Artikel 3:247 BW – Stemrecht op verpand goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 2. Pandrecht · niet-officieel opschrift
Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 89 en 198 van Boek 2 , blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed waarop een pandrecht rust, de pandgever toekomen, tenzij anders is bedongen.
Rechtspraak over Artikel 3:247 BW
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:236Vestiging van pandrecht
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:238Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:241Verklaring omtrent de gepande vordering
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:248Uitwinning van verpand goed
- Artikel 3:249Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van pand
- Artikel 3:252Kennisgeving van verkoop door pandhouder
- Artikel 3:253Verdeling van de executieopbrengst
- Artikel 3:254Gezamenlijke executie van pand en hypotheek
- Artikel 3:255Uitwinning van verpand geld
- Artikel 3:256Verplichtingen na tenietgaan pandrecht
- Artikel 3:257Tekortschieten in zorg voor verpande zaak
- Artikel 3:258Einde en afstand van pandrecht