Artikel 5:59 BW – Rechten en plichten bij gemeenschappelijke watergang
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 4. Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven · niet-officieel opschrift
1Wanneer de grens van twee erven in de lengterichting onder een niet bevaarbaar stromend water, een sloot, gracht of dergelijke watergang doorloopt, heeft de eigenaar van elk dier erven met betrekking tot die watergang in zijn gehele breedte dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als een mede-eigenaar. Iedere eigenaar is verplicht de op zijn erf gelegen kant van het water, de sloot, de gracht of de watergang te onderhouden.
2Iedere eigenaar is gerechtigd en verplicht hetgeen tot onderhoud daaruit wordt verwijderd, voor zijn deel op zijn erf te ontvangen.
3Een door de eigenaars overeengekomen afwijkende regeling is ook bindend voor hun rechtverkrijgenden.
Rechtspraak over Artikel 5:59 BW
27
2026-03-18
2025-03-25
2023-01-11
2022-06-22
2020-09-22
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:47Rechterlijke grensbepaling tussen erven
- Artikel 5:48
- Artikel 5:49Oprichting van een scheidsmuur
- Artikel 5:50Vensters en balkons nabij grenslijn
- Artikel 5:51Lichtopeningen in muren
- Artikel 5:52Afwatering naar naburig erf
- Artikel 5:53Voorkoming van water of vuilnis in de goot
- Artikel 5:54Overbouw op andermans erf
- Artikel 5:55Maatregelen tegen dreigende instorting
- Artikel 5:56Gedogen van gebruik van andermans erf
- Artikel 5:57Vordering tot aanwijzing van een noodweg
- Artikel 5:58Aanleg van leidingen over naburige erven