Artikel 5:56 BW – Gedogen van gebruik van andermans erf
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 4. Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 5:56 BW bepaalt dat een eigenaar tijdelijk gebruik van zijn onroerende zaak moet toestaan als dit noodzakelijk is voor werkzaamheden aan een andere onroerende zaak. Dit geldt pas na behoorlijke kennisgeving vooraf en tegen schadeloosstelling voor de eigenaar die het gebruik moet dulden. De eigenaar kan weigeren of uitstel tot een later tijdstip eisen wanneer hij daarvoor gewichtige redenen heeft.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Wanneer het voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een onroerende zaak noodzakelijk is van een andere onroerende zaak tijdelijk gebruik te maken, is de eigenaar van deze zaak gehouden dit na behoorlijke kennisgeving en tegen schadeloosstelling toe te staan, tenzij er voor deze eigenaar gewichtige redenen bestaan dit gebruik te weigeren of tot een later tijdstip te doen uitstellen.
Rechtspraak over Artikel 5:56 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:44Overhangende beplantingen en doorschietende wortels
- Artikel 5:45Eigendom van overgevallen vruchten
- Artikel 5:46Afpalingstekens tussen naburige erven
- Artikel 5:47Rechterlijke grensbepaling tussen erven
- Artikel 5:48
- Artikel 5:49Oprichting van een scheidsmuur
- Artikel 5:50Vensters en balkons nabij grenslijn
- Artikel 5:51Lichtopeningen in muren
- Artikel 5:52Afwatering naar naburig erf
- Artikel 5:53Voorkoming van water of vuilnis in de goot
- Artikel 5:54Overbouw op andermans erf
- Artikel 5:55Maatregelen tegen dreigende instorting
- Artikel 5:57Vordering tot aanwijzing van een noodweg
- Artikel 5:58Aanleg van leidingen over naburige erven
- Artikel 5:59Rechten en plichten bij gemeenschappelijke watergang