Artikel 8:214 BW – Omvang van de voorrechten op het zeeschip
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen · niet-officieel opschrift
De voorrechten, genoemd in artikel 211 , strekken zich uit tot
a. alle zaken, die uit hoofde van hun bestemming blijvend met het schip zijn verbonden en die toebehoren aan de reder van het schip;
b. de schadevergoedingen, verschuldigd voor het verlies van het schip of voor niet herstelde beschadiging daarvan, daarbij inbegrepen dat deel van een beloning voor hulpverlening, van een beloning voor vlotbrengen of van een vergoeding in avarij-grosse, dat tegenover een zodanig verlies of beschadiging staat. Dit geldt eveneens wanneer deze schadevergoedingen of vorderingen tot beloning zijn overgedragen of met pandrecht zijn bezwaard. Deze schadevergoedingen omvatten echter niet vergoedingen welke zijn verschuldigd krachtens een overeenkomst van verzekering van het schip, die dekking geeft tegen het risico van verlies of avarij. Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:210Voorrang van uitwinnings- en opruimingskosten
- Artikel 8:210a
- Artikel 8:211Voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:212Voorrecht van renten en kosten
- Artikel 8:213Rangorde van voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:215Voorrecht op het zeeschip
- Artikel 8:216Ontstaan van voorrechten op het schip
- Artikel 8:217Rangorde van bevoorrechte vorderingen op zeeschepen
- Artikel 8:218Rangorde van vorderingen op zeeschepen
- Artikel 8:219Verjaring van voorrechten op zeeschepen