. Risicotaxatie kan onderdeel uitmaken van de ‘Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’.
27 Tolken Bij de toewijzing van Professionals aan cliënten, houdt de Zorgaanbieder rekening met de moedertaal van de cliënt. Waar mogelijk zet Zorgaanbieder een Professional in die de taal van de Cliënt spreekt. Indien dit niet mogelijk is, bekijkt Zorgaanbieder de mogelijkheid om een tolk vanuit het sociale netwerk van Cliënt of vanuit Vluchtelingenwerk in te zetten.
28 Verwijzers 28.1 Bij de Wmo is de Gemeentelijke Toegangspoort de Verwijzer (Sociale Wijkteams ook wel sociale teams, kernteams, regieteams of zorgnetwerken en Veiligheidshuis of de GGD wat betreft beschermd wonen).
28.2 Bij Jeugdhulp zijn naast de Gemeentelijke Toegangspoort als Verwijzer aangewezen: huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen, medisch specialisten, voogden van gecertificeerde instellingen, rechter, raad van de kinderbescherming en de officier van justitie.
33 Hulpverleningsplan 33.1 Zorgaanbieder wijst Cliënt op de mogelijkheid om zijn/haar sociale netwerk, waaronder mantelzorger(s), te betrekken bij het opstellen van, en invulling geven aan, het hulpverleningsplan en geeft hier, indien gewenst, actief invulling aan.
33.2 Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Cliënten dat is afgestemd op de behoeften van de cliënt.
33.3 Zorgaanbieder stelt altijd een hulpverleningsplan (begeleidings- herstel- of behandelplan) op met concrete doelen en daaraan gekoppelde activiteiten/acties om deze doelen te bereiken die overeengekomen zijn met de cliënten, verzorgers en andere betrokkenen uit het sociale netwerk, onderwijs, leerplicht, vrijwilligers, lokale zorgstructuur, (huis)artsen, jeugdgezondheidszorg, zorgaanbieders etc. Als er sprake is van doorverwijzing door een Gemeentelijke Toegangspoort, dan is het hulpverleningsplan gebaseerd op het onderzoeksverslag van de Gemeentelijke Toegangspoort.
In het hulpverleningsplan benoemt Zorgaanbieder de doelen aan de hand van de leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) waarop de Cliëntproblemen ervaart. Gemeente ziet de ZRM niet als instrument voor bekostiging, maar als hulpmiddel voor integrale en resultaatgerichte ondersteuning.
Tijdens het traject, zoekt de Zorgaanbieder met de Cliënt voortdurend naar mogelijkheden in het voorliggende veld (voorliggende voorzieningen) om aan de gestelde doelen te werken. Te denken valt aan het onder de aandacht brengen van wijkactiviteiten of het zoeken naar lotgenotencontact. Deze activiteiten moeten zichtbaar zijn in het hulpverleningsplan.
Zorgaanbieder legt in het hulpverleningsplan vast wanneer en op welke wijze de doelen worden geëvalueerd. Evaluatie vindt minimaal één keer per jaar plaats. Indien er meerdere Professionals zijn betrokken bij een cliënt, maakt een bespreking van de ervaringen van de Cliënt met het samenwerkingsverband integraal onderdeel uit van de evaluatie. Zorgaanbieder gebruikt deze informatie om de samenwerking tussen zijn Professionals onderling en tussen zijn Professionals en Professionals van andere organisaties te verbeteren.
In het evaluatieverslag rapporteert Zorgaanbieder in ieder geval over de geboden activiteiten, de bereikte resultaten, de mate van doelrealisatie en een advies over het vervolg. Zorgaanbieder geeft in het evaluatieverslag aan welke gestelde doelen zijn behaald en aan welke doelen nog gewerkt moet worden, dit ook voor een eventuele overdracht naar een andere zorgaanbieder.
In het hulpverleningsplan legt Zorgaanbieder vast op welke wijze de wijzigingen in doelen/acties die voortvloeien uit de evaluatie tussentijds worden teruggekoppeld naar de betrokkenen en de Verwijzer.
33.4 In het hulpverleningsplan staat hoe er wordt vormgegeven en gewerkt aan de kantelingsprincipes:
Licht en dichtbij: de ondersteuning wordt zo dichtbij mogelijk geboden, bij mensen thuis of op vindplaatsen (zoals scholen en wijkcentra). De aanbieders zijn verplicht zich in te spannen om de hulpverlening zoveel mogelijk lokaal en gebiedsgebonden, afgestemd op de lokale zorg- en welzijnsstructuur en vaste gezichten te leveren en te organiseren;
Zelfregie en samenredzaamheid: welke methodieken wordt toegepast om eigen regie van de Cliënten en hun sociale netwerk te versterken en samen met het netwerk het plan op te stellen en uit te voeren (bij voorkeur Sociale Netwerkstrategieën of Persoonlijk Toekomst Plan), wordt er toegewerkt naar herstel van een zo normaal mogelijke situatie in het gezin?;
Het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’: hoe wordt samengewerkt met onderwijs, het sociale netwerk en vrijwilligers (informele hulp), lokale zorgstructuur en andere zorgProfessionals (huisartsen, jeugdgezondheidszorg, leerplicht etc)? Wie voert indien nodig de casusregie?;
Participatie en ‘gewoon meedoen’: stimuleert de Zorgaanbieder zoveel mogelijk de deelname aan gewone activiteiten op scholen, wijkactiviteiten of sportverenigingen? Wordt bij jongeren toegewerkt naar zelfstandigheid en participatie?;
Collectief boven individueel: wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van het aanbod van vrijwilligersorganisaties, welzijnsvoorzieningen? en algemene voorzieningen? Er wordt ook aangeven of individuele jeugdhulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet mogelijk is.
