Artikel 3:238 BW – Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 2. Pandrecht · niet-officieel opschrift
1Ondanks onbevoegdheid van de pandgever is de vestiging van een pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht geldig, indien de pandhouder te goeder trouw is op het tijdstip waarop de zaak of het toonder- of geëndosseerde orderpapier in zijn macht of in die van een derde is gebracht.
2Rust op een in lid 1 genoemd goed een beperkt recht dat de pandhouder op het in dat lid bedoelde tijdstip kent noch behoort te kennen, dan gaat het pandrecht in rang boven dit beperkte recht.
3Wordt het pandrecht gevestigd op een roerende zaak waarvan de eigenaar het bezit door diefstal heeft verloren, of op een vruchtgebruik op een zodanige zaak, dan zijn lid 3, aanhef en onder b , en lid 4 van artikel 86 van overeenkomstige toepassing.
Rechtspraak over Artikel 3:238 BW
18
2020-05-29
2018-10-31
2014-05-28
2014-05-21
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 3:6Begrip vermogensrecht
- Artikel 3:86Bescherming van derden te goeder trouw bij beschikkingsonbevoegdheid
- Artikel 3:86aOpeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:86bBescherming van cultuurgoederen bij opeising
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:236Vestiging van pandrecht
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:241Verklaring omtrent de gepande vordering
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:247Stemrecht op verpand goed
- Artikel 3:248Uitwinning van verpand goed
- Artikel 3:249Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken