Artikel 1:267 BW – Verzoek tot beëindiging van het gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
1Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens is degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de kinderbescherming niet tot een verzoek overgaat.
2Indien de raad niet tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid overgaat nadat hij een verzoek tot onderzoek hiertoe van de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over de minderjarige uitvoert, heeft ontvangen, deelt hij dit schriftelijk mee aan die gecertificeerde instelling. De gecertificeerde instelling kan na ontvangst van die mededeling de raad voor de kinderbescherming verzoeken het oordeel van de rechtbank te vragen of beëindiging van het gezag het noodzakelijk is. De raad voor de kinderbescherming die van de gecertificeerde instelling zodanig verzoek ontvangt, vraagt binnen twee weken na de dagtekening van dat verzoek het oordeel van de rechtbank of een beëindiging van het gezag moet volgen. In dat geval kan de rechtbank de beëindiging van het gezag ambtshalve uitspreken.
Rechtspraak over Artikel 1:267 BW
39
2026-03-11
2025-09-22
2025-08-15
2025-06-11
2025-03-26
2024-11-18
2024-02-07
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:268Schorsing van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:274Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
- Artikel 1:275Benoeming van een voogd
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag