Artikel 8:216 BW – Ontstaan van voorrechten op het schip
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen · niet-officieel opschrift
De vorderingen genoemd in artikel 211, onderdelen a en c , doen een voorrecht op het schip ontstaan en zijn alsdan daarop verhaalbaar, zelfs wanneer zij zijn ontstaan tijdens de terbeschikkingstelling van het schip aan een bevrachter, dan wel tijdens de exploitatie van het schip door een ander dan de reder, tenzij aan deze de feitelijke macht over het schip door een ongeoorloofde handeling was ontnomen en bovendien de schuldeiser niet te goeder trouw was. De vorderingen genoemd in artikel 211 onder b doen een voorrecht op het schip ontstaan en zijn alsdan daarop verhaalbaar, ongeacht of de reder de werkgever is van de zeevarende.
Rechtspraak over Artikel 8:216 BW
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:210Voorrang van uitwinnings- en opruimingskosten
- Artikel 8:210a
- Artikel 8:211Voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:212Voorrecht van renten en kosten
- Artikel 8:213Rangorde van voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:214Omvang van de voorrechten op het zeeschip
- Artikel 8:215Voorrecht op het zeeschip
- Artikel 8:217Rangorde van bevoorrechte vorderingen op zeeschepen
- Artikel 8:218Rangorde van vorderingen op zeeschepen
- Artikel 8:219Verjaring van voorrechten op zeeschepen