Artikel 1:366 BW – Kennisgeving wegens tekortschieten van de voogd
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
Insgelijks kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming ermede in kennis stellen, dat:
a. de voogd in gevallen, waarin hij machtiging van de kantonrechter behoeft, zijn bewind eigenmachtig voert;
b. hij zich in zijn bewind aan ontrouw, plichtsverzuim of misbruik van bevoegdheid blijkt te hebben schuldig gemaakt.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:354Oproeping en inlichtingenplicht van de voogd
- Artikel 1:355Beschrijving van kinderlijk vermogen
- Artikel 1:356Aanwijzingen en machtigingen door de kantonrechter
- Artikel 1:357Aanwijzing van te verkopen goederen van de minderjarige
- Artikel 1:358Uitgaven en beloning van de voogd
- Artikel 1:359Jaarlijkse rekening van het bewind van de voogd
- Artikel 1:360Geschillen over de voogdijrekening
- Artikel 1:361Bewaring van de rekening ter griffie
- Artikel 1:362Vaststelling van schade door wanbeheer van de voogd
- Artikel 1:363Zekerheidstelling door de voogd
- Artikel 1:364Beëindiging van de zekerheid van de voogd
- Artikel 1:365Kennisgeving aan de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:367Onderzoek door de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:368
- Artikel 1:369Bewind over gemeenschappelijke goederen van minderjarigen
- Artikel 1:370Onderbewindstelling van vermogen van minderjarige
- Artikel 1:371Kennisgeving van woonplaatsverandering door voogd
- Artikel 1:371aMededeling van voogdbenoeming aan de kantonrechter
- Artikel 1:372Rekening en verantwoording na voogdij
- Artikel 1:373Rekening en verantwoording door de voogd
- Artikel 1:374Rekening en verantwoording door de voogd
- Artikel 1:375Vernietigbaarheid van rechtshandelingen vóór rekening en verantwoording
- Artikel 1:376Rente over schuld aan de voogd
- Artikel 1:377Verjaring van vorderingen uit voogdijbewind