Artikel 1:266 BW – Beëindiging van het gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 1:266 BW bepaalt dat de rechtbank het ouderlijk gezag van een ouder kan beëindigen. Dit kan als een minderjarige zo opgroeit dat zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen binnen een termijn die aanvaardbaar is voor de persoon en ontwikkeling van het kind, of als de ouder het gezag misbruikt. Ook wanneer het gezag al is geschorst, kan het alsnog worden beëindigd, mits aan dezelfde voorwaarden is voldaan.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid , in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
Rechtspraak over Artikel 1:266 BW
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:267Verzoek tot beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:268Schorsing van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:274Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
- Artikel 1:275Benoeming van een voogd