Artikel 3:249 BW – Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 2. Pandrecht · niet-officieel opschrift
1Tenzij anders is bedongen, is een pandhouder die tot verkoop wil overgaan verplicht, voor zover hem dit redelijkerwijze mogelijk is, ten minste drie dagen tevoren de voorgenomen verkoop met vermelding van plaats en tijd op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze mede te delen aan de schuldenaar en de pandgever, alsmede aan hen die op het goed een beperkt recht hebben of daarop beslag hebben gelegd.
2De aanzegging moet zo nauwkeurig mogelijk de som aangeven, waarvoor het pand kan worden gelost. Lossing kan tot op het tijdstip van de verkoop plaatsvinden, mits ook de reeds gemaakte kosten van executie worden voldaan.
Rechtspraak over Artikel 3:249 BW
10
2020-02-25
2017-04-13
2016-05-04
2010-08-11
2009-05-26
2009-03-17
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:238Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:241Verklaring omtrent de gepande vordering
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:247Stemrecht op verpand goed
- Artikel 3:248Uitwinning van verpand goed
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van pand
- Artikel 3:252Kennisgeving van verkoop door pandhouder
- Artikel 3:253Verdeling van de executieopbrengst
- Artikel 3:254Gezamenlijke executie van pand en hypotheek
- Artikel 3:255Uitwinning van verpand geld
- Artikel 3:256Verplichtingen na tenietgaan pandrecht
- Artikel 3:257Tekortschieten in zorg voor verpande zaak
- Artikel 3:258Einde en afstand van pandrecht