Artikel 8:219 BW – Verjaring van voorrechten op zeeschepen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen · niet-officieel opschrift
1De krachtens deze afdeling verleende voorrechten gaan teniet door verloop van een jaar, tenzij de schuldeiser zijn vordering in rechte geldend heeft gemaakt. Deze termijn begint met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de vordering opeisbaar wordt. Met betrekking tot de vordering voor hulploon begint deze termijn echter met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de hulpverlening is beëindigd.
2Het voorrecht gaat teniet met de vordering.
3In geval van executoriale verkoop gaan de voorrechten mede teniet op het tijdstip waarop het proces-verbaal van verdeling wordt gesloten.
Rechtspraak over Artikel 8:219 BW
9
2017-08-02
2015-09-30
2010-10-15
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:210Voorrang van uitwinnings- en opruimingskosten
- Artikel 8:210a
- Artikel 8:211Voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:212Voorrecht van renten en kosten
- Artikel 8:213Rangorde van voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:214Omvang van de voorrechten op het zeeschip
- Artikel 8:215Voorrecht op het zeeschip
- Artikel 8:216Ontstaan van voorrechten op het schip
- Artikel 8:217Rangorde van bevoorrechte vorderingen op zeeschepen
- Artikel 8:218Rangorde van vorderingen op zeeschepen