Artikel 3:14 BW – Uitoefening van bevoegdheid en publiekrecht
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 1. Algemene bepalingen › Afdeling 1. Begripsbepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. De uitoefening van civielrechtelijke bevoegdheden wordt dus begrensd door zowel geschreven als ongeschreven publiekrechtelijke regels.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht.
Rechtspraak over Artikel 3:14 BW
387
2026-05-26
2026-05-26
2026-05-22
2026-05-20
2026-05-19
2026-05-12
2026-04-23
2026-04-22
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:2aStatus van dieren en toepasselijkheid van zakenrecht
- Artikel 3:3Onroerende en roerende zaken
- Artikel 3:4Bestanddeel van een zaak
- Artikel 3:5Begrip inboedel
- Artikel 3:6Begrip vermogensrecht
- Artikel 3:7Begrip afhankelijk recht
- Artikel 3:8Begrip beperkt recht
- Artikel 3:9Natuurlijke en burgerlijke vruchten
- Artikel 3:10Begrip registergoederen
- Artikel 3:11Begrip goede trouw
- Artikel 3:12Maatstaven voor redelijkheid en billijkheid
- Artikel 3:13Misbruik van bevoegdheid
- Artikel 3:15Overeenkomstige toepassing buiten het vermogensrecht