Artikel 4:104 BW – Onderhandse uiterste wil in bewaring
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 4. Vorm van uiterste willen · niet-officieel opschrift
1De erflater is in de gevallen van de artikelen 98 , 101 en 102 ook bevoegd een door hem ondertekende onderhandse uiterste wil te maken, die hij in tegenwoordigheid van twee getuigen in bewaring geeft aan een persoon te wiens overstaan hij ingevolge die artikelen een uiterste wil kan doen verlijden. Deze persoon maakt daarvan onmiddellijk een akte van bewaargeving op, hetzij op het papier van de uiterste wil, hetzij op de omslag daarvan, hetzij op een afzonderlijk papier; het vorige artikel is op die akte van overeenkomstige toepassing.
3Op degene die de geldigheid van de in bewaring gegeven uiterste wil bestrijdt op grond dat de erflater de wil niet eigenhandig heeft ondertekend, rust de bewijslast daarvan.
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 4:98Uiterste wil van militairen
- Artikel 4:100Einde van de uitzonderingstermijn voor uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:101Uiterste wil tijdens een reis
- Artikel 4:102Uiterste wil onder buitengewone omstandigheden
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 4:107Vernietigbaarheid wegens verstreken termijn
- Artikel 4:108Vernietigbaarheid van vormgebrek bij overlijden binnen zes maanden
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:93Nietigheid van gezamenlijke uiterste wil
- Artikel 4:94Vorm van de uiterste wil
- Artikel 4:95Vormvereisten onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:96
- Artikel 4:97
- Artikel 4:98Uiterste wil van militairen
- Artikel 4:99
- Artikel 4:100Einde van de uitzonderingstermijn voor uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:101Uiterste wil tijdens een reis
- Artikel 4:102Uiterste wil onder buitengewone omstandigheden
- Artikel 4:103Vormvereisten van uiterste willen
- Artikel 4:105Geldigheid ongedateerde onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:106Inzending van akte naar testamentenregister
- Artikel 4:107Vernietigbaarheid wegens verstreken termijn
- Artikel 4:108Vernietigbaarheid van vormgebrek bij overlijden binnen zes maanden
- Artikel 4:109Nietigheid en vernietigbaarheid van uiterste wil wegens vormgebrek
- Artikel 4:110