Artikel 1:268 BW – Schorsing van het ouderlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag · niet-officieel opschrift
a. een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 266, eerste lid, aanhef en onder a of b is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen, of
b. een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en een ouder die het gezag uitoefent toestemming daarvoor weigert.
Rechtspraak over Artikel 1:268 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:1Burgerlijke rechten en verbod van dienstbaarheden
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267Verzoek tot beëindiging van het gezag
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:306aUitsluiting toepasselijkheid bij voorlopige voogdij
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267Verzoek tot beëindiging van het gezag
- Artikel 1:267aOndertoezichtstelling bij afwijzing verzoek
- Artikel 1:269Ondertoezichtstelling in plaats van schorsing
- Artikel 1:270
- Artikel 1:271
- Artikel 1:271a
- Artikel 1:272
- Artikel 1:272a
- Artikel 1:273
- Artikel 1:274Gezag na beëindiging gezamenlijk gezag
- Artikel 1:275Benoeming van een voogd
- Artikel 1:276Bewind en rekening bij einde ouderlijk gezag
- Artikel 1:277Herstel in het ouderlijk gezag
- Artikel 1:278Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag en proeftijd