Artikel 1:371a BW – Mededeling van voogdbenoeming aan de kantonrechter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
1De griffier van het gerecht dat een voogd benoemt, doet daarvan onverwijld mededeling aan de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de voogd is gelegen.
2Woont de voogd niet meer in het arrondissement of is hij opgevolgd door een voogd in een ander arrondissement, dan zendt de griffier onverwijld de voogdijbescheiden naar de griffier van het arrondissement waar de voogd of opvolgende voogd woonplaats heeft, onder opgave van diens adres.
§ 11.De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:360Geschillen over de voogdijrekening
- Artikel 1:361Bewaring van de rekening ter griffie
- Artikel 1:362Vaststelling van schade door wanbeheer van de voogd
- Artikel 1:363Zekerheidstelling door de voogd
- Artikel 1:364Beëindiging van de zekerheid van de voogd
- Artikel 1:365Kennisgeving aan de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:366Kennisgeving wegens tekortschieten van de voogd
- Artikel 1:367Onderzoek door de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:368
- Artikel 1:369Bewind over gemeenschappelijke goederen van minderjarigen
- Artikel 1:370Onderbewindstelling van vermogen van minderjarige
- Artikel 1:371Kennisgeving van woonplaatsverandering door voogd
- Artikel 1:372Rekening en verantwoording na voogdij
- Artikel 1:373Rekening en verantwoording door de voogd
- Artikel 1:374Rekening en verantwoording door de voogd
- Artikel 1:375Vernietigbaarheid van rechtshandelingen vóór rekening en verantwoording
- Artikel 1:376Rente over schuld aan de voogd
- Artikel 1:377Verjaring van vorderingen uit voogdijbewind