Artikel 4:101 BW – Uiterste wil tijdens een reis
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 4. Vorm van uiterste willen · niet-officieel opschrift
Zij die zich op een reis aan boord van een zeeschip of luchtvaartuig bevinden, kunnen een uiterste wil maken ten overstaan van de gezagvoerder of de eerste officier, of bij gebreke van deze personen ten overstaan van hem die hun plaats vervult.
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
4
- Artikel 4:103Vormvereisten van uiterste willen
- Artikel 4:104Onderhandse uiterste wil in bewaring
- Artikel 4:108Vernietigbaarheid van vormgebrek bij overlijden binnen zes maanden
- Artikel 4:109Nietigheid en vernietigbaarheid van uiterste wil wegens vormgebrek
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:93Nietigheid van gezamenlijke uiterste wil
- Artikel 4:94Vorm van de uiterste wil
- Artikel 4:95Vormvereisten onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:96
- Artikel 4:97
- Artikel 4:98Uiterste wil van militairen
- Artikel 4:99
- Artikel 4:100Einde van de uitzonderingstermijn voor uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:102Uiterste wil onder buitengewone omstandigheden
- Artikel 4:103Vormvereisten van uiterste willen
- Artikel 4:104Onderhandse uiterste wil in bewaring
- Artikel 4:105Geldigheid ongedateerde onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:106Inzending van akte naar testamentenregister
- Artikel 4:107Vernietigbaarheid wegens verstreken termijn
- Artikel 4:108Vernietigbaarheid van vormgebrek bij overlijden binnen zes maanden
- Artikel 4:109Nietigheid en vernietigbaarheid van uiterste wil wegens vormgebrek
- Artikel 4:110