Artikel 3:241 BW – Verklaring omtrent de gepande vordering
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 9. Rechten van pand en hypotheek › Afdeling 2. Pandrecht · niet-officieel opschrift
De pandhouder is verplicht desgevorderd aan de pandgever een schriftelijke verklaring af te geven van de aard en, voor zover mogelijk, het bedrag van de vordering waarvoor het verpande tot zekerheid strekt.
Rechtspraak over Artikel 3:241 BW
2
2017-03-01
2011-11-09
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:236Vestiging van pandrecht
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:238Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:247Stemrecht op verpand goed
- Artikel 3:248Uitwinning van verpand goed
- Artikel 3:249Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van pand
- Artikel 3:252Kennisgeving van verkoop door pandhouder
- Artikel 3:253Verdeling van de executieopbrengst