Artikel 1:277 BW – Herstel in het ouderlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
1De rechtbank kan de ouder wiens gezag is beëindigd, op zijn verzoek in het gezag herstellen indien:
a. herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en
b. de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 247, tweede lid , in staat is te dragen.
2Indien ter gelegenheid van de beëindiging van het gezag het gezag aan de andere ouder is opgedragen, belast de rechtbank de ouder wiens gezag was beëindigd en deze alleen het in het eerste lid bedoelde verzoek doet, niet met het gezag, tenzij de omstandigheden na het nemen van de beschikking waarbij het gezag aan de andere ouder werd opgedragen, zijn gewijzigd of bij het nemen van de beschikking van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Artikel 253e is van overeenkomstige toepassing.
Rechtspraak over Artikel 1:277 BW
84
2026-05-15
2026-03-03
2026-01-27
2025-11-21
2025-11-05
2025-07-24
2025-07-22
2025-07-04
Verwijzingen in dit artikel
2
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 1:253rSchorsing van het gezag bij verhindering of onbekendheid
- Artikel 1:278Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag en proeftijd
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:268Schorsing van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:274Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
- Artikel 1:275Benoeming van een voogd
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag
- Artikel 1:278Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag en proeftijd