Artikel 3:11 BW – Begrip goede trouw
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 1. Algemene bepalingen › Afdeling 1. Begripsbepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Goede trouw ontbreekt niet alleen bij werkelijke kennis van de feiten of het recht, maar ook wanneer iemand die behoorde te kennen gezien de omstandigheden. Als onderzoek onmogelijk was, blijft iemand die goede reden had om te twijfelen toch aangemerkt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen, zodat onmogelijkheid van onderzoek hem in dat geval niet van die toerekening bevrijdt.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen.
Rechtspraak over Artikel 3:11 BW
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:1Begrip goederen
- Artikel 3:2Begrip zaken
- Artikel 3:2aStatus van dieren en toepasselijkheid van zakenrecht
- Artikel 3:3Onroerende en roerende zaken
- Artikel 3:4Bestanddeel van een zaak
- Artikel 3:5Begrip inboedel
- Artikel 3:6Begrip vermogensrecht
- Artikel 3:7Begrip afhankelijk recht
- Artikel 3:8Begrip beperkt recht
- Artikel 3:9Natuurlijke en burgerlijke vruchten
- Artikel 3:10Begrip registergoederen
- Artikel 3:12Maatstaven voor redelijkheid en billijkheid
- Artikel 3:13Misbruik van bevoegdheid
- Artikel 3:14Uitoefening van bevoegdheid en publiekrecht
- Artikel 3:15Overeenkomstige toepassing buiten het vermogensrecht