Artikel 3:248 BW – Uitwinning van verpand goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 2. Pandrecht · niet-officieel opschrift
1Wanneer de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor het pand tot waarborg strekt, is de pandhouder bevoegd het verpande goed te verkopen en het hem verschuldigde op de opbrengst te verhalen.
2Partijen kunnen bedingen dat eerst tot verkoop kan worden overgegaan, nadat de rechter op vordering van de pandhouder heeft vastgesteld dat de schuldenaar in verzuim is.
3Een lager gerangschikte pandhouder of beslaglegger kan het verpande goed slechts verkopen met handhaving van de hoger gerangschikte pandrechten.
Rechtspraak over Artikel 3:248 BW
43
2025-04-14
2025-03-12
2024-05-01
2023-08-09
2022-01-19
2021-07-06
2021-04-01
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:236Vestiging van pandrecht
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:238Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:241Verklaring omtrent de gepande vordering
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:247Stemrecht op verpand goed
- Artikel 3:249Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van pand
- Artikel 3:252Kennisgeving van verkoop door pandhouder
- Artikel 3:253Verdeling van de executieopbrengst
- Artikel 3:254Gezamenlijke executie van pand en hypotheek
- Artikel 3:255Uitwinning van verpand geld
- Artikel 3:256Verplichtingen na tenietgaan pandrecht
- Artikel 3:257Tekortschieten in zorg voor verpande zaak
- Artikel 3:258Einde en afstand van pandrecht