Artikel 1:274 BW – Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
1Indien de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt na de beëindiging van het gezag van een van hen voortaan het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend.
2In geval van beëindiging van het gezag van een ouder, die het gezag alleen uitoefent, kan de andere ouder de rechtbank te allen tijde verzoeken met de uitoefening van het gezag te worden belast. Dit verzoek wordt ingewilligd indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt.
3De rechtbank die het verzoek bedoeld bij het vorige lid heeft afgewezen, kan deze beschikking steeds wijzigen. Zij doet dit echter slechts op verzoek van de betrokken ouder, en niet dan op grond van omstandigheden, waarmede de rechter bij het geven van de beschikking geen rekening heeft kunnen houden.
Rechtspraak over Artikel 1:274 BW
7
2025-06-11
2020-06-30
2018-04-30
2008-05-14
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267Verzoek tot beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:268Schorsing van het ouderlijk gezag
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:275Benoeming van een voogd
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag
- Artikel 1:277Herstel in het ouderlijk gezag
- Artikel 1:278Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag en proeftijd