Artikel 3:12 BW – Maatstaven voor redelijkheid en billijkheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 1. Algemene bepalingen › Afdeling 1. Begripsbepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:12 BW bepaalt waarmee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van wat redelijkheid en billijkheid eisen. Daarbij tellen algemeen erkende rechtsbeginselen mee, de rechtsovertuigingen die in Nederland leven, en de maatschappelijke en persoonlijke belangen die in het concrete geval spelen.
Deze maatstaven gelden steeds samen: zowel algemene rechtsbeginselen als heersende opvattingen in Nederland als de specifieke belangen van de betrokkenen in de gegeven situatie wegen mee bij de invulling van redelijkheid en billijkheid.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken.
Rechtspraak over Artikel 3:12 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:1Begrip goederen
- Artikel 3:2Begrip zaken
- Artikel 3:2aStatus van dieren en toepasselijkheid van zakenrecht
- Artikel 3:3Onroerende en roerende zaken
- Artikel 3:4Bestanddeel van een zaak
- Artikel 3:5Begrip inboedel
- Artikel 3:6Begrip vermogensrecht
- Artikel 3:7Begrip afhankelijk recht
- Artikel 3:8Begrip beperkt recht
- Artikel 3:9Natuurlijke en burgerlijke vruchten
- Artikel 3:10Begrip registergoederen
- Artikel 3:11Begrip goede trouw
- Artikel 3:13Misbruik van bevoegdheid
- Artikel 3:14Uitoefening van bevoegdheid en publiekrecht
- Artikel 3:15Overeenkomstige toepassing buiten het vermogensrecht