Toegespitst op bescherm wonen geldt voor het hulpverlenings-/herstelplan:
Zorgaanbieders hanteren een hulpverleningsplan, hierna genoemd het Herstelplan. Deze bevat gerichte herstel- en uitstroomdoelen op alle (relevante) leefgebieden, dan wel doelen gericht op stabilisatie en acceptatie. Ten minste de volgende elementen zijn in dit plan verwerkt:
Er is een analyse gedaan van alle (relevante) leefdomeinen, op al deze domeinen zijn doelen geformuleerd gericht op ontwikkeling en herstel en een termijn met streefdata waarbinnen deze behaald kunnen worden; dan wel gericht op stabilisatie en acceptatie van een psychiatrisch ziektebeeld inclusief het voorkomen van achteruitgang voor de groep cliënten voor wie dit het hoogst haalbare doel is/voor wie ontwikkeling en herstel niet langer haalbaar is;
De doelen zijn haalbaar en concreet. Zij bieden perspectief op zowel lange termijn als korte termijn. De doelen worden ondersteund door specifieke activiteiten en er worden concrete producten genoemd waar de cliënt zich naartoe beweegt;
De geformuleerde activiteiten zijn aan een doel gekoppeld en helder geprioriteerd;
Er wordt gebruik gemaakt van een evaluatieplan om de doelen te evalueren zoals in het Herstelplan geformuleerd. In dit plan is aangegeven in welke periodiek er wordt geëvalueerd. GGD en cliënt evalueren de doelen zodat kan worden bepaald of en welke zorg er in het vervolg nodig is;
Onderdeel van het herstelplan is het in kaart brengen van betrokkenen(7Voorbeelden van betrokkenen: het sociale netwerk en vrijwilligers (informele hulp), kinderopvang, onderwijs en leerplicht, lokale (zorg)structuur, Professionals (huisartsen, geestelijke gezondheidszorg), politie en justitie, ambtenaren inkomen en schuldhulpverlening, bewindvoering, werkbedrijf.) uit het formele en informele netwerk. Waar dit van toepassing is, is er een afgestemd plan met het (lokale) (zorg)netwerk opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de afstemming tussen betrokkenen en wie regie voert in de specifieke casus;
Daginvulling maakt integraal deel uit van het herstelplan. Waar relevant is omschreven hoe dagbesteding bijdraagt aan de stabilisatie, ontwikkeling en het herstel van de cliënt. Dit is gekoppeld aan de hierboven vermelde doelen;
Er staat beschreven hoe wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de Cliënt, die gericht is op ontwikkeling en herstel, dan wel aan de stabilisatie en aan de versterking of opbouw van zijn/haar sociale netwerk. Waar van toepassing wordt het eigen ontwikkelvermogen aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan. Bijvoorbeeld via de sociale netwerk strategie.
33.5 Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de Cliënt de inhoud van het hulpverleningsplan begrijpt en verstrekt de cliënt, indien gewenst, een versie van het hulpverleningsplan.
34 Integraal werken Zorgaanbieder vormt een netwerk rond de Cliënt met Verwijzer en stemt de ondersteuning af met andere professionele dienstverleners die zorg of jeugdhulp leveren aan de Cliënt en het Cliëntsysteem (één gezin, één plan, één regisseur). Waar nodig en mogelijk, werkt Zorgaanbieder binnen dit netwerk met een integraal hulpverleningsplan. Uitwisseling van informatie vindt plaats binnen de kaders van de wet.
36 Wijzigen en/of (Voortijdig) beëindigen ondersteuning 36.1 Professionals van de Zorgaanbieder signaleren veranderingen in de ondersteuningsbehoefte van de Cliënt en het Cliëntsysteem bijvoorbeeld als de gewenste resultaten niet worden bereikt of omstandigheden verslechteren. Zorgaanbieder past de dienstverlening aan of neemt contact op met een Verwijzer voor andere dienstverlening of neemt contact op met Gemeente als daar actie nodig is.
36.2 Indien dienstverlening aan cliënt, op verzoek van Cliënten/of Gemeente, wordt gestaakt en Cliënt ondersteuning van een andere Zorgaanbieder gaat afnemen, dan verleent Zorgaanbieder volledige dienstverlening aan Cliënt, medewerking aan een warme, zorgvuldige en vlotte overgang van Cliënten naar de door Gemeente gecontracteerde aanbieder en bevordert ononderbroken voortzetting van de zorg.
36.3