Artikel 1:275 BW – Benoeming van een voogd
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
1Indien de andere ouder het gezag niet voortaan alleen uitoefent, benoemt de rechtbank een voogd over de minderjarigen.
2Ieder die tot uitoefening van de voogdij bevoegd is, kan tijdens het onderzoek schriftelijk aan de rechtbank verzoeken met de voogdij te worden belast.
3In geval van beëindiging van het gezag op verzoek van de pleegouders benoemt de rechtbank bij voorkeur tot voogd degenen, dan wel degene, die op het tijdstip van het verzoek de minderjarige ten minste een jaar als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed, mits dezen bevoegd zijn tot de voogdij.
Rechtspraak over Artikel 1:275 BW
18
2026-01-30
2025-03-31
2022-10-10
2021-01-12
2020-09-18
2020-06-25
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267Verzoek tot beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:268Schorsing van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:274Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag
- Artikel 1:277Herstel in het ouderlijk gezag
- Artikel 1:278Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag en proeftijd